Inleiding

Toen bij de RAF bleek dat de Avro Anson bij Coastal Command niet voldeed aan de voor haar bedachte taak, was er snel behoefte aan een vliegtuig dat de taken van de Anson kon overnemen.

In het kader van het Britse herbewapeningsprogramma in 1938 ging een delegatie van de British Purchasing Commission in de Verenigde Staten op zoek naar een toestel, het liefst op basis van een bestaand ontwerp, dat snel geproduceerd kon worden.
Bij de firma Lockheed stootte de delegatie op een ontwerp op basis van het Model 14 Super Electra passagiersvliegtuig.
De Super Electra was een jaar daarvoor in productie gekomen en vond al gretig aftrek in vele landen.
De verdere ontwikkeling van de militaire versie resulteerde uiteindelijk in de Lockheed Hudson zoals hij bij de RAF bekend werd. In de VS zou het toestel bekend worden als de Lockheed A-28 en A-29.

De ontwikkeling vanuit de Super Electra tot de Hudson zou uiteindelijk leiden tot een hele familie met opeenvolgend de Lockheed model 10- Lockheed model 12, Lockheed model 14, Lockheed Hudson, Lockheed Lodestar, Lockheed Ventura en ten slotte de Lockheed Harpoon. Uiteindelijk zouden er van de Lockheed Hudson alleen al 2941 exemplaren uit de fabrieken rollen.
Vele landen en vele militaire onderdelen zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruik gaan maken van dit type. Naast Groot BrittanniŽ (1970) en de Verenigde Staten (508) zelf werden dit onder andere Ierland (1), Nederland (in RAF dienst), AustraliŽ (272), Nieuw Zeeland (101), Zuid Afrika (2), Canada (248), China (26), BraziliŽ (28) en Portugal (1). Naast deze Hudsons hebben, met name in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog vele Super Electra's, al dan niet gevorderd, ook militaire vluchten gemaakt. Japan kocht 30 Super Electra's en ging er vele zelf produceren.

Na het gebruik van de Avro Anson door de Nederlandse marinevliegers bij het RAF 320 squadron werd de Lockheed Hudson in verschillende versies het standaardtoestel voor de Nederlanders, alvorens men overstapte op de North American B-25 Mitchell.
Totaal zouden er 2.522 Hudsons worden gebouwd.

Afbeeldingen

Van ontwikkeling tot Mk I

Ontwikkeling:
De model 14-serie ontstond uit een competitie, waarin de Lockheedfabriek op basis van prestaties trachtte het Douglas DST-ontwerp (de latere Douglas DC-3/C-47) naar de kroon te steken. Het werd een vliegtuig met laagliggende vleugel en twee motoren. Uiteindelijk werden toch ook andere verbeteringen toegepast. Dit kon men doen omdat door capaciteitsproblemen bij de fabriek men niet op het geplande moment met productie zou kunnen aanvangen. Uiteindelijk ontstond zo een passagiersvliegtuig voor 14 personen. Het prototype kwam in juli 1937 gereed en kreeg al snel haar definitieve naam de Super Electra.

Lockheed Model 14 Super Electra / XR4O-1 / C-111-LO:
Het prototype (de x17382) werd aangedreven door twee Pratt & Whitney R-1690-S1E-G Hornet motoren met een vermogen van 875 pk elk.
Doordat de onderhoudskosten van de Super Electra voor de luchtvaartmaatschappijen veel hoger lagen dan voor de DC-3, werden er uiteindelijk maar 112 Super Electra's gebouwd.
De Super Electra kende vele verschillende versies op basis van de toegepaste motoren.
Model 14-H met twee Pratt& Whitney Hornet motoren kende twee versies, met twee S1E-G motoren ( Model 14-H) en met twee S1E2-G motoren ( Model 14-H2), werd 52 keer gebouwd (20 keer model 14-H en 32 keer model 14 H-2). Deze toestellen werden verkocht aan Northwest Airlines, Guinea Airways, het Poolse LOT, Trans-Canada Airlines en andere.
De eerste militaire versie was een van Trans Canada teruggekocht toestel dat als model C-14H-1 werd getest door de USAAF en niet geschikt werd bevonden.
Van het voor de export bestemde Model 14-WF62 met twee Wright Cyclone SGR-1820-F62 motoren, werden 21 exemplaren gebouwd (11 voor KLM/KNILM, 8 voor British Airways en twee voor Air Lingus).
Daarnaast werden er nog diverse modellen gebouwd in kleine aantallen voor privť-eigenaren en kleinere maatschappijen.
De grootste gebruiker van de Super Electra werd echter Japan. Maar liefst dertig werden er via Tachikawa verkocht voor de Japanse Nihon Koku KK en werd gekenmerkt als Model 14-WG3B met twee Wright Cyclone GR-1820-G3B motoren van 900 pk.
Het model 14-H is uiteindelijk het meest gebouwd.
Naast de door de burgerluchtvaart gebruikte vliegtuigen werden twee Model 14-W en twee model 14-N Lockheed's door de RAF gebruikt. De Australische luchtmacht (RAAF) gebruikte negen toestellen die werden ingedeeld bij het Allied Directorate of Air Transport.
In maart 1942 ontsnapten vier Model 14-W toestellen van de KNILM (Koninklijke Nederlands Indische Luchtvaart Maatschappij) aan de Japanse bezetting van Nederlands-IndiŽ naar AustraliŽ. Bij de landing ging ťťn toestel verloren. De overige drie werden ingelijfd bij de USAAF als Lockheed C-111-LO en werden toegewezen aan het Allied Directorate of Air Transport, waar ze vaak door Nederlandse voormalige KLM of KNILM piloten werden gevlogen.
Eťn exemplaar van het type Model 14-H werd als Lockheed XR4O-1 door de US Navy uitgerust met twee Pratt & Whitney R-1690-52 Hornet motoren van 850 pk en werd vanaf oktober 1938 gebruikt als transporttoestel voor stafvervoer. De US Navy heeft het tot 1944 in gebruik gehad. Het toestel heeft alleen gevlogen binnen de Verenigde Staten zelf vanaf de marinebasis Anacostia.
Van de burgertoestellen zijn uiteindelijk door de Britse RAF vier vliegtuigen ingezet als transportvliegtuig en bij de Australische RAAF werden er zeven voor hetzelfde doel gebruikt. Bijna alle hebben diensten gevlogen voor de Allied Directorate of Air Transport en werden veelal door burgerpiloten gevlogen.

Type: Lockheed model 14H Super Electra
Gebruik: Transportvliegtuig
Motor: twee Pratt & Whitney R-1690-S1E-G Hornet motoren met een vermogen van 865 pk elk.
Spanwijdte: 19,96 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m≤
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,48 m
Max. Gewicht: 7938 kg
Leeggewicht: 4672 kg
Max. snelheid: 397 km/u
Kruissnelheid: 346 km/u
Plafond: 7405 m
Bereik: 3315 km
Bewapening: geen
Bemanning: 2 en 14 passagiers
Aantal: 112

Tachikawa Army Type LO / Kawasaki Ki-56 Army Type 1 transport:
Een dertigtal Lockheed Super Electra's werd verkocht aan Japan. Ook verkreeg de fabriek van Tachikawa de licentierechten. Er werden totaal 199 toestellen gebouwd voor de Japanse luchtmacht. De toestellen werden gebouwd tussen 1940 en 1942 bij de fabrieken van Tachikawa (64 als Tachikawa LO) en bij Kawasaki (55 als Kawasaki Ki-56). De geallieerde codenamen werden Toby voor de Amerikaanse toestellen en Thelma voor de in licentie gebouwde Tachikawa toestellen en Thalia voor de Kawasaki's.
Tenslotte heeft Japan nog vele in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog buitgemaakte Model 14-W toestellen aan haar bestand toegevoegd.

Type: Tachikawa LO/Kawasaki Ki-56
Gebruik: Transportvliegtuig
Motor: Twee Mitsubishi HA-26-I (Army type 99) met een vermogen van 850 pk elk
Spanwijdte: 19,97 m
Vleugeloppervlak: 51,30 m≤
Lengte: 13,42 m
Hoogte: 3,49 m
Max. snelheid: 418 km/u
Bewapening: geen
Bemanning: 3 en maximaal 12 passagiers
Aantal: 199

Lockheed Hudson Mk I / Lockheed Model B-14L:
Toen in 1936, in het kader van een herbewapeningsprogramma, een U-boot jager werd gezocht, werd in maart 1936 als eerste de Avro Anson in dienst genomen. In 1938 waren de Britten in de Verenigde Staten op zoek naar een vervanger en kwamen uiteindelijk bij Lockheed terecht.
De Britten waren onder de indruk van het militaire model van de Super Electra. Onderhandelingen over Britse wensen gaven uiteindelijk Model B-14L ( Bij Lockheed Model 214). De Super Electra was nu uitgerust met een Boulton Paul geschutskoepel met twee 7,7 mm machinegeweren en twee vaste 7,7 mm mitrailleurs in de neus. Het toestel zou worden aangedreven door twee Wright GR-1820-G102A motoren met een vermogen van 1100 pk elk.
Het ontwerp zelf was uiterlijk nauwelijks aangepast behalve dat het toestel werd toegerust voor militair gebruik.
In juni 1938 werd het eerste contract getekend voor de levering van 350 toestellen. Het eerste toestel vloog in december 1938 en bereikte Groot BrittanniŽ in februari 1939 als de Hudson Mk I.
Coastal Command Squadron No 224 te Leuchars werd als eerste uitgerust met de nieuwe aanwinst in de zomer van 1939. In augustus 1939 volgde No 233 Squadron.
Een Hudson van No 224 Squadron kreeg op 8 oktober 1939 de eer om het eerste vliegtuig van Amerikaanse fabricage te zijn dat een vijandelijk toestel neerhaalde tijdens de Tweede Wereldoorlog, door een Dornier Do18D vliegboot neer te halen.
Er zijn in totaal 350 Hudson Mk I geleverd, maar er zijn er 351 geproduceerd. Eťn toestel ging bij testvluchten in de Verenigde Staten verloren en werd door de fabriek vervangen.
Alle toestellen gingen naar de RAF op dertig exemplaren na. De Canadese RCAF kreeg 28 toestellen toegewezen en de Zuid-Afrikaanse SAAF kreeg er twee.
Eťn Hudson Mk I, een toestel van RAF No 48 Sq. heeft een noodlanding moeten maken op Iers grondgebied in 1942. Het toestel is door de Ieren gerepareerd en in gebruik genomen als kustverkenner.
Een ander RAF-toestel is in de loop van de oorlog verbouwd tot VIP transportvliegtuig en heeft dienst gedaan bij de No.2 Camouflage Unit.
Ook het Nederlandse No 320 Squadron heeft met de Hudson gevlogen. In oktober 1940 kreeg de eenheid 16 Hudson Mk I toestellen toegewezen. Na een aantal maanden werden deze echter weer vervangen.

Type: Lockheed Hudson Mk I
Gebruik: Maritiem Verkenner/Bommenwerper
Motor: twee Wright GR-1820-G102A Cyclone met een vermogen van 1100 pk.
Spanwijdte: 19,96 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m≤
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,32 m
Max. Gewicht: 8845 kg
Leeggewicht: 5484 kg
Max. snelheid: 357 km/u
Kruissnelheid: 307 km/u
Plafond: 6400 m
Bereik: 3154 km
Bewapening: Twee vaste 7,7 mm Browning mitrailleurs in de neus, twee beweegbare 7,7 mm Browning mitrailleurs in een Boulton Paul type CMk II koepel en 612 kg aan bomlading.
Bemanning: 6 (piloot/co-piloot/bomrichter/radiobediener/twee schutters)
Aantal: 112

Definitielijst

U-boot
Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.

Afbeeldingen

Super Electra
Japanse Ki-56
Japanse Ki-56
Japanse Ki-56

Van Mk II tot A-29B-LO

Lockheed Hudson Mk II:
Een versie met versterkt frame en andere propellers werd de Hudson Mk II. Vanaf dit moment stonden alle typen bij de fabriek bekend als model 414.
De Mk II is maar in kleine aantallen gebouwd (20). Allen gingen naar de RAF, behalve ťťn toestel dat bij de RCAF in dienst ging.
Eťn van de RAF-toestellen vloog voor de BOAC (British Overseas Airways Corporation), een burgermaatschappij die tijdens de oorlog vrijwel uitsluitend militaire opdrachten uitvoerde.
Het Nederlandse 320 Sq heeft totaal met twee Mk II's gevlogen alvorens men overschakelde op de Mk III.
Het toestel was behalve het gewicht nagenoeg gelijk aan de Mk I.

Lockheed Hudson Mk III:
Rechtstreeks uit de Mk II werd de Mk III ontwikkeld. Het toestel werd aangedreven door twee Wright GR-1820-G205A motoren met een vermogen van 1200 pk.
De bewapening was danig uitgebreid. Buiten de standaardbewapening van de MK I/II kreeg de MK III nog een intrekbare 7,7 mm Vickers mitrailleur in de buik en twee 7,7 mm Vickers mitrailleurs aan de zijkant. De RAF bestelde dit toestel massaal. De Amerikaanse neutraliteitspolitiek verbood in 1941 echter wapenhandel met landen in oorlog. Middels een slim systeem van Lend-Lease kon er via toch geleverd worden. Voor dit besluit waren er echter nog 428 exemplaren rechtstreeks geleverd. Hiervan hadden er 241 een vergrote brandstofcapaciteit en stonden bekend als Hudson Mk III (LR), de overige187 als Mk III (SR). 371 Toestellen gingen naar de RAF, Canada kreeg er drie en de Nieuw-Zeelandse luchtmacht (RNZAF) kreeg er maar liefst 54.
De eerste MkIII toestellen van de RAF gingen naar No 220 Squadron.
Vier RAF-toestellen werden verkocht aan de BOAC en als onbewapend transportvliegtuig gebruikt. Twee hiervan keerden later weer naar de RAF terug als Lockheed Hudson C.Mk III transporttoestellen.
Eťn Mk III ging samen met drie andere Hudsons in juni 1944 over naar de Fleet Air Arm van de Royal Navy waar deze dienst heeft gedaan als transporttoestel.
Een aantal van de RAF-toestellen is later voorzien van een onder de buik gedragen reddingsboot, waarmee SAR (Search and Rescue)-diensten werden gevlogen.
Ook de Hudson Mk III heeft bij het Nederlandse No 320 Squadron gevlogen.

Type: Lockheed Hudson Mk III
Gebruik: Maritiem Verkenner/Bommenwerper
Motor: twee Wright GR-1820-G205A Cyclone motoren met een vermogen van 1200 pk
Spanwijdte: 19,96 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m≤
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,61 m
Max. Gewicht: 7938 kg
Leeggewicht: 5276 kg
Max. snelheid: 396 km/u
Kruissnelheid: 334 km/u
Plafond: 7620 m
Bereik: 3154 km
Bewapening: Twee vaste 7,7 mm Browning mitrailleurs in de neus, twee beweegbare 7,7 mm Browning mitrailleurs in een Boulton Paul type CMk II koepel, drie 7,7 Vickers mitrailleurs in opstellingen aan de zijkant en in de buik en 720 kg aan bomlading.
Bemanning: 5
Aantal: 428

Lockheed Hudson Mk IIIA / Lockheed A-29/29A-LO / Lockheed PBO-1 / Lockheed AT-18/18A-LO:
De A-29 was gelijk aan de Hudson Mk III (LR), maar werd aangedreven door twee Wright R-1820-27 motoren. Ook deze toestellen vielen onder het embargo en werden derhalve als Lend-Lease geleverd. Er waren aanvankelijk door de RAF 616 exemplaren van dit door de fabriek model 414-56 genoemde toestel besteld. Gezien de gelijkenis met de Mk III kregen de vliegtuigen bij de RAF de aanduiding Mk IIIA. Ook deze serie was aanvankelijk nog rechtstreeks door de RAF besteld. De vliegtuigen kregen dan ook USAAF serienummers toegewezen.
Twintig A-29's gingen naar de US Navy voor anti-onderzeebootdienst en werden daar aangeduid als PBO-1. De PBO-1'en gingen naar een Amerikaanse eenheid die opereerde vanuit ArgentiniŽ, Newfoundland en een basis op Rhode Island. De PBO-1'en droegen vier dieptebommen van 147 kg en hadden een bewapening van twee vaste en drie beweegbare mitrailleurs.
De RAF kreeg er uiteindelijk 32, maar het overgrote deel ging naar de RCAF (133). AustraliŽ en Nieuw Zeeland kregen respectievelijk 41 en 14 exemplaren.
Met de Mk IIIA werd ook voor het eerst de Hudson geleverd aan China. Maar liefst 23 A-29-LO en drie A-29A-LO toestellen mochten de Chinezen helpen in het bestrijden van de Japanse aanvaller.
De Amerikaanse luchtmacht zelf nam maar liefst 153 exemplaren A-29 in dienst. Bij deze Amerikaanse toestellen was echter de rugkoepel weggelaten en vervangen door een luik, waarbij in open positie een mitrailleur kon worden gemonteerd. Deze toestellen waren bedoeld als tijdelijke opvulling in de anti-onderzeeboottaak, totdat andere vliegtuigen deze taak konden overnemen. Na dit gebruik werden de vliegtuigen toegewezen aan trainingseenheden.
De A-29A was gelijk aan de A-29, echter was zodanig aangepast dat het eenvoudig kon worden omgebouwd tot vliegtuig voor het transport van troepen. De totaal 384 gebouwde A-29A-LO, zoals de officiŽle aanduiding luidde, werden als volgt geleverd: China (3), RAF (289), RAAF (65), RCAF (4), RNZAF (23) en USAAF (65).
In 1942 bestelde de USAAF 300 trainers van de MK IIIA bij Lockheed. Er werden twee versies gebouwd, de AT-18-LO met bewapening als geschutstrainer en de AT-18A-LO als onbewapende navigatietrainer. In totaal zijn er 217 AT-18 en 83 AT-18A's gebouwd.

Type: Lockheed Hudson Mk IIIA
Gebruik: Maritiem Verkenner/Bommenwerper
Motor: twee Wright R-1820-87 motoren met een vermogen van 1200 pk elk.
Spanwijdte: 19,96 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m≤
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,61 m
Max. Gewicht: 9526 kg
Leeggewicht: 5817 kg
Max. snelheid: 407 km/u
Kruissnelheid: 330 km/u
Plafond: 8075 m
Bereik: 4506 km
Aantal: 601

Lockheed A-29B-LO:
Speciaal uitgerust als fotoverkenner, werden 24 A-29's geleverd aan de USAAF als A-29B-LO. Dit waren 24 omgebouwde exemplaren uit de serie van 153 A-29's voor de USAAF.

Definitielijst

mitrailleur
Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.

Afbeeldingen

Een Amerikaanse PBO-1

Van Mk IV tot A-28A-LO

Lockheed Hudson Mk IV:
De Australische luchtmacht (RAAF) bestelde in 1938 circa honderd Mk I's en Mk II's, uitgevoerd met Pratt & Whitney R-1830 motoren met een vermogen van 1050 pk. Dit Lockheedmodel 314 kreeg bij de RAF de benaming Hudson Mk IV. De motoren waren in AustraliŽ in licentie gebouwd. Bij de fabriek van Lockheed kregen deze toestellen de aanduiding model B14S.
De eerste toestellen hadden net als de Amerikaanse Hudsons geen rugkoepel, maar een luik waar een mitrailleur in open positie kon worden aangebracht deze stonden eerst bekend als Mk I. De volgende serie met koepel als Mk II. Allen kregen op basis van hun motoren uiteindelijk de aanduiding Mk IV.
Ook de RAF bestelde in totaal 30 toestellen die gelijk waren aan de Australische Mk II. Ook deze toestellen werden bekend als Mk IV. 23 Hiervan gingen naar de RAF zelf en 7 werden doorgestuurd naar de RAAF.
De FAA van de Royal Navy nam twee Mk IV's over van de RAF die samen met de andere Hudsons als transportvliegtuig zijn ingezet tussen 1944 en 1945.

Type: Lockheed Hudson Mk IV
Gebruik: Maritiem Verkenner/Bommenwerper
Motor: twee Pratt & Whitney Twin Wasp S3C4-G motoren met een vermogen van 1200 pk elk.
Spanwijdte: 19,69 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m≤
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,61 m
Max. Gewicht: 7938 kg
Leeggewicht: 5276 kg
Max. snelheid: 457 km/u
Kruissnelheid: 360 km/u
Plafond: 8230 m
Bereik: 3476 km
Bemanning: 4
Aantal: 130

Lockheed Hudson Mk IVA / Lockheed A-28-LO:
Na 11 maart 1941 was het niet meer toegestaan aan Amerikaanse bedrijven om rechtstreeks aan oorlogvoerende landen te leveren. De reeds bestelde Hudsons werden in principe overgenomen door de Amerikaanse overheid en kregen Amerikaanse serienummers.
De Mk IVA, in Amerika A-28 genoemd, werd uiteindelijk geleverd aan de RAAF middels het Lend-Lease systeem.
Totaal zijn er 52 toestellen van dit type gebouwd.

Lockheed Hudson Mk V:
Qua bewapening gelijk aan de Mk II, maar uitgerust met twee P&W Twin Wasp motoren ontstond de Mk V.
De eerste 202 toestellen zouden later bekend staan als Mk V (SR voor Short Range). Van deze serie werden er zeven in Groot-BrittanniŽ toegewezen aan de daar aanwezige luchtmachteenheden van de USAAF, ťťn toestel ging naar de Canadese luchtmacht (RCAF) en zes gingen er naar Nieuw Zeeland (RNZAF). De rest kwam in dienst bij de RAF zelf.
Hierna volgden 207 toestellen met een grotere brandstofcapaciteit (Mk V (LR)). Eťn hiervan ging in 1941 tijdelijk naar de BOAC en 42 gingen er naar Canada (RCAF).
De Mk V was het laatste type van de Hudson welke heeft gevlogen bij het Nederlandse No 320 squadron, alvorens men overstapte op de Mitchell.
De FAA van de Royal Navy heeft ťťn Mk V in gebruik gehad als transportvliegtuig. Deze Mk V, de AM 550 is beroemd geworden door het ongeluk op 2 januari 1945, waarbij onder andere admiraal Ramsey om het leven kwam.

Type: Lockheed Hudson Mk V
Gebruik: Maritiem Verkenner/Bommenwerper
Motor: twee Pratt & Whitney Twin Wasp S3C4-G motoren met een vermogen van 1200 pk elk.
Spanwijdte: 19,96 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m≤
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,61 m
Max. Gewicht: 7938 kg
Leeggewicht: 5276 kg
Aantal: 409

Lockheed Hudson Mk VI / Lockheed A-28A-LO:
Dit toestel was gelijk aan de Mk V, maar werd aangedreven door andere motoren.
De vliegtuigen kregen echter aanvankelijk een Amerikaanse aanduiding (A-28) ten gevolge van het verbod op leveranties aan oorlogvoerende landen. Door het slimme systeem van Lend-Lease konden de toestellen echter toch worden geleverd. Eenmaal bij de RAF kregen ze de aanduiding Mk VI. Zeker 410 toestellen gingen er naar de RAF, waarna ook van dit type er drie werden toegewezen aan de USAAF. Eťn van de RAF-toestellen ging later over naar de Portugese marine (Aviacao Naval). Tevens gingen er vier RAF toestellen naar Nieuw Zeeland en 36 naar Canada.
Een aantal van de RAF toestellen is na hun actieve dienst ontwapend en kreeg een transportrol als Hudson C.VI.
Toen BraziliŽ in 1942 de oorlog verklaarde aan Duitsland en ItaliŽ kreeg de Braziliaanse Luchtmacht (Forca Aerea Brasileira) de beschikking over 28 A-28A toestellen. Gestationeerd in Rio de Janeiro hebben zij anti-onderzeeboottaken uitgevoerd. Drie van deze toestellen hebben later bij de FAB als C-28 dienst gedaan als transportvliegtuig.

Type: Lockheed Hudson Mk VI / Lockheed A-28A-LO
Gebruik: Transportvliegtuig
Motor: twee Pratt & Whitney R-1830-67 motoren met een vermogen van 1200 pk elk.
Spanwijdte: 19,96 m
Vleugeloppervlak: 51,19 m≤
Lengte: 13,51 m
Hoogte: 3,61 m
Leeggewicht: 5865 kg
Max. snelheid: 396 km/u
Kruissnelheid: 274 km/u
Plafond: 7470 m
Bereik: 3476 km
Bewapening: Twee vaste 7,7 mm Browning mitrailleurs in de neus, twee beweegbare 7,7 mm Browning mitrailleurs in een Boulton Paul type CMk II koepel
Aantal: 450

Definitielijst

mitrailleur
Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.

Afbeeldingen

Een A-28

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
12-02-2003
Laatst gewijzigd:
12-03-2009
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Gerelateerde personen

Bronnen

- Gunston B. ea., Jane's Fighting Aircraft of World War II, Random House Group Ltd, 2001
- Wilson S., Aircraft of WWII, Airospace Publications Pty Ltd, Australia, 1998
- Wings, Midway to Hiroshima, CD-Rom, Discovery/Maris multimedia, 1995