Totstandkoming van 'Een Helmondse Kwajongen'

Na de publicatie van 'Een Helmondse Kwajongen, de oorlogsherinneringen van Gerrit Manders' kreeg ik van een aantal mensen de vraag hoe groot STIWOT nu eigenlijk is en hoe het artikel tot stand is gekomen. STIWOT is een stichting die een aantal websites op internet beheert over de Tweede Wereldoorlog, waaronder deze. We zijn met een 60-tal vrijwilligers in binnen- en buitenland. Het artikel van Manders had niet gepubliceerd kunnen worden zonder de hulp van een aantal van hen.

Eind 2017 kocht ik het boekje 'Een schat aan verhalen' bij de lokale VVV in Helmond. Het boekje is uitgegeven onder redactie van Tania Heimans en bevatdrie fragmenten van de tekst van Manders. Ik nam contact met haar op om te vragen of er meer was en dat was inderdaad het geval. Via haar kwam ik in contact met Gerrit Manders zelf. Hij had zijn oorlogsherinneringen toen al op papier gezet. Vijftig handgeschreven A4-tjes vol. Ik mocht het in ieder geval lezen en publiceren, graag zelfs! Hij wilde dat zijn verhaal bewaard bleef.



De A4-tjes zijn vervolgens allemaal gefotografeerd en weer teruggegeven, waarna het overtikken begon. Vrijwilligers Liesbeth, Marieke en Bram hebben dat grotendeels voor hun rekening genomen. De volgorde van het verhaal was echter allang verloren gegaan, we hadden dus een puzzel van 50 losse A4-tjes. Na het zoeken van de juiste volgorde bleek ook al snel dat we twee verschillende versies van dezelfde tekst hadden. Iets wat in het begin nog helemaal niet duidelijk was. Sommige teksten waren wel aanwezig in de ene versie maar niet in de andere, of andersom. Ook waren alinea's soms anders opgebouwd.



Nadat we beide teksten hadden gecombineerd hielden we een artikel over van 21 pagina's. Hierna begon het onderzoek pas echt. Veel complete namen kwamen in het stuk niet voor, het waren 'echtparen', 'buurman', 'Bakker B.', of 'een vriend'. Na vele gesprekken met Manders kwamen daar de juiste namen en adressen bij. Deze konden vervolgens gecontroleerd worden in het archief van het RHCe. Hierover schreven we al eerder in de volgende artikelen:

Ė Op zoek naar een boerderij in Volkel
Ė Op zoek naar Kato de Slijper
Ė Het dilemma bij de zoektocht naar Felix

Een andere bron was de website Delpher, waar vele oude kranten uit de oorlog doorzoekbaar zijn, waaronder de kranten uit Helmond. Het verhaal van de roggesmokkel van Pennings is daar een voorbeeld van, het stond als volgt in de oorspronkelijke tekst:

ďWij hadden op zolder een overvloed aan meel namelijk 10 zakken van 50 kilo. Weleswaar geen eigendom maar bewaard voor bakker B. Bakker B had nog een plek gevonden in de straat. Daar zakte de zolder bijna door daar waren 40 zakken van 50 kilo opgeslagen. Niet lang want het huis werd veraden. De straf was niet mis ik meen 4 maanden den Bosch.Ē

Via Delpher stuitten we op een krantenartikel uit die tijd dat bevestigt wat Manders had opgeschreven. Dat gebeurde gelukkig niet alleen met dit verhaal maar ook met een aantal andere. Op deze manier konden we de tekst aanpassen naar:

ďWij hadden op zolder een overvloed aan meel, namelijk wel tien zakken van 50 kg. Weliswaar geen eigendom, maar bewaard voor bakker Bosch. Bakker Bosch had bij Pennings nog een plek gevonden in de straat. Daar zakte de zolder bijna door, want daar waren veertig zakken van 50 kg opgeslagen. Het duurde niet lang, want het huis werd verraden. De straf was niet mis; ik meen vier maanden in de gevangenis in ís-Hertogenbosch.Ē

Nadat zoveel mogelijk uit de tekst gekoppeld konden worden aan de werkelijke gebeurtenissen konden we ook een tijdspad aangeven. Hieruit bleek al snel dat de tekst niet chronologisch was opgezet. De volgorde van de alinea's is aangepast en bij elkaar horende teksten zijn van de nodige koppen voorzien. Alle historische informatie is vervolgens in de noten verwerkt. Ondertussen was vrijwilliger Bert begonnen aan het ontwerpen van het bijbehorende kaartje op basis van de informatie van Manders en de diverse kaarten en luchtfoto's die we hebben uit die tijd.

Hierna is de tekst naar onze eindredactie gegaan. Zowel projectleider Kevin als eindredacteur Leo zijn door de tekst gegaan om alle tik- en spelfouten eruit te halen. Echter wel op zo'n manier dat de oorspronkelijke schrijfwijze zo goed als bewaard bleef. Vrijwilliger Jeroen Niels heeft tijdens het gehele proces als klankbord gediend voor vooral de richting die ik met het artikel op wilde gaan.

Het was ondertussen eind april toen de uiteindelijke tekst ter goedkeuring terug naar Manders kon. De enige opmerking die hij had was: ďWaar is alle tekst over Vliegveld Helmond gebleven?Ē Ik was enigszins verbaasd omdat ik niks over het vliegveld had gelezen. Manders was ervan overtuigd dat hij het wel had opgeschreven. Na zoeken doken er nog negen nieuwe A4-tjes op, grotendeels over het vliegveld.

Toen begon alles weer opnieuw: het overschrijven van de tekst, het ontdubbelen, het plaatsen in de tekst en het napluizen van de historische context. Wederom ging de tekst door naar de redactie voor de spellingcontrole en eind juni kon het weer terug naar Manders. Eindelijk kon het gepubliceerd worden.

Het uiteindelijke resultaat is dan ook niet alleen mijn verdienste, enkel de fouten zijn exclusief van mij. Het is een gezamenlijk project van vele vrijwilligers die zich belangeloos inzetten voor het behouden van de historie van de Tweede Wereldoorlog. Wij zoeken binnen STIWOT daarom dus ook niet alleen schrijvers, wij kunnen iedereen gebruiken die zich op wat voor manier dan ook wil inzetten. Heeft u interesse om mee te werken? Of heeft u zelf een verhaal dat niet verloren mag gaan? Neem contact met ons op!

Gebruikte bron(nen)