De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Vrouwen en Ravensbrück zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar Ravensbrück was méér dan alleen een vrouwenconcentratiekamp. Het werd in de loop der jaren uitgebreid tot een complex bestaande uit het vrouwenkamp, een mannenkamp, het Jugendschutzlager Uckermark en 42 Außenlager (buitenkampen). Het was het eerste concentratiekamp waar zowel vrouwen als mannen gevangen werden gehouden. Vanaf de opening op 15 mei 1939 tot de bevrijding op 30 april 1945 werden in totaal, afkomstig uit meer dan veertig landen, zo’n 132.000 vrouwen en kinderen, 20.000 mannen en 1.100 Jugendschutzlager-meisjes geregistreerd. Ongeveer 28.000 mensen zijn in die periode op de verschillende locaties omgekomen. Naar schatting was twintig procent van de alle gevangen vrouwen Joods, ongeveer 26.000.

    Afbeeldingen

    Frauenkonzentrationslager Ravenbrück Bron: USHMM.

    De vooroorlogse jaren

    In Moringen (vlakbij Göttingen) hadden de nazi’s in april 1933 het vroegere provinciale armenhuis als concentratiekamp voor ongeveer 330 mannen ingericht. Al na een paar maanden, in oktober 1933, werden de mannen overgeplaatst naar andere concentratiekampen en werden de eerste vrouwen en meisjes naar dit kamp gebracht. In totaal zaten hier tot de sluiting in maart 1938 zo’n 1.400 vrouwen gevangen.

    Na enkele jaren bleek dat Moringen niet groot genoeg was om het toenemend aantal vrouwelijke gevangenen op te nemen. Slot Lichtenburg, bij Prettin aan de Elbe (in de buurt van Leipzig) werd in december 1937 aangewezen als het nieuwe centrale vrouwenconcentratiekamp voor het hele rijksgebied. Op 15 december 1937 werden vanuit Moringen 500 gevangenen overgeplaatst naar het grotere slot Lichtenburg. Maar ook Lichtenburg kon als gevolg van het snelle stijgen van het aantal gevangenen de toestroom niet meer aan. Daarom werd besloten om een nieuw vrouwenkamp in te richten dat de met het oog op de oorlog te verwachten massale instroom van duizenden vrouwen kon opnemen. Het kamp Lichtenburg werd in mei 1939 gesloten.

    In het najaar van 1938 besloot Reichsführer SS Heinrich Himmler in het dorp Ravensbrück een concentratiekamp voor vrouwen op te richten. Ravensbrück ligt aan de Schwedtsee, vlakbij Fürstenberg aan de Havel, ongeveer 90 kilometer ten noorden van Berlijn, in de heuvelachtige en beboste huidige deelstaat Brandenburg. Deze locatie koos hij omdat het afgelegen lag en tegelijkertijd goed te bereiken was. Door Fürstenberg liep Reichsstraße 96, tegenwoordig Bundesstraße 96, die een rechtstreekse verbinding naar Berlijn vormt. De spoorlijn van Berlijn naar Rostock liep bovendien door Fürstenberg. Aan deze spoorlijn lag tevens concentratiekamp Sachsenhausen waardoor het mogelijk was gevangenentransporten per trein voor beide kampen te combineren. Tenslotte was er in de nabijheid nog de rivier de Havel, waardoor met name zware bouwmaterialen eenvoudig konden worden aangevoerd. De Schwedtsee in het westen, grote bosgebieden in het noorden en oosten en de rivier de Havel ten zuiden van Ravensbrück zorgden voor een natuurlijke afscherming, waardoor het kamp buiten het zicht lag.

    In januari 1939 werden tussen de 350 en 500 gevangenen van het ongeveer 50 kilometer zuiderlijker gelegen concentratiekamp Sachsenhausen, bij Oraniënburg, geselecteerd voor het Aufbaukommando. Met vrachtwagens werden zij overgebracht naar Ravensbrück om het kamp op te bouwen. Deze mannen in blauw-grijs gestreepte gevangeniskleding bouwden eerst twee barakken voor hun eigen onderkomen. Daarna veertien woonbarakken voor de vrouwelijke gevangenen en twee barakken voor de ziekenafdeling alsmede onderkomens voor de Kommandantur en de SS. Ook bouwden zij bij de kampingang een langgerekt houten gebouw met daarin een doucheruimte en een keukeninstallatie. Rondom het kamp werd een vier meter hoge stenen muur gebouwd met daarop prikkeldraad dat onder stroom stond. De gevangenen uit Sachsenhausen verrichtten hun werkzaamheden onder extra zware omstandigheden door de zeer strenge winter van 1938-1939. Bij de bouw van het kamp werden ook talrijke particuliere bedrijven ingeschakeld. De firma Ahlgrimm uit Fürstenberg was verantwoordelijk voor de vervaardiging van het cellenblok. Deze firma kreeg overigens na de oorlog van de Russische bezetter de opdracht om de barakken af te breken.

    In april 1939 was het grootste vrouwenconcentratiekamp van nazi-Duitsland klaar voor de opvang van gevangenen. Op 15 mei 1939 werd het kamp geopend en drie dagen later, op 18 mei 1939, arriveerden de eerste gevangenen in Ravensbrück: 860 Duitse en zeven Oostenrijkse vrouwen. Dit waren voornamelijk anti-nazi’s (waaronder communisten, sociaaldemocraten en verzetsstrijders), Jehova’s getuigen en een klein aantal Joodse vrouwen. Ze werden ingezet bij de verdere uitbreiding van het kamp en bij de bouw van de woningen voor de SS-ers.

    Toen het vrouwenkamp in mei 1939 werd geopend was het in velerlei opzichten nog niet klaar. Vanwege de vrijwel constante uitbreiding van het kampcomplex bleef het eigenlijk voortdurend een bouwterrein. Vanaf het begin waren er Duitse bouwbedrijven werkzaam.Steeds meer werknemers van deze bedrijven, zoals timmerlieden en metselaars, moesten in militaire dienst of werden elders in Duitsland ingezet. Om deze tekorten op te vangen werden uit andere concentratiekampen gekwalificeerde mannelijke gevangenen naar Ravensbrück gedeporteerd en ondergebracht in een apart mannenkamp.

    In april 1941 werd het mannenkamp geopend. Het telde vijf barakken, een kleine ziekenbarak, een werkplaats voor schoen- en kleermakers en een kolenopslagplaats. Een hoog hek van prikkeldraad scheidde het mannen- van het vrouwenkamp. De mannen hadden een grote verscheidenheid aan nationaliteiten. Onder hen waren ook Nederlanders. In totaal werden zo’n 20.000 mannelijke gevangenen geregistreerd.

    Definitielijst

    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Afbeeldingen

    Briefkaart uit KZ Lichtenburg Bron: Publiek Domein.
    Blik op de Schwedtsee vanaf het huidige kampterrein. Bron: www.oorlogsmusea.nl.
    De voormalige Kommandantur op huidige kampterrein van Ravensbrück Bron: Publiek Domein.
    Voormalige SS-onderkomens op het huidige kampterrein van Ravensbrück Bron: Publiek Domein.
    Plattegrond van Ravensbrück begin 1945 toen het de grootste omvang had. Bron: Aktion Reinhard Camps.

    Het kamppersoneel

    De organisatie van het concentratiekamp was in zes afdelingen opgedeeld:

    - Kommandantur met Adjudantur (kantoor van de commandant en zijn adjudant).

    - Politische Abteilung (politieke afdeling, de vertegenwoordiging van de Gestapo in elk kamp).

    - Schutzhaftlager/Häftlingslager (dagelijkse leiding van het kamp)

    - Standortverwaltung (administratie)

    - Sanitätswesen (gezondheidszorg)

    - Fürsorge (verzorging en training van de SS-ers)

    De bewaking binnen het kamp was in handen van SS-bewaak(st)ers. Zij hielden ook toezicht op de gevangenen die buiten de kampmuren moesten werken. Bij de ingebruikname van het vrouwenkamp kregen zij, eerder dan in andere kampen, de beschikking over honden. Volgens Himmler hadden de honden op vrouwelijke gevangenen namelijk een grotere afschrikwekkende werking dan op mannelijke gevangenen. De honden werden ook gebruikt door de bewaaksters om gevangenen te mishandelen. Volgens een verpleegster die in Ravensbrück werkte kwam het drie á vier keer per week voor dat vrouwelijke gevangenen verwond werden door hondenbeten. In één geval moest zelfs het been van de gewonde vrouw afgezet worden, waarna zij overleed.

    In de eerste jaren waren er geen wachttorens en werd alleen de toegangspoort bewaakt. De vier meter hoge muur met daarbovenop schrikdraad werd voldoende geacht om de gevangenen binnen het kamp te houden. Met de komst van het mannenkamp, in april 1941, kwam daar verandering in en werden er vier wachttorens rondom dit mannenkamp geplaatst. Ook kwam er met de komst van het mannenkamp een extra wachtcompagnie bij die bewakingstaken uitvoerde in het hele kampcomplex. In vergelijking tot andere concentratiekampen, waar voornamelijk mannen zaten, was het aantal vrouwelijke bewakers in Ravensbrück aanmerkelijk hoger dan aantal mannelijke bewakers. Volgens een verklaring van de laatste kampcommandant, Fritz Suhren, dienden er van de herfst van 1942 tot het voorjaar van 1945 ongeveer 3.500 SS-bewaaksters en 950 mannen van de Waffen-SS, voor kortere of langere tijd in het kamp.

    Ravensbrück werd ook gebruikt als opleidingskamp voor SS-Aufseherinnen (bewaaksters). Het hen hier bijgebrachte mishandelen, martelen en moorden pasten zij later in andere concentratie- en vernietigingskampen toe op gevangenen. Eén van de beruchtste bewaaksters die hier haar opleiding kreeg was Irma Grese. Eén van haar bijnamen was “de engel des doods”. Irma Grese werd na haar opleiding kampbewaakster in Auschwitz-Birkenau en Bergen-Belsen. Na de oorlog werd zij, op 22-jarige leeftijd, ter dood veroordeeld en opgehangen.

    Na de sluiting van KL Herzogenbusch (kamp Vught), eind 1944, kwamen ook enkele Nederlandse vrouwelijke SS-bewakers naar Ravensbrück. Van vier van hen kon met zekerheid vastgesteld worden dat ze Nederlandse waren, van twaalf bewaaksters is er, op grond van hun namen, een sterk vermoeden dat ze Nederlandse waren.

    De hoogst verantwoordelijke voor het kamp was de kampcommandant. De commandant werd terzijde gestaan door een adjudant. Tot het voorjaar van 1942 werd in Ravensbrück de positie van kampcommandant aangeduid met de titel Lagerdirektor (kampdirecteur). Het was zijn taak om de richtlijnen van de IKL (Inspektor der Konzentrationslager), Richard Glücks, uit te voeren. De IKL had tot 1942 de taak toe te zien op het beheer en de leiding van alle concentratiekampen die officieel door de nazi’s werden aangeduid als Konzentrationslager. De taak van de IKL werd begin 1942 overgenomen door het Wirtschafts- und Verwaltungshauptampt (SS-WVHA), onder leiding van Oswald Pohl. Gevangenen werden volop ingezet ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie en de SS-WVHA had dus een grote economische verantwoordelijkheid.

    Officieel heeft Ravensbrück drie commandanten gehad, in de praktijk waren het er maar twee. De eerste commandant was SS-Standartenführer Günther Tamaschke, de voormalige commandant van het eerdergenoemde kamp Lichtenburg. Echter, in de periode van de verhuizing van Lichtenburg naar Ravensbrück was hij verwikkeld in een schandaal over een buitenechtelijke relatie, als gevolg waarvan hij door zijn superieuren terzijde werd geschoven. In naam was hij nog commandant maar in de praktijk werden zijn taken al vanaf eind 1938 waargenomen door zijn plaatsvervanger, SS-Sturmbannführer Max Kögel. In januari 1940 werd Kögel officieel aangesteld als commandant van Ravensbrück. Hij behield deze functie tot augustus 1942, toen hij commandant werd van concentratiekamp Majdanek in Polen. Kögel werd opgevolgd door SS-Hauptsturmführer Fritz Suhren, die kampcommandant bleef tot de bevrijding eind april 1945.

    Definitielijst

    Abteilung
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond uit een aantal Kompanien. De Abteilung was de kleinste eenheid die individueel kon opereren en zichzelf kon handhaven. In theorie bestond een Abteilung uit 500 - 1.000 man.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Afbeeldingen

    Fritz Suhren, kampcommandant van augustus 1942 tot april 1945 Bron: H.E.A.R.T.
    SS-Aufseherin Bron: Publiek Domein.
    Heinrich Himmler inspecteert SS-Aufseherinnen tijdens een bezoek aan Ravensbrück. Bron: H.E.A.R.T.

    De gevangenen

    Verantwoordelijk voor de toewijzingen en deportaties naar de verschillende concentratiekampen was het, in september 1939 opgerichte, Reichssicherheitshauptamt (RSHA). Deze dienst stond onder leiding van SS-Obergruppenführer Reinhard Heydrich. Op 4 juni 1942 overleed Heydrich aan verwondingen, opgelopen na een aanslag door het verzet in Praag. De Duitsers namen voor deze aanslag onder andere wraak door van het Tsjechische dorp Lidice alle mannen dood te schieten en het dorp plat te branden. De overgebleven vrouwen werden naar Ravensbrück gedeporteerd. Opvolger van Heydrich was SS-Obergruppenführer Ernst Kaltenbrunner, die deze functie tot het einde van de oorlog bekleedde.

    Ravensbrück was aanvankelijk ontworpen voor 6.000 gevangenen, maar het aantal liep al snel op tot boven de maximumcapaciteit. De instroom van vrouwelijke gevangenen is in vier fasen onder te verdelen:

    Fase 1: transporten uit alle bezette gebieden. Bijna 16.000 vrouwen (tot eind 1942).

    Fase 2: overgangsfase naar fase 3 waarin het soort transporten van fase 1 en de deportaties van fase 3 tegelijkertijd en door elkaar heen plaatsvonden. Het betrof ongeveer 10.000 vrouwen, voornamelijk uit de Sovjet-Unie en Frankrijk (1943).

    Fase 3: deportaties. 40 Procent van alle vrouwelijke gevangen uit het Reichsgebiet, 70.000 (1944).

    Fase 4: ontruimingstransporten uit andere kampen, 25.000 personen (1945).

    In totaal zijn er tot eind 1944 zo’n 1.000 Nederlandse vrouwen naar Ravensbrück gedeporteerd. De eerste drie van hen waren politieke gevangenen en kwamen op 12 oktober 1940 aan, vijf maanden na de Duitse inval in Nederland. Na de ontruiming van Konzentrationslager Herzogenbusch (kamp Vught), in september 1944, kwam de grootste groep Nederlandse vrouwen in Ravensbrück aan, namelijk 653. De meeste vrouwen waren politieke gevangenen en ongeveer 26 waren Jehova’s getuigen. In 1943 en 1944 werden in totaal 46 vrouwen vrijgelaten. 17 Nederlandse vrouwen kwamen om en nog eens 8 kwamen er in 1945 om in de gaskamers.

    De eerste Belgische vrouwen arriveerden op 21 augustus. Een grote groep van 308 vrouwen uit Brussel op 19 juni 1944. In totaal zijn er zo’n 1.000 Belgische vrouwen naar Ravensbrück gedeporteerd; 74 van hen vonden daar de dood.

    Definitielijst

    Lidice
    Dorp in Tsjechië dat in 1942 als represaille op de moord op Rheinhard Heydrich met de grond gelijk gemaakt werd. De mannen werden gefusilleerd en de vrouwen afgevoerd naar een concentratiekamp.
    RSHA
    Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Clandestien gemaakte foto van de aankomst van Poolse politieke gevangenen in Ravensbrück. Bron: H.E.A.R.T.

    De leefomstandigheden

    In 1939 en 1940 bestond de gevangeniskleding van de vrouwen uit een blauw-grijs gestreepte katoenen jurk, een hemd, onderbroek, onderjurk, lange kousen, schoenen of pantoffels met een houten zool. De gevangenen die in een bepaald commando ingedeeld waren en met de SS in contact kwamen, bijvoorbeeld in de ziekenafdeling, in de keuken of het kantoor van de kampcommandant, kregen 's zomers een jurk met korte mouwen. In de winter van 1941 werden uit dezelfde blauw-grijs gestreepte stof vervaardigde jassen verstrekt. Deze gevangenenkleding, ook die van de mannelijke gevangenen, werd in de kleermakerij van het concentratiekamp gemaakt. In het begin werd ervoor gezorgd dat de vrouwen ongeveer iedere drie of vier weken schoon ondergoed kregen. Toen het aantal gevangenen met sprongen omhoog ging kregen de vrouwen nog maar eens per twee of drie maanden een verschoning waarbij de zogenaamde schone kleding er smeriger uitzag dan het vuile goed dat net was uitgetrokken. Speciaal de voeten van de vrouwen hadden het zwaar te verduren. De vrouwen waren immers niet gewend op harde pantoffels met een houten zool te lopen. Veel pijn gaven schaafwonden en ontvellingen en zweren, met name in de zomer, want dan mochten er geen kousen gedragen worden.

    De gevangenen waren ingedeeld in verschillende categorieën, elk met hun onderscheidende, gekleurde driehoek, waarin ook de nationaliteit werd onderscheiden. In een apart artikel wordt uitgebreider ingegaan op de herkenningstekens voor concentratiekampgevangenen.

    Om vier uur ‘s morgens werden de vrouwen gewekt. Iedere morgen was het jagen en dringen in de drie kwartier tussen het opstaan en het tel-appel. In die drie kwartier moesten 1.500 tot 2.000 gevangenen zich wassen aan zestien wasbakken. Voor de toiletten stonden vrouwen in lange rijen opgesteld.

    Voeding werd, net als in alle concentratiekampen, in minimale hoeveelheden verstrekt. 's Morgens een beker vloeistof, die voor koffie moest doorgaan en ongezoet was; 's middags een kwart liter waterige soep, waarin koolraap, kool of gedroogde groente dreef. Deze soep werd met aardappelschillen uit de SS-keuken “verbeterd”. Tot 1944 kregen de werkende gevangenen 's middags twee of drie in de schil gekookte aardappelen. ’s Avonds kregen alle vrouwen wederom een kwart liter waterige soep. Midden 1944 werden er geen aardappelen meer gegeven en 's avonds in plaats van de soep weer “koffie”. Een gevangene kreeg 200 gram brood, waarmee een hele dag gedaan moest worden.

    In januari 1940 inspecteerde Heinrich Himmler het kamp en gaf hij bevel tot het invoeren van lijfstraffen, door middel van het toedienen van zweepslagen. Een gevangene uit de categorie van de “criminelen” voerde deze straffen uit en ontving daarvoor extra rantsoenen. De kampdokter moest aanwezig zijn bij elke straf om te controleren of het ook daadwerkelijk werd uitgevoerd.

    Het regime was meedogenloos, de straffen werden veelvuldig uitgedeeld en de vrouwen moesten zeer hard werken. Eenzame opsluiting in de benauwde cellen van de “bunker”, de gebruikelijke straf voor vermeende sabotage of daden van verzet gingen veelal gepaard met ernstige mishandelingen. Aanvallen door honden van de bewakers kwamen regelmatig voor, alsmede het doodschieten van gevangenen op de executieplek.

    Vanaf juli 1942 werden bovendien medische experimenten op de gevangenen uitgevoerd. Sommige vrouwen werden geïnfecteerd met koudvuur en anderen met bacteriologische ontstekingen. Met bottransplantaties en botamputaties werd ook geëxperimenteerd op de vrouwen. Ook werden verschillende sterilisatietechnieken uitgeprobeerd. De meest beruchte medische experimenten werden op Poolse vrouwen toegepast. Ze werden gebruikt als proefkonijn waarbij hen beenwonden werden toegebracht die de beenwonden van Duitse soldaten op het slagveld moesten nabootsen. De meeste van deze vrouwen stierven of werden naderhand vermoord, zij die het overleefden waren voor het leven verminkt.

    Het selecteren en vergassen van concentratiekampgevangenen die ziek, oud of niet meer tot werken in staat waren, is bekend geworden onder de naam Aktion 14f13 en liep van 1941 tot 1944. In Ravensbrück werden sommige gevangenen, waaronder Joodse politieke gevangenen en vrouwen die niet meer in staat waren te werken, vergast in de euthanasiekliniek Bernberg, gelegen tussen Magdenburg en Leipzig. Ook werden vrouwen vergast in speciaal daarvoor omgebouwde vrachtwagens.

    Elke twee á drie weken selecteerden de kampcommandant Suhren, bijgestaan door SS-Obersturmführer Johann Schwarzhuber en Arbeitsführer Hans Pflaum de zieke en zwakke vrouwen voor het zogenaamde Transport nach Mittwerda (in Ravensbrück de SS-codenaam voor vergassen; het kamp Mittwerda bestond niet). De vrouwen moesten hun rok tot op hun heupen optillen en vervolgens voor hen en de SS-bewakers heen en weer rennen. Vrouwen met gezwollen voeten, verwondingen, littekens of die simpelweg te ziek of te zwak waren om te rennen, werden geselecteerd voor een “herstellingsperiode” in het Jugendschutzlager Uckermarck (waarover later meer). Deze “herstellingsperiode” betekende feitelijk opgesloten worden in een afgesloten barak, zonder voedsel en medische hulp tot de dood erop volgde. De meeste van de geselecteerde vrouwen kwamen echter nooit in Uckermarck aan, maar werden vergast in speciaal daarvoor omgebouwde vrachtwagens. De uitlaat van de vrachtwagen werd direct op het luchtdicht gemaakte laadgedeelte aangesloten. Vervolgens werd de motor gestart, waarna het vergassen ongeveer vijftien tot twintig minuten duurde. Eén van deze vrachtwagens was een buitgemaakte sanitairvrachtauto van het Nederlandse leger. De vergassingsvrachtwagens hadden van de gevangenen de bijnaam “Groene Mina” gekregen.

    Tegen het einde van de oorlog waren de omstandigheden drastisch verslechterd. In barakken, gebouwd voor 250 vrouwen, werden later 1.500 tot 2.000 vrouwen ondergebracht; drie tot vier vrouwen per bed. Duizenden vrouwen hadden geen slaapplaats en sliepen op de kale vloer, zonder een deken. Luizenplagen en kans op ziektes veroorzaakt door vervuild drinkwater, maakten het leven in de barakken nog ondragelijker. Toen 500 Joodse vrouwen uit Hongarije in Ravensbrück arriveerden in de herfst van 1944, werden zij ondergebracht in een tent die in augustus 1944 was neergezet. Deze tent was ongeveer vijftig meter lang en er stonden geen bedden in. De vrouwen sliepen op een dunne laag stro die op de zanderige ondergrond was neergelegd. Ze stierven massaal.

    Afbeeldingen

    Buitenzijde van de "bunker". Bron: www.oorlogsmusea.nl.
    Strafcel in de "bunker". Bron: www.oorlogsmusea.nl.
    Hospitaal in Ravensbrück waar de medische experimenten werden uitgevoerd. Bron: H.E.A.R.T.
    SS-Obersturmführer Johann Schwarzhuber, die mede de selecties voor de vergassingen in Ravensbrück uitvoerde. Bron: H.E.A.R.T.

    Dwangarbeid

    Het te werk stellen van gevangenen diende een tweetal doelen. Enerzijds was het een middel van terreur, met als doel het uitputten en demoraliseren van de gevangenen. Het volkomen nutteloos heen en weer verplaatsen van grote hoeveelheden zand is daar een voorbeeld van. Anderzijds was het gericht op uitbuiting van gevangenen ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. Dit uitbuiten van gevangenen teneinde de oorlog te winnen resulteerde in een breed opgezet systeem van Außenlager(buitenkampen). Uiteindelijk behoorden tot Ravensbrück 42 Außenlager, verdeeld over het hele Duitse Rijk, waar gevangenen dwangarbeid moesten verrichten.

    Producten die in deze kampen door vrouwen werden gemaakt waren onder andere onderdelen voor vliegtuigen, wapens, munitie en explosieven. De leefomstandigen waren per buitenkamp verschillend, afhankelijk van omstandigheden als de grootte van het kamp, het verloop van de oorlog waardoor steeds meer geproduceerd moest worden en van de wreedheid van de bewakers. Gevangenen moesten dwangarbeid verrichten voor veel bedrijven, waaronder bekende bedrijven als Siemens, Agfa, Dornier, Heinkel en IG Farben. Het kwam niet zelden voor dat directieleden van bedrijven die dwangarbeiders nodig hadden, persoonlijk de gevangenen in Ravensbrück kwamen selecteren.

    Het voornaamste privébedrijf waarvoor gevangenen van Ravensbrück te werk gesteld werden was Siemens. Het was in 1939 het grootste electronicabedrijf ter wereld en is tegenwoordig nog steeds één van de grootste electronicabedrijven wereldwijd. In de zomer van 1942 liet de firma twintig werkplaatsen bouwen op een terrein vlak naast Ravensbrück. Hier moesten de vrouwelijke gevangenen werken als dwangarbeider aan electronische onderdelen voor de V1 en de V2 raketten.

    Ravensbrück was één van de voornaamste depots van de nazi’s voor geconfisqueerde kleding en bont. De SS-firma Texled (Gesellschaft für Textil- und Lederverwertung) nam op 21 juni 1940 het Bekleidungslager (kleermakerij) in Ravensbrück over. Door ongeveer 600 vrouwelijke gevangenen werden hier uniformen voor de SS-bewakers en bontjassen voor de Waffen-SS en de Wehrmacht gemaakt. Ook de gestreepte gevangenenkleding werd hier genaaid. In het boekjaar 1940/1941 maakten de vrouwen 73.000 hemden, 28.500 broeken, 25.000 jacks en 20.000 overjassen voor gevangenen.

    Vrouwen werkten ook buiten het kamp aan onder andere de constructie van gebouwen en wegen. Vanaf eind 1941 werden gevangenen ook te werk gesteld bij de landgoederen en boerderijen in de omgeving van Ravensbrück. Diegenen die te oud waren of arbeidsongeschikt voor het zware werk, moesten verstelwerkzaamheden aan kleding voor het leger doen of de barakken en latrines schoonmaken. De vrouwen werkten doorgaans twaalf uur per dag, onder extreme omstandigheden. Een voorbeeld van de zwaarte van het werk was het, door meerdere vrouwen, voorttrekken van een enorme betonnen wals om de wegen te plaveien.

    Medio 1942 vaardigde Heinrich Himmler een bevel uit waarin stond dat er in verschillende concentratie- en vernietigingskampen bordelen moesten komen. Himmler meende dat bordeelbezoek van gevangenen hun arbeidsproductiviteit zou verhogen en dat het homoseksueel gedrag zou tegengaan. Een eerste groep bestaande uit 18 tot 24 vrouwen werd vanuit Ravensbrück overgeplaatst naar kampen waar een bordeel was ingericht (zeer neutraal Der Sonderbau genoemd). Onder andere in Auschwitz I kwam er in Block 24 een gevangenenbordeel. De vrouwen waren vrijwel allemaal “vrijwilligster”. Hen was beloofd dat zij zes maanden dit werk moesten doen en daarna zouden worden vrijgelaten. Deze belofte was slechts schijn; de vrouwen werden nooit vrijgelaten. Naar schatting zijn in totaal 220 vrouwen uit Ravensbrück in verschillende kampen gedwongen tot prostitutie.

    Definitielijst

    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Afbeeldingen

    Dwangarbeid Bron: Commons:Bundesarchiv.
    De betonnen wals Bron: Commons:Bundesarchiv.

    De kinderen en het Jugendschutzlager Uckermark

    Honderden kleine kinderen werden gevangen gehouden in Ravensbrück. De wreedheden en het sadisme tegen hen kende geen grenzen en het lot van deze kleine slachtoffers was afschuwelijk. Kinderen en baby’s waren in feite al ter dood veroordeeld voordat ze geboren waren. Pasgeboren baby’s werden meteen van hun moeder gescheiden en daarna verdronken of in een afgesloten kamer gelegd waar ze stierven. Meestal werd dit gedaan voor de ogen van de moeder. Er zijn vele getuigenissen over kinderen die levend in de verbrandingsovens werden gegooid, levend werden begraven, vergiftigd, gewurgd of werden verdronken.

    Diverse kinderen werden ook gebruikt voor “medische” experimenten. Honderden kleine meisjes, soms nog maar acht jaar oud, werden onvruchtbaar gemaakt door middel van het blootstellen van de genitalieën aan röntgenstralen. In de eerste maanden van Ravensbrück werden kinderen direct om het leven gebracht. De SS-arts Rolf Rosenthal en zijn buitenechtelijke vriendin Gerda Quernheim, een Duitse gevangene die als verpleegster werkte, aborteerden zwangere vrouwen vaak op een beestachtige wijze. Zowel Rosenthal als Quernheim werden na de oorlog in de Ravensbrück-processen veroordeeld tot de dood door ophanging. Wanneer pasgeboren baby’s soms mochten blijven leven stierven ze meestal snel door het gebrek aan voedsel en de barre hygiënische omstandigheden. Alleen de allersterkste kleine kinderen konden overleven. Deze kinderen moesten dag en nacht samen met de vrouwen in de werkplaatsen werken en helpen met het zwaarste werk. Slechts een paar van deze kinderen overleefden de oorlog.

    Een aparte vermelding verdient het Jugendschutzlager Uckermark dat speciaal voor opgroeiende meisjes werd opgericht.

    Het Jugendschutzlager Uckermark lag op ongeveer anderhalve kilometer van het basiskamp van Ravensbrück. Ondanks deze afstand behoorde het ook tot het kampcomplex van Ravensbrück. Uckermark werd gebouwd door gevangenen uit het mannenkamp van Ravensbrück. In het voorjaar van 1943 waren de zes barakken klaar, maar al tijdens de bouwwerkzaamheden werden in juni 1942 de eerste meisjes naar het kamp gedeporteerd. Iedere barak was voorzien van een omheining met prikkeldraad. De ziekenboeg en de strafcellen in de "bunker" van Ravensbrück werden ook gebruikt voor de meisjes van het Jugendschutzlager Uckermark.

    Al begin 1942 was besloten een nieuw kamp in de nabijheid van Ravensbrück te bouwen waar “vrouwelijke minderjarigen” gevangen konden worden gezet. Deze meisjes waren volgens de maatstaven van de nationaalsocialisten te beschouwen als “buiten de maatschappij staand” en asociaal. De samenleving moest in de ogen van de nazi’s tegen hen beschermd worden. Ze moesten heropgevoed worden en werken om iets bij te dragen de maatschappij. Het merendeel van de meisjes werd rechtstreeks vanuit jeugdinrichtingen in het kamp opgesloten omdat ze “onopvoedbaar” zouden zijn. Velen van hen werden aangemerkt als “seksueel verwaarloosd”, waarmee gedoeld werd op een verleden als prostituee of het hebben van, in de ogen van de heersende moraal, te veel seksuele contacten. Ook hadden meisjes hun verblijf in Uckermark te danken aan contacten met Joden of met niet-Duitse dwangarbeiders en aan door hen gepleegd verzet tegen het naziregime. Zelfs het behoren tot een gezin of familie die actief was in het verzet, kon voldoende aanleiding zijn voor opsluiting in Uckermark.

    De meisjes stonden onder toezicht van bewaaksters, “opvoedsters" en een kampleidster, allen behorend tot de SS. In het kamp gold een absoluut spreekverbod gedurende 24 uur per dag en schending van dit verbod leidde tot maatregelen zoals langdurige appels. De meisjes moesten zwaar lichamelijk werk verrichten in onder andere de nabijgelegen werkplaatsen van Siemens. In totaal zijn tussen 1.000 en 1.200 meisjes in Jugendschutzlager Uckermark geïnterneerd geweest. De meesten van hen waren tussen de 16 en 21 jaar oud.

    In januari 1945 werd het grootste deel van het Jugendschutzlager Uckermark ontruimd en werden de meeste meisjes naar het vrouwenkamp van Ravensbrück overgeplaatst. Het ontruimde gedeelte deed vanaf dat moment dienst als “sterfkamp”. Uit het vrouwenkamp werden vrouwen ouder dan 52 jaar, zieken en verzwakten overgebracht naar Uckermark. Door middel van dodelijke injecties en het toedienen van vergif in de vorm van een wit poeder, Luminal geheten, werden deze vrouwen gedood. Anderen stierven vanwege de erbarmelijke leefomstandigheden. Van januari 1945 tot en met april 1945 kwamen hier ongeveer 5.000 vrouwen om. Hun lichamen werden naar Ravensbrück gebracht en daar verbrand in de ovens, waarna de asresten in de aangrenzende Schwedtsee werden gestort.

    Definitielijst

    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Afbeeldingen

    Het crematorium van Ravensbrück. Bron: H.E.A.R.T.
    Strafcellen in de "bunker" van Ravensbrück. Bron: www.oorlogsmusea.nl.

    Het einde

    In de laatste maanden van de oorlog, toen het Rode Leger snel oprukte, besloot de SS om zoveel mogelijk gevangenen te doden om getuigenissen van wat zich had afgespeeld te voorkomen. In februari 1945 werd er een provisorische gaskamer gebouwd vlak naast het crematorium in een barak die eerder dienst deed als opslagplaats. In deze gaskamer konden 150 tot 180 mensen tegelijk omgebracht worden met het gifgas Zyklon-B. Van februari 1945 tot en met april 1945 werden hier tussen de 2.300 en 2.400 mensen gedood. Merendeels waren dat Hongaarse Joden, in aantal gevolgd door Poolse en daarna Russische Joden. Onder hen waren ook 130 baby’s en zwangere vrouwen.

    Graaf Folke Bernadotte, vice-president van het Zweedse Rode Kruis, had Himmler begin maart 1945 tijdens onderhandelingen overgehaald om het Internationale Rode Kruis toe te staan een aantal gevangen uit Ravensbrück en andere concentratiekampen te halen. Op 5 maart 1945 mochten zij eerst Scandinavische vrouwen redden, gevolgd door vrouwen uit Frankrijk, Polen en de Beneluxlanden.

    Na een interventie van de Zweedse afdeling van het Joodse Wereldcongres, vroeg Bernadotte ook om Joodse gevangenen naar Zweden over te mogen brengen. Himmler stemde hiermee in en tussen 22 en 28 april 1945 werden zo’n 7.500 vrouwen, onder wie zo’n 1.000 Joodse vrouwen, bevrijd uit Ravensbrück. Per veerboot gingen zij via Kopenhagen naar Malmö in het neutrale Zweden. Nadat ze daar kleding, voedsel en medische hulp hadden ontvangen, gingen ze naar verschillende plaatsen om te herstellen. Naderhand keerden de niet-Joodse vrouwen terug naar hun thuisland. De Joodse vrouwen zochten contact met nog levende familieleden in hun thuisland, maar de meesten van hen emigreerden naar Israël en de Verenigde Staten; sommigen vestigden zich in Zweden.

    Op grond van een door Himmler gegeven evacuatieorder werden door kampcommandant Suhren ongeveer 24.500 gevangenen op een dodenmars richting Mecklenburg gestuurd. Op 24, 26, 27 en 28 april 1945 vertrokken deze gevangenen in meerdere kolonnes. Als gevolg van uitputting overleden honderden vrouwen tijdens deze dodenmars.

    Op 29 april 1945 verlieten de laatste SS-ers Ravensbrück, nadat ze de water- en stroomvoorzieningen hadden verbroken. Ongeveer 2.000 zieke gevangenen bleven in het kamp achter. Op 30 april 1945 arriveerden de eerste Sovjettroepen, het waren verkenners van het 49e Russische leger. In de daarop volgende dagen haalden de het Rode Leger ongeveer 800 inwoners uit de omgeving van Ravenbrück naar het kamp en lieten hen meewerken aan de ontruiming, het begraven van de doden en het verplegen van de zieken.

    De rechtszaken tegen degenen die beschuldigd waren van het begaan van oorlogsmisdaden in Ravensbrück werden gehouden in Hamburg, in de Engelse naoorlogse bezettingszone. In zeven processen stonden in totaal 38 mensen terecht, waaronder 21 vrouwen. Het eerste proces begon op 5 december 1946, het laatste op 21 juli 1948. De uitspraken luidden: vier keer vrijspraak, gevangenisstraffen variërend van één jaar tot levenslang en 19 keer de doodstraf. Alle doodvonnissen werden voltrokken, behalve bij Gerda Ganzer, een gevangene die als verpleegster had gewerkt. Haar doodstraf werd omgezet in levenslange gevangenisstraf en ze werd in 1961 vervroegd vrijgelaten. Veel van de beschuldigden waren artsen en verpleegsters die meegedaan hadden aan de medische experimenten.

    Definitielijst

    oorlogsmisdaden
    Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Zyklon-B
    Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

    Afbeeldingen

    Folke Bernadotte Bron: Publiek Domein.
    Gevangenen met kruisen op hun rug ten teken dat zij naar Zweden mogen vertrekken. Bron: Publiek Domein.
    April 1945. Gevangenen op weg naar Zweden op het station van Padborg aan de Deense grens. Bron: USHMM.

    Ravensbrück vandaag

    Het kamp was niet toegankelijk voor bezoekers uit het Westen tot de val van de muur in november 1989. De originele barakken waren al door de Sovjets gesloopt na de Tweede Wereldoorlog. Nieuwe barakken werden gebouwd waarin tot 1993 Sovjet-troepen werden gehuisvest. Deze troepen waren daar als onderdeel van het Sovjet-anti-raketprogramma.

    De "Nationale Mahn- und Gedenkstätte Ravensbrück" werd op 12 september 1959 als één van de drie nationale gedenkplaatsen van de DDR geopend. De architecten betrokken in hun ontwerp een gedeelte van de concentratiekampgebouwen buiten de kampmuur. Hieronder waren het crematorium, de voormalige kampgevangenis en een gedeelte van de vier meter hoge kampmuur. In 1959 werd voor de westerlijke kampmuur een gravenveld aangelegd, waarin de resten van de gestorven gevangenen vanuit verschillende massagraven werden bijgezet.

    Na de éénwording van Duitsland werd het voormalige concentratiekamp gerenoveerd en klaargemaakt voor de 50-jarige herdenking van de bevrijding in april 1995. Alhoewel het meer er idyllisch uitziet liggen op de bodem de asresten van mensen, afkomstig uit de drie ovens van het crematorium.

    Een monument in Nederland voor de vrouwen van Ravensbrück staat op het Museumplein in Amsterdam. Een bekende Nederlander die in Ravensbruck heeft vastgezeten was, mevrouw Helena Kuipers-Rietberg, medeoprichtster van de Landelijke Organisatie voor de hulp aan Onderduikers (L.O.). Andere bekende gevangenen zijn de evangeliste Corrie ten Boom, haar zus Betsie (zij overleed in december 1944 in Ravensbrück) en een slachtoffer van het Englandspiel: Beatrix Terwindt. De tekenares en verzetsstrijder Aat Breur-Hibma heeft in het kamp aangrijpende tekeningen gemaakt, die door haar dochter Dunya Breur gepubliceerd zijn in "Een verborgen herinnering" (1983).

    Afbeeldingen

    Monument op het huidige terrein van Ravensbrück. Bron: Publiek Domein.