Weggestopt tussen de uitgestrekte weilanden, aan de Jean Dolidierweg in de streek ‘Vierlanden’ nabij het gehucht Neuengamme, niet ver buiten Hamburg, vinden we de overblijfselen van het concentratiekamp Neuengamme. Van wat eens een van de grootste kampen van Noord-Duitsland was resten nu nog slechts enkele gebouwen en wat fabriekshallen.

Het terrein werd in 1939 door de SS overgenomen van de ‘Deutsche Erd-und Steinwerke’ die op die plek een steenfabriek bezat. De fabriek was inmiddels stilgelegd zodat de SS vrij spel had om op die plek een concentratiekamp te bouwen. Het moest een buitenkamp worden van Sachsenhausen waar ook klinkers werden geproduceerd voor een groot prestige project in Hamburg. In het voorjaar van 1940 werd het kamp een zelfstandig concentratiekamp onder verantwoordelijkheid van de SS. Langzamerhand werden er meer barakken gebouwd en werd een kanaal aangelegd, het ‘Stichkanal’, om een verbinding te maken met de ‘Dove Elbe’. Dit kanaal zou dienen voor het, per schip, afvoeren van de stenen naar Hamburg. Dit kanaal van ca. 1.5 km is tussen 1940 en 1942 door ruim 1600 gevangenen met de hand gegraven. Het werk in de steenfabriek was moordend en in de hitte bezweken veel gevangenen.

Op 19 november 1941 vertrok het eerste transport Nederlanders vanuit het PDA (kamp Amersfoort) richting Neuengamme. Er zouden er nog vele volgen. Tijdens de transporten werden er ook gevangenen ‘ingeladen’ in Assen, Leeuwarden en Groningen. Ook vanuit Vught waren er transporten naar Neuengamme. Als een gevangene het kamp binnen kwam moest hij eerst douchen, al het lichaamshaar werd verwijderd en de burgerkleding werd ingeruild voor de gestreepte kampkleding met de bekende driehoek met de nationaliteitsaanduiding (voor Nederland was dat een ‘H’), en kreeg hij een kampnummer op jas en broek. Door het zware werk in o.a. de steenfabriek veranderden de gevangenen langzamerhand in levende wrakken, de ‘Muselmannen’ genoemd. Dagelijks stierven er honderden gevangenen.

Neuengamme bestond uit een ‘Hauptlager’ en ongeveer 70 ‘Aussenlager’. Deze varieerden van werk op de werf van Blohm & Voss tot puinruimcommando’s in Hamburg. De kampen lagen verspreid over geheel Noord Duitsland.
De gevangenen kwamen uit heel Europa. Het waren vooral Russen. Oekraïners, Polen en veel Fransen die het kamp bevolkten. Ook was er een apart kamp voor vrouwen ingericht. In totaal waren er in Neuengamme en zijn buitencommando’s 106.000 gevangenen uit 28 landen. Het werk bestond, buiten de steenfabriek, vooral uit werkzaamheden voor Walther (pistolen), Borgward (vrachtwagens), Volkswagen, IG Farben (chemicaliën), Blohm & Voss (scheepswerf), Drager (gasmaskers) en Continental (vrachtwagenbanden).

Begin april 1945 waait de mare door het kamp dat de bevrijders naderen. Helaas niet voor Neuengamme. Op 20 april moet iedereen zich klaar maken voor vertrek. Velen worden weer in de goederenwagens gepropt en vertrekken richting Lübeck. Anderen gaan te voet die richting op. Tijdens dit ‘dodentransport’ bezwijken er velen aan uitputting. Wie langs de kant van de weg uitvalt wordt meteen neergeschoten. In Lübeck aangekomen worden de transporten overgeladen op de Athen en andere schepen die ze transporteren naar de in de Lübeckerbocht liggende schepen Cap Arcona en Thielbeck.

Op 3 mei 1945 worden de Cap Arcona, de Tielbeck en de Athen aangevallen door enkele squadrons Engelse Typhoon jagers. Deze waren niet op de hoogte dat de schepen bevolkt waren door KZ gevangenen. De Thielbeck vloog direct in brand en kapseisde na een kwartier. De Cap Arcona bleef nog dagen branden. Van de gevangenen die kans hadden gezien van de schepen te springen in het ijskoude water verdronken er velen. Die aan land trachtten te komen werden direct geëxecuteerd door gewapende soldaten. Bij deze catastrofe kwamen ruim 7000 gevangenen om. Slecht een handje vol overleefde deze ramp. Velen zijn begraven in massagraven in de omgeving. Maanden na de ramp spoelden er nog lijken aan op de standen van de Lübeckerbocht.
Ieder jaar wordt bij het ‘Cap Arcona’ monument in Pelzerhaken deze ramp herdacht.

Dat de doden mogen rusten in vrede.

NB. De Britse regering houdt de dossiers over deze aanval op de schepen gesloten tot 2046. Dit kan erop wijzen dat er iets zeer ernstig mis was met deze aanval.

Voor de actuele bezoekersinformatie, kunt u terecht op de website van het museum.

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)

Gerelateerde boeken

Lees meer (4)