De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Toen de Duitsers op 16 december 1944 begonnen met het Ardennenoffensief, bereidde de Amerikaanse 6th Army Group een plan voor om dieper in Duits territorium door te dringen en uiteindelijk de Duitsers te verdrijven van Frans grondgebied. Deze aanvallen zouden gericht zijn tegen de zogenaamde Colmar-enclave. De Colmar-enclave omvatte een groot gebied in het noordoosten van Frankrijk met als belangrijkste vestingsteden Colmar en Mulhouse. Deze voorbereidingen werden gestaakt toen general Dwight Eisenhower op 19 december 1944 het bevel gaf alle offensieve operaties stop te zetten. Doordat de 3rd Army van General George Patton noordwaarts werd gestuurd om Bastogne te ontzetten, moest de 6th Army Group de posities van 3rd Army overnemen. Deze posities werden overgenomen door troepen onder bevel van Lieutenant-General Jacob Devers. Doordat de 3rd Army noordwaarts vertrokken was, had Devers een grote frontlijn te verdedigen. Het front verliep van noord naar zuid in een omgekeerde S-vorm, met een dubbele saillant. De noordelijk gelegen saillant (in Amerikaanse handen) was gelegen tussen Saarbrücken en Straatsburg, met als belangrijkste plaats Lauterbourg en de wouden van Haguenau. De zuidelijke saillant (in Duitse handen) was de Colmar-enclave. De bevelen van Eisenhower wezen de 7th Army van Lieutenant-General Alexander Patch aan in het noordelijke gedeelte van het front en de Franse 1ière Armée onder aanvoering van Genéral Jean de Lattre de Tassigny in de zuidelijke sector. In de sector van Patch was het XV Korps in het noorden gelegerd. Zij bewaakten een smalle doorgangsroute door de Saarvallei tussen Saarbrücken en Bitche. Het Amerikaanse VI Corps bewaakte het front aan de Lauterbourg-saillant. Deze saillant strekte zich uit langs de oude Frans-Duitse grens, met het smalle riviertje de Lauter in het noorden en de Rijn in het oosten. Ten zuiden van Straatsburg, dat in Franse handen was, stak de Colmar-enclave diep door in het territorium van het Franse 1ière Armée. De Fransen hadden dus een breed front te verdedigen. Het Franse 1ière Corps verdedigde het noordelijke deel van de saillant van de Rijn tot aan de hoge Vogezen en het 2ième Corps het zuidelijke gedeelte boven de Belfort-kloof. De commandanten realiseerden zich dat ze zeer kwetsbaar waren voor een eventueel Duits offensief.

    Toen het Ardennenoffensief halverwege de maand december begon, waren er in Elzas-Lotharingen slechts in totaal 18 divisies gelegerd. De Amerikanen beschikten over twee pantserdivisies en zes infanteriedivisies. De Fransen beschikten over drie pantserdivisies en zeven infanteriedivisies. Alhoewel ze allemaal gevechtsklaar waren, hadden ze óf zware gevechten achter de rug óf waren ze pas recent aan het front gearriveerd en dus zonder enige gevechtservaring. Maar twee van de tankdivisies waren ervaren, namelijk de Franse 1ière en 2ième Division Blindée (1e en 2e pantser- of tankdivisie). Door problemen met de bevoorrading (de aanvoerlijnen waren lang en het slechte weer veroorzaakte moeilijk begaanbare wegen), hadden de geallieerden een tekort aan voorraden, uitrusting en mankracht. Dit was ook omdat de Amerikanen ten noorden van Elzas-Lotharingen veel troepen en voorraden nodig hadden om het Ardennenoffensief te stuiten.

    Midden december waren de Duitsers aan het front in Elzas-Lotharingen zwak uitgerust en dun verspreid. De beste troepen die Duitsland toen ter beschikking had, waren actief in de Ardennen. Deze troepen namen ook het overgrote deel van de voorraden voor hun rekening, met als gevolg dat de troepen in Elzas-Lotharingen ook te kampen hadden met tekorten. De vorming van Heeresgruppe Oberrhein had ervoor gezorgd dat de Duitse troepen nog minder voorraden te verdelen hadden. Heeresgruppe Oberrhein onder bevel van Reichsführer-SS Heinrich Himmler werkte geheel onafhankelijk van OB West onder leiding van Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt. Door de vorming van deze legergroep ontstond er verwarring in de Duitse algehele bevelvoering aan het front in Elzas-Lotharingen. De situatie was als volgt. De 1. Armee van General der Infanterie Hans von Obstfelder viel onder het bevel van Heeresgruppe G onder Generalfeldmarschall Walter Model en OB West. De 19. Armee onder General der Infanterie Siegfried Rasp, dat de stellingen in de Colmar-enclave bezet hield, viel daarentegen onder het bevel van Heeresgruppe Oberrhein, dat daar weer ten zuiden van gelegerd was. In totaal hadden de Duitsers twintig divisies tot hun beschikking in het gebied. Door de politieke invloed van Himmler nam het aantal troepen en tanks in Heeresgruppe Oberrhein in een rap tempo toe, maar het Ardennenoffensief eiste nog steeds het merendeel aan voorraden en reserves op. Aanvankelijk verliep het Ardennenoffensief voorspoedig maar toen de aanval eind december begon te stagneren richtte Hitler zijn ogen zuidwaarts richting Elzas-Lotharingen.

    Deze streek is zwaar bebost, ruig en gelegen in het noordoosten van het huidige Frankrijk. Het is een streek die oorspronkelijk noch tot Frankrijk, noch tot Duitsland behoorde. De erfgenamen van het grote Frankische keizerrijk van Karel de Grote hadden het steeds weer van elkaar afgenomen totdat Lodewijk XIV het in 1648 bij Frankrijk inlijfde. Meer dan twee eeuwen later werden het grootste deel van de Elzas en een deel van Lotharingen met geweld geannexeerd door de Duitsers. Ze maakten er een Reichsland van, een keizerlijk grondgebied bestuurd door Duitse ambtenaren. Bijna 50 jaar lang was Elzas-Lotharingen Duits grondgebied. Duits werd de officiële taal en het gebied leverde soldaten voor het Duitse leger. Daarbij werd de Franse taal officieel verboden. Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 heroverden de Fransen Elzas-Lotharingen, opnieuw met veel geweld. Na de val van Frankrijk in 1940 kwam het gebied opnieuw in Duitse handen. De Elzas en een deel van Lotharingen werden weer ingelijfd in Hitlers Derde Rijk en de inwoners werden bestempeld als Reichsdeutsche.

    Hier bleef het niet bij: de Duitse regering stuurde duizenden etnische Duitsers naar het gebied om de 'germanisering' te bevorderen. Ze moedigden deze aan huwelijken te sluiten met de inheemse bevolking. Bijna vanzelfsprekend werden de Elzassers opgeroepen voor de dienstplicht in de Wehrmacht. Zij werden bewust naar het oostfront gestuurd om te vermijden dat ze overliepen naar de westelijke geallieerden. Vrijwel iedere inwoner in dit gebied had dus wel een familielid dienen in het Duitse leger. Dit had tevens tot gevolg dat inlichtingen over de geallieerden door de lokale bevolking werden doorgespeeld aan de Duitsers. Een deel van de Elzassers werkte de geallieerden dus behoorlijk tegen.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.

    Afbeeldingen

    Amerikaanse soldaten trekken door een beschadigd dorp. Bron: www.100thww2.org.
    Een Tiger II tijdens het Ardennenoffensief, voorafgaand aan operatie Nordwind
    George S. Patton Bron: http://www.cityofalhambra.org.

    De Duitse plannen

    Op 21 december 1944 besprak het Duitse opperbevel alternatieven die het initiatief aan het westfront konden behouden. Het Ardennenoffensief was namelijk gestagneerd; het belangrijke verkeersknooppunt Bastogne was nog steeds in Amerikaanse handen. Tevens oefende de Amerikaanse 3rd Army onder bevel van George Patton stevige druk uit op de zuidelijke flank van het Ardennenoffensief met als doel om het belegerde Bastogne te ontzetten. Adolf Hitler en Gerd von Rundstedt realiseerden zich dat het Amerikaanse front in Elzas-Lotharingen door het vertrek van Patton verzwakt was. Daarom besloten zij dat er een offensief in het zuiden moest worden ondernomen om de situatie uit te buiten. Het minste dat in ieder geval bereikt kon worden was de druk op de troepen van Generalfeldmarschall Walter Model, die het algehele bevel voerde over het Ardennenoffensief, enigszins weg te nemen.

    De generale staf van Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt stelde voor om Heeresgruppe G ten noorden van Saarbrücken aan te laten vallen en door te stoten naar de industriestad Metz, om de 3rd Army van George Patton te bedreigen en tevens de 7th Army van Patch in de knel te brengen. Maar Von Rundstedt en zelfs Adolf Hitler concludeerden dat deze onderneming te ambitieus was, omdat er simpelweg niet genoeg troepen en voorraden beschikbaar waren. Hitler die inmiddels van zijn hoofdkwartier in Berlijn naar de Adlerhorst in Bad Nauheim verhuisd was om een beter overzicht te hebben op het westfront, stelde voor om een aanval te lanceren ten zuiden van Saarbrücken naar de Poort van Saverne met als doel om de Amerikaanse 7th Army te splitsen en de noordelijke Elzas te veroveren. Als de aanval succesvol zou zijn kon er verder naar het zuiden een tweede aanvalsgolf gelanceerd gaan worden vanuit de Saar-vallei en het Saverne-gebied naar Luneville, Metz en de achterhoede van de Amerikaanse 3rd Army. Deze aanval kreeg de codenaam Zahnarzt. Von Rundstedt gaf General Johannes Blaskowitz het bevel over Heeresgruppe G. Blaskowitz verving General Balck als commandant en kreeg onmiddellijk de opdracht om het offensief voor te bereiden. Tevens zou hij twee mobiele divisies toegewezen krijgen om de speerpunt van de aanval te leiden.

    In de dagen die volgden bespraken de Duitse bevelhebbers verscheidene aanvalsplannen. Hitler had de wens om de hoofdaanval te openen ten zuidwesten van Saarbrücken door de Saar-vallei naar Phalsbourg en de Poort van Saverne. Een bijkomend voordeel was dat de troepen gemakkelijk en op korte termijn opgesteld konden worden, want Saarbrücken lag in Duitsland en daar was een goed geregeld spoorwegnetwerk aanwezig. Tevens was het gebied waar de opmars dan zou moeten gaan plaatsvinden redelijk vlak en waren er genoeg wegen beschikbaar. Maar Von Rundstedt en Blaskowitz waren er niet gerust op, want er was een ernstig tekort aan tanks en er was vrijwel geen luchtondersteuning.
    Zij stelden voor om de aanval verder naar het oosten te laten plaatsvinden, bij het oude vestigingsstadje Bitche in de Vogezen. Zij hadden als argument voor deze locatie dat de aldaar aanwezige zwaar beboste heuvels de troepen konden beschermen tegen geallieerde luchtaanvallen tijdens de eerste fase van de aanval. De forten van de oude Maginotlinie waren voor een groot deel nog steeds in Duitse handen. Dit had als bijkomend voordeel dat de troepenopbouw makkelijker plaats kon vinden. Alhoewel het aantal wegen in de regio rond Bitche beperkter was dan in het gebied meer westwaarts, was deze regio volgens de beide bevelhebbers toch geschikter. De infanterie kon ongemerkt door de bossen oprukken naar wat zij dachten een zwak verdedigd gat tussen de twee legerkorpsen van de 7th Army. Terwijl de infanterie door de bossen zuidwaarts zou aanvallen, konden de mobiele troepen ondertussen oprukken door de Saarvallei in het westen of de Elzasvlakte in het oosten.

    Beide plannen hadden serieuze nadelen. Hitlers voorstel om door de Poort van Saverne op te rukken zou op grote problemen kunnen stuiten, want dan moest het door de Amerikanen bezette gedeelte van de Maginot-linie doorgebroken worden. Tevens was er door het open karakter van het landschap een grote kans op geallieerde luchtaanvallen. Een aanval bij Bitche had eveneens een nadeel, want de westelijke flank van een eventuele aanval hier kwam bloot te staan aan een Amerikaanse tegenaanval. Bij beide plannen werd rekening gehouden met steun van Heeresgruppe Oberrhein, maar die stond niet onder het bevel van Blaskowitz en Von Rundstedt. Op 27 december besloten Blaskowitz en Hitler het op een akkoord te gooien. Dit leidde tot het ontstaan van operatie Nordwind. Johannes Blaskowitz had zijn belangrijkste wens, namelijk ook het bevel voeren over Heeresgruppe Oberrhein, niet in vervulling zien gaan.

    Definitielijst

    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Maginotlinie
    Franse verdedigingslinie aan de Frans-Duitse grens.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    operatie Nordwind
    Codenaam voor de Duitse tegenaanval die begon op 1 januari 1945 in Elzas-Lotharingen.

    Afbeeldingen

    Johannes Blaskowitz

    De verdediging van Straatsburg

    De snelle omwisseling van aanvallende initiatieven naar verdedigende stellingen had zowel een militaire als een politieke crisis tot gevolg voor de 6th Army Group. Eisenhower had aan Lieutenant General Jacob Devers het bevel gegeven om alle offensieve activiteiten stop te zetten om troepen vrij te maken voor de verdediging in de Ardennen. Op het moment dat dit gebeurde stond de uitslag van het Ardennenoffensief nog helemaal niet vast. Hij stelde aan Jacob Devers voor zijn legergroep terug te laten trekken naar verdedigende stellingen in de Vogezen. Zo zou de frontlijn ingekort worden en zou er één korpshoofdkwartier gevestigd worden met een Armoured Division en een Infantry Division als reserve. Eisenhowers had inmiddels via de inlichtingendienst vernomen dat de Duitsers troepen zich aan het verzamelen waren voor een aanval tegen de Amerikaanse 7th Army. Daarom moest volgens Eisenhower het 6th Corps zich zo snel mogelijk helemaal terugtrekken uit de Lauterbourg-saillant. De volgende dag vond er in Parijs een ontmoeting plaats tussen Eisenhower en Devers. Zij bespraken de algehele situatie aan het front en de nieuwe berichten van de inlichtingendiensten. De inlichtingendiensten wisten wel dat er een aanval ging plaatsvinden, maar men was niet op de hoogte van de begindatum en de strategische doelen. Dat bleef dus gissen voor het geallieerde opperbevel. Devers was ervan overtuigd dat de speerpunt van de Duitse aanval plaats ging vinden in de Saar-vallei, ten noorden van de Lauterbourg-saillant. Hij trok hieruit de conclusie dat de door Eisenhower voorgestelde terugtocht voorlopig niet nodig zou zijn.

    Devers keerde op 28 december terug naar zijn hoofdkwartier voor besprekingen met Lieutenant-General Patch. Devers gaf Patch de opdracht om het 6th Corps drie terugtrekkingen te laten voorbereiden. Deze zouden alleen uitgevoerd worden bij hevige vijandelijke aanvallen en de achterste defensieve linie zou dan komen te liggen tegen de oostelijke heuvels van de Vogezen. De voorste verdedigingslinie zou komen te liggen aan het gedeelte van de oude Maginot-linie in Amerikaanse handen, net aan de Franse kant van de vooroorlogse Duits-Franse grens. De middelste verdedigingslinie zou komen te liggen tussen Bitche, Niederbronn en Bischweiler (aan de rivieren de Falkenstein, Zintsel en Moder). En de derde makkelijker te verdedigen stellingen zouden aangelegd worden aan de eerder vermelde oostelijke heuvels van het Vogezen-gebergte. Devers legde er bij Patch nog eens de nadruk op dat deze stellingen alleen ingenomen zouden worden als de strategische situatie echt bedreigd werd. Daarom wees hij ook nog geen data aan voor het uitvoeren van de georganiseerde terugtrekking(en). In plaats daarvan plaatste hij de zeer ervaren 2ième Division Blindée, onder leiding van Jacques-Philippe Leclerc, over van de Franse 1ière Armée naar de Amerikaanse 7th Army om te dienen als strategische reserve.

    Eisenhowers bezorgdheid over de posities van het 6th Corps onder bevel van Lieutenant-General Brooks om een massale Duitse aanval in de Lauterbourg-saillant op te vangen was begrijpelijk. Het terrein dat bezet werd door de 7th Army was moeilijk te verdedigen. Bovendien deelde de keten van de Lage Vogezen het front in tweeën. Er was slechts een klein aantal bergpassen, waardoor snelle troepenbewegingen om een aanval op te vangen beperkt waren. Een Duitse aanval in zuidwestelijke richting zou de flanken van zowel het 6th Corps als het 15th Corps bedreigen. Als de Saverne-kloof in Duitse handen zou vallen, dan zou dat een ramp betekenen voor het 6th Corps; deze zou dan namelijk in de Lauterbourg saillant opgesloten worden. Een eventuele aanval van Duitse troepen uit de Colmar-enclave maakte het geallieerde opperbevel nog nerveuzer. De reden voor deze nervositeit was de onverwachte Duitse aanval in de Ardennen. Daarom wilde Eisenhower geen risico's nemen in Elzas-Lotharingen en hij volhardde daarom ook in zijn mening dat het noodzaak was om de Lauterbourg-saillant te ontruimen en makkelijk verdedigbare stellingen in te nemen. Deze terugtrekking zou het aantal kilometers front dat het 6th Corps zou moeten verdedigen flink inkorten. Daardoor zouden zelfs troepen vrijkomen voor eventuele versterking van de Amerikaanse troepen in de Ardennen. Eisenhower gaf uiteindelijk het bevel om de terugtocht te beginnen.

    De Amerikaanse troepen hadden voordat het Ardennenoffensief begon zware gevechten geleverd met de Duitsers. Na de uitbraak in Normandië waren de geallieerden in sneltreinvaart opgerukt richting de Duitse grens. Het merendeel van de Amerikaanse troepen aan het front in Elzas-Lotharingen was echter in Zuid-Frankrijk geland en waren toen noordwaarts getrokken. Deze opmars was een stuk moeizamer gegaan door de formidabele verdedigende terugtocht van de Duitsers. In tegenstelling tot de Duitse legers in Normandië, waren de Duitse tegenstanders voor de 6th Army Group nauwelijks verzwakt. Toen de 6th Army Group de grens van het Reich naderde werd het Duitse verzet almaar heviger. Er was dan ook hard gevochten in deze sector voor de inmiddels veroverde grond. Devers wilde de met veel bloed veroverde grond niet zomaar opgeven en had dus ook niet de intentie om zonder direct aanwezige dreiging zich terug te trekken. Patch dacht er net zo over.

    Leden van de generale staf van Eisenhower zagen tot hun grote verbazing dat Devers geen aanstalten maakte voor een algehele terugtocht naar verdedigende stellingen in de Vogezen. Eisenhowers Chief of Staff Bedell Smith voerde op nieuwjaarsdag een telefoongesprek met Devers waarin hij vermeldde dat hij erop stond dat Eisenhowers bevel meteen opgevolgd moest worden. Maar Devers had meerdere redenen om dit bevel niet te gehoorzamen. Devers doorzag heel goed de politieke noodzaak om zijn linies te behouden. Het plan van Eisenhower voor een algehele terugtocht zou de Elzasvlakte aan de Duitsers prijsgeven, evenals Straatsburg. Voor de Fransen was Straatsburg een prestigestad. Indien deze stad aan de Duitsers teruggegeven werd zonder te vechten zou dat tot ernstige onrust in het bevrijde Frankrijk kunnen leiden. Zelfs de geallieerde alliantie zou hierdoor in gevaar kunnen komen.

    De leider van de vrije Fransen, Général Charles de Gaulle, werd al op 28 december op de hoogte gebracht van de plannen van Eisenhower. De Gaulle was diep verontwaardigd over het bevel van de geallieerde opperbevelhebber om de noordelijke Elzas en de 'prestigestad' Straatsburg te ontruimen. De Gaulle vreesde een politieke crisis in Frankrijk. Zijn positie als Franse leider was zeker niet onbetwist. Er waren namelijk communistische opstandelingen die ook graag de macht wilden hebben in het bevrijde Frankrijk. Een terugtocht van de geallieerden zou de communisten in de kaart kunnen spelen, omdat het Franse volk dan zijn steun aan De Gaulle zou opgeven. Tevens zou een Duitse intocht in Straatsburg vrijwel zeker betekenen dat de Gestapo wraakacties zou gaan uitoefenen op de plaatselijke bevolking die zo blij was dat de stad bevrijd was.

    Op 2 januari 1945 stuurde De Gaulle zijn stafchef Général Alphonse Juin naar het geallieerde opperbevel. Juin dreigde met het afsluiten van de Franse infrastructuur voor het Amerikaanse leger indien de terugtocht uitgevoerd zou worden. Tevens had hij het over het onttrekken van het Franse 1ière Armée aan het geallieerde opperbevel. Chief of Staff Bedell Smith dreigde vervolgens alle Amerikaanse steun in de vorm van brandstof en wapens voor het Franse leger in te trekken. Juin keerde onverrichterzake terug. De Gaulle gaf Général Jean de Lattre de Tassigny de opdracht om de verdediging van Straatsburg voor te bereiden. De Lattre de Tassigny verplaatste de 3ième Division d'Infanterie Algérienne van posities in de Hoge Vogezen naar Straatsburg. Ook zouden drie divisies die recent uit voormalige verzetsstrijders (maquis) gevormd waren de Franse 1ière Armee komen versterken. Deze waren echter zeer slecht uitgerust met afgedankte Amerikaanse en Canadese uniformen en wapens. Enkelen gebruikten zelfs buitgemaakt Duits oorlogsmaterieel.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    maquis
    Franse ondergrondse verzetsbeweging tijdens WO II.

    Afbeeldingen

    Soldaten van het 324th Infantry Regiment van de 44th Infantry Division in Straatsburg Bron: http://44thdivision.efour4ever.com.

    Het Duitse aanvalsplan

    Terwijl de geallieerde leiders ernstig van mening verschilden hoe de verdediging van Straatsburg aangepakt moest gaan worden, maakten de Duitsers zich op voor de aanval. Tussen 27 en 30 december haalde de Duitse 1. Armee de benodigde troepen voor de aanval weg van zijn verdedigende stellingen. Hierdoor ontstonden er gaten in de Duitse verdedigingslinie, die voornamelijk opgevuld werden met kindsoldaten en veteranen van de Eerste Wereldoorlog. De artillerie die aanwezig was aan het front van de 1. Armee werd ook weggehaald en naar de verzamelplaatsen voor de aanval overgebracht.

    De Duitse Heeresgruppe G onder aanvoering van Generaloberst Johannes Blaskowitz bestond uit twee aanvalsgroepen en was gelegerd bij de rivier de Saar. Het uiteindelijke doel van het aanvalsplan was om de Amerikanen aan te vallen en door de kloof bij Saverne in de sector Phalsbourg-Saverne op te rukken. Het doel hiervan was aansluiting te vinden bij de 19. Armee van Generaloberst Wiese in de zogenaamde Colmar-enclave. Hierdoor zouden gedeeltes van de Amerikaanse 7th Army omsingeld en vernietigd kunnen worden.
    De eerste aanvalsgroep was het XIII. SS-Armeekorps onder leiding van Generalmajor Max Simon. Deze bestond uit de 17. SS-Panzergrenadierdivision 'Götz von Berlichingen', de 36. Volksgrenadierdivision en extra ondersteunende artillerie-eenheden (met o.a. een Nebelwerfer-brigade). Om de aanval een extra impuls te geven had Johannes Blaskowitz de 17. SS-Panzergenadierdivision 'Götz von Berlichingen' versterkt met 10 Panthers van de 21. Panzerdivision en ook nog met de Schwere Panzer Abteilung 653, uitgerust met een aantal kolossale Jagdtigers. De eerste aanvalsgroep bevond zich ten oosten van de rivier de Blies en moest in zuidelijke richting aanvallen. De Maginotlinie moest overschreden worden bij Schorbach en vervolgens moest de eerste aanvalsgroep op één lijn komen met de tweede aanvalsgroep voor een aanval op Phalsbourg.
    De tweede aanvalsgroep was het XC. Armeekorps en bestond uit de 257., 361. en 559. Volksgrenadierdivision. Deze divisies kregen ook extra ondersteuning van onafhankelijke artilleriebataljons en ze hadden ook de beschikking over zogenaamd stormgeschut (kannonnen op een rupsvoertuig gemonteerd, bijvoorbeeld het Sturmgeschütz III) wat ook ondergebracht was in onafhankelijke compagnieën. Tevens had de tweede aanvalsgroep de beschikking over de 6. SS-Gebirgsdivision 'Nord', maar die was nog niet aan het front gearriveerd en werd dus officieel als reservedivisie ingedeeld. De 6. SS-Gebirgsdivision 'Nord' was overigens op volle sterkte, want deze had samen met de Finnen gevochten aan het betrekkelijk rustige uiterst noordelijke deel van het oostfront en was een maand tevoren teruggekeerd en opnieuw uitgerust. De tweede aanvalsgroep moest van het gebied ten oosten van de vestingstad Bitche in verscheidene speerpunten naar het zuiden oprukken. Als de verbinding met de eerste aanvalsgroep eenmaal tot stand gekomen was, moesten beide groepen gezamenlijk oprukken naar de lijn Phalsbourg-Saverne.
    De aanval in het noorden stond gepland voor 31 december 1944 om 23.00 uur, net voor het begin van het nieuwe jaar. De bedoeling was om de feestvierende Amerikanen te verrassen op oudejaarsavond.

    Precies 48 uur na de aanval in het noorden zouden stoottroepen van Heeresgruppe Oberrhein onder leiding van de militair volstrekt onbekwame en onervaren Heinrich Himmler, de rivier de Rijn moeten oversteken. Hun missie was bruggenhoofden te slaan ten noorden en zuiden van Straatsburg. Intussen moest de 19. Armee in twee aanvalsgroepen uit de zogenaamde Colmar-enclave breken. De eerste groep zou oprukken naar Sarrebourg om zich bij de noordelijke troepen te voegen en de omsingeling van gedeeltes van 7th Army te voltooien. De tweede aanvalsgroep zou door de linies van het Franse 1ière Armee onder aanvoering van Jean de Lattre de Tassigny moeten breken en oprukken naar Straatsburg om zich bij de troepen van Himmler te voegen.

    In de morgen van 28 december bracht Blaskowitz met zijn korps- en divisiecommandanten een bezoek aan de Adlerhorst in Bad Nauheim. Voor velen was het de eerste keer dat zij Adolf Hitler ontmoetten. Hitler gaf een toespraak waarin hij vermeldde dat het Ardennenoffensief in het noorden mislukt was en dat het aan hen nu de taak was om het tij te keren. Dit was Duitslands laatste kans om een vredesvoorstel af te dwingen met de geallieerden. Hitler dacht dat hij dan daarna zijn legers naar het oosten verplaatsen kon. Hitler had een persoonlijk gesprek met iedere individuele commandant waarin hij benadrukte dat niet het winnen van terrein, maar het omsingelen en vernietigen van geallieerde troepen het belangrijkste doel was van Nordwind. Adolf Hitler sprak zich er nooit hardop over uit dat het hem toch om de prestige ging in het politiek beladen gebied van Elzas/Lotharingen.

    Definitielijst

    Abteilung
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond uit een aantal Kompanien. De Abteilung was de kleinste eenheid die individueel kon opereren en zichzelf kon handhaven. In theorie bestond een Abteilung uit 500 - 1.000 man.
    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Maginotlinie
    Franse verdedigingslinie aan de Frans-Duitse grens.

    Afbeeldingen

    Walter Model

    Amerikaanse verdedigingsplannen

    De laatste twee weken van december waren druk geweest voor de soldaten van de Amerikaanse 7th Army. Ze hadden de stellingen van 3rd Army van George Patton overgenomen. Dit hield in dat een frontlijn die eerst door twee legers verdedigd werd, nu door slechts één leger verdedigd ging worden. De totale frontlengte van de 7th Army bedroeg nu 200 kilometer. Het front in de regio van Saarbrücken was 135 kilometer lang, die om de Lauterbourg-saillant 65 kilometer lang. Doordat het front zo lang was, waren er grote bressen die onverdedigd waren. De Amerikanen probeerden door mobiele patrouilles er toch voor te zorgen dat ze overzicht behielden op deze gebieden. Patch had geen andere keuze dan de Lage Vogezen als de scheidslijn tussen de twee korpsen te gebruiken. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in Saverne.

    Doordat Patch de hoofdaanval van de Duitsers verwachtte in de Saar-vallei stationeerde hij het merendeel van zijn troepen in de regio van Haislip's 15th Corps, ten westen van de Vogezen. Deze troepen bestonden uit drie Infantry Divisions, namelijk de 103th, 44th en 100th. Als mobiele reserve was de 12th Armoured Division aangewezen. Het 6th Corps van Brooks was ten oosten van de Vogezen gestationeerd en bezette de posities in het uiterst noordelijke gedeelte van de Lauterbourg-saillant. Deze linies liepen van Bitche tot Lauterbourg en werden bezet door de 45th en 79th Infantry Divisions. Brooks gebruikte de 36th Infantry Division voor de verdediging van het Rijnfront tussen Lauterbourg en Straatsburg, met de 14th Armoured Division als strategische reserve. Jacob Devers gaf met veel tegenzin Brooks de opdracht om de Lauterbourg-saillant te ontruimen in geval van een grote Duitse aanval.

    Het Amerikaanse opperbevel stelde drie divisies beschikbaar als versterking voor het front aan de Elzas. De drie betreffende divisies hadden geen gevechtservaring en waren pas onlangs in Marseille aangekomen. De 42nd, 63rd en 70th Infantry Divisions waren bovendien niet compleet. Artillerie-eenheden, voertuigen en andere ondersteunende elementen ontbraken bij deze divisies. Patch wachtte niet op de ondersteunende onderdelen en verdeelde de infanterieregimenten in zogenaamde Task Forces (gevechtsgroepen). Task Force Linden bestond uit eenheden van de 42th Infantry Division, Task Force Harris uit de 63th en tenslotte Task Force Herren uit de 70th Infantry Division. Tezamen met de 2ième Division Blindée van Jacques-Philippe Leclerc zouden deze Task Forces de eventuele door de Duitsers geslagen bressen in het front gaan opvangen.

    Patch verdeelde de recent aangekomen versterkingen vrijwel onmiddellijk over het bezette gebied. Task Force Harris en de 2ième Division Blindée werden ten noorden van de Saar-vallei opgesteld ter ondersteuning van het 15th Corps van Haislip. Ten zuidoosten van Bitche plaatste Patch Task Force Hudelson; deze gevechtsgroep bestond uit twee cavalerie-eskadrons, een gepantserd infanteriebataljon en een aantal ondersteunende eenheden. Een daarop gelijkende gevechtsgroep werd opgesteld om de noordoostelijke flank van de 7th Army te bewaken. Deze Task Force vulde het gat tussen het 15th Corps en het 12th Corps van Patton's 3rd Army. Als tactische reserve was de 14th Armoured Division toegewezen aan het 6th Corps en de 2ième Division Blindee werd toegewezen aan het 15th Corps. De uitgeputte 36th Infantry Division en de andere zwaargehavende 12th Armoured Division werden door Patch in de achterhoede opgesteld. Op deze divisies kon alleen in uiterste noodzaak een beroep worden gedaan.
    In het zuiden bleef Jean de Lattre de Tassigny het bevel voeren over de Amerikaanse 3th Infantry Division onder de Franse 1ière Armee aan het front van de Colmar-enclave. Devers stuurde zelfs Task Force Harris als versterking naar de Fransen.

    Amerikaanse infanteristen groeven loopgraven en schuttersputjes in de bevroren grond. De genie legde mijnenvelden aan en bouwden andere obstakels. De artillerie zocht de beste plaatsen op voor een overzichtelijke beschieting. Tevens werden er telefoondraden aangelegd om de onbetrouwbare radioapparatuur die in het offensief gebruikt werd te vervangen. Door het gebrek aan manschappen werden genie-eenheden voorzien van infanteriewapens. Ook ander ondersteunend personeel moest eraan geloven. Zo werden er zelfs zwarte soldatencompagnieën gevormd en ingedeeld bij blanke bataljons. Onervaren versterkingen werden ingedeeld in onderbemande ondersteuningseenheden. Er was ook een ernstig tekort aan voedsel en munitie. Daarom werd de Franse burgerbevolking gevraagd om ondersteuning wat betreft voeding. Door de al weken voortdurende vrieskou waren de troepen verzwakt. Het was de koudste winter in West-Europa sinds tientallen jaren. De ervaren Duitse troepen hadden meer ervaring in deze moeilijke omstandigheden. Ze waren wel wat meer gewend aan het oostfront in het ijzige Rusland.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    Artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.

    Afbeeldingen

    Jean de Lattre de Tassigny

    Openingsaanvallen

    Net voordat de Amerikaanse soldaten aan het front in de Elzas sober feest begonnen te vieren vanwege oudejaarsavond, werd hun feestvreugde verstoord door oprukkende Duitse troepen. Precies om 23.00 uur op de laatste dag van het oude jaar overrompelde de Duitse 1. Armee de voorste Amerikaanse stellingen zonder inleidende artilleriebeschieting.
    Op nieuwjaarsdag had de Luftwaffe overigens een verrassingsaanval op geallieerde vliegvelden uitgevoerd met meer dan 1000 jagers en bommenwerpers. Dit had tot gevolg dat meer dan 300 geallieerde vliegtuigen verloren gingen en start- en landingsbanen ernstig beschadigd werden. 23 Luchthavens waren voor minstens een week onbruikbaar. Er verschenen dan ook maar weinig geallieerde jachtbommenwerpers boven de frontlijnen.

    De twee divisies van het XII. SS-Armeekorps, de 17. SS-Panzergrenadierdivision en de 36. Volksgrenadierdivision vielen respectievelijk de Amerikaanse 44th en 100th Infantry Divisions aan. De stoottroepen rukten op door de bossen van de Lage Vogezen. Er werden de eerste dag behoorlijke vorderingen gemaakt. Er waren Amerikaanse troepen die vluchtten, maar er waren er ook die heldhaftig verzet boden. De Duitsers rukten inmiddels op naar het plaatsje Rimling. Door die kleine verzetshaarden liep de aanval van de Duitsers vertragingen op en konden de Amerikanen de volgende dag een tegenaanval lanceren uitgevoerd door Task Force Harris, een aantal tanks van Jacques-Philippe Leclerc's 2ième Division Blindée en door middel van (beperkte) luchtaanvallen afkomstig van eenheden die niet getroffen waren door de luchtaanval van de Luftwaffe. De goed opgestelde Amerikaanse artillerie maakte het de Duitsers ook lastig om op te rukken.
    Het gevolg van de geallieerde tegenaanval in deze sector was dat het Duitse offensief hier stokte. De Duitse troepen hadden een penetratie in Amerikaans gebied gemaakt van maar enkele kilometers. Daar stond tegenover dat de verliezen aan geallieerde zijde hoog waren.

    De vier divisies Volksgrenadiers van het XC. Armeekorps die ter hoogte van het stadje Bitche naast elkaar aanvielen hadden aanvankelijk meer succes. De voorbereidingen voor de aanval hadden ongestoord plaats kunnen vinden achter het gedeelte van de oude Maginot-linie dat door de Duitsers bezet was. Ze rukten op door de Lage Vogezen en voerden daarna een artilleriebeschieting uit op Task Force Hudelson, die een veel te lang gedeelte van het front verdedigen moest. Vervolgens infiltreerden de Duitsers door wouden die in dichte mist gehuld waren in de linies van de Amerikaanse gevechtsgroep. De licht gemechaniseerde (jeeps, halftracks en een klein aantal M10-Wolverine tankjagers) Task Force Hudelson bestond uit wijd verspreide versterkte stellingen. Al snel werden de versterkte stellingen overrompeld of gepasseerd door de Volksgrenadiers. De overgebleven Amerikaanse stellingen raakten hierdoor geïsoleerd en werden in de loop van de volgende dagen opgeruimd door de Duitsers. De speerpunt van de aanval rukte zo'n 15 kilometer op door het Savernedal en was dus hard op weg het contact te verbreken tussen het Amerikaanse 15th en 6th Corps.

    Beide commandanten reageerden meteen op de Duitse dreiging. Haislip's 15th Corps blokkeerde meteen de uitgang van de Lage Vogezen met Task Force Harris. Task Force Harris bestond uit eenheden van de 14th Armoured Division, de 100th Infantry Division en de 36th Infantry Division. Brooks' 6th Corps versperde de andere uitgang met Task Force Herren. Deze groeven zich in langs de hoofdwegen en blokkeerden deze. Hierdoor waren de belangrijkste verkeersaders buiten bereik van de Duitsers.

    Terwijl de Volksgrenadiers vochten om de wegen van vitaal belang en kleine bergdorpjes in temperaturen ver beneden het vriespunt, gaf de leiding van de Duitse 1. Armee toestemming aan de 6. SS-Gebirgsdivision om de opmars door de Poort van Saverne voort te zetten. Patch reageerde onmiddellijk op deze aanval en hij stuurde de 103th Infantry Division oostwaarts naar de noordelijke flank van het Amerikaanse 6th Corps om de zuidoostelijke doorgang door de Vogezen te beschermen. Op 5 januari wisten de SS'ers door te dringen tot het vitale verkeersknooppunt Wingen-sur-Moder, dat op zo'n 15 kilometer van Saverne gelegen is. In Wingen-sur-Moder woedden hevige gevechten maar de Amerikanen wisten de opmars van de 6. SS-Gebirgsdivision ternauwernood in de kiem te smoren. De gevechten hielden aan en ontplooiden zich tot een ouderwetse winterse strijd tussen infanteristen. Er werd hevig gevochten om de bergdorpjes en kleine stadjes zoals bij Lemberg, Sarreinsberg, Wildenguth, Wimmenau, Reipertswiller, Mouterhouse, Baerenthal, Philipsbourg, Dambach en natuurlijk het al genoemde Wingen-sur-Moder. Het laatstgenoemde stadje verwisselde enkele malen van bezetter, maar viel uiteindelijk in Duitse handen. Het belangrijkste verkeersknooppunt in die regio was dus veroverd, maar ten koste van vele mensenlevens. De hevigheid van de gevechten was te vergelijken met het heldhaftige verzet in Bastogne enkele weken eerder. De Amerikanen volhardden, alleen trokken zij nu aan het kortste eind. Maar de Duitsers waren wel ver achter op hun tijdschema, waaruit de conclusie getrokken kon worden dat operatie Nordwind had gefaald.

    Op 4 januari 1945 gaf het Duitse opperbevel de opdracht om de aanval te beëindigen. De commandant van het XIII. SS-Armeekorps had namelijk aangegeven dat de Amerikaanse linies niet zo zwak waren als verwacht. Er waren veel Duitse slachtoffers gevallen en hij had op dat moment geen reserves tot zijn beschikking. Johannes Blaskowitz, die de goedkeuring van Adolf Hitler en Gerd von Rundstedt had, besloot de Panzerreserve niet in te zetten in de sector van de 1. Armee, maar besloot een zwakkere plaats in het Amerikaanse front te zoeken.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    operatie Nordwind
    Codenaam voor de Duitse tegenaanval die begon op 1 januari 1945 in Elzas-Lotharingen.

    Afbeeldingen

    Dwight D. Eisenhower Bron: http://www.eaec.org.
    Operatie Nordwind

    Crisis bij het Geallieerde opperbevel

    De verwachtingen die het Duitse opperbevel had van operatie Nordwind bleken opnieuw ongegrond te zijn. Maar het merkwaardige was dat de geallieerden ook veel meer van de aanval verwacht hadden. Het gebrek aan effectiviteit van het XIII. SS-Armeekorps verbaasde zelfs de geallieerde bevelhebbers. Deze had zich natuurlijk ook nauwelijks kunnen voorbereiden op het offensief. Ook de ondersteuning van de tanks kwam pas op de derde dag tot stand vanwege de bevroren wegen naar het front. Vooral de 17. SS-Panzergrenadierdivision 'Götz von Berlichingen' was nauwelijks in staat om de Amerikanen echt te imponeren, laat staan te overweldigen. De ondersteuning van de artillerie bleek ook zeer slecht gecoördineerd te zijn. Er moet wel bij vermeld worden dat het XIII. SS-Armeekorps over zeer onervaren divisiecommandanten beschikte, de meesten waren kolonels. Het gevaar voor een doorbraak was echter nog niet geweken, want Johannes Blaskowitz had zijn gepantserde reserve nog achter de hand.

    Het gebrek aan succes was voornamelijk te wijten aan de structuur van de bevelvoering bij de Duitsers. Als Heeresgruppe Oberrhein ook de aanval had geopend op 1 januari was het waarschijnlijk anders verlopen, want dan was Brooks niet in staat geweest om de drie regimenten van Task Force Herren over te plaatsen van de Rijnoever naar de Vogezen. Dan zouden wellicht de essentiële bergpassen in de Vogezen in handen zijn gevallen van de oprukkende Volksgrenadiers. Het blijft natuurlijk gissen, maar het is wel aannemelijk dat de Duitsers dan hun belangrijkste doelen hadden bereikt. Maar zoals later zou blijken had Heinrich Himmler zijn eigen doelen uitgekozen, onafhankelijk van het Duitse opperbevel. Zelfs Adolf Hitler had nauwelijks invloed op de bevelvoering van Heeresgruppe Oberrhein. Door het slechte weer in die eerste vijf dagen van januari blijft het eveneens gissen of het wat had uitgemaakt als Johannes Blaskowitz zijn pantserreserve wel had ingezet. Het slechte weer zorgde voor extreem onbegaanbare wegen en dat was niet bevorderlijk voor oorlogvoering met tanks.

    Bij de Fransen waren er ook ongeregeldheden in het opperbevel. Jacques-Philippe Leclerc, die zich al na de val van Frankrijk in 1940 had aangesloten bij de Vrije Fransen, had er een sterke afkeer van om zijn 2ième Division Blindée onder het bevel van de Franse 1ère Armee te laten vallen. Officieel omdat hij onder Amerikaans gezag beter bevoorraad zou worden, maar in werkelijkheid had hij problemen met Jean de Lattre de Tassigny en Alphonse Juin omdat zij zo lang voor de Vichy-Fransen hadden gestreden en pas voor de geallieerde zijde kozen nadat het in Noord-Afrika duidelijk werd dat de Duitsers aan de verliezende hand waren. Gelukkig voor Leclerc waren zijn tanks verder naar het noorden harder nodig, want Patch had maar weinig ondersteuning van gepantserde eenheden.

    De verdediging van Straatsburg was een volgende reden voor bezorgdheid en daarvoor moesten meteen maatregelen genomen worden. Maar Jacob Devers wilde zijn troepen niet terugtrekken. Dan zouden namelijk de zwaarbevochten oevers van de Rijn vrijgegeven worden. De Duitsers konden deze dan opnieuw bezetten en versterken, wat weer gepaard zou gaan met veel Amerikaanse slachtoffers indien zij deze weer zouden moeten heroveren. Tevens zou de noordelijke flank van het Franse 2ième Corps zeer kwetsbaar worden voor een Duitse aanval. Dit was voor Devers de laatste optie, daarom gaf hij het bevel om het korps van Brooks te versterken met de drie pas gearriveerde, niet complete en bovendien onervaren infanteriedivisies. Eisenhower was na de verrassing in de Ardennen voorzichtig geworden en dat verklaart ook zijn terughoudendheid bij het nemen van risico's.

    Eisenhower was nog steeds van mening dat een terugtocht van de Amerikaanse troepen uit de Lauterbourg-saillant essentieel was. Daardoor kwam Devers in een moeilijke positie. Toen operatie Nordwind van start ging op 1 januari had hij daarom de Franse Général Touzet du Vigier, een staflid van Alphonse Juin, meegedeeld dat het geallieerde opperbevel zijn troepen wilde terugtrekken, met als gevolg dat Straatsburg wel eens in Duitse handen zou kunnen vallen. Maar op dezelfde dag deelde Devers ook aan de Fransen mee dat er nog geen duidelijk plan was hoe de terugtrekking moest plaatsvinden. Intussen waren de troepen van het 6th Corps zich wel al aan het voorbereiden voor de eerste geplande fase van de terugtocht, maar maakte nog geen aanstalten om de volgende fases van de terugtrekking te voltooien. De volgende dag zond De Gaulle Juin opnieuw naar het geallieerde opperbevel om met de staf van Eisenhower overleg te voeren om een Amerikaanse terugtocht te voorkomen. Tevens gaf De Gaulle opdracht aan De Lattre de Tassigny om Straatsburg te versterken. De ontmoeting van Juin met Bedell Smith was, zoals al eerder vermeld, uitgelopen op een ernstig meningsverschil en Eisenhower besefte nu pas het belang van het behoud van Straatsburg voor de Fransen. Maar hij wilde de levens van de Amerikaanse soldaten sparen en daarom koos hij voor de algehele terugtocht. Het gevolg hiervan was dat De Gaulle met in zijn achterhoofd de al eerder vermelde angst voor Duitse represailles en de angst voor politieke onrust in Frankrijk, contact opnam met Winston Churchill om te bemiddelen in het conflict tussen de Amerikanen en de Fransen.

    De Britse premier Winston Churchill werkte zonder aarzelen mee met De Gaulle en hij woonde samen met De Gaulle zelf, Eisenhower, Smith en Juin een bijeenkomst bij waarin Eisenhower overgehaald werd om de Amerikaanse troepen niet te laten terugtrekken. Eisenhower trok na de conferentie zijn bevel voor de terugtrekking in bij Brooks. Nu de situatie in de Ardennen ook stabiel was en het oorspronkelijke aanvalsplan van Nordwind min of meer mislukt was, zag Eisenhower zelf ook in dat een onmiddellijke algehele terugtrekking inderdaad niet van essentieel belang meer was. Het geallieerde bondgenootschap was vooralsnog gered en de samenwerking tussen Amerikaanse en Franse troepen bleef gegarandeerd. Maar gebeurtenissen die nog zouden volgen, bewezen dat de ongerustheid van Eisenhower over de positie van de troepen van Brooks zeker niet ongegrond was.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    operatie Nordwind
    Codenaam voor de Duitse tegenaanval die begon op 1 januari 1945 in Elzas-Lotharingen.

    Afbeeldingen

    Charles de Gaulle Bron: http://academic.brooklyn.cuny.edu.

    De slag om de Elzas

    Operatie Nordwind bleek de eerste te zijn van een serie van Duitse aanvallen tegen de Amerikaanse 6th Army Group. In totaal ondernam het Duitse leger vier grote aanvallen tussen 5 en 25 januari 1945 met meerdere divisies. Er was ook nog een aanval tegen de Franse 1ière Armee van Jean de Lattre de Tassigny. De meeste aanvallen waren echter slecht gepland en ook nauwelijks effectief, maar ze wisten de Amerikanen wel op sommige plaatsen te verrassen en te overrompelen.

    Op 5 januari begon Heinrich Himmler met zijn 'ondersteunende' aanval voor operatie Nordwind. Het XIV. SS-Armeekorps onder bevel van General Von dem Bach, dat bestond uit de 553. Volksgrenadierdivision, ondersteund met losse eenheden stormgeschut en tanks was de speerpunt van de aanval. De eerste tegenstand werd spoedig overrompeld en Von dem Bach wist al snel op te rukken langs de westoever van de Rijn aan de oostflank van het 6th Corps van Brooks. Het resultaat was een sterk bruggenhoofd bij Gambsheim en Straatsburg werd tot op 15 kilometer genaderd. Twee dagen later op 7 januari startte de 19. Armee onder General Rasp eveneens een offensief bij Rhinau ten zuiden van Straatsburg en wist door de Franse linies te breken. Zijn operatie had de codenaam 'Sonnenwende'. Deze operatie ten zuiden van Straatsburg werd uitgevoerd door het LXIV. Armeekorps onder commando van General Thumm. Het LXIV. Armeekorps bestond uit de 198. Volksgrenadierdivision en de 106. Panzerbrigade. Thumm had de beschikking over ongeveer 50 tanks en gemechaniseerde kanonnen. De hernieuwde Duitse aanvallen bedreigden dus niet alleen de flank van Brooks, maar tevens de prestigestad Straatsburg. Als Hitler Antwerpen in het noorden niet kon veroveren, dan moest Heinrich Himmler Straatsburg in het zuiden maar veroveren om de eer van het Duitse volk te redden, aldus de Reichsführer-SS. De aanvallen zorgden ervoor dat Patch geen aflossingen kon sturen naar de Fransen in het zuiden.

    Ten noorden van Straatsburg moesten drie regimenten van Task Force Herren een front verdedigen van maar liefst 60 kilometer in lengte. Om een ramp te voorkomen had Devers op 2 januari de opdracht gegeven dat deze troepen zich moesten terugtrekken naar een verdedigingslijn bij de oude Maginotlinie. Op 6 januari had hij het Franse 2ième Corps de verantwoordelijkheid gegeven voor de verdediging van Straatsburg en omgeving. Maar nog voordat deze bevelen uitgevoerd waren, was Heinrich Himmler begonnen met de verovering van Gambsheim en Rhinau. Daardoor kon Jean de Lattre de Tassigny geen versterkingen aanvoeren naar Straatsburg. Task Force Linden dat verdedigende stellingen innam langs de Rijn, stond er dus alleen voor om de Duitse dreiging tegen te houden. Task Force Linden had simpelweg te weinig manschappen, artilleriestukken en tanks om de Duitse opmars te kunnen stuiten. Ze werden dan ook overrompeld door de troepen van Himmler. Legergroep Oberrhein wist steeds meer manschappen en materieel vanuit Duitsland over de Rijn naar het bruggenhoofd te brengen. Het bruggenhoofd werd steeds groter ondanks de beperkte Amerikaanse tegenaanvallen. Uiteindelijk werd het bruggenhoofd zo'n 15 kilometer breed. In het noordwesten wisten nieuwe eenheden van de 6. SS-Gebirgsdivision na lange gevechten het plaatsje Wingen-sur-Moder te zuiveren van eenheden van de Amerikaanse 45th Infantry Division. Dit was het verst bereikte punt van het oorspronkelijke Nordwind-offensief. Het 6th Corps werd nu aan beide flanken ernstig bedreigd en hij had nauwelijks reserves over.

    Devers en Patch reageerden snel op de Duitse dreiging. Op 6 januari stuurden ze de 36th en 103th Infantry Divisions naar het front in de Vogezen en de 14th Armoured Division werd naar Brooks overgeplaatst. Tevens gaven zij De Lattre de Tassigny het advies om Straatsburg te gaan versterken. De onervaren 12th Armoured Division werd ook naar het 6th Corps overgebracht. Brooks probeerde er alles aan te doen om een antwoord te bieden aan de Duitse dreiging bij Gambsheim. Hij stuurde een aantal infanteriebataljons van de 79th Infantry Division, waardoor het noordelijke front weer kwetsbaar werd voor een Duitse aanval. Als ondersteuning kregen deze infanteristen eenheden van de onervaren 12th Armoured Division die al snel zijn vuurdoop zou gaan meemaken bij aanvallen tegen het bruggenhoofd.

    In de Vogezen hielden de troepen van Brooks dapper stand tegen eenheden van de 6. SS-Gebirgsdivision. Task Force Herren wist zelfs op 7 januari Wingen-sur-Moder weer in te nemen, nadat in de nacht van 6 op 7 januari de 6. SS-Gebirgsdivision zich had teruggetrokken uit de plaats met achterlating van hun gewonden. Aan de oostelijke flank van het 6th Corps was het echter voor beide partijen moeilijk om troepen te verplaatsen door de vele waterwegen en de vernielde bruggen. De Amerikaanse tegenaanvallen waren net zo weinig succesvol als de Duitse pogingen om hun bruggenhoofd te vergroten dat geconcentreerd was om de plaatsen Gambsheim, Herrlisheim en Offendorf.

    Op 8 januari 1945 probeerden eenheden van de onervaren 12th Armoured Division Herrlisheim te heroveren door een frontale aanval op het Duitse bruggenhoofd. Door de verscheidene waterwegen die niet overgestoken konden worden, moest het gemechaniseerde infanteriebataljon van de 12th Armoured Division uitwijken naar de noordelijke buitenwijk van Herrlisheim waar zij stuitten op Duitse grenadiers. De hele nacht hielden de gevechten aan, maar er was versterking onderweg van een tankbataljon. De Shermantanks moesten echter een kanaal oversteken. De Duitsers hadden zich met hun pantserafweergeschut ingegraven en de Shermans werden één voor één uitgeschakeld. De overgebleven tanks waren gedwongen zich terug te trekken. De dag erna, op 10 januari, probeerde een aantal M8 gemechaniseerde kanonnen Herrlisheim te naderen, maar door het slechte weer (ijs op de wegen) arriveerden ze pas om middernacht. Er was ook nog een aantal lichte tanks van het type M3 aangekomen maar deze bleken waardeloos in de gevechten tegen de veel betere Duitse tanks. Er kwamen nog meerdere versterkingen in de vorm van genisten en infanteristen, maar de Amerikanen waren op 11 januari gedwongen Herrlisheim aan de Duitsers te laten. Door de terugtocht waren de overgebleven Amerikaanse troepen aan omsingeling en vernietiging ontsnapt.

    Brooks had het geluk aan zijn zijde, want de Duitse aanval ten zuiden van Straatsburg werd geen succes. Lang voordat het verwachte offensief begon had De Lattre de Tassigny de 2ième Division Blindée van Jacques-Philippe Leclerc vervangen door eenheden van de 5ième Division Blindée en de 1ière Division d'Infantrie. Daardoor had de bevelhebber van het Franse II Korps Général Monsabert de gelegenheid gehad om de 3ième Division Algérienne uit de Vogezen weg te halen en naar Straatsburg te verplaatsen. Straatsburg had nu een redelijke troepenmacht voor zijn verdediging tegen een belegering in geval van een Duitse doorbraak vanuit de Colmar-enclave.

    Het strategische doel van operatie Sonnenwende was een gebied in de vorm van een driehoek tussen de rivieren de Ill en de Rijn bij de plaatsjes Erstein en Sélestat. De uitbreiding van het gebied ten noorden van Erstein, met een bruggenhoofd bij Rhinau, zou moeten gaan dienen als een springplank voor een opmars naar Molsheim, dat zo'n 15 kilometer verder naar het noorden gelegen was, bij een eventuele belegering van Straatsburg. De bevelhebber van de 19. Armee, General Rasp, en de commandant van het LXIV. Armeekorps General Thumm hadden beiden hun bedenkingen over de operatie omdat er te weinig troepen voorhanden waren. Tevens zou de opmars zinloos zijn als de troepen ten noorden van Straatsburg zouden falen. Maar Himmler stond erop dat de aanval uitgevoerd werd en de beide bevelhebbers stemden uiteindelijk in.

    Thumm verzamelde zijn troepen aan de westzijde van het Rhône-Rijnkanaal. Hij was van mening dat de Franse troepen tussen de Rijn en het kanaal zich zouden terugtrekken als het plaatsje Erstein snel veroverd kon worden. Thumm kreeg gelijk. Het merendeel van de Duitse tanks en een regiment van de 198. Volksgrenadierdivision rukten op naar het noorden en veroverden op de eerste dag het plaatsje Erstein. Vervolgens werd een opmars gemaakt naar het zuidwesten langs de oever van de rivier de Ill, waarbij een groot aantal Franse troepen ingesloten werd die aan de andere zijde vochten tegen de rest van de 198. Volksgrenadierdivision. De ingesloten Franse troepen wisten 's avonds te ontsnappen door de ijskoude rivier de Ill over te steken. Uiteindelijk wisten de troepen van Thumm op 11 januari de gehele westoever van de rivier de Ill te zuiveren en was er een stevig bruggenhoofd geslagen. Daar kwam op 13 januari officieel een einde aan operatie Sonnenwende. Hitler had Himmler opgedragen zijn offensief met de 269. Volksgrenadierdivision voort te zetten maar trok dit bevel later weer in. Er zou geen hernieuwd offensief meer komen uit de Colmar-enclave want de 269. Volksgrenadierdivision werd weggehaald van het front en naar het oosten gestuurd om te vechten tegen het Rode Leger dat het grote offensief naar Berlijn begonnen was. De vervanging voor deze divisie was de 2. Gebirgsdivision, maar deze was nog niet gearriveerd. Thumm moest dus nu een langer front verdedigen met minder troepen dan waarmee hij eerst een smallere linie te verdedigen had.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Maginotlinie
    Franse verdedigingslinie aan de Frans-Duitse grens.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Operatie Nordwind
    Codenaam voor de Duitse tegenaanval die begon op 1 januari 1945 in Elzas-Lotharingen.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Een door de Amerikanen buitgemaakte Hetzer Bron: http://44thdivision.efour4ever.com.
    Ingegraven Amerikaanse soldaten

    De aanval van het XXXIX. Panzerkorps

    De vierde Duitse aanval tegen de 7th Army begon op 7 januari 1945 aan de kwetsbare noordflank van de Lauterbourg-saillant. Op 6 Januari had Johannes Blaskowitz eindelijk van Adolf Hitler toestemming gekregen om de laatste pantserreserves in te zetten. Deckers XXXIX. Panzerkorps arriveerde om de aanval te openen met de 21. Panzerdivision, de 25. Panzergrenadierdivision en de 245. Volksgrenadierdivision als infanterieondersteuning. Blaskowitz, die nauwlettend de vorderingen van de aanval in de gaten hield, was ervan overtuigd dat de Amerikaanse verplaatsingen van troepen gelegerd aan de rivier de Lauter naar elders het front hier ernstig verzwakt hadden. Hij redeneerde dat een snelle uitbraak naar de Poort van Saverne mogelijk was. In de tussentijd had Brooks zijn troepen ongemerkt 10 tot 15 kilometer laten terugtrekken naar de in Amerikaanse handen zijnde stellingen van de Maginot-linie. Dit was de eerste uitgevoerde actie van de drie terugtrekkingen die Brooks voor ogen had. Hij liet een aantal troepen achter en die boden inderdaad ook maar zwak verzet. Deze kleine troepenmacht bestond uit een paar infanteriebataljons en wat ondersteunende eenheden van de 45th en 79th Infantry Divisions. Ook waren er eenheden geplaatst van Task Force Linden. Deze namen plaats in de oude forten van de Maginot-linie. Een mix van eenheden nam posities in die liepen van noord naar zuid langs de Rijn en het bruggenhoofd van Gambsheim. Er waren hierbij eenheden van de 14th Armoured Division, de 3ieme Division d'Infantrie Algérienne en een aantal ondersteunende eenheden die bestonden uit tanks, tankjagers, cavalerie-eenheden en genietroepen.

    Toen in het noorden de 21. Panzerdivision en de 25. Panzergrenadierdivision ingezet werden, kwam het hele Amerikaanse front daar in gevaar. De Amerikanen wisten de eerste aanvallen echter af te slaan. De Amerikanen hadden zich in de Lauterbourg-saillant teruggetrokken in de forten van de oude Maginot-linie. De Duitsers ondernamen pogingen deze met tanks onklaar te maken, maar liepen vast in mijnenvelden. De Amerikanen pleegden heldhaftig verzet en de Duitsers hadden niet gerekend op Task Force Linden (42nd Infantry Division). In de tussentijd bleven de overblijfselen van het 6th Corps van Brooks zich zwaar verdedigen op de flanken bij Gambsheim en in de Vogezen om omsingeling te voorkomen. Johannes Blaskowitz kwam op 7 januari hoogstpersoonlijk aan het front een kijkje nemen wat zijn Panzers tegenhield en dreigde de tankcommandanten voor de krijgsraad te slepen voor gebrek aan agressiviteit. Uiteindelijk wist Deckers Pantserkorps door te dringen tot het centrum van het 6th Corps en deze te verdrijven naar het Haguenau-woud. Brooks werd gedwongen de overgebleven eenheden van de 14th Armoured Division naar de dorpjes Hatten en Rittershofen te sturen om deze te verdedigen.

    Het slagveld veranderde in een ongecoördineerde chaos. Tussen 10 en 14 januari vocht de 14th Armoured Division een tankslag met de tanks van Decker waarbij beide partijen zware verliezen leden, vooral omdat de Amerikanen ondersteuning hadden van infanterie, artillerie en pantserafweergeschut. De Duitsers stuurden echter op 13 januari een regiment van de 7. Fallschirmjägerdivision en op 16 januari gedeelten van de 47. Volksgrenadierdivision ter ondersteuning. Het gevolg was dat het 6th Corps over de gehele frontlinie de controle verloor, met als gevolg wanhopige gevechten in de sneeuw. Het waren tactische gevechten tussen strijdende bataljons, compagnieën, pelotons en zelfs tussen individuele soldaten. De gevechten ontpopten zich tot een werkelijke uitputtingsslag.

    De zwaarste gevechten vonden plaats in de dorpjes Hatten en Rittershofen, die net gelegen zijn ten noorden van het Haguenau-woud en ook maar een kilometer van elkaar afgelegen zijn. Bij beide dorpjes was op een gegeven moment de oostkant in Duitse handen en de westkant in Amerikaanse handen van de 14th Armoured Division. Er werd aan beide kanten veel artillerie ingezet en het werden zware straatgevechten tussen de pantsergrenadiers en de gepantserde infanteristen. Het werd een enorm bloedbad waarbij aan beide zijden geprobeerd werd om elkaars aanvoerlijnen af te snijden door middel van aanvallen met tanks. Om ieder huis werd gevochten en op het eind van de dag werden het aantal huizen geteld dat veroverd of verloren was gegaan. Het was een gruwelijke slachtpartij waarbij beiden zijden ontzettend hoge slachtofferaantallen kenden. Vaak werden om het verzet te breken aan beide zijden tanks ingezet die natuurlijk kansloos waren tegen de korte afstandswapens zoals de bazooka en aan Duitse zijde de Panzerfaust en Panzerschreck. Er werd met artilleriestukken direct geschoten op huizen. Werkelijk alles wat voor handen was werd door beide zijden ingezet. In deze zware gevechten wisten noch de Duitsers noch de Amerikanen de controle over beide dorpen te verkrijgen, waar bijna niets meer van over was. Vanaf 15 januari waren de Duitsers echter in de meerderheid door aankomst van versterkingen. De Duitsers bleven aanvallen en de Amerikanen verdedigden wanhopig maar volhardend. Daarbij moet vermeld worden dat de Amerikanen ondanks hun minderheid in manschappen grote moed toonden en zich wanhopig bleven verzetten, daarbij 1/3 van hun troepen verliezend.

    Misschien wel één van de meest tragische gevechten vond plaats in de Vogezen tussen Moutherhousen en Baerenthal. Daar was een infanterieregiment van de 45th Infantry Division in contact gekomen met eenheden van de 6. SS-Gebirgsdivision 'Nord'. De strijd duurde 7 dagen en wel van 14 tot 21 januari. Het begon op de vroege morgen van 15 januari toen één van de bataljons van het 157th Regiment van de 45th Infantry Division door de Duitse linies wist te breken. Maar door hevig Duits verzet konden de overige bataljons van het regiment niet volgen met als gevolg dat het doorgebroken bataljon geïsoleerd werd. Hevige gevechten volgden na verschillende Amerikaanse pogingen door eenheden van de 45th en 103th Infantry Divisions om het omsingelde bataljon te ontzetten, maar de Duitsers stuurden versterkingen en de aanvallen werden afgeslagen. De strijd duurde nog vijf dagen totdat een groep van 125 overlevenden een uitbraakpoging deed. Er wisten maar twee Amerikaanse soldaten levend de Amerikaanse linies te bereiken.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    krijgsraad
    Militair gerechtshof.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Afbeeldingen

    Een door de Amerikanen buitgemaakte Tiger II Bron: http://44thdivision.efour4ever.com.

    Het offensief duurt voort

    Als sinds het begin van het offensief op 7 januari 1945 van het XXXIX. Panzerkorps in het noorden was het Duitse opperbevel het nog steeds niet eens geworden waar de laatste tankreserves ingezet moesten gaan worden. Deze reserves bestonden uit de 10. SS-Panzerdivision 'Frundsberg', de 11. Panzerdivision, de 2. Gebirgsdivision, de 7. Fallschirmjägerdivision en de 47. Volksgrenadierdivision. Deze divisies arriveerden langzaam achter het front en waren verre van compleet. Blaskowitz stelde voor om de Fallschirmjägerdivision, de Bergdivisie en de Volksgrenadierdivisie in te zetten om de oostelijke doorgangen van de Vogezen vrij te maken voor de twee pantserdivisies, die dan hierna westwaarts zouden optrekken naar Haguenau en Gambsheim. Deckers troepen zouden de Amerikanen in het noorden bezig moeten houden zodat deze geen maatregelen konden nemen om het offensief te stoppen. Adolf Hitler stemde voor een deel in het met het plan van Johannes Blaskowitz, maar hij vond dat de 10. SS-Panzerdivision 'Frundsberg' bij Heeresgruppe Oberrhein ondergebracht moest worden. Toen deze beslissingen op 9 januari genomen waren en aan de commandanten doorgegeven werden, waren de eerdere aanvallen allemaal tot staan gebracht, zowel bij Decker in Rittershofen en Hatten, als bij de uitbraakpogingen in het bruggenhoofd van Gambsheim. Ook de cruciale knooppunten in de Vogezen waren nog steeds in Amerikaanse handen.

    Door de wanorde in de bevelvoering waren de Duitsers niet in staat om het strategische overwicht op het slagveld uit te buiten. Doordat Hitler erop stond dat de aanvallen zo snel mogelijk uitgevoerd moesten worden, hadden de bevelhebbers te weinig tijd om hun offensieven te coördineren. Hitler gaf zijn toestemming om de laatste reserves in te zetten op 9 januari, maar die bevelen kwamen pas een dag later aan bij Blaskowitz. Inmiddels was wel duidelijk geworden dat Deckers doorbraak succesvol was, maar het opperbevel kon de beslissingen niet meer terugdraaien, omdat men al was begonnen met voorbereidingen voor een nieuwe aanval bij Hatten en Rittershofen. Het was een complete chaos bij de Duitsers. In de tussentijd waren troepen van de 14th Armoured Division gearriveerd in de regio van Hatten en Rittershofen, die dan ook voorlopig de opmars van de Duitsers blokkeerden. Decker moest nu een beslissing nemen om het woud bij Haguenau ten noorden of ten zuiden te passeren. Hierdoor zouden wel zijn flanken bloot komen te staan aan geallieerde tegenaanvallen. Daarom nam hij het besluit om te wachten op versterkingen voor zijn flankdekking. De reserves voor operatie Zahnarzt arriveerden in gedeelten achter het front zodat Von Obstfelder gedwongen werd onvolledige divisies in de strijd te werpen. Op 10 en 11 januari werd de 7. Fallschirmjägerdivision in de strijd geworpen bij Hatten en Rittershofen. Blaskowitz stuurde de 10. SS-Panzerdivision 'Frundsberg' naar het noordoosten, omdat hij dacht dat daar de cruciale veldslag uitgevochten kon gaan worden langs de westoever van de Rijn. Later die dag keerde Johannes Blaskowitz terug naar zijn hoofdkwartier. Hij had de hoop op een snelle doorbraak opgegeven. Adolf Hitler, die inzag dat het offensief van het XXXIX. Panzerkorps gefaald had, gaf het bevel voor een reorganisatie van de bevelstructuur, met als gevolg dat het initiatief bij Heeresgruppe Oberrhein kwam te liggen bij Himmler. De nieuwe indelingen werden van kracht op 12 januari. Het hoofdkwartier van het XXXIX. Panzerkorps, de 10. SS-Panzerdivision en de 7. Fallschirmjägerdivision vielen nu onder het bevel van Himmler. De ervaren 21. Panzerdivision, de 25. Panzergrenadierdivision en de 47. Volksgrenadierdivision gingen naar het LXXXIX. Armeekorps en alle overgebleven stoottroepen vielen nu onder het bevel van het XC. Armeekorps. Terwijl de Duitsers na de beslissingen hun legers aan het reorganiseren waren, verzamelde de 10. SS-Panzerdivision 'Frundsberg' zich in het gebied bij Lauterbourg om zich voor te bereiden op de laatste aanval zuidwaarts.

    Patch en Brooks gebruikten de komende dagen om hun troepen opnieuw te organiseren. Doordat het offensief van de 19. Armee tot een eind gekomen was, kon De Lattre de Tassigny de 3ieme Division d'Infantrie Algérienne overplaatsen naar Straatsburg. De aankomst van de 103rd Infantry Division stelde Brooks ook in staat om de zwaar gehavende eenheden van Task Force Herren van het front weg te halen. Na het mislukken van het Ardennenoffensief kwamen er aan geallieerde zijde troepen vrij. Het geallieerde opperbevel stuurde daarom de 101st Airborne Division zo snel mogelijk naar de Vogezen. Patch plaatste de 36th Infantry Division en de overgebleven eenheden van de 12th Armoured Division over naar Brooks, die deze onmiddellijk inzette om het Duitse bruggenhoofd bij Gambsheim te verkleinen. De troepen van de 79th Infantry Division en Task Force Linden konden nu afgelost worden. Uitgezonderd de gebieden rond Hatten en Rittershofen was het de komende dagen betrekkelijk rustig aan het front. De enige Duitse aanvallen die plaatsvonden kwamen uit de lucht. Het waren voornamelijk aanvallen van Messerschmitt 262 straaljagers die de Amerikaanse aanvoerlijnen bestookten. Aan beide zijden was er nu wel tijd om de troepen te reorganiseren en opnieuw te bevoorraden. Na deze weken van zware gevechten bereidden de Duitsers zich voor op hun laatste aanval.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.

    Afbeeldingen

    Een vernielde Duitse truck Bron: http://www.100thww2.org.

    De laatste aanvallen

    Op 16 januari 1945 ondernam het XXXIX. Armeekorps een laatste poging om zich bij het bruggenhoofd in Gambsheim aan te sluiten en daarmee de Amerikaanse troepen af te sluiten. Het XXXIX. Armeekorps bestond nu uit de 10. SS-Panzerdivision 'Frundsberg', de 7. Fallschirmjägerdivision, de Sturmgeschützbrigaden 384 en 667 en zelfs het Reichsführer Escortbataillon. De aanval was gericht op Lauterbourg en het was de bedoeling om contact te maken met het bruggenhoofd in Gambsheim. Als deze verbinding eenmaal tot stand gekomen zou zijn, kon er opgerukt worden naar de Saverne-kloof. De Amerikaanse bevelhebbers Patch en Brooks hadden wel een aanval verwacht, maar niet op deze locatie.

    Op 16 januari was de Amerikaanse 12th Armoured Division begonnen met een poging om Herrlisheim te veroveren. Als dit zou slagen, dan kon de verbinding naar het bruggenhoofd bij Gambsheim onderbroken worden. De divisie werd in tweeën gedeeld en deze delen maakten omtrekkende bewegingen met het doel om Herrlisheim te omsingelen. Inlichtingen wezen erop dat het plaatsje maar door zo'n 500 tot 800 verzwakte Duitse soldaten verdedigd werd. Het ging echter mis vanaf het begin. De groep ten noorden van Herrlisheim kwam vrijwel onmiddellijk onder zwaar Duits artillerievuur te liggen en maakte dus ook weinig vorderingen. Ten zuiden was een tankbataljon gestuit op de daar door de Amerikanen niet verwachte 10. SS-Panzerdivision 'Frundsberg'. Deze elitedivisie maakte korte metten met de Amerikaanse Shermantanks, wat resulteerde in 50 vernietigde tanks en 300 krijgsgevangen.

    Doordat zijn rechterflank uiterst kwetsbaar geworden was, en zijn beide tankdivisies uitgeput en ernstig verzwakt, besloot Brooks zich terug te trekken. In de nacht van 20 op 21 januari trokken de zwaar gehavende eenheden ten noorden van het Haguenau-woud zich terug in zuidwestelijke richting bij de rivier de Moder. Dit ging gepaard met grote protesten bij de lokale bevolking. Het was de eerste grootschalige terugtocht van de Amerikanen sinds het debacle in Kasserine, Noord-Afrika in 1943. De terugtocht verliep echter snel en geordend en voordat de Duitsers het in de gaten hadden waren de Amerikanen al ingegraven langs de rivieren de Zorn, de Moder en de Routhfach.

    De nieuwe posities van het 6th Corps bleken niet veel voordeel op te leveren voor de optrekkende Duitsers. Het terrein was van weinig strategische waarde. De Duitsers werden bij een eventuele tegenaanval zelfs kwetsbaar in de flanken. De Duitsers hadden ook te kampen met de slechte weersomstandigheden. Het duurde vier dagen voordat de Duitsers met hun uitrustingen de nieuwe Amerikaanse stellingen bereikt hadden. Toen had Brooks reeds maatregelen genomen om een verdere doorbraak tegen te gaan. Van oost naar west had hij de volgende divisies opgesteld: de 45th, 103th, 79th en 36th Infantry Division. Als reserve had hij de beschikking over de overlevenden van de 12th en 14th Armoured Divisions en nog een gedeelte van Taskforce Linden. Ten noorden van Straatsburg waren ook Franse versterkingen gearriveerd en vanuit de Ardennen was de 101st Airborne Division onderweg, die zo moedig gestreden had in Bastogne. Met deze troepen ter beschikking kon het 6th Corps gemakkelijk de kleine Duitse aanvallen doorstaan, die plaatsvonden in de nacht van 24 op 25 januari tijdens een zware sneeuwstorm. De aanvallers wisten wel op drie plaatsen op een beperkte schaal door de nieuwe linies van het 6th Corps te breken, maar werden teruggedreven door tegenaanvallen van de 14th Armoured Division en van de 42th Infantry Division. De volgende dag ondernam Patch met vier divisies een tegenaanval om de Duitse aanvallende aspiraties in de Elzas voorgoed de kop in te drukken. De 45th en 100th Infantry Divisions rukten op in het westen en de Amerikaanse 36th Infantry Division en de 3ième Division d'Infantrie Algérienne in het oosten. De Duitsers zagen hun flanken bedreigd en waren gedwongen om zich terug te trekken. Het laatste restje Duitse hoop in de Elzas was voorgoed verloren. De aanvallen werden opnieuw afgeslagen en het Duitse opperbevel gelastte de aanvallen af op 26 januari 1945. De laatste reserves waren verspeeld en de Duitsers maakten zich gereed voor grootschalige Amerikaanse tegenaanvallen. Adolf Hitler verving bovendien Johannes Blaskowitz door Hausser, een generaal van de Waffen-SS. Tevens verplaatste hij de overgebleven zwaar gehavende mobiele formaties naar het oostfront, waar de Sovjets een gigantisch offensief gestart waren met als einddoel Berlijn. De troepen die achterbleven in de Elzas voor de verdediging waren nog zwakker en kleiner in aantal dan eind december 1944 het geval was geweest.

    Definitielijst

    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.

    Afbeeldingen

    Gedode Waffen-SS officieren Bron: http://44thdivision.efour4ever.com.

    Bronnen

    - Bonn, Keith. When the Odds Were Even: The Vosges Mountains Campaign, October 1944–January 1945 (Novato CA: Presidio Press, 1994)
    - Clarke, Jeffrey; Ross, Robert. Riviera to the Rhine (Washington DC: US Government Printing Office, 1993)
    - Engler, Richard. Final Crisis: Combat in Northern Alsace, January 1945 (Hampton, VA: Aegis Publishing Group, 1999)
    - Parker, Danny. The Battle of the Bulge, the German view: perspectives from Hitler's high command (Londen: Greenhill Books, 1999)
    - Whiting, Charles. Operatie Nordwind: het onbekende Ardennenoffensief 1944 (Baarn: Hollandia, 1989)