TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, BelgiŽ, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Artikelen

Amerikaanse lichte kruisers van de Brooklyn-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 maart 2016

Amerikaanse lichte kruisers van de Brooklyn-klasse

Na de Eerste Wereldoorlog werden over het algemeen, wereldwijd gezien, pantserschepen vervangen door zware kruisers en pantserdekschepen door lichte kruisers. Dit uitte zich in verschillen in waterverplaatsing, bepantsering en bewapening. In de bepalingen van het Marineverdrag van Washington (Washington Naval Treaty van 1922) werd vastgelegd dat de maximum waterverplaatsing voor alle kruisers gelimiteerd werd tot 10.000 ton. Zware kruisers mochten een hoofdbewapening voeren tot maximaal 20,3cm (8 inch) en lichte kruisers mochten geen zwaardere primaire bewapening dragen dan 15,5cm (6,1 inch). Het gevolg was dat de betrokken grote zeemachten, Groot BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Frankrijk, ItaliŽ en Japan, kruisers lieten bouwen van tegen de 10.000 ton.

Britse Lichte-kruiser HMS Birmingham (19)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2015

Britse Lichte-kruiser HMS Birmingham (19)

HMS Birmingham (19) werd in 1937 in dienst genomen. Het schip diende bij 5th Cruiser Squadron, China Station, maar werd bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog naar Malta gezonden en diende daarna bij 18th Cruiser Squadron, Home Fleet. De rest van de oorlog werd het schip diverse keren overgeplaatst en eindigde de oorlog in de Baltische Zee. Na de Tweede Wereldoorlog werd het schip naar het Verre Oosten gezonden en nam het deel aan de Korea oorlog. De lichte kruiser eindigde haar loopbaan wederom in de Middellandse Zee. In 1959 werd ze uit dienst genomen en in 1960 gesloopt.

Britse Lichte-kruisers van de Southampton-klasse
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 maart 2015

Britse Lichte-kruisers van de Southampton-klasse

De tussen 1934 en 1937 gebouwde Southampton-klasse lichte kruisers, waren formeel een subklasse van de uit 10 schepen bestaande Town(II)-klasse lichte kruisers. Deze schepen werden echter door aanpassingen aan de bewapening, gebouwd in drie van elkaar te onderscheiden klassen, de Southampton-klasse, de Gloucester-klasse en de Edinburgh-klasse.

Duitse lichte kruisers van de Leipzig-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 16 oktober 2014

Duitse lichte kruisers van de Leipzig-klasse

In het Verdrag van Versailles, dat op 28 juni 1919 ondertekend werd door de geallieerden en Duitsland en een officieel einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, stonden voor Duitsland onder andere zeer beperkende voorwaarden betreffende de toekomstige toegestane bewapening. Duitsland mocht maar een zeer kleine legermacht opbouwen en slechts een gelimiteerde zeemacht. De Reichsmarine, de voorloper van de Kriegsmarine, mocht bijvoorbeeld maar 15.000 manschappen omvatten. Verder mochten er alleen nieuwe schepen aan de oorlogsvloot toegevoegd worden als vervangers van afgeschreven eenheden.

Hr. Ms. De Ruyter
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 11 januari 2011

Hr. Ms. De Ruyter

Vlak na de Eerste Wereldoorlog ging er een golf van pacifisme door de Nederlandse bevolking en de Nederlandse politiek. De verschrikkingen van het wereldwijde conflict hadden zoveel negatieve indrukken achtergelaten dat de roep om ontwapening steeds luider werd. In 1919 werd zelfs door een aantal politieke partijen in Nederland een voorstel gedaan om onder andere de Koninklijke Marine als militaire organisatie in zijn geheel op te heffen. Hier was geen meerderheid voor in de Tweede Kamer maar de toenmalige minister van marine, mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck, kon de afbouw van de twee Java-klasse kruisers, Java en Sumatra, alleen goedgekeurd krijgen door af te zien van de afbouw van een derde schip van deze klasse, de Celebes. De aanbesteding voor nog drie kruisers werd geannuleerd. De bouw van de Celebes werd stilgelegd en de dertig ton rompmateriaal dat al bewerkt was werd gesloopt.

Japanse Lichte-kruiser Abakuma (1925)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 september 2020

Japanse Lichte-kruiser Abakuma (1925)

De Abakuma was een schip uit de Nagara-klasse en werd aanvankelijk als Minase op stapel gezet in 1920. De Abakuma nam als vlaggenschip van de Dai-ichi Suirai sentai (1e Torpedo Squadron) deel aan de aanval op Pearl Harbor. Het schip werd tijdens de Slag bij Leyte op 25 oktober 1944 zwaar beschadigd en werd later door vliegtuigen tot zinken gebracht.

Japanse Lichte-kruiser Kinu (1922)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 september 2020

Japanse Lichte-kruiser Kinu (1922)

De Kinu werd als naam gegeven aan het schip dat oorspronkelijk de Otonase zou gaan heten. Het werd op stapel gezet volgens het 8-8 plan uit 1920. Het schip werd vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog in december 1941 tot aan het einde van de oorlog ingezet in de omgeving van Malakka en Nederlands-IndiŽ. Tijdens de invasie van Malakka en Singapore werd het beschadigd door Britse en Nederlandse luchtaanvallen. Op 26 oktober 1944 werd ze tijdens de Slag om Samar in de buurt van Masbate door Amerikaanse vliegtuigen tot zinken gebracht.

Japanse Lichte-kruiser Naka (1925)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 29 september 2020

Japanse Lichte-kruiser Naka (1925)

De tussen 1922 en 1925 gebouwde lichte kruiser Naka opereerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als vlaggenschip voor de 4e Torpedobootjager Flottielje. Het schip nam deel aan de Slag in de Javazee. Op 18 februari 1944 werd tijdens Operatie Hailstone, de Naka op 65 km ten Westen van Truk door Amerikaanse bommenwerpers tot zinken gebracht.

Japanse Lichte-kruiser Natori (1923)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 september 2020

Japanse Lichte-kruiser Natori (1923)

De Natori was ook een resultaat van plan 8-4 en werd in juli 1931 voor het eerst gemoderniseerd. In december 1941 fungeerde het als vlaggenschip voor de 5e Torpedobootjager Eenheid van de Zuidelijke Vloot. Aanvankelijk werd het ingezet bij de invasie van de Filippijnen, maar begin 1942 breidde het operatiegebied zich uit tot Malakka en Java. In december 1942 werd het schip getorpedeerd en zwaar beschadigd door de USS Tautog. Hierna was het lang uit de vaart voor reparaties en herbewapening zoals haar zusterschepen. Uiteindelijk weer in gebruik, werd de Natori op 18 augustus 1944 in de buurt van Suriago door de USS Hardhead met torpedo's tot zinken gebracht.

Japanse Lichte-kruisers van de Nagara-klasse
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 maart 2014

Japanse Lichte-kruisers van de Nagara-klasse

De Nagara-klasse lichte kruiser was in feite een iets gewijzigde versie van de Kuma-klasse lichte kruiser. Het voornaamste verschil is te vinden in de constructie van de opbouw rond en van de brug en vuurleiding. Hoewel ten tijde van de Tweede Wereldoorlog al verouderd, werden de schepen nog gebruikt als vlaggenschepen voor eskaders kleinere vaartuigen en diverse keren gemoderniseerd. Alle zes de schepen uit de klasse gingen tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren

Japanse Lichte-kruisers van de Sendai-klasse
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 maart 2003

Japanse Lichte-kruisers van de Sendai-klasse

De Sendai-klasse werd op stapel gezet volgens het Programma voor Middelzware Kruisers uit 1921/1922. In totaal zouden acht schepen worden gebouwd. De Kako was de laatste in deze klasse die nog op stapel werd gezet voorafgaand aan het Verdrag van Washington in 1922. Vanwege dit verdrag werd de Kako al op de helling gesloopt en werden de Ayase, Minase, Otonase en een schip nog zonder naam niet meer gebouwd.

Lichte kruisers van de Java-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 6 februari 2010

Lichte kruisers van de Java-klasse

Voor de Eerste Wereldoorlog had Nederland zeer ambitieuze plannen ter uitbreiding van de zeemacht. Adviezen van de Staatscommissie uit 1912 spraken zelfs over de bouw van een eskader slagschepen dat begeleid zou worden door de bestaande torpedoboten en een zestal zogenaamde torpedokruisers. Voor deze laatst genoemde schepen prefereerde de commissie de 1150 tons schepen zoals deze gebouwd werden bij de Krupp-Germaniawerf in Kiel, Duitsland, voor onder andere ArgentiniŽ. De Eerste Wereldoorlog zelf bracht hierin grote verandering. De verschrikkingen van een dergelijk wereldwijd conflict leidde tot zoveel afschuw dat een groot deel van de bevolking en de regering terug viel in een golf van pacifisme en de wil te ontwapenen.

Lichte kruisers van de K-klasse
  • Artikel door Auke de Vlieger
  • Geplaatst op 12 februari 2005

Lichte kruisers van de K-klasse

Het eerste grote oorlogsschip wat de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog bouwden was de lichte kruiser Emden in 1921. Dit schip had nog veel weg van de laatste lichte kruisers uit de Eerste Wereldoorlog van de CŲln II-klasse. Het had alle hoofdkanonnen in enkele geschutstorens, net als in de Eerste Wereldoorlog. Maar vier van deze geschutstorens stonden op de middellijn.

Lichte kruisers van de Tromp-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 30 mei 2011

Lichte kruisers van de Tromp-klasse

In 1922 had een vlootwetcommissie bepaald uit welke schepen de vloot van de Koninklijke Marine de komende jaren minimaal zou moeten bestaan. In oktober 1923 werd dit vlootwetsontwerp verworpen door de Tweede Kamer. In 1930 werd door de toenmalige minister van Marine, dr. L.N. Deckers, het aanbouwbeleid voor de marine bepaald van 1930 tot 1940. Het zogenaamde Vlootplan Deckers omvatte slechts de helft van het aantal te bouwen eenheden in vergelijking met het in 1922 voorgestelde plan en werd daarom ook wel het ďhalve minimumĒ genoemd. Vooral de duurste oorlogsschepen, kruisers, waren steeds aanleiding tot discussies in de Nederlandse politiek. Er gingen vele stemmen op om ze weg te bezuinigen maar minister Deckers kon door zijn goedgekeurde vlootplan de bestaande kruisers van de Java-klasse, Hr. Ms. Java en Hr. Ms. Sumatra, behouden. Bovendien was er in het plan een derde lichte kruiser voorzien die in 1936 in dienst werd gesteld als Hr. Ms. De Ruyter.