TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, BelgiŽ, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Guynemer Paviljoen

Het Guynemermuseum in Poelkapelle.

Zijn eerste overwinning in de lucht behaalt hij op 19 juli 1915. In februari 1916 krijgt Guynemer de vermelding ĎAsí die in Frankrijk gegeven wordt na het behalen van 5 overwinningen in de lucht.Guynemer raakt uiteindelijk betrokken in meer dan 600 luchtgevechten, wordt zelf zeven keer neergehaald, overleeft telkens en behaalt 53 gehomologeerde overwinningen. Daarnaast zijn er nog ongeveer 32 niet erkende overwinningen boven vijandelijk gebied.

Op 8 februari 1917, aan boord van een SPAD VII, slaagt hij erin om als eerste piloot van de geallieerden, samen met Andrť Chainat een zwaar Duits bombardementsvliegtuig (Gotha G.IIIį) neer te halen. Op 18 februari 1917 wordt hij kapitein en op 11 juni de jongste officier in de ĎLťgion díHonneurí van het Franse Leger. Op 4 september komt hij aan het hoofd te staan van het eskader, maar pech aan zijn toestel maakt hem zenuwachtig en gespannen. Zijn moraal bereikt een dieptepunt, ook omdat zijn oversten met het idee komen om hem als instructeur weg te halen van het slagveld. Op maandag 11 september 1917 om 8.25 u vertrekt Guynemer vanuit Saint-Pol-sur-Mer in zijn SPAD op verkenning boven de slagvelden van de Westhoek. Hij stort neer in de buurt van Poelkapelle. De juiste omstandigheden van het neerschieten van Guynemer zullen altijd een raadsel blijven. Wel is het zeker dat hij verwikkeld was in een luchtgevecht met Duitse tweezitters en geraakt werd. Zijn toestel dook naar beneden voor de Albatros van de Duitser Kurt Wisseman en stortte uiteindelijk neer. Het Duitse opperbevel verklaarde dat Wisseman hem had neergehaald

Voor de actuele bezoekersinformatie, kunt u terecht op de website van het museum.

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)

  • Tekst: Guynemer Paviljoen
  • Foto's: Wim Hilderson