De luchtoorlog in 1942

In de oorlogsjaren die aan de bevrijding vooraf gingen werden wij in Nederland en zeker in Brabant iedere nacht wakker gehouden door de geallieerde nachtelijke bombardement vluchten naar Duitsland en uren later de retourvlucht. De Duitse afweer haalde veel toestellen neer met of zonder bommenlading. De crashes die het gevolg ervan waren vonden willekeurig plaats in de wijken en soms gelukkig het gros op het land of in de bossen. Vele slachtoffers bij de bemanningen en de burgers. Ad Hermens deed veel onderzoek en zal in de loop van het jaar enkele crashes te Geldrop-Mierlo en Rosmalen beschrijven. In Rosmalen was hij er zelf ooggetuige van en had veel slapeloze nachten. Nooit zal hij en vele anderen het eentonige gebrom, gemend met ontploffende luchtdoel granaten, vergeten. Als kind dacht je altijd dat zoín toestel op eigen huis zou vallen...


De bemanning van de crew van de Wellington te Mierlo. Tweede van links is Standen. Een persoon ontbreekt op de foto.

Luchtdrama Overakker te Mierlo 21 juli 1942
Op 21 juli 1942 steeg op van de RAF basis Marham, Groot-BrittanniŽ de Wellington bommenwerper X 3750 van 115de Squadron RAF op en met hen nog vele anderen ze hadden de opdracht om een luchtaanval uit te voeren op de stad Duisburg in Duitsland. Het toestel werd op de retourvlucht boven Mierlo neergehaald. Het toestel kwam loodrecht als een vuurbal naar beneden aldus Dhr. J. Smeets. Hij zag dit vanaf zijn ouderlijk huis in de Overakker. Dhr. Smeets wist ook nog de plek waar het toestel te pletter sloeg. Op dit moment is hier een hele wijk verrezen en moeilijk de locatie te bepalen. Het moet tussen de Heer van Roodestraat en de Dokter Kerssemakersstraat en Hoefblad geweest zijn. Dalkruid kan dan niet ver mis zijn. Dhr. J. Smeets zag toen een grote krater met wat gesmolten aluminium. De bemanning van vijf had geen kans meer gezien om het toestel te verlaten en kwam om. De stoffelijke resten zijn in en om de krater gevonden en begraven bij De Oude Toren te Woensel in Eindhoven. Vier van hen kregen een collectief graf omdat identificeren niet meer mogelijk was. Wel kreeg ieder later een eigen grafsteen. Na wat speurwerk vond de auteur in Groot-BrittanniŽ de nabestaanden van radiotelegrafist L. Standen terug. In april 2006 bezochten een neef, een nicht en een achterneefje met echtgenote Mierlo. Het was erg emotioneel, want niet eerder was er iemand bij het graf in Eindhoven. Ook de crashlocatie te Mierlo was hun onbekend.


Zo lag het wrak van de Wellinton te Rosmalen zeer kort bij de boerderij.

Luchtdrama te Rosmalen 7 augustus 1942
Citaat uit het boek van de auteur: Luchtoorlog boven Rosmalen 1940-1945. Zoals tijdens zovele nachten in die bewogen jaren waren we alweer uren wakker door het zware geronk en geknetter van het luchtafweer en de boordwapens. Als dat in de vroege uurtjes dan ophield wist men dat ze dan ook nog terugkwamen, al waren ze dan hun bommenlast kwijt. Ons gezin toen wonende in de Stationsstraat zag dan vanuit hun cafť Juliana door de ramen plotseling een enorme vuurzee in de donkere lucht. Meteen was de gehele hemel verlicht en het was duidelijk dat er een toestel in brand stond en naar beneden kwam. Mijn vader, een zeer godvruchtig man, zette het rozenkransgebed in, om voor een goede afloop te smeken. We liepen biddend rondjes rond het biljart maar keken stiekem door de ramen om te zien wat er gebeurde. De enorme vuurzee kwam in onze richting en viel plotseling in tientallen stukken uiteen om daarna met een doffe dreun niet ver van ons huis neer te ploffen. Toen was het voorbij ,maar wat voor ellende zou er aangericht zijn? Het moest in de richting van de Oude Baan zijn of in de Maliskamp. Veel mensen spoedden zich naar de plek, maar onze ouders stuurden ons naar bed, waar we natuurlijk niet erg meer aan rust toekwamen. We keken dan dankbaar naar het grote schilderij met een afbeelding van de Heilige Engelbewaarder, dat boven ons bed hing. Omdat het vakantie was ging ik al vroeg samen met mijn zusje Gera van 8, en een nichtje die bij ons logeerde, op pad. We zagen inderdaad veel brokstukken bij de boerderij van Marinus Coppens aan de Hoevestraat kort bij de Oude Baan. Het was nog geen kilometer van ons huis. De romp lag naast de boerderij van Coppens, die inderdaad aan een ramp ontsnapt was. De Duitse bergingsploeg was gekomen om de omgekomen bemanning uit het wrak te verwijderen. Er kwamen ijzerzagen aan te pas en dat was een naar geluid in onze oren. Later reed een vrachtauto met vijf kisten richting Uden waar een begraafplaats was voor de Geallieerden. Een tafereel zal ik nooit vergeten. De auteur zag een vrachtauto met open laadbak met daarop vijf kisten die op kris kras elkaar gestapeld waren. Op deze kisten zaten de Duitse bergers heel triomfantelijk sigaretten te roken met een uitdrukking op hun gezicht van: "We hebben er weer vijf!!!". Een benzine tank lag tegen de achterdeur van huis, maar de brand werd gelukkig snel geblust. Als verzamelaar in wording zag ik in een weide een vlieger handschoen liggen, maar er stond een Duitse schildwacht bij. Hij gebood mij om door te lopen... Ik zag alle brokstukken op de laad en losplaats bij het station op 6 goederenwagons. Waarschijnlijk werden ze naar kamp Vught getransporteerd, waar de gevangenen ze verder moesten slopen. Het betrof Wellington bommenwerper Z-8585 PH-W van het 12de RAF Squadron en steeg op van de basis Binbrook in Groot-BrittanniŽ.

Dochter Martha Coppens vertelt:
"Door de felle brand van een van de vleugels werd de hele omgeving verlicht en door het geloei van de overvliegede motor, die vlak over onze woonhuis kwam stonden we verstijfd te kijken. Ja, we hadden allemaal dood kunnen zijn! De motor sloeg diep in de grond. de romp lag 25 meter van de motor vandaan. We zijn direct met z'n allen naar buiten gegaan om te kijken of er gewonden waren, maar het was muisstil. We durfden ook geen licht te maken. Het was een maanverlichte heldere nacht, zodat we de piloten in de cockpit zagen hangen. We waren erg bang voor bommen die nog konden ontploffen. De Duitse bergingsploeg uit Volkel kwam snel en het leverde 6 wagons schroot opÖ..Ik maakte van een stukje leer uit stoelzitting van het toestel een brieftasje en versierde dat met een stukje koord van de parachute..."

Zus van de piloot Gilbert Carrington Keats uit AustraliŽ schrijft aan de auteur in 1995:
"Mijn broer Gilbert is geboren op 3 maart 1917 te Orroro in AustraliŽ. Gilbert was een vriendelijke persoon en geliefd bij iedereen. Gilbert was lid van een kerkkoor hij had een hele goede stem en wij waren trots op hem. Ook was hij gebrand op sport en hield van tuinieren. In Groot-BrittanniŽ was hij verloofd met een Engels meisje. Hij leerde ook boksen en zijn schoonmoeder was niet onder de indruk als hij zin had om te oefenen op haar koperen vazen!!! Voor zijn dienstperiode werkte op een notaris kantoor en was studerende in zijn laatste jaar voor rechter... Het was zijn laatste vlucht naar Duitsland toen zijn toestel crashte. Hij was 25 jaar..."

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Ad Hermens
  • Gepubliceerd op: 06-05-2019 17:00:00