Het Nederlandse meisje

Titel:Het Nederlandse meisje - Audrey Hepburn en haar tijd in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog
Schrijver:Matzen, R.
Uitgever:The House of Books
Uitgebracht:2019
Pagina's:400
ISBN:9789044357356
Omschrijving:

Voor Audrey Hepburn was de oorlog haar leven lang haar constante metgezel. Audrey Hepburn schitterde als filmster op het witte doek in films als ‘Roman Holiday’(1953), ‘A Nun’s Story’ (1959), ‘Breakfast at Tiffany’s (1961) en de overbekende ‘My Fair Lady’(1964). Wat weinig mensen weten, is dat achter de onschuldige uitstraling met de fraaie oogopslag Audrey altijd de trieste gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog als een last met zich mee droeg. Deze hadden haar voor altijd veranderd, zo vertelde ze later altijd. Desondanks sprak ze nauwelijks over haar oorlogservaringen . Daar komt bij dat haar moeder getracht heeft hun sporen uit de jaren 1935-1941 zoveel mogelijk uit te wissen en daar had ze gegronde reden voor, zo zal blijken.

In de vele biografieën die in de loop der jaren over deze filmster zijn verschenen, is ook nauwelijks informatie te vinden over die oorlogsjaren. Door sommige biografen werd zelfs lange tijd Audrey’s betrokkenheid bij het verzet ernstig in twijfel getrokken. Hoewel onomstotelijk bewijs nog steeds niet geleverd is, heeft biograaf Robert Matzen meer licht geworpen op die geheime periode met zijn boek ‘Audrey Hepburn. Het Nederlands meisje. Haar tijd in Nederland tijdens de Tweede wereldoorlog.’ Met een voorwoord van Luca Dotti, de zoon van Audrey Hepburn. Het boek is tot stand gekomen door middel van interviews en speuren in archieven. De onverwachtse vondst van het dagboek van Audrey’s oom graaf Otto van Limburg Stirum speelde daarbij geen onbelangrijke rol.

Audrey, die in haar jonge jaren Adriaantje genoemd werd, was 11 jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ze kwam op 4 mei 1929 in België ter wereld als Audrey Kathleen van Heemstra Ruston, dochter van de Friese barones Ella van Heemstra en de Britse bankier Joseph Ruston. Ella Hepburn was een tamelijk dominante vrouw. De stempel die ze op Audrey’s jeugd drukte, zou haar dochter nimmer meer kwijt raken. Ze zou altijd het gevoel houden dat ze niet kon voldoen aan hetgeen wat van haar verwacht werd. Audrey was een onzeker meisje, knap vond ze zichzelf allerminst. Ze beschreef zichzelf vaak als lang, mager en met grote voeten. Van die gedachte dat ze niet mooi was, bleef ze haar hele leven overtuigd. Daarentegen was Audrey geen meisje om in paniek te raken. Ze beschikte over een ijzeren wil en een sterke discipline die ze ontwikkeld had door haar balletlessen. Al heel jong wist Audrey namelijk dat ze ballerina wilde worden en van haar moeder mocht ze danslessen nemen. Aangezien haar moeder wilde dat Audrey als dochter van een Brits onderdaan, ook het Engels goed moest kunnen beheersen, vestigden ze zich in Elham, Engeland.

Met de opkomst van het fascisme begin jaren ’30 voelden Ella en haar man Joseph zich al snel aangetrokken tot de politiek van Sir Oswald Mosley, leider van de British Union of Fascists. Via hem ontstond een hechte vriendschap met de gezusters Mitford die inmiddels al volledig in de ban van Hitler waren. Een ontmoeting van Ella met Hitler kon dan ook niet uitblijven en die vond plaats tijdens een reis door Duitsland op uitnodiging van Mosley. Ondertussen ging het huwelijk gebukt onder vele ruzies en een scheiding was onvermijdbaar. Joseph Ruston verdween voorgoed uit het leven van zijn vrouw en kinderen. In 1939 besloot moeder Ella om met Audrey naar Nederland te gaan. Vanwege de oorlogsdreiging hoopte ze dat Nederland door zijn neutraliteit een veilig land zou zijn voor haar gezin, maar van dat besluit zou ze later spijt krijgen. Tot die tijd vestigde Ella zich met Audrey en met haar twee zoons uit een eerder huwelijk in Velp, een plaats vlakbij Arnhem. In 1944 werd Velp een van de brandhaarden tijdens operatie Market Garden en was alles behalve veilig voor de burgers.

De invasie van de geallieerden in 1944 beleefde Audrey als een van de slechtste herinneringen, net als de arrestatie van haar oom Otto die als een tweede vader voor haar was. Graaf Otto van Limburg Stirum was werkzaam als substituut-officier, assistent van de officier van justitie in Arnhem. In mei 1942 werd hij gearresteerd door de SD, de reden waarom hij opgepakt werd, is nooit opgehelderd. Graaf van Limburg Stirum werd overgebracht naar het seminarie in Sint-Michielsgestel dat dienst deed als gevangenis voor Todeskandidaten. Bij daden door het Nederlandse verzet werden andere burgers als represaille terechtgesteld. Voor potentiële ‘kandidaten’ werd gebruik gemaakt van lijsten met daarop de namen van gevangenen die geregistreerd stonden als Todeskandidaten. Op 15 augustus van datzelfde jaar werd graaf van Limburg Stirum samen met vier andere gevangenen geëxecuteerd door middel van geweerschoten als represaille voor mislukte bomaanslagen op Duitse doelen langs het Rotterdamse spoor.

Toen Audrey 15 jaar werd, moest ze als ze wilde blijven dansen lid worden van de Kulturkammer, ingesteld door de nazi’s voor kunstenaars. Audrey voelde hier niets voor en stopte met dansen. Hoe teleurstellend ook, het kwam haar andere bezigheden wel ten goede, want Audrey was gevraagd hulp te bieden in het lokale ziekenhuis. Dat was niet alleen een medisch oord, het was ook een bron van verzet. Alle artsen hielpen onderduikers en hadden Joden in hun huizen verborgen. Naarmate de oorlog vorderde, konden ze goed hulp gebruiken. In 1944 vroeg één van de artsen, Hendrik Visser ’t Hooft, die door zijn omgeving gezien werd als een avonturier, aan Audrey of ze mee wilde helpen. Ze kreeg lichte medische klusjes opgedragen, onder meer door de hoofdverpleegster. Natuurlijk raakte ze ook betrokken bij de verzetsactiviteiten van de artsen. Zo werd haar gevraagd om de lokale verzetskrant Oranjekrant rond te brengen. Die propte ze dan in haar sokken.

Ook danste ze voor onderduikers bij illegale muziekuitvoeringen die Visser ’t Hooft en het verzet voor genodigden organiseerden, en bracht ze eten naar de Britse parachutist die een schuilplaats had gekregen in de kelder van hun huis. Dit laatste feit was overigens het enige verhaal wat Audrey dikwijls vertelde om aan anderen uit te leggen wat oorlog betekende: angst. ‘Iemand verborgen houden, betekende dat je normale leven kwijt kon raken’, zei ze. Maar ze was ook trots op dit verhaal, omdat het bewees dat haar moeder veranderd was in haar politieke mening en afstand had genomen van het fascisme. Het haalde die zwarte schaduw over de familie als zijnde sympathisanten van het fascisme voorgoed weg. Later zou Audrey het dagboek van Anne Frank lezen en voelde ze direct een verwantschap met Anne. Ook zij kende immers de angst voor ontdekking door de Duitsers.

Inmiddels had de oorlog al diepe sporen achtergelaten op het jonge meisje. Matzen beschrijft de vele droevige omstandigheden die grote indruk op de jonge Audrey maakte en die ze nooit meer zou vergeten. Joden die renden voor hun leven wanneer de razzia’s plaatsvonden; het treinstation waar lege gezichten vanuit de veewagens naar buiten staarden; een executie. Evenals de evacués die na de bombardementen van de geallieerden met alles wat wielen had naarstig op zoek gingen naar een nieuw onderkomen. Doden werden meegenomen, terwijl baby’s onderweg werden geboren. En niet te vergeten de Hongerwinter die ze zelf ook ondervond en dat alles naast alle narigheid die ze van dichtbij in het ziekenhuis meemaakte.

Toch zei Audrey Hepburn over de deze ellendige periode: ‘Alles wat je overkomt, is waardevol.’ Dat is zeker waar, maar of je daar altijd blij om moet zijn, is een ander verhaal. Een oorlog is intens traumatisch, zeker voor kinderen. Hoe het leven daarna ook verloopt, de oorlog kan nimmer meer uit het kind gehaald worden. Hij/zij is voor zijn/haar hele leven gelittekend en dat werkt generaties lang door, bewust of onbewust. Dat is de diepere betekenis die achter deze interessante biografie schuil gaat en dat is de meerwaarde van dit boek.

Robert Matzen heeft al meerdere biografieën over Hollywoodsterren op zijn naam staan en daar is ‘Audrey Hepburn’ nu aan toegevoegd. Doordat de auteur een belangrijk gat uit haar leven invult, wordt voor buitenstaanders haar volwassen leven veel begrijpelijker. Audrey Hepburn was onder andere ambassadeur van Unicef en zette zich in voor oorlogsslachtoffers. Overigens ging het Matzen niet alleen om de filmster. Ook in de oorlogsgeschiedenis van Arnhem had hij interesse, omdat hij daarover te weinig wist, en dat is ook terug te vinden in deze biografie. De brede opzet geeft niet alleen een goed beeld van de ervaringen van burgers in de oorlog en die van de jonge Audrey in het bijzonder, maar ook ontkomt de lezer niet aan het gevoel dat de auteur de fascistische sympathieën van haar moeder en de oorlogservaringen van haar oom Otto eigenlijk boeiender vindt dan de daden van de jonge Audrey. Dat is gezien haar jeugdigheid niet helemaal onbegrijpelijk. Niettemin is ‘Audrey Hepburn. Het Nederlandse meisje’ zo intrigerend geschreven dat het boek moeilijk weg te leggen is. Het boek is geïllustreerd met mooie zwart-wit foto’s.

Beoordeling: Zeer goed

Informatie

Artikel door:
Annabel Junge
Geplaatst op:
17-10-2019

Afbeeldingen