Oorlogsgraf van het Gemenebest John Austin

Op deze begraafplaats is de Britse Serjeant John Austin begraven (plot 2, graf 153). Deze jonge onderofficier werd op 4 april 1945 samen met vijf andere personen aan de Geldersedijk gefusilleerd. Hij is daarna begraven als enige geallieerde militair op de algemene begraafplaats te Hattem alwaar een gedenkbord bij zijn graf staat.

Achtergrond John Austin (van het gedenkbord)
John Austin werd geboren op 27 augustus 1922 in Castleconnel (Zuid-Ierland) als vijfde van zes kinderen. Hij meldde zich direct na zijn achttiende verjaardag in 1940 aan als vrijwilliger bij de Britse strijdkrachten en maakte aanvankelijk deel uit van het Royal Berkshire Regiment. Het symbool van dit regiment is een Chinese draak die op het grafmonument van Austin staat afgebeeld.

Eind 1942 meldde John Austin zich vrijwillig aan bij een geallieerde commando-eenheid, de Small Scale Raiding Force (ook bekend als No. 62 Commando). Een jaar later verzocht hij om overplaatsing naar de Jedburghs, een uiterst geheime geallieerde elite-eenheid die uit circa 300 militairen van verscheidene nationaliteiten bestond. De Jedburgh-eenheid was opgericht ter ondersteuning van het Europese verzet. In groepen van drie man werden de Jedburghs achter de linies in Frankrijk, België en Nederland ingezet. Na aankomst in bezet gebied moesten de Jedburgh militairen het verzet van wapens en militair advies voorzien.

Sergeant Austin werd in het voorjaar van 1944 in Engeland en Schotland opgeleid tot Jedburgh-radiotelegrafist en ging deel uitmaken van team Dudley. Dit team bestond naast Austin uit de Nederlandse majoor Henk Brinkgreve en de Amerikaanse Major Olmsted. Sergeant Austin, binnen zijn team bekend als ‘Bunny,’ moest de radiozender bedienen waarmee het team vanuit bezet gebied het contact met het hoofdkwartier in Engeland zou onderhouden. Het Jedburgh-team Dudley werd in het kader van operatie Market Garden op 12 september 1944 nabij Wierden geparachuteerd. De ploeg moest in opdracht van het geallieerde hoofdkwartier het verzet in Overijssel mobiliseren, sabotage-acties organiseren en bruggen behouden die van belang waren voor de geallieerde opmars door Overijssel.

Tijdens zijn missie in bezet Nederland opereerde Austin grotendeels gescheiden van zijn teamgenoten, om zo het risico te verkleinen dat het hele team door de Duitsers zou worden uitgepeild. Ook seinde Austin nooit lang vanuit dezelfde locatie. Halverwege november 1944 had hij zich met zijn radiozender naar Luttenberg verplaatst. Op 18 november werd de nabijgelegen villa Bloemenbos door de Duitsers overvallen. Ook het huis waarin Austin zich met een assistent bevond werd doorzocht.
De Duitsers troffen daar een radiozender en enkele wapens aan. Austin en zijn metgezel werden meteen opgepakt. Na zijn arrestatie werd Austin overgebracht naar het Huis van Bewaring te Zwolle, waar de Duitsers op dat moment hun ‘zware gevallen’ verhoorden. Uit ondervragingsrapporten blijkt dat hij in gevangenschap nimmer zijn echte naam heeft prijsgegeven: men kende hem slechts als ‘Bunny Wyatt’. Begin april 1945 kreeg de commandant van de Zwolse gevangenis het bevel een aantal gevangenen te fusilleren als represaille voor een spoorwegsabotage.

Op de vroege ochtend van 4 april 1945 werd Austin samen met vijf andere gevangenen naar de Geldersedijk gebracht en aldaar gefusilleerd. Zo kwam vlak voor de bevrijding zeer tragisch een einde aan het leven van deze jonge en bijzondere militair.

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)

  • Tekst: Jelle Hooiveld, Gemeente Hattem (bord)
  • Foto's: Edwin van der Wolf (CWGC)