Artikelen

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 12 februari 2003

A-28, Lockheed

Toen bij de RAF bleek dat de Avro Anson bij Coastal Command niet voldeed aan de voor haar bedachte taak, was er snel behoefte aan een vliegtuig dat de taken van de Anson kon overnemen.

  • Artikel door Frank van der Drift
  • Geplaatst op 12 februari 2003

A-29, Lockheed

Toen bij de RAF bleek dat de Avro Anson bij Coastal Command niet voldeed aan de voor haar bedachte taak, was er snel behoefte aan een vliegtuig dat de taken van de Anson kon overnemen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 15 februari 2003

B-10, Martin

De Martin B-10 werd de eerste van een serie bommenwerpers met voor die tijd unieke kenmerken. Binnen het Amerikaanse leger zou het de eerste niet-dubbeldek bommenwerper worden, geheel geproduceerd uit metaal. Tevens was deze bommenwerper bij haar introductie zelfs sneller dan het snelste jachtvliegtuig uit die tijd (1932). De B-10 zou het uiteindelijk brengen tot vier typen en een aantal exportversies. Nederland zou voor haar luchtmacht in Nederlands-Indië één van de grootste gebruikers worden. De toestellen in dienst bij het Amerikaanse leger hebben niet meer in de Tweede Wereldoorlog aan operationele taken meegedaan. Rond 1940 waren alle daar al naar tweedelijnstaken zoals doelslepen verwezen. Aleen de Chinese en Nederlandse toestellen hebben actie gezien tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 15 februari 2003

B-12, Martin

De Martin B-10 werd de eerste van een serie bommenwerpers met voor die tijd unieke kenmerken. Binnen het Amerikaanse leger zou het de eerste niet-dubbeldek bommenwerper worden, geheel geproduceerd uit metaal. Tevens was deze bommenwerper bij haar introductie zelfs sneller dan het snelste jachtvliegtuig uit die tijd (1932). De B-10 zou het uiteindelijk brengen tot vier typen en een aantal exportversies. Nederland zou voor haar luchtmacht in Nederlands-Indië één van de grootste gebruikers worden. De toestellen in dienst bij het Amerikaanse leger hebben niet meer in de Tweede Wereldoorlog aan operationele taken meegedaan. Rond 1940 waren alle daar al naar tweedelijnstaken zoals doelslepen verwezen. Aleen de Chinese en Nederlandse toestellen hebben actie gezien tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 10 maart 2003

B4Y, Yokosuka

Ontwikkeling In 1932 werden de specificaties uitgevaardigd voor een aan boord van vliegdekschepen gestationeerde torpedobommenwerper. Aichi, Mitsubishi en Nakajima tekenden alle drie in en bouwden een prototype. Geen van de drie kon echter op tevredenheid van de marineleiding rekenen. Ondertussen werden in 1934 weer nieuwe specificaties uitgevaardigd, ditmaal ter vervanging van de verouderde Yokosuka B3Y toestellen. Mitsubishi, Nakajima en de eigen Dai-Ichi Kaigun Gijitsusho (1e Technische Marine Luchtdepot) te Yokosuka. De Dai-ontwerper Sanae Kawasaki bracht een ontwerp gebaseerd op beschikbare materialen, waaronder de Kawanishi E7K vleugels. De romp werd zodanig geconstrueerd, dat het eenvoudig met verschillende motoren kon worden uitgerust. 

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2015

B5N, Nakajima

Ontwikkeling De "Kate", zoals de geallieerden de Nakajima B5N noemden, was de standaard torpedobommenwerper aan boord van de Japanse vliegdekschepen. Het toestel heeft een grote rol gespeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog, totdat het in 1944 vervangen werd door de opvolger de Nakajima B6N "Tenzan".

In 1932 werden de specificaties uitgevaardigd voor een nieuwe torpedobommenwerper. De drie bedrijven Aichi, Mitsubishi en Nakajima, reageerden door het bouwen van een prototype. Geen enkele van deze drie kon echter op tevredenheid rekenen van de Japanse marine. Als tijdelijke oplossing werd toen gekozen voor een eigen ontwerp van de Marine, de Yokosuka B4Y.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 6 juli 2005

Battle, Fairey

Ontwikkeling In het begin van de jaren dertig van de 20e eeuw, stonden de Britten op een kruispunt in de ontwikkeling van bommenwerpers. Het was de RAF en het Air Ministry al duidelijk dat de toekomst lag bij de middelzware en zware bommenwerpers. Toch koos men ervoor om een lichte bommenwerper te ontwikkelen voor de directe, tactische luchtsteun van grondtroepen, gebaseerd op de ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog. Tegen die tijd was men naarstig op zoek naar een opvolger voor de alom in gebruik zijnde Fairey Fox en Hawker Hart toestellen. In 1933 werd hiervoor de specificatie P.27/32 opgesteld. Er werd toen gelijk al gekozen om de uitkomst van dit ontwerp te laten wedijveren met de rond diezelfde tijd opgestelde specificatie B.9/32 voor een tweemotorige middelzware bommenwerper, waarvan de bekendste typen op dat moment de Handley Page Hampden en de Vickers Wellington waren.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Beaufort, Bristol

.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Blenheim, Bristol

. In 1934 ontwierp de Bristol Aeroplane Company een revolutionair, geheel metalen, verkeersvliegtuig met een capaciteit van 6 tot 8 passagiers en twee bemanningsleden. Het door F.Barnwell ontworpen toestel kon in december van dat jaar op de Parijse luchtvaartshow worden gepresenteerd als Type 135. Dit exemplaar was echter nog maar een model op ware grootte en doordat het interessant genoeg gevonden werd door Lord Rothermere, een krantenuitgever, werd een versie ontwikkeld dat geheel aan zijn wensen voldeed, Type 142. Er werd slechts één toestel gebouwd, speciaal voor de Lord. Hij noemde het "Britain First".

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Bolingbroke, Fairchild

. In 1934 ontwierp de Bristol Aeroplane Company een revolutionair, geheel metalen, verkeersvliegtuig met een capaciteit van 6 tot 8 passagiers en twee bemanningsleden. Het door F.Barnwell ontworpen toestel kon in december van dat jaar op de Parijse luchtvaartshow worden gepresenteerd als Type 135. Dit exemplaar was echter nog maar een model op ware grootte en doordat het interessant genoeg gevonden werd door Lord Rothermere, een krantenuitgever, werd een versie ontwikkeld dat geheel aan zijn wensen voldeed, Type 142. Er werd slechts één toestel gebouwd, speciaal voor de Lord. Hij noemde het "Britain First".

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 februari 2003

Do 17, Dornier

Ontwikkeling. In 1937 was het snelste jachtvliegtuig en daarmee één van de snelste militaire toestellen, de Franse Dewoitine-510. In juli van dat jaar presenteerde Duitsland op de internationale meeting in Zürich een nieuwe tweemotorige bommenwerper. Het werd een schok voor andere landen. De Dornier Do 17 bleek namelijk sneller te zijn dan de Dewoitine-510. Het was vier jaar daarvoor geweest dat de Lufthansa-specificaties had opgesteld voor een snel postvliegtuig voor maximaal zes passagiers, bedoeld voor het Europese netwerk. Dornier was hierop ingesprongen met het ontwerp voor een aërodynamisch toestel, de Do 17.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 februari 2003

Do 215, Dornier

Ontwikkeling. In 1937 was het snelste jachtvliegtuig en daarmee één van de snelste militaire toestellen, de Franse Dewoitine-510. In juli van dat jaar presenteerde Duitsland op de internationale meeting in Zürich een nieuwe tweemotorige bommenwerper. Het werd een schok voor andere landen. De Dornier Do 17 bleek namelijk sneller te zijn dan de Dewoitine-510. Het was vier jaar daarvoor geweest dat de Lufthansa-specificaties had opgesteld voor een snel postvliegtuig voor maximaal zes passagiers, bedoeld voor het Europese netwerk. Dornier was hierop ingesprongen met het ontwerp voor een aërodynamisch toestel, de Do 17.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 30 juni 2006

Fi 167, Fieseler

Toen de Duitse Kriegsmarine opdracht gaf voor de bouw van haar eerste vliegdekschip, de " Graf Zeppelin", ging men naarstig aan de slag met het ontwerpen van vliegtuigen voor aan boord. Het Duitse luchtvaartministerie vaardigde onder andere de specificaties uit voor een meervoudig bruikbaar toestel. Het moest een geheel metalen constructie worden met opvouwbare vleugels, geschikt om dienst te doen als duikbommenwerper en torpedobommenwerper en minimaal bewapend zijn met twee 7,92 mm mitrailleurs. Voor de technische gegevens was een snelheid vereist van ten minste 300 km/u, een bereik van minimaal 1000 km en moest de bommenlast tenminste 500 kg bedragen. Voor deze opdracht schreven Arado en Fieseler in met respectievelijk de Ar 195 en de Fi 167. Fieseler bleek de beste papieren te bezitten, mede door de met de Fieseler Fi 156 opgedane ervaring. De STOL(short take off and landing)-capaciteiten bleken perfect van toepassing op vliegtuigen voor vliegdekschepen. In de zomer van 1938 werden beide prototypen van Arado en Fieseler getest door het luchtvaartministerie. De Arado Ar 195 bleek onvoldoende geschikt. Grootste pluspunt van de Fieseler Fi 167 was naast het ruim voldoen aan de vereiste specificaties, de eenvoudige manier om het toestel te produceren en te onderhouden. De geheel metalen rompconstructie viel uiteen in drie secties. De voorsectie bestond uit een buizen frame met aluminium beplating. De middensectie was van eenzelfde constructie en de achtersectie was geheel uit aluminium segmenten opgebouwd. De dubbeldekvleugels waren zodanig ontworpen dat vanuit de gehele tweepersoons cockpit een uitstekend zicht werd gegarandeerd. De vleugels konden naar achter worden weggedraaid. Het prototype bleek uitstekende vliegeigenschappen te bezitten en bleek bijna het dubbele van de gevraagde bewapening te kunnen meevoeren.

Fi 167A: De testresultaten met de prototypen Fi 167V-1 en V-2 waren dusdanig dat een voorserie van twaalf toestellen mocht worden gebouwd met de aanduiding Fi 167A-0. Deze verschilden nauwelijks van de prototypen en waren uitgerust met een Daimler- Benz DB 601B motor en een driebladige propeller. De productie van deze twaalf toestellen werd echter op een laag pitje gezet omdat de oplevering van de "Graf Zeppelin" pas in 1940 werd verwacht. De eerste toestellen waren dan ook pas in de zomer van 1940 klaar. Ondertussen was besloten dat de duikbommenwerperrol op de vliegdekschepen zou worden ingevuld door een speciale versie van de Junkers Ju 87C. De Fi 167 zou dan alleen de torpedebommenwerperrol en de verkennerrol toebedeeld krijgen. In mei 1940 werd de afbouw van de vliegdekschepen geschrapt. De vliegtuigen werden echter wel afgebouwd en gingen in de zomer van 1940 naar de Luftwaffe voor operationele dienst bij de “Erprobungsgruppe 167”. Toen in mei 1942 alsnog werd besloten tot afbouw van de geplande vliegdekschepen gingen negen van de Fi 167A-0 toestellen naar een Luftwaffebasis in Nederland voor training van bemanningen. Intussen was echter besloten dat ook de torpedorol naar een ander vliegtuig, en wel de Junkers Ju 87E, zou gaan. Begin 1943 werden de negen operationele toestellen verbouwd en verkocht aan Roemenië. Het lot van deze toestellen is voorts onbekend. De overige drie toestellen werden overgebracht naar de "Deutsche Versuchsanstalt für Luftfahrt" (Duits Experimenteel Luchtvaart Instituut) in Budweis, Tsjechië. Na hun testperiode werden deze drie toestellen overgedragen aan de Kroatische luchtmacht. Van deze drie toestellen is één exemplaar (Reg Nr 4807) door haar bemanningsleden Romeo Adum en Matija Petrovic op 25 september 1944 in handen gesteld van Tito's 8e Dalmatische Korps onder bevel van generaal Cetkovic toen zij naar hen overliepen. Het toestel werd om nog onbekende redenen op 17 oktober 1944 door Britse Mustangjagers aangevallen en in brand geschoten tijdens een postvlucht. De Britten hebben zich hiervoor formeel verontschuldigd.

 

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

G3M, Mitsubishi

Ontwikkeling

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

G4M, Mitsubishi

Was de Mitsubishi A6M Zero-jager de bekendste Japanse jager, de "Betty" is wel de bekendste Japanse bommenwerper geworden. Dit komt niet zozeer door het gebruik, maar vooral door de grote prestaties waartoe het toestel in staat was. Het toestel is ontworpen als opvolger voor de verouderde Mitsubishi G3M, als standaard marinebommenwerper en torpedovliegtuig. Haar belangrijkste wapenfeit behaalde het direct na het begin van de vijandelijkheden in 1941, toen een aantal toestellen samen met Nell's van de marine betrokken was bij het tot zinken brengen van de Britse slagschepen HMS Prince of Wales en HMS Repulse. De jaren daarna zouden de Betty's bij veel bombardementen met wisselend succes betrokken zijn. Hun laatste wapenfeit werd de inzet als lanceerplatform voor kamikazevluchten. Hiertoe werd onder de Betty's een bemande raket, de MXY-7 Ohka, gehangen en afgeleverd in de buurt van het doel.

Ontwikkeling. Het ontwerpteam van Mitsubishi wist niet de gevraagde specificatie van 2000 pk motorvermogen te halen, maar stelde voorlopig de nieuwe Mitsubishi MK4 motoren met 1500 pk als aandrijving voor. De marine accepteerde het voorstel en in oktober 1939 vloog de eerste van twee prototypen met twee Mitsubishi MK4A Kasai motoren met een vermogen van 1530 pk elk. De prestaties van het toestel waren acceptabel en de produktie kon beginnen. De grootste tekortkoming aan het toestel was het bekende gebrek van alle Japanse toestellen: het ontbreken van bepantsering en zelfdichtende tanks om gewicht te besparen. Doordat de gehele vleugel dienstdeed als brandstoftank, was het een eenvoudige prooi wanneer de geallieerde jagerpiloten hem in het vizier kregen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 maart 2003

G6M, Mitsubishi

Was de Mitsubishi A6M Zero-jager de bekendste Japanse jager, de "Betty" is wel de bekendste Japanse bommenwerper geworden. Dit komt niet zozeer door het gebruik, maar vooral door de grote prestaties waartoe het toestel in staat was. Het toestel is ontworpen als opvolger voor de verouderde Mitsubishi G3M, als standaard marinebommenwerper en torpedovliegtuig. Haar belangrijkste wapenfeit behaalde het direct na het begin van de vijandelijkheden in 1941, toen een aantal toestellen samen met Nell's van de marine betrokken was bij het tot zinken brengen van de Britse slagschepen HMS Prince of Wales en HMS Repulse. De jaren daarna zouden de Betty's bij veel bombardementen met wisselend succes betrokken zijn. Hun laatste wapenfeit werd de inzet als lanceerplatform voor kamikazevluchten. Hiertoe werd onder de Betty's een bemande raket, de MXY-7 Ohka, gehangen en afgeleverd in de buurt van het doel.

Ontwikkeling. Het ontwerpteam van Mitsubishi wist niet de gevraagde specificatie van 2000 pk motorvermogen te halen, maar stelde voorlopig de nieuwe Mitsubishi MK4 motoren met 1500 pk als aandrijving voor. De marine accepteerde het voorstel en in oktober 1939 vloog de eerste van twee prototypen met twee Mitsubishi MK4A Kasai motoren met een vermogen van 1530 pk elk. De prestaties van het toestel waren acceptabel en de produktie kon beginnen. De grootste tekortkoming aan het toestel was het bekende gebrek van alle Japanse toestellen: het ontbreken van bepantsering en zelfdichtende tanks om gewicht te besparen. Doordat de gehele vleugel dienstdeed als brandstoftank, was het een eenvoudige prooi wanneer de geallieerde jagerpiloten hem in het vizier kregen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 22 januari 2003

Halifax, Handley Page

Wanneer we kijken naar de zware bommenwerper-operaties van het Britse Bomber Command, wordt over het algemeen in één adem de Avro Lancaster genoemd. We mogen echter niet vergeten dat ook andere, viermotorige bommenwerpers dienst deden bij de zware bommenwerper-eenheden van de RAF. Een type dat, wellicht onterecht, in de schaduw van de Lancaster opereerde, is de Handley Page Halifax. Nadat de eerste kinderziekten waren overwonnen, werd de Halifax langzaam maar zeker een uitstekende en betrouwbare bommenwerper. Hoewel zeker de latere versies van de Halifax sneller waren dan de Lancaster en ongeveer dezelfde bommenlading konden dragen, heeft het toestel nooit het succes van de Lancaster kunnen evenaren.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 februari 2003

Hudson, Lockheed

Toen bij de RAF bleek dat de Avro Anson bij Coastal Command niet voldeed aan de voor haar bedachte taak, was er snel behoefte aan een vliegtuig dat de taken van de Anson kon overnemen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

I-153, Polikarpov

Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog bestond bijna 75% van het Sovjet-jagerbestand uit Polikarpov-jagers van het type I-15, I-152, I-153 en I-16. Van deze kleine gedrongen jagers zijn eigenlijk alleen de eendekkers van het type Polikarpov I-16 bekend geworden. Van minstens net zoveel belang zijn echter de tweedekkervoorgangers van dit type geweest, de I-15, I-152 en I-153.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Il-2 Shturmovik, Ilyushin

Al in het midden van de jaren 20 was de Sovjet-legerleiding overtuigd van het nut van een ondersteuningswapen aan grondtroepen vanuit de lucht. Het zou een stevig toestel moeten zijn dat tot ver achter de vijandelijke linies moest kunnen toeslaan. De eerste specificaties werden al in 1929 opgesteld en werden in de loop der jaren aangepast aan de ontwikkelingen. In 1935 werden de definitieve specificaties uitgevaardigd. Het meest belovende ontwerp kwam destijds van de Yakovlev-ontwerpers. Het was een ontwerp voor een tweemotorig toestel bewapend met vier 37 mm kanonnen. Het ontwerp werd echter geschrapt omdat het ongeschikt was om vanaf vooruitgeschoven frontbases te kunnen opereren. Deze bases bezitten immers vaak zeer korte en ruwe landingsbanen. In 1938 kwam Ilyushin echter met een ontwerp dat wel geschikt bleek. Het werd een éénmotorige laagdekker, met metalen vleugels en een romp waarvan de voorzijde was bekleed met metalen plaatwerk en de achterzijde was opgebouwd uit hout. De TsKB-55, zoals de fabrieksaanduiding luidde, werd een groot en zwaar toestel met twee zitplaatsen, één voor de piloot en één voor de waarnemer/schutter. Het overgrote deel van het gewicht was ontstaan door de 700 kg zware pantsergordel, die de meest vitale delen van het toestel moest beschermen. Het was bewapend met vijf 7,62 ShKAS mitrailleurs waarvan er één was aangebracht in het achterste deel van de cockpit en de rest in de vleugels. In compartimenten in de vleugels kon 400 kg aan bommenlast worden meegenomen en onder de vleugels kon nog eens 200 kg worden opgehangen. De twee prototypen, waarvan de tweede het eerst vloog in december 1939, werden voortgedreven door een Mikulin AM-35 motor met een vermogen van 1350 pk. Het enige verschil tussen deze twee toestellen was het staartoppervlak.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Ju 87, Junkers

. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werkten de Duitse troepen een nieuwe strategie uit, waarbij een zeer nauwe samenwerking werd toegepast tussen de troepen op de grond en ondersteunende vliegtuigen. Eén van de belangrijkste, nieuwe wapens die daarbij werden ingezet, waren de Junkers Ju 87A en Ju 87B duikbommenwerpers. Alhoewel hun aantallen te klein waren om werkelijk invloed op de strijd te kunnen hebben, was de inzet voor de Duitsers cruciaal voor het ontwikkelen van tactieken die later in de Blitzkrieg in Polen en het Westen werden ingezet. De "Stuka" (afkorting van SturzKampfflugzeug) werd gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog in nagenoeg alle oorlogsgebieden ingezet. Zelfs toen het toestel als duikbommenwerper eigenlijk al verouderd was, wist men het handig om te dopen tot tankvernietiger.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 22 april 2003

Ki-21, Mitsubishi

Ontwikkeling

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Ki-30, Mitsubishi

Ontwikkeling

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Ki-48, Kawasaki

Ontwikkeling

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Ki-51, Mitsubishi

Ontwikkeling. Toen in 1937 de Mitsubishi Ki-30 bommenwerper in dienst kwam, zag kapitein Yuzo Fujita mogelijkheden in het ontwerp voor een grondaanvalsondersteuningstoestel. Het zou een klein, snel zwaar bewapend en goed gepantserd vliegtuig moeten worden. Zijn voorstel werd door de Japanse legerleiding over genomen en in december 1937 gingen de specificaties ervoor naar Mitsubishi. Hetzelfde team dat de Ki-30 had ontworpen had werd aan dit ontwerp gezet. In feite werd het een verkleinde versie van de Ki-30 met een kortere cockpit en een verdubbeling van de voorwaarts vurende wapens. De twee prototypen vlogen respectievelijk in juni en augustus 1939 en werden gevolgd door elf voorserietoestellen. Na een grote reeks proefnemingen bleken maar kleine aanpassingen nodig en werd het toestel in productie genomen als Leger Type 99 Aanvals Vliegtuig.

Mitsubishi Ki-51. Tussen januari 1940 en maart 1944 werden door Mitsubishi maar liefst 1459 exemplaren gebouwd. Het toestel was zo succesvol dat tussen juli 1941 en juli 1945 nog eens 913 toestellen werden gebouwd bij de Dai-Ichi Rikujan Kokusho (1e Leger Depot)-vestiging van Tachikawa. Het ontwerp bleef gehandhaafd, alleen werden later de twee 7,7 mm mitrailleurs vervangen door twee 12,7 mm mitrailleurs. Het toestel werd in 1940 in China operationeel en is op alle oorlogsterreinen in het Verre Oosten ingezet. Ondanks de kwetsbaarheid voor vijandelijke jagers, was het ter grondondersteuning zeer effectief. Het toestel was eenvoudig te onderhouden en betrouwbaar en eenvoudig te bedienen. Aan het eind van de oorlog zijn vele ingezet als kamikazevliegtuig.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 22 april 2003

Ki-57, Mitsubishi

Ontwikkeling

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 februari 2003

Lancaster, Avro

De AVRO Lancaster is waarschijnlijk wel de meest succesvolle zware bommenwerper van alle welke door Bomber Command van de RAF zijn gebruikt. De ongeveer 7300 gebouwde exemplaren vlogen maar liefst bij 59 squadrons en wierpen in de ruim 156.000 uitgevoerde vluchten meer dan 608.000 ton bommen af.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 15 februari 2003

Model 139, Martin

De Martin B-10 werd de eerste van een serie bommenwerpers met voor die tijd unieke kenmerken. Binnen het Amerikaanse leger zou het de eerste niet-dubbeldek bommenwerper worden, geheel geproduceerd uit metaal. Tevens was deze bommenwerper bij haar introductie zelfs sneller dan het snelste jachtvliegtuig uit die tijd (1932). De B-10 zou het uiteindelijk brengen tot vier typen en een aantal exportversies. Nederland zou voor haar luchtmacht in Nederlands-Indië één van de grootste gebruikers worden. De toestellen in dienst bij het Amerikaanse leger hebben niet meer in de Tweede Wereldoorlog aan operationele taken meegedaan. Rond 1940 waren alle daar al naar tweedelijnstaken zoals doelslepen verwezen. Aleen de Chinese en Nederlandse toestellen hebben actie gezien tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 25 februari 2003

Swordfish, Fairey

Als er één vliegtuig eigenlijk al hopeloos verouderd was toen de Tweede Wereldoorlog begon, maar dat desondanks toch een grote rol heeft gespeeld, is het wel de Fairey Swordfish. Deze zeer langzame tweedekker torpedobommenwerper is welhaast legendarisch geworden door haar aandeel in het tot zinken brengen van de Italiaanse vloot in Taranto en de vernietiging van het Duitse slagschip Bismarck. Het bleek een uitermate stevig en betrouwbaar vliegtuig, dat in staat was van zeer korte vliegdekschepen op te stijgen en daardoor ideaal als standaardvliegtuig voor de escortevliegdekschepen en MAC-schepen en voor de bescherming van scheepskonvooien tegen U-boten. MAC-schepen waren olietankers of graanschepen, waarop een vliegdek was aangebracht.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 14 mei 2003

T.V (T-5), Fokker

In 1936 ontwierp Fokker voor de Luchtvaartafdeling van het Nederlandse leger een tweemotorige jachtbommenwerper. Het ontwerp voldeed echter niet geheel aan de wensen. Het vertrouwen in de kwaliteiten van Fokkerproducten was echter zo groot dat men van een vernieuwd ontwerp, zonder een prototype te laten bouwen, 16 exemplaren bestelde en in dienst nam als lichte bommenwerper.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op

WH-3, Martin

De Martin B-10 werd de eerste van een serie bommenwerpers met voor die tijd unieke kenmerken. Binnen het Amerikaanse leger zou het de eerste niet-dubbeldek bommenwerper worden, geheel geproduceerd uit metaal. Tevens was deze bommenwerper bij haar introductie zelfs sneller dan het snelste jachtvliegtuig uit die tijd (1932). De B-10 zou het uiteindelijk brengen tot vier typen en een aantal exportversies. Nederland zou voor haar luchtmacht in Nederlands-Indië één van de grootste gebruikers worden. De toestellen in dienst bij het Amerikaanse leger hebben niet meer in de Tweede Wereldoorlog aan operationele taken meegedaan. Rond 1940 waren alle daar al naar tweedelijnstaken zoals doelslepen verwezen. Aleen de Chinese en Nederlandse toestellen hebben actie gezien tijdens de Tweede Wereldoorlog.