Tot 1950 lagen op de Algemene Begraafplaats Alkmaar ruim 200 Duitse soldaten begraven in een apart gedeelte: het Ehrenfriedhof, met een eigen toegangspoort. Hier rustten militairen die in Noord-Holland waren omgekomen door gevechten, ongelukken, zelfmoord of executie.
De eerste was Rudolf Wilhelm (23), gestorven na een noodlanding in Anna Paulowna en begraven op 16 mei 1940. Aanvankelijk lagen de graven verspreid, maar later werd vak K ingericht als ereveld, met eenvoudige houten kruisen. Dertien graven droegen een fez, symbool van soldaten uit Centraal-Azië en de Kaukasus, vaak van het Turkestanisches Infanterie-Bataillon 787.
De jongste soldaat was 17, de oudste 65. De meeste kwamen om in Heiloo, waar het Marine Lazarett gevestigd was. Een tragisch incident vond plaats op 3 juli 1944 in Petten, toen tien soldaten, waaronder twee Italiaanse krijgsgevangenen, omkwamen bij het leggen van mijnen.
De laatste Duitse militair die hier begraven werd was Karel Beckmans op 4 juni 1945.
Naast Duitse militairen lagen er ook elf Nederlandse Landwachters. Na de oorlog werd de toegangspoort verwijderd en werden gescheiden graven samengevoegd. In 1950, door ruimtegebrek en lastige uitbreidingsmogelijkheden, besloot de gemeente tot herbegraving in Ysselsteyn, Limburg.
De opgravingen werden uitgevoerd door de Koninklijke Landmacht. Exhumatierapporten toonden soms schrijnende vondsten: ontbrekende ledematen, minimale botresten, en in één geval dierlijke resten.
Vandaag rusten de meeste van deze soldaten en Landwachters in Ysselsteyn, waar jaarlijks op Volkstrauertag wordt herdacht.
Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!