TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Monument Sint-Rochus Aarschot

De feiten
Op 19 augustus 1914 werd Aarschot na hevige weerstand van het Belgische leger door de Duitse troepen bezet. De bevolking werd geterroriseerd. Huizen werden vernield en geplunderd. In de voormiddag werden 39 burgers vermoord. De namiddag was rustiger, maar rond 19.00 uur ontstond er bij de Duitse soldaten paniek en werd er overal in de stad geschoten. Bevelhebber Stenger werd gedood. In de daaropvolgende uren werden huizen in brand gestoken en burgers, mannen, vrouwen en kinderen werden samengedreven op de Grote Markt. Rond 19.00 werd een grote groep mannen weggeleid tot buiten de stad en gefusilleerd.
Omstreeks 23 uur werd een tweede groep gijzelaars weggevoerd. De mannen werden gedwongen zich met het aangezicht op de grond in een aardappelveld achter de toenmalige hoeve Stockmans neer te leggen. De volgende morgen, om 5 uur ratelde een kar voorbij met daarop het lijk van generaal-majoor Stenger. Het lichaam werd met militaire eer in de spoorwegberm begraven. Na bijna twee uren van beraadslagen beslisten de stafofficieren over het lot van de gijzelaars: elke derde man zou gefusilleerd worden. Burgemeester Tielemans, zijn zoon en zijn broer kwamen als eerste aan de beurt. De gevangenen werden in rijen van drie opgesteld. Een officier duidde uit elke rij een ongelukkige aan: 29 mannen werden geëxecuteerd.

Op deze plaats werden in de ochtend van 20 augustus 1914 29 Aarschotse gijzelaars door de Duitse troepen vermoord. Zij maakten deel uit van de tweede groep gijzelaars die de avond tevoren door de Duitse gendarmes uit de stad waren weggevoerd als vergelding voor de dood van de neergeschoten Duitse bevelhebber Stenger. Burgemeester Tielemans was een van hen.

De gedenkzuil
Omdat in 1921 de liberalen en socialisten in het gemeentebestuur weigerden om voor de vermoorde burgemeester Tielemans een gedenkteken op te richten, kocht weduwe Tielemans de grond in de buurt van de nu verdwenen Stockmanshoeve waar haar echtgenoot, zoon en schoonbroer neergeschoten werden. In 1923 financierde ze een herdenkingszuil: een hardstenen obelisk bekroond met een kruis en omgeven door het groen van treurwilgen, palmboompjes en rozenstruiken.

Opgejaagd door een bevel van de Duitsers om de stad te ontruimen, was weduwe Tielemans op 20 augustus 1914 met haar dochter naar Nederland gevlucht. Ze zou nooit meer naar Aarschot terugkeren. Ze betaalde voor het onderhoud van het monument en zelfs na haar dood in 1936 bleef haar dochter Florence dit doen. Omdat deze haar kinderen niet verder voor de kosten wilde laten opdraaien, schonk ze in 1939 de grond aan de stad.

Het memoriaal
‘Een christen, een priester, moet kunnen vergeven en naar verzoening streven, maar niet vergeten.’
Over het Sint-Rochusmemoriaal kan niet gesproken worden zonder priester Jozef De Vroey (1912-1999) te vernoemen. Jozef De Vroey was tweeënhalf jaar oud toen zijn vader op 19 augustus 1914 een van de meer dan 170 slachtoffers zou worden van de Duitse terreur in Aarschot. Dit trauma zou De Vroey heel zijn leven meedragen. Hij stelde alles in het werk om te achterhalen wat er die dag gebeurd is. Als kunstenaar zit in zijn tekeningen en collages de aanklacht tegen zinloos geweld en het leed van de onschuldigen.

De Vroey was bijzonder verontwaardigd wanneer hij merkte dat in de jaren na de Tweede Wereldoorlog de herinnering aan het bloedbad verbleekt was en omsloeg naar onverschilligheid. In het begin van de jaren 1960 verzamelde hij de getuigenissen van 34 Aarschottenaren die de verschrikkelijke dagen hadden meegemaakt en bundelde deze in het boekje ‘Aarschot woensdag 19 augustus 1914’. In die periode ijverde hij om op de plaats waar zijn vader en de andere martelaren werden doodgeschoten, een gedachteniskapel te bouwen. De eerstesteenlegging gebeurde op 24 mei 1964 in aanwezigheid van de Duitse ambassadeur. De inhuldiging in 1965 werd samen met een Duits priester gecelebreerd. Een gebaar van verzoening.
Het gebouw is een schepping van de bekende architect Marc Dessauvage (1931-1984), in een brutalistische stijl van beton, baksteen en glas, zonder toren, zonder klokken. Als enig uiterlijk kenteken van gebedshuis, werd aan de noordoostelijke hoek van het memoriaal, boven het dak verheven, een sober kruis bevestigd.

De kerk is zelden toegankelijk. Binnen herinneren talrijke zaken aan de ‘martelaren’. We zien het wassen evenbeeld van het standbeeld van Pater Raskin bij de Hoogbrug en aan de muren hangen tekeningen van De Vroey. Wie door de vensters van het portaal gluurt, ziet in de schaduw het bijna half verbrande beeld van Christus op de Koude Steen, gered uit de brand van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in die augustusdagen van 1914.

Bij de ingang van de kerk staat het beeld Mijmering van beeldhouwer Gustave Wouters. Het stelt een geknielde vader van een slachtoffer voor. Op het koperen plaatje lezen we de woorden: Vergeven… Vergeten..? Zij zijn een parafrasering van het motto dat De Vroey heel zijn leven uitgedragen heeft: ‘Vergeven, ja. Vergeten, nooit!’

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)

  • Tekst: Jan Rymenams
  • Foto's: Jan Rymenams