Het Engelandvaardersdagboek van Daniël de Moulin

Titel: Wij zijn niet bang, tenminste, niet erg
Auteur: Daniël de Moulin (uitgewerkt door Hylke Faber en Pieter Stolk)
Uitgever: Stichting DdM
Uitgebracht: 2006
Pagina's 167
ISBN: 9090204695
Bijzonderheden: Dit boek is verkrijgbaar op www.boekenmijn.nl.
Omschrijving:

Daniël de Moulin is geboren op West-Java op 12 september 1919. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is hij student medicijnen in Utrecht. Het boek is geschreven om anderen te laten weten dat de ‘soldaat van Oranje’ (Erik Hazelhoff Roelfzema) niet de enige Engelandvaarder was. Het geeft een goede omschrijving van de achtergrond en het ontstaan van het studentenverzet. Het neemt je mee van ‘de Moulin’ als student in oorlogstijd naar zijn belevenissen tijdens de Engelandvaart.

In september 1939 begint ‘de Moulin’ aan zijn opleiding geneeskunde. Hij wordt lid van de Utrechtse Studentenvereniging Unitas Studiosorum Rheno-Traiectina. Hierdoor kwam hij aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in het studentenverzet terecht, waarin hij o.a. meegewerkt heeft aan de spreekbuis van de studenten: “De Geus onder studenten”. Eind 1942 kwam het gerucht op gang van deportatie van studenten voor de Arbeitseinsatz. Om de bezetters het oppakken van studenten te bemoeilijken, werd de universitaire administratie in brand gestoken.
Toen op 5 februari 1943 generaal Seyffardt door het verzet werd geliquideerd, werden als reactie op diezelfde dag 600 studenten in Amsterdam, Delft, Utrecht en Wageningen opgepakt en naar kamp Vught gebracht. Drie dagen later volgden nog eens 1200 studenten. Direct daarna werd het onderwijs stilgelegd.
In een poging een betrouwbare studentenpopulatie te garanderen, werd men geacht een loyaliteitsverklaring te tekenen. Hiermee hing de studenten Arbeitseinsatz boven het hoofd. De Moulin vond de situatie te bedreigend worden. Hij had op dat moment twee keuzemogelijkheden: onderduiken of vertrekken om zich bij de geallieerden aan te sluiten. Hij koos voor het laatste. Samen met jaarclubgenoot Lodewijk Parren en diens ‘verloofde’ Rolande Kloesmeijer besloot hij de route via het zuiden te nemen. Op 3 mei 1943 begonnen ze aan de tocht via België, een periode van zo’n 2 maanden rondzwerven in Frankrijk, een lang verblijf te Madrid, om vervolgens op 29 september met de trein naar Lissabon te gaan. Na uiteindelijk één maand in Lissabon te zijn geweest, mochten ze na een militaire keuring met het vliegtuig naar Londen. Hier werd hij ingedeeld bij de KNIL om in mei 1944 ingescheept te worden richting Zuid-Afrika en Australië. In mei 1946 zette hij weer voet op Nederlandse bodem.

De hele reis die ze aflegden, wordt op een levendige, gedetailleerde manier beschreven, inclusief alle problemen waar ze tegenaan liepen: het verkrijgen van valse persoonsbewijzen, op de één of andere manier aan geld moeten komen, de spanning bij allerlei controles, de overnachtingsplaatsen, de onderlinge irritaties, maar ook de ‘meevallers’ om iedere keer op het juiste moment tegen de juiste personen aan te lopen die voor hen van onschatbare waarde waren. Dit boek is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de persoonlijke gevoelens van een Nederlander in oorlogstijd.

Beoordeling: Goed

Informatie

Artikel door:
Carla Vermeer
Geplaatst op:
03-10-2006
Laatst gewijzigd:
29-01-2009

Afbeeldingen