Inleiding

    De term kanonneerboot was voor de Koninklijke Marine lange tijd een onbekend begrip. De Royal Navy noemde vanaf de 16e eeuw kleinere oorlogsschepen, bewapend met relatief weinig en lichte kanonnen, ďsloops of warĒ, afgeleid van het Nederlandse woord sloep. De Nederlanders spraken bij kleinere oorlogsschepen over brikken, schutschepen en korvetten en vanaf de 20e eeuw over pantserboten en flottieljevaartuigen. De Britse en Amerikaanse marines bleven de term sloop hanteren.

    Pas in 1935 werden de pantserboten van de Brinio-klasse, de flottieljevaartuigen van de Flores-klasse en Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau evenals het pantserschip Hr. Ms. De Zeven ProvinciŽn (in 1936 omgedoopt tot Hr. Ms. Soerabaja) geclassificeerd als kanonneerboten. Daarmee waren alle schepen voor de lokale verdediging, die geen mijnenveger of mijnenlegger waren, verenigd onder ťťn noemer. Verder beschikte de Koninklijke Marine nog over negen stokoude rivierkanonneerboten uit 1879/1880 waarvan een aantal omgebouwd was tot hulpmijnenlegger.

    De kanonneerboten van de Flores-klasse, Hr. Ms. Flores en Hr. Ms. Soemba, waren beide in 1926 indienstgesteld en werden ingezet voor verschillende taken. Zij werden gebruikt voor kustverdediging, het bewaken van havens en mijnenvelden en als patrouilleboten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de beide schepen vooral ingezet als konvooibegeleiders en voor het ondersteunen van amfibische landingen van de geallieerden. Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau was een verbeterde versie van de Flores-klasse en kwam in 1933 in dienst. De kanonneerboot werd vooral ingezet als stationschip in Nederlands West-IndiŽ en als escorteschip tijdens de Spaanse Burgeroorlog.

    Vanaf 1936 werd door de Nederlandse regering, in verband met het toenemen van de oorlogsdreiging, meer geld vrijgemaakt voor de bouw van oorlogsschepen. Dit gebeurde in de vorm van een defensiefonds. Dit fonds was een kunstgreep maar zorgde voor een budget voor uitbreiding van de marine zonder dat de defensiebegroting verhoogd diende te worden. Uit het defensiefonds werden het artillerie instructieschip Hr. Ms. Van Kinsbergen, dat ook als kanonneerboot werd geclassificeerd, vier van de acht Jan van Amstel-klasse mijnenvegers en de mijnenlegger Hr. Ms. Willem van der Zaan gefinancierd.

    Tijdens de Spaanse Burgeroorlog bleek dat Nederland behoefte had aan veelzijdige schepen die ook voor escortetaken ingezet konden worden zoals Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau. Op de begroting voor defensie van 1938 werd geld vrijgemaakt voor de bouw van drie kanonneerboten, de K 1, K 2 en K 3. Behorend tot de begroting van 1939 werden nog vier K-klasse kanonneerboten besteld die bestemd zouden worden voor Nederlands Oost-IndiŽ. In mei 1940 werden de in aanbouw zijnde eerste drie K-klasse boten door de Duitsers buitgemaakt. De bouw van de tweede serie van vier was nog niet begonnen en de order werd geannuleerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden een Britse en een Franse kanonneerboot geleend om de taken van de drie K-klasse kanonneerboten over te nemen.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.

    Afbeeldingen

    Hr. Ms. Friso. Bron: Wikipedia.
    Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau. Bron: Wikipedia.
    De rivierkanonneerboot Hr. Ms. Hefring, in 1880 in dienst gesteld. Bron: Wikipedia.

    Kanonneerboten van de Thor-klasse

    Vanaf 1876 werd in Nederland een aantal stoomkanonneerboten gebouwd ter verdediging van de Nederlandse zeegaten en havens. De 29 nieuwe kanonneerboten waren onderverdeeld in twee klassen. De eerste klasse bestond uit schepen bewapend met een 23cm kanon en de tweede klasse was bewapend met een 28cm kanon. Van de vijftien kanonneerboten van de laatste klasse waren er in mei 1940 nog 9 in dienst bij de Koninklijke Marine. Hr. Ms. Njord, Hr. Ms. Heimdall, Hr. Ms.Vali, Hr. Ms. Ulfr, Hr. Ms. Dufa en Hr. Ms. Udur waren inmiddels ten prooi gevallen aan de slopershamer. Hr. Ms. Bulgia en Hr. Ms. Vidar waren omgebouwd tot mijnenlegger en deden tijdens de Duitse inval in Nederland dienst als mijnenlichter. De overige zeven oude stoomkanonneerboten werden in de jaren `20 geclassificeerd als rivierkanonneerboten en drie er van deden in mei 1940 dienst bij de Onderzoekings- en Bewakingsdienst Bovenrivieren (OBB).

    Klasse overzicht

    BouwwerfOp stapel gezetTewatergelatenIndienstgesteld
    Hr. Ms. ThorChristie Nolet & Kuyper te Delfshaven19 september 187631 maart 18778 november 1877
    Hr. Ms. FreyrChristie Nolet & Kuyper te Delfshaven15 februari 18779 juli 187724 november 1877
    Hr. Ms. TyrChristie Nolet & Kuyper te Delfshaven4 oktober 1877187828 november 1879
    Hr. Ms. BragaChristie Nolet & Kuyper te Delfshaven1877187810 juni 1879
    Hr. Ms. BalderChristie Nolet & Kuyper te Delfshaven31 mei 187818788 augustus 1879
    Hr. Ms. HefringNederlandse Stoomboot Mij. Fijenoord te Rotterdam15 april 187916 september 187920 april 1880
    Hr. Ms. HaddaKoninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen te Amsterdam1879187910 mei 1880

    Technische gegevens

    Grootste lengte:27,8 meter
    Grootste breedte:8,2 meter
    Diepgang:2,48 meter
    Waterverplaatsing standaard:240 ton
    Waterverplaatsing volbeladen:272 ton
    Machine-installatie:2 compound machines
    Machinevermogen:117 pk
    Maximale snelheid:7,5 knopen
    Bunkercapaciteit:30 ton kolen
    Actieradius:1.200 zeemijlen
    Bemanning:30 tot 34 koppen
    Bewapening bij oplevering:1 x 28cm en 2 x 3,7cm kanonnen, 1 x 3,7cm revolverkanon

    Hr. Ms. Thor

    Hr. Ms. Thor bevond zich op 10 mei 1940 in Den Helder en was toegevoegd aan het schip van de wacht te Willemsoord om de haven van Den Helder mee te verdedigen. De oude rivierkanonneerboot was in 1918 omgebouwd tot hulpmijnenlegger en later weer tot kanonneerboot en beschikte nog over slechts een enkel 15cm kanon. Na de Nederlandse capitulatie viel het schip in Duitse handen. De Duitsers zetten het oude schip in als HafenschŁtzboot in Vlissingen. Bij een geallieerd bombardement op Vlissingen in februari 1941 werd de Thor tot zinken gebracht door een aantal near misses (indirecte bomtreffers).

    Hr. Ms. Freyr

    De rivierkanonneerboot Hr. Ms. Freyr, uitgerust met een enkel 7,5cm en drie 3,7cm kanonnen, was in mei 1940 ingedeeld bij de OBB op de Rijn bij Arnhem onder commandant luitenant-ter-zee (LTZ) 2 B.I.M.W. Ouwerkerk. Na enkele dagen betrokken te zijn geweest bij verschillende gevechten bij Arnhem en Rhenen trok het oude schip zich terug naar Amsterdam. Na de Nederlandse capitulatie werd de oude kanonneerboot bij de Oranjesluizen tot zinken gebracht door de eigen bemanning. De Duitsers hebben het schip gelicht en in september 1944 als blokschip tot zinken gebracht in Den Helder. In november 1947 werd het wrak gelicht en gesloopt.

    Hr. Ms. Tyr

    Hr. Ms. Tyr was in mei 1940 ingedeeld bij de OBB ter verdediging van de Maas-Waallinie onder commandant LTZ 1 H.W.A. Madsen. Hr. Ms. Tyr was inmiddels verschillende malen verbouwd en was uitgerust met een 12cm kanon en twee 12,7mm mitrailleurs. Op 15 mei viel het schip bij Gorinchem onbeschadigd in Duitse handen omdat het van de landmacht commandant Groep Merwede niet opgeblazen mocht worden. De Duitsers gebruikten het schip als hulpmijnenlegger, HafenschŁtzboot en KŁstenschŁtzboot. Het oude vaartuig werd verschillende malen beschadigd door geallieerde bombardementen en werd na augustus 1943 nauwelijks meer ingezet. Na de Duitse capitulatie, op 5 mei 1945, werd het schip gesloopt.

    Hr. Ms. Braga

    De kanonneerboot Hr. Ms. Braga, ingedeeld bij de OBB, lag op 10 mei 1940 bij Millingen aan de Rijn. Nadat commandant LTZ 2 J.H. Uiterwijk vernomen had dat Millingen bezet was voer hij met de oude kanonneerboot de Neder-Rijn op tot bij Fort Pannerden. Het pontonveer van West-Pannerden werd door het 12cm kanon van de Braga vernield. De bemanning maakte daarna het 12cm kanon onklaar, bracht de oude kanonneerboot vlak achter Fort Pannerden, tussen twee strekdammen, tot zinken en voegde zich bij de soldaten in het fort om dit mee te verdedigen tegen de oprukkende Duitsers. Het 3,7cm kanon en de 12,7mm mitrailleur werden hierbij meegenomen. Ondanks de versterking kon het fort niet gehouden worden en op zaterdagavond 11 mei om 19:30 uur gaf Fort Pannerden zich over aan Oberstleutnant Speck. De Braga werd in de loop van de oorlog gelicht en gesloopt.

    Hr. Ms. Balder

    Hr. Ms. Balder lag ten tijde van de Duitse inval in Nederland in onderhoud te Bolnes en was daarom niet inzetbaar. De bemanning onder commando van LTZ 2 C.L.J.F. Douw van der Krap vocht mee bij de Maasbruggen in Rotterdam. Het onttakelde schip viel op 14 mei in Duitse handen die het gebruikten als bergingsponton voor verongelukte Duitse vliegtuigen onder de naam Veteran. In deze functie werd het schip gestationeerd op Vliegkamp Schellingwoude bij Amsterdam. Al op 2 september 1940 werd het schip versleept naar Kiel waar het op 30 mei 1942 vernield werd tijdens een geallieerde luchtaanval.

    Hr. Ms. Hefring

    De rivierkanonneerboot Hr. Ms. Hefring was in mei 1940 ingedeeld bij het IJsselmeerflottielje en beschikte na de verschillende verbouwingen nog over een 12cm en twee 3,7cm kanonnen. Op 10 mei werd het oude schip onder commandant LTZ 2 J. den Hartog als drijvende batterij op het IJ gestationeerd waar het op 14 mei door de eigen bemanning tot zinken werd gebracht. Op 23 september 1940 werd de Hefring op last van de Duitsers gelicht waarna zij de oude kanonneerboot inzetten als KŁstenschŁtzboot te Vlissingen. Tijdens een geallieerde luchtaanval op 17 juni 1943 werd de Hefring getroffen door een bom en tot zinken gebracht.

    Hr. Ms. Hadda

    De oude stoomkanonneerboot Hr. Ms. Hadda deed sinds de mobilisatie van augustus 1939, geheel ontwapend, dienst als logementschip in Hoek van Holland. Op 14 mei 1940 viel het schip in Duitse handen en werd vervolgens gesloopt.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    kanon
    ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
    mitrailleur
    Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.

    Afbeeldingen

    Hr. Ms. Freyr. Bron: Peter Kimenai Go2War2.
    Hr. Ms. Freyr op de Waal bij Nijmegen in 1939. Bron: dutchfleet.
    Hr. Ms. Hefring en Hr. Ms. Tyr. Bron: dutchfleet.

    Hr. Ms. Soerabaja (ex De Zeven ProvinciŽn)

    Technische gegevens

    Bouwwerf:Rijkswerf te Amsterdam
    Op stapel gezet:7 februari 1908
    Tewatergelaten:15 maart 1909
    Indienstgesteld:6 oktober 1910
    Grootste lengte:101,5 meter
    Grootste breedte:17,1 meter
    Diepgang:6,15 meter
    Waterverplaatsing standaard:5.644 ton
    Waterverplaatsing volbeladen:6.510 ton
    Machine-installatie:Triple expansiemachine, 8 Werkspoorketels
    Machinevermogen:8.516 pk
    Maximale snelheid:16 knopen
    Bunkercapaciteit:700 ton kolen
    Actieradius:5.100 zeemijlen bij 8 knopen, 2.100 zeemijlen bij 16 knopen
    Bemanning:448 koppen
    Bewapening bij oplevering:2 x 28cm, 4 x 15cm, 10 x 7,5cm en 2 x 3,7cm kanonnen, 1 x 7,5cm mortier, 2 x 12,7mm mitrailleurs

    Hr. Ms. De Zeven ProvinciŽn was bij haar indienststelling in 1910, door Prins Hendrik, het grootste pantserschip van de Koninklijke Marine. Het ontwerp was afgeleid van de Britse HMS Dreadnought (18.400 ton) maar met slechts twee 28cm kanonnen was het eigenlijk een grotere versie van de Nederlandse pantserschepen van de Jacob van Heemskerck-klasse van 5.000 ton. Van 1911 tot en met 1918 verbleef het schip in Nederlands Oost-IndiŽ om vooral het koloniale gezag uit te oefenen en de Nederlandse neutraliteit te controleren. In 1919 kwam het pantserschip terug naar Nederland voor groot onderhoud dat twee jaar zou duren. In deze periode werd de 7,5cm mortier verwijderd. In 1921 vertrok Hr. Ms. De Zeven ProvinciŽn voorgoed naar de Oost.

    In 1933 kreeg De Zeven ProvinciŽn wereldwijde bekendheid vanwege de muiterij van 4 tot 14 februari van dat jaar. Begin jaren 30 werd een aantal bezuinigingen bij de Koninklijke Marine doorgevoerd die leidden tot loonsverlagingen. Verder voelden de inlandse bemanningsleden op de Nederlandse oorlogsschepen zich tekortgedaan omdat zij aan boord een veel lagere status hadden dan de Europese opvarenden en daardoor een substantieel lagere gage ontvingen terwijl zij dezelfde verantwoordelijkheden hadden. Bovendien heerste in die tijd een vijandig klimaat binnen de Koninklijke Marine vanwege de enorme hiŽrarchische kloof tussen officieren en manschappen. Na de zoveelste aankondiging van een loonsverlaging overmeesterde een gedeelte van de bemanning van de De Zeven ProvinciŽn het schip dat voor anker lag op de rede van Oleh-leh, Sumatra, door de officieren gevangen te nemen. De commandant en een groot gedeelte van de officieren bevonden zich op dat moment aan wal. Het pantserschip vertrok naar Soerabaja, Java, om te onderhandelen over de salarissen. Een Fokker T-4 bommenwerper van de Marine Luchtvaart Dienst (MLD) kreeg op 10 februari de opdracht om, als waarschuwing aan de muitende bemanning, een bom voor de boeg van het schip te gooien. De afgeworpen bom viel echter op het voorschip waarbij 23 bemanningsleden omkwamen. In de dagen daarna werd het schip overmeesterd door mariniers en opgebracht naar Soerabaja, Java. De overlevende muiters kregen zware gevangenisstraffen en Hr. Ms. De Zeven ProvinciŽn werd uit dienst gesteld.

    Het beschadigde pantserschip werd in Soerabaja gerepareerd en verbouwd tot opleidingsschip waarbij de 15cm, 7,5cm en 3,7cm kanonnen vervangen werden door 6 x 40mm en 12 x 6,5mm mitrailleurs. De marine vond dat het schip de naam De Zeven ProvinciŽn niet meer waardig was en toen het schip, dat tijdens de verbouwing geclassificeerd werd als kanonneerboot, in 1936 weer in dienst werd gesteld kreeg het de naam Hr. Ms. Soerabaja. Vanaf de mobilisatie in Nederlands Oost-IndiŽ, mei 1940, werd de Soerabaja kustverdedigingschip bij Soerabaja, Java.

    Medio december 1941 besloten de Nederlands Oost-Indische en Australische regeringen om Portugees Timor te bezetten om te voorkomen dat de Japanners dit neutrale gedeelte van Timor in zouden nemen om er een bruggenhoofd te vestigen. Op 15 december ankerde Hr. Ms. Soerabaja voor Koepang, de hoofdstad van het Nederlandse deel van Timor. `s Nachts scheepten zich 200 soldaten van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) en 200 manschappen van de Australian Imperial Force in op het Nederlandse oorlogsschip. De volgende morgen ging het oude schip op weg naar Dili, de hoofdstad van het Portugese deel van Timor, voorafgegaan door Hr. Ms. Canopus van de gemilitariseerde Gouvernements Marine. Aan boord van dit schip bevonden zich een Nederlandse en een Australische onderhandelingsofficier. Op 17 december kwamen de schepen aan voor Dili, maar de Soerabaja bleef buiten de territoriale wateren wachten. De Canopus debarkeerde de onderhandelingsofficieren te Dili waar zij de Portugese gouverneur verzochten geallieerde troepen toe te laten. De gouverneur vroeg een uur bedenktijd maar toen dit uur verstreken was en een positief antwoord vooralsnog uitbleef, verstoomde Hr. Ms. Soerabaja tot 100 meter voor de kust van Dili en het ontschepen van de troepen nam een aanvang. Ruim een uur later, omstreeks 12:45 uur, stonden de 400 geallieerde militairen aan land en nam de Soerabaja voor de stad positie in om, indien nodig, in te grijpen met de beide 28cm kanonnen. De 800 manschappen van de Portugese gouverneur verzetten zich echter niet zodat de bezetting van Portugees Timor een zeer vreedzaam karakter had. De Soerabaja keerde daarop terug naar Java.

    Op 18 februari 1942 werd Hr. Ms. Soerabaja voor de haveningang van Soerabaja door een Japanse luchtaanval tot zinken gebracht. Een Japanse bom viel precies in de schoorsteen en kwam tot ontploffing onder in het schip waarna het vrijwel rechtstandig zonk. In het najaar van 1944 werd het schip op last van de Japanners gelicht en enige tijd als drijvende luchtafweerbatterij in het Westervaarwater, de westelijke vaargeul naar Soerabaja, gebruikt. Het zwaarbeschadigde schip dat bovendien ruim tweeŽneenhalf jaar in gezonken toestand voor de haven had gelegen kon echter maar moeilijk drijvende worden gehouden. Daarom besloten de bezetters in 1945 het schip af te zinken in het Westervaarwater op vijf mijl van het Djamocangrif. Het wrak ligt daar nog steeds.

    Definitielijst

    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    KNIL
    Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in IndonesiŽ.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    mortier
    Kanon dat zijn granaten op korte afstand (via een zeer kromme baan) kan doen neerkomen.
    muiterij
    Opstand van soldaten of schepelingen tegen het gezag.
    neutraliteit
    Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.

    Afbeeldingen

    Hr. Ms. De Zeven ProvinciŽn in Makassar eind jaren `20. Bron: Collectie van Cleemputte.
    De bom op de De Zeven ProvinciŽn in 1933. Bron: Peter Kimenai Go2War2.
    Grote schade aan boord van Hr. Ms. De Zeven ProvinciŽn. Bron: Peter Kimenai Go2War2.
    Hr. Ms. Soerabaja. Bron: Netherlandsnavy.

    Kanonneerboten van de Brinio-klasse

    De kanonneerboten van de Brinio-klasse waren gebouwd als pantserboten en bedoeld ter verdediging van de Nederlandse zeegaten en havens en het beschermen van mijnenleggers. De drie schepen behoorden tot de eerste Nederlandse oorlogsschepen met dieselmotoren. Omdat de Koninklijke Marine nog maar weinig ervaring had met dergelijke motoren leverden de diesels, vooral in de beginjaren, veel problemen op. De gebruikte verschillende dieselmotoren, en daardoor ook de verschillende reserveonderdelen, vereisten extra aandacht en inspanning van de machinisten en onderhoudsmonteurs. Van standaardisatie was in die tijd nog geen sprake.

    Klasse-overzicht en technische gegevens

    Hr. Ms. BrinioHr. Ms. FrisoHr. Ms. Gruno
    BouwwerfRijkswerf te Amsterdam
    Op stapel gezet16 oktober 19112 november 191112 februari 1912
    Tewatergelaten12 augustus 191229 augustus 191226 mei 1913
    Indienstgesteld8 september 191412 juli 191515 juli 1915
    Grootste lengte52,66 meter
    Grootste breedte8,52 meter
    Diepgang2,75 meter
    Waterverplaatsing standaard545 ton530 ton533 ton
    Waterverplaatsing volbeladen634 ton573 ton581 ton
    Machine-installatie2 x 2-takt 6-cilinder Sulzer dieselmotoren2 x 4-takt 6-cilinder MAN dieselmotoren2 x 2-takt 6-cilinder Krupp Germania dieselmotoren
    Machinevermogen750 pk750 pk600 pk
    Actieradius1.440 zeemijlen bij een snelheid van 6 knopen
    Bunkercapaciteit34 ton dieselolie
    Maximale snelheid15 knopen15 knopen14 knopen
    Bemanning52 koppen
    Bepantsering55mm gordel-, 17mm dek-, 50mm commandotoren- en 50mm kanonschild-bepantsering
    Primaire bewapening4 x 10,5cm Krupp No.1 semi automatische kanonnen
    Secundaire bewapening1 x 40mm No.2 en 2 x 12,7mm Vickers mitrailleurs2 x 12,7mm No.1 mitrailleurs1 x 40mm en 2x 12,7mm No.1 mitrailleurs

    Hr. Ms. Brinio en Hr. Ms. Friso

    In de vroege ochtend van 10 mei 1940 werd Hr. Ms. Brinio vanuit Den Oever doorgeschut naar het IJsselmeer om het daar aanwezige IJsselmeerflottielje te versterken. Hr. Ms. Friso maakte sinds april 1940 deel uit van dit scheepsverband. Twee dagen later werden ook de stalen mijnenvegers Hr. Ms. Abraham van der Hulst en Hr. Ms. Pieter Florisz naar het IJsselmeer gestuurd om de opmars van de Duitsers over dit water te voorkomen. Stavoren, aan de Friese kant van het IJsselmeer, was toen al in Duitse handen en deze probeerden met de veerboot C. Bosman naar Enkhuizen over te steken. Stavoren en de veerboot werden door de Friso en de beide stalen mijnenvegers onder vuur genomen waarbij de C. Bosman dermate zwaar beschadigd werd dat zij niet meer door de vijand gebruikt kon worden. Ook de Duitse soldaten in Stavoren werden in de verdediging gedwongen waarbij ťťn van hun vuurmonden een voltreffer kreeg en uitgeschakeld werd.

    Deze onverwachte tegenstand werd door de Duitsers beantwoord met het inzetten van vliegtuigen tegen de Nederlandse oorlogsschepen. Rond 15:30 in de middag werd de nog steeds voor Stavoren kruisende Friso aangevallen door vier Ju-88 vliegtuigen van de Luftwaffe. De kanonneerboot kreeg enkele indirecte treffers te verwerken maar ook een voltreffer. De bom kwam naast de schoorsteen aan stuurboord terecht waardoor de Friso leksloeg en begon te kenteren. Hr. Ms. Abraham van der Hulst bracht haar achterschip tegen de zinkende kanonneerboot om de opvarenden over te nemen. De laatste die aan boord van de mijnenveger klom was commandant LTZ 1 J.H.P. van Rosevelt. Hr. Ms. Pieter Florisz, die de reddingsactie gedekt had, bracht het inmiddels omgeslagen schip met kanonvuur tot zinken. Bij de ondergang van de Friso vielen twee doden en later bleek ťťn van de bemanningsleden vermist te zijn.

    De Brinio kreeg de opdracht om de plaats van de Friso in te nemen maar werd meteen door vliegtuigen aangevallen. Door enkele near misses liep het schip lichte schade op. De lekkages konden de volgende dag in Enkhuizen gerepareerd worden. Op 14 mei kreeg commandant LTZ 1 J.A. Rauws opdracht met de Brinio naar Den Oever te gaan. Maar toen de kanonneerboot eenmaal was doorgeschut kreeg het schip een tegenstrijdige order om terug te keren naar Enkhuizen. De Brinio zat nu vast op het IJsselmeer en werd `s avonds bij Enkhuizen door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Op 12 oktober 1942 werd het wrak gelicht waarna het gesloopt werd. Het wrak van de Friso werd op 15 maart 1943 gelicht en te Enkhuizen gesloopt.

    Hr. Ms. Gruno

    Hr. Ms. Gruno bevond zich op 10 mei 1940 in het Schuitengat bij Terschelling waar zij de daar aanwezige mijnenvelden moest verdedigen. Vier dagen later slaagde commandant LTZ 1 F.Th. Burghard er in met de kanonneerboot te ontsnappen naar Engeland. De volgende dag, op 15 mei, kwam het schip aan in de monding van de Thames. Vanaf 29 mei werd het schip ingedeeld bij de Thames Local Defence Flotilla met als basis Sheerness. In januari werd de Nederlandse kanonneerboot uitgerust met Asdic type 140A en dieptebommen. Op 6 mei 1941 nam LTZ 1 J.J. Hogendoorn het commando van de Nederlandse kanonneerboot op zich. Van maart 1943 tot mei 1944 verrichte het oude schip escortediensten vanuit Newcastle, Oost-Engeland waarna het schip te Harwich opgelegd werd en dienst deed als accommodatieschip. Na de bevrijding keerde de oude kanonneerboot terug naar Nederland om te fungeren als accommodatieschip ten behoeve van de mijnendienst in IJmuiden. In 1950 werd het schip uit dienst gesteld en in reserve genomen. In 1959 werd de Gruno voor sloop verkocht.

    Definitielijst

    Asdic
    Engelse afkorting voor: Allied Submarine Detection Investigation Committee. Door de Britten gebruikt systeem om Duitse onderzeeŽrs op te sporen. ASDIC zond een elektronisch signaal en ving de echo van deze signalen op en zette deze om in geluid, de bekende 'ping'. ASDIC had maar een bereik van 1,5 zeemijl en er was een ervaren luisteraar nodig om een U-boot te onderscheiden van een school vissen.
    Germania
    De hoofdstad van het Derde Rijk, ontworpen door Albert Speer. Het enorme bouwproject werd niet gerealiseerd.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.

    Afbeeldingen

    Hr. Ms. Brinio. Bron: Wikipedia.
    Hr. Ms. Friso. Bron: Peter Kimenai Go2War2.
    Hr. Ms. Gruno. Bron: Collectie van Cleemputte.

    Hr. Ms. Van Kinsbergen

    Technische gegevens

    Bouwwerf:Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam
    Bouwnummer:210
    Op stapel gezet:11 september 1937
    Tewatergelaten:5 januari 1939
    Indienstgesteld:24 augustus 1939
    Grootste lengte:100,2 meter
    Grootste breedte:11,6 meter
    Diepgang:3,4 meter
    Waterverplaatsing standaard:1.760 ton
    Waterverplaatsing volbeladen:2.388 ton
    Machine-installatie:2 Stork geared turbines, 2 Yarrow ketels
    Machinevermogen:17.000
    Maximale snelheid:25,5 knopen
    Bunkercapaciteit:600 ton stookolie
    Actieradius:7.228 zeemijlen bij 8 knopen, 5.790 zeemijlen bij 14,5 knopen
    Bemanning:183 koppen
    Bewapening bij oplevering:4 x 12cm Bofors kanonnen, 4 x 40mm Bofors en 4 x 12,7mm mitrailleurs, 2 x 7,5cm oefenkanonnen

    In 1937 werd een nieuw artillerie-instructieschip besteld ter vervanging van het verouderde pantserdekschip Hr. Ms. Gelderland, dat hiervoor gebruikt werd. Hr. Ms. Van Kinsbergen werd nog juist voor de mobilisatie in 1939 opgeleverd door de werf. De 12cm kanonnen waren van Bofors en door Wilton Feijenoord te Schiedam in licentie vervaardigd. Hr. Ms. Van Kinsbergen werd indienstgesteld door kapitein luitenant-ter-zee (KLTZ) J.L.K. Hoeke. Door het uitbreken van de oorlog in West-Europa kon de Van Kinsbergen haar rol als artillerie-instructieschip niet uitoefenen waarop besloten werd het schip, nu geclassificeerd als kanonneerboot, naar Nederlands West-IndiŽ te sturen en Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau af te lossen als stationschip. Op 2 oktober 1939 vertrok de kanonneerboot, samen met de onderzeeboten Hr. Ms. O 20 en Hr. Ms. O 15 naar de West waarna zij op 31 oktober behouden arriveerden in Willemstad, CuraÁao.

    Tijdens de inval van de Duitsers in Nederland, 10 mei 1940, bevonden zich 7 Duitse koopvaardijschepen te CuraÁao. Hr. Ms. Van Kinsbergen kreeg samen met een detachement mariniers de opdracht deze schepen op te brengen voordat zij konden ontsnappen of door de eigen bemanningen vernield konden worden. De Vancouver en Este lagen in de Caracasbaai, de Henry Horn, Karibia, Patricia, Frisia en Almania lagen in de Fuikbaai. Eerst werden de schepen liggend in de Caracasbaai geŽnterd die zonder al te veel moeite in beslag genomen werden. Van de vijf schepen in de Fuikbaai wisten de Duitse bemanningen op de Patricia, Frisia en Alemania brand te stichten. De branden konden door de Nederlandse marinemensen op tijd geblust worden, waardoor ongeveer 25.700 ton vrachtruimte voor de geallieerde vloot behouden werd.

    Op 25 juli 1941 keerde Hr. Ms. Van Kinsbergen terug in Europa voor onderhoud. Op 4 augustus werd de kanonneerboot opgenomen in een droogdok in Liverpool. Tijdens de onderhoudsperiode vonden talrijke personeelsmutaties plaats en het schip kreeg eveneens een nieuwe commandant. Op 18 augustus 1941 nam KLTZ C. Hellingman het commando over van KLTZ Hoeke. Na de onderhoudsperiode keerde de Nederlandse kanonneerboot terug naar de West. Na de aanval op Pearl Harbor, 7 december 1941, en de intrede van de Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog werd Hr. Ms. Van Kinsbergen vooral ingezet voor het escorteren van konvooien in de Caribische Zee.

    Van 30 augustus tot 28 oktober 1942 werd de Van Kinsbergen gemoderniseerd in Norfolk, Virginia. De kanonneerboot werd uitgerust met een Britse Royal Navy Type 271 surface warning radar en een type 128C Asdic voor het opsporen van onderzeeboten. Om onderzeeboten te bestrijden kreeg het Nederlandse schip de beschikking over 8 dieptebommortieren en rekken om 52 dieptebommen op te slaan. Op 4 november van datzelfde jaar keerde Hr. Ms. Van Kinsbergen terug in Willemstad, CuraÁao, van waaruit patrouilles ondernomen werden en verschillende malen deel werd genomen aan onderzeebootopsporingsacties. Commandant Hellingman gaf zijn commando op 23 april 1943 over aan KLTZ J.J.L. Willinge die op zijn beurt al op 19 augustus 1943 afgelost werd door KLTZ J.A. de Gauw die eerder eerste officier aan boord van de kanonneerboot was geweest.

    In september 1944 begon weer een moderniseringsperiode voor de Van Kinsbergen. Ditmaal werden de werkzaamheden uitgevoerd op de Tompkinsville Naval Yard op Staten Island, New York. De Britse radar werd vervangen door een Amerikaans SF-type radar en er werden reparaties uitgevoerd aan de Asdic. Verder werden twee 40mm mitrailleurs verwijderd en vervangen door vier 20mm Oerlikon mitrailleurs. Na de moderniserings- en onderhoudsperiode was de Van Kinsbergen weer actief als konvooibegeleider.

    Eind 1944 verschenen er geen Duitse onderzeeboten meer in het Caribische gebied en was de aanwezigheid van de Van Kinsbergen daar niet langer nodig. Op 13 januari 1945 meerde de Nederlandse kanonneerboot af in het Shadwell New Basin en het schip bleef hier tot 29 augustus liggen. Twee dagen later arriveerde het schip na zes jaar afwezigheid terug in een Nederlandse haven: de Merwehaven in Rotterdam, om vervolgens bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. in onderhoud te gaan. Het schip had uitstekende diensten verricht in de Atlantische Oceaan en van de Amerikanen de gevleugelde bijnaam Flying Dutchman en de hoge onderscheiding officierskruis van het Legion of Merit gekregen.

    In 1951 werd Hr. Ms. Van Kinsbergen verbouwd tot fregat waarbij de primaire kanonnen vervangen werden door 2 x 10,2cm kanonnen van het type High Angle Ė Low Angle. Vanaf 1955 deed het schip dienst als logementschip te Vlissingen totdat het op 29 mei 1959 uit dienst werd gesteld. Ontdaan van mast en bewapening werd de Van Kinsbergen naar Amsterdam gesleept om als oefenobject te dienen voor de Technische Opleidingen Koninklijke Marine (TOKM). Op 19 februari 1974 werd het oude schip voor sloop verkocht aan de firma Van Heygen te Gent, BelgiŽ.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Asdic
    Engelse afkorting voor: Allied Submarine Detection Investigation Committee. Door de Britten gebruikt systeem om Duitse onderzeeŽrs op te sporen. ASDIC zond een elektronisch signaal en ving de echo van deze signalen op en zette deze om in geluid, de bekende 'ping'. ASDIC had maar een bereik van 1,5 zeemijl en er was een ervaren luisteraar nodig om een U-boot te onderscheiden van een school vissen.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    radar
    Engelse afkorting met als betekenis: Radio Detection And Ranging. Systeem voor het met elektromagnetische golven vaststellen van de aanwezigheid, afstand, snelheid en richting van voorwerpen als schepen, vliegtuigen, enz.

    Afbeeldingen

    Hr. Ms. Van Kinsbergen vertrekt naar de West, oktober 1939. Bron: Peter Kimenai Go2War2.
    Hr. Ms. Van Kinsbergen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bron: Peter Kimenai Go2War2.
    De Van Kinsbergen als fregat in 1956. Bron: Australian War Memorial.
    De Van Kinsbergen bij het TOKM in Amsterdam. Bron: Peter Kimenai Go2War2.

    Kanonneerboten van de K-klasse

    Op 14 mei 1940 vielen de in aanbouw zijnde kanonneerboten van de K-klasse in Duitse handen. Het veelzijdige ontwerp van de K-klasse kanonneerboten had schepen op moeten leveren die zowel geschikt waren voor konvooibegeleiding, kustbombardementen en verder ingezet konden worden als hulpmijnenveger en hulpmijnenlegger. Volgens ontwerp kregen de schepen een voortstuwingsinstallatie die bestond uit Burmeister & Wain dieselmotoren die onder licentie gebouwd werden bij P. Smit Jr. te Rotterdam. De primaire bewapening bestond uit 4 x 12cm Bofors No. 8 kanonnen in twee dubbelopstellingen. Deze kanonnen vielen ook in Duitse handen zodat zij de schepen hiermee konden uitrusten. De luchtafweerbatterij zou bestaan uit 4 x 40mm en 4 x 12,7 mitrailleurs. Verder voorzag het ontwerp in mijnenveegtuigen tegen contact- en akoestische mijnen en demontabele mijnenlegrails. Het totaalplaatje zou een schip opleveren van 1267 ton, met een maximale snelheid van 19 knopen dat operationeel gehouden kon worden door 99 bemanningsleden. De Duitsers voorzagen hun oorlogsbuit van meer luchtafweer, een groot aantal mijnen en 8 dieptebomwerpers.

    Klasse overzicht en technische gegevens

    K 1K 2K 3
    BouwwerfP. Smit Jr te RotterdamGusto v/h Smulders te SchiedamP. Smit Jr te Rotterdam
    Bouwnummer524750525
    Op stapel gezet2 augustus 1939193923 juni 1939
    Tewatergelaten23 november 194028 juni 194122 maart 1941
    In Duitse dienst2 oktober 194123 oktober 19422 februari 1942
    In Nederlandse dienst--18 juli 1946
    Grootste lengte77,9 meter
    Grootste breedte10,3 meter
    Diepgang3,4 meter
    Waterverplaatsing standaard1.200 ton
    Waterverplaatsing volbeladen1.420 ton
    Machine-installatieBurmeister & Wain dieselmotoren
    Machinevermogen2.770 pk
    Actieradius6.900 zeemijlen bij een snelheid van 12 knopen
    Bunkercapaciteit157 ton dieselolie
    Maximale snelheid14,5 knopen
    Bemanning161 tot 184 koppen
    Primaire bewapening4 x 12cm Bofors No. 8 kanonnen
    Secundaire bewapening4 x 3,7cm kanonnen
    Luchtafweer12 x 20mm mitrailleurs
    Overige bewapening80 mijnen, 8 x dieptebommortieren

    K 1

    De Nederlandse kanonneerboot in Duitse dienst begeleidde onder de naam K 1 vooral ertskonvooien en mijnenleggers op de Noordzee, het Kanaal en Scandinavische wateren. In 1943 werden de dieselmotoren vervangen door MAN U-bootdiesels en ging de kanonneerboot over in het 1e KŁstensicherungsverband (KSV). De K 1 raakte in oktober 1944 beschadigd bij Flekkenfjord, in het zuiden van Noorwegen, tijdens een geallieerde luchtaanval. Op 5 mei 1945 werd de kanonneerboot bij Arhus, Denemarken, tot zinken gebracht door raketten afkomstig van De Havilland Mosquito jachtvliegtuigen van 18th Group RAF Coastal Command. Daarbij sneuvelden 63 Duitse bemanningsleden. De K 3, die zich in de buurt ophield nam overlevenden aan boord.

    K 2

    Ook de K 2 verrichtte vooral konvooidiensten op de Noordzee waarna het Nederlandse schip in Duitse dienst overging naar het KŁstensicherungsverband Norwegische WestkŁste. De K 2 kreeg eveneens MAN dieselmotoren in 1943. Op 9 oktober 1944 werd de K 2 getroffen door een Britse luchttorpedo bij Egersund, zuid-Noorwegen. Hierbij raakte het achterschip van de kanonneerboot zwaar beschadigd. De Duitse mijnenveger M 1 sleepte de K 2 naar Egersund. Later werd de beschadigde kanonneerboot overgebracht naar de Noorse marinebasis Horten in de Oslofjord. Na de oorlog werd het schip hier teruggevonden en eind 1945 naar Delfzijl gesleept waar het na een ongeluk met de drijfpontons zonk. Op 26 juli 1946 werd het wrak gelicht door W.A. van den Tak`s Bergingsbedrijf en naar Den Helder gesleept voor inspectie. Herstel werd niet lonend geacht en in oktober 1947 werd de zwaar beschadigde kanonneerboot voor sloop verkocht naar Vlaardingen.

    K 3 (Hr. Ms. Van Speijk)

    Net als zusterschepen K 1 en K 2 verrichtte de K 3 in Duitse dienst vooral escortediensten maar dan voornamelijk in Scandinavische wateren. In 1943 werd de K 3 uitgerust met KlŲckner Humboldt Deutz motoren die een machinevermogen opleverden van 3.500 pk zodat de maximaal haalbare snelheid opliep tot 15,5 knopen. Na de Duitse capitulatie werd de K 3 teruggevonden op de Noorse marinebasis Horten. De kanonneerboot werd naar Den Helder gesleept en gerepareerd op de Rijkswerf. Op 18 juli 1946 werd het schip in Nederlandse dienst gesteld als Hr. Ms. Van Speijk en deed voornamelijk dienst als stationschip in de West. In 1953 werd het schip verbouwd tot fregat en werden de Duitse dieselmotoren vervangen door twee Sulzer dieselmotoren die afkomstig waren van de onderzeeboot Hr. Ms. O 23. Hierdoor liep het machinevermogen op tot 5.200 pk en werd de maximaal haalbare snelheid 17,5 knopen. Op 14 juni 1960 werd Hr. Ms. Van Speijk uit dienst gesteld en op 29 augustus van datzelfde jaar voor sloop verkocht aan de Amsterdamse firma W. Mantel.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.

    Afbeeldingen

    Het gelichte wrak van de K 2 in Den Helder, juli 1946. Bron: Peter Kimenai Go2War2.
    De K 3 in Duitse dienst. Bron: Netherlandsnavy.
    Hr. Ms. Van Speijk nog geclassifiseerd als kanonneerboot in 1946. Bron: Peter Kimenai Go2War2.
    De voorste 12cm toren van Hr. Ms. Van Speyk in het Marinemuseum in Den Helder. Bron: P. Kimenai Go2War2.
    Hr. Ms. Van Speijk als fregat. Bron: www.marine.nl.

    Gerelateerde bezienswaardigheden