De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door nazi-Duitsland circa zes miljoen Joden vermoord. Hoewel de gaskamers van Auschwitz-Birkenau, Sobibor en andere vernietigingskampen een bepalende rol speelden bij het uitroeiingsprogramma was de massamoord al begonnen voordat deze vernietigingscentra bestonden. Tijdens operatie Barbarossa, de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941, werden troepen van de Wehrmacht gevolgd door vier zogenoemde Einsatzgruppen der Sicherheitspolizei und des SD (kortweg: Einsatzgruppen), speciale bewapende eenheden van de SS die officieel belast waren met politie- en veiligheidstaken in de militaire bezettingszone.

Deze zich snel verplaatsende teams voerden overal waar ze kwamen arrestaties en massa-executies uit, waarvan behalve Joden ook communisten, zigeuners en psychiatrische patiënten het slachtoffer werden. Tijdens de nazibezetting van de Sovjet-Unie werden, afgezien van de slachtoffers van de massavernietiging in de kampen, meer dan 1 miljoen Sovjet-Joden gedood, voornamelijk door kogels. Veel van deze executies werden uitgevoerd door de Einsatzgruppen, geholpen door lokale collaborateurs.

Definitielijst

nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Foto genomen tijdens een executie van Joden uit Kiev (Oekraïne) in de buurt van Ivangorod in 1942.

Voorgeschiedenis

De vier Einsatzgruppen die gedurende de Duitse campagne in de Sovjet-Unie actief waren, vonden hun vroegste oorsprong in maart 1938 bij de geweldloze Duitse invasie van Oostenrijk, ook wel de Anschluss genoemd. Toen werd op speciaal bevel van Hitler door Reinhard Heydrich, de chef van de Sicherheitsdienst (SD), de eerste Einsatzgruppe gevormd onder aanvoering van Franz Six. De eenheid, bestaande uit manschappen van de SD, volgden de troepen van het reguliere leger toen die de grens met Oostenrijk overstaken om het buurland in te lijven. Het was hun taak informatie te verzamelen ten bate van het toekomstige Duitse bestuur. Dat deden ze door overheidsgebouwen te bezetten, ambtenaren te verhoren en archieven veilig te stellen. Bij de annexatie van Sudetenland, het grensgebied van Tsjecho-Slowakije met Duitsland en Oostenrijk, in september 1938 werden twee Einsatzgruppen belast met dezelfde taken. Einsatzgruppe “Wien” werd aangevoerd door Heinz Jost en Einsatzgruppe “Dresden” door Franz Walter Stahlecker. Bij de invasie van de rest van Tsjechië (Bohemen en Moravië) werden Einsatzgruppe I “Prag” en Einsatzgruppe II “Brünn” ingezet. Six, Jost en Stahlecker zouden tijdens de invasie van de Sovjet-Unie ook een leidinggevende rol hebben in de Einsatzgruppen, maar de massamoorden waartoe ze toen de opdracht gaven, kwamen niet voor in Oostenrijk en Tsjechië.

Bij de Duitse inval in Polen in september 1939 werden door de SS opnieuw Einsatzgruppen (officieel aangeduid als Einsatzgruppen der Sicherheitspolizei) gevormd, aanvankelijk vijf, maar uiteindelijk zeven, elk onderverdeeld in Einsatzkommandos. De eerste zes Einsatzgruppen werden genummerd van I tot en met VI. De zevende stond bekend als Einsatzgruppe zur besonderen Verwendung (z.b.V.) Von Woyrsch, vernoemd naar de commandant, SS-Obergruppenführer Udo von Woyrsch en speciaal actief in het Opper-Silezische industriegebied. Andere commandanten waren bijvoorbeeld SS-Standartenführer Bruno Streckenbach (I) en SS-Oberführer Erich Naumann (VI). De eerste zou later, voorafgaand aan de invasie van de Sovjet-Unie, als chef van Amt I van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA) verantwoordelijk zijn voor de rekrutering van de manschappen voor de Einsatzgruppen en de laatste zou van november 1941 tot maart 1943 het bevel voeren over Einsatzgruppe B. De totale sterkte van de Einsatzgruppen in Polen was ongeveer 2.700 man, afkomstig uit de SS en de Duitse politie. Dit keer bleef hun werk niet beperkt tot het verzamelen van inlichtingen en het veiligstellen van informatie, maar kregen ze allerlei politionele en militaire taken toegewezen, inclusief het uitvoeren van executies.

Elk van de Einsatzgruppen I tot en met V was toegewezen aan het operatiegebied van de vijf Duitse Legers die Polen binnenvielen en opereerde daar formeel onder het bevel van de Wehrmacht, maar kreeg de orders rechtstreeks van Reichsführer-SS Heinrich Himmler. Einsatzgruppe VI opereerde uitsluitend in de regio Posen (Poznan). In hun operatiegebied dienden de Einsatzgruppen politieke tegenstanders te arresteren, wapens te confisqueren en op te treden tegen vijandelijke elementen in het gebied achter het front, zoals partizanen en spionnen. Bovenal dienden ze zich bezig te houden met de uitvoering van operatie Tannenberg, de uitroeiing van de Poolse intellectuele elite. Voorafgaand aan de invasie waren door de SS 60.000 namen van Poolse academici en intellectuelen verzameld. Deze mensen, waaronder ook nationalistische politici en katholieke leiders, moesten door de Einsatzgruppen opgespoord en vervolgens geëxecuteerd worden. De achterliggende reden was dat Adolf Hitler de Polen aan zich wilde onderwerpen en hen wilde inzetten als laag opgeleide slavenarbeiders voor het Duitse rijk. De Poolse natie moest worden geliquideerd en ieder recht op zelfbestuur en hogere opleiding werd hen ontzegd. Om te voorkomen dat ze zich hiertegen zouden verzetten en er een nieuwe leidersklasse zou opstaan, moest de Poolse intelligentsia voorgoed uitgeschakeld worden.

Duitse troepen vernietigden van 1 september tot 25 oktober 1939 in Polen circa 531 dorpen en executeerden 16.376 personen. Protesten van Generaloberst Johannes Blaskowitz, de Duitse Wehrmacht-bevelhebber in Polen, tegen de massamoord op burgers werden door Adolf Hitler naast zich neergelegd. Verschillende andere commandanten van de Wehrmacht waren minder gewetensvol en lieten hun manschappen deelnemen aan de moordacties. In totaal, dus inclusief de periode na 25 oktober 1939 tot het voorjaar van 1940, worden 60.000 tot 80.000 executies toegeschreven aan de Einsatzgruppen in Polen. Hoewel er geen formeel bevel daartoe gegeven was, vonden vele gewelddadige en willekeurige excessen tegen Joodse burgers plaats, vaak uitgevoerd door leden van de Einsatzgruppen. Synagogen werden in de brand gestoken en Joden werden geëxecuteerd, bijvoorbeeld in Bêdzin in het zuiden van Polen waar in twee dagen tijd meer dan 500 Joden werden gedood. Als gevolg van het antisemitische geweld vluchtten honderdduizenden Joden naar het oosten van Polen, dat bezet werd door de Sovjet-Unie die daar op 17 september 1939 binnengevallen was. Na de Duitse invasie van de Sovjet-Unie zouden velen van deze Joodse vluchtelingen alsnog ten prooi vallen aan de naziterreur.

Definitielijst

Anschluss
Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
invasie
Gewapende inval.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Reinhard Heydrich, de grondlegger van de Einsatzgruppen.
SD-officieren (vermoedelijk leden van een Einsatzgruppe) tijdens de invasie van Polen in september 1939. Bron: Bundesarchiv.
Executie van Poolse gijzelaars door leden van een Einsatzgruppe op 20 oktober 1939 in Kórnik in het westen van Polen. Bron: Bundesarchiv.
Generaloberst Johannes Blaskowitz maakte tevergeefs bezwaar tegen de misdaden van de SS in Polen.

Voorbereidingen op een vernietigingsoorlog

Bij de Duitse invasie van West-Europa, inclusief Nederland en België, werden ook Einsatzgruppen en Einsatzkommandos ingezet. Net als in Oostenrijk en Tsjechië ging hun opmars hier niet gepaard met bloedvergieten en bestond hun werk voornamelijk uit het verzamelen van inlichtingen en voorbereidingswerk voor de bezetting. Wanneer Duitsland Groot-Brittannië binnengevallen was, zouden vijf Einsatzgruppen zijn ingezet met onder andere de opdracht om 2.820 prominente Britten te arresteren. Na het verliezen van de Slag om Engeland in oktober 1940 werd een invasie van het Verenigd Koninkrijk echter op de lange baan geschoven. Adolf Hitler besloot eerst af te rekenen met de Sovjet-Unie. Hoewel hij met dit land in augustus 1939 een niet-aanvalsverdrag had gesloten, was het in feite een natuurlijke vijand van nazi-Duitsland. Hitler en zijn volgelingen hadden een grote afkeer van het communisme en al in “Mein Kampf” had de Duitse dictator gezinspeeld op een verovering van Sovjetterritorium om Lebensraum te creëren voor het Duitse volk.

Leidraad voor de Duitse kolonisatie van het Oosten was het zogenaamde Generalplan Ost, een reeks plannen die in opdracht van SS-chef Heinrich Himmler werd ontwikkeld tussen januari 1940 en mei 1942. De basis van de plannen was telkens dezelfde: miljoenen als raciaal ongewenst bestempelde Oost-Europeanen, waaronder Slaven en Joden, moesten worden gedeporteerd naar Siberië of direct worden gedood om plaats te maken voor Duitse kolonisten. Massale uithongering werd als middel overwogen om dit doel te bereiken. Een deel van de autochtone bevolking mocht blijven als slaaf voor de Duitse overheersers en weer een ander deel werd raciaal geschikt bevonden om geassimileerd te worden. Met eenzelfde wreedheid werden er ook binnen de Wehrmacht voorbereidingen getroffen op de invasie, operatie Barbarossa genoemd. De strijd werd beschouwd als een vernietigingsoorlog, gericht op de totale uitroeiing van het bolsjewisme. Besloten werd dat geen enkele Duitse soldaat hoefde te vrezen vervolgd te worden voor oorlogsmisdaden. “In de strijd tegen het bolsjewisme hoeft er ten opzichte van de vijand geen rekening gehouden te worden met de grondslagen van menselijkheid of het volkenrecht”, zo stond vastgelegd in het zogenoemde Kommissarbefehl, dat op 6 juni 1941werd uitgevaardigd door het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) en dat een vrijbrief vormde voor de executie van gevangengenomen communistische functionarissen in het Rode Leger. Voluit luidde dit bevel: Richtlinien für die Behandlung politischer Kommissare.

Een actieve rol bij operatie Barbarossa was weggelegd voor de Einsatzgruppen. Terwijl de Wehrmacht oprukte, zouden de Einsatzgruppen in het gebied achter het front vijandige elementen uitschakelen. Er werd van tevoren nauw overleg gevoerd tussen de top van de Wehrmacht en het Reichssicherheitshauptamt (RSHA), het op 27 september 1939 opgerichte hoofdbureau van de SS dat bestond uit de SD en de Sicherheitspolizei en dat nagenoeg het gehele Duitse veiligheidsapparaat aanstuurde. Op 13 maart 1941 ondertekende Generalfeldmarschall Wilhelm Keitel, de chef van het OKW, richtlijnen (Richtlinien auf Sondergebieten zur Weisung nr. 21 (Fall Barbarossa)) waarin de bevoegdheden van het leger, de SS en de politie aan het Oostfront vastgelegd werden. Daarin werden de Einsatzgruppen en hun opdracht niet expliciet genoemd, maar was te lezen dat de Führer (Adolf Hitler) de Reichsführer-SS (Heinrich Himmler) in het operationele gebied van het leger had belast met “speciale taken voor de oprichting van een politiek bestuur, taken die voortvloeien uit de definitief te beslechten strijd tussen twee tegengestelde politieke systemen.” Het was Himmler toegestaan om zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid te handelen, mits militaire operaties daarvan geen hinder ondervonden. In tegenstelling tot de veldtocht in Polen stonden de Einsatzgruppen dus nu niet meer formeel onder het bevel van de Wehrmacht. Besloten werd dat bij de Duitse inval de Sovjet-Duitse grens voor niet-militair verkeer gesloten werd met uitzondering van de politietroepen die in opdracht van Himmler opereerden. De bevoorrading en de onderkomens van Himmlers troepen bleven wel de taak van het opperbevel van het leger (Oberkommando des Heeres; OKH) in de persoon van Generalquartiermeister Eduard Wagner.

Himmler liet de verdere organisatie over aan Reinhard Heydrich, de chef van het RSHA. Deze voerde nader overleg met Generalquartiermeister Wagner over de voorwaarden waaronder de Einsatzgruppen in de Sovjet-Unie konden opereren. In een overeenkomst tussen het leger en het RSHA van 26 maart 1941 werd de taak van de Einsatzgruppen (hier nog Sonderkommandos genoemd) al iets specifieker omschreven: “Binnen het kader van hun opdracht en onder eigen verantwoordelijkheid zijn de Sonderkommandos gerechtigd uitvoerende maatregelen tegen de burgerbevolking te treffen.” Deze bevoegdheid vormde een vrijbrief voor het executeren van burgers. Afgesproken werd dat de eenheden weliswaar onder het territoriale bevel van de militaire bevelhebbers stonden, maar dat de uitvoerende controle in handen van het RSHA was. De eenheden mochten zich vrijelijk bewegen tussen de frontgebieden en het leger moest hen voorzien van onderkomens, brandstof, voedselrantsoenen en eventueel ook radioverbindingen. Na afsluitende besprekingen werd een definitieve overeenkomst in mei ondertekend door Heydrich en Wagner. Op één punt weken de voorwaarden af van eerdere afspraken: de Einsatzgruppen werden niet enkel gemachtigd om achter het front te opereren, maar mochten nu ook activiteiten pal in de frontlinie uitvoeren. De beoogde slachtoffers van de Einsatzgruppen kregen hierdoor niet de kans om tijdig te ontsnappen.

Definitielijst

communisme
Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
invasie
Gewapende inval.
Lebensraum
Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.
Mein Kampf
Boek geschreven door Hitler, waarin hij de grondslagen van het nationaal socialisme uiteenzet.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Wilhelm Keitel (links) maakte met Heinrich Himmler (midden) afspraken over de bevoegdheden van de Einsatzgruppen in de Sovjet-Unie. Deze foto werd later genomen, op 14 maart 1943 in Berlijn. De persoon rechts is Generalfeldmarschall Erhard Milch. Bron: Bundesarchiv.
Met Generalquartiermeister Eduard Wagner werden afspraken gemaakt over de bevoorrading en onderkomens van de Einsatzgruppen. Bron: Bundesarchiv.

Organisatie en personeel

Voorafgaand aan de Duitse inval in de Sovjet-Unie werden vier Einsatzgruppen opgericht die gedurende de invasie ieder zouden opereren in een afzonderlijk gebied onder het territoriale bevel van een apart legeronderdeel. Hieronder een overzicht van deze Einsatzgruppen, hun getalsterkte, het legeronderdeel waaraan ze toegewezen waren en hun operatiegebied.

Einsatzgruppe A: ca. 990 man Heeresgruppe Nord Via de Baltische staten richting Leningrad
Einsatzgruppe B: ca. 655 man Heeresgruppe Mitte Via Wit-Rusland richting Moskou
Einsatzgruppe C: ca. 700 man Heeresgruppe Süd Noord- en Centraal-Oekraïne
Einsatzgruppe D: ca. 600 man 11. Armee Via Moldavië en het uiterste zuiden van Oekraïne richting de Krim en de Kaukasus

In juli 1941 kwam Einsatzgruppe z.b.V. (zur besonderen Verwendung) hier nog tijdelijk bij. Deze eenheid “voor speciale inzet”, geleid door SS-Oberführer Eberhard Schöngarth en ad hoc samengesteld uit leden van de Sicherheitspolizei uit het Generalgouvernement, opereerde in Oost-Polen, Oekraïne en Wit-Rusland achter Einsatzgruppe B en werd in de herfst van 1941 ontbonden. De eenheid was gestationeerd in Lemberg, Brest-Litovsk en Bialystok.

De vier Einsatzgruppen telden elk tussen de 600 en 1.000 manschappen en waren, aangeduid met doorlopende cijfers, onderverdeeld in Einsatzkommandos (EK) en Sonderkommandos (SK), bestaande uit 50 tot 170 man. De Sonderkommandos waren bedoeld om snel op te rukken en direct achter het front te opereren, terwijl de Einsatzkommandos actief waren in het verder van het front gelegen achterland. In de praktijk was het onderscheid tussen beide eenheden echter moeilijk te maken. Einsatzkommandos en Sonderkommandos waren weer onderverdeeld in Teilkommandos van 10 tot 15 man. Hieronder een overzicht van de vier Einsatzgruppen en de bijbehorende Einsatzkommandos en Sonderkommandos. Weergegeven zijn ook de commandanten die bij het begin van de invasie het bevel voerden en het moment waarop zij het bevel overdroegen. Hun opvolgers zijn zo talrijk dat ze ongenoemd blijven.

Einsatzgruppe A: Franz Walter Stahlecker (maart 1942)
• Sonderkommando 1a Martin Sandberger (augustus 1943)
• Sonderkommando 1b Erich Ehrlinger (december 1941)
• Einsatzkommando 2 Rudolf Batz (november 1941)
• Einsatzkommando 3 Karl Jäger (september 1943)

Einsatzgruppe B: Arthur Nebe (november 1941)
• Sonderkommando 7a Walter Blume (september 1941)
• Sonderkommando 7b Günther Rausch (januari 1942)
• Sonderkommando 7 c* Franz Alfred Six (augustus 1941)
• Sonderkommando 8 Otto Bradfisch (april 1942)
• Sonderkommando 9 Alfred Filbert (oktober 1941)

Einsatzgruppe C: Otto Rasch (oktober 1941)
• Einsatzkommando 4a Paul Blobel (januari 1942)
• Einsatzkommando 4b Günther Herrmann (september 1941)
• Einsatzkommando 5 Erwin Schulz (september 1941)
• Einsatzkommando 6 Erhard Kröger (november 1941)

Einsatzgruppe D: Otto Ohlendorf (juni 1942)
• Einsatzkommando 10a Heinz Seetzen (augustus 1942)
• Einsatzkommando 10b Alois Perstere (februari 1943)
• Einsatzkommando 11a Paul Zapp (juli 1942)
• Einsatzkommando 11b Hans Unglaube (juli 1941)
• Einsatzkommando 12 Gustav Nosske (februari 1942)

* Sonderkommando 7c stond ook bekend als Vorkommando Moskau.

De leden van de Einsatzgruppen waren afkomstig uit de gelederen van de SS en de verschillende Duitse politie-organisaties. Manschappen werden bij voorkeur gerekruteerd uit de Ordnungspolizei (geüniformeerde politie), de Sicherheitspolizei, de Kriminalpolizei, de Sicherheitsdienst en de Waffen-SS. In de Sovjet-Unie zouden ook niet-Joodse lokale bewoners worden ingezet als hulpkrachten/hulppolitie. De officieren waren afkomstig uit de leidinggevende rangen van de afdelingen van het Reichssicherheitshauptamt: de Sicherheitsdienst, de Gestapo en de Kriminalpolizei (recherche). Verder telde elke Einsatzgruppe ondersteunend personeel, zoals tolken, administratief personeel en chauffeurs. De samenstelling van Einsatzgruppe A zag er bijvoorbeeld als volgt uit:

Waffen-SS 340
Motorrijders 172
Ordnungspolizei 133
Gestapo 89
Hulppolitie 87
Sicherheitsdienst 35
Tolken 51
Kriminalpolizei 41
Administratief personeel 18
Vrouwelijk personeel 13
Radiotechnici 8
Telegrafisten 3

Het merendeel van de officieren was (soms gepromoveerd) academicus, vooral juristen waren goed vertegenwoordigd. Voor de oorlog hadden velen gewerkt voor de politie of als advocaat, maar onder hen bevonden zich bijvoorbeeld ook zakenmensen, boeren, architecten en zelfs een operazanger (Waldemar Klingelhöfer, een commandant van Sonderkommando 7c). Ze waren over het algemeen relatief jong, geboren tussen 1900 en 1910, en meestal getrouwd. Het merendeel van hen was geboren in Duitsland, maar er waren ook mannen afkomstig uit bijvoorbeeld Oostenrijk en Rusland. Onder hen bevond zich ook een Belg (Marcel Zschunke) en iemand die als buitenechtelijk kind van een Duitse moeder was geboren in St. Louis in de Verenigde Staten (Franz Stark). Voor de meesten zou hun inzet in de Sovjet-Unie hun eerste frontdienst zijn, slechts een enkeling had eerder dienst gedaan in de Waffen-SS.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
Generalgouvernement
Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
invasie
Gewapende inval.
Krim
Schiereiland in Oekraïne, aan de noordkust van de Zwarte Zee, in het noorden met het vasteland verbonden door de 4 km brede Landengte van Perekop, in het oosten grenzend aan de Zee van Azov en de Straat van Kertsj.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Franz Walter Stahlecker, commandant van Einsatzgruppe A.
Arthur Nebe van Einsatzgruppe B. Bron: Bundesarchiv.
Otto Rasch van Einsatzgruppe C. De foto werd gemaakt tijdens het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg. Bron: U.S. National Archives.
Otto Ohlendorf van Einsatzgruppe D. Bron: Bundesarchiv.

Training en opdracht

De leden van de Einsatzgruppen werden op de grenspolitieschool in Pretzsch aan de Elbe, ongeveer 150 kilometer ten zuidwesten van Berlijn, vanaf mei 1941 voorbereid op hun inzet aan het Oostfront. Omdat de accommodatie te krap was, werd een deel van het personeel ondergebracht in het naburige Bad Düben en Bad Schmiedeberg. Behalve militaire training kregen de mannen lezingen over onder andere Rusland, de “Russische mentaliteit”, de partizanenoorlog en de ziektes waar ze zich in het Oosten tegen moesten beschermen. In juni werden de leiders uit de Einsatzgruppen door Reinhard Heydrich persoonlijk geïnstrueerd over hun opdracht aan het Oostfront, maar wat precies gezegd werd is onbekend. Bevelen tot massa-executies werden niet op papier vastgelegd. Voorafgaand aan vertrek werden de leden van de Einsatzgruppen toegesproken door Reinhard Heydrich en SS-Gruppenführer Bruno Streckenbach, die binnen het RSHA verantwoordelijk was voor de rekrutering en opleiding van de leden van de Einsatzgruppen. Wat er precies gezegd is, is ook hier niet vastgelegd, maar Heydrich zou slechts in vage termen gesproken hebben. Hij waarschuwde de mannen dat hen een taak te wachten stond van “nooit eerder vertoonde hardheid”.

Een notitie van Heydrich van 2 juli 1941 aan de Höhere SS und Polizeiführer (HSSPF) van de bezette gebieden in het Oosten geeft meer duidelijkheid over de personen die aangewezen waren om geëxecuteerd te worden door de Einsatzgruppen. Opgesomd waren de volgende doelwitten:

  • Alle functionarissen van de Komintern samen met communistische beroepspolitici in het algemeen;
  • Nationale en lokale functionarissen (hoog, midden en radicaal basiskader) van de communistische partij;
  • Volkscommissarissen;
  • Joden in de communistische partij en in overheidsdienst en andere radicale elementen (saboteurs, propagandisten, scherpschutters, moordenaars, provocateurs, etc.).

Heydrich had de leiders van de Einsatzgruppen van tevoren opgedragen om de lokale bevolking van de Sovjet-Unie heimelijk aan te zetten tot pogroms tegen de Joodse bevolking. Tijdens het Amerikaanse militaire tribunaal in Neurenberg in 1947/1948 tegen 24 commandanten van de Einsatzgruppen verklaarden de aangeklaagden dat zij van tevoren ook al de opdracht kregen om de Joodse bevolking te vermoorden. Hoofdaangeklaagde Otto Ohlendorf, de voormalige commandant van Einsatzgruppe D, beweerde voor vertrek mondeling vernomen te hebben “dat in het operatiegebied van de Einsatzgruppen op Russisch grondgebied de Joden moesten worden geliquideerd, net als de politieke commissarissen van de Sovjets.” Karl Jäger, de gewezen commandant van Einsatzkommando 3 van Einsatzgruppe A, verwees in 1959 tijdens het vooronderzoek voor zijn proces naar een bijeenkomst van circa 50 SS-officieren in Berlijn (die volgens hem enkele weken voor de invasie van de Sovjet-Unie plaatsvond), waar Reinhard Heydrich medegedeeld zou hebben dat in het geval van oorlog tegen Rusland de Joden moesten worden doodgeschoten. Verschillende historici menen echter dat deze SS-officieren hun eigen hachje wilden redden door zich te verschuilen achter een zogenaamd bevel van boven, terwijl ze in werkelijkheid zelf gaandeweg het initiatief namen om Joden te executeren, zonder onderscheid in geslacht of leeftijd.

Zeker is dat er voorafgaand aan operatie Barbarossa nog geen uitgewerkt plan bestond om alle Europese Joden uit te roeien. De Joden in Duitsland en in door Duitsland geannexeerd en bezet gebied hadden tot dusver wel te maken gekregen met diverse discriminerende maatregelen. Zo was het hen onder andere verboden een seksuele relatie te hebben met niet-Joden en mochten ze niet langer gebruik maken van openbare voorzieningen. Onder druk van pesterijen en omdat ze vreesden voor hun toekomst, emigreerden tot 31 oktober 1941 ongeveer 537.000 Joden vanuit het Duitse Rijk (inclusief Oostenrijk en het protectoraat Bohemen en Moravië) naar het buitenland. Plannen van de nazi’s om alle overgebleven Joden af te voeren naar een op te richten Joods reservaat - op Madagaskar, in Palestina of in het oosten van Polen - bleken logistiek niet haalbaar. Met de naderende invasie van de Sovjet-Unie betekende dat echter wel dat het aantal Joden onder nazi-overheersing alleen maar zou toenemen. Bij de inval in Polen waren er al meer dan 2 miljoen Joden bijgekomen en de Sovjet-Unie telde circa 5 miljoen Joden.

Op 31 juli 1941, dus enkele weken na de inval in de Sovjet-Unie, gaf Reichsmarschall Hermann Göring Heydrich de volmacht “om alle noodzakelijke voorbereidingen te treffen met betrekking tot […] de totale oplossing van de Joodse kwestie binnen de invloedssfeer van Duitsland in Europa.” Heydrich kreeg de opdracht om Göring “op korte termijn een alomvattend plan te sturen met betrekking tot de organisatorisch, feitelijk en materiële maatregelen noodzakelijk voor het verwezenlijken van de gewenste definitieve oplossing (Endlösing) van de Joodse kwestie.” Wat die definitieve oplossing precies inhield was op dat moment nog onbekend, maar de activiteiten van de Einsatzgruppen aan het Oostfront beloofden niets goeds.

Definitielijst

invasie
Gewapende inval.
invloedssfeer
Gebied waar een staat veel invloed kan laten gelden, meestal onder stilzwijgende goedkeuring van andere staten.
Komintern
Internationaal samenwerkingsverband van communistische partijen tussen 1919 en 1943. De Komintern werd vanuit Moskou geleid.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Het slot in Pretzsch, waar de politieacademie gevestigd was waar de leden van de Einsatzgruppen werden voorbereid op hun taak in het Oosten. Bron: Doris Antony.
SS-Brigadeführer Bruno Streckenbach, verantwoordelijk voor de rekrutering en opleiding van de leden van de Einsatzgruppen.

Begin van de massamoord

Op 22 juni 1941 viel de Wehrmacht de Sovjet-Unie binnen. Het conflict tussen de twee dictaturen was begonnen. De fronttroepen van de Wehrmacht werden op de voet gevolgd door de leden van de Einsatzgruppen die zich verplaatsten met vrachtwagens, motoren en stafwagens. De Einsatzkommandos en Sonderkommandos opereerden verregaand zelfstandig, los van de groepsstaf. Sommige Kommandos rukten op tot in de frontlinie, terwijl andere Kommandos operaties uitvoerden in het achterland. De vooruitgesnelde eenheden belandden soms in gevechten met het Rode Leger. Commandanten van de Wehrmacht benutten de in het front opererende Kommandos ook wel eens voor het zuiveren van een gebied van partizanen en sluipschutters. Verder hielden de Einsatzgruppen zich bezig met het bezetten van belangrijke overheidsgebouwen en het veiligstellen van bijvoorbeeld documenten van de NKVD, de Sovjetveiligheidsdienst. Maar het was al vanaf het begin duidelijk dat het uitvoeren van executies hun voornaamste taak was. Joden zonder onderscheid, dus inclusief degenen die niets te maken hadden met het Rode Leger, de communistische partij of de Sovjet-regering, waren al meteen een belangrijk doelwit. Aanvankelijk waren het vooral volwassen Joodse mannen die het slachtoffer werden van executies, maar al na enkele weken of maanden zou overgegaan worden op de uitroeiing van complete Joodse gemeenschappen, inclusief kinderen en vrouwen.

Er lijkt voorafgaand aan de invasie van de Sovjet-Unie geen sprake geweest te zijn van een eenduidig bevel tot uitroeiing van alle Sovjet-Joden. De Einsatzgruppen begonnen op verschillende tijdstippen, variërend van eind juli tot begin september 1941, met het doden van Joodse vrouwen en kinderen naast de volwassen mannen. Ze handelden op basis van lokale omstandigheden en hun interpretatie van afzonderlijke bevelen en van de nazi-ideologie. Hitler en andere nazileiders hadden voorafgaand aan de invasie van de Sovjet-Unie de Joden neergezet als de ultieme vijand. Op 22 juni 1941, de dag waarop Duitse troepen begonnen aan de invasie, verklaarde Hitler nog dat het uur was aangebroken “waarop het onvermijdelijk is dat wij het strijdperk betreden tegen de samenzwering van de Joods-Angelsaksische oorlogshitsers en de eveneens Joodse heersers van het bolsjewiekencentrum Moskou.” Een gevolg van het afschilderen van de oorlog tegen de Sovjet-Unie als een vernietigingsstrijd tegen het “Joods-bolsjewisme” was dat de Joden als complete bevolkingsgroep ten prooi zouden vallen aan uitroeiing.

Een impliciete aanwijzing dat ook Joodse vrouwen en kinderen gedood moesten worden, gaf Heinrich Himmler op 28 juli 1941 aan twee SS-cavalerieregimenten, SS-Kavallerie-Regiment 1 en 2, die zich bezighielden met het bestrijden van “partizanen” in het moerasgebied bij Prypjat/Prypiat in Oekraïne. Deze eenheden behoorden overigens niet tot de Einsatzgruppen, maar stonden onder supervisie van de Höhere SS und Polizeiführer in Centraal-Rusland, Erich von dem Bach-Zelewski. Himmler gaf ze het bevel om behalve partizanen ook Joodse mannen dood te schieten en hun vrouwen de moerassen in te drijven. Hoewel dat niet met zoveel woorden geformuleerd werd, kan aangenomen worden dat Himmler verwachtte dat ze daar vanzelf zouden omkomen. Op 18 september 1941 rapporteerde SS-cavaleriecommandant Hermann Fegelein (die in 1944 zou trouwen met de zus van Eva Braun) dat bij de operatie in het moerasgebied 14.178 “plunderaars”, 1001 partizanen en 699 Russische krijgsgevangenen geëxecuteerd waren, waarbij met “plunderaars” vermoedelijk vooral Joden bedoeld werden. Al eerder had SS-Sturmbannführer Franz Magill, de bevelhebber van het SS-Kavallerie-Regiment 2, echter gemeld dat het in moerassen drijven van vrouwen en kinderen “niet het gewenste effect had, aangezien de moerassen niet diep genoeg waren om erin weg te zakken.”

In plaats van Joodse vrouwen en kinderen het moeras in te drijven, zouden ze al snel na de inval in de Sovjet-Unie hetzelfde lot ondergaan als de mannen. Himmler en Heydrich bezochten gedurende de zomer van 1941 meermaals hun ondergeschikten aan het Oostfront en zouden toen hebben aangezet tot massamoord zonder onderscheid naar leeftijd en geslacht. SS-Oberführer Erwin Schulz, tussen juni en september 1941 de commandant van Einsatzkommando 5 van Einsatzgruppe C, verklaarde dat zijn directe chef, SS-Brigadeführer Otto Rasch, op 10 of 12 augustus 1941 het bevel had gegeven dat Joodse vrouwen en kinderen geëxecuteerd moesten worden, tenzij ze benut konden worden als arbeidskracht. Voorkomen werd zo dat er “toekomstige wrekers” resteerden. Het bevel was weer afkomstig van SS-Obergruppenführer Friedrich Jeckeln, de Höhere SS- und Polizeiführer in Zuid-Rusland, die het op zijn beurt kreeg van Himmler. Onder Jeckelns bevel vond op 27 en 28 augustus in Kamenets-Podolski in het westen van Oekraïne de tot dusver grootste massamoord plaats. 23.600 Joden, waaronder vrouwen en kinderen, werden vermoord door Jeckelns manschappen. Onder de slachtoffers bevonden zich minstens 14.000 Joden die kort daarvoor gedeporteerd waren vanuit Hongarije.

Definitielijst

ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
invasie
Gewapende inval.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NKVD
Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Duitse propagandaposter waarop de Joden worden neergezet als de sluwe bespelers van de vijandelijke machten. Bron: U.S. Holocaust Memorial Museum.
Höherer SS und Polizeiführer Erich von dem Bach-Zelewski, 1943. Bron: Bundesarchiv.
Höherer SS- und Polizeiführer Friedrich Jeckeln. Onder zijn aanvoering vond op 27 en 28 augustus 1941 in Kamenets-Podolski de tot dusver grootste massamoord plaats. Bron: www.vernetztes-gedaechtnis.de.

Baltische landen

Einsatzgruppe A, tussen juni 1941 en maart 1942 onder bevel van SS-Brigadeführer Franz Walter Stahlecker, was actief in de Baltische staten, waar de Wehrmacht door een groot deel van de plaatselijke bevolking was verwelkomd als de bevrijder na een jaar Sovjetbezetting. De Joden in deze landen kregen meteen bij de inval van de Duitsers te maken met vervolging. In Litouwen, de meest zuidelijk gelegen Baltische staat, werd Einsatzgruppe A geholpen door lokale collaborateurs die pogroms uitvoerden. Voorafgaand aan de Duitse bezetting leefden in Litouwen 210.000 Joden. De uitroeiing van de Litouwse Joden werd aangevoerd door Einsatzkommando 3 van Einsatzgruppe A onder bevel van SS-Standartenführer Karl Jäger. In de hoofdstad Vilnius/Vilna viel het werkgebied van Einsatzkommando 3 eerst samen met dat van Einsatzkommando 9 van Einsatzgruppe B, onder bevel van SS-Obersturmbannführer Alfred Filbert. De stad stond door de grote populatie van ongeveer 70.000 Joden bekend als het “Jeruzalem van het Noorden”. In juli werden er door Einsatzkommando 9, geholpen door Litouwse collaborateurs, 5.000 Joden uit Vilnius vermoord in het op 10 kilometer afstand van de stad gelegen bos bij Ponar/Ponary/Panerai. Tot augustus 1944 zouden op deze locatie 72.000 Joden uit Vilnius en omstreken doodgeschoten worden, plus nog vele duizenden niet-Joodse Polen en Litouwers.

Een andere belangrijke moordlocatie in Litouwen bevond zich in Kaunas/Kovno. Deze tweede stad van Litouwen werd op 24 juni 1941 bezet door de Duitsers. Massa-executies werden vanaf 4 juli 1941 door Einsatzkommando 3 uitgevoerd in de Forten IV, VII, IX die zich buiten de stad bevonden en behoorden tot een netwerk van forten uit de negentiende eeuw. Het waren hoofdzakelijk Joden die op deze locaties omgebracht werden. Op 6 juli werd bijvoorbeeld de executie van 2.514 Joden in Fort VII gerapporteerd. Aanvankelijk waren Joodse mannen onder de slachtoffers in de meerderheid en werden kinderen nog gespaard, maar dat veranderde op 26 september 1941, toen in Fort IV 412 Joodse mannen, 615 Joodse vrouwen en 581 joodse kinderen vermoord werden, zogenaamd omdat ze ziek waren. De grootste executie vond plaats op 29 oktober 1941, toen het getto van Kaunas ontdaan werd van “overbodige” Joden en in Fort IX 2.007 mannen, 2.920 vrouwen en 4.273 kinderen werden vermoord. In november zouden hier ook ongeveer 5.000 Joden uit het Duitse Rijk (Berlijn, München, Frankfurt am Main, Wenen en Breslau) vermoord worden.

Op 1 december 1941 rapporteerde SS-Standartenführer Karl Jäger, de commandant van Einsatzkommando 3, dat de opdracht van Einsatzkommando 3 in Litouwen beëindigd was. In totaal waren op verschillende locaties 137.346 executies uitgevoerd, waarbij het merendeel van de slachtoffers Joods was. “In Litouwen zijn geen Joden meer”, zo schreef Jäger in zijn eindverslag dat bekend is komen te staan als het Jäger-rapport. Er resteerden enkel nog 34.500 Joodse arbeiders met hun gezinnen die waren ondergebracht in getto’s. Velen van hen zouden op een later tijdstip alsnog gedood worden.

Evenals Litouwen viel Letland na de inval in de Sovjet-Unie al snel in Duitse handen. Er leefden aan het begin van de bezetting ongeveer 70.000 Joden. Onderdelen van Einsatzgruppe A werden bij het uitvoeren van executies geholpen door het zogenaamde Arajs Kommando, een Letse hulppolitie-eenheid geleid door de Letse SS-officier Viktor Arajs. Van juli tot oktober 1941 werden in Letland ongeveer 34.000 Joden vermoord, waaronder 4.000 uit Riga. Belangrijke moordlocaties bevonden zich in het bos van Bikernieki en het bos van Rumbula, allebei vlakbij Riga. De Höhere SS- und Polizeiführer voor Noord-Rusland en de Baltische staten, Friedrich Jeckeln, die eerder verantwoordelijk was voor de massamoord in Kamenets-Podolski, was belast met de moord op de nog overgebleven Joden uit het getto van Riga. Op 30 november en 8 december 1941 liet hij hen afvoeren naar het kleine dennenbos van Rumbula, 12 kilometer ten zuiden van Riga, waar ze geëxecuteerd werden door leden van Einsatzgruppe A en helpers van het Arajs Kommando. Tijdens de operatie, die bekend is komen te staan als de Jeckeln Aktion, werden 25.000 Joden omgebracht, waaronder 1.000 Joden uit het Duitse Rijk. Later tijdens de oorlog werden nog meer Letse Joden geëxecuteerd, zodat er bij de bevrijding door het Rode Leger nauwelijks nog overlevenden waren.

In vergelijking met Litouwen en Letland leefden in Estland relatief weinig Joden. Omdat het land pas in augustus 1941 bezet werd door de Wehrmacht waren veel Joden erin geslaagd te vluchten. De moord op de 1.000 overgebleven Joden werd uitgevoerd door Sonderkommando 1a van SS-Standartenführer Martin Sandberger, geholpen door leden van de Etste militie. Op 12 oktober 1941 rapporteerde Sandberger dat tot dusver 440 Joden geëxecuteerd waren. Die winter zouden de resterende Joden, die aanvankelijk ingezet waren als dwangarbeiders, ook omgebracht worden. In januari 1942 was Estland “vrij” van Joden (Judenfrei). Daarnaast werden door Sonderkommando 1a en de Etste militie gedurende het eerste bezettingsjaar ook circa 5.000 niet-Joodse Esten geëxecuteerd, omdat ze beschuldigd waren van collaboratie met de Sovjets.

Definitielijst

collaboratie
Medewerking vanuit de bevolking aan de bezetters, meer in het algemeen samenwerking verleend aan de vijand door zogeheten collaborateurs.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Fort IX in Kaunas in Litouwen tegenwoordig. Het fort werd gebruikt als executieplaats. Bron: Andrius Vanagas.
De Letse nazicollaborateur Viktor Arajs. Met zijn manschappen hielp hij Einsatzgruppe A.
Karl Jäger, commandant van Einsatzkommando 3 en samensteller van het Jäger-rapport. Bron: www.olokaustos.org.
Getto van Riga, 1942. Eind 1941 waren Joden uit dit getto omgebracht tijdens de Jeckeln Aktion in het bos van Rumbula. Bron: Bundesarchiv.
Rapport van Stahlecker van 31 januari 1942 met het aantal executies in de Baltische staten. Estland is Judenfrei. Bron: U.S. National Archives.

Wit-Rusland en Oekraïne

Wit-Rusland was het territorium van Einsatzgruppe B, tot oktober 1941 onder aanvoering van SS-Gruppenführer Arthur Nebe, de chef van de Duitse recherche (Kripo). In Wit-Rusland verbleven in 1939 (binnen de toenmalige grenzen) 375.000 Joden. Dat aantal was in 1941 opgelopen door de toestroom van Joodse vluchtelingen uit Polen. Vooral in het oosten van Wit-Rusland slaagden veel Joden erin om op tijd verder naar het oosten te vluchten voor de Duitsers. Gedurende de eerste weken van de Duitse inval vonden de eerste executies plaats. Zo rapporteerde Einsatzgruppe B in juli 1941 200 omgebrachte Joden in Vilejka, 332 Joden in Vitebsk, 150-200 Joodse mannen in Gorodok, 900 mannelijke Joden in de leeftijd van 18 tot 65 jaar en 215 Joodse en bolsjewistische functionarissen in Bialystok (dat na de oorlog weer onderdeel zou gaan uitmaken van Polen) en 381 Joden in Baranavitsjy. Op 5 juli 1941 bereikte Nebe met zijn staf Minsk, waar hij gedurende twee weken zijn hoofdkwartier vestigde. In die tijd zouden hier 1.050 Joden worden geëxecuteerd.

Evenals elders in de Sovjet-Unie werden ook in Wit-Rusland tijdelijk getto’s opgezet voor de Joodse bevolking. Op 19 augustus 1941 werden onder commando van SS-Sturmbannführer Otto Bradfisch door Einsatzkommando 8 van Einsatzgruppe B 3.726 Joden uit het getto van Mahiljow/Mogilev vermoord. Eind oktober van dat jaar werden vervolgens de nog overgebleven Joden vermoord en werd het getto gesloten. Datzelfde gebeurde in die periode met andere getto’s in Wit-Rusland, behalve in Minsk, waar het getto tot oktober 1943 zou bestaan. Op het hoogtepunt zou dit getto 100.000 inwoners tellen, inclusief Joden uit het Duitse Rijk, waarvan het merendeel de oorlog niet zou overleven.

Een maand na zijn aankomst in Minsk, op 5 augustus, werd Nebes hoofdkwartier weer verplaatst naar Smolensk in Rusland. Vanuit Smolensk gaf Nebe leiding aan het Vorkommando Moskau dat de opdracht had Moskou en omgeving te zuiveren van Joden. Tot in Moskou is het Vorkommando echter nooit gekomen, want het op 2 oktober 1941 door het Duitse leger gelanceerde offensief op de Russische hoofdstad, operatie Tyfoon, faalde en Moskou zou nooit in Duitse handen vallen. Terwijl de Duitse tanks vastliepen in de door de herfstregens in modderpoelen veranderde wegen naar Moskou, rapporteerde Einsatzgruppe B dat op dat moment het totale aantal geregistreerde liquidaties 45.467 bedroeg.

De opmars van Einsatzgruppe C begon in Zuid-Polen en de regio Galicië, die tegenwoordig gedeeld wordt door Polen en Oekraïne. Verder naar het oosten ondervond Einsatzgruppe C dat een groot deel van de Oekraïense Joden (1.533.000 naar de grenzen voor 1939) gevlucht was naar het oosten. Omdat Duitsland pas in oktober 1941 het grootste deel van het land bezet had en berichten over de massamoorden Oekraïne hadden bereikt, hadden veel Joden hier de kans gegrepen om te vluchten. Vanuit Duits oogpunt was dat geen probleem. Op 12 september 1941 meldde Einsatzkommando 6 van Einsatzguppe C: “De verdrijving van honderdduizenden Joden, naar we gehoord hebben in veel gevallen tot voorbij de Oeral, heeft ons geen cent gekost en levert een aanzienlijke bijdrage aan de oplossing van het Joodse vraagstuk in Europa.” Desondanks waren op verschillende plaatsen in Oekraïne nog Joden overgebleven. Na de massa-executie van 23.600 Joden door Friedrich Jeckeln op 27 en 28 augustus in Kamenets-Podolski in het westen van Oekraïne, vond op 29 en 30 september ook in Kiev een grote tweedaagse massamoord plaats. In het buiten de stad gelegen ravijn Babi Jar/Babi Yar werden door Sonderkommando 4a, onder leiding van SS-Standartenführer Paul Blobel, 33.771 Joden vermoord.

Einsatzgruppe C rukte daarna verder op in oostelijke richting. Tussen 23 september 1941 en 4 oktober 1941 executeerde Einsatzkommando 5 in Dnjepropetrovsk 85 politieke functionarissen, 14 personen die schuldig bevonden waren aan sabotage en plundering en 179 Joden. Op 13 oktober werden door manschappen van Höhere SS und Polizeiführer Friedrich Jeckeln op dezelfde locatie 10.000 Joden geëxecuteerd. Op een later tijdstip gedurende die herfst werden door Einsatzkommando 6 in Dnjepropetrovsk nog eens 1.000 Joden geëxecuteerd. Later dat jaar was Einsatzgruppe C actief in Charkov/Kharkov. Uit gegevens van de burgerlijke stand bleek dat er nog 10.271 Joden in de stad waren achtergebleven. Zij werden op 14 december 1941 opgeroepen om zich de volgende dag, onder barre winterse omstandigheden, te voet te begeven naar een leegstaande tractorenfabriek buiten de stad, waar ze onder erbarmelijke omstandigheden gevangengezet werden. In januari 1942 werden ze groepsgewijs afgevoerd naar een nabijgelegen ravijn, Drobyzkyj Jar/Drobitsky Yar genaamd, waar ze geëxecuteerd werden door manschappen van Einsatzkommando 4a, geholpen door een bataljon van de Ordnungspolizei en Oekraïense collaborateurs.

Het meest zuidelijke deel van de Sovjet-Unie (het zuiden van Oekraïne, Bessarabië, de Krim en de Kaukasus) was het territorium van Einsatzgruppe D, tot juli 1942 onder bevel van SS-Gruppenführer Otto Ohlendorf. De eerste executies werden uitgevoerd in de regio Bessarabië die door Hitler toegewezen was aan het Roemenië van dictator Ion Antonescu. Einsatzgruppe D wist gezamenlijk met het Roemeense Leger en de Wehrmacht tussen juli en augustus 1941 tussen de 150.000 en 160.000 Joden om te brengen. In de Zuid-Oekraïense havenstad Odessa werden door Einsatzkommando 11b en het Roemeense leger direct na de verovering op 16 oktober 1941 8.000 inwoners vermoord, waaronder voornamelijk Joden. Als vergelding voor het opblazen van het Roemeense militaire hoofdkwartier werden in opdracht van Antonescu op 22 oktober 19.000 Joden naar de haven gebracht en daar levend verbrand. Nog eens 20.000 werden buiten de stad geëxecuteerd. Einsatzgruppe D trok intussen verder naar Nikolaev/Mykolajiv en Cherson/Kherso in het zuiden van Oekraïne, waar in beide steden 5.000 Joden werden vermoord. Vervolgens werden in het zuidoosten van Oekraïne in Melitopol 2.000 Joden geëxecuteerd en 8.000 in Marioepol/Mariupol. Daarna werd verder opgerukt in het kielzog van de Wehrmacht door het schiereiland de Krim, waar in Simferopol in november 1941 door Sonderkommando 11b 11.000 Joden werden doodgeschoten in antitankgrachten buiten de stad. In augustus 1942 werden door Sonderkommando 10a duizenden Joden omgebracht in Krasnodar in het zuidoosten van Rusland nabij Georgië.

Definitielijst

getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
Krim
Schiereiland in Oekraïne, aan de noordkust van de Zwarte Zee, in het noorden met het vasteland verbonden door de 4 km brede Landengte van Perekop, in het oosten grenzend aan de Zee van Azov en de Straat van Kertsj.
Kripo
Kriminal Polizei, de burgerrecherchedienst van Nazi Duitsland.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

De wegen naar Moskou veranderden in de herfst van 1941 in modderpoelen. Als de stad veroverd was, had het Vorkommando Moskau de Joodse inwoners moeten vermoorden. Bron: Bundesarchiv.
Paul Blobel, de commandant van Sonderkommando 4a dat in het ravijn Babi Jar bij Kiev op 29 en 30 september 1941 33.771 Joden vermoordde. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Het ravijn Babi Jar na de massamoord. Bron: Deathcamps.org.
Hitler met de Roemeense dictator Ion Antonescu in München, 10 juni 1941. Roemeense troepen waren actief betrokken bij de uitroeiing van de Sovjet-Joden. Bron: Bundesarchiv.
Roemeense soldaten deporteren Joden in de Sovjet-Unie, 17 juli 1941. Bron: Bundesarchiv.

Praktijk van het moorden

In de beginfase van de Duitse inval vreesden de Joden in het westen van de Sovjet-Unie over het algemeen de Duitsers niet. Vanwege het antireligieuze beleid van de Sovjet-Unie, waaronder het verbod om de sabbat te vieren, stonden gelovige Joden afwijzend ten opzichte van het Sovjetbestuur. Veel Joden waren meer gericht op de Duitse cultuur dan de Russische en herinnerden zich nog de goede behandeling door de Duitsers die hen tijdens de Eerste Wereldoorlog ten deel was gevallen. Er schijnen zelfs Joden zijn geweest die tijdens het begin van de Duitse invasie het Duitse leger verwelkomden als bevrijders. Dankzij het verdrag tussen Hitler en Stalin was er in de Sovjet-Unie sinds 1939 gezwegen over de nazimisdaden tegen de Duitse en Poolse Joden. Voordat berichten over massa-executies hen bereikten, waren de Sovjet-Joden dus niet voorbereid op wat hen te wachten stond. Dat maakte het de Einsatzgruppen makkelijk bij arrestaties. Maar ook nog later tijdens de oorlog wisten de Einsatzgruppen hun slachtoffers te misleiden. Onder andere in Kiev en Charkov werden Joden door middel van aanplakbiljetten opgeroepen om zich de volgende dag te melden, zogenaamd om verhuisd (umgesiedelt) te worden. De oproep werd gewillig opgevolgd, waardoor de slachtoffers, meestal zonder dat ze dat wisten, vrijwillig hun dood tegemoet gingen.

De werkwijze van de verschillende eenheden van de Einsatzgruppen bij moordacties kende kleine variaties, maar over het algemeen werd dezelfde procedure gevolgd. Executieplaatsen bevonden zich meestal buiten bewoond gebied, vaak in bossen op enkele kilometers van een dorp of stad. Joden werden onder andere in Kiev en Charkov gedwongen de tocht naar de plek waar ze gedood zouden worden te voet af te leggen. Naar sommige andere locaties werden ze groepsgewijs gebracht met vrachtwagens. Eenmaal ter plaatse moesten ze hun kostbare bezittingen, zoals geld en juwelen, overdragen en zich ontkleden, tot op het ondergoed of helemaal naakt. Hun kostbaarheden en kleding werden in beslag genomen ten bate van het Duitse Rijk, maar het kwam vaak voor dat corrupte leden van de Einsatzgruppen of lokale helpers zich waardevolle spullen toe-eigenden, ook al riskeerden ze daarmee strenge straffen. Daarna werden de slachtoffers groepsgewijs afgevoerd naar de executiekuil. Die was soms van tevoren gegraven door de slachtoffers zelf, maar vaak werd ook gebruik gemaakt van bestaande kuilen, zoals antitankgreppels en bomkraters, of ravijnen, zoals Babi Jar en Drobyzkyj Jar.

Er werden door de Einsatzgruppen verschillende executiemethoden toegepast. Sommige commandanten verkozen het om de slachtoffers aan de rand van de kuil op te stellen en ze vervolgens met een nekschot te doden. Anderen gaven de voorkeur aan executies op afstand, waarbij leden van het executiepeloton telkens tegelijkertijd op één slachtoffer schoten, zodat het onduidelijk was wie het dodelijke schot toebracht. Dit moest de psychische druk voor de leden van de executiepelotons verminderen. Een veelgebruikte methode werd aangeduid als Sardinenpackung (sardineblikje) en was door Friedrich Jeckeln voor het eerst toegepast bij de massamoord in Kamenets-Podolsky. Slachtoffers werden gedwongen om op hun buik te gaan liggen op de bodem van het massagraf en werden vervolgens met een nekschot gedood. De volgende groep slachtoffers moest in tegengestelde richting bovenop deze laag lijken gaan liggen en werd daarna geëxecuteerd. Deze procedure werd vervolgd, totdat de kuil helemaal gevuld was, zoals een blikje sardines. Om slachtoffers gemakkelijker te kunnen laten liggen, werd er tussen de lagen lijken vaak een laagje zand aangebracht. Er is sprake geweest dat jonge Oekraïense meisjes werden ingezet om met hun blote voeten deze laag zand aan te stampen. “Veel Joden waren alleen gewond”, zo herinnert zo’n “aanstampster” zich. “Het was lastig eroverheen lopen.”

De commandanten van de Einsatzgruppen hielden het aantal executies bij in rapporten (de zogenaamde Ereignismeldungen) die naar het hoofdkwartier van het RSHA in Berlijn werden verzonden. Ter rechtvaardiging van de moorden werd vaak aangevoerd dat er sprake was geweest van represailleacties voor bijvoorbeeld verzetsdaden en brandstichting. In plaats van moordacties werd er verhullend gesproken van Sonderaktionen, Aussiedlung, etc. Op 1 augustus 1941 had Gestapo-chef Heinrich Müller het bevel gegeven dat deze verslagen ook doorgestuurd moesten worden aan Adolf Hitler.

Ondanks dat massa-executies meestal buiten bewoond gebied plaatsvonden, kwam het meer dan eens voor dat lokale bewoners en soldaten van de Wehrmacht toekeken. Een majoor van de Wehrmacht was eind juli 1941 in de nabijheid van Zjytomyr/Zhitomir in Oekraïne getuige van een massa-executie. Hij rapporteerde dat rond de kuil waarin de executies plaatsvonden veel soldaten stonden, “sommigen in badkleding”, die toekeken bij het bloedbad. “Er was ook een even groot aantal burgers, waaronder vrouwen en kinderen.” Andere moordlocaties werden beter afgeschermd, bijvoorbeeld het ravijn Babi Jar dat voor toeschouwers werd afgegrendeld door de Wehrmacht. In principe moesten de executies namelijk geheim blijven, vooral voor het thuisfront. Dat is niet gelukt, want via brieven en verhalen van frontsoldaten op verlof kwamen veel Duitsers te weten van de massamoorden die aan het Oostfront plaatsvonden.

Himmler verbood Duitse soldaten om foto’s van de massamoorden te maken en de SS trad op tegen Duitsers die dit verbod overtraden. Zo werd SS-Sturmführer Max Täubner, de commandant van een werkplaats van de Waffen-SS in Oekraïne, in 1943 door het SS- en politiegerechtshof in München onder meer aangeklaagd voor het tonen van dergelijke foto’s aan zijn vrouw en vrienden. “Zulke foto’s kunnen een ernstig risico betekenen voor de veiligheid van het Rijk wanneer ze in verkeerde handen vallen”, zo oordeelde de rechtbank. “Ze zouden gemakkelijk kunnen uitlekken […] en gebruikt worden voor vijandelijke propaganda.” De beklaagde werd schuldig bevonden aan deze en de meeste andere aanklachten en bestraft met 10 jaar gevangenisstraf, al kreeg hij later tijdens de oorlog gratie.

Sprake van verzet door de slachtoffers tijdens de uitvoering van executies was er zelden. De onbewapende mannen, maar vooral de kinderen, vrouwen, ouderen en zieken, konden niets beginnen tegen hun bewapende moordenaars. Om zich meer leed te besparen en spoedig een einde te maken aan de kwelling en angst was het beter om de instructies van de daders op te volgen. Meer dan eens is het echter gebeurd dat de slachtoffers niet of niet-dodelijk geraakt werden en konden ontsnappen uit een massagraf, vaak nadat ze zich eerst urenlang dood hadden gehouden tussen hun dode familieleden, vrienden en buurtgenoten. Eenmaal ontsnapt moesten de overlevenden nog zien te overleven in een vijandige omgeving met het voortdurende risico dat ze door de lokale bevolking alsnog verraden zouden worden.

Definitielijst

Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
invasie
Gewapende inval.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Joden worden te voet afgevoerd naar de executielocatie bij Kamenets-Podolski. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Joodse vrouwen en kinderen uit het getto van Mizocz in Oekräine worden gedwongen zich uit te kleden voorafgaand aan hun executie, 14 oktober 1942. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Eenmaal uitgekleed worden ze in groepen afgevoerd naar de executieplaats. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Nadat ze zijn gaan liggen worden ze geëxecuteerd. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Manschappen van de Waffen-SS en de Reichsarbeitsdienst kijken toe bij een executie in Oekraïne. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.

Lokale helpers

Het was de bedoeling dat een groot aandeel in de massamoord op de Joden in de Sovjet-Unie geleverd werd door de lokale niet-Joodse bevolking in de vorm van “spontane” pogroms. “De indruk moest gewekt worden”, zo verklaarde Franz Walter Stahlecker in een rapport van oktober 1941, “dat de lokale bevolking zelf de eerste stappen op eigen initiatief had genomen als natuurlijke reactie op de decennia van onderdrukking door de Joden en de meer recente terreur uitgevoerd door de communisten.” Het zou echter blijken dat zulke “zelfreinigende acties”, zoals ze door Stahlecker aangeduid werden, niet veel voorkwamen en slechts bij uitzondering spontaan tot stand kwamen. Haast altijd waren pogroms georganiseerd door de Einsatzgruppen en was de lokale bevolking opgestookt. De meeste gewelddaden tegen Joden door burgers duurden kort. Ze begonnen na aankomst van de Einsatzgruppen en stopten meestal zodra de Wehrmacht het gezag overnam. Het Duitse militaire bestuur was niet gebaat bij langdurige plaatselijke onrusten. Ook binnen de Einsatzgruppen bestond er weerstand tegen de chaotische en bloedige gewelduitbarstingen van de lokale bevolking en werd er voorkeur gegeven aan strak georganiseerde executies. Geschat wordt dat gedurende de eerste dagen van de Duitse inval desondanks 20.000 Joden gedood werden tijdens pogroms.

In de Baltische staten rekenden de nazi’s erop dat pogroms gemakkelijk van de grond zouden komen. Het antisemitisme was in deze landen aangewakkerd tijdens de Sovjetbezetting die voorafgaand aan de Duitse inval ongeveer een jaar had geduurd. Gedurende dat jaar waren leden van de plaatselijke elite en nationalisten het slachtoffer geworden van Sovjetterreur door arrestatie, deportatie en executie. De Joodse minderheden waren door het Sovjetbestuur aangemoedigd om deel te nemen aan de opbouw van de nieuwe Sovjetstaten. De atheïstische Sovjetregering maakte in tegenstelling tot vroegere overheden geen onderscheid tussen Joden en christenen, waardoor Joden zich aangetrokken voelden tot het communisme en goed vertegenwoordigd waren binnen het communistische bestuur. Daarvoor moest na de Duitse inval de complete Joodse bevolking boeten.

In Litouwen waren pogroms vooral het werk van een partizanengroep onder leiding van de Litouwse collaborateur Algirdas Klimaitis. Deze partizanen hadden eerder nog de wapens opgenomen tegen het Rode Leger en werden daarna door Einsatzgruppe A aangezet tot geweld tegen de Joden, waarbij het vooral in Kaunas/Kovno kwam tot een grote geweldsuitbarsting. In de nacht van 25 op 26 juni “werden meer dan 1.500 Joden vermoord door de Litouwse partizanen,” zo rapporteerde Stahlecker, “vele synagogen werden in brand gestoken of op andere wijze vernield en een Joodse wijk van ongeveer 60 huizen werd afgebrand. Tijdens daaropvolgende nachten werden 2.300 Joden op dezelfde wijze onschadelijk gemaakt.” Elders in Litouwen vonden 1.200 Joden de dood bij soortgelijke acties door Klimaitis’ manschappen.

Stahlecker ondervond dat het in Letland moeilijker was om aan te zetten tot pogroms dan in Litouwen. De reden was volgens hem dat de complete nationale leiderslaag vermoord of gedeporteerd was door de Sovjets en dat deze dus niet ingeschakeld kon worden om de bevolking aan te sporen tot actie. Desondanks lukte het Einsatzgruppe A om de Letse hulppolitie in Riga aan te zetten tot een pogrom, waarbij alle synagogen in de stad vernield werden en ongeveer 400 Joden gedood werden. Onder aanvoering van de Letse nationalist Viktor Arajs werden begin juli 1941 Joden levend verbrand in een synagoge in Riga. In Estland kwamen pogroms niet van de grond; de nationalistische Estse militie, de Omakaitse, vermoordde op eigen initiatief wel enkele communisten. De Etste militie werd door Sonderkommando 1a wel ingezet bij het uitvoeren van executies.

Terwijl ook in Wit-Rusland geen pogroms plaatsvonden, waren in de grensregio van Polen en Oekraïne, vooral in Galicië, meerdere pogroms. In juli 1941 werden in het ongeveer 70 kilometer ten noordwesten van Bialystok gelegen stadje Jedwabne ten minste 340 Joden afgeslacht door mede-inwoners van Poolse afkomst. In Lviv/Lvov, de stad in Galicië die door de Duitsers Lemberg wordt genoemd en tegenwoordig behoort tot Oekraïne, zette Einsatzgruppe C lokale Oekraïense collaborateurs begin juli aan tot een pogrom tegen Joden die meerdere dagen duurde. De Oekraïners werden hiertoe aangezet door de vondst van 2.500 dode gevangenen in de gevangenis van de NKVD, de geheime dienst van de Sovjet-Unie. De slachtoffers waren nationalisten van onder andere Oekraïense afkomst die door de veiligheidsdienst voorafgaand aan de Duitse inval geëxecuteerd waren. De Joden uit de stad moesten hiervoor boeten, omdat zij werden beschuldigd van collaboratie met het Sovjetbestuur. In de maand juli vielen duizenden Joden en ook Polen in Lviv ten prooi aan het geweld.

Ook in de nabijgelegen stad Boryslaw/Boryslav vond in diezelfde periode een pogrom plaats, nadat hier de lijken van door de NKVD vermoorde jongemannen waren aangetroffen. De bevelvoerende generaal van de Wehrmacht liet de lokale bevolking 24 uur hun gang gaan bij het nemen van wraak op de Joden die in verband werden gebracht met de moorden door de Sovjet-veiligheidsdienst. Met alles wat voorhanden was, zoals bijlen en hamers, werden de Joden doodgeslagen. In Kremenets vond een soortgelijke wraakactie plaats. Daar waren door de Sovjets 100 tot 150 Oekraïners vermoord. Het gerucht ging dat sommigen van hen in ketels kokend water waren gegooid. De Oekraïense bevolking nam begin juli 1941 wraak door 130 Joden op te pakken en dood te knuppelen. Ook in Tarnopol en Czortków/Chrotkiv vonden pogroms plaats. Einsatzgruppe C was echter niet tevreden over de bereidheid van de lokale bevolking om geweld te gebruiken tegen Joden en rapporteerde het volgende: “De behoedzame pogingen die destijds werden ondernomen om de mensen aan te zetten tot pogroms tegen Joden, waren niet zo succesvol als we hadden gehoopt. […] Een uitgesproken antisemitisme op raciale of spirituele gronden is de bevolking echter vreemd.”

Zowel in de Baltische landen als in Oekraïne en Wit-Rusland werden lokale milities ingezet als hulppolitie. Die leverde een belangrijke rol bij de uitvoering van arrestaties en executies. Ook Volksduitsers, etnische Duitsers die leefden in de Sovjet-Unie, werden geworven voor deze hulppolitie. Het exacte aantal lokale helpers van de Einsatzgruppen is onbekend, maar het loopt in de duizenden of tienduizenden. In verschillende gevallen, vooral in Wit-Rusland en Oekraïne, was het aantal plaatselijke hulpkrachten bij de uitvoering van de massamoord groter dan het aantal Duitse medewerkers van de Einsatzgruppen. Het voordeel van deze lokale collaborateurs was dat ze bekend waren met de taal van de slachtoffers, dat ze de omgeving goed kenden, dat ze wisten waar de Joden woonden en dat ze hun landgenoten gemakkelijker konden overhalen om hun buren te verraden. Bovendien werden ze vaak ingezet voor de vuile klusjes, zoals het deelnemen aan executiepelotons. De lokale collaborateurs werden niet enkel gedreven door antisemitisme, maar hoopten door hun medewerking met de Duitsers de onafhankelijkheid van hun land te bewerkstelligen, iets wat een illusie zou blijken.

De meerderheid van de autochtone bevolking hield zich echter passief ten opzichte van de operaties van de Einsatzgruppen. Ze waren bevreesd dat zij zelf de volgende zouden zijn om vermoord te worden of durfden de Duitsers niet te steunen, omdat ze vreesden dat de Sovjets zouden terugkeren en dat ze dan moesten boeten voor hun collaboratie met de vijand. Hoewel het lot van de Joodse medemens velen onverschillig liet, waren er ook in de bezette Sovjet-Unie burgers die Joden hielpen de oorlog overleven. Zo waren per januari 2012 bijvoorbeeld 2.402 niet-Joodse Oekraïners onderscheiden door het Israëlische Holocaustinstituut Yad Vashem tot “Rechtvaardigen onder de Volkeren”, een onderscheiding voor niet-Joden voor het redden van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Definitielijst

antisemitisme
Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
collaboratie
Medewerking vanuit de bevolking aan de bezetters, meer in het algemeen samenwerking verleend aan de vijand door zogeheten collaborateurs.
communisme
Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NKVD
Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
synagoge
Joods gebedshuis.
Yad Vashem
Yad Vashem is Israëls nationale Holocaustmonument, waar naast Joodse slachtoffers en verzetshelden ook niet-Joodse helpers van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog geëerd worden. Deze niet-Joodse helpers worden Rechtvaardigen onder de Volkeren genoemd. Tot halverwege de jaren ’90 werden bomen geplant voor deze redders. In 1996 werd een speciale herdenkingstuin opgericht waar alle namen van de helpers te vinden zijn. Jaarlijks komen er nieuwe namen bij.

Afbeeldingen

Joden worden afgeslacht door lokale collaborateurs in Kaunas/Kovno in Litouwen, juni 1941.
Foto genomen tijdens een pogrom in Lviv, 1941. Bron: U.S. National Archives.
Oekraïnse mannen mishandelen een Joodse inwoner van Lviv tijdens een pogrom, 1941. Bron: U.S. National Archives.
Litouwse militieleden dwingen Joodse vrouwen zich uit te kleden voorafgaand aan hun executie, zomer 1941. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.

Andere daders

De Einsatzgruppen waren niet als enige verantwoordelijk voor de genocide op de Joden in de Sovjet-Unie. Een groot aandeel in de massamoord werd geleverd door SS- en politietroepen in dienst van de Höhere SS und Polizeiführer die binnen hun districten verantwoordelijk waren voor de bezette gebieden in het Oosten. Dat waren:

  • Hans-Adolf Prützmann voor “Ostland und Russland-Nord” (Baltische staten en Noord-Rusland);
  • Erich von dem Bach-Zelewski voor “Russland Mitte und Weissruthenien” (Midden-Rusland en Wit-Rusland);
  • en Friedrich Jeckeln voor “Russland-Süd” (Zuid-Rusland).

Prützmann en Jeckeln wisselden eind 1941 van positie, omdat Heinrich Himmler ontevreden was over het trage tempo waarin Prützmann de uitroeiing van de Joden in Letland organiseerde. In tegenstelling tot Prützmann was Jeckeln een bedreven massamoordenaar, zoals was gebleken in Kamenets-Podolski in Oekraïne waar onder zijn aanvoering in augustus 1941 in twee dagen tijd 23.600 Joden vermoord werden. Volgens hetzelfde systeem werden na zijn overplaatsing onder zijn aanvoering de Joden uit het getto in Riga op 30 november en 7 december 1941 tijdens de Jeckeln Aktion vermoord in het bos van Rumbula.

Onder de supervisie van Erich von dem Bach-Zelewski viel de SS-Kavallerie-Brigade die verantwoordelijk was voor de massamoord op de Joden in het moerasgebied bij Prypjat in Oekraïne. Onder zijn controle viel ook het Polizei-Regiment Mitte van de Ordnungspolizei, dat onder andere betrokken was bij de moord op 2.278 Joden in Minsk op 31 augustus en 1 september 1941 en de executie van 3.726 Joden in Mahiljow/Mogilev op 19 oktober 1941. Ook elders in bezet gebied in het Oosten waren eenheden van de Ordnungspolizei actief betrokken bij de massamoord op de Joden. Compagnieën van Polizei-Bataillon 9, later afgelost door het eveneens uit Berlijn afkomstige Polizei-Bataillon 3, opereerden als onderdeel van de Einsatzgruppen.

Andere politie-eenheden opereerden echter zelfstandig. Polizei-Bataillon 309 was bijvoorbeeld schuldig aan een massaslachting in Bialystok, Wit-Rusland. Meteen na de verovering van de stad op 27 juni 1941 werden door de Duitse politiemensen in de Joodse wijk Joodse mannen opgepakt. Ongeveer 300 Joden werden in de open lucht in de stad geëxecuteerd, terwijl 700 tot 800 anderen samengedreven werden in een synagoge die vervolgens in de brand gezet werd. De slachtoffers die uit het brandende gebouw wilden vluchten, werden neergeschoten. Toen het vuur oversloeg naar omliggende gebouwen kwamen nog meer Joden om. Omstreeks 12 juli werden door Polizei-Bataillon 309 en Polizei-Bataillon 322, onder toeziend oog van Von dem Bach-Zelewski, nog eens ten minste 3.000 Joden uit Bialystok geëxecuteerd in antitankgreppels buiten de stad.

De leden van de politie-eenheden waren in Duitsland gewone politiemensen geweest. De Amerikaanse historicus Christopher Browning deed onderzoek naar het Reserve-Polizei-Bataillon 101, dat actief was in de omgeving van Lublin in Polen, en gaf zijn boek de veelzeggende titel “Ordinary Men” (1992).

Een eenheid van de SS die ook betrokken was bij de massamoord op de Joden in de Sovjet-Unie was SS-Sonderkommando Dirlewanger. Deze om haar wreedheid berucht geworden militaire eenheid, geleid door de sadistische Oskar Dirlewanger, bestond voor een groot deel uit veroordeelde misdadigers en werd in februari 1942 naar Wit-Rusland gestuurd om strijd te voeren tegen partizanen. In de praktijk kwam het neer op massaslachtingen, waarbij in totaal minstens 30.000 burgers omkwamen, waaronder ook Joden die nog waren ontsnapt aan executie door Einsatzgruppe B.

Dan was er ook nog het Roemeense leger van dictator Ion Antonescu dat in Bessarabië, Boekovina en Transnistrië verantwoordelijk was voor het vermoorden van tussen 280.000 en 380.000 Joden, meestal op eigen houtje, maar soms ook geholpen door Duitse eenheden. Onder de slachtoffers bevonden zich veel Joden die eerder vanuit Roemenië gedeporteerd waren. Otto Ohlendorf, de commandant van Einsatzgruppe D die in dezelfde omstreken opereerde, beklaagde zich over de chaotische wijze waarop de executies door het Roemeense leger plaatsvonden. Er was volgens hem behalve inefficiëntie sprake van corruptie en willekeurig sadistisch geweld.

Definitielijst

Bataillon
Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond meestal uit een aantal Kompanien. In theorie bestond een Bataillon uit 500 - 1.000 man.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
synagoge
Joods gebedshuis.

Afbeeldingen

Erich von dem Bach-Zelewski inspecteert troepen van de Ordnungspolizei in Minsk, 1943. Bron: Bundesarchiv.
Duitse militairen poseren voor de afgebrande synagoge in Bialystok, 1941. Bron: The Jewish Magazine.
Oskar Dirlewanger, zijn eenheid vermoordde minstens 30.000 burgers in Wit-Rusland, waaronder veel Joden.

Samenwerking met de Wehrmacht

De samenwerking tussen de Wehrmacht en de Einsatzgruppen verliep in de Sovjet-Unie zonder grote problemen. Meerdere commandanten van de Einsatzgruppen prezen de onderlinge samenwerking. “Ik mag zeggen dat vanaf het begin de samenwerking met de Wehrmacht over het algemeen goed was”, zo constateerde Franz Walter Stahlecker “en in sommige gevallen, bijvoorbeeld met het 4. Panzerarmee onder het bevel van generaal [Erich] Höppner, zeer nauw, je zou zelfs kunnen zeggen warm.” Binnen de Wehrmacht prees Franz Halder, de chef van het Oberkommando des Heeres, de Einsatzgruppen omdat ze de communicatie- en aanvoerlijnen in het gebied aan het front bewaakten, wat militair personeel voor deze taak bespaarde.

Terwijl er in Polen vanuit de legertop nog klachten waren geweest over het gewelddadige optreden van de SS was er aan het Oostfront geen sprake van een serieus protest. Integendeel, veel hoge militairen hadden begrip voor de acties tegen de Joden. Generalfeldmarschall Walter von Reichenau, de commandant van het 6. Armee, gaf zijn troepen op 10 oktober 1941 een bevel waarin hij verklaarde dat de “veldtocht tegen het Joods-bolsjewisme” geen gewone oorlog was. “In het Oosten is de soldaat niet alleen een strijder volgens de regels der strijdkunst,” zo verkondigde hij, “maar ook […] de wreker van alle bestialiteiten die Duitse en aanverwante volkeren worden aangedaan. Daarom dient de soldaat volledig begrip te hebben voor de noodzaak van de harde maar gerechtvaardigde boetedoening van de Joodse Untermenschen.” Het doel van deze harde maatregelen tegen de Joden was volgens hem “de opstanden in de rug van de Wehrmacht, die zoals de ervaring leert altijd door Joden worden aangesticht, in de kiem te smoren.”

Doordat de nazitop en de legerleiding er voortdurend op wezen dat de oorlog in het Oosten net zo goed een strijd was tegen het communisme als tegen het Jodendom en door Joden gelijk te scharen aan partizanen, ontstond er bij de soldaten van de Wehrmacht begrip voor de massamoord. Soldaten schreven goedkeurend over de massamoorden in brieven aan het thuisfront. “De grote taak die op ons rust in de strijd tegen het bolsjewisme is de vernietiging van het eeuwige Jodendom”, zo schreef een frontsoldaat in een brief aan huis. “Als je ziet wat de Joden hier in Rusland hebben aangericht, kun je pas echt begrijpen waarom de Führer de strijd met het Jodendom heeft aangebonden. Wat voor leed zou er over ons vaderland gekomen zijn als deze beesten van mensen de overhand hadden gekregen?” Soms was er echter sprake van afkeuring. Dat was bijvoorbeeld het geval nadat stafofficieren van Heeresgruppe Mitte een rapport onder ogen kregen van de slachting van 6.500 Joodse mannen, vrouwen en kinderen in Barysaw/Borisov (Wit-Rusland) op 20 en 21 oktober 1941. Eerdere berichten over de executie van volwassen mannelijke Joden hadden geen indruk gemaakt, maar het executeren van vrouwen en kinderen ging de officieren te ver. Meerdere van hen, waaronder Generalmajor Henning von Tresckow en Leutnant Fabian von Schlabrendorff ,zouden, daardoor verder aangemoedigd door hun afschuw van deze massamoord, betrokken raken bij de aanslag en staatsgreep van 20 juli 1944.

Illustrerend voor de houding van de Wehrmacht ten opzichte van de massamoord op de Joden is een voorval in Bila Tserkva/Byelaya Tserkov, een stad ten zuiden van Kiev. Troepen van Einsatzgruppe C vermoordden hier in augustus 1941 honderden Joodse mannen en vrouwen. Circa negentig kinderen, van 0 tot 9 jaar, werden in leven gelaten en zonder toezicht en eten en drinken opgesloten in een gebouw aan de rand van het dorp. Een protestantse en een katholieke aalmoezenier deden bij hun superieuren hun beklag over de erbarmelijke omstandigheden waarin ze de kinderen aantroffen. De kwestie werd onder de aandacht gebracht van Erster Generalstabsoffizier Helmuth Groscurth van de 295. Infanterie-Division. Die stelde op 21 augustus een kritisch rapport samen waarin hij concludeerde dat de kinderen meteen geëxecuteerd hadden moeten worden, zodat “deze onmenselijke marteling” zou zijn vermeden. Von Reichenau werd ook op de hoogte gebracht en die gaf aan Paul Blobel de opdracht om de kinderen alsnog te executeren. De executie werd uitgevoerd door Oekraïense collaborateurs onder aanvoering van SS-Obersturmführer August Häfner. “Het huilen van de kinderen was onbeschrijflijk”, zo herinnerde die zich. “Ik zal het tafereel mijn leven niet vergeten. […] Ik herinner me in het bijzonder een klein blond meisje, dat mijn hand vasthield. Ook zij werd later doodgeschoten. […] Veel kinderen werden vier of vijf keer getroffen voor ze stierven.” Groscurt werd voor zijn handelen disciplinair bestraft; in 1943 werd hij in Stalingrad krijgsgevangen genomen en hij stierf in Sovjet-gevangenschap.

Er was in veel gevallen ook sprake van een actieve deelname van de Wehrmacht aan de massamoord op de Joden, in samenwerking met een Einsatzgruppe, maar ook op eigen initiatief. Duitse militairen assisteerden bij de arrestaties van Joden en bewaakten executieplaatsen. Legercommandanten onderhielden nauwe contacten met de leiders van de Einsatzgruppen en beslisten soms mee over wat er met de lokale Joodse bevolking moest gebeuren. Zo werd het besluit om de Joden van Kiev in Babi Jar te vermoorden mede genomen door Generalmajor Kurt Eberhard, de commandant van Feldkommandantur 195, als vergelding voor de explosies in de gebouwen waarin de artilleriestaf en zijn hoofdkwartier gevestigd waren. Andere commandanten gingen nog verder, zoals Generalmajor Gustav von Bechtolsheim, de commandant van de 707. Infanterie-Division. Hij gaf zijn manschappen in Wit-Rusland de opdracht om zelfstandig, of in samenwerking met de SS, Joden uit te roeien. 19.000 personen, hoofdzakelijk Joden, werden in het najaar van 1941 en de winter van 1942 in Wit-Rusland vermoord door de 707. Infanterie-Division en de SS.

Van een verdere samenwerking tussen de SS en het leger was sprake bij de uitvoering van het eerdergenoemde Kommissarbefehl. De Wehrmacht registreerde 2.252 zelf uitgevoerde executies volgens deze order, maar vermoedelijk werden nog veel meer politieke commissarissen van het Rode Leger uitgeleverd aan en gedood door de Einsatzgruppen. De Wehrmacht liet speciale teams van de Einsatzgruppen ook toe tot haar krijgsgevangenkampen. Deze teams voerden hier selecties uit en arresteerden onder andere politieke officieren, actieve communisten en Joden. Dat ging gepaard met grote misverstanden. Zo werden moslims vaak aangezien voor Joden, omdat ze ook besneden waren. Door de beperkte kennis van rangen en onderscheidingstekens van het Rode Leger werden bijvoorbeeld hoornblazers aangezien voor politieke officieren. Minstens 50.000 Joodse krijgsgevangenen en evenveel niet-Joodse krijgsgevangenen werden door de Einsatzgruppen geëxecuteerd.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
communisme
Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
staatsgreep
Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.

Afbeeldingen

Generalfeldmarschall Walter von Reichenau, hij had volledig begrip voor de moordacties van de Einsatzgruppen. Bron: Bundesarchiv.
Een geïmproviseerd Duits krijgsgevangenkamp voor soldaten uit het Rode Leger. Einsatzgruppen voerden selecties uit in zulke kampen. Bron: Bundesarchiv.

Aanpassing van de moordmethode

Het uitvoeren van massa-executies bleef niet zonder gevolgen voor de daders. In naoorlogse getuigenissen beklaagden velen zich erover hoe zwaar hun opdracht was geweest. Zo iemand was Kurt Werner, die als lid van Sonderkommando 4a had deelgenomen aan de massamoord in het ravijn Babi Jar in Kiev. Hij bracht toen een hele ochtend door op de bodem van het ravijn waar de executies plaatsvonden. “Ik herinner me nog altijd de totale ellende van de Joden toen ze de hoogste rand van het ravijn bereikten en de lichamen zagen”, zo verklaarde hij. “Veel Joden schreeuwden het uit in doodsangst. Het is onmogelijk je voor te stellen wat voor stalen zenuwen er nodig waren om dit smerige werk daarbeneden uit te voeren. Het was afschuwelijk.” Om de opgave draaglijk te maken werd er gewerkt in ploegendienst en werden de leden van de Kommandos rijkelijk voorzien van alcohol. Desondanks leden veel manschappen aan psychosomatische klachten en was het ziekteverzuim groot. Sommige daders moesten zelfs vanwege een zenuwzinking met verlof teruggestuurd worden naar Duitsland. Dat gold bijvoorbeeld voor Paul Blobel, de commandant van Sonderkommando 4a. Anderen hielden het al snel voor gezien en lieten zich overplaatsen, zoals Walter Blume, de commandant van Sonderkommando 7a, die al in september 1941 terugkeerde naar een bureaufunctie op de afdeling personeelszaken van het RSHA. In tegenstelling tot wat veel leden van de Einsatzgruppen na de oorlog beweerden, was het mogelijk zich aan dienst te onttrekken.

Heinrich Himmler werd zelf op 15 augustus 1941 tijdens een werkbezoek aan Minsk geconfronteerd met de psychische belasting die zijn manschappen ervoeren bij executies. Op eigen verzoek keek hij toe bij een executie van meer dan honderd gevangenen, waaronder veel Joden. Deze werd uitgevoerd door Einsatzkommando 8 van Einsatzgruppe B in een bos ten noorden van Minsk. Andere aanwezigen bevestigden dat Himmler nerveus was en dat het hem teveel werd toen de twee vrouwelijke slachtoffers niet meteen dood waren na de eerste schoten. Hij zou opgesprongen zijn en naar de commandant van het vuurpeloton geroepen hebben: “Martel deze vrouwen niet! Schiet! Schiet op en vermoord ze!” Na afloop hield de SS-leider een toespraak voor de uitvoerders van de executie, waarin hij, volgens Erich von dem Bach-Zelewski die erbij was, verklaarde dat het hem zeker niet zou “behagen wanneer Duitse mannen van zulk werk genoten. Maar het moest hun geweten niet in het minst verstoren, omdat ze soldaten waren waarvan verwacht werd dat ze zonder vragen elk bevel zouden uitvoeren. […] Alleen hij droeg de verantwoordelijkheid voor God en de Führer voor datgene wat gebeuren moest.” Later tijdens zijn werkbezoek gaf Himmler Arthur Nebe, de commandant van Einsatzgruppe B, de opdracht te zoeken naar een moordmethode die voor de psyche van de uitvoerders minder belastend was.

Samen met dr. Albert Widmann, een chemicus van het Kriminaltechnisches Institut der Sicherheitspolizei (technische recherche instituut, KTI), voerde Nebe in september 1941 experimenten uit met verschillende moordmethoden. Als proefpersonen werden psychiatrische patiënten gebruikt. Een eerste proef met explosieven in een bos in de omgeving van Minsk bleek geen succes, onder andere omdat het opruimen van de stoffelijke resten van de slachtoffers teveel tijd in beslag nam. Een tweede experiment in een instelling voor psychiatrisch patiënten in Mahiljow/Mogilev was in de ogen van Nebe en Widmann wel geslaagd. De slachtoffers werden opgesloten in een kleine ruimte en daarna vergast door middel van het uitlaatgas van twee vrachtwagens dat via een slang naar binnen stroomde. Het gebruik van uitlaatgassen was psychisch minder belastend voor de daders en praktisch, omdat er overal vrachtauto’s en geschikte gasruimtes beschikbaar waren. Het directe gevolg van de experimenten was dat psychiatrisch patiënten in Mahiljow/Mogilev en Minsk vergast werden volgens deze uitgeteste methode.

Ook op andere plaatsen vonden er omstreeks diezelfde periode voorbereidingen plaats voor genocide door middel van vergassing. In september 1941 vonden in Auschwitz de eerste experimenten met vergassingen met Zyklon-B plaats en in november begon men in het Lublin-district met het bouwen van het vernietigingskamp Belzec. De vergassingsmethode in de vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka was identiek aan de door Nebe en Widmann ontwikkelde werkwijze. De slachtoffers in deze kampen werden in gaskamers vergast met de uitlaatgassen die afkomstig waren van krachtige motoren. De gaskamers in Belzec waren eind februari 1942 gereed en vervolgens vonden de eerste vergassingsexperimenten met gedeporteerde Joden plaats. De gaskamers van Sobibor en Treblinka waren respectievelijk operationeel vanaf mei en juli 1942. Na de Wannseeconferentie op 20 januari 1942 werd het vernietigingsprogramma op grote schaal doorgevoerd: honderdduizenden Europese Joden werden per trein afgevoerd naar de vernietigingskampen in Polen en daar vergast. Behalve dat deze moordmethode de psyche van de daders minder belastte, werden ook kogels bespaard en waren er minder daders nodig om veel Joden tegelijkertijd te kunnen ombrengen.

Ook in zogenoemde “gaswagens” werden de slachtoffers vergast door middel van uitlaatgassen. In het najaar van 1941 kreeg SS-Obersturmbannführer Walter Rauff, de chef van afdeling II D (Technische Angelegenheiten) van het RSHA, van Reinhard Heydrich de opdracht om een vrachtwagen met gesloten laadruimte om te bouwen tot mobiele gaskamer. Al in 1940 was een mobiele gaskamer door de nazi’s gebruikt voor het doden van psychiatrisch patiënten in Polen. Het gas was toen afkomstig uit cilinders, maar bij het nieuwe type gaswagen van Rauff werd de uitlaat van de vrachtwagen aangesloten op de afgesloten laadruimte, zodat de inzittenden stikten in het uitlaatgas van de draaiende motor. In de herfst van 1941 werden dergelijke gaswagens, ook wel Spezialwagen genoemd, voor het eerst gebruikt voor het vermoorden van Joden in het Oosten. Nog voor het einde van het jaar maakten alle vier Einsatzgruppen in de Sovjet-Unie gebruik van de gaswagens.

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.
Zyklon-B
Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

Afbeeldingen

SS-leider Heinrich Himmler bezoekt een krijgsgevangenenkamp in Minsk. Mogelijk was dit in dezelfde tijd als dat hij de executie door Einsatzgruppe B bijwoonde. Bron: U.S. National Archives.
Walter Rauff, de ontwerper van de gaswagen, een mobiele gaskamer in het laadruim van een vrachtwagen.

Na 1941

Tot de jaarwisseling van 1941-1942 waren naar (conservatieve) schatting 0,5 miljoen Sovjet-Joden vermoord door de Einsatzgruppen en hun mededaders. Binnen het door de Duitsers bezette deel van de Sovjet-Unie waren echter nog steeds 1,5 miljoen Joden in leven. Een groot deel daarvan werd ondergebracht in getto’s, die zich onder meer bevonden in Vilnius en Kaunas in Litouwen, Riga in Letland en Minsk in Wit-Rusland. De levensomstandigheden in deze getto’s waren als gevolg van overbevolking zeer slecht. In Vilnius leefden in september 1941 bijvoorbeeld 29.000 Joden op een gebied waar voorheen 4.000 mensen woonden. Naast de Sovjet-Joden kwamen ook de Joden uit het Duitse Rijk die sinds het najaar van 1941 werden afgevoerd naar de getto’s in het Oosten. Voordat zij arriveerden in de getto’s was hier meestal eerst voor hen plaats gemaakt door grote aantallen Sovjet-Joden te executeren.

Ook Joden uit het Duitse Rijk werden in het najaar van 1941 in Riga en Kaunas geëxecuteerd, hoewel hiertoe nog geen bevel gegeven was. Friedrich Jeckeln werd door Heinrich Himmler zelfs berispt omdat hij in Riga verantwoordelijk was geweest voor het vermoorden van een op 30 november vanuit Berlijn gearriveerd treintransport Joden. Het besluit dat alle Joden, dus ook die uit West-Europa, vermoord moesten worden zou pas rond de jaarwisseling van 1941-1942 genomen worden. Toch was het ook na 1941 niet zo dat alle Joden in de getto’s in het Oosten meteen geëxecuteerd werden, hoewel dat eigenlijk wel de wens was van de SS. Voor de Wehrmacht en het Duitse burgerbestuur vervulden de Joden echter een onmisbare rol als dwangarbeiders, zodat op veel plaatsen arbeidsgeschikte Joden en hun gezinnen voorlopig gespaard werden. In Oekraïne werden Joden bijvoorbeeld ingezet bij de aanleg van de Durchgangstrasse IV, een verharde weg van 2.000 kilometer door Oekraïne naar de Kaukasus, die de toevoer van manschappen en materieel voor het Duitse leger moest vergemakkelijken. Tienduizenden dwangarbeiders stierven tijdens de aanleg van de weg en naar schatting 25.000 Joodse wegwerkers werden ter plekke geëxecuteerd, meestal omdat ze door uitputting niet langer van waarde waren.

Ondanks dat in het najaar van 1941 nieuwe moordmethoden werden ontwikkeld, bleven de Einsatzgruppen tot het einde van de oorlog actief. Aan de eerste moordgolf was tegen het eind van 1941 een einde gekomen, behalve in de pas veroverde gebieden op de Krim en richting de Kaukasus waar het moorden zonder onderbreking doorging tot de zomer van 1942. In het voorjaar van 1942 werden door Einsatzgruppe C en Einsatzgruppe D verschillende grote steden in het oosten van Oekraïne gezuiverd van Joden, waaronder Horlivka/Gorlovka, Makijivka/Makeyevka, Artemivsk en Stalino (tegenwoordig Donetsk). In de Baltische landen begon de tweede moordgolf al eind 1941 en het moorden spreidde zich vervolgens uit over oostelijker gelegen gebieden. Een verschil met de eerste moordgolf was dat de Einsatzgruppen niet langer in het frontgebied opereerden, maar dat ze zich bezighielden met het executeren van de overgebleven Joden in de bezette gebieden die nu onder een Duits burgerbestuur stonden. Bovendien opereerden ze niet langer onafhankelijk, maar waren ze ondergeschikt aan de Höhere SS- und Polizeiführer; de commandanten van de Einsatzgruppen werden nu ieder benoemd tot Befehlshaber der Sicherheitspolizei. Behalve de Einsatzgruppen werden ook veel extra manschappen van de Ordnungspolizei naar het Oosten gestuurd voor het uitvoeren van executies.

De opmars van Einsatzgruppe C en Einsatzgruppe D stopte na 1942, toen het Duitse leger steeds meer in de verdediging gedrukt werd. Slechts een beperkt deel van Sovjet-Rusland zou bezet worden, zodat het grootste deel van de Joden die in Rusland woonden of daarheen gevlucht waren, niet ten prooi viel aan de Einsatzgruppen. Toen het Rode Leger vanaf 1943 steeds meer voorheen door Duitsland bezet gebied heroverde, moesten ook de Einsatzgruppen zich terugtrekken. Uiteindelijk zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 1 miljoen Sovjet-Joden worden gedood, waarvan de Einsatzgruppen een groot aandeel voor hun rekening namen. Onder de slachtoffers waren vrouwen, kinderen, zieken en bejaarden in de meerderheid. Gezonde Joodse mannen waren immers al eerder opgeroepen in het Rode Leger en geprivilegieerde en maatschappelijk belangrijke Joden, zoals wetenschappers, vergevorderde studenten en vaklieden, waren door de Sovjetautoriteiten tijdig geëvacueerd naar het Oosten.

In het Oosten werden door de nazi’s en collaborateurs niet alleen Joden, maar ook tienduizenden politieke commissarissen, partizanen, Roma en Sinti en psychiatrisch patiënten vermoord. De Einsatzgruppen documenteerden ongeveer 8.000 executies van Roma en Sinti. Deze volkeren viel hetzelfde lot ten deel als de Joden, omdat ze beschouwd werden als “asociaal”. Psychiatrische patiënten waren in Duitsland voor de oorlog al vermoord door de nazi’s, maar het euthanasieprogramma was toen officieel stopgezet na protesten van de kerken. In de Sovjet-Unie konden de Einsatzgruppen zonder tegenwerking psychiatrische ziekenhuizen uitkammen en de patiënten ombrengen, waarvoor ook gaswagens ingezet zijn.

Behalve de Joden van de Sovjet-Unie was het de bedoeling van de nazi’s dat ook de Joden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten uitgeroeid zouden worden. Voor dat doel werd in 1942 Einsatzkommando Ägypten gevormd, dat geleid werd door Walther Rauff, de ontwerper van de gaswagen. Wanneer het woestijnleger van Erwin Rommel erin geslaagd was Egypte te veroveren, zou de eenheid toegang gekregen hebben tot het door de Britten gecontroleerde mandaatgebied Palestina, waar ongeveer een half miljoen Joden leefden die vermoord moesten worden. Gezien de ontwikkelingen aan het front zou het niet zover komen, maar in datzelfde jaar was Walther Rauff met Einsatzkommando Tunis wel verantwoordelijk voor de vervolging van de Joden in Tunesië. Onder bevel van Rauff werden circa 5.000 Noord-Afrikaanse Joden opgepakt en gevangen gezet in 32 dwangarbeiderskampen waar velen stierven als gevolg van ziekte, uitputting, mishandeling door Duitse bewakers en geallieerde bombardementen.

Behalve de vier Einsatzgruppen die ingezet werden in de Sovjet-Unie hebben ook nog enkele andere Einsatzgruppen bestaan. Deze werden hoofdzakelijk ingezet in de strijd tegen partizanen in Zuidoost-Europa en Slowakije. Einsatzgruppe H werd bijvoorbeeld in 1944 ingezet bij de onderdrukking van de Slowaakse opstand. Hieronder een overzicht van deze Einsatzgruppen, hun commandant(en), het legeronderdeel waaraan ze toegewezen waren en hun operatiegebied.

Einsatzgruppe E Ludwig Teichmann, Günther Hermann, Wilhelm Fuchs 12. Armee Balkan/Kroatië
Einsatzgruppe G Josef Kreuzer Zwarte Zee-regio
Einsatzgruppe Serbien Wilhelm Fuchs, August Meyszner, Emanuel Schäfer Heeresgruppe E Servië/Belgrado
Einsatzgruppe H Josef Witiska Slowakije

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
Krim
Schiereiland in Oekraïne, aan de noordkust van de Zwarte Zee, in het noorden met het vasteland verbonden door de 4 km brede Landengte van Perekop, in het oosten grenzend aan de Zee van Azov en de Straat van Kertsj.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Overzicht van belangrijke moordlocaties van de Einsatzgruppen Bron: United States Holocaust Memorial Museum.

Aktion 1005

Overal in de Sovjet-Unie waar de Einsatzgruppen actief geweest waren, bleven massagraven achter als bewijs van de massamoord die plaatsgevonden had. Ook bij de vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka in Polen waren de lijken van de slachtoffers begraven in grote kuilen. In het voorjaar van 1942 besloot Reinhard Heydrich dat alle massagraven in het Oosten opgeruimd moesten worden. Dat was ingegeven doordat massagraven bij vernietigingskampen rottingsdampen uit de bodem veroorzaakten en het risico bestond dat het grondwater vervuild zou raken door de ontbindende lijken. Later speelde ook de vrees mee dat wanneer Duitsland niet in staat was de bezette gebieden in het Oosten te behouden, het Rode Leger zou stuiten op de enorme hoeveelheden begraven lijken. Het bestaan van deze massagraven kon ingezet worden als anti-Duitse propaganda en de opinie in neutrale landen en mogelijk zelfs in Duitsland doen omslaan in het nadeel van het naziregime. Paul Blobel, de voormalige commandant van Sonderkommando 4a, werd in juni 1942 aangewezen als leider van deze Enterdungsaktion (opgravingsoperatie), die bekend kwam te staan als Aktion 1005 of Sonderaktion 1005.

Samen met een kleine staf begon Blobel zijn operatie in Chelmno in Polen, waar sinds eind 1941 tienduizenden Joden uit de regio Lodz vergast waren in gaswagens en vervolgens begraven waren in massagraven. De lijken werden opgegraven en vervolgens in open vuren verbrand. De brandstapels werden gemaakt van opgestapelde spoorwegbielzen. De na de verbranding nog resterende botten werden verpletterd in een speciale machine en alle as werd vervolgens begraven in de leeggeruimde kuilen. Diezelfde methode werd in de zomer van 1942 toegepast in het vernietigingskamp Sobibor, al werden deze opruimingswerkzaamheden daar vooral uitgevoerd vanwege praktische redenen. Door de warmte waren de lijken onder de grond gaan rotten met als gevolg dat lichaamsdelen en stinkende gassen naar boven gekomen waren. Bovendien raakte het grondwater door de massagraven verontreinigd. Vanaf december 1942 zouden ook de massagraven in Belzec geruimd worden, vanaf maart 1943 gevolgd door die in Treblinka.

In het voorjaar van 1943 begon Blobel met het ruimen van de massagraven in de bezette gebieden van de Sovjet-Unie. Speciaal voor deze taak was Sonderkommando 1005 gevormd, bestaande uit manschappen van Sicherheitspolizei en Ordnungspolizei. Het opgraven en verbranden van de lijken werd overgelaten aan gevangenen, voornamelijk Joden. In Oekraïne opereerden twee eenheden: Sonderkommando 1005A en 1005B, die onder andere actief waren in Kiev (Babi Jar) en Dnjepropetrovsk. In Minsk leidde Blobels plaatsvervanger, Karl Harder, Sonderkommando 1005 Mitte. Ook in de Baltische landen waren aparte teams bezig met Aktion 1005. De operatie kampte vanaf het begin overigens met problemen: er was een gebrek aan benzine voor het verbranden van de lijken en door de snelle opmars van het Rode Leger konden lang niet alle massagraven tijdig geruimd worden. Blobel en zijn medewerkers zouden hun opdracht daarom maar voor een deel volbrengen. Ook tegenwoordig bevinden zich daarom in Oost-Europa nog niet geruimde massagraven.

Definitielijst

Aktion 1005
Duitse geheime operatie om de sporen van massavernietiging in het oosten uit te wissen. De lijken van de slachtoffers van de Einsatzgruppen en vernietigingskampen werden opgegraven uit massagraven en vervolgens verbrand. De operatie stond onder leiding van SS-Standartenführer Paul Blobel.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Afbeeldingen

Machine om botresten te vermalen, zoals gebruikt tijdens Aktion 1005. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.

Berechting van de daders

Nog tijdens de oorlog werden de eerste medewerkers van de Einsatzgruppen vervolgd. Een groep van Russische en Oekraïense helpers van Sonderkommando 10a werd in de Zuidoost-Russische stad Krasnodar, die in februari 1943 op de Duitsers heroverd was door het Rode Leger, aangeklaagd door een militair tribunaal van het Noord-Kaukasische Front. Het proces vond plaats van 14 juli tot 17 juli 1943. Alle aangeklaagden werden schuldig bevonden: drie van hen werden veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf en acht tot de doodstraf. Een dag na het proces werden de doodstraffen voltrokken.

Het grootste proces dat is gevoerd tegen leden van de Einsatzgruppen, vond plaats van 15 september 1947 tot 10 april 1948 in Neurenberg in Duitsland; het was het negende van de in totaal twaalf processen die volgden op het grote proces tegen de nazi-kopstukken. De zittingen werden gevoerd in dezelfde rechtszaal als waarin eerder de leden van de nazitop terecht hadden gestaan voor het Internationale Militaire Tribunaal, maar dit keer werd het tribunaal niet gezamenlijk georganiseerd door de vier belangrijkste geallieerde machten, maar alleen door de Amerikanen. De 24 aangeklaagden waren allemaal hoge officieren van de Einsatzgruppen. Ze werden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en lidmaatschap van criminele organisaties. Voor het eerst in het strafrecht werd tijdens dit tribunaal de term genocide gebruikt. Hoofdaangeklaagde was Otto Ohlendorf, de voormalige commandant van Einsatzgruppe D. Hoofdaanklager Benjamin Ferencz had slechts twee dagen nodig om het bewijs te presenteren. Hij had ervoor gekozen om enkel officiële rapporten van de Einsatzgruppen voor te leggen als bewijslast, waarin het aantal moorden immers gedocumenteerd was. Getuigenverklaringen liet hij achterwege. Daarentegen had de verdediging 136 dagen nodig voor haar verweer.

Beklaagde Otto Rasch werd vanwege medische redenen ontslagen van strafvervolging en Emil Haussmann pleegde voor het einde van het proces na zelfmoord. Op twee na werden op 10 april 1948 alle overige aangeklaagden schuldig bevonden aan alle drie de aanklachten (Matthias Graf en Felix Rühl werden enkel bestraft vanwege lidmaatschap van criminele organisaties). Veertien van hen werden ter dood veroordeeld, maar uiteindelijk zouden alleen Paul Blobel, Werner Braune, Erich Naumann en Otto Ohlendorf op 7 juni 1951 aan de galg eindigen. De Amerikaanse autoriteiten hadden op 31 januari 1951 de vonnissen herzien en waren in de overige gevallen tot een mildere uitspraak gekomen. Gedurende de daaropvolgende jaren zouden alle veroordeelden eerder vrijkomen. Deze amnestie moet in het licht gezien worden van de Koude Oorlog, toen West-Duitsland door de Amerikanen werd beschouwd als nieuwe bondgenoot in de strijd tegen het communisme en de vervroegde vrijlating van nazi-oorlogsmisdadigers de banden tussen de Bondsrepubliek en het Westen moest verbeteren. "In een verdeelde wereld waren oorlogsmisdadigers minder belangrijk dan de militaire en strategische alliantie met West-Duitsland […]", aldus de Canadese historica Hilary Earl die onderzoek deed naar het Einsatzgruppen -proces. Hieronder een overzicht van de oorspronkelijk uitgesproken straffen, de herziening van 31 januari 1951 en het uiteindelijke lot van de beschuldigden.

Naam: Oorspronkelijke straf: Herziening 31 januari 1951: Uiteindelijk lot:
Ernst Biberstein Doodstraf Levenslang Vrijlating februari 1958
Paul Blobel Doodstraf Doodstraf Opgehangen 7 juni 1951
Walter Blume Doodstraf 25 jaar Vrijlating maart 1955
Werner Braune Doodstraf Doodstraf Opgehangen 7 juni 1951
Lothar Fendler 10 jaar 8 jaar Vrijlating maart 1951
Walter Haensch Doodstraf 15 jaar Vrijlating augustus 1951
Heinz Jost Levenslang 10 jaar Vrijlating januari 1952
Waldemar Klingelhöfer Doodstraf Levenslang Vrijlating december 1956
Erich Naumann Doodstraf Doodstraf Opgehangen 7 juni 1951
Gustav Nosske Levenslang 10 jaar Vrijlating december 1951
Otto Ohlendorf Doodstraf Doodstraf Opgehangen 7 juni 1951
Adolf Ott Doodstraf Levenslang Vrijlating mei 1958
Waldemar von Radetzky 20 jaar Vrijlating Vrijlating januari 1951
Felix Rühl 10 jaar Vrijlating Vrijlating januari 1951
Martin Sandberger Doodstraf Levenslang Vrijlating februari 1958
Heinz Schubert Doodstraf 10 jaar Vrijlating december 1951
Erwin Schulz 20 jaar 15 jaar Vrijlating januari 1954
Willy Seibert Doodstraf 15 jaar Vrijlating mei 1954
Alfred Six 20 jaar 10 jaar Vrijlating oktober 1952
Eugene Steimle Doodstraf 20 jaar Vrijlating juni 1954

Twee andere processen tegen leden van Einsatzgruppen vonden plaats in naoorlogs West-Duitsland. De eerste was in 1958 in Ulm. Aangeklaagd werden tien leden van Einsatzkommando Tilsit, een tijdelijk onderdeel van Einsatzgruppe A dat in het grensgebied van Duitsland en Litouwen tot oktober 1941 circa 6.000 mensen ombracht. De commandant van de eenheid, Hans-Joachim Böhme, was één van de aangeklaagden tijdens het proces dat duurde van 28 april tot 29 augustus 1958. Hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. De andere aangeklaagden werden bestraft met een gevangenisstraf van 3 tot 15 jaar. Het tweede proces vond plaats in München in 1961. Er waren drie beschuldigden, waaronder Otto Bradfisch, de voormalige leider van Einsatzkommando 8. Hij werd beschuldigd van medewerking aan de moord op 15.000 mensen en werd op 21 juli 1961 veroordeeld tot 10 jaar tuchthuis. De twee andere beklaagden werden bestraft met respectievelijk 7 en 3½ tuchthuis.

Sommige andere voormalige medewerkers van Einsatzgruppen werden veroordeeld in individuele processen. De aanklacht betrof niet altijd de misdaden die de beschuldigden pleegden in de tijd dat ze actief waren in een Einsatzgruppe. Eberhard Schöngarth, de gewezen commandant van Einsatzgruppe z.b.V. , werd bijvoorbeeld op 11 februari 1946 in Burgsteinfurt door een Brits tribunaal ter dood veroordeeld, omdat hij in november 1944 in Enschede als bevelhebber van de Sicherheitspolizei en SD in Nederland het bevel gegeven had tot de executie van een neergeschoten Amerikaanse piloot. Op 16 mei 1946 werd hij in Hamelen terechtgesteld. Een groot aantal manschappen van de Einsatzgruppen en hun lokale collaborateurs bleef vervolging echter bespaard. Veel voormalige leden van de Einsatzgruppen konden in het naoorlogse West-Duitsland een succesvolle carrière opbouwen, zelfs binnen de overheid. In de top van het Bundeskriminalamt, de centrale recherche van de Bondsrepubliek, waren in 1954 zes posities bezet door mannen die tijdens de oorlog in Polen of de Sovjet-Unie dienst hadden gedaan in een Einsatzgruppe.

Definitielijst

communisme
Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.

Afbeeldingen

Een deel van de verdachten in de beklaagdenbank tijdens het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Benjamin Ferencz, de chef-aanklager tijdens het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Overzicht van de rechtszaal in Neurenberg tijdens het Einsatzgruppen-proces. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Hoofdverdachte Otto Ohlendorf legt een verklaring af tijdens het tribunaal in Neurenberg, 9 oktober 1947. Bron: United States Holocaust Memorial Museum.
Filmopname van de openingsrede van Benjamin Berell Ferencz tijdens het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg. Bron: Robert H. Jackson Center.

Herinnering

In vergelijking met de uitroeiing van de Joden in de gaskamers heeft de massamoord op de Joden in de Sovjet-Unie door de Einsatzgruppen en mededaders nooit veel aandacht gekregen van het grote publiek. Het is vernietigingskamp Auschwitz dat symbool is geworden van de Holocaust en de namen van moordlocaties zoals Rumbula, Kamenets-Podolski, Babi Jar en Bikernieki zijn bij het grote publiek onbekend. Een verklaring daarvoor is ten eerste dat de slachtoffers van de Einsatzgruppen hoofdzakelijk Sovjet-Joden waren en niet, zoals in Auschwitz, West-Europese Joden. De slachtoffers zijn voor het westerse publiek anoniem, hun verleden en cultuur onbekend. Ten tweede vonden de massa-executies plaats ver buiten de westerse invloedssfeer, na de oorlog verhuld achter het IJzeren Gordijn. Tijdens de Koude Oorlog werd westerse historici de toegang tot Sovjetarchieven ontzegd en pas na de val van de Sovjet-Unie in 1991 waren zij in staat lokaal onderzoek uit te voeren. Eerder onderzoek door Sovjetautoriteiten was vertroebeld door politieke opportuniteit. Bij massagraven werden pompeuze monumenten neergezet die memoreerden aan de Sovjetburgers die het slachtoffer werden van “het fascisme”, maar Joden bleven ongenoemd.

Nadat het IJzeren Gordijn was gevallen en voormalige Sovjetstaten veranderden in prille democratieën, werd op steeds meer plaatsen het lot van de Joden voor het voetlicht gebracht. In 1991 werd er bij Babi Jar met toestemming van de Oekraïense autoriteiten een monument geplaatst ter herinnering aan de Joodse slachtoffers van de massamoord die hier vijftig jaar eerder plaatsvond. Het eerdere monument dat hier sinds 1976 stond, herdacht enkel Sovjetburgers in het algemeen en krijgsgevangenen die het slachtoffer waren geworden van de nazibezetting. In de Baltische staten duurde het nog tot de eenentwintigste eeuw voordat het lot van de Joden officieel erkend werd. In nationalistische kring werd en wordt hier de Duitse inval vaak beschouwd als een bevrijding van de Sovjetbezetting. De verregaande collaboratie van landgenoten met de Duitsers en de deelname aan de genocide op de Joden blijven gevoelige punten. In Letland duurde het bijvoorbeeld tot 2002 voordat bij de voormalige executieplaats in het bos van Rumbula een monument opgericht werd voor de 25.000 Joden die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoord werden door de nazi’s en de Letse hulppolitie. De toenmalige Letse presidente Vaira Vike-Freiberga sprak tijdens de inwijding van het monument van “een dag van rouw voor iedereen in Letland omdat deze misdaad op onze grond plaatsvond en ons volk eraan deelnam.”

Tal van voormalige executieplaatsen in de voormalige Sovjet-Unie raakten in de vergetelheid. De Franse priester Patrick Desbois trok zich dat aan en begon in 2004 in Oekraïne met het opsporen van massagraven en het documenteren van verklaringen van lokale bewoners die getuige waren geweest van de massamoord. In 2010 had hij al gesproken met 950 getuigen en 700 massagraven gelokaliseerd. Afgerond is zijn onderzoek nog lang niet, want wanneer hij klaar is in Oekraïne wil hij zijn missie voortzetten in Wit-Rusland en andere delen van de voormalige Sovjet-Unie. Dit alles in de eerste plaats om recht te doen aan de slachtoffers door aandacht te vragen voor hun vergeten lot. Maar zijn doel is nog ambitieuzer. Hij schrijft hierover in zijn boek “Holocaust door kogels”: “Mijn werk is in de eerste plaats een daad van gerechtigheid jegens de doden, en van maatschappijopbouw, maar ook een daad ter voorkoming van andere genociden. Mijn werk beoogt aan iedere dader de boodschap over te brengen dat, vroeg of laat, uiteindelijk iemand zijn misdaad aan het licht zal brengen.”

Definitielijst

collaboratie
Medewerking vanuit de bevolking aan de bezetters, meer in het algemeen samenwerking verleend aan de vijand door zogeheten collaborateurs.
democratie
Letterlijk: demos (volk) kratein (regeert). Democratie is een bestuursvorm waar de regering door een meerderheid van het volk gekozen wordt en waarbij het volk de leiders op het rechte pad houdt door de mogelijkheid deze regering weg te sturen als een meerderheid van het volk het niet meer eens is met de regering.
fascisme
De oorspronkelijke naam van de antidemocratische politieke beweging in Italië onder leiding van de dictator Benito Mussolini. Mussolini was leider van Italië van 1922 tot 1943. Tegenwoordig is fascisme een veelgebruikte term voor antidemocratische politieke stromingen. Ook het Duitse nationaalsocialisme wordt in de geschiedenis wel eens fascisme genoemd.
Holocaust
Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
invloedssfeer
Gebied waar een staat veel invloed kan laten gelden, meestal onder stilzwijgende goedkeuring van andere staten.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Afbeeldingen

Het pompeuze Sovjetmonument dat in 1976 bij Babi Jar geplaatst werd. Bron: Roland Geider.
Het in 1991 bij Babi Jar geplaatste monument voor de Joodse slachtoffers. Bron: Mark Voorendt.
Een massagraf dat wordt onderzocht door priester Desbois en zijn team. Bron: Holocaust door kogels.
Door het onderzoeksteam van priester Desbois bij een massagraf opgegraven kogels. Bron: Holocaust door kogels.

Bronnen

Gerelateerde bezienswaardigheden

Schrijf je snel in!

Inschrijven