TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, BelgiŽ, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Inleiding

De Martin B-10 werd de eerste van een serie bommenwerpers met voor die tijd unieke kenmerken. Binnen het Amerikaanse leger zou het de eerste niet-dubbeldek bommenwerper worden, geheel geproduceerd uit metaal. Tevens was deze bommenwerper bij haar introductie zelfs sneller dan het snelste jachtvliegtuig uit die tijd (1932). De B-10 zou het uiteindelijk brengen tot vier typen en een aantal exportversies. Nederland zou voor haar luchtmacht in Nederlands-IndiŽ ťťn van de grootste gebruikers worden.


XB-10 Bron: U.S. Army photo

De bommenwerper die sneller was dan jachtvliegtuigen

De Martin B-10 bommenwerper werd door de Glenn L. Martin fabriek in eigen beheer ontworpen. Bij de fabriek werd het type aangeduid als Model 123. De bommenwerper werd een middendekker en daarmee de eerste nier dubbeldekker bommenwerper ter wereld. In 1932 voerde het prototype, de XB907 haar eerste vlucht uit. Uiteindelijk werd dit toestel als XB-10 door het US Army Air Corps (USAAC) aangekocht. Met het toestel werden op dat moment snelheden behaald tot 315 km/u, een snelheid die niet werd geŽvenaard door jachtvliegtuigen van dat moment.

Het toestel ging in productie als Model 139 en kreeg bij het USAAC de aanduiding YB-10. Dit model kon worden gezien als een voorseriemodel welke als B-10 in verdere productie ging. In een poging het bereik te vergroten ontstond de B-12, welke eveneens als drijvervliegtuig werd geproduceerd. Er werden nog testvluchten uitgevoerd met ander motoren teneinde een B-13 en een B-14 te produceren, maar die kwamen niet verder dan een prototype. Bij het USAAC zelf was geen belangstelling meer voor verdere ontwikkeling van dit type.

Als Model 139W werd een exportmodel voor ArgentiniŽ ontwikkeld. Dit exportmodel had tevens de aandacht van China getrokken die het als Model 139WC aankocht. Daarnaast werden er modellen verkocht aan Turkije, Siam en ťťn exemplaar aan de Sovjet-Unie.

Een ander land dat interesse toonde voor dit type was Nederland. Een eerste groep van 12 toestellen werd als Model 139WH-1 geleverd voor gebruik in Nederlands-IndiŽ. Deze werden gevolgd door 26 stuks van het Model 139WH-2. Op verzoek van Nederland werd een model ontwikkeld met in plaats van aparte cockpits voor de piloot en de overige bemanning, ťťn langwerpige cockpit. Dit type werd als Model 166 door Martin ontwikkeld en als Model 139WH-3 aan Nederland geleverd in een oplage van 40 toestellen. Met een verbeterde motor werden nog 42 toestellen als Model 139WH-3A.

Definitielijst

Siam
Benaming van Thailand.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Typenoverzicht

Martin Model 123/XB 907/XB907A/XB-10
Prototype
1
Martin YB-10, Model 139A
Voorserie
14
Martin YB-10A
Prototype B-10A
1
Martin B-10A
Productiemodel
mogelijk 2
Martin B-10B, Model 139
Eerste serieproductie
105
Martin B-10M
Postvliegtuigen/civiel
13/14
Martin RB-10MA
Voormalig NEIAF Model 139WH-3A voor USAAC
(1)
Martin YB-12, Model 139B
Experimentele toestellen B-12
7
Martin B-12A
Productiemodel YB-12
25
Martin YB-13
YB-10 met andere motoren
(0)
Martin XB-14
YB-12 met andere motoren
(1)
Martin A-15
Voorgesteld grondaanvalsvliegtuig
0
Martin YO-45
Prototype verkenner
1
Martin Model 139WA
Promotiemodel ArgentiniŽ
1
Martin Model 139WAA
Exportmodel ArgentiniŽ Leger
22
Martin Model 139WAN
Exportversie ArgentiniŽ Marine 12
Martin Model 139WC
Eerste exportversie China
6
Martin Model 139WC-2
Tweede exportversie China
3
Martin Model 139WH-1
Eerste exportversie Nederlands-IndiŽ
13
Martin Model 139WH-2
Tweede Exportversie Nederlands-IndiŽ
26
Martin Model 139WR
Promotie exemplaar Sovjet-Unie
1
Martin Model 139WSM
Eerste exportmodel Siam
3
Martin Model 139WSM-2
Tweede exportmodel Siam
3
Martin Model 139WSP
Licentiemodel Spaanse Republiek
0
Martin Model Model 139WT
Exportmodel Turkije
20
Martin Model 166, Model 139WH-3
Derde exportversie Nederlands-IndiŽ
40
Martin Model 166, Model 139WH-3A
Vierde exportversie Nederlands-IndiŽ
42

Definitielijst

Siam
Benaming van Thailand.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Martin Model 123 prototype

In eigen beheer werd door de Martinfabriek in Baltimore een bommenwerper ontworpen als model 123. Het werd een toestel met een vleugel die was aangehecht aan het middenniveau van de romp. De smalle hoge romp maakte een intern vervoer van de bommenlast mogelijk. Door de smalle romp waren de vier bemanningsleden achter elkaar gezeten. De neusschutter, piloot en staartschutter zaten in drie open posities achter elkaar. De navigator zat in de romp zelf. Het toestel werd aangedreven door twee Wright SR-1820-E Cyclone motoren met een vermogen van 600 pk.


XB-907 Bron: Wilco Vermeer collection

De eerste vlucht van dit toestel werd op 16 februari 1932 uitgevoerd, en op 20 maart werd het voor tests geleverd aan het Amerikaanse leger onder de typeaanduiding XB-907. Het toestel werd uitgebreid getest en bleek in staat tot opmerkelijke resultaten. Men wist met deze bommenwerper snelheden te halen tot 315 km/u, een voor die tijd ongelooflijke prestatie. De Amerikaanse legerleiding had echter wel op basis van de tests de nodige wensen. Voor aanvang van de zomer van 1932 ging het prototype terug naar de fabriek voor de nodige aanpassingen.

De open neuspositie werd vervangen door een geschutskoepel en het toestel kreeg twee Wright R-1820-16 Cyclone motoren met een vermogen van 675 pk. De vleugel werd iets vergroot, waardoor een grotere spanwijdte ontstond. Als XB-907A ging het toestel weer voor tests naar het leger.


XB-10, 33-139 Bron: US Army photo

Ondanks de toename in het gewicht hadden de prestaties er niet onder geleden. Het toestel bleek perfect en de XB-907A werd aangekocht als XB-10 met serienummer 33-139. Direct hierna kon de productie aanvangen van de operationele typen. De XB-10, 33-139 verongelukte op 9 oktober 1933 en moest worden afgeschreven.

Technische Kenmerken Model 123

 Type: Martin Model 123
 Taak:
Bommenwerper
 Bemanning:
3
 Spanwijdte:
19,00 meter
 Vleugeloppervlakte:
? m2
 Lengte:
13,64 meter
 Hoogte:
4,60 meter
 Gewicht:
Leeggewicht: ? kg
Max. gewicht: 7.440 kg
 Motor:
2x Wright SR-1820-E Cyclone
600 pk (447 kW)
 Snelheid:
Max. snelheid: 342 km/u
Kruissnelheid: 310 km/u
 Bereik:
1.995 km
 Plafond:
7.375 meter
 Bewapening:
2x 7,9 mm Browning machinegeweren
950 kg bommenlast
 Productie:
1 (nr 33-139)

Martin YB-10, Model 139A

De eerste serieproductie kreeg de typering YB-10 mee. De fabriek gebruikte de aanduiding Model 139 voor alle volgende typen. De 14 toestellen van deze voorserie werden aangedreven door twee Wright R-1820-25 motoren met een vermogen van 675 pk. De meest opvallende wijziging ten opzichte van het prototype was dat er nu boven de twee overgebleven open cockpits toch ook kappen waren aangebracht.[1]

De bewapening was ondergebracht in de neuskoepel, een rugpositie en in de buik, onmiddellijk achter de bomdeuren. Naast de interne bomlading was er de mogelijkheid aangebracht om onder de rechtervleugel nog een bom mee te voeren.


YB-10 Bron: U.S. Army photo

Op 17 januari 19033 ving de productie aan. In november 1933 werd het eerste toestel afgeleverd. De toestellen hadden de constructienummers 508 tot en met 521 en kregen de registratie 33-140 tot en met 33-153. De meeste toestellen van deze eerste serie kwamen in operationele dienst bij de 7e Bombardementsgroep op March Field in CaliforniŽ. In december 1934 gingen de toestellen over naar de 19e Bombardementsgroep op dezelfde basis, nadat de 7e groep over ging op de B-12.[2]

Technische gegevens Martin YB-10, Model 139A

 Type: Martin YB-10
 Taak:
Bommenwerper
 Bemanning:
4
 Spanwijdte:
21,49 meter
 Vleugeloppervlakte:
62,99 m2
 Lengte:
13,64 meter
 Hoogte:
4,70 meter
 Gewicht:
Leeggewicht: 3.840 kg
Max. gewicht: 6.437 kg
 Motor:
2x Wright R-1820-25 Cyclone motoren
675 pk (503 kW)
 Snelheid:
Max. snelheid: 333 km/u
Kruissnelheid: 287 km/u
 Bereik:
922 km
 Plafond:
6.6446 meter
 Bewapening:
3x 7,9 mm Browning machinegeweren
1.025 kg bommenlast
 Productie:
14 (Nr. 33-140 t/m 33-153)

Martin YB-10A

Bij wijze van experiment werd constructienummer 522, de 33-154, bij de aflevering, uitgerust met twee turbo Wright R-1820-31 Cyclone motoren. De maximumsnelheid kwam hiermee een stuk hoger te liggen. De onbetrouwbaarheid van de nieuwe motoren heeft echter voorkomen dat dit type in productie kwam. Mogelijk werden er twee exemplaren van de B-10A geproduceerd. De B-10A is verder niet geproduceerd en het volgende type werd de B-10B.[3]


Martin YB-10A, 33-154 Bron: Wilco Vermeer collection

Martin B-10B

De B-10 zou een bommenwerper moeten worden voor vier bemanningsleden en aangedreven door twee 750 pk Wright Cyclone SGR-1820-F3S motoren. Tot de productie van een B-10A zou het niet komen.[4]

De B-10B werd de eerste versie voor groter gebruik. Totaal werden er 103 toestellen van dit type aangeschaft door het USAAC. Het type week uiterlijk slechts minimaal af van de YB-10. Slechts wat aanpassingen rond de koeling van de motoren vielen op.[5]


Martin B-10B, 44th Reconnai8ssance Squadron Bron: Public Domain (onbekend)

Het toestel was geschikt voor vier bemanningsleden en werd aangedreven door twee 700 pk Wright Cyclone R-1820-33 motoren. De eerste B-10B's werden in juli 1935 afgeleverd op Wright Field. Ze werden in twee batches geleverd, de constructienummers 549 tot en met 646 met registratie 34-028 tot en met 34-125 en de constructienummers 647 tot en met 661 en registratie 35-232 tot en met 35-246. Uiteindelijk zouden de 2e, 6e,9e, 19e en 28ste Bombardementsgroepen met dit type worden uitgerust.[6]

Technische gegevens Martin B-10B

 Type: Martin B-10B
 Taak:
Bommenwerper
 Bemanning:
4
 Spanwijdte:
21,49 meter
 Vleugeloppervlakte:
62,99 m2
 Lengte:
13,64 meter
 Hoogte:
4,60 meter
 Gewicht:
Leeggewicht: 4.391 kg
Max. gewicht: 7.439 kg
 Motor:
2x Wright R-1820-33 Cyclone motoren
775 pk (587 kW)
 Snelheid:
Max. snelheid: 343 km/u
Kruissnelheid: 311 km/u
 Bereik:
1.996 km
 Plafond:
7.375 meter
 Bewapening:
3x 7,9 mm Browning machinegeweren
1.030 kg bommenlast
 Productie:
103 (Nr. 34-28 t/m 34-115 en 35-232 t/m 35-246)

Martin B-10M

De Martin B-10M heeft tot vele discussies geleid. Volgens bepaalde bronnen waren dit B-10B toestellen die waren verbouwd tot doelslepers. Het archief van Glenn Martin zelf refereert aan deze toestellen als YB-10 toestellen verbouwd voor postvervoer en transportmissies naar Alaska. Van de YB-10 zouden 13 toestellen hiertoe zijn omgebouwd en nog steeds in gebruik zijn geweest in april 1940. Meest waarschijnlijk waren het tot militaire post- en transportvliegtuigen verbouwde B-10B toestellen die tevens of later als doelslepers werden gebruikt.[7]


Martin B-10M Bron: Wilco Vermeer collection

Martin YB-12

De eerste YB-12 rolde begin 1934 uit de fabriek. De toestellen verschilden maar minimaal van de YB-10. Het werd aangedreven door twee 775 pk Pratt & Whitney Hornet R-1690-11 motoren. Zeven toestellen werden geleverd met de constructienummers 523 tot en met 529 en de constructienummers 33-155 tot en met 33-161.[8]

Technische gegevens Martin YB-12

 Type: Martin YB-12
 Taak:
Bommenwerper
 Bemanning:
4
 Spanwijdte:
21,49 meter
 Vleugeloppervlakte:
62,99 m2
 Lengte:
13,64 meter
 Hoogte:
4,60 meter
 Gewicht:
Leeggewicht: 3.513 kg
Max. gewicht: 5.819 kg
 Motor:
2x Pratt & Whitney R-1690-11 Hornet motoren
775 pk (578 kW)
 Snelheid:
Max. snelheid: 351 km/u
Kruissnelheid: 274 km/u
 Bereik:
843 km
 Plafond:
7.498 meter
 Bewapening:
3x 7,9 mm Browning machinegeweren
1.025 kg bommenlast
 Productie:
7 (Nr. 33-155 t/m 33-161)

Martin B-12A

Als verbeterde versie van de B-10 werd de B-12 voorgesteld, aangedreven door twee 850 pk Wright Cyclone R-1820-G2 of twee 775 pk Pratt and Whitney R-1690-11 motoren. uiteindelijk werd gekozen voor de Pratt & Whitney motoren.[9]

De B-12A verschilt van de YB-12 vooral door de vergrote brandstofcapaciteit. Door een extra brandstoftank in het bommenruim werd het bereik aanzienlijk vergroot. Diverse B-12A toestellen zijn in 1934 uitgerust met drijvers, nadat ze waren aangewezen voor kustverdediging. De toestellen werden in twee batches geleverd met 1) constructienummers 531 tot en met 545 en registratie 33-163 tot en met 33-177 en 2) 546 tot en met 555 en registratie 33-258 tot en met 33-267.[10]


Martin B-12A Bron: USAF photo

Technische gegevens Martin B-12A

 Type: Martin B-12A
 Taak:
Bommenwerper
 Bemanning:
4
 Spanwijdte:
21,49 meter
 Vleugeloppervlakte:
62,99 m2
 Lengte:
13,64 meter
 Hoogte:
4,60 meter
 Gewicht:
Leeggewicht: 3.505 kg
Max. gewicht: 5.817 kg
 Motor:
2x Pratt and Whitney R-1690-11 motoren
775 pk (578 kW)
 Snelheid:
Max. snelheid: 341 km/u
Kruissnelheid: 265 km/u
 Bereik:
1.995 km
 Plafond:
7.376 meter
 Bewapening:
3x 7,9 mm Browning machinegeweren
1.025 kg bommenlast
 Productie:
25 (Nr. 33-163 t/m 33-177 en 33-258 t/m 33-267)

Martin YB-13

De B-13 moest een toestel worden dat werd aangedreven door twee 700 pk Pratt & Whitney Hornet R-1860-17 motoren. Hoewel 12 exemplaren werden besteld, werd de bestelling afgezegd voordat de toestellen waren geproduceerd.[11]

Martin XB-14

Eveneens bij wijze van proef werd constructienummer 530, de 33-162 uitgerust met twee Pratt & Whitney YR-1830-9 Twin Wasp motoren met een vermogen van maar liefst 950 pk. Het type was echter intussen zodanig verouderd dat het niet meer tot een verdere ontwikkeling is gekomen.[12]


Martin XB-14 Bron: Public Domain (onbekend)

Martin A-15

Op basis van de Martin YB-10 werd een grond aanvalsvliegtuig voorgesteld, aangedreven door twee 750 hp (559 kW) R-1820-25 motoren. Het project werd niet voortgezet doordat de voorkeur uitging naar de Curtiss A-14.[13]

Martin YO-45

Een Martin YB-10 werd uitgerust met twee 675 pk Wright R-1820-17 motoren en door het USAAC getest als verkenner voor hoge snelheden. Door ervaringen in oorlogsgebieden bleek echter dat voor dit doel beter langzaam vliegende kleine verkenningsvliegtuigen konden worden gebruikt. Buiten het prototype werden geen toestellen geproduceerd.[14]

Martin Model 139WA

Pas nadat de Verenigde Staten in 1936 zelf vonden dat er voldoende toestellen van dit type aanwezig waren werd het vrijgegeven voor export. Het eerste export type werd aangeduid met Model 139W. Het toestel was bedoeld voor de Argentijnen. De Martin werd hier beter bevonden dan de Duitse Junkers en de Italiaanse SM-79. Met 750 pk Wright R-1820-F53 Cyclone motoren uitgerust, gingen er 39 exemplaren naar ArgentiniŽ.


Argentijnse Marine Model 139 Bron: Wilco Vermeer collection

Het eerste toestel was een promotievliegtuig met de aanduiding Model 139WA en constructienummer 693. De Argentijnse defensie was tevreden over het toestel dat later werd verkocht aan de Argentijnse marine. Als Model 139WAN werden vanaf november 1937 twaalf toestellen geleverd voor de Argentijnse Marine met de constructienummers 715 tot en met 726. Vanaf april 1938 volgden nog een 22 toestellen voor de Argentijnse Legerluchtmacht met de constructienummers 753 tot en met 774.[15]

De toestellen van de Argentijnse Legerluchtmacht ontvingen de registraties B-501 tot en met B-522. De toestellen bij de Marine ontvingen de registraties 2B1 tot en met 2B6 en 3B1 tot en met 3B6.[16]


Argentijnse legerluchtmacht B-504 Bron: Wilco Vermeer collection

Martin Model 139WC

Ook naar China werden een aantal exemplaren verscheept. In februari 1937 zes exemplaren met als aanduiding Model 139WC en constructienummers 677 tot en met 682 en in augustus van hetzelfde jaar drie toestellen met de aanduiding Model 139WC-2 en de constructienummers 689 tot en met 691. De toestellen ontvingen de registraties 3001 tot en met 3006 en 1401 tot en met 1403.[17]


Model 139WC-2, 1403 Bron: Public Domain (onbekend)

Martin Model 139WH / Martin Model 166

De meeste Martin Model 139 toestellen werden geleverd aan Nederland voor inzet in Nederlands-IndiŽ. Deze toestellen werden in vier typen geleverd. De eerste levering van dertien Model 139WH-1 toestellen werden vanaf december 1936 geleverd. in 1938 volgden 26 toestellen van het type Martin Model 139WH-2. Vanaf september 1938 volgden 40 toestellen met gewijzigde cockpitvorm als Model 166 of ook wel Model 139WH-3. Deze werden in maart 1940 gevolgd door 42 toestellen van hetzelfde type Model 166 met de aanduiding Model 139WH-3A.

De eerste levering voor Nederlands-IndiŽ werd gevormd door dertien door twee 770 pk (570 kW) Cyclone GR-1820-F53 motoren aangedreven Model 139WH-1 toestellen. De toestellen werden vanaf december 1936 geleverd met constructienummers 664 tot en met 676 en ontvingen de registraties M501 tot en met M513.[18]


Model 139WH-1, M502 Bron: NIMH 2155_023194

In 1938 werden 26 toestellen geleverd van het type Model 139WH-2, aangedreven door 875 pk (652 kW) GR-1820-G3 motoren. Deze toestellen ontvingen de constructienummers 727 tot en met 752 en registraties M514 tot en met M539.[19]


Model 139WH-2, M539 Bron: Public Domain (onbekend)

Op verzoek van de Nederlandse regering werd een nieuwe variant ontwikkeld, Martin Model 166, met ťťn lange cockpitkap in plaats van de standaard twee gescheiden cockpits en nieuw ontworpen vleugels. De eerste levering vanaf september 1938, als Model 139WH-3 werd aangedreven door twee 900 pk (671 kW) R-1820-G5 motoren en omvatte 38 toestellen. Deze toestellen ontvingen de constructienummers 692, 775 tot en met 794 en 796 tot en met 814 en de registraties M540 tot en met M578.[20]


Model 139WH-3, M540 Bron: Public Domain (onbekend)

Vanaf maart 1940 volgde een laatste levering van 42 toestellen als Model 139WH-3A, aangedreven door twee 1.000 pk (671 kW) R-1820-G-105A motoren. Deze laatste groep ontving de constructienummers 837 tot en met 875, 878 en 1094 - 1095 en de registraties M579 tot en met M617 welke later werd gewijzigd in M5100 tot en met M5120.[21]


Model 139WH-3A, M5109 Bron: Public Domain (onbekend)

Ten tijde van de Japanse aanval op Nederlands-IndiŽ was een groot aantal van de Martin Model 139 toestellen van het ML/KNIL nog in gebruik. De toestellen waren verdeeld over de Vliegtuiggroep I, Vliegtuiggroep II en Vliegtuiggroep III. De 1-VlG-I en 2-VlG-I beschikten elk over 9 WH-3/WH-3A toestellen en twee toestellen in Reserve, gestationeerd op Andir, Bandung. Hierbij had de 1-Vlg-I een detachement op Tarakan, Borneo en de 2-VlG-I een detachement op Samarinda II, eveneens op Borneo. De 1-VlG-II bevond zich met 3 WH2 toestellen en 9 WH3/WH3A en twee reservetoestellen te Singorasi, Malang. Hieraan toegevoegd was een "WH-1 patrouille" met 3 WH-1 toestellen die onder bevel van de Koninklijke Marie opereerden. Op Tjililitan, Batavia, was de Vliegtuiggroep III gestationeerd met de 1-VlG-III, 2-VlG-III e 3-VlG-III met elk 9 toestellen van het type WH-3/WH-3A en 2 reservetoestellen. Op Kalidjati was de 7e Afdeling gestationeerd met 1 WH-1, 2 WH-3 en 6 WH-3A toestellen. Tevens was op Kalidjati een "WH-1 patrouille" met 3 WH-1 toestellen en een reservetoestel gestationeerd ten behoeve van de Koninklijke Marine.

De eerste operaties die ze uitvoerden vonden rond en boven Borneo plaats in december 1941. Ondanks de moedige inzet door de bemanningen waren de toestellen niet opgewassen tegen de Japanse overmacht. Eind januari 1942 waren nog om en nabij de 40 toestellen operationeel en toe Japan Java binnenviel in maart 1942 nog een kleine 6 tot 10 toestellen.

Eťn toestel, de M585 gelukte het uit Nederlands-IndiŽ te ontsnappen en naar Broome in Noord-AustraliŽ te ontkomen. Dit toestel werd daar overgedragen aan de USAF, die het als Martin RB-10MA met serienummer 42-68358 in dienst nam. Naar alle waarschijnlijkheid zijn een kleine 18 toestellen in minder of meer beschadigde vorm in handen gevallen van de Japanners. Bekend is dat 15 toestellen weer vliegwaardig gemaakt konden worden. Een aantal werden naar Japan gezonden ter evaluatie en een deel werd overgedragen aan Siam (Thailand) die al toestellen van dit type in dienst had. Na de Tweede Wereldoorlog had Siam nog zes toestellen over dit toe 1949 in de Thaise luchtmacht zijn gebruikt.[22]

Definitielijst

KNIL
Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in IndonesiŽ.
Siam
Benaming van Thailand.

Technische gegevens Martin Model 166 / Martin Model 139WH-3

 Type: Martin Model 166 / Martin Model 139WH-3
 Taak:
Bommenwerper
 Bemanning:
4
 Spanwijdte:
21,49 meter
 Vleugeloppervlakte:
62,99 m2
 Lengte:
13,64 meter
 Hoogte:
4,60 meter
 Gewicht:
Leeggewicht: 4.682 kg
Max. gewicht: 8.539 kg
 Motor:
2x Wright Cyclone R-1820-G5 motoren
950 pk (710 kW)
 Snelheid:
Max. snelheid: 388 km/u
Kruissnelheid: 300 km/u
 Bereik:
2.500 km
 Plafond:
8.600 meter
 Bewapening:
3x 7,9 mm Browning machinegeweren
1.025 kg bommenlast
 Productie:
38 ( M540 - M578)

Martin Model 139WR

Een enkel exemplaar, constructienummer 663, aangeduid als Model 139WR, werd naar de Sovjet-Unie gezonden als demonstratievliegtuig. Er volgde geen productietoestellen.[23]

Definitielijst

Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Martin Model 139WSM

In maart en april 1937 werden achtereenvolgens twee keer drie toestellen geleverd aan Siam als typeaanduidingen Model 139WSM (constructienummers 683 tot en met 685) en Model 139WSM-2 (686 tot en met 688). Deze toestellen werden aangedreven door twee Wright R-1820-G3 motoren.[24][25]


Eén van de Thaise/Siamese toestellen, met nr 12 Bron: Public Domain (onbekend)

Definitielijst

Siam
Benaming van Thailand.

Martin Model 139WSP

In de jaren 1930 werd door de firma CASA in Spanje getracht een licentieovereenkomst te verkrijgen voor de Marti Model 139WSP. De productie werd echter geblokkeerd door het U.S. State Department.

Martin Model 139WT

Met de aanduiding Model 139WT werden in september 1937 een twintigtal toestellen met constructienummers 694 tot en met 713, geleverd aan Turkije. De Turkse toestellen werden aangedreven door twee Wright R-1820-G2 motoren.[26][27]

Noten

  1. Current, pag. 238
  2. Stemp, 2014, pag. 50
  3. Stemp, 2014, pag. 50
  4. Stemp, 2014, pag. 50
  5. Current, pag. 239
  6. Stemp, 2014, pag. 50
  7. Stemp, 2014, pag. 50
  8. Stemp, 2014, pag. 51
  9. Stemp, 2014, pag. 51
  10. Stemp, 2014, pag. 51
  11. Stemp, 2014, pag. 51
  12. Stemp, 2014, pag. 51
  13. Stemp, 2014, pag. 51
  14. Stemp, 2014, pag. 51
  15. Stemp, 2014, pag. 53
  16. Stemp, 2014, pag. 53
  17. Stemp, 2014, pag. 53
  18. Stemp, 2014, pag. 53
  19. Stemp, 2014, pag. 53
  20. Stemp, 2014, pag. 53
  21. Stemp, 2014, pag. 53
  22. Stemp, 2014, pag. 50
  23. Stemp, 2014, pag. 53
  24. Current, pag. 238
  25. Stemp, 2014, pag. 53
  26. Current, pag. 238
  27. Stemp, 2014, pag. 53