De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Vanwege haar uitgebreide en waterrijke koloniŽn, had de Nederlandse overheid al in een vroeg stadium het grote nut ingezien van vliegboten als hulpmiddel voor haar maritieme verkenningen. Als ťťn van de eersten bestelde de Koninklijke Marine de fameuze Dornier Do J Wall vliegboten. In 1934 werd het echter tijd om uit te gaan zien naar een opvolger. In eerste instantie had men hiervoor de Dornier Do 18 op het oog, deze werd echter te licht bevonden voor haar taak. Op verzoek van de Nederlandse overheid ontwierp Dornier een geheel nieuwe vliegboot, de Dornier Do 24. De Dornier moest de competitie aangaan met een ontwerp van Fokker en de Amerikaanse fabriek Sikorsky, maar won glansrijk. De Dornier Do 24 zou uitgroeien tot een zeer goede en betrouwbare vliegboot die tijdens de oorlog zou vliegen voor Nederland, Duitsland, AustraliŽ, Spanje, Zweden en Frankrijk. Na de oorlog zouden de Franse en Spaanse marine lange tijd het toestel blijven gebruiken.

    Afbeeldingen

    Luftwaffe Do 24

    Ontwikkeling

    De Koninklijke Marine overhandigde in 1935 de gewenste specificaties aan Dornier. De specificaties waren opgezet door de Nederlandse marineofficier C. Sanders. De fabriek ontwierp een typisch Dorniertoestel bestaande uit een in twee delen opgebouwde romp en een parasolvleugel op dragers boven de romp. Het toestel zou worden aangedreven door drie motoren.
    Op basis van het ontwerp werd besloten tot de bestelling van twee prototypen. De toestellen zouden worden aangedreven door drie Junkers Jumo 205 dieselmotoren. Dornier ging direct aan de slag met de constructie.

    In juli 1936 werd door de regering van de Verenigde Staten de Martin 139 bommenwerper vrijgegeven voor export. De Nederlandse regering besloot het toestel aan te kopen als standaardbommenwerper voor haar KNIL-luchtmacht in Nederlands-IndiŽ. Dit toestel werd aangedreven door twee Wright R-1820-F52 Cyclone motoren met een vermogen van 875 pk elk. Het Nederlandse Ministerie van Defensie besloot dat dit de standaardmotor zou worden in de Nederlandse krijgsmacht. Het gevolg was dat ook het ontwerp voor de Dornier Do 24 hierop aangepast diende te worden.

    De twee bestelde prototypen waren echter al te ver afgebouwd om deze nog om te kunnen bouwen. Deze toestellen (Do 24V1 en Do 24V2) werden nu door Dornier zelf overgenomen en de verdere afbouw werd uitgesteld ten voordele van de productie voor de Nederlandse Marine. Er werden twee nieuwe prototypen gebouwd, de Do 24V3 en Do 24V4. De eerste maakte haar eerste vlucht op 3 juli 1937 en bleek een uitstekend toestel. De Do 24V3 heeft geruime tijd gevlogen met Duitse kentekens en de civiele registratie D-ADLP. Ook de proefvluchten door de Marine Luchtvaart Dienst werden in deze vorm afgenomen.
    Al snel bestelde de Nederlandse regering 6 toestellen bij Dornier, met een optie tot licentie bouw van ruim 60 anderen bij de Nederlandse fabriek van Aviolanda. De Dornierfabriek mocht op last van de Duitse overheid echter geen vliegtuigen aan het buitenland leveren. Aan de Zwitserse kant van het Bodenmeer had Dornier echter een zusterfabriek, de Aero-Metall AG. Het was dan ook deze fabriek die werd ingeschakeld bij de productie. De prototypen werden echter wel in Friedrichshafen geproduceerd.

    Ook het Duitse Luchtvaartministerie (RLM) was op zoek naar een opvolger voor haar verouderde Dornier Wal vliegboten. Opvallend was dat de door hen opgestelde specificaties overeenkwamen met die van de Nederlandse marine. Dornier schreef haar Do 24 ontwerp in en presenteerde de twee eerste, oorspronkelijk voor Nederland gebouwde, prototypen. Door wat problemen met de motoren koos het RLM uiteindelijk voor het ontwerp van Blohm und Voss, de Bv 138. De twee Dorniers raakten in vergetelheid.

    Toen Duitsland in april 1940 de invasie van Denemarken en Noorwegen ondernam, had men echter een groot aantal vliegtuigen nodig en ook de Do 24V1 en Do 24V2 werden haastig gereedgemaakt.
    Ze werden bewapend met twee 7,92 mm MG 15 mitrailleurs in de open boegopstelling en in de staartkoepel en een 20 mm MG 151/20 kanon in de rugkoepel.
    De Do 24V1 werd in dienst genomen als TJ+HR en kwam in dienst bij het 108e Kampfgeschwader zum besondere Verwendung (KGzbV 108-See). Samen met drie Bv 138en moest het in april 1940 een transport verzorgen naar Narvik. Opvallend was dat door de hoge zee de drie Blohm und Voss'en niet konden opstijgen en de Dornier dan maar alleen op pad ging. De beide Dorniers verrichtten uitstekend werk in Noorwegen. Uiteindelijk is de Do 24V1 verdwenen na een noodlanding en is de Do 24V2 na de slag afgevoerd wegens onherstelbare oorlogsschade.

    Definitielijst

    invasie
    Gewapende inval.
    kanon
    ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
    KNIL
    Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in IndonesiŽ.

    Afbeeldingen

    Do 24V2
    DO 24V3

    Do 24K

    Dornier Do 24K:
    De twee prototypen werden eind 1937 aan de Nederlandse marine geleverd en vormden de eerste toestellen van de Duitse bouwserie die vanaf dat moment werd aangeduid met Do 24K-1. De overige toestellen werden vanaf begin 1939 door Dornier afgeleverd. De Do 24V3 werd omgedoopt tot Do 24K-1 met de militaire registratie X-1 en was begin 1938 gereed voor operaties in Morokrembangan in Nederlands-IndiŽ. De Do 24V4 werd in dienst genomen als de X-2. De definitieve order werd uiteindelijk gesteld op 72 toestellen. Vanaf het 37ste toestel zouden echter nieuwe 1100 pk zware Wright R-1820-G105A motoren worden toegepast en zou die serie bekend worden als Do 24K-2. Op 21 augustus 1936 waren de benodigde licentiecontracten ondertekend. De licentietoestellen zouden worden gebouwd bij Aviolanda in Papendrecht, terwijl de Koninklijke Maatschappij "de Schelde" de vleugels inclusief de motorgondels zou leveren.

    Technische gegevens:

    Model: Dornier Do 24K-1
    Taak: Maritiem Verkenner
    Bemanning: 6
    Afmetingen: Spanwijdte: 27,00 m
    Vleugeloppervlak: 108,00 m2
    Lengte: 22,05 m
    Hoogte: 5,75 m
    Gewicht: Leeggewicht: 7716 kg
    Max. Gewicht: 12973 kg
    Prestaties: Maximum snelheid: 314 km/u
    Kruissnelheid: 241 km/u
    Plafond: 5300 m
    Bereik: 3297 km
    Motor: Drie Wright R-1820 Cyclone motoren met een vermogen van 760 pk elk
    Bewapening: Een 7,9 mm Colt-Browning machinegeweren in Alkan neus-, rug- en staartkoepel, rugkoepel al snel vervangen door koepel met een 20 mm Hispano-Suiza type 404 kanon. Onder vleugels de mogelijkheid tot maximaal 12 bommen van 50 kg.
    Productie: 37

    Zoals al eerder gemeld zou de Zwitserse Dornier-dochter de eerste zes toestellen leveren. Deze waren inclusief de twee prototypen, zodat de militaire registratie voor deze toestellen X-1 t/m X-6 zou worden. Doordat Aviolanda opstartproblemen kende bij de productie, werd een tussenorder geplaatst bij Aero-Metall. Op 22 juli 1937 bestelde men daar nog eens 12 Do 24K-1 toestellen met de registraties X-7 t/m X-18, gevolgd door nog eens een bestelling in mei 1938 voor 6 stuks (X-19 t/m X-24) en vijf in januari 1939 (X-25 t/m X-29). De X-1 t/m X-3 gingen rechtstreeks vanaf het Bodenmeer naar de Indische archipel. De overige toestellen werden overgevlogen naar Aviolanda om daar van Nederlandse apparatuur en kentekens te worden voorzien. De eerste 12 Do 24K-1 en waren bewapend met drie 7,9 mm Colt-Browning machinegeweren in drie Alkan geschutskoepels (neus, rug en staart). Vanaf de X-13 werd het machinegeweer in de rugkoepel vervangen door een 20 mm Hispano-Suiza 404 kanon.
    Aviolanda kreeg de eerste order in februari 1938. Deze order voor 18 Do 24K-1 toestellen kreeg de militaire registraties X-30 t/m X-36 en X-38 t/m X-48. De laatste zou in juni 1940 moeten worden afgeleverd.

    De volgende serie bij Aviolanda in licentie te bouwen toestellen kregen een nieuwe sterkere Wright R-1820-G105A Cyclone motor met een vermogen van 1100 pk elk. Het eerste toestel van deze nieuwe serie werd nog door de Zwitsers geleverd (X-37). Door de afwijkende motor werd deze serie aangeduid met Do 24K-2. Dertien toestellen (X-49 t/m X-61) werden besteld in juni 1939, gevolgd in maart 1940 door nog eens twaalf stuks (X-62 t/m X-37).

    De meeste Nederlandse Do 24K toestellen zijn bij de Japanse invasie van Nederlands-IndiŽ in 1942 verloren gegaan. Slechts zes toestellen wisten te ontsnappen naar AustraliŽ. Vijf exemplaren werden overgedragen aan de RAAF, die ze nog geruime tijd heeft gebruikt als patrouille- en transportvliegtuig. Eťn toestel bleef in Nederlandse dienst en werd gebruikt voor geheime operaties naar bezet Nederlands Nieuw-Guinea.

    Definitielijst

    invasie
    Gewapende inval.
    kanon
    ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.

    Afbeeldingen

    Do 24K-1
    Do 24K, de X-13 nog in vooroorlogse uitvoering

    Do 24N

    Dornier Do 24N:
    Toen Duitse troepen in mei 1940 Nederland bezetten, trof men bij Aviolanda in Papendrecht en de Schelde in Vlissingen de onderdelen aan voor zeker 23 Do 24K-2 toestellen, waarvan er drie bij Aviolanda nagenoeg vliegklaar stonden. Voor 11 toestellen bleken zelfs de complete motoren aanwezig te zijn. Het gebruik in Noorwegen was zo positief gebleken dat in het voorjaar van 1941 het RLM de opdracht gaf om de productie bij Aviolanda en de Schelde voort te zetten en de aanwezige toestellen af te bouwen. De toestellen zouden in dienst komen bij de Duitse Seenotdienst. Allereerst werden twee toestellen die nagenoeg klaar waren voor dienst bij de MLD (de X-38 en X-39) voor de Seenotdienst afgebouwd. De X-38 werd als D-AFBT grondig uitgetest en zou uiteindelijk als D-AEAV in dienst komen. De X-39 volgde korte tijd later als D-APDA en rond augustus 1940 had de Seenotdienst twee uitstekende toestellen in dienst.

    Technische gegevens:

    Model: Dornier Do 24N-1
    Taak: Maritiem Verkenner
    Bemanning: 6
    Afmetingen: Spanwijdte: 27,00 m
    Vleugeloppervlak: 108,00 m2
    Lengte: 22,05 m
    Hoogte: 5,75 m
    Motor: Drie Wright R-1820-G105A Cyclone motoren met een vermogen van 1100 pk elk
    Bewapening: Een 7,92 mm MG 15machinegeweren in neus- en staartkoepel, in de rugkoepel een 20 mm Hispano-Suiza type 404 kanon.
    Productie: 13

    De Do 24K-2 kreeg een revisie als reddingsvliegtuig en werd in eerste instantie ongewapend ingezet. Later werden de toestellen uitgerust met een 20 mm Hispano Suiza HS-404 kanon in de rugkoepel (wapens die waren buitgemaakt in Frankrijk) en een 7,92 mm MG 15 in boeg- en staartkoepel. De Do 24K-2 kreeg nu de aanduiding Do 24N-1. Het eerste toestel werd afgeleverd in augustus 1941 en de laatste van de 11 in november van datzelfde jaar. De toestellen kwamen aanvankelijk ongewapend in dienst, werden wit geschilderd en droegen grote rode kruizen als kentekens. Dit bleek echter al snel onvoldoende bescherming te bieden, waarna de toestellen de normale Duitse camouflagekleuren kregen. Totaal zijn er zo minimaal 13 Do 24N-1 toestellen afgeleverd.

    Afbeeldingen

    De voormalige X-38 als D-AEAV van de Seenotdienst
    Do 24N-1 na aanbrengen camouflagekleuren

    Do 24T

    Dornier Do 24T:
    De ervaringen met de Do 24N-1 waren zo positief dat het RLM besloot om een versie te laten ontwikkelen, aangedreven door drie 1000 pk zware BMW Bramo 323R-2 motoren voor patrouille- en transporttaken. De eerste Do 24T gleed eind november 1941 uit de fabriek en voor het einde van dat jaar waren vijf toestellen afgeleverd. In de loop van 1942 volgden nog eens 44 toestellen. De ombouw tot het gebruik van de Duitse motoren was gekozen aangezien de voorraad Wright Cyclone motoren uitgeput was.

    Technische gegevens:

    Model: Dornier Do 24T-1
    Taak: Maritiem Verkenner
    Bemanning: 6
    Afmetingen: Spanwijdte: 27,00 m
    Vleugeloppervlak: 108,00 m2
    Lengte: 22,05 m
    Hoogte: 5,75 m
    Gewicht: Leeggewicht: 9494 kg
    Max. Gewicht: 16200 kg
    Prestaties: Maximum snelheid: 339 km/u
    Kruissnelheid: 220 km/u
    Plafond: 5900 m
    Bereik: 4747 km
    Motor: Drie BMW Bramo 323R-2 Fafnir motoren met een vermogen van 1000 pk elk
    Bewapening: Een 7,92 mm MG 15 machinegeweren in neus- en staartkoepel, in de rugkoepel een 20 mm Hispano-Suiza type 404 kanon.
    Productie: 117

    Het grote operatiegebied dat de Duitse vliegboten moesten bestrijken, resulteerde in een grote vraag naar deze vliegtuigen. De voormalige Franse fabriek CAMS werd in de productie ingeschakeld. In oktober 1942 leverde deze fabriek haar eerste Do 24T af. Eind 1942 waren 2 toestellen klaar en in 1943 en 1944 volgden nog eens respectievelijk 20 en 26 vliegboten.
    Toen de Franse fabriek in 1944 weer in Franse handen kwam liet de Franse regering nog eens 22 toestellen afleveren voor gebruik in de Franse marine.

    In de loop van 1943 waren er bij Aviolanda ondertussen twee nieuwe varianten ontwikkeld. Met verbeterde navigatieapparatuur en een 20 mm MG 151/20 kanon in de rugkoepel ontstond de Do 24T-2, waarvan 49 stuks werden geproduceerd door inschakeling van de Schelde en Aviolanda.
    Speciaal voor de Spaanse marine werden bij Aviolanda 12, aan de Do 24T-2 gelijke toestellen van het type Do 24T-3 geproduceerd. De Spaanse marine heeft deze toestellen tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw gebruikt.
    De bewaard gebleven Dornier Do 24 in het Nederlands Luchtvaartmuseum te Soesterberg is een exemplaar van dit type.

    Zweden heeft twee exemplaren in gebruik genomen al Tp 24. Deze toestellen waren geÔnterneerd nadat ze een noodlanding in Zweedse wateren moesten maken.

    Andere typen:
    Er is een foto bekend van een Do 24, uitgerust met een grote magnetische ring, bedoelt voor mijnenveeg-operaties. Welke type toestel hiertoe is omgebouwd en hoeveel er zijn geproduceerd is onbekend. Wanneer we de Duitse aanduidingen zouden aanhouden, is de meest logische versienaam Do 24MS.

    In 1943 begon de Dornierfabriek aan de ontwikkeling van een verbeterde versie, toegerust voor verkennings- en reddingstaken. Het toestel zou een stuk zwaarder en iets groter worden en aangedreven worden door drie 1200 pk zware BMW Bramo 323TA motoren. Het toestel kreeg de aanduiding Do 318. Er is een prototype bekend, maar onzeker is of het ooit heeft gevlogen.

    Afbeeldingen

    Do 24T-1
    Franse Do 24T-1 direct na Wo2, let op verwijderde boegkoepel

    Informatie

    Artikel door:
    Wilco Vermeer
    Geplaatst op:
    25-02-2003
    Laatst gewijzigd:
    15-04-2012
    Feedback?
    Stuur het in!

    Bronnen

    - Gunston B. ea., Jane's Fighting Aircraft of World War II, Random House Group Ltd, 2001
    - Klaauw, B. v.d., Water en transport vliegtuigen Wereldoorlog II, uitgeverij de Alk bv.
    - Korbee P., 85 jaar Marineluchtvaartdienst in beeld, Marineluchtvaartdienst, 2002
    - Wilson S., Aircraft of WWII, Airospace Publications Pty Ltd, Australia, 1998
    - Zwart, A. de, Dornier Do 24 (www.dornier24.com) website