Ochtendzitting 1 18-04-1946

De PRESIDENT: Dr. Seidl.
Dr. ALFRED SEIDL (raadsman van Hans Frank): Meneer de President, leden van het Tribunaal, op 9 april van dit jaar heb ik, in afwijking van de regel opgelegd door het Tribunaal, het verzoek gedaan of mij eerst kan worden toegestaan de documenten te presenteren, dan de getuige op te roepen en aan het einde de beklaagde als getuige te horen. Ik weet niet of het Tribunaal al in het bezit is van de documentenboeken. Ik heb vastgesteld dat Deel I van het documentenboek tegen 8 april vertaald was, de Delen II en III op 11 april en de Delen IV en V enkele dagen later. Ik heb zelf echter nog geen enkel documentenboek ontvangen omdat de betrokken afdeling nog geen toestemming heeft gekregen de boeken in te binden.
De PRESIDENT: Nou, ik dacht dat ik hierom had gevraagd, niet gisteren maar eergisteren, ja en u zei dat u helemaal klaar was om verder te gaan.
Dr. SEIDL: Mij was verteld dat de boeken waren vertaald en ik nam natuurlijk aan dat die boeken ook zouden worden ingebonden. Ik ontdekte gisteren dat dat niet het geval was. In ieder geval ligt de fout niet bij mij.
De PRESIDENT: Ik suggereerde ook niet dat het uw fout was.
Mr. THOMAS J. DODD: In de eerste plaats hadden we niet al te veel met Dr. Seidl te bespreken. Er werd eergisterenavond overeenstemming met hem bereikt, rond 6 uur of iets later. Daarna werd het materiaal ter verwerking aangeboden en het zijn 500 pagina’s. Ze zijn nog niet klaar en het is niet zo dat de mensen geen toestemming kregen om verder te gaan. Ze hebben hun werk niet af kunnen krijgen en er zal dus enig oponthoud ontstaan.
De PRESIDENT: Dr. Seidl, u kunt verder gaan met uw getuigen. U hebt de beklaagde zelf die u moet oproepen en een aantal andere getuigen.
Dr. SEIDL: Ja
De PRESIDENT: En de documenten zullen tegen die tijd ongetwijfeld klaar zijn. We beëindigen de zitting om half vijf en tegen de tijd dat het Tribunaal op dinsdagmorgen weer bijeen komt, zullen alle documenten ongetwijfeld klaar zijn. Wat uw verzoek betreft, het Tribunaal heeft uw verzoek overwogen en ziet geen reden af te wijken van de gebruikelijke regel dat de beklaagde het eerst moet worden opgeroepen, tenminste, als u van plan bent de beklaagde op te roepen.
Dr. SEIDL: Oh ja. Ik ben van plan de beklaagde te verhoren; maar in het belang van het versnellen van de procedure, stelde ik voor dat de andere getuigen het eerst zouden worden gehoord zodat het verhoor van de beklaagde zo kort mogelijk kan zijn. Het is dan mogelijk dat hij een aantal vragen gewoon met ja of nee kan beantwoorden. Een andere reden waarom ik deze procedure het makkelijkste vind is dat een juist verhoor van beklaagde alleen maar mogelijk is als ik op hetzelfde moment de documentenboeken bij de hand heb. Dat geldt niet noodzakelijkerwijs voor de andere getuigen. Ik zou daarom het Tribunaal wilen verzoeken mij die toestemming te geven zodat ik eerst de getuigen kan verhoren die zich al in de wachtkamer bevinden.
De PRESIDENT: Ik stel me voor dat de documenten allemaal, of bijna allemaal in het Duits zijn en in de loop van het verhoor aan de beklaagde kunnen worden voorgelegd; het Tribunaal is van mening, zoals ik al heb gezegd dat het als eerste oproepen van de beklaagde in het belang van de snelheid is en dat het Tribunaal daarom meent zich aan de regel te moeten houden.
Dr. SEIDL: Goed. In dat geval roep ik, met permissie van het Tribunaal beklaagde Dr. Hans Frank naar de beklaagdenbank.
(Beklaagde Hans Frank neemt plaats in de beklaagdenbank.)
De PRESIDENT: Wilt u uw volledige naam zeggen?
HANS FRANK (beklaagde): Hans Frank.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen:
Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.
(de beklaagde herhaalt de eed)
De PRESIDENT: Wilt u alstublieft gaan zitten.
Dr. SEIDL: Beklaagde, waar en wanneer bent u geboren?
FRANK: Ik ben op 23 mei 1900 geboren in Karlsruhe, Baden.
Dr. SEIDL: Wilt u het Tribunaal een korte schets van uw opleiding geven?
FRANK: In 1919 deed ik eindexamen Gymnasium en in 1926 deed ik het staatsexeamen rechten waarmee ik mijn rechtenstudie afrondde.
Dr. SEIDL: En welk beroep oefende u daarna uit?
FRANK: Ik had diverse juridische functies. Ik werkte als advocaat, als lid van de lerarenstaf aan een technisch college; daarna werkte ik voornamelijk als juridisch adviseur van Adolf Hitler en de NSDAP.
Dr. SEIDL: Sinds wanneer was u lid van de NSDAP?
FRANK: Ik werd in 1919 lid van de Deutsche Arbeiter Partei, de voorloper van de NSDAP maar voegde mij destijds niet bij de nieuw gevormde Nationaal Sozialistische Arbeiter Partei. In 1923 werd ik in München lid van de beweging als lid van de SA; uiteindelijk kwam ik, om het zo maar te zeggen, voor het eerst in 1927 bij de NSDAP.
Dr. SEIDL: Bent u ooit lid van de SS geweest?
FRANK: Ik ben nooit lid van de SS geweest.
Dr. SEIDL: Dat betekent dat u nooit de rang van SS-Obergruppenführer of General der SS hebt gehad?
FRANK: Ik heb nooit de rang van SS-Obergruppenführer of General der SS gehad.
Dr. SEIDL: Zelfs niet honorair?
FRANK: Nee, zelfs niet honorair.
Dr. SEIDL: U was lid van de SA. Wat was de laatste rang die u daar bekleedde?
FRANK: Ik was op het laatst SA-Obergruppenführer en dat was een honoraire rang.
Dr. SEIDL: Welke posten bekleedde u binnen de NSDAP in de diverse perioden en welke functies oefende u uit?
FRANK: In 1929 werd ik hoofd van de juridische afdeling van de Oberste Parteirat van de NSDAP. In die hoedanigheid werd ik door Adolf Hitler in 1931 benoemd tot Reichsleiter NSDAP. Ik behield die positie totdat ik in 1942 werd terug geroepen. Dat zijn de belangrijkste functies die ik binnen de Partei had.
Dr. SEIDL: Tot aan de machtsovername hield u zich binnen de Partei voornamelijk bezig met juridische kwesties, niet waar?
FRANK: Ik hield me in het belang van Adolf Hitler, de NSDAP en haar leden bezig met juridische vraagstukken gedurende de moeilijke jaren van strijd om de overwinning van de beweging.
Dr. SEIDL: Wat waren uw grondgedachten betreffende de opvatting over een staat die door een juridisch systeem wordt geleid?
FRANK: Dat idee, voor zover het mij betrof, stond in Punt 19 van het partijprogramma, dat handelt over het scheppen van een algemene wetgeving voor Duitsland. In het belang van het bespoedigen van het proces zal ik mijn ideeën niet volledig uiten. Mijn eerste inspanningen betroffen het behouden van de kern van het Duitse juridische stelsel: de onafhankelijke advocatuur.
Mijn idee was dat zelfs in een hoog ontwikkelde Führerstaat, zelfs onder een dictatuur, de gevaren voor de gemeenschap en de wettelijke rechten voor het individu in elk geval kleiner worden wanneer rechters die niet afhankelijk zijn van de leiding van de Staat nog recht kunnen spreken binnen de gemeenschap. Dat betekent naar mijn mening dat een staat die door het recht wordt geregeerd in alle gevallen identiek is aan de kwestie van het bestaan van een onafhankelijke rechtsspraak. Veel van mijn strijd en gesprekken met Hitler, Himmler en Bormann gedurende die jaren spitsten zich steeds meer toe op dat bijzondere onderwerp. Pas nadat de onafhankelijke advocatuur in het Nationaalsocialistische Reich definitief was afgeschaft gaf ik mijn werk en inspanningen op omdat die hopeloos waren.
Dr. SEIDL: U bent ook lid geweest van de Reichstag?
FRANK: Ik werd in 1930 lid van de Reichstag.
Dr. SEIDL: Welke posten bekleedde u na 1933?
FRANK: Allereerst was ik Justizminister van Beieren en nadat de ministeries van justitie waren opgeheven werd ik Rijksminister zonder Portefeuille. In 1933 werd ik President van de Akademie für Deutsches Recht die ik had opgericht. Ik was Reichsleiter van de NationaalSozialistische Anwälterbund die later de naam Reichswährbund heette. In 1933 en 1934 was ik Reichsjustizkommissar en in 1939 werd ik Gouverneur-generaal van het Generaalgouvernement in Krakow.
Dr. SEIDL: Wat waren de doelstellingen van de Akademie für Deutsches Recht waarvan u de oprichter was?
FRANK: Deze doelen zijn neergelegd in het Reichsgesetz betreffende de Akademie für Deutsches Recht. De belangrijkste taak, de centrale taak was de uitvoering van Punt 19 van het partijprogramma om de Duitse algemene wetgeving in lijn te brengen met onze cultuur.
Dr. SEIDL: Had de Akademie für Deutsches Recht vast omlijnde functies of kon die alleen maar in een adviserende functie optreden?
FRANK: De Akademie für Deutsches Recht was de ontmoetingsplaats van de meest vooraanstaande juristen in Duitsland op theoretisch en practisch gebied. Direct vanaf het begin hechtte ik geen belang aan de vraag of de leden ervan partijlid waren of niet. 90 % van de leden van de Akademie für Deutsches Recht was geen partijlid. Hun taak was het voorbereiden van wetten en ze werkten zo’n beetje als een adviesraad binnen een goed georganiseerd parlement. Het was ook mijn idee dat de adviesraad van de Akademie de juridische comitees van de Duitse Reichstag zou vervangen die binnen het Reich toch langzaam naar de achtergrond verdwenen.
In het algemeen hielp de Akademie alleen maar bij het opstellen van wetten met een economisch of sociaal karakter want vanwege de ontwikkeling van het totalitaire regime werd het steeds moeilijk om op andere gebieden samen te werken.
Dr. SEIDL: Als ik u goed begrijp lag de toepassing van wetten door de regering geheel in handen van de Reichsjustizminister en dat was u niet.
FRANK: Nee, ik was geen Reichsjustizminister. De Reichsjustizminister, Dr. Gurtner was echter niet bevoegd op het hele gebied van wetgeving maar alleen voor die wetten die binnen het kader van zijn ministerie vielen. Wetgeving binnen het Reich lag, overeenkomstig het Ausführungsgesetz, in handen van de Führer en Reichskanzler en van de Reichsregierung als orgaan.
Als gevolg daarvan verschijnt mijn naam maar een keer onder een wet in het Reichsgesetzblatt en dat is de wet betreffende de herinvoering van de dienstplicht. Ik ben er echter trots op dat mijn naam onder die wet staat.
Dr. SEIDL: U hebt eerder gezegd dat u in 1933 en 1934 Justizminister in Beieren was?
FRANK: Ja.
Dr. SEIDL: Had u in die hoedanigheid de gelegenheid uw mening te uiten over de kwestie van de concentratiekampen en wat waren de omstandigheden?
FRANK: Ik hoorde dat het concentratiekamp Dachau werd opgericht in verband met een rapport dat ik van de Staatsanwaltschaft in München kreeg vanwege de moord op de Münchener advocaat Dr. Strauss. De Staatsanwaltschaft beklaagde zich er bij mij over, nadat ik hen bevel had gegeven de moord te onderzoeken, dat de SS hen de toegang tot kamp Dachau had geweigerd. Daarop liet ik Rijksgouverneur Generaal von Epp een vergadering bijeen roepen waar ik de dossiers betreffende deze moord overlegde en wees op de onwettigheid van een dergelijke actie door de SS en stelde dat ik er mij tot dus verre niet van bewust was dat er in het Reich van dat principe was afgeweken. Daarna bleef ik tegen deze methode protesteren bij Dr. Gurtner, de Reichsjustizminister en toen ook Staatsanwalt. Ik wees hem erop dat dit het begin betekende van een ontwikkeling die het rechtssysteem op een alarmerende manier bedreigde.
Op verzoek van Heinrich Himmler greep Hitler in deze kwestie persoonlijk in en hij gebruikte zijn macht om elk juridisch proces de kop in te drukken. Er werd bevel gegeven dat het proces moest worden gestaakt. Ik diende mijn ontslag als Justizminister in maar dat werd niet aanvaard.
Dr. SEIDL: Wanneer werd u Gouverneur-generaal van de bezette gebieden in Polen en waar was u toen u van die benoeming hoorde?
FRANK: Op 24 augustus 1939 moest ik mij als reserve-officier bij mijn regiment in Potsdam melden. Ik was druk bezig mijn compagnie te trainen en op 17 september, het kan ook 16 september zijn geweest, trof ik mijn laatste voorbereidingen om naar het front te gaan toen er een telefoontje kwam uit de speciale trein van de Führer en ik bevel kreeg mij direct bij de Führer te melden.
De volgende dag reisde ik naar Opper-Silezië waar destijds de speciale trein van de Führer stond en in een heel kort gesprek dat nog geen tien minuten duurde gaf hij mij de taak, zoals hij het noemde, de functie van civiel gouverneur voor de bezette gebieden in Polen over te nemen.
Destijds stonden alle bezette gebieden in Polen onder bestuurlijke leiding van een militaire commandant, Generaal von Rundstedt. Tegen eind september werd ik toegevoegd aan de staf van Von Rundstedt als Hoofd Administratie en mijn taak bestond uit administratief werk binnen de Militärverwaltung. In korte tijd bleek echter dat deze methode niet werkte en toen de Poolse gebieden werden gesplitst in een gedeelte dat in het Reich werd opgenomen en een gedeelte dat toen het Generaal-gouvernement werd, werd ik met ingang van 26 oktober benoemd tot Gouverneur-generaal.
Dr. SEIDL: U hebt de diverse functies genoemd die gedurende een aantal jaren hebt bekleed. Ik vraag u nu: hebt u in enige functie die u binnen de Partei of de Staat bekleedde een belangrijke rol gespeeld bij de politieke gebeurtenissen van de afgelopen 20 jaar?
FRANK: Op mijn eigen terrein deed ik alles dat mogelijk kan worden verwacht van een man die in de grootheid van zijn volk geloofd, en die vervuld is van fanatisme voor de grootheid van zijn land, ten einde de overwinning van Adolf Hitler en de Nationaalsocialistische beweging tot stand te brengen.
Ik heb nooit deelgenomen aan verreikende politieke beslissingen omdat ik nooit heb behoord tot de kring naaste vertrouwelingen van Adolf Hitler, noch ben ik door Adolf Hitler ooit geraadpleegd over algemeen politeke kwesties, noch heb ik ooit deelgenomen aan conferenties over dat soort kwesties. Het bewijs hiervoor is dat ik in de periode tussen 1933 en 1945 slechts zes keer door Hitler persoonlijk ben ontvangen om verslag uit te brengen over mijn activiteiten.
Dr. SEIDL: Welk aandeel had u in de wetgeving in het Reich?
FRANK: Dat heb ik u al verteld en ik hoef daar verder geen antwoord op te geven.
Dr. SEIDL: Hebt u als Reichsminister of in enig andere staats- of partijfunctie deze oorlog gewild of hebt u een oorlog gewild ondanks gesloten overeenkomsten?
FRANK: Oorlog is niet iets dat iemand wenst. Oorlog is vreselijk. We hebben het overleefd; we wilden die oorlog niet. We wilden een groot Duitsland en het herstel van vrede en welvaart, gezondheid en geluk voor ons volk. Het was mijn droom, en waarschijnlijk de droom van ieder van ons om met vreedzame middelen een herziening van het Verdrag van Versailles tot stand te brengen, waarin in dat zelfde verdrag was voorzien. Maar net als in de wereld van de verdragen, ook tussen landen, is het alleen de sterkste waar naar wordt geluisterd; Duitsland moest eerst sterk worden voordat we konden onderhandelen. Zo zag ik de ontwikkeling als geheel: de versterking van het Reich, herstel van haar onafhankelijkheid op alle gebieden en met deze middelen ons bevrijden van de ondragelijke last die ons volk was opgelegd. Ik was daarom gelukkig toen Adolf Hitler, in een prachtige klim naar de macht die zijn weerga in de geschiedenis van de mensheid niet kent, er tegen het einde van 1938 in slaagde de meeste van deze doelen te verwezenlijken; ik was net zo ongelukkig toen ik mij in 1939, tot mijn ontzetting er steeds meer van bewust werd dat Adolf Hitler van die koers bleek af te wijken en andere methoden volgde.
De PRESIDENT: Dit schijnt te zijn behandeld door wat beklaagde Göring ons heeft verteld, door wat beklaagde Von Ribbentrop ons heeft verteld.
Dr. SEIDL: De beklaagde heeft zijn verklaring over dit punt al afgerond. Beklaagde, wat was uw aandeel in de gebeurtenissen in Polen na 1939?
FRANK: Ik draag de verantwoordelijkheid en toen Adolf Hitler op 30 april 1945 een einde aan zijn leven maakte besloot ik die verantwoordelijkheid van mij zo duidelijk mogelijk aan de wereld te onthullen.
Ik heb de 43 delen van mijn dagboek, waarin een verslag staat van al die gebeurtenissen en het aandeel dat ik daarin had, niet vernietigd maar heb die op eigen initiatief vrijwillig overgedragen aan de officeren van het Amerikaanse leger die mij kwamen arresteren.
Dr. SEIDL: Beklaagde, acht u zich schuldig aan het gepleegd hebben van misdaden die strijdig zijn met internationale verdragen of misdaden tegen de menselijkheid?
De PRESIDENT: Dat is een vraag die het Tribunaal moet beoordelen.
Dr. SEIDL: Dan zal ik de vraag achterwege laten.
Beklaagde, wat hebt u te zeggen op de beschuldigingen die in de Aanklacht tegen u zijn geüit?
FRANK: Op deze beschuldigingen kan ik alleen maar zeggen dat ik het aan het Tribunaal over laat, aan het einde van mijn proces over mijn mate van schuld te beslissen.
Sprekend vanuit het diepst van mijn hart en nadat ik de vijf maanden van dit proces heb meegemaakt, wil ik zeggen dat nu ik een volledig inzicht heb gekregen in alle afschuwelijke wreedheden die zijn gepleegd, ik vervuld ben van een diep gevoel van schuld.
Dr. SEIDL: Wat waren uw doelstellingen toen u de functie van Gouverneur-generaal overnam?
FRANK: Ik werd nergens over ingelicht. Ik heb hier pas, tijdens dit proces over de Sonderkommandos van de SS gehoord. In verband met en direct volgend op mijn benoeming werden er speciale volmachten aan Himmler gegeven en mijn gezag in veel essentiële zaken werd mij ontnomen. Een aantal Reichsämter regelde rechtstreeks kwesties als economie, sociaal beleid, valutabeleid, voedselverstrekking en daarom was alles wat ik kon doen mijzelf tot taak stellen om ervoor te zorrgen dat temidden van de chaos van deze oorlog enige regelmaat tot stand moest komen die de mensen in staat stelde in leven te blijven. Het werk dat ik daar deed kan daarom niet beoordeeld worden in het licht van het moment maar moet in zijn geheel worden beoordeeld en daar moeten we later op terug komen. Mijn doel was gerechtigheid te handhaven zonder de oorlogsinspanning te benadelen.
Dr. SEIDL: Beklaagde, stond de politie, en in het bijzonder de SIPO en de SD onder uw gezag in het Generaal-gouvernement?
FRANK: De HSSPF waren in principe ondergeschikt aan Reichsführer-SS Himmler. De SS viel niet onder mijn gezag en orders of instructies die ik wellicht zou hebben gegeven zouden niet zijn opgevolgd. Getuige Buhler zal tot in details op deze kwestie ingaan.
De algemene afspraak was dat de HSSPF formeel toegevoegd was aan mijn departement maar in werkelijkheid en vanwege zijn activiteiten was hij gewoon een agent van Reichsführer-SS Himmler. Deze gang van zaken was al in november 1939 aanleiding tot het indienen van mijn ontslag bij Adolf Hitler. Het was een gang van zaken die de dingen uiterst moeilijk maakte naar gelang de tijd verstreek. Ondanks al mijn pogingen de zaak onder controle te krijgen bleef het een slepende kwestie.
Een bestuur zonder politiemacht is machteloos en daar zijn vele bewijzen voor. De politieoffcieren stonden waar het discipline, organisatie betaling en bevelen betrof uitsluitend onder het Duitse Rijkspolitiestelsel en waren op geen enkele manier verbonden aan het bestuur van het Generaal-gouvernement. De ambtenaren van de SS en de politie vonden dus niet dat zij toegevoegd waren aan het bestuur van het Generaal-gouvernement in kwesties betreffende hun taken en ook werd het politierayon niet “Politierayon Generaal-gouvernement” genoemd. Bovendien noemde de HSSPF zich niet SS und Polizeiführer in het Generaal-gouvernement maar “Höhere SS und Polizeiführer Ost.”
Ik zal in deze fase echter niet op details ingaan.
Dr. SEIDL: Beklaagde, vielen de concentratiekampen in het Generaal-gouvernement onder uw gezag en had u iets te maken met het bestuur erover?
FRANK: Concentratiekampen waren uitsluitend een zaak voor de politie en hadden niets te maken met het bestuur. Leden van het burgerlijk bestuur was officieel verboden de kampen te betreden.
Dr. SEIDL: Bent u zelf ooit in een concentratiekamp geweest?
FRANK: In 1935 nam ik deel aan een bezoek aan het concentratiekamp Dachau dat voor de Gauleiter was georganiseerd. Dat was de enige keer dat ik in een concentratiekamp ben geweest.
Dr. SEIDL: Beklaagde, in 1942 werd bij decreet van de Führer een Staatssecretariaat voor Veiligheid in het Generaal-gouvernement in het leven geroepen. De datum is 7 mei 1942. Wat was de reden voor het instellen van dat Staatssecretariaat?
FRANK: De instelling van dit staatssecretariaat was een van de vele pogingen om het probleem van de politie in het Generaal-gouvernement op te lossen. Ik was er destijds zeer blij mee want ik dacht dat we nu een manier hadden gevonden om het probleem op te lossen. Ik ben er zeker van dat het zou hebben gewerkt als Himmler en Krüger zich aan het principe van dit decreet, samenwerken, hadden gehouden en niet tegen elkaar in hadden gewerkt. Maar al gauw bleek dat deze hernieuwde poging ook weer een verdoezeling was en de oude situatie bleef bestaan.
Dr. SEIDL: Op 3 juni 1942 werd er, op basis van dit Führerdecreet nog een decreet uitgegeven betreffende de overdracht van officiële zaken aan het Staatsecretariaat voor Veiligheid. Is dat waar?
FRANK: Dat neem ik aan, als u het document hebt. Ik kan me de bijzonderheden natuurlijk niet herinneren.
Dr. SEIDL: In dat geval zal ik getuige Bilfinger over deze kwestie ondervragen.
FRANK: Maar ik zou daar iets aan willen toevoegen. Waar hier wordt gesproken over de SS wordt er vanuit gegaan dat de SS en de politie één orgaan vormen. Het zou van mij niet juist zijn als ik dat misverstand niet recht zou zetten. Ik heb in de looop der jaren zoveel, eerlijke, zuivere en oprechte soldaten binnen de SS gekend, en in het bijzonder binnen de Waffen-SS en de polite, dat wanneer men hier het probleem beschouwd van de SS met betrekking tot het misdadige karakter van zijn activiteiten, men hetzelfde onderscheid kan maken als in het geval van alle andere sociale groeperingen. De SS als zodanig gedroeg zich niet meer misdadig dan andere sociale groeperingen zich zouden gedragen bij deelname aan politieke evenementen.. Het afschuwelijke was dat de verantwoordelijke chef en een aantal andere SS’ers die helaas grote macht hadden gekregen, in staat waren de loyale houding die zo kenmerkend is voor de Duitse soldaat te misbruiken.
Dr. SEIDL: Beklaagde, een andere vraag. In het besluit betreffende het instellen van het Staatssecretariaat voor Veiligheid wordt bepaald dat de Staatssecretaris – in dit geval de HSSPF – u om uw toestemming moet vragen voordat hij definitieve besluiten neemt. Gebeurde dat?
FRANK: Nee, mij werd nooit om mijn toestemming gevraagd en dat was de reden waarom al gauw mijn laatste poging een mislukking bleek te zijn.
Dr. SEIDL: Volgden de HSSPF en SS-Obergruppenführer Krüger in het bijzonder de bevelen op die u hen gaf?
FRANK: Wilt u de vraag alstublieft herhalen? Hij kwam niet al te goed door. En alstublieft Dr. Seidl, wilt u niet zo luid spreken?
Dr. SEIDL: Volgden de HSSPF en SS-Obergruppenführer Krüger, die tegelijk Staatssecreataris voor Veiligheid was, de bevelen op die u hen gaf in uw hoedanigheid van Gouverneur-generaal?
FRANK: Nog geen enkel bevel. Op grond van dit nieuwe decreet gaf ik regelmatig orders. Deze orders werden wellicht doorgegeven aan Heinrich Himmler en omdat zijn toestemming noodzakelijk was, werden die orders nooit uitgevoerd. Sommige bijzondere gevallen kunnen worden bevestigd door Staatssecretaris Buhler als hij hier komt getuigen.
Dr. SEIDL: Vroeg de Reichsführer-SS en Chef van de Duitse politie ooit uw toestemming voordat hij veiligheidsmaatregelen in het Generaal-gouvernement nam?
FRANK: In geen enkel geval.
Dr. SEIDL: De Aanklager heeft een document ingediend, L-37 als bewijsstuk USA-506. Het is een brief van de commandant van de SIPO en SD in het district Radom, gericht aan het filiaal in Tomassov. Dit document bevat het volgende: “Op 28 juni 1944 gaf de Höhere SS und Polizeiführer Ost het volgende bevel:
“De veiligheidstoestand in het Generaal-gouvernement is de afgelopen maanden zo verslechterd dat de meest radicale methoden en de strengste maatregelen moeten worden toegepast tegen deze moordenaars en saboteurs. De Reichsführer-SS heeft in overleg met de Gouverneur-generaal bevolen dat in ieder geval van moord of geprobeerde moord op Duitsers niet alleen de daders moeten worden geëxecuteerd wanneer ze worden gepakt, maar dat bovendien al hun mannelijke bloedverwanten ook moeten worden geëxecuteerd en hun vrouwelijke bloedverwanten ouder dan 16 jaar naar een concentratiekamp gestuurd moeten worden.”
FRANK: Zoals ik heb gezegd,ik werd nooit door Reichsführer-SS Himmler benaderd om mijn toestemming voor dergelijke orders te geven, uw vraag is dus al beantwoord. In dit geval werd mij ook niets gevraagd.
Dr. SEIDL: Beklaagde, werd u tenminste geïnformeerd over dergelijke orders van de Reichsführer-SS Himmler of de HSSPF Ost voordat ze werden uitgevoerd?
FRANK: De reden waarom dit niet werd gedaan was altijd dezelfde. Mij werd dit verteld; omdat Polen niet alleen in het Generaal-gouvernement woonden maar ook in die gebieden die bij het Reich waren ingelijfd moest de strijd tegen de Poolse verzetsbeweging gevoerd worden onder éénhoofdige leiding vanuit een centraal bureau en dat centrale bureau was Himmler.
Dr. SEIDL: Beklaagde, hoever ging uw gezag binnen het algemene bestuur?
FRANK: Ik denk dat het de procedure zou bespoedigen wanneer getuige Bühler zou kunnen getuigen over deze details. Als het Tribunaal dat wenst zal ik de vraag nu beantwoorden. In het algemeen hield ik mij bezig met het opzetten van de gebruikelijke bestuursafdelingen zoals voeding, cultuur, financiën, wetenschap en zo.
Dr. SEIDL: Waren er vertegenwoordigers van de Poolse en Oekraïnse bevolking in het Generaal-gouvernement?
FRANK: Ja, de vertegenwoordiging van de Poolse en Oekraïnse bevolking was op regionale basis en ik bracht de leiders van de vertegenwoordigers uit de diverse districten samen in de zogenaamde subcommissies. Er was een Poolse en een Oekraïnse subcommissie. Graaf Ronikie was een aantal jaren hoofd van de Poolse subcommissie en professor Kubiowicz stond aan het hoofd van de Oekraïnse subcommissie. Ik legde al mijn departementen de verplichting op contact op te nemen met deze subcommmissies over kwesties van algemene aard en dat deden zij ook. Ikzelf stond voortdurend met beide in contact. Klachten werden daar aan mij gemeld en we voerden open discussies. Mijn klachten en memoranda aan de Führer waren grotendeels gebaseerd op de rapporten van deze subsommisssies.
Een tweede manier waarop de bevolking deelnam aan het bestuur van het Generaal-gouvernement was door middel van de laagste bestuurlijke eenheden die via het Generaal-gouvernement in handen van de bevolking waren. Elke tien of twintig dorpen hadden als hoofd een zogenaamde Wojt. Dit Poolse woord Wojt is het zelfde als het Duitse Vogt (= bestuurder, Vert.). Hij was om zo te zeggen de laagste bestuurlijke eenheid.
Een derde vorm van deelname door de bevolking was de inzet van ongeveer 280.000 Polen en Oekraïners als ambtenaar in de openbare diensten van het Generaal-gouvernement waaronder de posterijen en de spoorwegen.
Dr. SEIDL: Wat was de getalsverhouding tussen Duitse ambtenaren en Poolse en Oekraïnse ambtenaren?
FRANK: De verhouding wisselde. Het aantal Duitse ambtenaren was erg klein. Er waren momenten waarop in het hele Generaal-gouvernement , een gebied van 150.000 km2 – half zo groot als Italië – er niet meer dan 40.000 Duitse ambtenaren waren. Dat betekende dat er op iedere Duitse ambtenaar gemiddeld tenminste zes niet-Duitse ambtenaren en werknemers waren.
Dr. SEIDL: Over welke gebieden voerde u als Gouverneur-generaal het bestuur?
FRANK: Polen, dat door Duitsland en de Sovjet Unie gezamenelijk was veroverd was in eerste instantie opgedeeld tussen Duitsland en de Sovjet Unie. Van de 380.000 km2, ongeveer de grootte van de Poolse staat, ging ongeveer 200.000 km2 naar de Sovjet Unie en ongeveer 170.000 tot 180.000 km2 naar het Duitse Reich. Vraagt u mij alstublieft niet naar de juiste cijfers; dat was ongeveer de verhouding.
Het gedeelte van Polen dat in de Sovjet Unie werd opgenomen werd direct behandeld als een integraal deel van de Sovjet Unie. De grenspalen in het oostelijk deel van het Generaal-gouvernement waren vanaf 1939 de gebruikelijke Rijksgrenspalen met de Sovjet Unie. Het gedeelte dat aan Duitsland was toegewezen werd als volgt verdeeld: 90.000 km2 werden aan het Generaal-gouvernement gelaten en de rest werd ingelijfd bij het Duitse Reich.
De PRESIDENT: Ik meen dat beklaagde er niet van beschuldigd wordt dat zijn burgerlijke bestuur slecht was. De aanklacht luidt dat er misdaden zijn gepleegd en de bijzonderheden van het bestuur tussen het Generaal-gouvernement en het departement in het Reich staan hier niet echt ter discussie.
Dr. SEIDL: De reden, Meneer de President, waarom ik deze vraag stelde was om de moeilijkheden aan te tonen waarmee het bestuur direct vanaf het begin in dit gebied te maken had, want een gebied dat eerst één economische eenheid vormde werd nu in drie delen opgedeeld.
(tot de beklaagde): Ik kom nu toe aan de volgende vraag: Hebt u ooit gijzelaars laten neerschieten?
FRANK: De feiten staan in mijn dagboek. Zelf heb ik nooit gijzelaars laten neerschieten.
Dr. SEIDL: Hebt u ooit deelgenomen aan het uitroeien van Joden?
FRANK: Ik zeg ja en de reden waarom ik ja zeg is omdat nu ik de afgelopen vijf maanden van dit proces heb meegemaakt en in het bijzonder na het aanhoren van de getuigenis van getuige Höss (Zie: Verhoor Höss), laat mijn geweten mij niet toe dat ik de verantwoordelijkheid uitsluitend afschuif op deze lagere mensen. Ik heb nooit een vernietigingskamp voor Joden opgezet of het bestaan van dergelijke kampen gesteund; maar wanneer Adolf Hitler persoonlijk zijn volk met die vreselijke verantwoordelijkheid heeft opgezadeld dan is dat ook mijn verantwoordelijkheid want we hebben jarenlang het Jodendom bestreden; we hebben ons uitgeleefd in de meest vreselijke uitspraken – mijn eigen dagboek is daarvan getuige. Daarom is het niet meer dan mijn plicht om in dit verband uw vraag met ja te beantwoorden. Duizend jaren zullen verstrijken en dan nog zal deze schuld van Duitsland niet zijn uitgewist.
Dr. SEIDL: Beklaagde, wat was uw beleid voor het recruteren van arbeiders voor het Reich toen u Gouverneur-generaal was?
FRANK: Wat zegt u?
Dr. SEIDL: Welk beleid volgde u voor het recruteren van arbeiders voor het Reich in uw hoedanigheid als Gouverneur-generaal?
FRANK: Dat beleid is vastgelegd in mijn decreten. Ik twijfel er niet aan of die worden door de Aanklager tegen mij gebruikt en denk dat ik tijd kan besparen door die vraag later, met toestemming van het Tribunaal te beantwoorden.
Dr. SEIDL: Beklaagde, gaf Hitler u instructies hoe u uw bestuur moest uitoefenen als Gouverneur-generaal?
FRANK: Gedurende de eerste tien minuten tijdens die ontvangst in zijn speciale trein gaf Hitler mij opdracht ervoor te zorgen dat dit gebied, dat grondig verwoest was – alle bruggen waren opgeblazen, de spoorwegen functioneerden niet langer en de bevolking verkeerde in een complete chaos – weer enigszins op orde gebracht moest worden en dat ik ervoor moest zorgen dat dit gebied een bijdrage zou kunnen leveren aan de verbetering van de uitzonderlijk slechte economische situatie en oorlogssituatie van het Duitse Reich.
Dr. SEIDL: Steunde Adolf Hitler u bij uw werk als Gouverneur-generaal?
FRANK: Al mijn klachten, alles wat ik aan hem rapporteerde werd helaas door hem in de prullenbak gegooid. Ik heb niet voor niets 14 keer mijn ontslag ingediend. Ik heb niet voor niets geprobeerd mij als officier bij mijn dappere troepen te voegen. In zijn hart had hij altijd iets tegen advocaten en dat was een van de ernstigste tekortkomingen van deze uitzonderlijke grote man. Hij wilde niet formeel de verantwoording aanvaarden en dat gold helaas ook voor zijn beleid, zoals ik nu heb ontdekt. Iedere advocaat was voor hem een storende factor die hem tegenwerkte. Ik kan daarom alleen maar zeggen dat hij door zijn onvoorwaardelijke steun aan de doelen van Himmler en Bormann, hij permanent iedere poging in gevaar bracht een regeringsvorm te vinden die de Duitse naam waardig was.
Dr. SEIDL: Welke departementen in het Reich gaven u instructie betreffende het bestuur over het Generaal-gouvernement?
FRANK: Om de behandeling te versnellen zou ik willen voorstellen dat getuige Buhler de hele lijst opnoemt.
Dr. SEIDL: Hebt u ooit kunstvoorwerpen gestolen?
FRANK: Een beschuldiging die mij zeer in mijn privéleven raakt is dat ik mij verrijkt zou hebben met de kunstschatten van het land dat aan mij werd toevertrouwd. Ik heb geen schilderijen verzameld en ik heb tijdens de oorlog geen tijd gevonden mij kunstschatten toe te eigenen. Ik heb ervoor gezorgd dat alle kunstschatten in het land dat aan mij was toevertrouwd officieel werden geregistreerd en heb dat officiële register laten opnemen in een document dat wijd verspreid werd en bovendien heb ik erop toegezien dat al die kunstschatten tot aan het einde in het land bleven. Ondanks dat werden er kunstschatten uit het Generaal-gouvernement weggehaald. Een deel werd weggehaald voordat mijn bestuur gevestigd was. De ervaring leert dat men pas kan spreken van verantwoordelijkheid voor een bestuur enige tijd nadat het in werking is getreden, namelijk wanneer dat bestuur vanaf de grond is opgebouwd. Ik ben er dus zeker van dat vanaf het uitbreken van de oorlog op 1 september 1939 tot aan dat moment, ongeveer eind 1939 in zeer grote mate kunstschatten werden gestolen hetzij als oorlogsbuit, hetzij onder een ander voorwendsel. Tijdens het registreren van die kunstschatten gaf Adolf Hitler bevel dat het Veit Stoss altaar uit de St. Mariakerk in Krakau weggehaald moest worden en naar het Reich overgebracht. Tot dat doel kwam in september 1939 Majoor Liebel met een groep SS’ers uit Neurenberg naar Krakau en haalde het altaar weg. Een derde voorbeeld was het weghalen uit Lvov van de etsen van Dürer door een speciale afgezant voordat mijn bestuur daar was gevestigd. In 1944, kort voor de ineenstorting werden er kunstschatten voor opslag naar het Reich overgebracht. In kasteel Seichau in Silezië bevond zich een verzameling kunstschatten die daar voor dit doel door professor Kneisl was heengebracht. Een laatste groep kunstschatten werd door mij persoonlijk aan de Amerikanen overgedragen.
Dr. SEIDL: Beklaagde, hebt u getto’s in het Generaal-gouvernement ingesteld, woonwijken voor Joden?
FRANK: Ik heb instructie gegeven voor het opzetten van Joodse wijken. Ik herinner me de datum niet. Wat betreft de redenen ervoor en de noodzaak, daarvoor zal ik de vragen van de Aanklager moeten beantwoorden.
Dr. SEIDL: Hebt u herkenningstekens voor de Joden ingevoerd?
FRANK: Ja.
Dr. SEIDL: Hebt u zelf dwangarbeid ingevoerd in het Generaal-gouvernement?
FRANK: Dwangarbeid en Arbeitsdienst werden door mij in een van mijn eerste decreten ingevoerd; maar het blijkt uit alle decreten en de bewoording duidelijk dat ik alleen een arbeidsdienst binnen het land in gedachten had voor het herstellen van de schade die door de oorlog was veroorzaakt en om werk te verrichten dat voor het land zelf noodzakelijk was, net zoals natuurlijk door de Arbeitsdienst in het Reich werd gedaan.
Dr. SEIDL: Hebt u, zoals door de Aanklager is beweerd, in het Generaal-gouvernement bibliotheken leeggeplunderd?
FRANK: Ik kan die vraag met een duidelijk nee beantwoorden. De grootste en meest waardevolle bibliotheek die we aantroffen, de Jagellon universiteitsbibliotheek in Krakau, die God zij dank niet werd verwoest, werd op mijn persoonlijk bevel naar een nieuw gebouw overgebracht en de hele collectie, inclusief de oudste documenten werden met uiterste zorg behandeld.
Dr. SEIDL: Beklaagde, hebt u als Gouverneur-generaal de universiteiten in het Generaal-gouvernement gesloten?
FRANK: De universiteiten in het Generaal-gouvernement waren van vanwege de oorlog gesloten toen wij aankwamen. Heropenen van de universiteiten werd op grond van een bevel van Adolf Hitler verboden. Ik voorzag in de behoeften van de Poolse en Oekraïnse bevolking door cursussen – die in feite op universitair niveau lagen - voor Poolse en Oekraïnse studenten in te voeren op een manier waarop de Rijksautoriteiten er geen bezwaar tegen konden maken. Het feit dat er dringend behoefte bestond aan universitair opgeleide eigen mensen, in het bijzonder doktoren, technici, juristen, leraren en dergelijke, vormde de beste garantie dat Polen en Oekraïners universitair onderwijs konden blijven volgen voor zover de oorlogsomstandigheden dat toelieten.
De PRESIDENT: Ik schors de zitting voor tien minuten.

Definitielijst

dictatuur
Staatsvorm waarbij de macht in een land in de handen is van één persoon, de dictator. Oorspronkelijk een Romeinse staatsvorm voor tijden van nood, waarbij de totale macht 6 maanden in de handen lag van één persoon om de crisis het hoofd te bieden.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Afbeeldingen

Hans Frank

Ochtendzitting 2

Dr. SEIDL: Beklaagde, we hadden het daarnet over de universiteiten. Hebt u zelf als Gouverneur-generaal de middelbare scholen gesloten?
FRANK: Mijn suggestie om de Gymnasia en de middelbare scholen te heropenen werd door Adolf Hitler geweigerd. We hielpen het probleem op te lossen door middelbare schoolopleidingen toe te staan in een groot aantal privéscholen.
Dr. SEIDL: Nu een principiële vraag. De Aanklager beschuldigt u van het leegplunderen van het land dat door u als Gouverneur-generaal werd bestuurd. Wat hebt u daarop te zeggen?
FRANK: Nou, met die beschuldiging wordt natuurlijk alles bedoeld wat er op economisch gebied in dat land gebeurde als gevolg van afspraken tussen het Duitse Reich en het Generaal-gouvernement. Allereerst zou ik willen benadrukken dat het Generaal-gouvernement moest beginnen met een balans die een uiterst slechte economische situatie liet zien. Het land had ongeveer 12 miljoen inwoners. Het gebied van het Generaal-gouvernement was het minst vruchtbare deel van het voormalige Polen. Bovendien was de grens met de Sovjet Unie, net als die met het Reich op een zodanige manier getrokken dat de meest essentiële elementen, onmisbaar voor de economie, er buiten lagen. De grenzen met de Sovjet Unie en het Duitse Reich werden onmiddellijk gesloten; dus moesten we direct vanaf het begin uit het niets iets maken.
Galicië, het belangrijkste gebied in de republiek Polen wat betreft de voedselvoorziening werd bij de Sovjet Unie gevoegd. De provincie Posen behoorde toe aan het Duitse Reich. De kolen- en industriegebieden van Opper-Silezië lagen binnen het Duitse Reich. De grens met Duitsland was op dusdanige manier getrokken dat de hoogovens in Czestochowa binnen het Generaal-gouvernement bleven maar de ijzerertsmijnen die tien kilometer van Czestochowa af lagen werden bij het Duitse Reich ingelijfd.
De stad Lodz, het textielcentrum van Polen, kwam binnen het Duitse Reich. De stad Warschau met een bevolking van enkele miljoenen werd een grensstad omdat de grens met Duitsland tot 15 kilometer van Warschau kwam en het gevolg was dat het hele agrarische achterland niet meer ter beschikking van de stad stond. Ik zou nog meer feiten kunnen noemen maar dat zou veel te ver voeren. Het eerst dat we moesten doen was de zaken op een of andere manier weer op gang krijgen. Gedurende de eerste weken kon de bevolking van Warschau alleen maar worden gevoed met behulp van Duits materiaal voor grootschalige voedselverstrekking. Het Duitse Reich stuurde destijds 600.000 ton graan, natuurlijk als een lening en dat betekende een grote last voor mij.
Ik begon de financiële economie met 20 mijloen zlotys die mij door het Reich waren verstrekt. We begonnen met een volledig geruïneerde economie als gevolg van de tijdens de oorlog veroorzaakte verwoestingen en tegen 1 januari 1944 hadden de spaartegoeden van de lokale bevolking een bedrag van 11.500 miljoen zlotys bereikt en we waren er tegen die tijd in geslaagd de voedselverstrekking aan de bevolking tot op zekere hoogte te verbeteren. Bovendien waren tegen die tijd de fabrieken en industriële centra herbouwd waaraan de Rijksautoriteiten een aanzienlijke bijdrage hadden geleverd; Reichsmarschall Göring en Minister Speer verdienen grote waardering voor de hulp die ze gaven bij de wederopbouw van de industrie in het land. Er waren meer dan twee miljoen volledig betaalde arbeiders ingezet; de oogst was toegenomen tot 1.6 miljoen ton per jaar; het jaarlijkse budget was van 20 miljoen zlotys in 1939 gestegen tot 1.700 miljoen zlotys. Dit is slechts een schets die ik hier geef om de algemene ontwikkeling te beschrijven.
Dr. SEIDL: Beklaagde, hebt u in uw hoedanigheid van Gouverneur-generaal de kerken en het geloof vervolgd in de gebieden die onder uw bestuur vielen?
FRANK: Ik stond in voortdurend persoonlijk contact met Aartsbisschop, nu Kardinaal Sapieha in Krakau. Hij vertelde mij over zijn problemen en zorgen en dat waren er niet weinig. Ikzelf moest de bisschop van Lublin uit de klauwen van de heer Globacznik bevrijden om zijn leven te redden.
Dr. SEIDL: U bedoelt SS-Gruppenführer Globocznik?
FRANK: Ja, die bedoel ik. Maar ik mag de situatie misschien samenvatten door de brief te citeren die Aartsbisschop Sapieha mij in 1942 stuurde waarin hij mij, om zijn eigen woorden te gebruiken, mij dankte voor mijn onvermoeibare pogingen om het leven van de Kerk te sparen. We herbouwden seminaries voor priesters; we onderzochten elk geval van arrestatie van een priester voor zover dat menselijk gesproken mogelijk was. Het tragische incident dat door de Aanklager is genoemd waarbij twee assistenten van Aartsbisschop Sapieha werden neergeschoten, heeft mij diep geraakt. Ik kan er niets meer over zeggen. De kerken waren open, de seminaries leidden priesters op en de priesters werden op geen enkele manier gehinderd bij de uitvoering van hun taken. Het klooster van Czestochowa stond onder mijn persoonlijke bescherming. Het klooster in Krakau van de Karmelieten, een religieuze orde, stond ook onder mijn persoonlijke bescherming. Er hingen grote aanplakbiljetten in het klooster die aangaven dat deze kloosters door mij persoonlijk werden beschermd.
Dr. SEIDL: Beklaagde, wanneer hoorde u voor het eerst over het concentratiekamp Maidanek?
FRANK: Ik hoorde de naam Maidanek voor het eerst in 1944 in de buitenlandse pers. Maar jarenlang waren er tegenstrijdige geruchten geweest over het kamp bij Lublin, of in het district Lublin, als ik mij op die algemene manier mag uitdrukken. Gouverneur Zorner vertelde mij eens, ik denk al in 1941 dat de SS van plan was een groot concentratiekamp bij Lublin te bouwen en grote hoeveelheden bouwmateriaal en dergelijke had aangevraagd. Destijds gaf ik staatssecretaris Buhler opdracht de zaak onmiddellijk te onderzoeken en mij werd verteld – ik kreeg ook een schriftelijk rapport van Reichsführer-SS Himmler – dat hij voor de Waffen-SS een groot kamp moest bouwen om kleding, schoenen en ondergoed te produceren in grote werkplaatsen van de SS. Dit kamp stond bekend onder de naam SS-Werke of iets dergelijks.
Nu moet ik zeggen dat ik in een positie verkeerde waarin ik inlichtingen kon krijgen terwijl de getuigen die tot nu toe hebben getuigd onder ede hebben verklaard dat er in de kringen rond de Führer niets bekend was over deze dingen. Wij daar buiten waren veel onafhankelijker en ik hoorde heel wat in vijandelijke radiouitzendingen en vijandelijke en neutrale kranten. In antwoord op mijn herhaalde vragen wat er gebeurde met de Joden die werden gedeporteerd werd mij altijd gezegd dat ze naar het oosten moesten worden afgevoerd, daar bijeen gebracht en aan het werk gezet. Maar de stank scheen door de muren heen te dringen en daarom volhardde ik in mijn onderzoek naar wat er gebeurde. Ik ontving eens een rapport dat er bij Belzec iets aan de hand was. Ik ging de volgende dag naar Belzec. Globocznik liet me een enorme greppel zien die hij liet aanleggen als bescherming en waar vele duizenden arbeiders, blijkbaar Joden aan werkten. Ik sprak met enkelen van hen, vroeg hen waar ze vandaan kwamen, hoe lang ze daar al waren en hij – Globocznik – vertelde mij: “Ze zijn nu hier aan het werk en als ze klaar zijn – ze komen uit het Reich of ergens uit Frankrijk – zullen ze verder naar het oosten worden gestuurd.” Ik deed in dat gebied verder geen onderzoek.
Het gerucht, dat de Joden werden omgebracht op de manier die nu aan de hele wereld bekend is, kon echter niet worden ontkracht. Toen ik de wens uitte de SS werkplaatsen bij Lublin te bezoeken om een idee te krijgen van de kwaliteit van het werk dat daar werd gedaan, kreeg ik te horen dat daarvoor speciale toestemming van Himmler was vereist.
Ik vroeg Heinrich Himmler om die speciale toestemming. Hij zei dat hij er bij mij op zou aandringen niet naar dat kamp te gaan. Weer ging enige tijd voorbij. Op 7 februari 1944 lukte het mij, door Hitler persoonlijk te worden ontvangen – ik zou eraan toe kunnen voegen dat hij mij gedurende de hele oorlog slechts drie keer ontving. In aanwezigheid van Bormann stelde ik hem de vraag: “Mein Führer, de geruchten over de uitroeiing van Joden laten zich niet sussen. Ze worden overal gehoord. Niemand wordt ook maar ergens toegelaten. Ik heb ooit een onaangekondigd bezoek gebracht aan Auschwitz om het kamp te zien maar mij werd verteld dat er een epidemie in het kamp heerste en mijn wagen werd omgeleid voordat ik er arriveerde. Zegt u mij, Mein Führer, is er iets van waar?” De Führer zei: “U kunt zich wel voorstellen dat er executies plaatsvinden – van opstandelingen. Afgezien daarvan weet ik van niets. Waarom praat u er niet over met Heinrich Himmler?” En ik zei: “Nou, Himmler hield een toespraak voor ons in Krakau en verklaarde tegenover alle mensen die ik officieel voor die bijeenkomst had uitgenodigd dat de geruchten over een stelselmatige uitroeiing van de Joden vals waren; de Joden werden alleen maar naar het oosten afgevoerd,” Daarop zei de Führer: “Dan moet u dat geloven.”
Toen ik in 1944 in de buitenlandse pers de eerste bijzonderheden hoorde over de dingen die gebeurden, was mijn eerste vraag aan SS-Obergruppenführer Koppe, die Krüger had vervangen. “Nu weten we het,” zei ik, “dat kunt u niet ontkennen.” En hij zei dat hem over al die zaken niets bekend was en dat het blijkbaar een zaak was direct tussen Heinrich Himmler en de kampleiding. “Maar,” zei ik, “ik heb al in 1941 over dergelijke plannen gehoord en erover gesproken. “ Toen zei hij dat dat mijn zaak was en hij kon zich er niet druk over maken.
Het Kamp Maidanek moet uitsluitend door de SS zijn bestuurd op de manier die ik heb genoemd en blijkbaar op dezelfde manier zoals verklaard door getuige Höss. Dat is de enige uitleg die ik kan geven.
Dr. SEIDL: Daarom wist u niets over de toestanden in Treblinka, Auschwitz en andere kampen? Behoorde Treblinka bij Maidanek of was dat een ander kamp?
FRANK: Dat weet ik niet; het leek op een apart kamp. Auschwitz lag niet binnen het gebied van het Generaal-gouvernement. Ik ben nooit in Maidanek geweest, niet in Treblinka en ook niet in Auschwitz.
Dr. SEIDL: Beklaagde, onder nummer USA-275 heeft de Aanklager een document gepresenteerd, een rapport van SS-Brigadeführer Jürgen Stroop over de verwoesting van het getto van Warschau. Voordat aan die actie werd begonnen, wist u daar iets over en hebt u dat rapport ooit gezien?
FRANK: Ik was verbaasd toen de Amerikaanse Hoofdaanklager in zijn openingspleidooi zei, terwijl hij hier dat document indiende met foto’s van de verwoesting van het getto van Warschau dat dat rapport aan mij was gericht. Maar dat is ondertussen opgelost. Het rapport is nooit voor mij opgesteld en is in die vorm ook nooit aan mij gestuurd. En de hemel zij dank dat in de laatste paar dagen het door diverse getuigen en in beëdigde verklaringen duidelijk is geworden dat de verwoesting van het getto van Warschau werd uitgevoerd op direct bevel van Himmler en achter de ruggen om van alle bevoegde autoriteiten binnen het Generaal-gouvernement. Wanneer tijdens onze bijeenkomsten ook maar iemand over dit getto sprak, werd er altijd gezegd dat er een opstand in het getto was uitgebroken die we met artillerie moesten neerslaan; rapporten die daarover werden geschreven leken mij nooit echt te zijn.
Dr. SEIDL: Welke maatregelen nam u om ervoor te zorgen dat de bevolking in het Generaal-gouvernement gevoed werd?
FRANK: Er werd een veelheid aan maatregelen getroffen om de landbouw weer op gang te krijgen, om machines te importeren, om boeren verbeterde teeltmethoden te leren, om coöperaties op te zetten, om zaad op de gebruikelijke manier te verdelen.
Dr. SEIDL: Getuige Buhler zal het daar later over hebben.
FRANK: Bovendien hielp het Reich zeer veel in dat opzicht. Het Reich stuurde zaden tot een waarde van enkele miljoenen Mark, landbouwexperts, fokvee, machines en dergelijke.
Dr. SEIDL: Beklaagde, u hebt ons verteld wat u hebt gedaan voor het welzijn van de bevolking in het Generaal-gouvernement. De Aanklager heeft echter een aantal uitspraken die hij in uw eigen dagboek vond die dat schijnen tegen te spreken tegen u gebruikt. Hoe verklaart u die tegenstelling?
FRANK: Men moet het dagboek in zijn geheel bezien. U kunt geen 43 delen doorlezen, er losse zinnen uithalen en die uit hun verband halen. Ik zou hier willen zeggen dat ik geen afzonderlijke zinnen wil gaan betwisten. Het was een ruige en stormachtige periode met hoog oplopende spanningen en wanneer een heel land in brand staat en er een strijd op leven en dood wordt gevoerd, kunnen dat soort termen gemakkelijk worden gebruikt.
Dr. SEIDL: Beklaagde .....
FRANK: Sommige termen zijn afschuwelijk. Ik moet toegeven dat ik zelf geschokt was over veel van de termen die ik heb gebruikt.
Dr. SEIDL: Beklaagde, onder nummer USA-297 heeft de Aanklager een document ingediend dat handelt over een conferentie die u blijkbaar had in 1939 of 1940 met de Chef van de Verwaltung Ober-Ost. Ik zal het document aan u laten overhandigen en u vragen of het verslag van die man, zoals het in dat document staat, overeen komt met wat u hebt gezegd. Het staat op pagina 1, onderaan, de tweede alinea.
FRANK: Dat is een korte samenvatting van een toespraak die wellicht in een rede ....
De PRESIDENT: Wat is het PS nummer?
Dr. SEIDL: Dr. Frank, wat is het nummer?
FRANK: 297, denk ik.
Dr. SEIDL: Nee, op de omslag graag.
FRANK: Op de omslag staat 344. Ik zal u het document teruggeven. Wilt u mij alstublieft naar afzonderlijke zinnen vragen. Het is mij onmogelijk de hele inhoud te lezen.
Dr. SEIDL: Het nummer is 297, Meneer de President.
De PRESIDENT: Ja, het is USA-297. Het is EC-344,(16) en (17), is dat juist?
Dr. SEIDL: Ja.
(tot de beklaagde): Er staat hier dat gedurende het eerste gesprek dat het hoofd van de centrale afdeling had met Reichsminister Dr. Frank op 3 oktober 19389 in Posen, laatstgenoemde de taak uiteenzette die hem door de Führer was opgedragen en de economisch-politieke principes waarop hij het bestuur over Polen dacht te baseren. Dit kon alleen maar worden gedaan door een meedogenloze uitbuiting van het land. Daarom zou het nodig zijn arbeidskrachten te ronselen voor inzet in het Reich et cetera. Ik heb het samengevat, Meneer de President.
FRANK: Ik weet zeker dat die uitlatingen niet zijn gedaan op de manier zoals hier staat.
Dr. SEIDL: Maar u wilt niet zeggen dat u nooit met die man hebt gesproken?
FRANK: Daar kan ik me niets van herinneren.
Dr. SEIDL: Dan kom ik aan de volgende vraag.
FRANK: Bovendien, wat er feitelijk gebeurde lijkt me veel belangrijker dan wat er destijds is gezegd.
Dr. SEIDL: Is het juist dat uw acties als Gouverneur-generaal en ongetwijfeld vele excessen door de politie en de SD het gevolg waren van guerilla activiteiten?
FRANK: Guerilla activiteiten? Men kan zeggen dat het de verzetsbeweging was, die al vanaf de eerste dag actief was en gesteund werd door onze vijanden, die het grootste probleem vormde waarmee ik in al die jaren te maken had. Want deze verzetsbeweging verschafte de politie en de SD voortdurend voorwendsels en excuses voor al die maatregelen die vanuit het oogpunt van een geordend bestuur zeer betreurenswaardig waren. De verzetsbeweging – ik noem het geen guerilla activiteit, want wanneer een volk tijdens een oorlog wordt verslagen en een actieve verzetsbeweging vormt, is dat iets dat zeker moet worden gerespecteerd – de methoden van de verzetsbeweging gingen ver over de grenzen van een heldhaftige opstand. Duitse vrouwen en kinderen werden onder de meest afschuwelijke omstandigheden afgeslacht, Duitse ambtenaren werden geliquideerd, men liet treinen ontsporen, veestapels werden uitgeroeid en alle maatregelen die werden getroffen om het land er bovenop te helpen werden systematisch ondermijnd.
En het is tegen de achtergrond van deze incidenten die zich dagelijks en onophoudelijk afspeelden gedurende bijna de hele periode van mijn bewind, dat de gebeurtenissen in dit land moeten worden bezien. Dat is alles wat ik daarop te zeggen heb.
Dr. SEIDL: Beklaagde, in 1944 brak er in Warschau een opstand uit onder leiding van Generaal Bor. Welke rol speelde het bestuur van het Generaal-gouvernement daarin en welk aandeel had u in het neerslaan van die opstand?
FRANK: Die opstand brak uit toen het leger van de Sovjets tot op de oostelijke oever van de Vistula, op 30 kilometer van Warschau was opgerukt. Het was een soort gecombineerde operatie en naar het mij lijkt, ook een nationale Poolse actie, omdat de Polen op het laatste moment hun hoofdstad zelf wilden bevrijden en dat niet aan de Sovjets te danken wilden hebben. Ze dachten er waarschijnlijk aan hoe in Parijs de verzetsbeweging op het laatste moment, nog voordat de Geallieerden aankwamen, de stad hadden bevrijd.
De operatie was een zuiver militaire. Als hoogste commandant van de Duitse troepen die werden ingezet om de opstand neer te slaan werd meen ik SS Generaal Von dem Bach-Zalewski benoemd. Het burgerlijk bestuur had daarom geen enkel aandeel in de gevechten. De rol die het burgerlijk bestuur speelde begon pas na de capitulatie van Generaal Bor, toen de meest wrede bevelen voor wraakneming uit het Reich kwamen.
Op een dag kwam er een brief op mijn bureau waarin Hitler de deportatie naar Duitse concentratiekampen eiste van de hele bevolking van Warschau. Het kostte drie weken van strijd, waaruit ik zegevierend te voorschijn kwam om die krankzinnige daad te voorkomen en de gevluchte bevolking van Warschau, die met de opstand niets te maken had, te verdelen over het Generaal-gouvernement.
Tijdens die opstand werd de stad Warschau helaas zeer zwaar beschadigd. Alles wat jaren had gekost om te herbouwen brandde in een paar weken af. Staatssecretaris Buhler zal, om tijd te besparen wellicht beter in staat zijn meer bijzonderhden te geven.
Dr. SEIDL: Beklaagde, u wordt er ook van beschuldigd het culturele leven van de bevolking in het Generaal-gouvernement te hebben onderdrukt, zeker waar het betreft de theaters, radiouitzendingen, film. Wat hebt u daarop te zeggen?
FRANK: Het Generaal-gouvernement toonde hetzelfde beeld als ieder ander bezet land. We hoeven niet ver buiten deze rechtszaal te kijken om te zien hoe het culturele leven er in een bezet land uitziet. We hadden radiouitzendingen in het Pools onder Duits toezicht. We hadden een Poolse pers die onder Duitse controle stond en we hadden een Pools schoolstelsel, lagere en middelbare scholen, waarin tegen het einde 80.000 leraren les gaven in dienst van het Generaal-gouvernement. Voor zover het mogelijk was werden Poolse theaters in de grote steden heropend en waar Duitse theaters werden geopend zorgden we ervoor dat er op hetzelfde moment ook een Pools theater was.
Na het uitroepen van de zogenaamde “totaler Krieg” in augustus 1944 ontstond de idiote situatie dat het Duitse theater in Krakau werd gesloten omdat destijds alle Duitse theaters werden gesloten, terwijl de Poolse theaters gewoon open bleven.
Zelf heb ik componisten en muzikanten uitgekozen uit een groep van de meest bekende musici die ik in 1939 in Polen aantrof en heb daarmee het Philharmonisch Orkest van het Generaal-gouvernement gevormd. Dat bleef tot het einde toe bestaan en speelde een belangrijke rol in het Poolse culturele leven. Ik opende een Chopinmuseum in Krakau en verzamelde uit heel Europa spullen van Chopin. Ik geloof dat het over dit onderwerp wel genoeg is.
Dr. SEIDL: Beklaagde, u ontkent dus dat u maatregelen hebt getroffen die tot doel hadden de Poolse en Oekraïnse cultuur uit te roeien?
FRANK: Cultuur kan niet worden uitgeroeid. Iedere maatregel die met dat doel wordt genomen zou complete onzin zijn.
Dr. SEIDL: Is het juist dat u alles deed wat in uw macht lag om epidemiën te voorkomen en de gezondheid van de bevolking te verbeteren?
FRANK: Staatssecretaris Buhler kan dat tot in bijzonderheden bevestigen. Ik kan zeggen dat er alles werd gedaan wat menselijk mogelijk is.
Dr. SEIDL: Beklaagde, de Aanklager heeft onder nummer USSR-223 een uittreksel uit uw dagboek ingediend dat gaat over het verslag van een bijeenkomst met de politie op 30 mei 1940 en op pagina 33 tot 38 staat het volgende .....
FRANK: (onderbreekt hem.) Tenzij het Hof daar opdracht voor geeft is het niet nodig dat voor te lezen.
Dr. SEIDL: Nee, ik wil slechts een zin voorlezen betreffende de professoren uit Krakau. Blijkbaar zei u, als het dagboek juist is ....
FRANK: (Onderbreekt hem) Mag ik meteen iets zeggen over de professoren uit Krakau?
Dr. SEIDL: Ja.
FRANK: Op 7 november 1939 kwam ik naar Krakau. Op 5 november, voor mijn aankomst hadden de SS en de politie de professoren bijeen geroepen voor een vergadering zoals ik later ontdekte. Daarop arresteerden ze de mannen, waaronder waardige oude professoren en brachten die over naar een of ander concentratiekamp. Ik denk dat het Oranienburg was. Ik vond dat rapport toen ik aankwam en in tegenstelling tot alles wat in mijn dagboek te vinden is wil ik hier onder ede benadrukken dat ik in maart 1940 mijn pogingen niet opgaf om elke professor die ik kon bereiken weer vrij te krijgen. Dat is alles wat ik hierover heb te zeggen.
Dr. SEIDL: De zelfde bijeenkomst van 30 mei 1940 ging ook over de zogeheten AB Aktion, anders gezegd de Aussergewöhnliche Befreiungsaktion. Voordat ik u de vraag stel die hierop betrekking heeft zou ik u twee notities uit uw dagboek willem voorlezen. De ene is gedateerd 16 mei 1940 en hier stelt u, na de buitengewone spanningen te hebben beschreven die toen heersten, dat er allereerst een actie voor pacificatie zou moeten worden gestart en dan zegt u:
“Iedere willekeurige actie moet worden voorkomen; in alle gevallen moet het gezag van de Führer en dat van het Reich op de voorgrond blijven.” – ik sla een paar zinnen over en citeer het einde: “De actie staat gepland voor 15 juni.”
Op 12 juli vond er een vergadering plaats met Ministerialrat Wille, hoofd van het departement van Justitie en daar zei u in uw eigen woorden:
“Betreffende de vraag wat er moet gebeuren met de politieke criminelen die tijdens de AB Aktion zijn gearresteerd zal er overleg worden gevoerd met staatssecretaris Buhler, Obergruppenführer Krüger, Brigadeführer Streckenbach en Ministerialrat Wille.” Einde citaat.
Wat gebeurde er precies tijdens die AB Aktion?
FRANK: Ik kan niet meer of minder zeggen dan wat er in het dagboek staat. De situatie was uitermate gespannen. Maand na maand nam het aantal moorden toe. De aanmoedigingen en de steun die door de rest van de wereld aan de verzetsbeweging werden gegeven om al onze pogingen vrede in het land te brengen te ondermijnen waren tot in alarmerend hoge mate geslaagd en dat leidde tot deze algemene actie van pacificatie, niet alleen in het Generaal-gouvernement zelf maar ook in andere gebieden en die meen ik door de Führer zelf werd bevolen.
Mijn inspanningen waren gericht op omvang en methode en daarin ben ik geslaagd. Bovendien zou ik erop willen wijzen dat ik duidelijk maakte dat ik van plan was in elk afzonderlijk geval het recht op gratie toe te passen; tot dat doel wilde ik dat de doodvonnissen van de politie en de SS werden voorgelegd aan een commissie die ik in dat verband had ingesteld. Ik meen dat dat ook uit mijn dagboek kan worden opgemaakt.
Dr. SEIDL: Waarschijnlijk weet getuige Buhler hier iets van.
FRANK: Niettemin zou ik willen zeggen dat de destijds toegepaste methode een enorme blunder was.
Dr. SEIDL: Beklaagde, hebt u ooit het principe van Sippenhaft (verantwoordelijkheid van verwanten, Vert.) erkend, dat door de SD en de SS is ingevoerd?
FRANK: Nee, in tegendeel. Toen ik er de eerste rapporten over ontving beklaagde ik mij schriftelijk bij Reichsminister Lammers over deze vreemde ontwikkeling van de wet.
Dr. SEIDL: De eerste HSSPF Ost was Obergruppenführer Krüger. Wanneer werd die SS leider terug geroepen en hoe kwam dat?
FRANK: De betrekkingen tussen hem en mij werden totaal onmogelijk. Hij wilde een vreemd soort regime van politie en SS en die toestand kon maar op een manier worden opgelost – of hij moest weg of ik. Ik meen dat op het laatste moment door tussenkomst van Kaltenbrunner, als ik me goed herinner en van Von dem Bach-Zalewski, deze opmerkelijke man werd ontslagen.
Dr. SEIDL: De Aanklager heeft eens gezegd dat het meer een persoonlijke machtsstrijd was. Maar is het juister om te zeggen dat er verschillen van mening bestonden over principiële kwesties?
FRANK: Natuurlijk was het een machtsstrijd. Ik wilde een gezag vestigen in de zin van mijn memoranda aan de Führer en daarom moest ik de macht van het geweld bestrijden en hier liepen persoonlijke opvattingen sterk uiteen.
Dr. SEIDL: De opvolger van SS-Obergruppenführer Krüger was SS-Obergruppenführer Koppe. Was zijn principiële houding anders?
FRANK: Ja die indruk had ik en ik denk in het bijzonder aan hem wanneer ik zeg dat er zelfs binnen de SS veel beschaafde mensen waren die ook het gevoel hadden van wat juist was.
Dr. SEIDL: Was er Poolse en Oekraïnse politie in het Generaal-gouvernement?
FRANK: Ja, er was 25.000 man van de Poolse veiligheidspolitie, recherche en geüniformeerde politie en ongeveer 5.000 man Oekraïnse politie. Die stonden ook onder de Duitse Chef van politie.
Dr. SEIDL: Beklaagde, ik kom nu toe aan een van de belangrijkste vragen. In 1942 hield u in Berlijn, Wenen, Heidelberg en München toespraken voor een groot publiek. Wat was het doel van deze toespraken en wat waren de gevolgen voor u?
FRANK: U kunt de toespraken nalezen: het was de laatste poging die ik deed om Hitler door middel van de enorme response van het Duitse volk de waarheid onder ogen te brengen dat het recht van de wet onsterfelijk is. Ik stelde destijds dat een Reich zonder wetten en zonder menselijkheid niet lang kon bestaan en meer van dat soort opmerkingen. Nadat ik enkele dagen lang in München onder politie toezicht had gestaan werd ik uit al mijn partijfuncties gezet. Omdat dit een kwestie was van Duitse binnenlandse politiek onder de onafhankelijkheid van het Duitse Reich, zal ik hier afzien van het afleggen van verdere verklaringen.
Dr. SEIDL: Is het juist dat u hierna uw ontslag indiende? En wat was de reactie?
FRANK: Ik bevond mij om zo te zeggen in een voortdurende staat van ontslag indienen en ik kreeg altijd hetzelfde antwoord: dat ik om redenen die verband hielden met het buitenlands beleid niet kon worden ontslagen.
Dr. SEIDL: Oorspronkelijk was ik van plan u uit uw dagboek enkele citaten voor te lezen die de Aanklager heeft ingediend maar gezien het feit dat de Aanklager dat wellicht doet in de loop van zijn verhoor zal ik er, om tijd te besparen, van af zien.
Ik heb geen vragen meer voor beklaagde.
De PRESIDENT: Wenst een van de andere raadslieden voor de Verdediging vragen te stellen? Wenst de Aanklager een verhoor af te nemen?

AUDITEUR-MILITAIR L.N. SMIRNOV (Assisitent Aanklager namens de U.S.S.R.): Beklaagde, Ik zou willen weten wat uw juridische status precies was en wat precies de positie was die u bezette binnen het stelsel van de fascistische staat. Geeft u hier alstublieft antwoord op: Wanneer werd u benoemd op de post van Gouverneur van bezet Polen? Aan wie was u direct verantwoording schuldig?
FRANK: De datum is 26 oktober 1939. Tenminste, op die dag werd het decreet betreffende de Gouverneur-generaal van kracht.
Mr. SMIRNOV: U zult zich herinneren dat u volgens een bevel van Hitler van 12 oktober 1939 direct aan hem ondergeschikt was, niet waar?
FRANK: Ik heb het eerste deel niet verstaan. Wat was dat?
Mr. SMIRNOV: Herinnert u zich het bevel van Hitler betreffende uw benoeming tot Gouverneur-generaal van Polen? Dit bevel was gedateerd 12 oktober 1939.
FRANK: Dat was op geen enkele manier geldig want het decreet trad op 26 oktober 1939 in werking en u kunt het vinden in het Reichsgesetzblatt. Daarvoor was ik hoofd Administratie onder de militaire commandant Von Rundstedt. Dat heb ik al uitgelegd.
Mr. SMIRNOV: Op grond van dit bevel van Hitler was u direct ondergeschikt aan hem. Herinnert u zich dat? Artikel 3, lid 1 van deze order.
FRANK: De hoofden van administratie in de bezette gebieden stonden allemaal direct onder de Führer. Ik mag als toevoeging zeggen dat Artikel 3 luidt: “De Gouverneur-generaal is direct aan mij ondergeschikt.”
Maar artikel 9 van dit bevel luidt: “Dit besluit wordt van kracht zogauw ik de opperbevelhebber van het leger van de taak heb ontheven het militaire bestuur uit te oefenen. En dit ontheffen, anders gezegd het van kracht worden van dit decreet was op 26 oktober.
Mr. SMIRNOV: Ik ben het helemaal met u eens en we hebben gegevens daarover in het boek dat u zich duidelijk herinnert. Het is boek 5. U herinnert zich dit boek van het Generaal-gouvernement?
FRANK: Dat staat natuurlijk in het besluit.
Mr. SMIRNOV: Goed dan, toen dit bevel van kracht werd, aan wie was u direct ondergeschikt?
FRANK: Wat moet ik hier lezen? Er staan hier een aantal notities. Wat wilt u? Waarop wilt u dat ik antwoord geef?
Mr. SMIRNOV: Er staat dat dit bevel op 26 oktober van kracht werd. Toen dit bevel ook werkelijk in werking trad, aan wie was u ondergeschikt? Werd er door Hitler wel of geen verdere order uitgegeven?
FRANK: Er is maar een principebesluit over de Gouverneur-generaal. Dat is dit.
Mr. SMIRNOV: Helemaal juist. Er waren verder geen instructies?
FRANK: Ja, diverse; bijvoorbeeld …
Mr. SMIRNOV: Dat begrijp ik maar er was geen verder besluit dat de wijze van bestuur bepaalde, niet waar?
FRANK: Mag ik zeggen dat u het het beste kunt vinden op pagina A-100 in uw boek en daar staat het letterlijke decreet van de Führer.
Mr. SMIRNOV: Helemaal juist.
FRANK: En er staat ook in Artikel 9: “Dit decreet zal in werking treden ….. “ en zovoorts en die datum was 26 oktober.
Mr. SMIRNOV: Ja, dat is helemaal juist. Dat betekent dat u na 26 oktober, als Gouverneur-generaal van bezet Polen direct ondergeschikt was aan Hitler?
FRANK: Ja.
Mr. SMIRNOV: Dan kunt u zich misschien herinneren wanneer en door wie u de uitvoering in bezet Polen van het Vierjarenplan werd toevertrouwd?
FRANK: Door Göring.
Mr. SMIRNOV: Dat betekent dat u Göring’s gevolmachtigde was voor de uitvoering van het Vierjarenplan in Polen, niet waar?
FRANK: Het verhaal van die missie is snel verteld. De activiteiten van diverse gevolmachtigde van het Vierjarenplan in het Generaal-gouvernement waren zodanig dat ik me daar ernstige zorgen over maakte. Daarom benaderde ik de Reichsmarschall en vroeg hem mij te benoemen als vertrouwenspersoon voor het Vierjarenplan. Dat was later – in januari ….
Mr. SMIRNOV: Nee, het was in december.
FRANK: Ja, het was later volgens dit decreet.
Mr. SMIRNOV: Dat betekent dat u vanaf 1939 Göring’s gevolmachtigde voor het Vierjarenplan was?
FRANK: Göring’s? Ik was gevolmachtigde voor het Vierjarenplan.
Mr. SMIRNOV: Nu kunt u zich misschien herinneren dat in oktober 1939 het eerste decreet betreffende de organisatie van het bestuur van het Generaal-gouvernement werd uitgevaardigd?
FRANK: Ja, dat is hier, niet waar?
Mr. SMIRNOV: Misschien herinnert u zich Artikel 3 van dat besluit?
FRANK: Ja.
Mr. SMIRNOV: Er staat: “Het werkterrein van de Staatssecretaris voor Veiligheid zal door de Gouverneur-generaal worden bepaald in overleg met de Reichsführer-SS en”- dit is de passage die mij interesseert – “de Chef van de Duitse politie.”
Valt dat niet samen met Artikel 3 in zoverre dat u vanaf de eerste dag van uw benoeming tot Gouverneur-generaal de controle over de politie en de SS op u nam en dus ook de verantwoordelijkheid voor hun acties?
FRANK: Nee, ik beantwoord die vraag beslist met nee maar ik zou een uitleg willen geven ….
Mr. SMIRNOV: Wat mij interesseert beklaagde, is hoe dat anders moet worden uitgelegd?
De PRESIDENT: Laat hem zijn uitleg geven. Beklaagde, u kunt uw uitleg geven.
FRANK: Ik wil een heel korte uitleg geven. Er bestaat een oud juridisch principe dat luidt dat niemand meer rechten aan een ander kan overdragen dan hijzelf bezit. Wat ik hier heb gezegd was het ideaal wat ik voor ogen had en hoe het had moeten zijn.
Iedereen moet toegeven dat het logisch en gebruikelijk is dat de politie ondergeschikt is aan het hoofd van het bestuur. De Führer, die dit alleen had kunnen beslissen, stelde dat decreet niet op. Ik had niet de macht noch het gezag om dit decreet dat ik zou zorgvuldig had geformuleerd, van kracht te laten worden.
Mr. SMIRNOV: Dan begrijp ik dus dat u zegt dat dit Artikel 3 een ideaal was dat u nastreefde maar dat u nooit kon bereiken?
FRANK: Neemt u mij niet kwalijk maar ik heb die vraag niet begrepen. Iets langzamer graag en kan de Duitse vertaling ook iets langzamer?
Mr. SMIRNOV: Moet ik de vraag herhalen?
De PRESIDENT: Ja.
Mr. SMIRNOV: Ik stelde u een vraag; betekent dit dat de uitlating als volgt uitgelegd kan worden: Artikel 3 van dit besluit was een ideaal dat u hardnekking nastreefde, dat u openlijk voorstond maar dat u nooit kon bereiken? Zou dat juist zijn?
FRANK: Dat ik niet kon bereiken; en dat volgt uit het feit dat het later nodig werd gevonden een speciale Staatssecretaris voor Veiligheid te benoemen als een laatste poging een uitweg uit de moeilijkheden te vinden.
Mr. SMIRNOV: Misschien herinnert u zich dat er in april 1942 speciale onderhandelingen plaatsvonden tussen u en Himmler. Werden deze onderhandelingen in april 1942 gehouden?
FRANK: Ja, zeker. Ik weet niet waarop u uw vraag baseert. Ik kan u zo uit het hoofd de datum niet noemen maar ik streefde er altijd naar ….
Mr. SMIRNOV: Ter bevestiging van deze feiten kan ik uw dagboek gebruiken. Misschien herinnert u zich dat er als gevolg van deze onderhandelingen een overeenstemming werd bereikt tussen u en Himmler.
FRANK: Ja, er werd overeenstemming bereikt.
Mr. SMIRNOV: Om uw geheugen over dit onderwerp op te frissen zal ik verzoeken of het desbetreffende deel van uw dagboek aan u kan worden overhandigd, zodat u de tekst voor u hebt.
FRANK: Ja, ik ben zo ver.
Mr. SMIRNOV: Ik zou u willen verwijzen naar alinea 2 van deze overeenkomst. Er staat ….
De PRESIDENT: Waar kunnen we dit vinden? Staat het onder de datum 21 april 1942?
Mr. SMIRNOV: Ja, dat is helemaal juist; 21 april 1942.
De PRESIDENT: Ik denk dat we het hebben.
Mr. SMIRNOV: Het is document USSR-223. Het is in het Engels vertaald en ik zal het u direct geven.
De PRESIDENT: Ik denk dat we het nu hebben; we waren alleen de passage aan het zoeken.
Mr. SMIRNOV: Het staat op pagina 18 van de Engelse tekst.
De PRESIDENT: Ja. Gaat u verder.
Mr. SMIRNOV: Ik vraag u zich de inhoud te herinneren. Er staat: “De HSSPF (de staatsecretaris) is direct ondergeschikt aan de Gouverneur-generaal en in zijn afwezigheid aan zijn plaatsvervanger.”
Betekent dit niet dat Himmler het om zo te zeggen eens was met uw ideaal in die zin dat de politie onder u zou staan?
FRANK: Zeker. Die dag was ik tevreden maar een paar dagen later was de hele boel weer veranderd. Ik kan alleen maar zeggen dat ik mijn inspanningen voortzette maar het was helaas nooit mogelijk ze in praktijk te brengen.
U zult hier in alinea 3 vinden, als u verder wilt gaan, dat de Reichsführer-SS volgens het verwachte decreet van Hitler orders kon geven aan de staatssecretaris. U ziet dus dat Himmler zich hier het recht had toegeëigend direct orders aan Krüger te geven. En dan komt de kwestie van de overeenkomst …..
Mr. SMIRNOV: Dat is waar maar in dat geval moet ik u verwijzen naar een ander deel van het document ….
FRANK: Mag ik in dit verband zeggen dat die overeenkomst nooit is uitgevoerd maar dat dit decreet werd gepubliceerd in het Reichsgesetzblatt in de vorm van een Führerbefehl. Helaas weet ik er de datum niet van maar u kunt het besluit vinden over de regeling van veiligheidskwesties in het Generaal-gouvernement en dat is de enige officiële verklaring. Hier wordt ook verwezen naar “het verwachte decreet van de Führer” en die overeenkomst was slechts een ontwerp van wat er in het Führerbefehl moest staan.
Mr. SMIRNOV: Ja, ik wilde net naar dat onderwerp toe. U bent het ermee eens dat dit besluit bijna letterlijk een decreet van de Führer was?
FRANK: Dat kan ik zo niet zeggen. Als u zo vriendelijk wilt zijn mij de tekst van het Führerbefehl te geven dan kan ik u daar iets over zeggen.
Mr. SMIRNOV: Ja.
(tot de President): Tussen haakjes, dit besluit staat in uw documentenboek, Meneer de President.
FRANK: Ik heb het document niet. Het lijkt of de meest belangrijke delen van die overeenkomst met een paar veranderingen in dit decreet zijn opgenomen. Het boek is mij echter afgenomen en ik kan het niet vergelijken.
De PRESIDENT: Het boek zal nu aan u worden overhandigd.
FRANK: Er zijn helaas zeer belangrijke veranderingen in aangebracht.
Mr. SMIRNOV: Ik zou u willen vragen pagina 3 van het decreet van Hitler op te slaan, gedateerd 7 mei 1942. Er staat hier dat de Staatssecretaris voor Veiligheid direct ondergeschikt is aan de Gouverneur-generaal. En bevestigt dit niet het feit dat de politie in het Generaal-gouvernement niettemin direct aan u ondergeschikt was? Dat is Artikel 3 van het decreet.
FRANK: Ik zou willen zeggen dat het niet zo is. De politie was niet aan mij ondergeschikt, zelfs om reden van dat decreet alleen de Staatssecreataris voor Veiligheid. Er staat hier niet dat de politie ondergeschikt is aan de Gouverneur-generaal, alleen de Staatssecretaris voor Veiligheid is aan hem ondergeschikt. Als u Artikel 4 leest komt u de problemen weer tegen. Het decreet van Adolf Hitler werd natuurlijk in mijn afwezigheid opgesteld. Ik werd niet door Hitler om raad gevraagd, anders zou ik wel hebben geprotesteerd maar in ieder geval bleek het onpraktisch.
Artikel 4 stelt dat de Reichsführer-SS en Chef van de Duitse politie direct instructie gaven aan de Staatssecretaris voor Veiligheid op het gebied van veiligheid en het behoud van de Duitse nationaliteit. Als u de originele overeenkomst vergelijkt met dat wat in het dagboek staat zult u zien dat op een van de belangrijkste aspecten, de Führer van gedachten was veranderd, anders gezegd, met betrekking tot de commissaris voor het behoud van de Duitse nationaliteit. Deze titel omvat de Joodse kwestie en de kwestie van de kolonisatie.
Mr. SMIRNOV: Het lijkt me, beklaagde dat u slechts een aspect van deze kwestie hebt belicht en dat u een nogal eenzijdige interpretatie heeft gegeven van het aangehaalde uittreksel. Mag ik in uw herinnering terugroepen Artikel 4 van dit decreet dat in lid 2 als volgt luidt:
“De Staatssecretaris,” – bedoeld is Krüger – “moet toestemming krijgen van de Gouverneur-generaal voordat hij de richtlijnen van de Reichsführer-SS en Chef van de Duitse politie kan uitvoeren.”
Staat u mij nu toe Artikel 5 van ditzelfde decreet van Hitler op te slaan dat luidt: “In gevallen van verschil van mening tussen de Gouverneur-generaal en de Reichsführer-SS en de Chef van de Duitse politie moet mijn beslissing worden gevraagd via de Reichsminister en het hoofd van de Reichskanzlei.” In dit verband zou ik u willen vragen of dit artikel niet het bewijs vormt voor de aanzienlijke bevoegdheden die door u aan de leiders van de politie en de SS in het Generaal-gouvernement werden verleend en voor uw eigen verantwoordelijkheid voor de activiteiten van deze organisaties?
FRANK: De tekst van het decreet bewijst het maar de feitelijke ontwikkeling was geheel tegengesteld. Ik meen dat we daar later aan toe komen. Ik blijf er daarom bij dat deze poging om enige invloed te krijgen op de politie en de SS ook mislukte.
Mr. SMIRNOV: Mag ik dan vragen wiens poging dat was? In dit geval is het duidelijk een poging van Hitler want hij tekende immers dan decreet. Had Krüger duidelijk meer macht dan Hitler?
FRANK: Die vraag is mij niet helemaal duidelijk. U bedoelt dat Krüger handelde in strijd met het decreet van de Führer? Natuurlijk deed hij dat maar dat heeft niets met macht te maken. Dat werd door Himmler gezien als een enorme tegemoetkoming naar mij. Ik wil verwijzen naar een memorandum uit de zomer van 1942, denk ik kort nadat het decreet van de Führer van kracht werd.
Mr. SMIRNOV: Ik heb de volgende vraag voor u: Is het mogelijk dat u ....
De PRESIDENT: Ik schors nu de zitting.
(de zitting wordt geschorst tot 14:00 uur.)

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

Middagzitting 1

Mr. SMIRNOV: Vertelt u ons, beklaagde, wie was de feitelijk leider van de Nationaalsocialistische partij in het Generaal-gouvernement?
FRANK: Ik hoor helemaal niets.
Mr. SMIRNOV: Ik vraag u ....
FRANK: Ik hoor helemaal niets.
Mr. SMIRNOV: Ik heb de volgende vraag aan u: na 6 mei in het Generaal-gouvernement ....
FRANK: 6 mei?
Mr. SMIRNOV: Ja, 6 mei nadat de Nazi organisatie in het Generaal-gouvernement gevestigd was, wie werd er benoemd tot leider ervan?
FRANK: Ik.
Mr. SMIRNOV: De leiding over het bestuur van de Nationaalsocialistische partij en over de politie lag dus in uw handen. U bent dus verantwoordelijk voor het bestuur, de politie en het politieke leven binnen het Generaal-gouvernement ....
FRANK: Voordat ik die vraag beantwoord moet ik ertegen protesteren wanneer u zegt dat ik de leiding had over de politie.
Mr. SMIRNOV: Ik geloof dat dat de enige manier is waarop men de bevelen van de Führer en de andere documenten die ik u heb voorgelegd kan interpreteren.
FRANK: Ongetwijfeld, wanneer men tenminste de feiten en de realiteit van de situatie negeert.
Mr. SMIRNOV: Goed dan, laten we op een andere serie vragen overgaan. U hoorde pas in 1944 van het bestaan van Maidanek, niet waar?
FRANK: In 1944 werd de naam Maidanek mij voor het eerst officieel ter kennis gebracht door de perschef Gassner.
Mr. SMIRNOV: Ik verzoek nu dat u een document wordt getoond dat is ingediend door uw verdediger, door u is opgesteld en het is een verslag aan Hitler gedateerd juni 1943. Ik zal een passage voor het verslag voorlezen en ik wil dat u in gedachten houdt dat dit gedateerd is op 19 juni 1943:
“Als bewijs voor het wantrouwen tegen de Duitse leiding sluit ik een kenmerkend uittreksel bij uit het rapport van de Chef van de SIPO en de SD in het Generaal-gouvernement ....
FRANK: Een ogenblik. Mij is de verkeerde passage getoond. Ik heb hier een passage op pagina 35 van de Duitse tekst en die luidt heel anders.
Mr. SMIRNOV: Hebt u de plek nu gevonden?
FRANK: Ja. Maar u begon met een andere zin. De zin hier begint met: “Een aanzienlijk deel van de Poolse intellectuelen .....
De PRESIDENT: Welke pagina is dat?
Mr. SMIRNOV: Pagina 35 van de Duitse tekst, laatste alinea.
FRANK: Het begint hier met de woorden: “Een aanzienlijk deel ....
Mr. SMIRNOV: Goed, dan ga ik verder:
“Als bewijs voor het wantrouwen tegen de Duitse leiding sluit ik – dit zijn uw eigen woorden, deze passage staat iets hoger in de tekst – een kenmerkend uittreksel bij uit het rapport van de Chef van de SIPO en de SD in het Generaal-gouvernement voor de periode 1 tot 31 mei 1943, betreffende de mogelijkheden van propaganda die voortvloeien uit Katyn.”
FRANK: Dat staat hier niet. Wilt u zo goed zijn mij die passage te laten zien? Wat u hier nu voorleest staat niet in mijn tekst.
Mr. SMIRNOV: Nee, het staat hier; het komt iets eerder in uw tekst.
FRANK: Ik denk dat het uit mijn tekst is weggelaten.
Mr. SMIRNOV: Ik begin nu met dat gedeelte dat verder naar beneden staat. Volgt u de tekst:
“Een groot deel van de Poolse intellectuelen zal zich, als voorheen niet laten beïnvloeden door het nieuwes uit Katyn en beschuldigt de Duitsers van soortgelijke wreedheden, in het bijzonder in Auschwitz.”
Ik sla de volgende zin over en ga verder:
“Onder dat deel van de werkende klasse dat niet naar het Communisme neigt wordt dit nauwelijks ontkend; tegelijk wordt erop gewezen dat de houding van Duitsland tegenover de Polen niet veel beter is.”
Let u alstublieft op de volgende zin:
“Er wordt beweerd dat er concentratiekampen in Auschwitz en Maidanek zijn waar de maasamoord op Polen net zo wordt uitgevoerd.”
Hoe kan men dit gedeelte van uw rapport dat Auschwitz en Maidanek noemt waar massamoorden werden gepleegd in overeenstemming brengen met uw uitspraak dat u pas eind 1944 over Maidanek hoorde. Nou, uw rapport is gedateerd juni 1943 en u noemde daar zowel Auschwitz als Maidanek.
FRANK: Wat betreft Maidanek hadden we het over de uitroeiing van de Joden. De uitroeiing van Joden in Maidanek werd mij in de zomer van 1944 bekend. Tot nu toe is de naam Maidanek altijd genoemd in verband met de uitroeiing van Joden.
Mr. SMIRNOV: We moeten het dus zo begrijpen – ik verwijs naar de tekst die aan u is overlegd – dat u in mei 1943 hoorde over de massamoorden op Polen in Maidanek en in 1944 hoorde u over de massamoorden op Joden?
FRANK: Wat zegt u? Ik hoorde over de uitroeiing van Joden in Maidanek in 1944 uit officiële documenten in de buitenlandse pers.
Mr. SMIRNOV: En u hoorde in 1943 over de massamoorden op Polen?
FRANK: Dat staat in mijn memorandum en ik protesteer: dat zijn de feiten zoals ik die aan de Führer heb voorgelegd.
Mr. SMIRNOV: Ik verzoek of u een ander document kan worden getoond. Kent u dit document, bent u ervan op de hoogte?
FRANK: Het is een decreet van 2 oktober 1943. Ik neem aan dat de tekst overeenkomt met die van het originele besluit.
Mr. SMIRNOV: Ja, het stemt volledig overeen met de originele tekst. In elk geval zal uw raadsman in staat zijn de tekst te volgen en hem te bevestigen. Ik moet u één vraag stellen. Wat denkt u van de wet die door u is onderteken?
FRANK: Ja, die staat hier.
Mr. SMIRNOV: U was President van de Reichsakademie für Deutsches Recht. Gezien vanuit het meest elementaire principe van het recht, hoe denkt u over die door u ondertekende wet?
De PRESIDENT: Hebt u daar het nummer van?
Mr. SMIRNOV: Het is bewijsstuk USSR-335, Meneer de President.
FRANK: Dit is de algemene tekst van een besluit voor de krijgsraad. Dat bepaalt dat de behandeling moet geschieden in aanwezigheid van een rechter, dat er een document moet worden opgemaakt en dat de hele behandeling schriftelijk moet worden vastgelegd. Afgezien daarvan had ik het recht gratie te verlenen, zodat ieder vonnis aan mij moest worden overlegd.
Mr. SMIRNOV: Ik wil graag dat u ons verteld hoe deze krijgsraad was samengesteld, wie de leden van de raad waren. Wilt u alstublieft letten op Artikel 3, lid 1 van Artikel 3?
FRANK: De SIPO, ja.
Mr. SMIRNOV: U hebt ons verteld over uw vijandige houding jegens de SD. Waarom gaf u de SD dan het recht druk uit te oefenen op de Poolse bevolking?
FRANK: Omdat dat de enige manier was waarop ik enige invloed kon uitoefenen op de vonnissen. Als ik dit decreet niet had uitgevaardigd zou er geen mogelijkheid tot controle zijn en de politie zou naar willekeur hebben gehandeld.
Mr. SMIRNOV: U had het over het recht van opschorting dat aan u was toevertrouwd. Wilt u alstublieft letten op Artikel 6 van deze wet. Ik herinner u eraan dat een vonnis van de krijgsraad volgens de tekst door de SD onmiddellijk voltrokken moest worden. Ik herinner u er nogmaals aan dat er slechts één vonnis mogelijk was: “de doodstraf.” Hoe kon u dat veranderen wanneer de veroordeelde direct na de uitspraak moest worden opgehangen of geëxectueerd?
FRANK: Het vonnis moest in ieder geval aan mij worden overlegd.
Mr. SMIRNOV: Ja, maar een vonnis moest onmiddellijk worden voltrokken.
FRANK: Dat waren de algemene instructies die ik had uitgevaardigd in het kader van de aan mij verleende bevoegdheid uitstel te geven en de commissie die dat uistel behandelde had voortdurend zitting. Er werden dossiers ingediend ....
Mr. SMIRNOV: Omdat u het had over het recht van opschorting, stel ik u een andere vraag. Herinnert u zich de AB Aktion?
FRANK: Ja.
Mr. SMIRNOV: Herinnert u zich dat deze actie inhield het executeren van duizenden Poolse intellectuelen?
FRANK: Nee.
Mr. SMIRNOV: Wat betekende het dan wel?
FRANK: Die viel binnen het kader van de algemene actie van verzoening en het was mijn idee om door middel van een geordende procedure iedere willekeurige actie van de politie uit te sluiten. Dat was de bedoeling van die actie.
Mr. SMIRNOV: Ik begrijp niet goed wat u bedoelt. Hoe behandelde u personen die onder de AB Aktion vielen? Wat gebeurde er met hen?
FRANK: Deze bijeenkomst ging alleen maar over de kwestie van arrestaties.
Mr. SMIRNOV: Ik vroeg u wat er later met hen gebeurde?
FRANK: Ze werden gearresteerd en in preventieve hechtenis genomen.
Mr. SMIRNOV: En daarna?
FRANK: Ze werden onderworpen aan de gevestigde procedure. Tenminste, dat was ik van plan.
Mr. SMIRNOV: Werd dit uitsluitend aan de politie overgelaten?
FRANK: De politie had de leiding.
Mr. SMIRNOV: Met andere woorden, de politie nam de liquidatie van deze mensen op zich nadat zij waren gearresteerd, is dat juist?
FRANK: Ja.
Mr. SMIRNOV: Vertelt u ons dan alstublieft waarom u niet uw recht van uitstel uitoefende terwijl deze onmenselijke actie werd uitgevoerd?
FRANK: Ik heb er gebruik van gemaakt.
Mr. SMIRNOV: Ik zal uw eigen verklaring aan u voorleggen, gedateerd 30 mei 1940. U herinnert zich vast en zeker deze bijeenkomst met de politie op 30 mei 1940 toen u de laatste instructies gaf aan de politie voordat deze actie werd uitgevoerd?
FRANK: Nee.
Mr. SMIRNOV: U stelde het volgende: “Iedere poging van de kant van de juridische autoriteiten om zich in de AB Aktion te mengen, die met hulp van de politie wordt gevoerd, zal worden beschouwd als verraad aan de Staat en aan de Duitse belangen.”
Herinnert u zich die uitspraak?
FRANK: Ik herinner het me niet maar u moet rekening houden met alle omstandigheden die gedurende enkele weken heersten. U moet de uitspraak als geheel zien en niet de nadruk leggen op één enkele zin. Dit betreft een ontwikkeling die zich over weken en maanden uitstrekte, in de loop waarvan de commissie van uitstel door mij voor het eerst werd ingesteld. Dat was mijn manier van protesteren tegen willekeurige acties en het invoeren van het recht in al deze processen. Dat is een ontwikkeling die zich over weken uitstrekte en die u naar mijn mening niet in één enkele zin kunt samenvatten.
Mr. SMIRNOV: Ik heb het over termen die naar mijn mening voor een jurist maar een betekenis kunnen hebben. U schreef:
“De commissie van uitstel, een deel van mijn departement, heeft met deze zaken niets te maken. De AB Aktion zal uitsluitend door HSSPF Krüger en zijn organisatie worden uitgevoerd. Dit is een zuiver interne actie om rust te krijgen in het land en die valt buiten het kader van een normale juridische rechtsgang.”
Anders gezegd, u zag af van uw recht van gratie?
FRANK: Op dat bepaalde moment maar als u de verdere ontwikkeling van de AB Aktion gedurende de weken erna volgt zult u zien dat dat nooit van kracht werd. Dat was een bedoeling, een slechte bedoeling waar ik God zij dank op tijd vanaf stapte. Misschien kan mijn raadsman later enkele woorden over dit onderwerp zeggen.
Mr. SMIRNOV: Eén enkele vraag interesseert me. Zag u wel of niet af van uw recht op gratieverlening terwijl deze actie werd uitgevoerd?
FRANK: Nee.
Mr. SMIRNOV: Nou, hoe verklaart u dan uw woorden, deze ene zin: “De commissie van uitstel heeft met deze zaken niets te maken.”
Hoe moeten we die woorden uitleggen?
FRANK: Dit is geen decreet; het is geen definitieve regeling van de kwestie. Het is een opmerking die spontaan werd gemaakt en er werd dagen over onderhandeld. Maar men moet rekening houden met de laatste fase van de ontwikkeling en niet alleen met de diverse motieven die tijdens de ontwikkeling ontstonden.
Mr. SMIRNOV: Ja, dat begrijp ik heel goed, beklaagde. Maar ik zou u willen vragen, werd deze uitspraak gedaan tijdens een bijeenkomst met de politie en hebt u de politie in deze zaak instructies gegeven?
FRANK: Niet gedurende die bijeenkomst. Ik neem aan dat het in een ander verband ter sprake kwam. Hier bespraken we alleen maar deze actie. Per slot van rekening moest ik ook met Staatssecretaris Bühler overleggen.
Mr. SMIRNOV: Goed dan. Terwijl u de AB Aktion met de politie besprak zei u dat de commissie van uitstel – die aan u ondergeschikt was - niets met de resultaten van deze actie zou hebben.
FRANK: Die zin staat in het dagboek. Het is echter niet het uiteindelijke resultaat maar een tussenfase.
Mr. SMIRNOV: Misschien dat ik u een andere zin in gedachten kan brengen zodat u de resultaten van die actie kunt beoordelen. Misschien kunt u zich het gedeelte herinneren dat ik u voorleg. U zei het volgende:
“We hoeven deze mensen niet naar Duitse concentratiekampen te brengen want in dat geval zouden we alleen maar problemen krijgen en een nodeloze briefwisseling met hun verwanten. We moeten gewoon de problemen in het land oplossen en wel op de simpelste manier.”
Wat u bedoelt is dat dit gewoon een kwestie van liquidatie in de simpelste vorm zou zijn, niet waar?
FRANK: Dat is een vreselijke uitlating. Maar Goddank gebeurde het niet zo.
Mr. SMIRNOV: Ja, maar deze personen zijn terechtgesteld, Wat bedoelt u met te zeggen dat het zo niet gebeurde? Blijkbaar gebeurde dit wel want de personen werden terechtgesteld.
FRANK: Nadat ze waren veroordeeld werden ze terechtgesteld, als het recht om hen gratie te verlenen niet werd toegepast.
Mr. SMIRNOV: En ze werden veroordeeld zonder toepassing van het recht op gratie?
FRANK: Ik denk het niet.
Mr. SMIRNOV: Helaas zijn deze mensen er niet meer en daarom is het duidelijk dat ze zijn terechtgesteld.
FRANK: Welke mensen?
Mr. SMIRNOV: Degenen die werden gearresteerd in het kader van de AB Aktion. Ik ga u herinneren aan nog een uittreksel dat verband houdt met de AB Aktion. Als u het niet eens was met bepaalde acties van de politie zou het moeilijk zijn de feestelijkheden in verband met het vertrek van SS-Brigadeführer Streckenbach te verklaren toen hij naar Berlijn vertrok. Betekent dat niet dat u tenminste op goede voet stond met de politie?
FRANK: In het kader van poltieke betrekkingen worden er veel lovende woorden gesproken die niet overeenstemmen met de waarheid. U weet dat net zo goed als ieder ander.
Mr. SMIRNOV: Laat mij u nog herinneren aan een passage uit uw toespraak tot Brigadeführer Streckenbach. U zei:
“Wat u, Brigadeführer Streckenbach en uw mensen hebben gedaan in het Generaal-gouvernement mag niet worden vergeten en u hoeft zich er niet voor te schamen.”
Dat wijst toch wel op een heel andere houding jegens Streckenbach en zijn mensen?
FRANK: En het werd ook niet vergeten.
Mr. SMIRNOV: Ik heb verder geen vragen voor de beklaagde.

De PRESIDENT: Is dat het einde van het verhoor?
Mr. DODD: Met uw welnemen, Meneer de President, ik heb een of twee vragen.
(tot de beklaagde): In het verloop van uw verhoor heb ik u horen zeggen dat u zich nooit een van de kunstschatten uit het Generaal-gouvernement heeft toegeëigend. Daarmee neem ik niet aan dat u bedoelt dat u ze niet bijeen liet brengen en registreren; u bracht ze bijeen en liet ze registreren, niet waar?
FRANK: Kunstschatten uit het Generaal-gouvernement werden officieel ingezameld en geregistreerd. Dat boek is hier bij het Hof ingediend.
Mr. DODD: Ja. En u hebt het Tribunaal verteld dat voor uw aankomst er al een collectie Dürers was weggehaald voordat u in functie kwam.
FRANK: Mag ik u vragen dat als volgt op te vatten: Dit waren de etsen van Dürer die uit Lvov waren weggehaald voordat het burgerlijk bestuur daar was gevestigd. De heer Muhlmann ging destijds naar Lvov en haalde ze uit de bibliotheek. Daarvoor ben ik nooit in Lvov geweest. Deze etsen werden daarna rechtstreeks naar het hoofdkwartier van de Führer overgebracht of naar Reichsmarschall Göring, ik weet niet zeker naar wie.
Mr. DODD: Ze werden verzameld voor Göring, daar wil ik heen. Is dat geen feit?
FRANK: Toen ik het hem vroeg vertelde Staatssecretaris Muhlmann mij dat hij kwam op bevel van de Reichsmarschall en dat hij ze liet weghalen op bevel van de Reichsmarschall.
Mr. DODD: En waren er niet nog andere kunstvoorwerpen die door de Reichsmarschall werden ingezameld en ook door beklaagde Rosenberg op een moment dat u het Tribunaal vertelde dat u het te druk had met uw oorlogstaken om bij dergelijke zaken betrokken te raken?
FRANK: Ik weet niets over dergelijke zaken in het Generaal-gouvernement. De Einsatzstab Rosenberg had geen enkele bevoegdheid in het Generaal-gouvernement en afgezien van de collectie van de componist Elsner en de Joodse bibliotheek in Lublin had ik geen enkele officiële aanleiding om de teruggave van welk kunstvoorwerp dan ook van Rosenberg te eisen.
Mr. DODD: Maar u had kunstvoorwerpen in uw bezit toen u door Amerikaanse troepen gevangen werd genomen.
FRANK: Ja. Die waren niet in mijn bezit. Ik bewaarde ze maar niet voor mijzelf. Ze waren ook niet in mijn direct bezit, ik had ze meegenomen uit het brandende Silezië. Ze konden op geen enkele andere manier bewaard worden. Het waren kunstvoorwerpen die zo algemeen bekend zijn dat ze op nummer 1 tot 10 in het boek staan – niemand kon ze zich hebben toegeëigend. Je kunt nu eenmaal geen Mona Lisa stelen.
Mr. DODD: Goed, ik wilde dat alleen maar ophelderen. Ik weet dat u bij uw verhoor hebt gezegd dat u er enkele in uw bezit had. Ik probeer niet te suggereren dat u ze voor uzelf hield, als u dat al niet deed. Ik denk echter dat u dat duidelijk hebt gemaakt.
FRANK: Omdat ik bijzonder belang aan dit punt hecht zou ik in dit verband willen opmerken dat de kunstschatten waarover we het hier hebben alleen op die manier beveiligd konden worden. Anders zouden ze verloren zijn gegaan.
Mr. DODD: Prima. Ik heb nog een andere kwestie die ik graag opgehelderd zou zien en het duurt niet lang. Ik begreep ook dat u vanmorgen hebt gezegd dat u enige tijd moeite hebt gedaan om de professoren uit Krakau vrij te krijgen die kort na de bezetting van Polen waren opgepakt en naar Oranienburg gestuurd. U bent natuurlijk op de hoogte van wat u er zelf in uw dagboek over hebt geschreven, niet waar?
FRANK: Ja, dat heb ik vanmorgen gezegd. Geheel afgezien van wat er in het dagboek staat, wat ik vanmorgen heb gezegd is de waarheid. U moet nooit vergeten dat ik verkeerde in een kring van doodsvijanden, mensen die ieder woord dat ik zei overbrachten aan de Führer en aan Himmler.
Mr. DODD: U herinnert zich natuurlijk wel dat u voorstelde dat ze in Polen vastgehouden hadden moeten worden en daar geliquideerd of geïnterneerd.
FRANK: Zelfs niet als u mij met die uitspraak confronteert. Dat heb ik nooit gedaan. In tegendeel, ik heb de professoren uit Krakau ontvangen en rustig met hen gesproken. Van alles dat er gebeurd is, betreur ik dat het meest.
Mr. DODD: Misschien begrijpt u mij niet. Ik heb het over wat u in uw eigen dagboek over deze professoren schreef en ik zal het graag aan u voorlezen en het u overhandigen als u het mocht willen bestrijden. U ontkent toch niet dat u zei dat ze ofwel voor liquidatie naar Polen moesten worden teruggebracht ofwel in Polen geïnterneerd. U ontkent dat niet?
FRANK: Ik heb u al gezegd dat ik dat allemaal heb gezegd om mijn vijanden zand in de ogen te strooien; in werkelijkheid heb ik die professoren bevrijd. Er gebeurde niets meer met hen – daarna.
Mr. DODD: Goed. Sprak u ook om speciale redenen toen u Generaal Krüger, de HSSPF dat hartelijke afscheid gaf?
FRANK: Hetzelfde geldt ook in dit geval. Laat me zeggen meneer dat ik zonder voorbehoud alles toegeef wat kan worden toegegeven; maar ik heb ook gezworen niets toe te zullen voegen. Niemand kan meer toegeven dan ik heb gedaan door het overhandigen van deze dagboeken. Wat ik u vraag is mij niet te vragen om daar iets aan toe te voegen.
Mr. DODD: Nee, ik vraag u niet iets toe te voegen; ik probeerde het eerder te verduidelijken want u hebt misschien een nogal moeilijke situatie geschapen, voor uzelf en voor anderen. Ziet u, als we niet kunnen geloven wat u in uw dagboek schreef dan weet ik niet hoe u ons kunt vragen te geloven wat u hier zegt. U hebt die dingen zelf opgeschreven en toen u ze opschreef neem ik aan dat u niet verwachtte er ooit mee geconfronteerd te worden.
De PRESIDENT: Bedoelt hij niet dat het een verslag van een rede is die hij heeft gehouden?
Mr. DODD: In zijn dagboek, ja. Het staat in zijn dagboek.
De PRESIDENT: Toen hij zei: “ik deed het om mijn vijanden zand in de ogen te strooien.”?
Mr. DODD: Ja.
De PRESIDENT: Ik neem aan dat die specifieke notitie een verslag is van een of andere toespraak die hij heeft gehouden.
Mr. DODD: Dat is zo. Het staat genoteerd in zijn dagboek.
FRANK: Mag ik daar iets over zeggen. Het was niet dat ik mijzelf in een lastige positie bracht; de veranderende loop van de oorlog maakte de situatie voor iedere bestuursambtenaar lastig.
Mr. DODD: Ten slotte, herinnert u zich een notitie in uw dagboek waarin u zei dat u een anderhalf uur durend gesprek had met de Führer en dat u ....
FRANK: Wanneer was dat laatste gesprek, alstublieft?
Mr. DODD: Nou, deze notitie is van maandag 17 maart 1941. Hij staat in uw dagboek.
FRANK: Dat was waarschijnlijk een van de zeer weinige gesprekken, of ik met hem alleen was weet ik niet meer.
Mr. DODD: ..... waarin u zei dat u en de Führer volledige overeenstemming hadden bereikt en dat hij alle maatregelen goedkeurde, waaronder alle decreten in het bijzonder ook het hele bestuur over het land. Blijft u daar ook vandaag bij?
FRANK: Nee, maar ik mag wellicht het volgende zeggen: De Führer gaf altijd zeer spontaan zijn toestemming maar men moest er altijd lang op wachten.
Mr. DODD: Was dat een van de keren dat u zich bij hem beklaagde, zoals u ons vanmorgen vertelde?
FRANK: Ik beklaagde mij voortdurend. Zoals u weet heb ik 14 keer mijn ontslag ingediend.
Mr. DODD: Ja, dat weet ik; maar had u bij deze gelegenheid veel klachten en kreeg u toestemming van de Führer of wees hij bij deze gelegenheid op 17 maart 1941 uw klachten af?
FRANK: De Führer koos destijds een zeer gemakkelijke uitweg door te zeggen: “U zult dat met Himmler moeten regelen.”
Mr. DODD: Nou, dat is eigenlijk geen antwoord. U hebt in uw dagboek genoteerd dat u het met hem had uitgepraat en dat hij u zijn toestemming gaf, u maakt in uw dagboek geen melding van enige teleurstelling over het indienen van een klacht. Dit was zeker geen toespraak die u in uw dagboek noteerde; het schijnt een feitelijke notitie te zijn over uw gesprekken met de Führer. En mijn vraag is gewoon: geeft u nu toe dat dat de situatie was of zegt u dat het een valse notitie was?
FRANK: Neemt u mij niet kwalijk, ik heb niet gezegd dat ik valse notities maakte. Dat heb ik nooit gezegd en ik ga niet over woorden twisten. Ik zeg alleen maar dat u mijn woorden moet beoordelen in de hele context. Als ik in het bijzijn van ambtenaren benadrukte dat de Führer mij ontving en instemde met mijn maatregelen, dan deed ik dat om mijn eigen gezag te verstevigen. Ik kon dat niet doen zonder de toestemming van de Führer. Wat mijn gedachten waren wordt hier niet duidelijk. Ik zou willen benadrukken dat ik niet ga redetwisten over woorden en heb er ook niet om gevraagd.
Mr. DODD: Goed, ik heb geen zin daar verder op in te gaan.

De PRESIDENT: Dr. Seidl, wenst u een verhoor in tweede termijn?
Dr. SEIDL: Beklaagde, de eerste vraag die u door de Sovjet aanklager werd gesteld was of u de leider van de NSDAP in het Generaal-gouvernement was en u antwoordde met ja. Had de Partei een beslissende invloed op politiek en bestuurlijk gebied in het Generaal-gouvernement?
FRANK: Nee. Op dat gebied stond de Partei als organisatie slechts in naam onder mijn gezag want alle partijambtenaren werden door Bormann benoemd zonder dat ik geraadpleegd werd.
Er bestaat geen Führerdecreet voor het terrein van activiteiten van de NSDAP in de bezette gebieden, waarin staat dat deze activiteiten direct onder het gezag van Reichsleiter Bormann staan.
Dr. SEIDL: Hadden uw activiteiten op dat terrein van de NSDAP in het gebied van het Generaal-gouvernement iets te maken met zaken van de SIPO?
FRANK: Nee, de Partei was veel te klein om een belangrijke rol te spelen; die had geen staatsfunctie.
Dr. SEIDL: De volgende vraag: de Sovjet Aanklager heeft u document USSR-335 getoond. Het is het decreet betreffende de “Drumhead” krijgsraad van 1943. In Artikel 6 wordt bepaald: “Drumhead” vonnissen van de krijgsraad moeten onmiddellijk worden voltrokken.” Is het juist wanneer ik zeg dat er geen formeel juridisch beroep mogelijk was tegen deze vonnissen maar dat gratieverlening altijd toelaatbaar was?
FRANK: Zeker, maar niettemin moet ik zeggen dat ik dit een onmogelijk decreet vind.
Dr. SEIDL: Welke situatie in het Generaal-gouvernement gaf aanleiding tot de uitvaardiging van dit decreet van 2 oktober 1943? Ik denk in het bijzonder aan de veiligheidssituatie.
FRANK: Terugkijkend vanuit de meer vreedzame toestand van het heden kan ik geen enkele reden bedenken die een dergelijke eis noodzakelijk had gemaakt; maar als men zich de gebeurtenissen in de oorlog en de wereldbrand in herinnering haalt, lijkt het een wanhoopsmaatregel geweest te zijn.
Dr. SEIDL: Ik kom nu terug op de AB Aktion. Is het waar dat er in 1939 een decreet voor de krijgsraden werd uitgevaardigd dat aanzienlijk grotere juridische garanties bood dan dat van 1943?
FRANK: Ja.
Dr. SEIDL: Is het waar dat personen die tijdens de AB Aktion werden gearresteerd op grond van dit decreet werden veroordeeld of vrijgesproken?
FRANK: Ja.
Dr. SEIDL: Is het ook waar dat alle vonnissen van deze rechtbanken naar uw goeddunken werden doorgegeven aan de bevoegde commissie van uitstel onder Staatssecretaris Buhler?
FRANK: Ja.
Dr. SEIDL: De Aanklager van de Verenigde Staten heeft tegen u gebruikt dat in Neuhaus, waar u na de ineenstorting van de Duitse troepen werd gearresteerd, diverse kunstschatten werden gevonden, niet in uw huis maar in het kantoor van de Gouverneur-generaal. Is het waar dat u Staatssecretaris Dr. Buhler met een brief naar Reichsminister Lammers stuurde en dat deze brief een lijst met deze kunstschatten bevatte?
FRANK: Ja, dat niet alleen want ik vestigde de aandacht van het hoofd van de Pinakothek in München direct op het feit dat de schilderijen zich daar bevonden en dat ze onmiddellijk moesten worden beschermd tegen bombardementen. Hij bekeek de schilderijen ook en ze werden naar een bomvrije bunker overgebracht. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb want wie weet wat er anders had kunnen gebeuren met deze kunstschatten.
Dr. SEIDL: En nu een laatste vraag. De Aanklager heeft document 661-PS ingediend. Dit document heeft ook een USSR nummer dat ik op het moment niet weet. Dit is een document dat van invloed moet zijn geweest op de activiteiten van de Akademie für Deutsches Recht waarvan u president was. Het document heeft als titel: “Juridische Richtlijnen voor Duitsland’s beleid in Polen betreffende Raciaal-politieke kwesties;“ het juridische deel dient als richtlijn voor de Commissie voor de Wet op de Nationaliteiten in de Akademie für Deutsches Recht. Ik zal dat document aan u laten overhandigen. Kunt u mij alstublieft vertellen of u dit document ooit onder ogen hebt gehad?
FRANK: Waar komt het vandaan?
Dr. SEIDL: Dat is het vreemde juist; het heeft het nummer bewijsstuk USA-300.
FRANK: Staat er ergens wie het heeft opgesteld of zo?
Dr. SEIDL: Het document vermeldt geen schrijver en het toont ook niet op wiens bevel het werd samengesteld.
FRANK: Ik kan alleen maar zeggen dat ik dit document nooit heb gezien; ik heb ook nooit bevel gegeven het op te stellen dus kan ik er in feite niets over zeggen.
Dr. SEIDL: Er staat hier dat het gevonden is in het Ministerie van Justitie in Kassel. Was er in 1940 een Ministerie van Justitie in Kassel?
FRANK: Ministerie van Justitie in Kassel?
Dr. SEIDL: Ja.
FRANK: Dat bestond sinds 1866 al niet meer.
Dr. SEIDL: Ik heb verder geen vragen.

De PRESIDENT: Dan kan beklaagde naar zijn plaat terugkeren.
Dr. SEIDL: In dat geval roep ik, met permissie van het Tribunaal, de getuige Dr. Bilfinger op.
De PRESIDENT: Kolonel Smirnov.
Mr. SMIRNOV: Ja, Meneer de President.
De PRESIDENT: Het document dat u indiende als USSR-223, uittreksels uit het dagboek van Dr. Frank, dient u dat in als bewijsmateriaal? Blijkbaar zijn enkele notities uit Frank’s dagboek al als bewijsmateriaal ingediend, andere nog niet. Wilt u het als bewijsmateriaal indienen?
Mr. SMIRNOV: Dit document is al ingediend als bewijsmateriaal onder twee nummers; het eerste nummer is 2233-PS dat is ingediend door de Amerikaanse Aanklager en het tweede is USSR-223 en dat is al op 15 februari 1946 door ons ingediend.
De PRESIDENT: Ik begrijp het. Zijn de notities in dit document ingediend onder nummer USSR-223? Ziet u, het PS nummer betekent niet noodzakelijk dat het document als bewijsmateriaal is ingediend. De PS nummers werden gegeven aan documenten voordat ze als bewijsmateriaal werden ingediend; maar het nummer USSR-223 betekent dat het als bewijsmateriaal is ingediend.
Mr. SMIRNOV: Dit document is al ingediend als bewijsmateriaal.
De PRESIDENT: Kolonel Smirnov, wat het Tribunaal wil weten is of u USSR-223 als bewijsmateriaal wilt indienen want tenzij het eerder is voorgelezen is het niet als bewijsmateriaal ingediend of in het verslag opgenomen.
Mr. SMIRNOV: We hebben op 15 februari al een uittreksel voorgelezen en daarom is het al in het verslag opgenomen.
De PRESIDENT: Prima.
Mr. SMIRNOV: Mag ik gaan zitten, Meneer de President?
De PRESIDENT: Ja.

Zie ook: Slotverklaring Frank, Vonnis Frank.

Definitielijst

Communisme
Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Katyn
Bos bij Smolensk in de Sovjet-Unie. In 1943 vonden de Duitsers hier de lijken van ca. 4.000, door de Russen vermoorde, Poolse officieren.
krijgsraad
Militair gerechtshof.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
14-06-2009
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Gerelateerde personen

Bronnen

International Military Tribunal Nuremberg 1947.