Grabner, Maximilian

    Geboortedatum:
    2 oktober 1905 (Wenen, Oostenrijk)
    Overlijdensdatum:
    28 januari 1948 (Montelupich gevangenis, Krakow, Polen)
    Nationaliteit:
    Oostenrijks (1918-1938, Republiek)

    Biografie

    Maximilian Grabner, of Max Grabner (2 oktober 1905 in Wenen – 24 januari 1948 in Krakau) was een Oostenrijkse SS-Untersturmführer en leider van de politie afdeling in het concentratiekamp Auschwitz.

    Vroege jaren
    Grabner beschikte alleen over een eenvoudige schoolopleiding en werkte in de jaren 20 als houthakker. Na een korte politieopleiding werd hij vanaf 1930 in de Oostenrijkse politie opgenomen en werkte hij eerst als politieambtenaar, later bij de opsporingspolitie en weer later bij het hoofdbureau van de politie in Wenen. Grabner werd al in augustus 1932 lid van de NSDAP (lidnummer 1.214.137). Nadat Oostenrijk zich in 1938 aansloot aan het Duitse rijk werd Grabner begin september lid van de SS en promoveerde daar tot SS-Untersturmführer.

    In het concentratiekamp Auschwitz
    Na het begin van de tweede wereldoorlog was Grabner vanaf november 1939 in Kattowitz als misdaadssecretaris hij de staatspolitie werkzaam. Eind mei 1940 werd hij leider van de politie afdeling in het net nieuwe concentratiekamp Auschwitz, omdat deze in zijn regio lag. Zijn positie in de hiërarchie van het lager was ambivalent, omdat hij aan de ene kant de disciplinaire en administratieve bevelen van de Lagerkommandanten moest volgen, maar aan de andere kant in de uitoefening van zijn plichten boven de Gestapo stond. Zijn opdrachten waren het bevechten van weerstandsbewegingen in het lager, het verhinderen van ontsnappingspogingen en contacten met de buitenwereld, het beheren en aanmaken van kaarten met de gegevens van gevangenen en de correspondentie met de Gestapo, Kriminalpolizei en het Reichssicherheitsamt (RSHA). Grabner was in deze positie gevreesd als de "Herrgott van Auschwitz". Hij was arrogant, willekeurig en bruut. In het bijzijn van zijn bazen, de leiders van de Gestapo in Kattowitz Rudolf Mildner nam hij deel aan de gevreesde handelingen van de politie en de krijsraad in het concentratiekamp Auschwitz. Grabners medewerkers, onder andere Wilhelm Boger leidden de zogenaamde "verscherpte verhoren" waarbij gevangenen onderworpen werden aan folteringen en daarna in de bunker van Block 11 gevangen gehouden werden. Samen met de Schutzhaftlagerführer plande hij ook de zogenaamde "Bunkerentleerungen" waarbij willekeurige gevangenen tegen de muur tussen Block 10 en 11 neergeschoten werden.

    In september 1942 werd hij met het Kriegsverdienstkreuz II. Klasse mit Schwertern onderscheiden. Hij kreeg deze onderscheiding wijst erop dat hij aan executies deelnam. Volgens een overlevende uit het concentratiekamp Filip Müller en een lid van de politieafdeling Pery Broad hield hij toespraken om Joden gerust te stellen bij het oude crematorium in het hoofdkamp. Hij spoorde mensen aan zich voor het baden uit te kleden om daarna te kunnen eten en in het kamp te kunnen werken.

    Op 30 november 1943 werd Grabner van zijn functie als leider van de politieafdeling in het concentratiekamp Auschwitz ontheven en werd hij vastgenomen. Zijn opvolger op deze post werd vervolgens SS-Untersturmführer Hans Schurz. Grabner was net zoals heel veel ander kamppersoneel in het vizier van SS-rechter Konrad Morgan beland. Morgen handelde in misdaad en corruptie in het concentratiekamp en hij formuleerde aanklachten. Nadat Grabner meerdere maanden vast werd genomen, verscheen hij voor het SS-und Polizeigericht in Weimar op 13 oktober 1944. Grabner werd ervan beschuldigd plannen te hebben gesmeed om 2000 gevangenen, waarvoor geen executiebevelen van de RSHA waren, neer te schieten. Bovendien zou Grabner zijn opdracht, die ook uit het bestrijden van diefstal en corruptie bestond, als leider van de politieafdeling grondig misbruikt hebben en zich met de bezittingen van gevangenen hebben verrijkt. Vanwege zware diefstal en moord in minstens 2000 gevallen werd hij door de aanklager tot 12 jaar gevangenschap in een strafinrichting veroordeeld. De leider van de Gestapo Heinrich Müller weigerde mee te werken aan opheldering van de zaak, daardoor werd het proces vertraagd en nooit afgesloten. Hierna ging Grabner weer naar de Gestapo in Kattowitz en ten slotte naar Breslau. Aangezien er meer relevante onderzoeken werden gedaan, moest Grabner zich tegen het einde van de oorlog bij het Reichskriminalpolizeiamt (RKPA) in Berlijn melden. Dit heeft hij uiteindelijk niet meer gedaan.

    Na het einde van de oorlog
    Na het einde van de oorlog dook Grabner bij een boer verhuld als knecht in de buurt van Wenen onder. Hij werd op 4 augustus 1945 tijdens werk op de akker vastgenomen en in Sovjetse hechtenis in het Polizeigefangenenhaus in Wenen opgesloten. De opsluiting werd door een afdeling voor het verhandelen van oorlogsmisdadigers bij de politiedirectie in Wenen ondernomen. De leider van deze afdeling, de jurist Heinrich Dürmayer was jarenlang gevangene in de concentratiekampen Flossenbürg, Auschwitz en Mauthausen. Dürmayer onderwierp Grabner begin september 1945 aan een verhoor van de politie dat ook op het nieuws werd uitgezonden.
    De Auschwitzoverlevende Hermann Langbein nam Grabner zijn opsluiting als jammerende man en bangerik waar. Grabner zei 1946 vanuit de gevangenis: "Ik heb alleen rekening houdend met mijn familie meegewerkt aan het moorden van drie miljoen mensen. Ik was nooit antisemitisch." In januari 1947 werd Grabner in het Krakause Auschwitzproces voor het hoogste nationale tribunaal van Polen op 22 december 1947 ter dood veroordeeld. Het oordeel werd op 24 januari 1948 in de Montelupich gevangenis in Krakau door ophanging voltrokken.

    Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

    Medaille zur Erinnerung an den 13. März 1938

    Bronnen