Wij overleefden

Titel:Wij overleefden - De laatste ooggetuigen van de Duitse bezetting
Schrijver:Zee, S. van der
Uitgever:Prometheus
Uitgebracht:2019
Pagina's:464
ISBN:9789044638424
Omschrijving:

De Duitse soldaat die in mei 1940 aanbelde bij het ouderlijk huis van Greet Visser (1932) in Rotterdam had een simpele vraag. Hij wilde een aspirientje om zijn keel- of kiespijn te dempen. Toen Greets moeder hem een tabletje gaf, was de jongeman bang dat ze hem wilde vergiftigen. Ze at daarom de ene helft zelf op en gaf de andere helft aan de Duitser. De toekijkende buren waren boos dat ze dit deed, want ze hielp hiermee de vijand. In een oorlog wisselen banale gebeurtenissen als deze zich af met leed waar we ons tegenwoordig weinig bij kunnen voorstellen. In "Wij overleefden - De laatste ooggetuigen van de Duitse bezetting" komt zowel het alledaagse als het uitzonderlijke Ė en alles daar tussenin Ė aan bod.

Sytze van der Zee (1939) is een bekende naam binnen het genre van boeken over de Tweede Wereldoorlog. Hij schreef eerder bijvoorbeeld "Voor FŁhrer, volk en vaderland" over de SS in Nederland en "Vogelvrij" over de jacht op Joodse onderduikers in Nederland. In "Potgieterlaan 7" beschreef hij zijn eigen jeugd die werd beÔnvloed door de keuze van zijn vader om zich aan te sluiten bij de NSB. Voor zijn nieuwe boek interviewde hij ongeveer tachtig Nederlanders over hun herinneringen aan de bezettingstijd. Deze mensen, op een leeftijd van in de tachtig, negentig of honderd, beleefden de oorlog elk vanuit een ander perspectief, bijvoorbeeld als kind van verzetsmensen of van collaborateurs of als lid van een vervolgde minderheid. Sommigen van hen zijn in de tussentijd tussen interview en publicatie reeds overleden. Dankzij deze publicatie is hun verhaal echter bewaard gebleven.

Hoe betrouwbaar zijn herinneringen aan gebeurtenissen die 75 jaar geleden of eerder plaatsvonden? Die vraag heeft de auteur zich uiteraard ook gesteld. In de intro legt hij uit dat hoe dramatischer de gebeurtenissen zijn die mensen meemaken, hoe groter de kans is dat ze deze onthouden. "De meeste mensen herinneren zich niet meer wat ze een maand geleden op die en die dag hebben gedaan", zo legt hij uit. "Maar bij een oorlogskind staan alle zintuigen voortdurend op scherp. Wie een zwaar bombardement heeft meegemaakt, de deportatie naar een concentratiekamp [Ö], het oorlogsgebeuren in de meidagen van 1940 of in 1944/45, die weet voor zichzelf dat hij of zij dit nooit meer zal vergeten." Behalve dat deze uitleg steekhoudend is, heeft de auteur de interviews ook met veel zorg afgenomen. Hij checkte feiten, kwam bij de geÔnterviewden terug op eerder gedane beweringen en gaf hen vooral de tijd en aandacht om hun verhaal te doen. In bijna 100 eindnoten geeft de schrijver toelichting op bepaalde beweringen en gebeurtenissen.

De interviews zijn chronologisch ingedeeld, beginnend bij de periode kort voor het aanbreken van de oorlog en eindigend bij de eerste naoorlogse maanden. De geÔnterviewden keren in verschillende hoofdstukken terug, telkens voorzien van hun naam, geboortejaar en de locatie van hun verhaal. Er zijn veel ontboezemingen, zoals van Paul Moerman (1916) die in mei 1940, na de gevechten om vliegveld Ypenburg bij Den Haag, bij thuiskomst meteen naar boven rende om te huilen om het verlies van twaalf jongens uit zijn compagnie. John Blom (1930) begroette de in Amsterdam binnentrekkende Duitse troepen met Houzee-geroep en gestrekte arm, zoals hij ook anderen zag doen. Plotseling verscheen zijn verontruste vader die van iemand uit de buurt had gehoord wat zijn zoon uitspookte. "Wij zijn Joden!", beet hij de jongen toe. "Jij moet uit de buurt van Duitsers blijven!"

Er is ook ruimte voor ontroering, bijvoorbeeld in het verhaal van de Joodse onderduiker Hans Aussen (1926). Vanuit het zolderraampje van zijn onderduikadres in Amsterdam keek hij graag naar een blond meisje dat bij een boerderij aan de andere kant van de straat kleedjes klopte met een mattenklopper of de stoep schrobde. "Het kon natuurlijk helemaal niet, maar ik werd verliefd", zo vertelt hij. Aan Sytze van der Zee las hij het gedicht voor dat hij indertijd schreef over deze onmogelijke liefde, waarna hij met de rug van zijn hand snel de tranen uit zijn ogen wiste. Andere verhalen over de Jodenvervolging zijn van een meer gruwelijke aard. Zo vertelt Max Kleerekoper (1931), die concentratiekamp Bergen-Belsen overleefde, dat zoín twintig (!) familieleden van hem, waaronder zijn vader en zijn broer Jacob, werden vermoord door de naziís.

In de geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog in Nederland is enigszins het idee ontstaan dat het in Nederland allemaal wel meeviel. Het dagelijkse leven werd na de Duitse invasie algauw weer opgepakt en veel mensen maakten van de oorlogshandelingen weinig mee. Verschillende getuigenissen drukken de lezer echter met de neus op de feiten. Zo wordt er verteld over geallieerde bombardementen op doelen in Nederland. Jan Bremer (1932) getuigt over een door de RAF uitgevoerd bombardement op Den Helder op 19 februari 1943, waarbij vijftig doden vielen. Een herinnering van Harry Sablerolle (1934) uit Amsterdam doet denken aan de taferelen die zich ook afspeelden in het belegerde Leningrad. Hij verklaart hoe ten tijde van de Hongerwinter een bij hen in huis ondergebrachte onderduiker op zoek ging naar honden en katten om op te eten. Een familielid was slager en slachtte en vilde de dieren in hun zolderkamertje, want zijn vrouw mocht niet weten wat hij deed.

Jan van der Glas (1931) uit Amersfoort vertelt over hoe hij op 5 februari 1945 ontsnapte aan een door de Duitsers uitgevoerde executie op straat. De Duitse commandant die hem op het laatste moment weghaalde uit de groep mannen die klaarstond om neergeschoten te worden, zwaaide hem vriendelijk uit terwijl de hevig aangedane jongeman zijn weg naar school vervolgde. Tegenover een angstaanjagend verhaal als dit, staat dan weer een anekdote uit 1942 van dezelfde getuige. Twee jonge Duitse soldaten klopten op een avond bij hem thuis aan omdat ze zijn vader piano hadden horen spelen. Nadat eerst de twee onderduikers naar boven waren gestuurd, deed Jans vader open. De Duitsers vroegen of ze binnen mochten komen om te luisteren naar de pianomuziek of om mee te spelen. "Vader weigerde eerst, waarop ze begonnen te huilen", aldus Jan. "Ze vertelden dat ze beiden naar Stalingrad moesten. Vader had met hen te doen, het waren echt nog jongens, hooguit vijftien jaar."

Sytze van der Zee weet aan de hand van alle interviews een divers en indringend beeld te schetsen van de ervaringen van Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog. Onderwerpen als collaboratie, verzet en vervolging komen allemaal uitvoerig aan bod. Ook sprak de auteur met Jelle Mellema (1926) die in het voormalige Nederlands-IndiŽ de bloedige bersiap-periode in 1945 meemaakte, toen Indonesische milities na de Japanse overgave zich te buiten gingen aan gewelddadigheden tegen de (Indische) Nederlanders die net vrijgekomen waren uit de Jappenkampen. De komende jaren zullen steeds minder Nederlanders overblijven met actieve herinneringen aan de oorlog in eigen land en daarbuiten. Het is daarom een verdienstelijke prestatie van de schrijver dat hij 75 jaar later deze verhalen opgetekend heeft, waarbij hij zelf als objectieve luisteraar op de achtergrond blijft. Een met veel zorg samengesteld boek als dit verdient een plek in elke (school)bibliotheek.

Beoordeling: Zeer goed

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
09-01-2020

Afbeeldingen