Enkele kilometers ten zuidoosten van Deventer ligt net ten zuiden van de huidige A1 in het buurtschap Oxe het landgoed Oxerhof. Dit huis was aan het einde van de Tweede Wereldoorlog het decor van een aantal hartverscheurende gebeurtenissen. Het monument op dit landgoed herdenkt de 10 verzetsmensen die gevangen zaten op het landgoed en die zijn geŽxecuteerd op 5 april 1945.

Het landgoed werd in de loop van de oorlog door de Duitsers geannexeerd. In de eerste jaren was de Oxerhof aanvankelijk een herstellingsoord voor aan het Oostfront gewond geraakte SS-ers. In 1944 werd het door de Sicherheitsdienst (=SD) ingericht als kamp voor politieke gevangenen. Enkele dagen voor de bevrijding hield de SD er nog veertig man gevangen. Terwijl de Canadezen al tot op enkele kilometers genaderd waren bracht de SD dertig gevangen genomen (voornamelijk) verzetsmensen over naar allerlei plekken in de stad Deventer. Tien verzetsmensen bleven om volstrekt onduidelijke reden in het huis gevangen gehouden.
Op 6 april 1945 bereikte het bataljon The Royal Winnipeg Rifles het buurtschap Oxe aan de Schipbeek. Op het landgoed ondertussen: "een enkele uren eerder overhaast verlaten hoofdkwartier van de Gestapo, zag een Canadese soldaat dat de bodem bij een met bloed bespatte muur vers was omgewoeld. Hij vond er het graf van de tien Nederlandse verzetsmensen. Zij waren door de terugtrekkende vijand als diens laatste daad neergeschoten", aldus the War Diary van de eenheid. De melding werd om 16:00 u. in het dagboek bijgeschreven.

Het 12e Field Regiment RCA meldde, dat de lichamen met wonden waren overdekt. "Geneeskundige officieren verklaarden dat enkele slachtoffers levend begraven waren. Aan de uitdrukking op de gezichten was te zien, dat ze tijdens martelingen waren gestorven. Hun handen waren op de rug gebonden en de lichamen waren van top tot teen gekneusd. Het was een scŤne van onbeschrijflijke wreedheid, die je moet hebben gezien om het te kunnen geloven". In de meeste van de later opgegraven lichamen werden geen kogelgaten gevonden. De tien slachtoffers hebben zelf de kuil moeten graven, dit zogenaamd om daar autobanden in te kunnen verbergen voor de op rukkende geallieerde troepen. Later op die dag bleek echter voor welk vreselijk doel deze kuil gegraven was.

De leider van het landgoed was UnterscharfŁhrer B. Stiller, die twee Duitsers, F.H. Voss en H. Reinders en twee Nederlandse SS-ers, J. Wapstra en H.J. Morreau onder zijn bevel had. Op last van hogerhand stelde Stiller een lijst op van 30 tot 35 gevangenen, die in Deventer terecht moesten staan. Deze mannen werden echter vrijgelaten. Er waren toen nog tien gevangenen op het landgoed en op 5 april 1945 kreeg Stiller van Kriminalkommissar Haase het bevel de Nederlanders 'umzulegen'. De bewakers dronken zich eerst moed in. Besloten werd dat de mannen twee aan twee zouden worden doodgeschoten. De executieplaats bevond zich bij een reeds gegraven kuil. Nadat het eerste tweetal daar was doodgeschoten, rukte een van de twee volgende slachtoffers zich los. Hij werd door Wapstra met kogels doorzeefd en ook de vierde man werd doodgeschoten. De zes anderen trachtten de deur van hun cel te forceren, maar de vijf bewakers sleepten hen geboeid naar buiten en fusilleerden ook hen bij de kuil.

Na de oorlog
Eind 1948 werden door het Bijzonder Gerechtshof in Zutphen twee zittingen aan het drama gewijd. Eerst stonden de Nederlanders terecht. Uitvoerig is daarbij aan de orde geweest dat de slachtoffers voor hun executie waren verminkt. De verdachten ontkenden dat ten stelligste en omdat het wettig en overtuigend bewijs niet kon worden geleverd, kon de procureur-generaal J. Meulink niet de doodstraf eisen, wat hij volgens zijn zeggen anders zou hebben gedaan. Tegen Wapstra eiste hij levenslang en het vonnis luidde 20 jaar. Kriminalkommissar Haase kreeg 12 jaar (eis 15 jaar) en Stiller conform de eis 9 jaar. Voss en Reinders werden wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken, Morreau werd in 1948 op vrije voeten gesteld.

Op 6 mei 1991 werd op het landgoed De Oxerhof een monument onthuld ter nagedachtenis aan de tien verzetsmensen die hier, enkele uren voor de bevrijding, werden vermoord door de bezetter.

Het betrof de volgende verzetsmensen:
1. Jacob Ehrenreich, koopman, geb: 1-2-1896 te Wierden uit Deventer
2. Gerrit van Brakel, losarbeider, geb: 9-6-1916 te Diepenveen uit Deventer
3. Valk van Spiegel, reiziger, geb: 26-11-1898 te Voorst uit Deventer
4. Hein Joseph Lindeman, huisknecht, geb: 29-11-1907 te Almelo uit Deventer
5. Willem Voorbeijtel-Cannenburg, assistent houtvesterij, geb: 12-4-1916 te Amsterdam uit Gorssel
6. Willem Ernst Langguth-Steuerwald, technisch ambtenaar, geb: 13-9-1920 te Madang uit Gorssel
7. Gerard Wouter van den Wall-Bake, zonder beroep, geb: 21-7-1923 te Vorden uit Vorden
8. Mr. Arnoud Cornelis van Dam, geb: 25-5-1908 te Rotterdam uit Rotterdam
9. Johannes Haanstra, gepensioneerd onderluitenant KNIL, geb: 5-10-1897 te Deventer uit Olst
10. Jacob van Wijngaarden, student, geb: 1-2-1924 te Rhenen uit Rhenen

Kunstenaar monument: Frans van der Ven

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)

  • Tekst: Edwin van der Wolf, Huub van Sabben
  • Foto's: Marco Swart

Gerelateerde boeken

Discipelen van de duivel
De verhoren
Hitler - Hoogmoed 1889-1936
Hitler - Vergelding 1936-1945
Hitlers moordenaars
Encyclopedie van de Holocaust