TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, BelgiŽ, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Artikelen

Amerikaanse Lichte-kruisers van de Brooklyn-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

Amerikaanse Lichte-kruisers van de Brooklyn-klasse

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

Duitse lichte kruisers van de Leipzig-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 oktober 2014

Duitse lichte kruisers van de Leipzig-klasse

In het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 ondertekend werd door de geallieerden en Duitsland en een officieel einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, stonden voor Duitsland onder andere zeer beperkende voorwaarden betreffende de toekomstige toegestane bewapening. Duitsland mocht maar een zeer kleine legermacht opbouwen en slechts een gelimiteerde zeemacht. De Reichsmarine, de voorloper van de Kriegsmarine, mocht bijvoorbeeld maar 15.000 manschappen omvatten. Verder mochten er alleen nieuwe schepen aan de oorlogsvloot toegevoegd worden als vervangers van afgeschreven eenheden.

Hr. Ms. De Ruyter
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 11 januari 2011

Hr. Ms. De Ruyter

Vlak na de Eerste Wereldoorlog ging er een golf van pacifisme door de Nederlandse bevolking en de Nederlandse politiek. De verschrikkingen van het wereldwijde conflict hadden zoveel negatieve indrukken achtergelaten dat de roep om ontwapening steeds luider werd. In 1919 werd zelfs door een aantal politieke partijen in Nederland een voorstel gedaan om onder andere de Koninklijke Marine als militaire organisatie in zijn geheel op te heffen. Hier was geen meerderheid voor in de Tweede Kamer maar de toenmalige minister van marine, mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck, kon de afbouw van de twee Java-klasse kruisers, Java en Sumatra, alleen goedgekeurd krijgen door af te zien van de afbouw van een derde schip van deze klasse, de Celebes. De aanbesteding voor nog drie kruisers werd geannuleerd. De bouw van de Celebes werd stilgelegd en de dertig ton rompmateriaal dat al bewerkt was werd gesloopt.

Lichte kruisers van de Java-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 februari 2010

Lichte kruisers van de Java-klasse

Voor de Eerste Wereldoorlog had Nederland zeer ambitieuze plannen ter uitbreiding van de zeemacht. Adviezen van de Staatscommissie uit 1912 spraken zelfs over de bouw van een eskader slagschepen dat begeleid zou worden door de bestaande torpedoboten en een zestal zogenaamde torpedokruisers. Voor deze laatst genoemde schepen prefereerde de commissie de 1150 tons schepen zoals deze gebouwd werden bij de Krupp-Germaniawerf in Kiel, Duitsland, voor onder andere ArgentiniŽ. De Eerste Wereldoorlog zelf bracht hierin grote verandering. De verschrikkingen van een dergelijk wereldwijd conflict leidde tot zoveel afschuw dat een groot deel van de bevolking en de regering terug viel in een golf van pacifisme en de wil te ontwapenen.

Lichte kruisers van de K-klasse
  • Artikel door Auke de Vlieger
  • Geplaatst op 12 februari 2005

Lichte kruisers van de K-klasse

Het eerste grote oorlogsschip wat de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog bouwden was de lichte kruiser Emden in 1921. Dit schip had nog veel weg van de laatste lichte kruisers uit de Eerste Wereldoorlog van de CŲln II-klasse. Het had alle hoofdkanonnen in enkele geschutstorens, net als in de Eerste Wereldoorlog. Maar vier van deze geschutstorens stonden op de middellijn.

Lichte kruisers van de Tromp-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 30 mei 2011

Lichte kruisers van de Tromp-klasse

In 1922 had een vlootwetcommissie bepaald uit welke schepen de vloot van de Koninklijke Marine de komende jaren minimaal zou moeten bestaan. In oktober 1923 werd dit vlootwetsontwerp verworpen door de Tweede Kamer. In 1930 werd door de toenmalige minister van Marine, dr. L.N. Deckers, het aanbouwbeleid voor de marine bepaald van 1930 tot 1940. Het zogenaamde Vlootplan Deckers omvatte slechts de helft van het aantal te bouwen eenheden in vergelijking met het in 1922 voorgestelde plan en werd daarom ook wel het ďhalve minimumĒ genoemd. Vooral de duurste oorlogsschepen, kruisers, waren steeds aanleiding tot discussies in de Nederlandse politiek. Er gingen vele stemmen op om ze weg te bezuinigen maar minister Deckers kon door zijn goedgekeurde vlootplan de bestaande kruisers van de Java-klasse, Hr. Ms. Java en Hr. Ms. Sumatra, behouden. Bovendien was er in het plan een derde lichte kruiser voorzien die in 1936 in dienst werd gesteld als Hr. Ms. De Ruyter.