De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    NSDAP: Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei
    Het politieke gereedschap van Adolf Hitler.

    Inleiding

    Toen Adolf Hitler in 1933 absoluut heerser werd over de Duitse republiek, was de NSDAP de grootste partij in Duitsland, zowel in stemmenaantal als in ledental. In het begin had niemand kunnen vermoeden dat deze partij op haar hoogtepunt meer dan 8 miljoen leden zou tellen. Het was dan ook zonder dit instrument waarschijnlijk voor Hitler niet mogelijk geweest om zo machtig te worden. De NSDAP ging het leven van de Duitsers beheersen. Het was een ultiem controlegereedschap geworden. Alles ging van deze partij uit. Niets in het leven van de Duitse bevolking kon plaatsvinden zonder dat deze partij of een dochterorganisatie er iets mee te maken had.

    Hoe kon deze partij zoveel aanhang krijgen, en waarom juist in Duitsland? We kunnen in ieder geval stellen dat, voordat ook maar iemand ooit van Hitler of de NSDAP gehoord had, het antisemitisme (Jodenhaat) al diep geworteld zat in de samenleving. In Duitsland was het echter extremer dan in andere landen. De nederlaag in de Eerste Wereldoorlog en het fnuikende Verdrag van Versailles hadden de Duitsers dieper getroffen dan andere delen van Europa waar ook de naderende crisistijd voor grote werkeloosheid zorgde. De Duitse bevolking was gevoelig voor het aanwijzen van een (zwakkere) zondebok.

    De NSDAP kon dan ook openlijk over deze zaken spreken, zodat al van het begin af iedereen op de hoogte was van de doelstellingen van deze partij. Hitler hield bijvoorbeeld al op 13 augustus 1920 een redevoering met de alleszeggende titel "Waarom zijn wij antisemieten?". De NSDAP kreeg een structuur die geheel aan Hitlers verwachtingen voldeed. Deze structuur mocht geen bureaucratische regels bevatten omdat deze alleen maar vertragend zouden werken, hiërarchisch bevatte de partij duidelijke autoriteit van boven naar beneden in de organisatie en qua gehoorzaamheid van beneden naar boven. Dit alles was erop gericht te zorgen dat Hitler de controle zou hebben over alle onderdelen van de partij en de samenleving.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.

    Afbeeldingen

    Reichsparteitag
    Uitzinnige aanhang
    Reichsparteitag in Neurenberg in 1934

    Het begin

    Het begin

    Op 5 januari 1919 werd in München door Anton Drexler en Kurt Harrer de Deutsche Arbeiterpartei (DAP) opgericht. Het belangrijkste uitgangspunt van deze partij was de zogenaamde "Dolchstosslegende". Deze hield in dat het Duitse leger in 1918 niet verslagen was aan het front, maar aan het thuisfront. Verslagen door "het verraad van Joden en marxisten" in eigen land en door iedereen die op 9 november 1918 de republiek had uitgeroepen. Enige tijd bestond de DAP uitsluitend op papier, terwijl de top zich presenteerde tijdens bijeenkomsten in kleine zaaltjes. Pas in het voorjaar en de zomer van 1919 kreeg het kader enige vorm. Vooral Drexler had hierbij de functie het kader te vormen, dat later door Hitler zou worden uitgebreid.

    Op 12 september 1919 bezocht Hitler in zijn functie als verbindingsman van het Duitse leger een bijeenkomst van deze partij. Hij moest een onderzoek doen naar het functioneren van extreemrechtse organisaties. Nog diezelfde maand werd Adolf Hitler als lid ingeschreven. Al snel werd hij de propagandachef van de DAP.

    De eerste poging tot het organiseren van een massabijeenkomst had plaats op 24 februari 1920 in München. Een groot succes was deze nog niet, 2.000 Mensen hoorden Hitler aan in een rumoerige zaal. Hij wist de mensen toch te boeien en een voorstel aangenomen te krijgen om de naam te wijzigen in Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterverein (NSDAV). Omdat pas op deze datum een eerste partijprogramma werd aangenomen, kan 24 februari 1920 worden gezien als de oprichtingsdag van de partij die later bekend zou worden als Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP). De beweging begon zich daarna snel uit te breiden, waarbij Hitler zich onderscheidde als een propagandist. Propaganda werd binnen de NSDAV omgevormd tot een ware kunst waarmee men velen wist aan te spreken. In 1920 werd het hakenkruis aangenomen als partijsymbool en werd de Völkischer Beobachter het centrale partijorgaan. In december 1920 werd de partij op voorstel van Hitler gereorganiseerd. Bij deze reorganisatie nam hij het feitelijke voorzitterschap over van Drexler. Pas in juli 1921 nam Hitler ook formeel het partijvoorzitterschap op zich.

    Rond 1921 was Hitler al opgeklommen tot politiek, intellectueel en ideologisch leider van deze de organisatie. Op dat moment had hij zich al vele volmachten toegeëigend om zelf besluiten namens de partij te nemen. Hitler richtte de partij direct in zoals hij dat wenste volgens het Führerprinzip, waarbij hij alle macht in handen kreeg en de organisatie gehoorzaam was aan hem. De losse structuur van de Ortsgruppen (afdelingen) werd vervangen door een structuur waarbij de Ortsgruppen rechtstreeks ondergeschikt werden aan de Parteizentrale. Voor de opbouw van de organisatie werd Max Amann verantwoordelijk gemaakt.

    Al vanaf de begintijd richtte de NSDAP zich vooral op de volgende punten:

    • Vernietiging van de Weimardemocratie,
    • Herziening van het Verdrag van Versailles,
    • Revanchisme (revanche op de oude vijanden),
    • Antibolsjewisme,
    • Militarisme,
    • Antisemitisme.

    Deze punten werden door Hitler en Drexler in 1921 verwerkt in het partijprogramma, dat daarna nooit meer is aangepast. De eerste vier punten van het partijprogramma zouden later de leidraad voor de Duitse politiek gaan vormen: de instelling van Groot-Duitsland, waarin alle Duitsers en Duitstaligen een plek zouden vinden, de herziening van het Verdrag van Versailles, het in bezit nemen van koloniën en de verwijdering van alle Joden uit Duitsland. Vanaf het begin was de partij antisocialistisch, antimarxistisch en antisemitisch. Hitler had intussen een groep van vertrouwelingen om zich heen verzameld. Onder deze mensen was er een aantal die hem tot het einde toe zou volgen zoals Joseph Goebbels (de latere propagandaminister), Hermann Göring (werd als Reichsmarschall de leider van de latere Luftwaffe), Alfred Rosenberg (de theoreticus) en Julius Streicher. Deze laatste was medeoprichter van de anti-Joodse Deutsch-Sozialistische Partei en sloot zich in 1922 aan bij de NSDAP.

    Al vanaf de beginperiode wist Hitler dat de NSDAP alleen kon slagen door organisatie. Alles moest zelf georganiseerd worden. De pers kreeg hij in handen door via sponsoring een krant op te kopen, de Völkischer Beobachter. De ordehandhaving nam hij in eigen hand door een paramilitaire organisatie op poten te zetten, de SA (oorspronkelijk Sportabteilung), de Sturmabteilung, welke door Ernst Röhm werd omgevormd tot een paramilitaire strijdgroep. Verder werden er vanuit de NSDAP voor nagenoeg alle onderdelen binnen de samenleving organisaties opgericht. De gedachtengang was dat straks iedere burger voor alles wat men wilde ondernemen een beroep zou doen op een door de partij georganiseerde vereniging. Aldus zou de partij volledige controle krijgen over het leven van de burgers.

    Rond 1922 telde de partij circa 20.000 leden, een aantal dat gedurende het crisisjaar 1923 groeide tot meer dan 50.000. In deze periode was de partij vooral een middenstandspartij, een partij voor de geschoolde arbeiders en ambtenaren, oftewel de middenklasse. Modaal, zouden we nu zeggen. En het was een partij van voormalige legerofficieren. Vanaf 1923 werd Alfred Rosenberg hoofdredacteur van de partijkrant en daarmee de belangrijkste partij-ideoloog. Op de totale Duitse bevolking stelde de NSDAP echter nog steeds weinig voor. Vanwege de politieke uitingen en de straatterreur van de SA werd de NSDAP in 1922 in Pruisen en enkele andere deelstaten zelfs verboden.

    Rekening houdend met de mogelijkheid van een ineenstorting van het Duitse leger door de crisis vatte Hitler met de organisator van de SA, Ernst Röhm, het idee op om te beginnen met het opzetten van een reserveleger dat men zelf in de hand kon houden. Dit reserveleger werd de Schützstaffel (SS), geselecteerd uit de SA.

    De "putsch"

    In het begin van de jaren twintig liep de inflatie enorm op. Men trachtte de problemen op te lossen door grote hoeveelheden geld bij te drukken. Al snel ontstonden echter tekorten aan papier en drukinkt. Vervolgens trachtte men de problemen de baas te worden door bestaand geld te voorzien van opdrukken. Briefjes met daarop teksten als Millionen Mark waren het gevolg. Niets mocht echter baten en de revolutionaire NSDAP zag de tijd rijp voor een greep naar de macht. Men dacht dat wanneer een kleine groep revolutionairen de macht zou grijpen en een aantal aansprekende politici hier achter kon krijgen, de massa's vanzelf zouden volgen. Hitler had de geschiedenis goed bestudeerd en dacht de Russische revolutie te kunnen kopiëren.

    Als datum koos men eerst 11 november 1923, de verjaardag van de wapenstilstand in 1918 van de Eerste Wereldoorlog. Deze dag viel echter op een zondag. Gekozen werd daarom voor 9 november 1923. Op 8 november zouden 's avonds namelijk vele leiders van de Beierse regering aanwezig zijn op een bijeenkomst in de Bürgerbräukeller in München. Als afleiding organiseerde de NSDAP op diezelfde avond een partijbijeenkomst in de Löwenbräukeller in München. Na de bijeenkomst, waar Hitler de aanwezigen eindeloos had opgezweept met het argument dat het nú de tijd was om daden te stellen, drongen leden van de NSDAP samen met gewapende SA-leden de Bürgerbräukeller binnen en gijzelden de daar aanwezige regeringsleiders generaal Otto von Lossow, Gustav Ritter von Kahr en kolonel Hans Ritter von Seissen. Ondertussen had Hitler de vroegere oorlogsheld generaal Erich Ludendorff over weten te halen de leiding van de staatsgreep op zich te nemen. Men dwong de gegijzelden zich bij de machtsgreep aan te sluiten en de drie ministers moesten beloven naar hun ministeries te gaan en daar Hitlers bevelen uit te voeren. Hoewel zij dit beloofden gingen ze direct na aankomst op hun ministeries aan de slag met het ongedaan maken van die bevelen en het mobiliseren van ordetroepen.

    Ondertussen had Ernst Röhm zich met 150 SA-strijders verschanst in het ministerie van oorlog. De situatie die toen ontstond was voor Hitler en de zijnen allerminst gunstig. Door de acties van de drie ministers was het ministerie van oorlog ondertussen omsingeld door politie en leger. De NSDAP besloot toen tot een mars door München naar het ministerie van oorlog om de daar aanwezige SA te ontzetten. Men ging ervan uit dat de economische situatie dermate ernstig was dat de inwoners van de stad zich massaal bij hen zouden aansluiten. Circa 2000 man ging op weg. Door diverse wegafzettingen van politie en Reichswehr werd de stoet een ander route opgedwongen dan men had voorzien en het ministerie zouden ze nooit bereiken. De stoet liep vast in de Residenzstrasse bij de Feldherrnhalle.

    Door een nog onbekende oorzaak viel op een bepaald moment een schot dat een agent dodelijk trof. Door dit voorval opende de politie het vuur. Na dit salvo waren er onder de NSDAP’ers 14 doden te betreuren. Bij de schermutselingen met de SA in het ministerie van oorlog waren ook twee slachtoffers te betreuren. Deze mensen zouden na de uiteindelijke machtsovername als helden worden vereerd. Voor hen (Felix Alfarth, Andreas Bauriedl, Theodor Casella, William Ehrlich, Martin Faust, Anton Hechenberger, Oskar Körner, Karl Kuhn, Karl Laforce, Kurt Neubauer, Klaus von Pape, Theodor von der Pfordten, Johann Rickmers, Max Erwin von Scheubner-Richter, Lorenz Ritter von Stransky en Wilhelm Wolf), werd in München een praalgraf opgericht en de mars werd ieder jaar ter nagedachtenis herhaald, zelfs tijdens de oorlogsjaren zelf.

    Het is haast onbegrijpelijk dat de geallieerden nooit van deze mogelijkheid gebruik hebben gemaakt om in één klap van alle nazi-kopstukken af te komen. In al die jaren is er op die dag slechts één keer een bombardement uitgevoerd.

    Op 26 maart begon in München het proces tegen Hitler en de anderen. Het proces werd een triomf voor Hitler. In de openbare zitting nam hij zelf de verdediging ter hand en hij wist met zijn redenaarstalenten het publiek ook in de rechtszaal te boeien. De leiders van de putsch werden bestraft, maar de enkele jaren celstraf in een luxe gevangenis kan moeilijk als een straf wegens hoogverraad gezien worden.

    Definitielijst

    Antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    DAP
    Afkorting van Deutsche Arbeiters Partei, een partij die onder leiding van Anton Drexler in 1919 werd opgericht. De uitgangspunten van de partij hadden alle van doen met het vermeende verraad achter de frontlinie in de Eerste Wereldoorlog door de joden en de marxisten. Hitler werd lid van de partij toen hij als militair verbindingsman onderzoek deed naar extreem-rechtse partijen in het na-oorlogse Duitsland. Hitler zorgde er uiteindelijk ook voor dat de partij haar naam veranderde in Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiders Partij.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Groot-Duitsland
    Een Duitsland met zodanige grenzen dat alle Duitssprekenden binnen die grenzen kunnen wonen. Streven van de Nazi-partij.
    hakenkruis
    Een door Adolf Hitler ingevoerd symbool voor het nationaal-socialisme. Van oorsprong is het een oud symbool voor vuur en zon.
    inflatie
    Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    Militarisme
    Grote invloed van het leger op de burgerlijke samenleving.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    putsch
    Staatsgreep, vaak gepaard gaand met het gebruik van geweld.
    Reichswehr
    Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
    revolutie
    Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
    staatsgreep
    Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
    Sturmabteilung
    Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).

    Afbeeldingen

    Anton Drexler Bron: Wilco Vermeer.
    Ernst Röhm Bron: Wikipedia Public Domain.
    De aangeklaagde Putsch leiders Bron: Wikipedia Public Domain.
    Himmler, derde van links, bij het Ministerie van Oorlog Bron: Wikipedia Public Domain.

    Wederopbouw

    De partijorganisatie

    De revolutie van rechts was neergeslagen en haar leiders zaten kortstondig in de gevangenis. Slim als Hitler was, trok hij onmiddellijk lering uit de situatie. Hij concludeerde dat Duitsland geen voedingsbodem had voor een gewelddadige omwenteling in de vorm van een korte, snelle revolutie. Dit had links in Duitsland aan het einde van de Eerste Wereldoorlog ondervonden en de NSDAP in 1923. Hitler besteedde zijn tijd in de gevangenis aan het formuleren van de uitgangspunten voor een politieke omwenteling. Aan onder andere Rudolf Hess dicteerde hij zijn teksten, die later naam zouden krijgen in de vorm van het boek "Mein Kampf".

    Al na een jaar werd Hitler weer vrijgelaten en begon hij direct aan de heroprichting van de NSDAP, welke op 26 februari 1925 plaatsvond. Met de heroprichting werd ook de SA weer opgericht. De SS ontstond als onderafdeling van de SA als persoonlijke lijfwacht van Hitler. De grondslagen voor de heroprichting van de NSDAP had Hitler al vastgelegd in Mein Kampf deel 2. De basis van de NSDAP bleef ook na de heroprichting vooral in Beieren, met ruim de helft van de 600 heropgerichte Ortsgruppen de bakermat van het nationaalsocialisme.

    Om de organisatie te kunnen uitbreiden, werd door Hitler de Uschla (Untersuchungs- und Schlichtungsausschuβ) ingesteld. De belangrijkste taak van dit orgaan was om te voorkomen dat Ortsgruppen buiten Beieren zich te zelfstandig zouden organiseren. De feitelijke heroprichting van de NSDAP vond plaats door op 26 februari 1925 in de Völkischer Beobachter de Grundsätzlichen Richtlinien für die Neuaufstellung der NSDAP te publiceren. De partij werd van het begin af centralistisch ingericht. Nieuwe leden moesten zich centraal melden en niet bij de Ortsgruppen. De Ortsgruppe München werd belast met de partijorganisatie en inschrijving en werd dus in feite de Parteizentrale. Al snel werden diverse nieuwe partijorganisaties opgericht zoals de Nazionalsozialistische Deutsche Studentenbund en de Hitlerjugend. Philipp Bouhler werd aangesteld als Geschäftsführer (bureauchef), Wilhelm Frick werd vanaf dat moment de voorzitter van de fractie in de Reichstag (Vorsitzender der Reichstagfraktion) en Walter Buch de opperrechter van de partij (Oberster Richter).

    Gregor Strasser zou al snel gaan gelden als de grote organisator van de partij. Samen met Ernst Röhm en zijn broer Otto Strasser behoorde hij echter ook tot de linkervleugel van de partij. Vanaf de heroprichting leidde hij de opbouw van de partij in Noordwest Duitsland. Hierna zou Gregor Strasser de belangrijkste man worden tijdens de volgende reorganisatie van de partijstructuur. Vanaf september 1928 werden de door hem opgestelde richtlijnen voor de partijopbouw als gemeengoed ingevoerd. Iedere nieuwe afdeling zou volgens hetzelfde principe worden opgebouwd. Strasser bouwde aan een horizontale structuur en vanaf 1932 ook een verticale structuur. Na zijn terugtreden in 1932 zou Hitler echter veel van deze structuur weer terugdraaien omdat dit de leden te veel invloed gaf. Tot zijn terugtreden was Gregor Strasser de opvolger van Adolf Hitler; hij zou in deze functie worden opgevolgd door Rudolf Hess.

    Vanaf de partijbijeenkomst op 29 juli 1921 werd voor het eerst gesproken over organisatie in de vorm van Gaue. Vooral door de groei in Noord Duitsland zocht men een verband om de Ortsgruppen meer in de hand te houden. Dit werd gevonden in de vorming van de Gau. Na de heroprichting werd de organisatie ook territoriaal ingericht, waarbij de territoria de voorlopers werden van de Gaue. De Gauleiter vielen onder de supervisie van Hitlers plaatsvervanger. Tijdens het congres van 22 mei 1926 werden de Gaue en Ortsgruppen ook statutair vastgelegd als partijorganen. Pas in 1928 werden echter de grenzen van de Gaue door Hitler zelf vastgelegd om zo meer grip op de organisatie te krijgen. In januari 1931 waren er uiteindelijk 36 Gaue vastgesteld.

    De leiding over een Gau lag bij de Gauleiter. Deze functie zou zeer belangrijk worden in de partijhiërarchie. De Gauleiter waren de initiators van alle activiteiten binnen de Gau en rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan Hitler. Ze werden ook rechtstreeks door Hitler benoemd en ontslagen. Strasser zou uiteindelijk de grenzen van de Gaue aanpassen aan de grenzen van de Duitse kiesdistricten. Per Gau dienden uiteindelijk 25 Kreise en 250 Ortsgruppen te worden ingericht.

    Op 22 mei 1926 was tijdens een congres de leiding van de organisatie opgezet. Dit zou later worden omgezet in de Reichsorganisationsleitung. De eerste voorzitter werd in naam Bruno Heinemann, maar feitelijk voerde Gregor Strasser het bevel. Vanaf januari 1928 werd Strasser zelf in deze functie benoemd. Na Strassers terugtreden werd Dr. Robert Ley benoemd, maar deze trad nooit in functie. De Reichsorganisationsleitung werd door Hitler afgeschaft en vervangen door een Politische Zentralkommission onder voorzitterschap van Rudolf Hess.

    Democratisch aan de macht

    De NSDAP onder leiding van Adolf Hitler bleef tot 1929 een relatief kleine en onbelangrijke politieke partij. De Reichsleitung van de NSDAP vestigde zich in München. Hieronder ontstonden over het hele Duitse Rijk diverse Gaue met daaronder Ortsgruppen, zoals hierboven is uitgelegd. Eind 1925 telde de NSDAP ongeveer 27.000 leden, in 1926 ongeveer 50.000 en in 1928 werd de miljoen leden overschreden. Daarna zou de groei echter doorzetten tot 1,5 miljoen in 1929 en 4 miljoen in 1930.

    Toen de effecten van de economische crisis bij de bevolking sterker voelbaar werden, groeide de aanhang van de NSDAP snel. Via enorme massabijeenkomsten in Neurenberg, die zorgvuldig geregisseerd werden, wist Hitler massa's mensen te boeien en sterk te beïnvloeden. Deze bijeenkomsten zouden tot ver in de oorlog plaatsvinden en waren voorbeelden van massahysterie. Bij de verkiezingen voor de Reichstag op 20 mei 1928 behaalde de NSDAP nog slechts 2,6% van de stemmen.

    Bij de verkiezingen op 14 september 1930 kreeg de partij 6,4 miljoen stemmen (18,3%) en werd zij de op één na sterkste politieke macht, met 107 van de 577 zetels, na de SPD (Sozialistische Partei Deutschlands) in de Reichstag. Dit was op een moment dat het economisch gezien zeer slecht ging met Duitsland. Tussen 1930 en 1931 zou het ledental stijgen tot 8 miljoen.

    In de winter van 1931-32 was de Depressie op zijn dieptepunt. De werkloosheid steeg nog steeds. De enige hoop om deze impasse te doorbreken waren de verkiezingen van 1932. Dit jaar stond dan ook in het teken van eindeloze verkiezingscampagnes. Bij de verkiezingen voor het presidentschap in het voorjaar nam Hitler het op tegen de zittende president Paul von Hindenburg - zonder succes. Bij de parlementsverkiezingen op 31 juli won de NSDAP 230 zetels, dat was 37,4% van de stemmen, oftewel 14 miljoen kiezers en werd de sterkste partij van Duitsland. Meer dan een half jaar lang weigerde president Von Hindenburg Hitler te benoemen tot rijkskanselier. De hoogbejaarde en traditiebewuste Von Hindenburg (een held uit de Eerste Wereldoorlog en sinds 1919 toen de Duitse keizer gedwongen werd het land te verlaten, voor velen een ‘vervangende keizer’) wantrouwde de nieuwkomer Hitler. Maar de kabinetten die op last van Von Hindenburg tot stand kwamen (de regeringen Brüning, Von Papen, en Von Schleicher), ondervonden geen steun onder de bevolking en moesten in de Rijksdag laveren tussen de sterke blokken van extreemlinks (communisme) en extreemrechts (nazi’s). Hoewel bij de verkiezingen in 1933 de NSDAP 4% verloor, werd Hitler onder druk van Pruisische grootgrondbezitters en grootindustriëlen, die niet gecharmeerd waren van de sociaal-politieke plannen van de regering Von Schleicher, door Von Hindenburg gevraagd om rijkskanselier te worden.

    Adolf Hitler gaf vanaf 30 januari 1933 als rijkskanselier leiding aan een coalitieregering van NSDAP en Deutschnationale Volkspartei (DNVP).

    Definitielijst

    communisme
    Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    Gau
    Door de NSDAP ingesteld landsdistrict van het Duitse Rijk.
    Gauleiter
    Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
    Mein Kampf
    Boek geschreven door Hitler, waarin hij de grondslagen van het nationaal socialisme uiteenzet.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    revolutie
    Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
    Rijksdag
    Duitse regeringsgebouw in Berlijn.
    rijkskanselier
    Benaming voor het Duitse staatshoofd, vanaf 1933 tot 1945 was Hitler Rijkskanselier van Duitsland

    Afbeeldingen

    Voorblad Mein Kampf Bron: Wikipedia Public Domain.
    Paul von Hindenburg Bron: Wikipedia Public Domain.
    Organisatiestructuur van de NSDAP Bron: Wikipedia Public Domain.
    Stembriefje 1932 Bron: Wikipedia Public Domain.

    Aan de macht

    De dictatuur

    Een dag later ontbond Hitler de Rijksdag en op 5 maart 1933 schreef hij nieuwe verkiezingen uit. Door de KPD (Kommunistische Partei Deutschlands) na de Rijksdagbrand op 27 februari 1933 te verbieden en de oppositie te intimideren, schakelde hij zijn grootste vijanden uit. De verkiezingsoverwinning was klinkend. De NSDAP won met 43,9%, oftewel rond de 17 miljoen stemmen. Hieruit kan men concluderen dat er circa 38,5 miljoen stemgerechtigden waren. Dat zijn 8 miljoen leden van de nazipartij, toch nog minder dan circa 20% van de volwassen bevolking. Daarmee begon de nationaalsocialistische dictatuur.

    Al snel werden alle burgerlijke vrijheden afgeschaft en ging het antisemitisme een onlosmakelijk onderdeel van het staatsapparaat uitmaken. Op 20 maart werd op een persconferentie de opening van het eerste concentratiekamp in Dachau bekendgemaakt. Er zouden er nog vele volgen. Op het hoogtepunt van de vernietiging van het Jodendom zou Duitsland meer dan 2500 kampen in allerlei vormen en maten tellen. Op 1 april 1933 werd het eerste serieuze signaal afgegeven door de staatsboycot van alle Joodse zaken. In juni 1933 volgde tevens een verbod op de SPD, gevolgd door een algeheel verbod op de politieke partijen in juni en juli 1933. Na het verbod op het oprichten van nieuwe politieke partijen werd vanaf 14 juli 1933 de NSDAP de enige partij.

    Op 22 september van dat jaar begon de verwijdering van de Joden uit het culturele leven en de pers. Georganiseerd werd de vernietiging van het Jodendom pas op 15 september 1935 met de afkondiging van de Neurenberger wetten. Hierin werd nauwkeurig vastgelegd wat onder Joods verstaan werd en werden hen alle burgerrechten ontnomen.

    Door intimidatie, zowel politiek als met geweld, of simpelweg door een verbod, zoals waarbij de Rijksdagbrand werd aangegrepen om de KPD te verbieden, wist Hitler alle andere politieke organisaties uit te schakelen. Op 14 juli 1933 wisten de nazi's in de Rijksdag een wet aangenomen te krijgen tot verbod van het oprichten van andere politieke partijen en was in feite een éénpartijstaat ontstaan. Op 12 november 1933 vonden nog één keer verkiezingen voor de Rijksdag plaats, waarbij maar op één lijst kon worden gestemd en alleen maar met voor of tegen. Hierbij werd via propaganda duidelijk gemaakt dat niet stemmen of tegenstemmen eigenlijk gelijk stond aan verraad. Na deze periode ontstond een vreemde situatie. De NSDAP was de enige partij, maar had in feite geen staatsmacht. Het parlement werd afgeschaft en Hitler dicteerde. De verschillende ministers creëerden hun eigen machtsgebieden en beconcurreerden elkaar hevig. De partij voelde zich buitengesloten en werd zoetgehouden door haar de zeggenschap en organisatie te geven over het sociale en maatschappelijke leven in nazi-Duitsland. Toen op 1 december 1933 de eenheid van partij en staat werd afgekondigd, werd de NSDAP de staatspartij en werd Duitsland een éénpartijstaat.

    De heerschappij van Hitler werd totaal toen hij na de dood van president Von Hindenburg op 30 juni 1934 de drie functies van president, kanselier en Führer in één persoon vereenzelvigde.

    De SA vormde de voorhoede van het geweld tegen de Joden, geweld dat niet bij intimidatie alleen bleef. Fysiek geweld was bijna aan de orde van de dag. Dat dit zich niet alleen beperkte tot tegenstanders buiten de partij bewijst de moord op de SA-voorman Ernst Röhm in 1934. Röhm werd door Hitler gezien als een bedreiging. In 1930 had Röhm met de SA een troepenmacht van 60.000 man sterk. Op 2 september 1930 had Hitler zelf al het feitelijke bevel over de SA op zich genomen door zichzelf te benomen in het Amt des Obersten SA-Führers. In 1933 telde de SA al 400.000 manschappen en zou nog uitgroeien tot meer dan 4 miljoen. De SA-top met Röhm als Stabschef behoorde tot de linkervleugel van de NSDAP. Deze was wat socialistischer ingesteld en verwachtte meer aandacht voor de arbeiders. Röhm had binnen de SA veel invloed en had daarmee een machtsmiddel in handen om een bedreiging voor Hitler te vormen.

    Toen Hitler in 1934 liet weten dat met de totale machtsovername door de NSDAP de revolutie was gewonnen, wekte dit de nodige tegenwerking vanuit SA-top die meer zag in een soort permanente revolutie en heerschappij op straat door de SA. Hiermee vormde Röhm direct een bedreiging voor de heerschappij van Hitler, zeker toen ook duidelijk werd dat Hitler de macht en invloed van de SA wilde inperken ten gunste van de SS. Ondersteund door de Reichswehr, liet Adolf Hitler op in de nacht 30 juni 1934 Ernst Röhm door de SS oppakken evenals vele andere top SA-leden tijdens de berucht geworden "Nacht van de Lange Messen". De volgende dag liet Hitler Röhm simpelweg elimineren samen met om en nabij 1.000 SA-topmensen. In de loop der jaren wist Hitler systematisch iedereen waarvan hij oppositie verwachtte uit de partij werken dan wel laten verdwijnen. De top van de partij moest gaan bestaan uit een groep getrouwen die hem tot in de dood zouden volgen, iets wat velen ook daadwerkelijk zouden doen.

    De NSDAP werd omgevormd tot een organisatie met een brede basis die in staat was om mobiliserend op te treden en het volk onder de duim te houden. Vanaf 1933 fungeerde Rudolf Hess als Hitlers plaatsvervanger binnen de partij en vanaf 1941 werd dat Martin Bormann. De plaatsvervanger leidde over 18 Reichsleiter voor de verschillende diensten binnen de NSDAP. De partijorganisatie telde verder 35 (vanaf 1940: 41) Gaue, onderverdeeld in Kreise, Ortsgruppen, Zelle en Blöcke. De Blöcke waren de kleinste organisatie en telden 40 tot 60 huishoudens. Een Zell telde vier tot acht Blöcke en een Ortsgruppe telde drie tot vijf Zelle.

    Als partijonderdelen kende men onderdelen zoals SA, SS en Hitlerjugend (HJ). Aangesloten organisaties waren bijvoorbeeld het Deutsche Arbeitsfront (DAF) en de Nationalsozialistische Volkswohlfahrt (NSV). Na 1937 bracht Hitler het aantal ministers terug van twaalf naar vier, namelijk: Hermann Göring, Joseph Goebbels, Wilhelm Frick en Richard Darré. Allemaal getrouwen van Hitler en stuk voor stuk alleenheersers over hun ministeries. De NSDAP had in feite geen politieke functie meer. Hitler was alleenheerser en iedereen en alles was aan hem ondergeschikt. Dit zou in de nacht van 9 op 10 november 1938 haar voorlopige "hoogtepunt" bereiken toen Hitler alle tot zijn beschikking staande partijmiddelen zou stimuleren tot een hetze tegen de Joden die bekend zou worden onder de naam "Kristallnacht", waarbij 91 dodelijke slachtoffers vielen en 267 synagogen en 7.500 winkels en bedrijven werden vernield in een door Goebbels georkestreerde aanval.

    Hierna zou de NSDAP geen werkelijke rol van betekenis meer spelen, anders dan het onderdrukken van het eigen volk.

    In september 1945 werd de NSDAP met al haar nevenorganisaties door de geallieerde strijdmachten verboden. Tijdens het proces te Neurenberg werd de partij veroordeeld als misdadige organisatie.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    dictatuur
    Staatsvorm waarbij de macht in een land in de handen is van één persoon, de dictator. Oorspronkelijk een Romeinse staatsvorm voor tijden van nood, waarbij de totale macht 6 maanden in de handen lag van één persoon om de crisis het hoofd te bieden.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    Nacht van de Lange Messen
    Nacht van 30 juni op 1 juli 1933 waarin Hitler op bloedige wijze afrekende met de veeleisende leiders van de SA, waaronder Ernst Röhm.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    Reichswehr
    Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
    revolutie
    Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
    Rijksdag
    Duitse regeringsgebouw in Berlijn.
    Rijksdagbrand
    Op 27 februari 1933 werd het gebouw van de Duitse Rijksdag in brand gestoken. De Nazi's konden de noodtoestand uitroepen en hierdoor aan de macht komen. Het is nog steeds niet zeker of de Rijksdag door de Nazi's zelf of door communisten aangestoken werd. De Nederlander Marinus van der Lubbe werd er in ieder geval voor veroordeeld.

    Afbeeldingen

    De Rijksdag in brand Bron: Wikipedia Fair Use.
    Kristallnacht Bron: Wikipedia Fair use.
    De hoofdingang van Dachau heden ten dage Bron: Leipnizkeks via Wikipedia.

    Informatie

    Artikel door:
    Wilco Vermeer
    Geplaatst op:
    29-04-2006
    Laatst gewijzigd:
    23-12-2014
    Feedback?
    Stuur het in!

    Bronnen

    - Bennecke H., Hitler und die SA, Wien, 1962
    - Benz W., H. Graml en H. Weiss, Enzyklopädie des Nationalsozialismus, München, 1997
    - Benz W., Geschichte des Dritten Reiches, München, 2003
    - Burleigh M., The Third Reich a new History, London, 2001
    - Fest J., Das Gesicht des Dritten Reiches, München, 2002
    - Gallo M., Der Schwarze Freitag der SA. Der Röhm Putch, München, 1981
    - Goldhagen D.J., Hitlers gewillige beulen, Antwerpen, 1996
    - Hitler A., Das Parteiprogram der NSDAP, München, 1928
    - Hofmeister J., Aufbau und Struktur der NSDAP, 1919-1933, Philipps-Universität, Marburg, 2002
    - Horn W., Der Marsch zur Machtergreifung, Die NSDAP bis 1933, 1980
    - Picknett L., e.a., Hess Het dubbelleven van de man achter Hitler, Amsterdam, 2001
    - Project Shoa.de