Inleiding

    In het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 ondertekend werd door de geallieerden en Duitsland en een officieel einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, stonden voor Duitsland onder andere zeer beperkende voorwaarden betreffende de toekomstige toegestane bewapening. Duitsland mocht maar een zeer kleine legermacht opbouwen en slechts een gelimiteerde zeemacht. De Reichsmarine, de voorloper van de Kriegsmarine, mocht bijvoorbeeld maar 15.000 manschappen omvatten. Verder mochten er alleen nieuwe schepen aan de oorlogsvloot toegevoegd worden als vervangers van afgeschreven eenheden.

    Wat betreft lichte kruisers mocht de Duitse zeemacht er maar zes bezitten. Deze mochten geen grotere waterverplaatsing hebben dan 6.000 ton en de hoofdbewapening mocht niet zwaarder zijn dan 15cm. De Duitsers kozen ervoor om zes lichte kruisers in de vaart te houden en er twee als reserve achter te houden. Als eenheden werden de Arcona, de Medusa, de Thetis, de Niobe, de Nymphe en de Amazone van de Gazelle-klasse, uit de periode 1897-1904, en de Berlin en de Hamburg van de Bremen-klasse uit 1902-1904, aangewezen. Overigens zouden van deze schepen de Arcona en de Medusa nog tijdens de Tweede Wereldoorlog dienen als drijvende luchtafweerbatterijen.

    In 1921 kreeg de Reichsmarine toestemming van de Duitse regering om een vervanger te bouwen voor de Ariadne. Deze lichte kruiser kreeg als bouwnaam Kreuzer A en het ontwerp werd gebaseerd op de voormalige Köln-klasse. Kreuzer A werd op 7 januari 1925 te water gelaten als Emden. Volgens de voorwaarden van het Verdrag van Versailles beschikte de lichte kruiser over acht 15cm kanonnen achter schilden. Omdat het ontwerp afkomstig was van een oude bestaande kruiser met een waterverplaatsing van minder dan 6.000 ton, werd de Emden een succesvol schip met een goede zeewaardigheid en een passende bewapening.

    De opvolgers van de Emden, de drie lichte kruisers van de K-klasse of Königsberg-klasse, waren geen succes. De Königsberg (Kreuzer B) werd de vervanger van de Thetis, de Karlsruhe (Kreuzer C) verving de Medusa en de Köln (Kreuzer D) kwam in de plaats van de Arcona. Deze lichte kruisers werden in 1924-1925 ontworpen door Hauptschiffbauingenieur Ebrenburg. Zijn opdracht was om een lichte kruiser te bouwen van 6.000 ton met een zo zwaar mogelijke bewapening en een snelheid van ruim 30 knopen. Dit resulteerde in de drie genoemde kruisers die een bewapening kregen van 3 x 3 15cm kanonnen, veel luchtafweer en 4 x 3 torpedolanceerbuizen. De schepen kregen een maximale snelheid van 32 knopen door de toepassing van krachtige stoomturbines. Er werd veel gewicht bespaard door de toepassing van moderne lastechnieken en door veel lichte metalen te gebruiken. Dit laatste ging direct ten koste van de zeewaardigheid en de hoge snelheid ging ten koste van de actieradius. Om de bereikbaarheid te vergroten werden de drie schepen uitgerust met een dieselmotor die de schepen met een lage kruissnelheid kon voortstuwen. Het omkoppelen van de diesel naar de stoomturbines moest echter stilliggend uitgevoerd worden, wat in oorlogstijd enorme risico`s met zich mee kon brengen. Door de ver doorgevoerde gewichtsbesparing liet ook de bepantsering van de lichte kruisers veel te wensen over.

    De opvolgers van de Amazone (Kreuzer E) en de Nymphe (Kreuzer F) werden respectievelijk de Leipzig en de Nürnberg. Deze twee lichte kruisers waren de laatste die de Duitse marine, die inmiddels Kriegsmarine heette, mocht laten bouwen onder het regime van het Verdrag van Versailles. De schepen werden in 1927 en 1933 ontworpen door Hauptschiffbauingenieur Blechschmidt en waren afgeleid van de Königsberg-klasse. Blechschmidt had echter wel een poging gedaan om de grootste minpunten van de voorgaande klasse teniet te doen, maar slaagde daar niet goed in. De Leipzig en de Nürnberg kregen vier dieselmotoren die een derde schroefas aandreven ten behoeve van de kruisvaart, maar als de commandant de drie schroefassen tegelijkertijd wilden laten draaien om de maximale snelheid van 32 knopen te halen, moest hij de schroefassen om laten koppelen om ze te synchroniseren. Ook deze handeling kon alleen uitgevoerd worden met een stilliggend schip.

    De kruisers van de Leipzig-klasse vielen door de bewapening en extra bepantsering zwaarder uit dan toegestaan. De Leipzig kreeg een standaard waterverplaatsing van ruim 7.300 ton en de Nürnberg verplaatste zelfs ruim 8.000 ton water. Om de toegestane 6.000 ton waterverplaatsing, die officieel door de Kriegsmarine opgegeven werd, niet al te veel te overschrijden koos men er in het ontwerp toch weer voor om veel lichte metalen toe te passen wat wederom ten koste ging van de zeewaardigheid en de kwetsbaarheid van de kruisers vergrootte. Bovendien beschikten de Leipzig en de Nürnberg, ondanks de verbeterde bepantsering, over onvoldoende onderwaterbescherming. Het grootste manco van de beide kruisers was echter de veel te kleine actieradius. Bij een zuinige kruissnelheid van 15 knopen bereikten de Duitse schepen niet meer dan ruim 3.000 zeemijlen. Hierdoor waren de kruisers, afgezien van de mindere zeewaardigheid, ongeschikt om ingezet te worden als koopvaardijraiders.

    Omdat de lichte kruisers van de Leipzig-klasse niet identiek waren, worden ze door historici vaak behandeld als zijnde aparte klassen, subklassen of halfzusterschepen. Omdat beide kruisers volgens hetzelfde ontwerp waren gebouwd en over dezelfde nautische eigenschappen beschikten, worden ze echter even vaak gezien als zusterschepen. Als zodanig zullen de Leipzig en de Nürnberg in dit artikel dan ook beschouwd worden.

    Definitielijst

    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Kriegsmarine
    Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.

    Afbeeldingen

    De lichte kruiser Leipzig. Bron: German Navy.
    De lichte kruiser Emden met enkele, 15cm kanonnen achter schilden. Bron: Kombuispraat.
    De Königsberg van de K-klasse in 1936. Bron: Wikipedia.
    De lichte kruiser Nürnberg voor de Tweede Wereldoorlog. Bron: Bundesarchiv.

    Klasse overzicht en technische gegevens

    LeipzigNürnberg
    BouwwerfMarinewerft, WilhelmshavenDeutsche Werke, Kiel
    Besteld192816 maart 1933
    Op stapel gezet18 april 1928 (Kreuzer E)4 november 1933 (Kreuzer F)
    Te water gelaten18 oktober 19298 december 1934
    In dienst gesteld8 oktober 19313 november 1935
    Grootste lengte over alles177,1 meter181,3 meter
    Grootste lengte op de waterlijn165,8 meter170 meter
    Grootste breedte16,3 meter16,4 meter
    Grootste diepgang5,69 meter5,79 meter
    Waterverplaatsing standaard7.385 ton8.060 ton
    Waterverplaatsing volbeladen8.427 ton9.040 ton
    Machine-installatie2 x Krupp Germania stoomturbines, 6 x Schulz-Thornycroft ketels, 4 x MAN 7-cilinder dieselmotoren2 x Deutsche Werke stoomturbines, 6 x Schulz-Thornycroft ketels, 4 x MAN 7-cilinder dieselmotoren
    Machinevermogen stoomturbines60.000 pk
    Machinevermogen diesels12.600 pk
    Schroeven3 schroeven
    Actieradius3.780 zeemijlen bij 15 knopen, 940 zeemijlen bij 32 knopen3.280 zeemijlen bij 15 knopen, 922 zeemijlen bij 32 knopen
    Maximale snelheid32 knopen
    Bepantsering50mm gordel-, 30mm dek-, 100mm commandotoren- en 80mm kanontorenbepantsering
    Bemanning532 koppen
    Bemanning tijdens de Tweede Wereldoorlog658 koppen896 koppen
    Primaire bewapening3 x 3 15cm SK/L60 25 kaliber kanonnen
    Luchtafweer8 x 8,8cm SK 32 kaliber kanonnen, 8 x 37mm en 8 x 20mm mitrailleurs
    Overige bewapening4 x 3 53,3cm torpedolanceerbuizen, 120 mijnen
    Boordvliegtuigen2 x Heinkel 60C drijvervliegtuigen, later 2 x Arado Ar 196 drijvervliegtuigen

    De primaire bewapening van de beide kruisers bestond uit negen Schnell-lade/Schnellfeuerkanone (SK) met een looplengte van 60 kalibers (900 cm). De negen kanonnen, in drie driedubbel opstellingen, konden 15cm granaten van ruim 45 kilogram afvuren met een maximaal bereik van 25.700 meter. Ook de 8,8cm luchtafweerkanonnen (Fliegerabwehrkanone of Flak) waren van het Duitse SK-type. Deze beproefde wapens waren in staat om projectielen van 9 kilogram af te vuren tot een maximaal bereik van 12.400 meter. Oorspronkelijk waren zowel de lichte kruisers van de K-klasse als de Leipzig uitgerust met 4 x 3 50cm torpedolanceerbuizen, maar met de komst van de Nürnberg in het vooruitzicht, in 1934, werden deze allemaal vervangen door moderne 53,3cm uitvoeringen. Met behulp van verwijderbare rails konden de kruisers van de Leipzig-klasse 120 zeemijnen vervoeren en leggen. De luchtafweermitrailleurs en de boordvliegtuigen completeerden de totale bewapening van de kruisers, die in vergelijking met de waterverplaatsing van de schepen bijzonder zwaar genoemd mag worden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er echter zoveel bemanningsleden nodig om al deze bewapening operationeel te houden, dat de lichte kruisers overbevolkt werden. Mede om deze reden werden de torpedolanceerinrichtingen aan boord van de beide kruisers verwijderd.

    Definitielijst

    Flak
    Flieger/ Flugzeug Abwehr Kanone. Duits luchtafweergeschut.
    Germania
    De hoofdstad van het Derde Rijk, ontworpen door Albert Speer. Het enorme bouwproject werd niet gerealiseerd.
    kaliber
    De inwendige diameter van de loop van een stuk geschut, gemeten bij de monding. De lengte van de loop wordt vaak aangegeven in het aantal kalibers. Zo is bv de loop van het kanon 15/24 24 ×15 cm lang.

    Afbeeldingen

    De voorste 15cm drielingtoren van de Nürnberg. Bron: Bundesarchiv.
    De beide achterste 15cm torens van de Nürnberg. Bron: German Navy.
    37mm Flak aan boord van de Nürnberg. Bron: Bundesarchiv.
    De bak van de lichte Duitse kruiser Nürnberg. Bron: German Navy.
    De Leipzig van achteren gezien. Bron: German Navy.

    Leipzig

    Nadat de Leipzig op 8 oktober 1931 in dienst was gesteld, werd meteen een aanvang gemaakt met de training van de bemanning en het opwerken van het schip door middel van proefvaarten op de Oostzee. Deze opwerkperiode duurde tot halverwege 1932 en er werd veelvuldig aangelegd in de marinehavens Wilhelmshaven en Kiel voor aanpassingen en kleine reparaties. Gedurende de komende jaren oefende de lichte kruiser in vlootverband op de Oostzee, de Noordzee en de Atlantische Oceaan en bezocht internationale havens voor vlagvertoon. Vanaf 14 december 1935 werd de kruiser verbouwd te Kiel. De kraan om drijvervliegtuigen buitenboord te zetten werd verwijderd en vervangen door een katapultinstallatie, zoals die aan boord van zusterschip Nürnberg geplaatst was. Om voldoende ruimte te creëren voor de katapult werd de schoorsteen aangepast.

    Op 3 augustus 1936 had de Franse regering een oproep gedaan aan Italië, Duitsland en Groot-Brittannië om een internationale non-interventie commissie in het leven te roepen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Hierbij zouden de vier landen elk een deel van de Spaanse kust bewaken en zo zorgen voor de veiligheid van buitenlandse burgers en de opvang van vluchtelingen. De Kriegsmarine kreeg de Spaanse kust van Oropesa, 100 kilometer boven Valencia en Almeria in Andalusië aangewezen. In 1937 maakte de Leipzig driemaal deel uit van deze internationale vredesmacht. Tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nam de Leipzig vervolgens deel aan Duitse vlootoefeningen, vooral in de Oostzee.

    Vanaf 23 augustus 1939 maakte de Leipzig deel uit van een Duitse oorlogsvloot die moest voorkomen dat er Poolse oorlogsschepen konden uitwijken naar het buitenland na de Duitse inval. De blokkade bleek echter niet goed te werken want in de eerste weken van september 1939 ontsnapten twee Poolse torpedobootjagers en vijf Poolse onderzeeboten, onder welke de twee nieuwe onderzeeboten van de Orzel-klasse, ORP Orzel en ORP Sep, naar Zweden en Groot-Brittannië. In september, oktober en november 1939 werd de Leipzig ingezet als mijnenlegger en escorteschip.

    Op 13 december escorteerde de Leipzig, samen met zusterschip Nürnberg, enkele torpedobootjagers die mijnen hadden gelegd in Deense kustwateren. Het gelegenheidseskader was aangekomen in de Duitse Bocht toen de Duitse schepen aangevallen werden door de Britse onderzeeboot HMS Salmon. De Leipzig werd om 11:25 uur, drie meter onder de waterlijn, ter hoogte van ketelruimen I en II getroffen door een Britse torpedo. De beide ketelruimen liepen vol water en veertien bemanningsleden verdronken. De ruimen werden afgesloten door middel van waterdichte deuren, maar de beide stoomturbines kwamen stil te liggen. Met behulp van de diesels en de derde schroef kon de lichte kruiser nog tien knopen halen. De radioapparatuur en de gyrokompassen waren eveneens uitgeschakeld door de impact van de torpedo en de lichte kruiser verloor het contact met de andere Duitse schepen. Een aantal uren later werd de achtergebleven kruiser opgemerkt door een Duits verkenningsvliegtuig en onder begeleiding van de kruiser Köln en twee torpedobootjagers kon de zwaar beschadigde Leipzig Brunsbüttel, aan de Elbemonding, bereiken.

    De Leipzig week uit naar Kiel om gerepareerd te worden en werd op 27 februari 1940 buiten dienst gesteld. De schade werd echter niet volledig hersteld en de lichte kruiser werd voorbestemd om te fungeren als opleidingsschip. De beide beschadigde ketelruimen werden omgebouwd tot kadetverblijven zodat de kruiser nog maar over twee ketels beschikte, in ketelruim III, voor de voeding van de stoomturbines. Verder werden de twee achterste torpedolanceerinrichtingen verwijderd en werd het schip uitgerust met een degaussingkabel tegen magnetische mijnen. Op 1 december 1940 werd de Leipzig weer in dienst gesteld. De kruiser kreeg een secondaire rol toebedeeld als onderdeel van de torpedoschool te Gotenhafen, het huidige Gdynia aan de Poolse Oostzeekust. Vanaf september 1941 maakte de lichte kruiser deel uit van de Duitse Oostzeevloot en ondersteunde Duitse aanvallen in de Sovjetunie met haar 15cm kanonnen. In de loop van de jaren werden de overgebleven torpedobuizen en de katapult verwijderd. Door de oorlogsomstandigheden, die zich vooral uitten in een gebrek aan reserveonderdelen en een tekort aan mankracht in Gotenhafen, liep de kruiser ernstig achterstallig onderhoud op.

    Op 15 oktober 1944 verliet de Leipzig Gotenhafen met een lading zeemijnen die bestemd was voor Swinemünde. Net buiten de haven, in donkere en mistige omstandigheden werd de lichte kruiser stilgelegd zodat omgekoppeld kon worden van diesel naar turbineaandrijving. Om 20:04 uur werd de Leipzig geramd door de zware kruiser Prinz Eugen, die met een vaart van 20 knopen de haven binnenliep. De boeg van de Prinz Eugen boorde zich in de bakboordzijde van de Leipzig ter hoogte van de schoorsteen in de enig overgebleven ketelruimte. De beide schepen bleven veertien uren lang in elkaar vastgehaakt zitten. Nadat de Prinz Eugen zeewater in haar trimtanks had genomen en op deze wijze lager in het water kwam te liggen konden de beide Duitse schepen met behulp van sleepboten uitelkaar getrokken worden. De Leipzig was zo goed als door midden gevaren en als de waterdichte schotten en deuren niet gesloten waren geweest tijdens de aanvaring, was de lichte kruiser vrijwel zeker gezonken. Als gevolg van de aanvaring vielen aan boord van de Leipzig negentien doden en dertig gewonden.

    Met sleepboothulp kon de Leipzig in de middag van 16 oktober terugkeren in de haven van Gotenhafen. De lichte kruiser werd afgemeerd in Basin V. Later werd het schip opgenomen in het 70.000-tons drijvende dok dat, ondanks de bombardementen door Sovjetvliegtuigen, nog steeds operationeel was. De Leipzig bleef tot 30 december 1944 in het dok, maar van een definitieve reparatie kon geen sprake zijn als gevolg van een ernstig gebrek aan onderdelen en andere materialen. De ernstige schade aan de kruiser werd provisorisch hersteld zodat het schip in elk geval drijvende gehouden kon worden in de haven. Dit was hard nodig omdat de haven steeds vaker het doelwit werd van de Sovjetluchtmacht zodat de Leipzig regelmatig verplaatst moest worden.

    In februari 1945 werd de toestand in Gotenhafen steeds dreigender omdat Sovjettroepen steeds verder oprukten op door de Duitsers bezet Pools grondgebied. De Leipzig moest op last van de Oberbefehlshaber der Kriegsmarine, Grossadmiral Karl Dönitz, kost wat kost zeewaardig gemaakt worden om ingezet te worden tegen de oprukkende vijand. Op 13 februari kon de lichte kruiser op eigen kracht verhalen van Basin V naar Basin I van waaruit de 15cm kanonnen de Sovjettroepen onder vuur konden nemen. Van 14 tot 24 maart 1945 vuurde de Leipzig 920 15cm granaten af en bracht grote schade toe aan vooral Sovjetartillerie. Ook de Flak aan boord van het schip deed van zich spreken en de Duitse schutters haalden zeker twee vijandelijke vliegtuigen neer.

    Op 24 maart 1945 verliet de Leipzig Gotenhafen met aan boord ruim 500 vluchtelingen, vooral gewonde Wehrmachtsoldaten. Samen met zes koopvaardijschepen en enkele kleine escortevaartuigen ging de kruiser op weg richting een veilige haven in Denemarken. Onderweg werd de vloot steeds bedreigd door vijandelijke onderzeeboten en vliegtuigen. Omdat de Leipzig slechts een snelheid van zes knopen kon halen werd het een hachelijke onderneming. Tegen alle verwachtingen in bereikten de Duitse schepen op 29 maart de Deense haven Apenrade, zo`n 30 kilometer ten noorden van Flensburg. Hier bleef de kruiser liggen tot 30 juni 1945. Op die dag vertrok de kruiser onder Britse begeleiding naar Wilhelmshaven. Op 20 december 1945 werd het schip buiten dienst gesteld en tijdelijk gebruikt als accommodatievaartuig. Alle overgebleven Duitse oorlogsschepen werden in 1945/1946 verdeeld onder de geallieerden, maar geen enkel land had interesse in de Leipzig. Het schip verkeerde dan ook in een zeer slechte staat door de opgelopen averij en het grote achterstallige onderhoud. Op 9 juli 1946 sleepten drie sleepboten de Duitse lichte kruiser het Skagerrak op waar het schip werd afgezonken.

    Definitielijst

    Flak
    Flieger/ Flugzeug Abwehr Kanone. Duits luchtafweergeschut.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Kriegsmarine
    Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    torpedo
    Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

    Afbeeldingen

    De Leipzig in 1932. Bron: Courtesy of Michael W. Pocock.
    De Leipzig in Kiel. Bron: World Naval Ships.
    De lichte kruiser Leipzig. Bron: Courtesy of Michael W. Pocock.
    De Leipzig in kiellinie met een aantal torpedoboten. Bron: German Navy.
    De aanvaring van de Leipzig door de zware kruiser Prinz Eugen. Bron: Courtesy of Michael W. Pocock.

    Nürnberg

    De opwerkperiode van de Nürnberg duurde van november 1935 tot april 1936. Als vlaggenschip van de Duitse verkenningsvloot nam de lichte kruiser deel aan oefeningen op de Atlantische Oceaan, samen met de Leipzig en de Köln. De tweede helft van het jaar 1936 en het jaar 1937 werden, afgewisseld met onderhoudsperiodes in Duitsland, grotendeels doorgebracht in Spaanse kustwateren waar de kruiser deel uitmaakte van de internationale vredesmacht. Vanaf 1938 werden de oefeningen geïntensiveerd, met name de samenwerking met de Luftwaffe kreeg veel aandacht, maar ook torpedo lanceer- en schietoefeningen stonden op het programma. Tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog voldeed de Nürnberg buiten de trainingsprogramma`s eveneens aan haar vredestaken zoals het bijwonen van de tewaterlating van onder andere de zware kruiser Prinz Eugen en het vliegdekschip Graf Zeppelin.

    Vanaf eind augustus 1939 maakte de Nürnberg deel uit van de Duitse oorlogsvloot die tevergeefs probeerde Poolse oorlogsschepen te onderscheppen, die trachtten uit te wijken naar havens in Zweden en Groot-Brittannië. In september en oktober van dat jaar werden door de lichte kruiser mijnen gelegd in Britse kustwateren. Op 13 december 1939 werd de Nürnberg, samen met haar zusterschip Leipzig, getorpedeerd door de Britse onderzeeboot HMS Salmon. De Nürnberg werd getroffen in het voorschip aan stuurboordzijde terwijl de kruiser een uitwijkmanoeuvre uitvoerde om het onderwaterprojectiel te ontwijken. De Duitse lichte kruiser nam snelheid terug tot 12 knopen, maar kon later weer een kruissnelheid van 18 knopen aanhouden. Tijdens de terugreis naar een veilige Duitse haven werd de kruiser aangevallen door drie Britse Hampden bommenwerpers. Door handige uitwijkmanoeuvres en voortdurend vuren van de Flak, konden directe treffers voorkomen worden.

    Gedurende de Duitse campagne in Noorwegen, in april 1940, lag de Nürnberg nog ter reparatie in Wilhelmshaven. Gedurende deze periode werd de lichte kruiser tevens uitgerust met een degausssingkabel. In de zomer van dat jaar werd de Nürnberg ingezet als escorteschip van troepentransporten en de slagschepen Scharnhorst en Gneisenau. Begin 1941 werden de overgebleven lichte kruisers Emden, Köln, Leipzig en Nürnberg geclassificeerd als opleidingsvaartuigen. De Königsberg en de Karlsruhe waren tijdens de campagne in Noorwegen verloren gegaan. De komende jaren werd de Nürnberg uitgerust met steeds modernere versies van radarsystemen, maar de torpedolanceerinrichtingen en de katapult werden verwijderd.

    Pas in het najaar van 1944, toen elk Duits oorlogsschip wat ook maar enigszins operationeel was hard nodig bleek te zijn, kreeg de Nürnberg weer oorlogstaken toebedeeld. Deze bestonden vooral uit het escorteren van transportschepen, maar begin 1945 werden deze uitgebreid met mijnenlegoperaties. Na een laatste mijnenveld te hebben aangelegd in het Skagerrak, het Titusmijnveld, op 13 en 14 januari 1945, escorteerde de lichte kruiser diverse vluchtelingenschepen door de mijnvrije kanalen. Op 27 januari meerde de Nürnberg af in de haven van Kopenhagen en bleef daar liggen tot het einde van de oorlog omdat er geen brandstof meer voorradig was. Op 5 mei 1945, als direct gevolg van de capitulatie van de Duitsers in Noord-Duitsland, werd de Nürnberg in de Deense hoofdstad aangevallen door Deense verzetslieden. De aanval leidde tot een vuurgevecht op de kade, waarbij aan beide zijden slachtoffers vielen.

    Op 24 mei 1945 escorteerden de Britse kruisers HMS Devonshire en HMS Dido en de torpedojagers HMS Quiberon en HMS Savage de Nürnberg en de Prinz Eugen naar Wilhelmshaven. Tijdens de Potsdam Conferentie waren Winston Churchill, president Roosevelt en Stalin overeengekomen dat de overgebleven Duitse oorlogsschepen, na de Duitse overgave, verdeeld zouden worden onder de geallieerde marines. De Sovjetmarine eiste de Nürnberg op en de lichte kruiser werd in januari 1946 in Sovjetdienst gesteld als Admiral Makarov. De Sovjets gebruikten de Duitse lichte kruiser als vervanger van de beschadigde kruiser Kirov en vervingen alleen de luchtafweermitrailleurs en de elektronica. Begin 1957 begonnen de Schulz-Thornycroft ketels van de Admiral Makarov ernstige gebreken te vertonen en op 21 februari van dat jaar werd de kruiser geclassificeerd als opleidingsschip. Twee jaar later, op 20 februari 1959 werd de lichte kruiser buiten dienst gesteld en ontwapend. Vervolgens werd het schip te Leningrad gesloopt.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Flak
    Flieger/ Flugzeug Abwehr Kanone. Duits luchtafweergeschut.
    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    torpedo
    Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

    Afbeeldingen

    De lichte kruiser Nürnberg voor de oorlog. Bron: Militaria House.
    De Nürnberg in het Nord-Ostsee-Kanal. Bron: Courtesy of Michael W. Pocock.
    Schietoefening aan boord van de Nürnberg, 1945. Bron: German Navy.
    De Nürnberg in Kiel, 1946. Bron: Wikipedia.

    Besluit

    De lichte kruisers van de Leipzig-klasse waren, net als hun voorgangers van de K-klasse, geen succes. Dit kwam niet alleen door de slechte nautische kwaliteiten, zoals de kleine actieradius en de slechte zeewaardigheid. De beperkte inzetbaarheid was vooral te wijten aan het feit dat de schepen in het strategisch denken van de Kriegmarine geen duidelijk doel hadden. Kruisers, en met name lichte kruisers, werden destijds in alle grote zeemachten ingezet als verkenningseenheden van een grote slagvloot. De Kriegsmarine was echter een koopvaardijraidervloot, bedoeld om ongewapende handelsschepen tot zinken te brengen. Omdat de Duitse lichte kruisers ongeschikt waren voor deze taak, waren zij in feite overbodig. De oorlogsschepen werden dan ook vooral ingezet als grote torpedobootjagers, mijnenleggers, escorte- en opleidingsschepen. Voor deze taken had de Duitse zeemacht in plaats van de zes lichte kruisers ruim 30 kleinere, gespecialiseerde vaartuigen kunnen laten bouwen en bemannen.

    Op 27 januari 1939 keurde Hitler een plan goed om een grote oppervlaktevloot te laten bouwen, het zogenaamde Z-plan. In dit plan was opgenomen dat de lichte kruiservloot uitgebreid zou worden met zestien eenheden van 8.000 ton en tweeëntwintig verkenningskruisers (Spähkreuzers) van 6.000 ton. Het Spähkreuzer project begon in maart 1940 en de ontwerpplannen waren gebaseerd op die van de torpedobootjagers van Type 1938, Zerstörer 40 t/m 42 (Z 40-Z 42). De kiel van de eerste Spähkreuzer werd gelegd op 20 augustus 1941 op de Germania Werft te Kiel. Na de torpedering van de Leipzig en de Nürnberg in december 1939 en de ondergang van de Königsberg en de Karlsruhe, in april 1940 in Noorwegen, trok Hitler het nut van lichte kruisers in twijfel. Na de ondergang van de Bismarck, op 27 mei 1941, en het geringe succes van de slagschepen Gneisenau en Scharnhorst en de zware kruisers van de Admiraal Hipper-klasse als oppervlakteraiders, zag de Führer het belang van een Hochseeflotte helemaal niet meer zitten. Alles moest ingezet worden op de uitbreiding van de U-bootflotte. Het lichte kruiserprogramma werd in december 1941 geannuleerd. De Kriegsmarine was met de ontwikkeling en de bouw van lichte kruisers een doodlopende weg ingeslagen.

    Definitielijst

    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    Germania
    De hoofdstad van het Derde Rijk, ontworpen door Albert Speer. Het enorme bouwproject werd niet gerealiseerd.
    Kriegsmarine
    Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.

    Afbeeldingen

    De Leipzig is het Skagerrak opgesleept om afgezonken te worden, 9 juli 1946. Bron: P. Kimenai Go2War2.
    De Admiral Makarov, ex-Nürnberg. Bron: Shipspotting.

    Informatie

    Artikel door:
    Peter Kimenai
    Geplaatst op:
    16-10-2014
    Feedback?
    Stuur het in!

    Gerelateerde boeken

    Encyclopedie van de belangrijkste oorlogsschepen ter wereld
    German Light Cruisers of World War II