Artikelen

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Abukuma

De Nagara-klasse lichte kruiser was in feite een iets gewijzigde versie van de Kuma-klasse lichte kruiser. Het voornaamste verschil is te vinden in de constructie van de opbouw rond en van de brug en vuurleiding. De schepen waren iets breder gebouwd dan hun voorgangers om de stabiliteit te vergroten. De schepen waren oorspronkelijk uitgerust met een klein vliegplatform boven de tweede geschutskoepel en een kleine hangar in de brugopbouw. Het platform werd eind jaren 20 vervangen door een katapult. Korte tijd daarna is de katapult naar achter verplaatst en de hangar verwijderd. Met de katapult kon een Kawanishi E7K 2 toestel worden gelanceerd. De kleine kruisers waren eigenlijk bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog al verouderd. Voor hun oorspronkelijke taak waren ze al ongeschikt en de meeste zijn dan ook ingezet als vlaggeschip voor de kruiser-, torpedobootjager- of onderzeeboot-eskaders.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Nagara
Aantal in klasse: 6
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5170 BRT volledig beladen 5925 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 162,99 meter Breedte: 14,75 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,87 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 33 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Kinu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 38,1 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in 7 enkelloops koepels, vier voor en drie achter 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 24" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 438 man

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

Amerikaanse lichte kruisers van de Brooklyn-klasse

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2015

Britse Lichte Kruiser HMS Birmingham (19)

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 maart 2015

Britse Lichte Kruisers van de Southampton-klasse

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 oktober 2014

Duitse lichte kruisers van de Leipzig-klasse

In het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 ondertekend werd door de geallieerden en Duitsland en een officieel einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, stonden voor Duitsland onder andere zeer beperkende voorwaarden betreffende de toekomstige toegestane bewapening. Duitsland mocht maar een zeer kleine legermacht opbouwen en slechts een gelimiteerde zeemacht. De Reichsmarine, de voorloper van de Kriegsmarine, mocht bijvoorbeeld maar 15.000 manschappen omvatten. Verder mochten er alleen nieuwe schepen aan de oorlogsvloot toegevoegd worden als vervangers van afgeschreven eenheden.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 11 januari 2011

Hr. Ms. De Ruyter

Vlak na de Eerste Wereldoorlog ging er een golf van pacifisme door de Nederlandse bevolking en de Nederlandse politiek. De verschrikkingen van het wereldwijde conflict hadden zoveel negatieve indrukken achtergelaten dat de roep om ontwapening steeds luider werd. In 1919 werd zelfs door een aantal politieke partijen in Nederland een voorstel gedaan om onder andere de Koninklijke Marine als militaire organisatie in zijn geheel op te heffen. Hier was geen meerderheid voor in de Tweede Kamer maar de toenmalige minister van marine, mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck, kon de afbouw van de twee Java-klasse kruisers, Java en Sumatra, alleen goedgekeurd krijgen door af te zien van de afbouw van een derde schip van deze klasse, de Celebes. De aanbesteding voor nog drie kruisers werd geannuleerd. De bouw van de Celebes werd stilgelegd en de dertig ton rompmateriaal dat al bewerkt was werd gesloopt.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 30 mei 2011

Hr. Ms. Jacob van Heemskerck

In 1922 had een vlootwetcommissie bepaald uit welke schepen de vloot van de Koninklijke Marine de komende jaren minimaal zou moeten bestaan. In oktober 1923 werd dit vlootwetsontwerp verworpen door de Tweede Kamer. In 1930 werd door de toenmalige minister van Marine, dr. L.N. Deckers, het aanbouwbeleid voor de marine bepaald van 1930 tot 1940. Het zogenaamde Vlootplan Deckers omvatte slechts de helft van het aantal te bouwen eenheden in vergelijking met het in 1922 voorgestelde plan en werd daarom ook wel het ďhalve minimumĒ genoemd. Vooral de duurste oorlogsschepen, kruisers, waren steeds aanleiding tot discussies in de Nederlandse politiek. Er gingen vele stemmen op om ze weg te bezuinigen maar minister Deckers kon door zijn goedgekeurde vlootplan de bestaande kruisers van de Java-klasse, Hr. Ms. Java en Hr. Ms. Sumatra, behouden. Bovendien was er in het plan een derde lichte kruiser voorzien die in 1936 in dienst werd gesteld als Hr. Ms. De Ruyter.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 februari 2010

Hr. Ms. Java

Voor de Eerste Wereldoorlog had Nederland zeer ambitieuze plannen ter uitbreiding van de zeemacht. Adviezen van de Staatscommissie uit 1912 spraken zelfs over de bouw van een eskader slagschepen dat begeleid zou worden door de bestaande torpedoboten en een zestal zogenaamde torpedokruisers. Voor deze laatst genoemde schepen prefereerde de commissie de 1150 tons schepen zoals deze gebouwd werden bij de Krupp-Germaniawerf in Kiel, Duitsland, voor onder andere ArgentiniŽ. De Eerste Wereldoorlog zelf bracht hierin grote verandering. De verschrikkingen van een dergelijk wereldwijd conflict leidde tot zoveel afschuw dat een groot deel van de bevolking en de regering terug viel in een golf van pacifisme en de wil te ontwapenen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 februari 2010

Hr. Ms. Sumatra

Voor de Eerste Wereldoorlog had Nederland zeer ambitieuze plannen ter uitbreiding van de zeemacht. Adviezen van de Staatscommissie uit 1912 spraken zelfs over de bouw van een eskader slagschepen dat begeleid zou worden door de bestaande torpedoboten en een zestal zogenaamde torpedokruisers. Voor deze laatst genoemde schepen prefereerde de commissie de 1150 tons schepen zoals deze gebouwd werden bij de Krupp-Germaniawerf in Kiel, Duitsland, voor onder andere ArgentiniŽ. De Eerste Wereldoorlog zelf bracht hierin grote verandering. De verschrikkingen van een dergelijk wereldwijd conflict leidde tot zoveel afschuw dat een groot deel van de bevolking en de regering terug viel in een golf van pacifisme en de wil te ontwapenen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 30 mei 2011

Hr. Ms. Tromp

In 1922 had een vlootwetcommissie bepaald uit welke schepen de vloot van de Koninklijke Marine de komende jaren minimaal zou moeten bestaan. In oktober 1923 werd dit vlootwetsontwerp verworpen door de Tweede Kamer. In 1930 werd door de toenmalige minister van Marine, dr. L.N. Deckers, het aanbouwbeleid voor de marine bepaald van 1930 tot 1940. Het zogenaamde Vlootplan Deckers omvatte slechts de helft van het aantal te bouwen eenheden in vergelijking met het in 1922 voorgestelde plan en werd daarom ook wel het ďhalve minimumĒ genoemd. Vooral de duurste oorlogsschepen, kruisers, waren steeds aanleiding tot discussies in de Nederlandse politiek. Er gingen vele stemmen op om ze weg te bezuinigen maar minister Deckers kon door zijn goedgekeurde vlootplan de bestaande kruisers van de Java-klasse, Hr. Ms. Java en Hr. Ms. Sumatra, behouden. Bovendien was er in het plan een derde lichte kruiser voorzien die in 1936 in dienst werd gesteld als Hr. Ms. De Ruyter.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Isuzu

De Nagara-klasse lichte kruiser was in feite een iets gewijzigde versie van de Kuma-klasse lichte kruiser. Het voornaamste verschil is te vinden in de constructie van de opbouw rond en van de brug en vuurleiding. De schepen waren iets breder gebouwd dan hun voorgangers om de stabiliteit te vergroten. De schepen waren oorspronkelijk uitgerust met een klein vliegplatform boven de tweede geschutskoepel en een kleine hangar in de brugopbouw. Het platform werd eind jaren 20 vervangen door een katapult. Korte tijd daarna is de katapult naar achter verplaatst en de hangar verwijderd. Met de katapult kon een Kawanishi E7K 2 toestel worden gelanceerd. De kleine kruisers waren eigenlijk bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog al verouderd. Voor hun oorspronkelijke taak waren ze al ongeschikt en de meeste zijn dan ook ingezet als vlaggeschip voor de kruiser-, torpedobootjager- of onderzeeboot-eskaders.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Nagara
Aantal in klasse: 6
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5170 BRT volledig beladen 5925 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 162,99 meter Breedte: 14,75 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,87 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 33 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Kinu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 38,1 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in 7 enkelloops koepels, vier voor en drie achter 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 24" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 438 man

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Japanse Lichte Kruisers van de Nagara-klasse

De Nagara-klasse lichte kruiser was in feite een iets gewijzigde versie van de Kuma-klasse lichte kruiser. Het voornaamste verschil is te vinden in de constructie van de opbouw rond en van de brug en vuurleiding. De schepen waren iets breder gebouwd dan hun voorgangers om de stabiliteit te vergroten. De schepen waren oorspronkelijk uitgerust met een klein vliegplatform boven de tweede geschutskoepel en een kleine hangar in de brugopbouw. Het platform werd eind jaren 20 vervangen door een katapult. Korte tijd daarna is de katapult naar achter verplaatst en de hangar verwijderd. Met de katapult kon een Kawanishi E7K 2 toestel worden gelanceerd. De kleine kruisers waren eigenlijk bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog al verouderd. Voor hun oorspronkelijke taak waren ze al ongeschikt en de meeste zijn dan ook ingezet als vlaggeschip voor de kruiser-, torpedobootjager- of onderzeeboot-eskaders.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Nagara
Aantal in klasse: 6
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5170 BRT volledig beladen 5925 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 162,99 meter Breedte: 14,75 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,87 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 33 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Kinu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 38,1 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in 7 enkelloops koepels, vier voor en drie achter 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 24" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 438 man

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 maart 2003

Jintsu

De Naka-klasse werd op stapel gezet volgens het Programma voor Middelzware Kruisers uit 1921/1922. In totaal zouden vier schepen worden gebouwd, maar de Kako is nooit afgebouwd. Het was de laatste serie schepen die nog op stapel zijn gezet voorafgaand aan het Verdrag van Washington in 1922. Vanwege dit verdrag werd de Kako al op de helling gesloopt. De schepen waren in feite een verbeterde versie van de Nagara-klasse. De verbeterde aandrijving en turbines gaven de schepen een vierde schoorsteen, waardoor ze goed van hun voorgangers zijn te onderscheiden. Net als de voorgaande klasse werden de schepen uitgerust met een vliegdekplatform boven No2 geschut. De Naka-klasse heeft echter nooit vliegtuigen gekregen, totdat in 1934 de schepen werden uitgerust met een katapult.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Naka
Aantal in klasse: 3
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5195 BRT volledig beladen 7213 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 163,03 meter Breedte: 14,17 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,91 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 35 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Jintsu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 50,8 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in zeven enkelloops koepels (vier voor en drie achter) 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 21" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 450 man

Naka

Yokohama Dock Co. 10-06-1922 24-03-1925 30-11-1925 02-02-1944

De Naka werd in 1934 uitgerust met een katapult tussen No.6 en No.7 geschut. De hoofdmast werd gemodificeerd met een kraan om het vliegtuig (een Kawanishi E7K) te kunnen optakelen. Tijdens deze verbouwing werd eveneens de brug gemodeniseerd. In 1939 werd het gehele schip gemoderniseerd. December 1941 fungeerde de Naka als vlaggenschip van het 4e Jagerflottielje bij de Zuidelijke Vloot. Als zodanig was het schip betrokken bij de invasie van de Filippijnen. Vervolgens was het schip betrokken bij de invasie van Nederlands-IndiŽ en de Slag in de Javazee. Op 1 april 1942 wist de USS Seawolf het schip met een torpedo te raken. Zwaar gehavend werd het de haven van Singapore binnegesleept en gerepareerd in Maizuru, waardoor het tot maart 1943 uit de roulatie was. In 1943 werden de 3"kanonnen vervangen door een dubbelloops 5"DP luchtdoelkanon en werd het overige luchtafweer verhoogd tot 44x 25 mm kanonnen en zes 13,2 mm machinegeweren. Uiteindelijk is het schip tijdens operaties in de buurt van Truk en de Gilbert Eilanden, op 17 februari 1944 door vliegtuigen van de USS Bunker Hill tot zinken gebracht.

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 12 februari 2005

Karlsruhe

Het eerste grote oorlogsschip wat de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog bouwden was de lichte kruiser Emden in 1921. Dit schip had nog veel weg van de laatste lichte kruisers uit de Eerste Wereldoorlog van de CŲln II-klasse. Het had alle hoofdkanonnen in enkele geschutstorens, net als in de Eerste Wereldoorlog. Maar vier van deze geschutstorens stonden op de middellijn.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Kinu

De Nagara-klasse lichte kruiser was in feite een iets gewijzigde versie van de Kuma-klasse lichte kruiser. Het voornaamste verschil is te vinden in de constructie van de opbouw rond en van de brug en vuurleiding. De schepen waren iets breder gebouwd dan hun voorgangers om de stabiliteit te vergroten. De schepen waren oorspronkelijk uitgerust met een klein vliegplatform boven de tweede geschutskoepel en een kleine hangar in de brugopbouw. Het platform werd eind jaren 20 vervangen door een katapult. Korte tijd daarna is de katapult naar achter verplaatst en de hangar verwijderd. Met de katapult kon een Kawanishi E7K 2 toestel worden gelanceerd. De kleine kruisers waren eigenlijk bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog al verouderd. Voor hun oorspronkelijke taak waren ze al ongeschikt en de meeste zijn dan ook ingezet als vlaggeschip voor de kruiser-, torpedobootjager- of onderzeeboot-eskaders.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Nagara
Aantal in klasse: 6
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5170 BRT volledig beladen 5925 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 162,99 meter Breedte: 14,75 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,87 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 33 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Kinu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 38,1 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in 7 enkelloops koepels, vier voor en drie achter 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 24" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 438 man

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 12 februari 2005

KŲln

Het eerste grote oorlogsschip wat de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog bouwden was de lichte kruiser Emden in 1921. Dit schip had nog veel weg van de laatste lichte kruisers uit de Eerste Wereldoorlog van de CŲln II-klasse. Het had alle hoofdkanonnen in enkele geschutstorens, net als in de Eerste Wereldoorlog. Maar vier van deze geschutstorens stonden op de middellijn.

  • Artikel door Kevin Prenger
  • Geplaatst op 12 februari 2005

KŲnigsberg

Het eerste grote oorlogsschip wat de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog bouwden was de lichte kruiser Emden in 1921. Dit schip had nog veel weg van de laatste lichte kruisers uit de Eerste Wereldoorlog van de CŲln II-klasse. Het had alle hoofdkanonnen in enkele geschutstorens, net als in de Eerste Wereldoorlog. Maar vier van deze geschutstorens stonden op de middellijn.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 oktober 2014

Leipzig

In het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 ondertekend werd door de geallieerden en Duitsland en een officieel einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, stonden voor Duitsland onder andere zeer beperkende voorwaarden betreffende de toekomstige toegestane bewapening. Duitsland mocht maar een zeer kleine legermacht opbouwen en slechts een gelimiteerde zeemacht. De Reichsmarine, de voorloper van de Kriegsmarine, mocht bijvoorbeeld maar 15.000 manschappen omvatten. Verder mochten er alleen nieuwe schepen aan de oorlogsvloot toegevoegd worden als vervangers van afgeschreven eenheden.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 februari 2010

Lichte kruisers van de Java-klasse

Voor de Eerste Wereldoorlog had Nederland zeer ambitieuze plannen ter uitbreiding van de zeemacht. Adviezen van de Staatscommissie uit 1912 spraken zelfs over de bouw van een eskader slagschepen dat begeleid zou worden door de bestaande torpedoboten en een zestal zogenaamde torpedokruisers. Voor deze laatst genoemde schepen prefereerde de commissie de 1150 tons schepen zoals deze gebouwd werden bij de Krupp-Germaniawerf in Kiel, Duitsland, voor onder andere ArgentiniŽ. De Eerste Wereldoorlog zelf bracht hierin grote verandering. De verschrikkingen van een dergelijk wereldwijd conflict leidde tot zoveel afschuw dat een groot deel van de bevolking en de regering terug viel in een golf van pacifisme en de wil te ontwapenen.

  • Artikel door Auke de Vlieger
  • Geplaatst op 12 februari 2005

Lichte kruisers van de K-klasse

Het eerste grote oorlogsschip wat de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog bouwden was de lichte kruiser Emden in 1921. Dit schip had nog veel weg van de laatste lichte kruisers uit de Eerste Wereldoorlog van de CŲln II-klasse. Het had alle hoofdkanonnen in enkele geschutstorens, net als in de Eerste Wereldoorlog. Maar vier van deze geschutstorens stonden op de middellijn.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 30 mei 2011

Lichte kruisers van de Tromp-klasse

In 1922 had een vlootwetcommissie bepaald uit welke schepen de vloot van de Koninklijke Marine de komende jaren minimaal zou moeten bestaan. In oktober 1923 werd dit vlootwetsontwerp verworpen door de Tweede Kamer. In 1930 werd door de toenmalige minister van Marine, dr. L.N. Deckers, het aanbouwbeleid voor de marine bepaald van 1930 tot 1940. Het zogenaamde Vlootplan Deckers omvatte slechts de helft van het aantal te bouwen eenheden in vergelijking met het in 1922 voorgestelde plan en werd daarom ook wel het ďhalve minimumĒ genoemd. Vooral de duurste oorlogsschepen, kruisers, waren steeds aanleiding tot discussies in de Nederlandse politiek. Er gingen vele stemmen op om ze weg te bezuinigen maar minister Deckers kon door zijn goedgekeurde vlootplan de bestaande kruisers van de Java-klasse, Hr. Ms. Java en Hr. Ms. Sumatra, behouden. Bovendien was er in het plan een derde lichte kruiser voorzien die in 1936 in dienst werd gesteld als Hr. Ms. De Ruyter.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Nagara

De Nagara-klasse lichte kruiser was in feite een iets gewijzigde versie van de Kuma-klasse lichte kruiser. Het voornaamste verschil is te vinden in de constructie van de opbouw rond en van de brug en vuurleiding. De schepen waren iets breder gebouwd dan hun voorgangers om de stabiliteit te vergroten. De schepen waren oorspronkelijk uitgerust met een klein vliegplatform boven de tweede geschutskoepel en een kleine hangar in de brugopbouw. Het platform werd eind jaren 20 vervangen door een katapult. Korte tijd daarna is de katapult naar achter verplaatst en de hangar verwijderd. Met de katapult kon een Kawanishi E7K 2 toestel worden gelanceerd. De kleine kruisers waren eigenlijk bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog al verouderd. Voor hun oorspronkelijke taak waren ze al ongeschikt en de meeste zijn dan ook ingezet als vlaggeschip voor de kruiser-, torpedobootjager- of onderzeeboot-eskaders.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Nagara
Aantal in klasse: 6
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5170 BRT volledig beladen 5925 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 162,99 meter Breedte: 14,75 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,87 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 33 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Kinu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 38,1 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in 7 enkelloops koepels, vier voor en drie achter 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 24" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 438 man

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 maart 2003

Naka

De Naka-klasse werd op stapel gezet volgens het Programma voor Middelzware Kruisers uit 1921/1922. In totaal zouden vier schepen worden gebouwd, maar de Kako is nooit afgebouwd. Het was de laatste serie schepen die nog op stapel zijn gezet voorafgaand aan het Verdrag van Washington in 1922. Vanwege dit verdrag werd de Kako al op de helling gesloopt. De schepen waren in feite een verbeterde versie van de Nagara-klasse. De verbeterde aandrijving en turbines gaven de schepen een vierde schoorsteen, waardoor ze goed van hun voorgangers zijn te onderscheiden. Net als de voorgaande klasse werden de schepen uitgerust met een vliegdekplatform boven No2 geschut. De Naka-klasse heeft echter nooit vliegtuigen gekregen, totdat in 1934 de schepen werden uitgerust met een katapult.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Naka
Aantal in klasse: 3
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5195 BRT volledig beladen 7213 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 163,03 meter Breedte: 14,17 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,91 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 35 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Jintsu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 50,8 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in zeven enkelloops koepels (vier voor en drie achter) 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 21" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 450 man

Naka

Yokohama Dock Co. 10-06-1922 24-03-1925 30-11-1925 02-02-1944

De Naka werd in 1934 uitgerust met een katapult tussen No.6 en No.7 geschut. De hoofdmast werd gemodificeerd met een kraan om het vliegtuig (een Kawanishi E7K) te kunnen optakelen. Tijdens deze verbouwing werd eveneens de brug gemodeniseerd. In 1939 werd het gehele schip gemoderniseerd. December 1941 fungeerde de Naka als vlaggenschip van het 4e Jagerflottielje bij de Zuidelijke Vloot. Als zodanig was het schip betrokken bij de invasie van de Filippijnen. Vervolgens was het schip betrokken bij de invasie van Nederlands-IndiŽ en de Slag in de Javazee. Op 1 april 1942 wist de USS Seawolf het schip met een torpedo te raken. Zwaar gehavend werd het de haven van Singapore binnegesleept en gerepareerd in Maizuru, waardoor het tot maart 1943 uit de roulatie was. In 1943 werden de 3"kanonnen vervangen door een dubbelloops 5"DP luchtdoelkanon en werd het overige luchtafweer verhoogd tot 44x 25 mm kanonnen en zes 13,2 mm machinegeweren. Uiteindelijk is het schip tijdens operaties in de buurt van Truk en de Gilbert Eilanden, op 17 februari 1944 door vliegtuigen van de USS Bunker Hill tot zinken gebracht.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Natori

De Nagara-klasse lichte kruiser was in feite een iets gewijzigde versie van de Kuma-klasse lichte kruiser. Het voornaamste verschil is te vinden in de constructie van de opbouw rond en van de brug en vuurleiding. De schepen waren iets breder gebouwd dan hun voorgangers om de stabiliteit te vergroten. De schepen waren oorspronkelijk uitgerust met een klein vliegplatform boven de tweede geschutskoepel en een kleine hangar in de brugopbouw. Het platform werd eind jaren 20 vervangen door een katapult. Korte tijd daarna is de katapult naar achter verplaatst en de hangar verwijderd. Met de katapult kon een Kawanishi E7K 2 toestel worden gelanceerd. De kleine kruisers waren eigenlijk bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog al verouderd. Voor hun oorspronkelijke taak waren ze al ongeschikt en de meeste zijn dan ook ingezet als vlaggeschip voor de kruiser-, torpedobootjager- of onderzeeboot-eskaders.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Nagara
Aantal in klasse: 6
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5170 BRT volledig beladen 5925 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 162,99 meter Breedte: 14,75 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,87 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 33 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Kinu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 38,1 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in 7 enkelloops koepels, vier voor en drie achter 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 24" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 438 man

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 oktober 2014

NŁrnberg

In het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 ondertekend werd door de geallieerden en Duitsland en een officieel einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, stonden voor Duitsland onder andere zeer beperkende voorwaarden betreffende de toekomstige toegestane bewapening. Duitsland mocht maar een zeer kleine legermacht opbouwen en slechts een gelimiteerde zeemacht. De Reichsmarine, de voorloper van de Kriegsmarine, mocht bijvoorbeeld maar 15.000 manschappen omvatten. Verder mochten er alleen nieuwe schepen aan de oorlogsvloot toegevoegd worden als vervangers van afgeschreven eenheden.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 maart 2003

Sendai

De Naka-klasse werd op stapel gezet volgens het Programma voor Middelzware Kruisers uit 1921/1922. In totaal zouden vier schepen worden gebouwd, maar de Kako is nooit afgebouwd. Het was de laatste serie schepen die nog op stapel zijn gezet voorafgaand aan het Verdrag van Washington in 1922. Vanwege dit verdrag werd de Kako al op de helling gesloopt. De schepen waren in feite een verbeterde versie van de Nagara-klasse. De verbeterde aandrijving en turbines gaven de schepen een vierde schoorsteen, waardoor ze goed van hun voorgangers zijn te onderscheiden. Net als de voorgaande klasse werden de schepen uitgerust met een vliegdekplatform boven No2 geschut. De Naka-klasse heeft echter nooit vliegtuigen gekregen, totdat in 1934 de schepen werden uitgerust met een katapult.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Naka
Aantal in klasse: 3
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5195 BRT volledig beladen 7213 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 163,03 meter Breedte: 14,17 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,91 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 35 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Jintsu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 50,8 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in zeven enkelloops koepels (vier voor en drie achter) 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 21" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 450 man

Naka

Yokohama Dock Co. 10-06-1922 24-03-1925 30-11-1925 02-02-1944

De Naka werd in 1934 uitgerust met een katapult tussen No.6 en No.7 geschut. De hoofdmast werd gemodificeerd met een kraan om het vliegtuig (een Kawanishi E7K) te kunnen optakelen. Tijdens deze verbouwing werd eveneens de brug gemodeniseerd. In 1939 werd het gehele schip gemoderniseerd. December 1941 fungeerde de Naka als vlaggenschip van het 4e Jagerflottielje bij de Zuidelijke Vloot. Als zodanig was het schip betrokken bij de invasie van de Filippijnen. Vervolgens was het schip betrokken bij de invasie van Nederlands-IndiŽ en de Slag in de Javazee. Op 1 april 1942 wist de USS Seawolf het schip met een torpedo te raken. Zwaar gehavend werd het de haven van Singapore binnegesleept en gerepareerd in Maizuru, waardoor het tot maart 1943 uit de roulatie was. In 1943 werden de 3"kanonnen vervangen door een dubbelloops 5"DP luchtdoelkanon en werd het overige luchtafweer verhoogd tot 44x 25 mm kanonnen en zes 13,2 mm machinegeweren. Uiteindelijk is het schip tijdens operaties in de buurt van Truk en de Gilbert Eilanden, op 17 februari 1944 door vliegtuigen van de USS Bunker Hill tot zinken gebracht.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS Boise

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS Brooklyn

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS Helena

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS Honolulu

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS Nashville

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS Philadelphia

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS Phoenix

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS Savannah

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

USS St. Louis

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Yura

De Nagara-klasse lichte kruiser was in feite een iets gewijzigde versie van de Kuma-klasse lichte kruiser. Het voornaamste verschil is te vinden in de constructie van de opbouw rond en van de brug en vuurleiding. De schepen waren iets breder gebouwd dan hun voorgangers om de stabiliteit te vergroten. De schepen waren oorspronkelijk uitgerust met een klein vliegplatform boven de tweede geschutskoepel en een kleine hangar in de brugopbouw. Het platform werd eind jaren 20 vervangen door een katapult. Korte tijd daarna is de katapult naar achter verplaatst en de hangar verwijderd. Met de katapult kon een Kawanishi E7K 2 toestel worden gelanceerd. De kleine kruisers waren eigenlijk bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog al verouderd. Voor hun oorspronkelijke taak waren ze al ongeschikt en de meeste zijn dan ook ingezet als vlaggeschip voor de kruiser-, torpedobootjager- of onderzeeboot-eskaders.

Technische gegevens bij bouw:

Klasse: Nagara
Aantal in klasse: 6
Land: Japan
Type: Lichte Kruiser
Waterverpl.: standaard 5170 BRT volledig beladen 5925 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 162,99 meter Breedte: 14,75 meter Diepgang: (volledig beladen) 4,87 meter
Aandrijving: Vermogen: 70000 shp Max. Snelheid: 33 knopen 4 schachten Gihon geschakelde turbines (Kinu: Curtis turb.) 12 Kanpon boilers
Bepantsering: pantsergordel 63,5 mm dek 38,1 mm
Bewapening: 7 - 5,5"/50 in 7 enkelloops koepels, vier voor en drie achter 2 - 3"/40 AA 4 - 25 mm AA 6 - 13 mm AA 8 - 24" Torpedolanceerbuizen (4x2) 1 vliegtuig
Bemanning: 438 man