TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Voorwoord

    Van 24 april tot 1 mei 1941 werden ruim 50.000 manschappen van het Britse expeditieleger geëvacueerd uit Griekenland. Hierbij waren, behalve een groot aantal oorlogsschepen, negen troepentransportschepen betrokken waarvan drie van Nederlandse afkomst. De drie Nederlandse schepen werden alle tot zinken gebracht waarbij de ondergang van het stoomschip Slamat leidde tot de grootste scheepsramp in de Nederlandse geschiedenis.

    Eind 1940 deed de Italiaanse dictator Benito Mussolini een poging uit de schaduw van zijn bondgenoot Adolf Hitler te treden door Griekenland binnen te vallen. Mussolini wilde met de verovering, van het in zijn ogen gemakkelijke doelwit, laten zien waar hij en Italië militair gezien toe in staat waren. Op 28 oktober 1940 vielen Italiaanse troepen vanuit het eerder bezette Albanië Griekenland binnen. De Grieken bleken echter taaie tegenstanders en de Italianen konden hun verdedigingslinies niet doorbreken. Binnen drie weken hadden de Grieken de Italiaanse opmars een halt toegeroepen en gingen zij over tot de tegenaanval, die de Italianen terugdrong tot over de Albanese grens. De Italianen lieten versterkingen aanrukken, maar een grote tegenaanval op de Grieken op 9 maart 1941 liep wederom op niets uit. Na een week riep Mussolini zijn troepen terug en kwam er een einde aan de Grieks-Italiaanse Oorlog.

    Inmiddels had de Duitse strategie er vanaf het begin van de oorlog uit bestaan de Britten te verdrijven uit het Middellandse Zeegebied. De verovering van Joegoslavië en Griekenland paste daarom in het Duitse strategische denken. Hiermee zouden de As-mogendheden namelijk aansluiting vinden met de Duitse troepen in Noord-Afrika, die aan het oprukken waren richting Egypte en Palestina, beiden Britse protectoraten. Vooral om deze reden, maar ook om bondgenoot Italië uit de brand te helpen had Hitler in november 1940 besloten om Griekenland binnen te vallen. Vanaf die tijd deden Duitse troepen regelmatig uitvallen vanuit Bulgarije en Roemenië op steden in Noord-Griekenland. Op 6 april 1941 lanceerden de Duitsers met hun bondgenoten Italië en Bulgarije een massale aanval op Joegoslavië en Griekenland. Tien dagen later moest Joegoslavië al buigen voor de Duitse Blitzkrieg en het Balkanland capituleerde. Op 23 april zagen de Grieken zich genoodzaakt hetzelfde te doen.

    Op Grieks verzoek, maar ook uit eigen belang zonden de Britten, onder codenaam Operatie Lustre, een 60.000 troepen tellend imperiaal expeditieleger naar Griekenland. De operatie begon op 2 maart 1941 toen de eerste Britse, Australische, Nieuw-Zeelandse, Palestijnse en Cypriotische troepen in Alexandrië, Egypte werden ingescheept. Op 26 maart gingen de eerste Britse imperiale troepen in Piraeus, de havenstad van Athene, aan land en trokken naar het noorden. Vanaf 6 april bleek echter al snel dat de gecombineerde Griekse en Britse legers geen partij waren voor de Duitsers. Dit kwam niet alleen doordat de 360.000 man sterke geallieerde legers in aantallen ruim onder deden voor de 680.000 Duitse en 565.000 Italiaanse manschappen, maar vooral omdat de Luftwaffe heer en meester was in de regio. Op 21 april ging de Britse regering akkoord met het voorstel van de bevelhebber van het Britse expeditieleger, Lieutenant-General Sir Henry Maitland Wilson, om de troepen uit Griekenland te evacueren. Deze operatie werd aangeduid met de codenaam Demon.

    Al in de eerste nacht van het Duitse offensief, van 6 op 7 april 1941, had de Luftwaffe zware luchtaanvallen uitgevoerd op Piraeus. Daarbij was het Britse munitieschip Clan Fraser in de lucht gevlogen en zonken, als gevolg van de geweldige explosie, niet minder dan dertien andere schepen. Nog erger was echter de totale vernieling van de havenfaciliteiten van de Atheense havenstad. Hierdoor kon Operatie Demon niet uitgevoerd worden vanuit deze belangrijke haven en waren de Britten afhankelijk van kleinere havens zoals Rafina en Porto Rafti ten oosten van Piraeus, Megara ten westen van Athene en Nauplia (Nafplion), Monemvasia en Kalamata op de Peloponnesos. Omdat de Luftwaffe geen tegenstand van betekenis had, moesten de geallieerden er van uitgaan dat de Duitse toestellen vrij spel zouden hebben bij het bombarderen van de evacuatiekonvooien. Daarom was de duisternis de enige geallieerde bondgenoot tijdens Operatie Demon.

    Definitielijst

    Blitzkrieg
    De Nederlandse betekenis van dit Duitse woord is 'bliksemoorlog'. Zeer snel verlopende veldtocht. In tegenstelling tot een loopgravenoorlog is de Blitzkrieg erg snel en beweeglijk. Lucht- en grondstrijdkrachten werken nauw samen. Voor het eerst toegepast door de Duitsers (september 1939 in Polen)
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Operatie Demon
    1) Evacuatie van Britse troepen uit Griekenland van 24 april tot 1 mei 1941. 2) Britse bezetting van Abadan in Perzië op 25 augustus 1941
    Operatie Lustre
    Britse steun aan Griekenland in het voorjaar van 1941.

    Afbeeldingen

    Britse soldaten aan boord van een oorlogsschip tijdens Operatie Demon. Bron: Kiwi Veterans.
    Griekse artillerie in actie tegen Italiaanse troepen. Bron: Desert War.
    Nieuw-Zeelandse troepen arriveren te Piraeus, begin april 1941. Bron: Kiwi Veterans.
    Terugtrekkende Nieuw-Zeelandse troepen in Griekenland tijdens een rustpauze. Bron: Kiwi Veterans.

    Overzicht van de evacuatie

    Afbeeldingen

    Bron: Bert Heesen, TracesOfWar

    Eerste evacuaties en ondergang van ss Pennland

    Op 25 april 1941 arriveerde de Britse Vice Admiral Henry D. Pridham-Wippell, ondercommandant van de Britse Middellandse Zeevloot, aan boord van de kruiser HMS Orion op de Britse vlootbasis te Kreta, de Ormos Soudas, de Baai van Souda aan de noordkust van Kreta bij Chania. Deze vlagofficier kreeg de leiding over alle operaties van de Britse zeestrijdkrachten in de regio, dus ook over Operatie Demon. Hij had hiervoor de beschikking over de kruisers HMS Orion, HMS Ajax, HMS Phoebe en HMAS Perth, de luchtverdedigingskruisers HMS Calcutta, HMS Coventry en HMS Carlisle, twintig torpedobootjagers, drie kanonneerboten, de Landing Ships Infantry (LSI) HMS Glengyle en HMS Glenearn voorzien van landingsvaartuigen, vier kleinere Landing Ships Tank (LST), een aantal kleinere vaartuigen waaronder enkele Flower-klasse korvetten en negen troepentransportschepen.

    De eerste evacuaties van het Britse expeditieleger begonnen in de nacht van 24 op 25 april vanuit Porto Rafti, Megara en Nauplia. Het eerste konvooi, bestemd voor Porto Rafti, bestond uit HMS Glengyle (8.986 ton), de luchtverdedigingskruiser HMS Calcutta en het korvet HMS Salvia. In diepe duisternis slaagden de schepen er in om vóór 04:00 uur 5.700 manschappen aan boord te nemen, die behouden afgeleverd werden in de Baai van Souda. In Megara arriveerde in de avond van 24 april het motorvrachtschip Thurland Castle (6.732 ton). Gedurende de nachtelijke uren nam het schip 3.500 troepen, waarvan 1.000 gewonden, en 100 verpleegsters aan boord. Tegen 03:00 uur was het schip al weer op weg naar Kreta, maar het werd onderweg meerdere malen aangevallen door Duitse bommenwerpers. Door enkele indirecte treffers maakten twee ruimen water, maar er vielen geen slachtoffers.

    Het voor Nauplia bestemde konvooi bestond uit de LSI HMS Glenearn van 8.986 ton en het motorpassagiersschip Ulster Prince van 3.791 ton. Deze schepen werden beschermd door de lichte kruiser HMS Phoebe, het korvet HMS Hyacinth en de Australische torpedobootjagers HMAS Stuart en HMAS Voyager. Dit konvooi had echter al op de heenreis met grote problemen te kampen. De Glenearn werd door luchtaanvallen beschadigd en moest stoppen om de brand die aan boord uitgebroken was, te blussen. Desondanks was het schip nog tijdig ter plaatse zodat er 5.100 manschappen aan boord genomen konden worden. Het verlies van de Ulster Prince was vele malen erger. Het schip kwam in de nauwe haventoegang aan de grond te zitten en kon niet meer vlot getrokken worden. De begeleidende oorlogsschepen namen de vluchtelingen van het schip over. De Phoebe nam 1.130 man aan boord, de Voyager 340 en de Hyacinth 113. Zij kwamen allen veilig aan op Kreta. De Ulster Prince werd de volgende dag gebombardeerd door Duitse vliegtuigen en brandde volledig uit.

    Het drieschroefstoompassagiersschip Pennland, dat in 1922 gebouwd was bij Harland & Wolff, voer voor de oorlog, samen met het ss Westernland, in dienst van de tot de Duitse rederij Bernstein behorende Red Star Linie tussen Antwerpen en New York. De Holland Amerika Lijn (HAL) kocht beide schepen in het voorjaar van 1939 zodat de lijndienst tussen België en de Verenigde Staten voortgezet kon worden onder Nederlandse vlag. In mei 1940 bevond de Pennland (16.381 ton) zich te New York. Het schip, dat aangedreven werd door drie triple expansie stoommachines, werd gecharterd door het British Ministry of Shipping (later het British Ministry of War Transport) en te Liverpool ingericht voor het vervoer van militairen. Vervolgens nam het schip deel aan de mislukte aanval van Vrije Franse en Britse strijdkrachten op Dakar, de hoofdstad van de Franse kolonie Senegal, in september 1940. Daarna maakte de Pennland enkele incidentele reizen met troepen over de Atlantische Oceaan en een reis met 640 Duitse en Italiaanse krijgsgevangenen uit de Britse en Franse koloniën naar Jamaica. Vervolgens werd het troepentransportschip met 2.500 man Britse troepen uit Engeland, via Zuid-Afrika, naar Suez gedirigeerd waar het in maart 1941 arriveerde. Tijdens Operatie Lustre transporteerde de Pennland Australische en Britse troepen van Port-Said en Alexandrië naar Griekenland.

    Op 23 april 1941 werd het ss Pennland onder kapitein J. van Dulken vanuit Alexandrië naar Megara gedirigeerd om deel te nemen aan Operatie Demon. Vanaf Kreta voegde de herstelde Thurland Castle zich bij het konvooi. Op 25 april, in de buurt van het eiland Agios Georgios in de Golf van Athene, werd de Pennland als grootste schip van het konvooi door een Duitse Junkers 88 bommenwerper aangevallen. Het Nederlandse schip kreeg een voltreffer op het ankerspil waardoor een grote ravage aangericht werd op de brug en in het stuurhuis. De kompassen, machine-telegrafen en het stuurgerei werden volledig vernield. Verder had een indirecte treffer een groot gat geslagen in de scheepshuid waardoor het ruim voor de brug water begon te maken. De machine-installatie was echter nog intact waarop kapitein Van Dulken besloot terug te keren naar Kreta voor reparatie. Onderweg bleek echter dat het ruim net achter de brug eveneens vol water begon te lopen.

    Tot overmaat van ramp werd de Pennland omstreeks 18:00 uur weer aangevallen door een Duitse bommenwerper. Ditmaal kreeg het Nederlandse troepentransportschip een voltreffer op het stuurboordsloependek. De bom drong door alle dekken heen en explodeerde in de machinekamer. Er vielen vier doden en de machinekamer werd geheel vernield. Bovendien werd er wederom een groot gat in de scheepswand geslagen. Kapitein Van Dulken gaf hierop order het schip te verlaten. De 303 opvarenden werden aan boord genomen van de begeleidende torpedobootjager HMS Griffin die de Pennland met kanonschoten tot zinken trachtte te brengen. Enkele uren later maakte Duitse vliegtuigen hun karwei af en brachten het wrak van de Pennland tot zinken. De opvarenden van het Nederlandse troepentransportschip werden veilig op Kreta aan land gezet.

    Definitielijst

    kolonie
    Overzees gebiedsdeel.
    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    Operatie Demon
    1) Evacuatie van Britse troepen uit Griekenland van 24 april tot 1 mei 1941. 2) Britse bezetting van Abadan in Perzië op 25 augustus 1941
    Operatie Lustre
    Britse steun aan Griekenland in het voorjaar van 1941.
    torpedobootjager
    (Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

    Afbeeldingen

    De Dido-klasse lichte kruiser HMS Phoebe maakte deel uit van de oorlogsvloot van Vice Admiral Henry D. Pridham-Wippell. Bron: Wikipedia.
    Het Landing Ship Infantry HMS Glengyle. Bron: P. Kimenai Go2War2.
    De Cape Town-class kruiser HMS Calcutta. Bron: Wikipedia.
    Het drieschroefstoompassagiersschip Pennland. Bron: Delcampe.
    De Britse torpedobootjager HMS Griffin (H-31) nam de overlevenden van ss Pennland aan boord. Bron: Wikipedia.

    Ramp met ss Slamat, HMS Diamond en HMS Wryneck

    De Slamat was een dubbelschroefstoomschip van 11.636 ton van de Rotterdamsche Lloyd. Het schip was in 1924 opgeleverd door De Schelde te Vlissingen voor de verbinding Rotterdam-Nederlands Oost-Indië. Om de concurrentie met de alsmaar snellere nieuwe schepen aan te kunnen werd de Slamat in 1931 gemoderniseerd. Hierbij werd het schip iets verlengd tot 155,5 meter, door de boeg aan te passen en zodoende konden de, door De Schelde gebouwde, stoomturbines een maximale vaart genereren tot 17 in plaats van 15 knopen. In 1940 werd het schip gecharterd door het British Ministry of Shipping en in Sydney, Australië, omgebouwd tot troepentransportschip. Tot begin 1941 werd het schip vooral ingezet op de Indische Oceaan en de Middellandse Zee om troepen van het Britse Imperium naar Egypte over te brengen.

    In de namiddag van 26 april 1941 werden het ss Slamat, HMS Glenearn en de onder Egyptische vlag varende Khedive Ismail (7.290 ton), geëscorteerd door de kruiser HMS Calcutta en vijf torpedobootjagers, naar Nauplia gedirigeerd. Halverwege de reis werd de Glenearn echter twee maal door een Duitse bom getroffen waarvan er een in de machinekamer terecht kwam. Hierdoor kwam de LSI stil te liggen. De torpedobootjager HMS Griffin kreeg de opdracht om het schip terug naar Kreta te slepen. Het uitvallen van de Glenearn was een bittere tegenslag; niet alleen om de uitgeschakelde scheepsruimte, maar vooral om de aan boord zijnde landingsvaartuigen, die het embarkeren van de troepen aanzienlijk konden versnellen.

    In de avond gingen de schepen in de baai bij Nauplia voor anker. Omdat de toegang tot de haven nog steeds geblokkeerd was door het wrak van de Ulster Prince en door het gemis van de landingsvaartuigen van HMS Glenearn konden de te evacueren troepen alleen aan boord van de schepen gebracht worden door de reddingsboten van de schepen zelf en enkele lokale vaartuigjes. De kruisers HMS Orion en HMAS Perth en de torpedobootjager HMAS Stuart, die in allerijl de plaats in hadden genomen van HMS Glenearn, namen de eerste 2.500 troepen aan boord. De Khedive Ismail had om 03:00 nog geen enkele vluchteling aan boord en de Slamat slechts enkele honderden, toen HMS Calcutta seinde dat er vertrokken moest worden. Kapitein T. Luidinga van de Slamat begreep dat er honderden evacuees achter zouden blijven en bleef tegen de orders in troepen aan boord nemen. HMS Calcutta en het Egyptische schip vertrokken daarom pas om 04:00 uur en de Slamat zelf pas om 04:15 uur. Ondanks de beslissing van kapitein Luidinga om meer troepen aan boord te nemen bevonden zich op dat moment ongeveer 600 vluchtelingen aan boord van het stoomschip, slechts de helft van de capaciteit.

    Na enkele uren werden de geallieerde schepen aangevallen in de Zee van Pelagos door negen Duitse Junkers Ju 88 bommenwerpers. Hierbij kreeg de Slamat een voltreffer tussen de brug en de voorste schoorsteen waardoor een felle brand uitbrak. De bemanning probeerde het vuur onder controle te krijgen, maar dit werd bemoeilijkt doordat het schip steeds gemitrailleerd werd door Messerschmitt Bf 109 jachtvliegtuigen en Junkers Ju 87 duikbommenwerpers. Bovendien kreeg het schip nog een indirecte bomtreffer waardoor het slagzij begon te maken. Kapitein Luidinga gaf order het schip te verlaten. De overgebleven reddingsboten en vlotten hadden echter niet voldoende capaciteit en twee sloepen sloegen om omdat ze overladen waren. Om het nog erger te maken werden drenkelingen in het water door de Duitse vliegtuigen beschoten terwijl de overige schepen van het konvooi hun koers en snelheid aanhielden. HMS Calcutta nam enkele overlevenden aan boord en gaf daarna opdracht aan de torpedobootjager HMS Diamond om achter te blijven en zoveel mogelijk schipbreukelingen op te pikken.

    Om 09:16 uur kwamen drie Britse torpedobootjagers uit Kreta het konvooi versterken. Een van deze schepen, HMS Wryneck, kreeg opdracht HMS Diamond te escorteren. Beide destroyers pikten zoveel mogelijk drenkelingen op en keerden om 11:00 terug naar de brandende Slamat. Hier werden nog twee reddingsboten aangetroffen waarvan de opvarenden aan boord genomen werden. HMS Wryneck vuurde een torpedo af op de Slamat die enkele minuten later zonk. HMS Diamond had een 600-tal drenkelingen aan boord en HMS Wryneck enkele tientallen toen beide torpedobootjagers om 13:00 uur koers zetten naar Kreta. Een kwartier later werden de beide schepen bij verrassing overvallen door Ju 87 duikbommenwerpers die met de zon in de rug aanvielen. HMS Diamond kreeg twee treffers en zonk binnen acht minuten. HMS Wryneck kreeg drie treffers, kapseisde over bakboord en zonk binnen een kwartier. De bemanning van de Wryneck had nog één sloep kunnen strijken en beide torpedobootjagers hadden hun drie Carley reddingsvlotten overboord kunnen zetten. De capaciteit van deze zeven reddingsmiddelen schoot echter ernstig tekort en honderden drenkelingen, vooral gewonden, verdronken.

    In de avond van 27 april werd de torpedobootjager HMS Griffin er op uitgestuurd om te onderzoeken waarom HMS Diamond en HMS Wryneck nog niet teruggekeerd waren. In plaats van de beide destroyers trof de Griffin twee reddingsvlotten aan op de positie waar de Slamat was gezonken. Er werden veertien overlevenden opgepikt en de volgende morgen nog vier, die naar Kreta gebracht werden. De reddingsboot van HMS Wryneck bereikte op 28 april een rotseilandje op dertien mijl ten zuidoosten van Milos. Hier trof men een Grieks vissersvaartuigje aan vol met Griekse en Britse vluchtelingen uit Piraeus. Die avond vertrokken het vissersvaartuig en de reddingsboot naar Kreta en werden `s nachts opgemerkt door een landingsvaartuig dat met vluchtelingen op weg was van Port Raphtis. Alle drenkelingen werden aan boord genomen van het landingsvaartuig en kwamen behouden aan op Kreta. Bij de ramp met de Slamat, HMS Diamond en HMS Wryneck waren bijna 1.000 mensen omgekomen. Van de bijna 600 vluchtelingen aan boord van de Slamat waren er slechts acht overlevenden. Van de 214 bemanningsleden van de Slamat, inclusief de eenentwintig Australische en Nieuw-Zeelandse artilleristen overleefden er elf. Van de 166-koppige bemanning van HMS Diamond werden er twintig gered en van de 106 bemanningsleden van HMS Wryneck zevenentwintig.

    Definitielijst

    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    torpedo
    Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.
    torpedobootjager
    (Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

    Afbeeldingen

    Het dubbelschroefstoomschip Slamat van de Rotterdamsche Lloyd. Bron: Arendnet.
    LSI HMS Glenearn werd op 26 april 1941 door Duitse bommen getroffen en moest terug naar Kreta gesleept worden. Bron: P. Kimenai Go2War2.
    De Britse torpedobootjager HMS Wryneck. Bron: Perthone.
    De torpedobootjager HMS Diamond (D-35). Bron: World Warships.

    Ondergang van ss Costa Rica en afronding van Operatie Demon

    Het stoomschip Costa Rica van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij was in 1910 als Prinses Juliana opgeleverd aan de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Het schip was voorzien van twee quadriple expansie stoommachines en had een maximale snelheid van 14 knopen. In september 1930 werd het schip door de KNSM overgenomen en herdoopt in ss Costa Rica. Het schip werd op de werf van Wilton`s Machinefabriek & Scheepswerf te Schiedam verbouwd en gemoderniseerd. De waterverplaatsing na de verbouwing bedroeg 8.672 ton en het schip kreeg een luxe accommodatie voor 254 passagiers. Het stoomschip werd van 22 september tot 13 december 1940 te Liverpool verbouwd tot troepentransportschip voor het British Ministry of Shipping. In april 1941 werd het ss Costa Rica ingezet bij Operatie Demon. Op 23 april vertrok de Costa Rica, samen met de troepentransportschepen Dilwara (11.080 ton) en City of London (8.956 ton) en de Thurland Castle, uit Alexandrië naar Kalamata op de Peloponnesos. De schepen werden geëscorteerd door de kruisers HMS Calcutta en HMS Coventry, vier torpedobootjagers en een korvet.

    Op 26 april ging het konvooi bij Kalamata voor anker. Om middernacht werd met het inschepen van Britse imperiale troepen begonnen. Drie uur later waren ongeveer 3.000 manschappen aan boord van de Costa Rica gekomen, voornamelijk Australiërs en Nieuw-Zeelanders. De overige schepen namen nog eens 5.650 troepen aan boord. Het konvooi verliet rond 03:00 uur de rede van de haven in Zuid-Peloponnesos en zette koers naar Kreta. Bij het eerste daglicht werden de schepen aangevallen door Duitse duikbommenwerpers, die echter nog geen treffers konden plaatsen. De aanvallen hielden echter aan en tegen 11:00 uur werd het ss Costa Rica door twee indirecte treffers zwaar beschadigd aan bakboordzijde. Er ontstond en groot gat in de scheepshuid en de machinekamer en ruim no. 4 begonnen water te maken. De torpedobootjager HMS Hero kreeg opdracht het Nederlandse schip op sleep te nemen, maar de Costa Rica maakte zo snel zo veel water dat slepen geen zin meer had. De torpedobootjagers HMS Hero, HMS Hereward en HMS Defender namen alle opvarenden van de Costa Rica aan boord zonder dat zich een enkel ongeval voordeed. Korte tijd later verdween de Costa Rica in de golven van de Middellandse Zee.

    Diezelfde nacht werden 4.527 troepen uit Nauplia geëvacueerd terwijl het transportschip Salween (7.063 ton), begeleid door de kruiser HMS Carlisle en de torpedobootjagers HMS Kandahar en HMS Kingston, er in slaagden 4.720 manschappen aan boord te nemen uit Porto Rafti. Het LSI HMS Glengyle en de torpedobootjagers HMS Decoy, HMS Hasty en HMS Nubian evacueerden succesvol 3.500 man uit Raphina.

    Na het verlies van de Slamat en de Costa Rica besloot Vice Admiral Pridham-Wippell om geen koopvaardijschepen meer in te zetten voor Operatie Demon. Daarom vertrokken in de nacht van 27 op 28 april 1941 de kruiser HMS Ajax en de torpedobootjagers HMS Kimberly en HMS Kingston naar Port Raphti om 3.840 manschappen op te halen. De torpedobootjager HMS Havock vertrok alleen naar Raphina en pikte daar 800 man op. Tijdens de daarop volgende nacht gingen de kruiser Ajax en de torpedobootjagers Griffin, Havock, Hotspur en Isis naar Monemvasia, waar zich 4.320 man inscheepten terwijl in Kalamata nog 322 manschappen werden opgehaald. De kanonneerboot HMS Auckland en de korvetten HMS Hyacinth en HMS Salvia zetten koers naar het eiland Kythira en evacueerden 820 man. Daarna zagen verschillende kleinere Britse oorlogsschepen, die door de Griekse archipel kruisten, kans om van diverse eilanden achtergebleven troepen aan boord te nemen. In de nacht van 30 april op 1 mei namen de torpedobootjagers HMS Havock en HMS Hotspur de laatste 700 man Britse en Palestijnse troepen aan boord van het eiland Milos.

    Definitielijst

    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    Operatie Demon
    1) Evacuatie van Britse troepen uit Griekenland van 24 april tot 1 mei 1941. 2) Britse bezetting van Abadan in Perzië op 25 augustus 1941
    torpedobootjager
    (Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

    Afbeeldingen

    Het Nederlandse stoomschip Costa Rica van de KNSM. Bron: Kombuispraat.
    Nieuw-Zeelandse soldaten aan boord van de Thurland Castle. Bron: Kiwi Veterans.
    HMS Hereward neemt opvarenden aan boord van de Costa Rica. Bron: Kombuispraat.

    Nawoord

    Bij aanvang van Operatie Demon hadden de Britten gehoopt op de evacuatie van 50.000 man van het Britse expeditieleger. Bij het opmaken van de balans op 1 mei 1941 bleek dat 50.732 troepen succesvol gerepatrieerd waren van het vasteland van Griekenland en de talloze eilanden. Rekening houdende met de feiten dat de evacuaties gedurende de duisternis hadden moeten plaats vinden, vaak bij ruwe zee en met behulp van onbetrouwbare kaarten, een heel respectabel aantal. Bovendien moest steeds rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat Italiaanse marineschepen aanvallen zouden uitvoeren op de betrekkelijk zwak beschermde konvooien. Italiaanse oorlogsschepen konden vanuit de haven van Taranto de Griekse havens in twaalf uur bereiken. De Regia Marina liet de initiatieven echter geheel over aan de Luftwaffe, die met vrijwel geen enkele tegenstand had te kampen.

    De verliezen die in de eerste dagen van Operatie Demon werden geleden, de Ulster Prince, Pennland, Slamat en Costa Rica, waren grotendeels te wijten geweest aan de feiten dat koopvaardijschepen langzaam waren, beschikten over een beperkte wendbaarheid en geen of nauwelijks luchtafweergeschut aan boord hadden. Toen dit pijnlijk duidelijk was geworden ging men over tot de inzet van oorlogsschepen die de operatie snel tot een goed einde brachten.

    In augustus 1946 schreef Koningin Wilhelmina een brief aan de weduwe van kapitein Tjalling Luidinga waarin zij haar medeleven betuigde met de dood van haar man. Zij beschreef haar dankbaarheid voor zijn oorlogsinspanningen en noemde hem "een groot zoon van ons zeevarend volk". In 2011, 70 jaar na de ramp met de Slamat, HMS Diamond en HMS Wryneck, werd in de Sint Laurenskerk te Rotterdam een monument onthuld ter nagedachtenis van de omgekomen zeelieden en imperiale troepen. De namen van de omgekomen Britse imperiale militairen worden allemaal vernoemd op een aantal grafstenen van het Commonwealth War Graves Commissions`s Athens Memorial op het Phalaron oorlogskerkhof bij Palaio Faliro ten zuidoosten van Athene.

    Definitielijst

    Commonwealth
    Geheel van onafhankelijke staten rond Groot-Brittannië. Het kon bijvoorbeeld voorkomen dat er in een bommenwerper een Engelse piloot, Schotse co-piloot, navigator uit Wales, Noord-Ierse, Canadese, Zuid-Afrikaanse, Australische of Nieuw-Zeelandse boordschutters waren.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    Operatie Demon
    1) Evacuatie van Britse troepen uit Griekenland van 24 april tot 1 mei 1941. 2) Britse bezetting van Abadan in Perzië op 25 augustus 1941

    Afbeeldingen

    Monumenten ter nagedachtenis van de omgekomen militairen op het Phalaron oorlogskerkhof bij Palaio Faliro. Bron: Wikipedia.