De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Als er één figuur is die een enorme impact op de geschiedenis van de 20ste eeuw heeft gehad, is dat ongetwijfeld Adolf Hitler. Tot de dag van vandaag is de interesse voor Hitler en zijn Derde Rijk nog steeds groot. Getuige daarvan is de niet aflatende stroom aan boeken over de Duitse dictator. De drang om te begrijpen hoe het mogelijk is dat één figuur zulke mensenmassa’s in beweging kon brengen, dat één figuur zo’n vernietigende impact kon hebben op de menselijke geschiedenis, is groot.

    Toch is dat een onvolledige insteek. Adolf Hitler valt niet alleen te verklaren vanuit de persoonlijkheid van Hitler zelf. Hoewel zijn rol uiteraard moeilijk kan overschat worden, moet er vermeden worden dat de hele geschiedenis van WOII wordt herleid tot Hitler alleen. Zoals de Duitse historicus Joachim Fest in zijn uitgebreide biografie over de nazileider schreef, moet er vooral ook gekeken worden naar "de algemene omstandigheden, die moeilijk te decoderen relatie tussen de man en de tijd, en de tijd en de man". Een gelijkaardig idee vinden we ook terug bij de Britse Hitlerbiograaf Ian Kershaw. Hij stelde dat Hitler maar kon doen wat hij deed, omdat vele Duitsers bereid waren om hem te helpen. "Pas uit de wisselwerking tussen Hitlers intenties en de structureel bepaalde druk tot handelen die uitging van de aan hem ondergeschikte rangen en instituties, zou de ontketende dynamiek van het regime te verklaren zijn die tot steeds radicalere oplossingen leidde."

    In dit artikel zal dan ook aandacht besteed worden aan de persoonlijkheid van Hitler zelf, evenals aan de omstandigheden die macht van de Führer verklaren. Zowel de sturende kracht die van Hitler uitging als de krachten die op hem op inwerkten moeten aan bod komen. Simpele, eenduidige antwoorden worden in dit artikel niet gegeven, om de eenvoudige reden dat deze er niet zijn.

    Om dit artikel overzichtelijk te houden zal er meermaals verwezen worden naar andere artikels waarin bepaalde thema’s dieper worden uitgewerkt.

    Definitielijst

    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.

    Afbeeldingen

    Adolf Hitler omstreeks 1933. Bron: Encyclopædia Britannica.

    Afkomst en jeugd

    De roots van Adolf Hitler liggen in Waldviertel, een voornamelijk agrarisch gebied in het noorden van Neder-Oostenrijk, tegen de Boheemse grens. Daar werd zijn vader Alois geboren op 7 juni 1837 als buitenechtelijk kind van Maria Anna Schicklgruber. Zij trouwde vijf jaar laten met Johann Georg Hiedler. Vermoedelijk omwille van de armoede waarin het paar leefde, werd Alois nog voor de dood van zijn moeder in 1847 toevertrouwd aan Johann Georgs jongere broer Johann Nepomuk, een welgestelde landbouwer. De pleegvader – die zijn naam Hüttler spelde in plaats van Hiedler – zorgde voor Alois alsof hij zijn eigen zoon was. Hij kon naar de lagere school en ging in Wenen in de leer bij een schoenmaker. Opvallend is dat Alois in 1876 zijn naam Schicklgruber liet veranderen in Hitler. Zijn pleegvader liet officieel in het doopregister noteren dat zijn broer de vader van Alois was. Het valt te betwijfelen of Johann Georg ook de echte vader was. De meeste historici vermoeden dat Johann Nepomuk de biologische vader is, maar ook voor deze stelling zijn er geen sluitende bewijzen. Nog minder zijn die er voor de veronderstelling dat Hitlers grootvader een jood zou zijn geweest. In ieder geval, dit alles maakt dat de identiteit van Adolf Hitlers grootvader langs vaders zijde onzeker is.

    Ondanks zijn gemiddelde afkomst maakte Alois een mooie carrière bij k.u.k. Finanzwache, de Oostenrijkse douanedienst, waar hij opklom tot een leidinggevende functie. Zijn liefdesleven verliep minder vlekkeloos. Hij trouwde drie maal en had al twee kinderen voor zijn derde huwelijk met Klara Pölzl. Uit dit huwelijk werd Adolf Hitler geboren. Hij kwam op 20 april 1889 ter wereld in het Oostenrijkse Braunau am Inn. Drie eerder geboren kinderen waren jong gestorven.

    "Ik zie het als een vingerwijzing van de Voorzienigheid dat het lot Braunau aan de Inn als mijn geboorteplaats aanwees", zo begint Hitler Mein Kampf. "Want deze kleine stad ligt aan de grens tussen twee Duitse staten die wij van de jongere generatie met alle ons ten dienste staande middelen weer wilen verenigen. Deze kleine stad aan de grens is naar mijn gevoel het symbool van een grote missie." De realiteit is echter dat Braunau amper een rol speelde in zijn leven.

    Toen Hitler amper 4 jaar oud was, verhuisde het gezin, omwille van een nieuwe stap in de carrière van Alois, naar Passau in Beieren. Als hoofdambtenaar bij de douane verdiende hij goed, zodat de jonge Hitler nooit iets tekortkwam, in tegenstelling tot wat hij later liet uitschijnen. Een hechte band met zijn vader had hij evenwel niet: Alois eiste dan wel respect en gehoorzaamheid van zijn kinderen – iets dat hij durfde af te dwingen met enkele klappen –, maar in feite bemoeide hij zich weinig met de opvoeding. Hitlers moeder wijdde zich wel met hart en ziel aan het gezin en compenseerde zo het gebrek aan aandacht van zijn vader. Later schreef Hitler: "Ik had respect voor mijn vader, maar ik hield van mijn moeder." Er is niet zoveel bekend over de jeugd van Hitler, maar op basis van wat we zeker weten, lijkt Hitler een voor die tijd tamelijk normale kindertijd te hebben gehad. De combinatie van een meer autoritaire vader en een compenserende moeder was een vrij normaal gezinspatroon aan het einde van de 19de eeuw.

    Nadat zijn vader op pensioen ging, verhuisde het gezin nog enkele keren: naar Hafeld (1895), Lambach (1897) en Leonding bij Linz (1898). Hier doorliep Hitler zijn lagere school zonder noemenswaardige problemen. Daaraan kwam een einde bij zijn overstap naar de Realschule. Zijn cijfers gingen achteruit en Hitler blonk niet uit door zijn inzet. Zijn leerkrachten omschreven hem als "tegendraads, eigenmachtig, betweterig en driftig". Bovendien liepen ook de spanningen thuis op. Zijn vader verloor de greep op zijn zoon die langzaam veranderde in een norse, gesloten jongeman.

    Alois Hitler stierf plotseling in 1903 en de dood van de bijwijlen tirannieke vader was een opluchting voor het hele gezin. Materieel kwamen ze niets tekort. Toch veranderde dit alles niets aan de houding van Hitler en zijn schoolresultaten. Uiteindelijk verliet hij in 1905 de school – hij was toen 16 –, zonder een duidelijk toekomstbeeld.

    Hij trok terug in bij zijn moeder die intussen was verhuisd naar Linz. Daar bracht hij de volgende jaren door met tekenen, lezen, schrijven en naar de opera of concerten te gaan. Hitler ontmoette zo August Kubizek en zij werden vrienden. Uit Kubizeks beschrijvingen kwamen een aantal eigenschappen van Hitler naar voren die later steeds duidelijker zouden worden: de intense blik, de neiging om lange monologen te geven, de drang om te fulmineren tegen alles waarvan hij een afkeer had. Kubizek schreef: " [...] Ik heb in heel mijn verdere leven geen mens gekend van wie [...] de ogen zo totaal het gezicht beheersten als bij mijn vriend. Het waren de lichte ogendie hij van zijn moeder had. De enigszins strakke, doordringende blik was bij de zoon echter nog sterker [...]. Het was onheilspellend hoe de uitdrukking in die ogen plotseling kon veranderen, vooral wanneer Adolf sprak. [...]."

    Kubizek en Hitler deelden elkaars passie voor opera. Vooral zijn liefde voor Wagner was grenzeloos. Het is ook in deze periode dat Hitler voor het eerst expliciet sprak van een toekomst als kunstenaar. In 1906 ondernam hij zijn eerste bezoek aan Wenen, de keizerlijke hoofdstad. Vermoedelijk groeide hier zijn idee om aan de Academie voor Beeldende Kunsten te gaan studeren. De ziekte van zijn moeder (borstkanker) gooide echter roet in het eten. Pas in september 1907, toen de ziekte enigszins gestabiliseerd leek, vertrok Adolf Hitler opnieuw naar Wenen om de toelatingstest voor de Academie voor Beeldende Kunsten af te leggen. Dat werd een zware ontgoocheling. Hitler geraakte wel door de eerste selectie, maar haalde niet de definitieve. Voor iemand die nooit aan zichzelf had getwijfeld moet dit een zware klap geweest zijn. Dat blijkt ook uit het feit dat hij zijn falen verzwegen heeft, zowel voor zijn moeder als voor Kubizek.

    De volgende klap kwam nog harder aan: de toestand van zijn moeder ging eind 1907 zienderogen achteruit. Ze stierf op 21 december. Met haar verloor hij waarschijnlijk de enige mens van wie hij ooit werkelijk heeft gehouden."In mijn hele, bijna veertig jaar lange carrière heb ik nooit een jongmens gezien dat zo diep ongelukkig was van de pijn en het hartzeer als de jonge Adolf Hitler," herinnerde dokter Bloch zich in november 1938.

    Vaak werd er naar deze periode verwezen om het antisemitisme van Hitler te verklaren. Daarvoor is er echter geen enkele grond. Zo zaten er geen Joden in de jury van de Academie die Hitler afwees. Dr. Bloch was wel Joods, maar Hitler is hem steeds dankbaar gebleven omwille van de goede zorgen voor zijn moeder. Zo liet Hitler de vroegere huisarts als enige onder alle Joden in Linz beschermen door de Gestapo.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    Mein Kampf
    Boek geschreven door Hitler, waarin hij de grondslagen van het nationaal socialisme uiteenzet.

    Afbeeldingen

    Adolf Hitler als baby (1889-1890). Bron: Wikipedia.
    Klara Pölzl, Hitlers moeder. Bron: Wikipedia.
    Hitlers vader, Aloïs. Bron: Wikipedia.
    Schoolfoto van Hitler in Lambach, omstreeks 1900.
    Het huis in Leonding (Oostenrijk), waar Hitler als adolescent verbleef. Bron: Kim Traynor via Wikipedia.

    De Weense jaren

    Adolf Hitler keerde in februari van 1908 terug naar Wenen. Deze verhuizing werd algemeen beschouwd als het keerpunt van zijn leven. Dat de Weense periode een diepe indruk en invloed heeft nagelaten is ongetwijfeld correct. Het is echter niet correct te stellen, zoals Hitler wel deed, dat de vorming van zijn karakter én van zijn politieke denkbeelden uitsluitend tot deze periode te herleiden is.

    Wenen rond de eeuwwisseling was de perfecte doorsnede van de toenmalige mogelijkheden en moeilijkheden. De keizerlijke hoofd stad werd gekenmerkt door modernisme (met o.m. kunstschilder Gustav Klimt) en intellectuele vernieuwing, maar ook door armoede en immigratie. Het bevolkingsaantal van de stad was op 40 jaar tijd meer dan verdubbeld, waaronder vele Tsjechen. Ook het aandeel van de Joodse bevolking lag in Wenen hoger dan in andere Europese steden. In 1910 woonden er in Wenen 175.300 Joden, die daarmee ongeveer 8,7 procent van de bevolking vormden. Heel wat autochtonen voelden zich bedreigd: door de niet-aflatende stroom van migranten die de Duitse cultuur onder druk zetten, door de groeiende arbeidersbeweging, door de toenemende etnische conflicten, enz. Anti-Joodse gevoelens waren meer regel dan uitzondering. Belangrijk daarbij op te merken was dat Joods in deze context voor meer stond dan een aanhanger van het joodse geloof: Joods stond voor een vrijzinnige, internationaal georiënteerde geesteshouding die er niet voor terugdeinsde met de traditie te breken, nieuwe dingen uit te proberen en taboes te doorbreken. Het – op die manier gedefinieerde – Joodse aandeel in de Weense cultuur en wetenschappen was groot.

    In reactie daarop ontstonden er vanaf het einde van de negentiende eeuw verenigingen, partijen en massabewegingen die een radicaal nationalisme propageerden. Dit was de wereld waarin Adolf Hitler zijn eerste echte stappen als zelfstandige volwassene moest zetten.

    Dankzij het wezenpensioen en de erfenis van zijn moeder kon hij zonder problemen een jaar lang rondkomen in Wenen zonder een vaste baan te hoeven zoeken. Het plan was om er een opleiding in de architectuur te volgen. Eigenaardig genoeg heeft hij daar nooit echt werk van gemaakt. Hij herviel in het leven van voor de dood van zijn moeder: schetsen, lezen en schrijven, slenterend door de straten en opera’s bezoeken samen met Kubizek die ook naar Wenen was gereisd.

    Het viel Kubizek op dat Hitler zeer onevenwichtig was. Periodes van hectische bedrijvigheid werden afgewisseld met aanvallen van lethargie waarin hij helemaal niets meer deed. Wanneer hij een idee had – bijvoorbeeld plannen voor een eigen toneelstuk – kon Hitler zich als een bezetene op het werk gooien. Even vaak echter werd het idee nooit helemaal uitgewerkt. Dat beeld vinden we ook terug bij de latere dictator: de neiging om zaken op zijn beloop te laten, de zelfoverschatting en het gebrek aan realiteitszin, de plotselinge woede-aanvallen tegen alles en iedereen.

    Adolf Hitler begon zich meer in de politiek te interesseren. Tijdens zijn tienerjaren in Linz dweepte hij al met de ideeën van Georg Ritter von Schönerer wiens pan-Germaans nationalisme hij verdedigde. In diens programma zaten al enkele belangrijke elementen die we later terugvinden bij de NSDAP: de culturele superioriteit van alles wat Duits was, het anti-liberale en anti-socialistische ideeëngoed en ook het raciaal antisemitisme. In navolging van Schönerer was de werking van het Oostenrijkse parlement ook Hitler een doorn in het oog. Hitler bezocht het parlement geregeld en zag hoe de debatten vaak uitliepen op ordinaire vecht- en scheldpartijen. De afkeer van de parlementaire beginselen waaraan Hitler later uiting zou geven, vindt ongetwijfeld hier zijn wortels.

    Een andere figuur waarvoor Hitler bewondering had was de Weense burgemeester Karl Lueger. Vooral de manier waarop deze politiek bedreef, vond Hitler inspirerend: "Ik wilde hem haten, maar ik kon niet anders dan hem toch bewonderen, want hij was een begaafd redenaar." Hitler bewonderde Lueger echter niet alleen vanwege zijn effectieve retoriek, maar ook omwille van de manier waarop hij de volksmassa wist te beheersen om zijn doelstellingen te bereiken.

    Een derde belangrijke invloed op Hitlers ideeën was de aanwezigheid van een sterke sociaaldemocratische beweging. Hij haatte alles waar deze partij voor stond: het marxistische programma, het internationalisme, de rechten voor arbeiders en vakbonden.

    Ondanks de onmiskenbare invloed van dit alles op Hitler had hij in deze periode, ondanks hetgeen hij in Mein Kampf schreef, nog geen coherent ideologisch wereldbeeld uitgewerkt.

    Alleszins verbeterde zijn persoonlijke situatie er niet op. In oktober 1908 werd hij voor een tweede keer afgewezen door de Academie. Hierna verbrak hij alle contacten met zijn familie en Kubizek. Omwille van geldgebrek moest Hitler ook verhuizen. De periode 1908-1909 is nauwelijks gedocumenteerd, maar duidelijk is dat Hitler op een dieptepunt in zijn leven was beland. Zijn geldreserves waren zo goed als op en hij leefde als een zwerver. Toen Hitler startte met het schilderen en verkopen van ansichtkaarten verbeterde zijn situatie. Op 9 februari 1910 kon hij de daklozenopvang verruilen voor een mannentehuis. Hier bracht Hitler de volgende drie jaar door.

    Hitlers eigen noodsituatie viel samen met grote werkloosheid, sterke prijsstijgingen en een nijpend woningtekort in Wenen. Hiertegen werd er steeds meer en steeds harder geprotesteerd, vooral door de sociaaldemocraten die de arbeiders en werklozen wisten te mobiliseren. Dat wekte niet alleen Hitlers haat op, maar hij was er ook bang voor. In ieder geval was zijn haat tegenover de sociaaldemocratie nog niet verbonden met het antisemitisme

    Hitler zelf beweerde in Mein Kampf dat hij pas in Wenen een hekel had gekregen aan Joden: "In die tijd vond in mijn binnenste de grootste omwenteling plaats, die ik ooit beleefd had. Ik was van half overtuigd wereldburger tot fanatiek antisemiet geworden." Dat is echter een mythe door de dictator zelf in het leven geroepen om een rechtlijnige ontwikkeling van zijn ‘wereldbeschouwing’ te suggereren. Hitler kwam ongetwijfeld met het hele repertoire van völkische anti-Joodse clichés en vooroordelen in aanraking en werd er door besmet, wat echter nog niet hoeft te betekenen dat hij zich er ook al mee identificeerde. Hitler deelde zonder twijfel een aantal antisemitische vooroordelen van het Duits-nationalistische milieu, maar was nog ver verwijderd van de paranoïde haat tegen de Joden waarom later al zijn politieke handelen zou draaien. De ontwikkeling van zijn antisemitische ideologie volgde pas na de Eerste Wereldoorlog.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    ideologie
    Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
    Mein Kampf
    Boek geschreven door Hitler, waarin hij de grondslagen van het nationaal socialisme uiteenzet.
    nationalisme
    Streven van een volk staatkundig onafhankelijk te worden of die onafhankelijkheid veilig te stellen.

    Afbeeldingen

    Wenen rond 1910. Bron: Albert Milde.
    August Kubizek, Hitlers jeugdvriend in Wenen. Bron: Wikipedia.
    Georg Ritter von Schönerer, één van Hitlers inspiratiebronnen. Bron: Wikipedia.
    Karl Lueger, de burgemeester van Wenen voor wie Hitler heel wat bewondering had. Bron: Wikipedia.
    Der Alte Hof in München, één van de werkjes van Hitler, 1914. Bron: Wikipedia.

    De Eerste Wereldoorlog

    In 1913 vertrok Adolf Hitler uit Wenen en vestigde hij zich in München. De aanleiding om Oostenrijk te verlaten was het feit dat hij door de autoriteiten werd gezocht omdat hij zich niet had aangemeld voor de dienstplicht. Zijn levensstijl veranderde echter niet: ondanks de ambities die hij naar eigen zeggen had – architectuurtekenaar worden, een opleiding volgen tot bouwmeester – ondernam hij geen stappen om die ook waar te maken. Daaraan kwam bruusk een einde toen op 28 juni 1914 de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand werd doodgeschoten door Gavrilo Princip, een Servische nationalist. De aanslag vormde het startschot voor de Eerste Wereldoorlog. Dit bood Hitler de kans een nieuwe wending aan zijn leven te geven. Zonder de ervaring van de Eerste Wereldoorlog en de gevolgen daarvan zou Hitler niet zijn geworden wie hij later was. Pas deze oorlog zou zijn politieke carrière mogelijk maken.

    Net als in andere Europese landen ging er golf van enthousiasme en patriotisme door Duitsland. Europa was de laatste decennia geteisterd door crises en spanningen tussen de verschillende grootmachten. Daaraan kwam nu een einde. Door vele mensen, en niet in laatste instantie door de politieke elite, werd deze oorlog gezien als een noodzakelijk én heilzaam antwoord op de bestaande problemen. Het enthousiasme werd nog versterkt door de overtuiging dat de oorlog snel gewonnen zou worden. De Duitse schrijver Thomas Mann getuigde: "Oorlog! Het was een zuivering, een bevrijding die we voelden, en wat een reusachtige hoop!". Het liep heel anders. Vooral op het westfront draaide de confrontatie uit op een stellingenoorlog, waarbij geen van de strijdende partijen bij machte bleek de vijand over een afstand van enige betekenis terug te dringen. Bovendien werden alle strijdende partijen steeds meer geconfronteerd met inflatie, voedseltekorten en zelfs heuse voedselrellen. In Duitsland schoven in 1916 de twee meest succesvolle generaals, Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff, de burgerpolitici opzij en namen zelf de macht in handen. Duitsland werd de facto een militaire dictatuur.

    Hoe verging het Hitler intussen? Hij meldde zich half augustus 1914 op het Rekrutendepot VI van het 2de Beierse Infanterieregiment. Hij kreeg een basisopleiding en werd op 1 september ingedeeld bij het nieuwgevormde 16de Reserve-Infanterieregiment. Op 21 oktober vertrok het regiment naar het front in België. In een poging van de Duitse generale staf om een doorbraak te forceren langs de Kanaalkust, werd een reeks offensieven gelanceerd. Ook de 6de Beierse Reservedivisie, waartoe Hitlers regiment behoorde, werd in de strijd geworpen bij Ieper. In de vroege ochtend van 29 oktober beleefde Hitler bij een aanval op het Vlaamse dorp Geluveld zijn ‘vuurdoop’. Het hele offensief draaide op niets uit en een groot deel van het regiment overleefde de slag niet.

    Hitler had meer geluk. Op 3 november werd hij bevorderd tot Gefreiter, en enkele dagen later kreeg hij het bevel zich als ordonnans te melden bij de staf van het regiment. Hij bleef ordonnans tot het einde van de oorlog. Hij had als taak tijdens de gevechten de bevelen van de regimentscommandant over te brengen naar de voorste linie – zonder meer een gevaarlijke taak. Een groot deel van de tijd bracht hij door in het relatief veilige regimentshoofdkwartier nabij Fromelles, maar tijdens veldslagen, wanneer boodschappen moesten overgebracht worden, liepen de ordonnansen groot gevaar.

    Hitler viel niet op door opvallende moed, maar toonde zich ook allerminst een lafaard. Zo kreeg hij, samen met andere soldaten, op 2 december 1914 het Ijzeren IJzeren Kruis tweede klasse omdat zij hun comandant Philipp Engelhardt gered zouden hebben tijdens een vijandelijke beschieting. Later kreeg hij nog het Ijzeren Kruis eerste klasse, omdat hij, ondanks zware beschietingen, een belangrijk bericht naar het front had gebracht. Op sociaal vlak was hij echter nog steeds de eenzaat die hij voor de oorlog was. Hoewel hij respect genoot van de andere soldaten had hij geen echte vrienden onder hen. Hij hield zich vaak afzijdig, hoewel hij zeker niet werd uitgesloten. Het regiment bleef tot 1916 in Fromelles. Daarna werd het verplaatst naar het zuiden, waar het deelnam aan de slag bij de Somme. Hier geraakte Hitler gewond aan zijn been. Hij werd naar Beelitz, in de buurt van Berlijn, gebracht om te herstellen. Daar merkte Hitler op dat de onvrede bij de gewonde soldaten en de bevolking heel groot was. Er was een nijpend voedseltekort, steeds grotere arbeidersstakingen onder impuls van sociaaldemocraten en het enthousiaste geloof in de overwinning van 1914 was helemaal verdwenen. Vooral dat laatste was onbegrijpelijk voor Hitler die nog rotsvast in de noodzaak van de oorlog én de overwinning geloofde.

    Daarnaast uitte de ontevredenheid zich ook in een toenemend antisemitisme, een gevolg van de behoefte aan een zondebok. Men verweet de Joden niet alleen dat ze zich schaamteloos verrijkten, maar ook dat ze zich met alle mogelijke middelen probeerden te onttrekken aan de militaire dienst. Het Alldeutscher Verband, een ultranationalistische, antisemitische organisatie (zie ook Opkomst van het Derde Rijk) was steeds invloedrijker geworden en versterkte, via uitgebreide campagnes, de idee dat de Joden op grote schaal gebruik maakten van hun geld en hun connecties om op veilige postjes comfortabel de oorlog door te komen. Ook al klopte dit beeld niet met de realiteit - gemeten naar hun aandeel in de totale bevolking vochten er ongeveer evenveel Joden mee als niet-Joodse Duitsers -, het idee kreeg vaste grond bij steeds meer mensen.

    Over de politieke ideeën van Hitler zelf in deze periode is weinig gekend. De meeste getuigen vertelden dat hij, in tegenstelling tot de Weense jaren, weinig politieke uitspraken deed. Toch heeft de Eerste Wereldoorlog een aantal van zijn opvattingen versterkt. Zijn sociaal-darwinistische visie op de maatschappij, waarbij ook in de menselijke samenleving enkel de sterksten overleven, werd bevestigd door zijn oorlogservaringen. Ook had hij geen moeite met de discipline en hiërarchie in het leger. Integendeel zelfs, hij voelde zich thuis in dit systeem. Deze ervaringen hebben zonder twijfel bijgedragen tot zijn hiërarchische denken en de latere organisatiestructuur van de NSDAP. Bovendien zou het moeilijk te geloven zijn dat Hitler niet werd beïnvloed door de radicalisering van het antisemitisme.

    Hitler keerde in het voorjaar van 1917 terug naar zijn regiment. Dat werd nog op verschillende plaatsen ingezet: bij Vimy, Ieper, de Marne, Mesen-Wijtschate en Komen. Toen Hitler halverwege oktober een tweede keer gewond werd, ditmaal als gevolg van een gasaanval, was de oorlog reeds verloren voor de Duitsers. Hun lente-offensief had dan wel gebiedswinst opgeleverd, maar had geen definitieve doorbraak geforceerd. Tegen het daaropvolgende geallieerde tegenoffensief had het uitgeputte Duitse leger geen antwoord.

    Hitler kreeg eerste hulp in een veldhospitaal in de buurt van Oudenaarde en werd vervolgens afgevoerd naar het reservehospitaal Pasewalk bij Stettin. Hier kwam hij op 21 oktober aan en hoorde hij het nieuws van de overgave en de revolutie.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    dictatuur
    Staatsvorm waarbij de macht in een land in de handen is van één persoon, de dictator. Oorspronkelijk een Romeinse staatsvorm voor tijden van nood, waarbij de totale macht 6 maanden in de handen lag van één persoon om de crisis het hoofd te bieden.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    IJzeren Kruis
    Duitse militaire onderscheiding, vertaling vanuit het Duits. Zie: Eisernes Kreuz.
    inflatie
    Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    revolutie
    Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.

    Afbeeldingen

    Aartshertog Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie Chotek bij hun bezoek aan Sarajevo.
    In een patriottische menigte voor de Feldherrnhalle in München op 2 augustus 1914 viert Hitler in een uitzinnige menigte het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Bron: Publiek Domein.
    Adolf Hitler (voorste rij, links) en zijn kameraden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Bron: Wikipedia.
    Korporaal Adolf Hitler. Bron: Publiek Domein.
    Hitler, tweede van rechtsachter in Pasewalk. Bron: Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog.

    De Weimarrepubliek

    Het moment in Pasewalk dat Adolf Hitler bericht kreeg van de overgave, heeft hij steeds voorgesteld als het moment waarop hij besliste politicus te worden. Later vertelde hij graag dat hij hier zelfs een soort visioen kreeg om Duitsland weer groot te maken. Dit past allemaal mooi in de Führer-mythe, de man die voorbestemd was om Duitsland te redden. Het klopt echter niet: pas in de loop van 1919 werd die stap gezet. Desalniettemin is het duidelijk dat in deze periode stilaan de twee aspecten van zijn politieke ideologie aan elkaar werden gesmeed: zijn afkeer van Joden én zijn angst voor links.

    Nadat Hitler op 19 november 1918 uit het hospitaal werd ontslagen, was Duitsland in chaos (zie ook Opkomst van het Derde Rijk, pag. 7). Omdat door de censuur en de propaganda het werkelijke verloop van de oorlog voor het Duitse volk verborgen was gehouden, kwam de Duitse overgave onverwacht en zeer hard aan. Dit voedde het idee dat ze in de steek waren gelaten, waren verraden, de zogenaamde dolkstootlegende. De stemming was dan ook verbitterd en opstandig. Na de Oktoberrevolutie in Rusland in 1917 kende Duitsland zijn Novemberrevolutie. Overal in het land ontstonden, in navolging van de sovjets in Rusland, raden waarin arbeiders en soldaten zetelden. Zij namen de controle over in vele Duitse steden. Dat kwam het duidelijkste tot uiting in Beieren, waar sociaal-democraten onder leiding van Kurt Eisner de macht hadden gegrepen en de Freistaat Bayern hadden uitgeroepen. Toen Eisner werd vermoord, namen de communisten de macht over. Zij hadden echter geen schijn van kans tegen Vrijkorpsen, nationalistische paramilitaire organisaties, die München uiteindelijk "bevrijdden".

    Adolf Hitler hield zich opvallend afzijdig. Hij stelde zich niet ter beschikking van de Beierse regering, maar werd ook geen lid van de Vrijkorpsen. Hij wachtte in zijn kazerne in München af hoe de zaken zich zouden ontwikkelen. Direct na het einde van het zogenaamde radenbewind liet Hitler wel zijn ware gezicht zien en koos hij openlijk voor de contrarevolutie. In deze context werd hij "ontdekt" door Karl Mayr. Kapitein Mayr was lid van een informatiedienst die binnen het leger als taak had anti-commnunistische en nationalistische opvattingen bij te brengen. Hitler behoorde tot de eerste informanten van deze afdeling en gaf vanaf augustus 1919 zelf lezingen over de onderwerpen "Vredesvoorwaarden en wederopbouw", "Emigratie" en "Sociale en politiek-economische slogans". Daar ontdekte Hitler zijn grootste talent: hij kon spreken! Dit werd bevestigd door meerdere getuigen: "Met name ook meneer Hittler is een geboren redenaar die door zijn fanatisme en zijn populaire optreden tijdens een bijeenkomst de luisteraars dwingt naar hem te luisteren en met hem mee te denken."

    Centraal in zijn redevoeringen stond het antisemitisme. Het publiek bleek hier zeer vatbaar voor. Voor het eerst komen de basiselementen van Hitlers ideologie naar voren: het op een raciale theorie gestoelde antisemitisme en de schepping van een eenheid-stichtend nationalisme dat uitging van de noodzaak de macht van de Joden in het binnen- en buitenland te bestrijden. In een brief aan zijn collega Adolf Gemlich schreef hij: "Het uiteindelijke, onwrikbare doel echter moest onherroepelijk de volledige verwijdering van de Joden zijn." Hitler stond niet alleen met deze opvatting: het werd breed gedragen in de kringen van de heropgebouwde Reichswehr en de Vrijkorpsen.

    Op 12 september 1919 bezocht Hitler (als informant) in München voor het eerst een bijeenkomst van de Deutsche Arbeiterpartei (DAP), een van de vele völkisch-nationalistische groepen die na 1918 waren ontstaan uit de Alldeutsche Verband. Op zich was er dus niets speciaal aan de DAP, maar Hitler raakte wel onder de indruk van een pamflet dat de voorzitter Anton Drexler hem toestopte. Hij was kennelijk vooral onder de indruk van de centrale gedachte van het werkje – het idee dat nationalisme en socialisme met elkaar in verband moesten worden gebracht, dat wil zeggen: dat de arbeiders van de zogenaamde ‘dwaalleer’ van het marxisme moesten worden bevrijd en voor de ‘nationale zaak’ moesten worden gewonnen. Hitler werd lid van de partij, vooral omdat deze hem een kans bood zichzelf snel op de voorgrond te manoeuvreren en de partij naar zijn eigen ideeën vorm te geven.

    Midden oktober 1919 gaf hij zijn eerste grote toespraak in de gelagzaal van een Münchense brouwerij. Dat werd een echte succeservaring en gaf hem meer zelfvertrouwen. Elke keer kwamen weer meer mensen naar de bijeenkomsten van de DAP. Binnen de kortste keren groeide Hitler uit tot de ster onder de redenaars binnen de partij. Hij ging fel tekeer tegen het Verdrag van Versailles en de Joden. Samen met Anton Drexler begon Hitler nu aan de uitwerking van een partijprogramma (zie ook Partijprogramma van de NSDAP). Het programma omvatte niets nieuws, maar sloot aan bij bestaande opvattingen: het verenigen van alle Duitsers in een Groot-Duitsland, het verwerpen van het Verdrag van Versailles en een raciaal antisemitisme. Dat programma werd op 24 februari 1920 goed onthaald. Toch stelde de DAP en dus ook Hitler nog steeds niets voor: hij was niet veel meer dan een agitator van een onbeduidende racistische partij, waaraan de pers nauwelijks aandacht besteedde. De basis van de partij moest uitgebreid worden als Hitler ooit enige rol van betekenis wilde spelen.

    Ook al was Hitler een onmisbare factor in de uitbouw van de partij, de omstandigheden waren hem ook gunstig gezind. Al decennialang waren elementen van het nationaalsocialisme aanwezig in Duitsland (en andere Europese landen): nationalisme, antisocialisme, biologisch antisemitisme, sociaal darwinisme, racisme. (zie Opkomst van het Derde Rijk, pag. 3). Dit ging gepaard met het zogenaamde völkisch nationalisme, het geloof in een harmonische Duitse sociale en hiërarchische orde. Tel daar de explosieve mix van economische ellende, maatschappelijk instabiliteit en het collectieve trauma van de verloren oorlog bij in combinatie met iemand die deze omstandigheden handig en gewetenloos weet uit te buiten. Dat alles zorgde voor het succes van de partij die werd herdoopt tot de NSDAP, de Nationaalsocialistische Arbeiderspartij.

    De machtsbasis van de NSDAP breidde langzaam maar zeker uit. De partij toonde zich onder impuls van Hitler zeer actief en overvleugelde steeds meer de andere bewegingen. Bijna wekelijks waren er demonstraties en bijeenkomsten, vooral in Beieren. Hitler toonde zich onvermoeibaar en onnavolgbaar als spreker, ook op andere bijeenkomsten. Steeds meer mensen kwamen op de NSDAP-bijeenkomsten af. Ook het aantal partijleden nam toe: van 190 in januari tot 3300 in augustus 1921. Onder meer Rudolf Hess, Hitlers toekomstige secretaris, en Alfred Rosenberg, de latere partij-ideoloog, traden toe tot de beweging.

    De boodschap die deze mensen te horen kregen was steeds dezelfde: Hitlers mateloze agitatie tegen ‘Versailles’ werd verbonden met van haat vervulde aanvallen op de Weimarrepubliek en haar vertegenwoordigers. Hitler liet er geen twijfel over bestaan dat voor hem het democratische systeem zijn tijd had gehad: "Weg met dat partijpolitieke gekonkel dat ons volk ontwricht," riep hij in april 1920 uit. Ook hierin sloot hij aan bij een wijdverbreide antidemocratische en antiparlementaire stemming. Het centrale motief in vrijwel alle redevoeringen was een oorlogsverklaring aan het Jodendom, waarvoor hij volgens getuigen "stormachtige, lang aanhoudende bijval en applaus" kreeg. De Joden, een volgens Hitler destructief parasitair ras dat de wereldheerschappij in handen trachtte te krijgen, moesten uit de gemeenschap verwijderd worden. De basis van een raszuivere ‘volksgemeenschap’ was dus al gelegd.

    Met de steun van Karl Mayr en Dietrich Eckhart, een publicist die Hitler in contact bracht met de hogere kringen die de partij gingen financieren, werd de NSDAP een machtsfactor van betekenis in Beieren. Hitler zelf werd in juli 1921 partijvoorzitter met dictatoriale bevoegdheden en stichtte zijn eigen paramilitaire eenheid, de SA (Sturmabteilung). Als sleutelfiguur kwam de Reichswehr-kapitein Ernst Röhm in beeld. Deze SA trad niet alleen op als lijfwacht van de partij en zijn voornaamste figuren, maar schrok er ook niet voor terug om "de vijand" aan te pakken: politieke tegenstanders en Joden werden hard aangepakt. Al gauw domineerde de SA de straten van München.

    In 1922 kwam er een grote rechtse demonstratie in München tegen de regering. Hieraan nam uiteraard ook de NSDAP deel en Hitler was één van de sprekers. Uit het verloop van de demonstratie bleek dat de volksmenner uit de bierkelders en zijn beweging waren uitgegroeid tot een machtsfactor in het rechtse kamp die niet langer kon worden genegeerd. Enkele bekende figuren zoals Hermann Göring, de toekomstige tweede man binnen de partij, en vooral Julius Streicher, de latere uitgever van het antisemitische weekblad Der Stürmer, sloten zich aan bij de partij en het aantal leden steeg tot meer dan 20 000. De macht van de NSDAP in Beieren nam zodaning toe dat autoriteiten de kans op een door Hitler en zijn partij uitgevoerde staatstgreep zeer goed mogelijk achtten.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    DAP
    Afkorting van Deutsche Arbeiters Partei, een partij die onder leiding van Anton Drexler in 1919 werd opgericht. De uitgangspunten van de partij hadden alle van doen met het vermeende verraad achter de frontlinie in de Eerste Wereldoorlog door de joden en de marxisten. Hitler werd lid van de partij toen hij als militair verbindingsman onderzoek deed naar extreem-rechtse partijen in het na-oorlogse Duitsland. Hitler zorgde er uiteindelijk ook voor dat de partij haar naam veranderde in Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiders Partij.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    Groot-Duitsland
    Een Duitsland met zodanige grenzen dat alle Duitssprekenden binnen die grenzen kunnen wonen. Streven van de Nazi-partij.
    ideologie
    Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
    nationalisme
    Streven van een volk staatkundig onafhankelijk te worden of die onafhankelijkheid veilig te stellen.
    propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    Reichswehr
    Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
    socialisme
    Politieke ideologie die streeft naar geen of geringe klassenverschillen. Produktiemiddelen zijn in handen van de staat. Ontstaan als reactie op het kapitalisme. Karl Marx probeerde het socialisme wetenschappelijk te onderbouwen.
    Sturmabteilung
    Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).

    Afbeeldingen

    Leden van de Marine Brigade Ehrhardt tijdens de Kapp Putsch. Bron: Bundesarchiv, Bild 146-1971-091-20 / CC-BY-SA 3.0.
    Anton Drexler, voorzitter van de DAP. Bron: Wikipedia.
    De Deutsche Arbeiterpartei (DAP). Bron: Wikipedia.
    Hitlers DAP-partijkaart. Bron: Wikipedia.
    Adof Hitler en partijgenoten in de beginjaren van de NSDAP. Bron: Bundesarchiv, Bild 119-0289 / CC-BY-SA 3.0.

    De moeizame jaren (1923 - 1929)

    Langzaam maar zeker groeide er een Führer-cultus binnen de NSDAP. De mars op Rome onder Benito Mussolini (1922) had een grote indruk gemaakt op de partijgenoten van Hitler. Zij begonnen hun leider steeds meer te zien als de Mussolini van Duitsland en kenden hem Messiaanse kwaliteiten toe. De Führer was de toekomstige redder van het vaderland. Deze Führer-cultus stond echter nog in zijn kinderschoenen en was zeker niet de spil waar de ideologie en de organisatie van de partij om draaide. Trouwens, Hitler zelf zag zich toen nog niet als de redder des vaderlands, maar wel als een volksmenner die wist hoe hij de massa op de been moest brengen

    De bezetting van het Ruhrgebied door de Fransen en Belgen in januari 1923 zorgde voor een explosieve sfeer waarvan Hitler gebruik kon maken. Hij zag het aantal leden toenemen tot ongeveer 55 000. Tegen de Frans-Belgische bezetting rees er gauw massaal passief verzet. De economische gevolgen waren niet te overzien, vooral als gevolg van een nooit geziene inflatie. Van de ene op de andere dag merkten middenstand en proletariaat dat ze van hun spaargeld beroofd waren, terwijl speculanten van de gelegenheid gebruikmaakten om reusachtige vermogens te vergaren. Een golf van demonstraties en stakingen deed het land in de zomer van 1923 op zijn grondvesten daveren. De economische noodtoestand en de bijhorende politieke instabiliteit zorgden ervoor dat Adolf Hitler ervan overtuigd geraakte dat dit hét moment was. In de avond van 8 op 9 november 1923 probeerden Hitler, enkele vooraanstaande nazi's en de SA, samen met generaal Erich Ludendorff van de Conservatieve Nationalisten, in München de macht te grijpen (zie artikel Bierkellerputsch).

    De staatsgreep mislukte grandioos. Hitler en zijn medestanders werden opgepakt, maar tot opvallend lichte gevangenisstraffen veroordeeld. Van zijn tijd in de gevangenis maakte hij gebruik om Mein Kampf te schrijven. Op zich presenteerde hij hierin geen nieuwe ideeën, maar 1923 -1924 was wel een belangrijk jaar in die zin dat hij zijn wereldvisie en ideologie op een coherente en systematische manier uitschreef (zie artikel Mein Kampf en de ideologie van het nazisme).

    Op 20 december 1924 werd Adolf Hitler uit de gevangenis van Landsberg vrijgelaten. De rechtse völkische beweging was tijdens zijn afwezigheid helemaal uit elkaar gevallen. De NSDAP was verboden en Hitler mocht geen publieke toespraken meer houden. Toch liet hij de moed niet zakken, integendeel, tijdens zijn opsluiting in Landsberg was hij ervan overtuigd geraakt dat hij dé uitverkoren man was om Duitsland uit het moeras te trekken. Dat was echter niet zo evident: de maatschappelijke omstandigheden waren intussen grondig aan het veranderen. Terwijl Hitler op zijn tellen moest passen, ontwikkelde de Weimarrepubliek zich tot een stabiele staat: de economische crisis raakte bedwongen en de politieke stabiliteit nam toe, ondanks meerdere regeringswissels. Duitsland was toegetreden tot de Volkenbond en werd opnieuw aanvaard als volwaardig lid van de internationale gemeenschap.

    De steun voor völkische partijen daalde in 1924 tot amper 3% van de bevolking. In 1928 haalde de NSDAP bij de Rijksdagverkiezingen amper 2,6% van de stemmen. De conclusie is duidelijk: de voedingsbodem voor de extreemrechtse partijen was weg.

    Toch was deze periode niet onbelangrijk voor de ontwikkeling van de NSDAP en de rol van Hitler. Hij slaagde erin zich op te werpen als de onbetwiste leider van extreemrechts. De NSDAP werd een echte Führer-partij. Toen in februari 1925 het verbod op de partij ongedaan werd gemaakt, liet Hitler er geen twijfel over bestaan: "Ik heb negen maanden lang geen woord gezegd. Nu leid ik de beweging, en ik laat me door niemand voorwaarden stellen." Hitler was de partij en werd door de leden steeds uitdrukkelijker naar voren geschoven als de messiaanse figuur die Duitsland zou verlossen. De leden waren persoonlijk gebonden aan de leider en moesten zich onvoorwaardelijk onderwerpen aan zijn beslissingen. Wie dat niet wilde, had geen plaats in de partij. Zo trok Ernst Röhm zich volledig terug uit de beweging uit onvrede met de rol die Hitler aan de SA gaf.

    Ook de interne organisatie werd in deze jaren op orde gebracht. Waar zij in de jaren voor de putsch weinig gestructureerd was, stond de NSDAP in 1929 een stuk sterker in haar schoenen, ondanks de slechte verkiezingsuitslagen. Het aantal leden steeg in 1928 tot 100 000 en het partijkader was beter uitgebouwd. Mensen als Gregor Strasser, Heinrich Himmler, Joseph Goebbels en Hermann Göring traden naar voren en speelden een belangrijke rol in de uitbouw van de partij. Zij zorgden mee voor de oprichting van nationaalsocialistische jeugdbewegingen (de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel), leraren- en artsenbonden, de propaganda-afdeling, de SA en SS.

    Inhoudelijk veranderderde er niets. Het partijprogramma bleef hetzelfde: de antisemitische, antimarxistische en antidemocratische ideeën en de afkeer van het verdrag van Versailles bleven zonder toegevingen overeind. Wat Hitler betrof, waren de begrippen ‘Joods’ en ‘marxistisch’ verwisselbaar: "De Jood blijft de wereldvijand en zijn wapen, het marxisme, is de pest voor de mensheid." Een idee dat wel vaker naar voren kwam, was het probleem van de Lebensraum. De economische problemen konden volgens Hitler het best worden opgelost door een gebiedsuitbreiding richting het oosten, ten koste van Rusland. Om die doelstelling te kunnen realiseren moest het Duitse volk machtig genoeg worden. Het was dus noodzakelijk dat Duitsland opnieuw een sterke militaire macht zou worden.

    Algemeen werd de NSDAP beschouwd als een te verwaarlozen beweging. Daarom zag de Beierse minister van Binnenlandse Zaken geen reden meer Hitler nog langer te verbieden in het openbaar op te treden. De NSDAP-leider vierde op 9 maart 1927 zijn comeback met een speech in Zirkus Krone te München. Toch konden zelfs de bijeenkomsten waar Hitler de hoofspreker was op steeds minder belangstelling rekenen. Zijn retoriek en de inhoud van zijn betoog sloegen simpelweg niet meer aan. De boodschap dat Duitsland langzaam maar zeker wegzonk, was in een tijd van economische vooruitgang en relatieve politieke rust weinig geloofwaardig. Hitler zelf had er, aan de vooravond van de Rijksdagverkiezingen van mei 1928, nochtans alle vertrouwen in: "Ik weet nu weer dat het lot me daar zal brengen waar ik vier jaar geleden al had willen uitkomen." De verkiezingen werden echter een fiasco: de partij haalde amper 2,6%, terwijl hun grootste tegenstanders, de sociaal-democraten en communisten, de verkiezingen ontegensprekelijk wonnen.

    Toch kan het belang van deze periode voor de partij niet onderschat worden. Er was dan wel geen uiterlijk succes, maar de interne groei van de partij vormde de basis voor de latere groei.

    Definitielijst

    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    ideologie
    Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
    inflatie
    Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
    Lebensraum
    Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.
    Mein Kampf
    Boek geschreven door Hitler, waarin hij de grondslagen van het nationaal socialisme uiteenzet.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    nazisme
    Afkorting van nationaal-socialisme.
    propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    putsch
    Staatsgreep, vaak gepaard gaand met het gebruik van geweld.
    staatsgreep
    Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
    Volkenbond
    Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

    Afbeeldingen

    Benito Mussolini tijdens de mars op Rome (1922). Bron: Geheugen van Nederland.
    Franse troepen in het Ruhrgebied. Bron: Library of Congress.
    Nazi-stoottroepen tijdens de mislukte putch van 1923. Bron: Bundesarchiv, Bild 146-2007-0003 / CC-BY-SA 3.0.
    Tijdens zijn gevangenschap schreef Hitler Mein Kampf.
    De Rijksdagverkiezingen van 1928 draaiden uit op een ramp voor de NSDAP: de partij haalde amper 2,6% van de stemmen. Bron: Wikipedia.

    Economische crisis van 1929 en doorbraak van de NSDAP

    In datzelfde jaar, 1928, doken de eerste tekenen op dat er een einde kwam aan de economische vooruitgang van de laatste jaren. Er waren opvallend veel faillissementen in de landbouwsector als gevolg van de sterk dalende prijzen voor landbouwproducten, de werkloosheid steeg weer tot meer dan 3 miljoen mensen en er waren toenemende conflicten tussen arbeiders en fabrieksbazen. Bovendien was de Duitse economie sterk afhankelijk van de Amerikanen via vele kortlopende leningen. Het was vooral aan dat Amerikaans geld te danken dat de Duitse economie wat opleefde halverwege de jaren ’20. Er waren echter weinig binnenlandse investeringen en de sociale onvrede was ook in die "gouden jaren" groot. Het vertrouwen in de Weimardemocratie was klein: weinig mensen hadden voeling met de Weimarrepubliek en dat betekende dat slechts een minderheid diezelfde republiek en haar waarden zou willen verdedigen.

    Samen met de toenemende economische malaise steeg ook weer de populariteit van de NSDAP. Het ledenaantal steeg tussen oktober 1928 en oktober 1929 van ongeveer 100.000 naar 150.000. Vooral op het platteland vond de partij steeds meer aanhangers, maar ook uit minder verwachte hoek, zoals onder studenten, kwam er meer steun. Dat was onder meer te danken aan de rol van Baldur von Schirach, de voorzitter van de Nationaal-Socialistische Duitse Studentenbond.

    De NSDAP toonde zich zeer actief: er werd intensief campagne gevoerd met heel wat bijeenkomsten op meerdere plaatsen in Duitsland. Ze toonde zich een jonge, dynamische partij, terwijl Hitler zich in de hogere rechts-conservatieve kringen tot een gewaardeerd spreker opwerkte. Grootindustriëlen konden zich vinden in de openlijke aanvallen op de politiek van de Weimarrepubliek. Hitler sprak over de "rampzalige economische gevolgen van de democratie" en het herstel van de macht en eenheid van Duitsland. Hij zag zich in zijn prognoses bevestigd. "Het is allemaal precies zo gegaan als wij hebben voorspeld," zei hij einde maart 1929 vol leedvermaak. "De Duitse economie is op sterven na dood." Ondanks het duidelijk toegenomen belang van de partij was zij toch nog steeds ver verwijderd van de verovering van de macht. Daarvoor was er meer nodig.

    Die omstandigheden deden zich voor, toen op 24 oktober 1929 de beurs van New York crashte. De wereldwijde gevolgen waren niet te overzien. Door de crisis konden veel leningen niet terugbetaald worden en meerdere banken gingen failliet. Dit had een sneeuwbaleffect tot gevolg: de verslechterende economie kwam versneld in een depressie terecht. De deflatie die daardoor ontstond, deed de handel instorten en vervolgens belandde een groot deel van de wereld in een laagconjunctuur. De beurscrash van 1929 en de daaropvolgende Grote Depressie vormden de grootste financiële crisis van de 20ste eeuw. De crisis die Hitler nodig had, was een feit.

    De economische crisis mondde uit in een systeemcrisis, waarbij de staat zelf in vraag werd gesteld. Er bestond al weinig animo voor de democratische Weimarrepubliek, maar nu sloeg dat gevoel om in haat. Haat tegen het beleid van de "rode regering", tegen de communisten, tegen de Joden, tegen het "systeem". De democratie zelf stond op het spel. Bovendien mogen de psychologische gevolgen niet onderschat worden. De Duitse bevolking had zware jaren achter de rug en deze nieuwe crisis die alle voorgaande overschaduwde, brak de geestelijke weerstand van veel mensen. Een algemeen onheilsgevoel en een geloof dat het einde der tijden in zicht was, maakte zich meester van mensen, zelfs onder hen die niet direct door de economische effecten werden getroffen. Velen voelden zich verraden en in de steek gelaten. De boodschap van de NSDAP miste in deze omstandigheden zijn effect niet.

    Minstens even belangrijk als de haatboodschap van de nazi’s was de hoop die Adolf Hitler aan de Duitsers gaf. In deze onzekere tijden klonk de roep naar een sterke leider luider en niemand anders dan Hitler slaagde er zo goed in om zich te profileren als de politieke Messias die de Duitsers uit het moeras zou tillen en op weg zetten naar een nieuwe maatschappij, naar nieuwe nationale grootsheid. Een Duitse arbeider getuigde:"De verschrikkelijke depressie dreigde het gehele economische leven stil te leggen. Duizenden fabrieken sloten hun deuren, en honger was de dagelijkse metgezel van de Duitse arbeider. Daar kwam nog bij dat de joden een kunstmatige schaarste in stand hielden. (...) En wat mijzelf betreft, net als vele anderen, had ik alles verloren wat ik bezat, en daarom ben ik begin 1930 lid geworden van de nationaal-socialistische partij."

    Vele mensen vonden hun weg naar de NSDAP en dat bleek ook uit de verkiezingsuitslagen. De grote doorbraak kwam er bij de rijksdagverkiezingen van september 1930. In de aanloop naar die verkiezingen ontwikkelde Joseph Goebbels, net benoemd tot Reichspropagandaleiter, een gigantische propagandacampagne: meer dan 34 000 bijeenkomsten werden georganiseerd. Centraal stonden deze keer niet de aanvallen op het Jodendom of ideeën over de Lebensraum (ook al werden die ideeën nog vaak genoeg ter sprake gebracht), maar wel de haat tegenover de Weimarrepubliek en het idee van de nieuw te vormen Volksgemeinschaft. Hiermee was de NSDAP aantrekkelijk voor burgers uit alle klassen en belangengroepen.

    Het resultaat was een ware aardverschuiving: de NSDAP sprong van 2,6% en 12 zetels bij de verkiezingen van 1928 naar 18,3% en 107 zetels in 1930. Ongeveer 6,5 miljoen Duitsers hadden op Hitler gestemd. De nazi-trein was nu echt vertrokken.

    Definitielijst

    democratie
    Letterlijk: demos (volk) kratein (regeert). Democratie is een bestuursvorm waar de regering door een meerderheid van het volk gekozen wordt en waarbij het volk de leiders op het rechte pad houdt door de mogelijkheid deze regering weg te sturen als een meerderheid van het volk het niet meer eens is met de regering.
    Lebensraum
    Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Weimarrepubliek
    Benaming voor de Duitse republiek van 1919 tot 1933. Hitler maakte een einde aan de Weimarrepubliek en stichtte het Derde Rijk.

    Afbeeldingen

    Ondanks de tegenvallende verkiezingsuitslagen bleef HItler onvermoeibaar het land rondreizen om zijn politieke boodschap uit te dragen. Bron: GHDI.
    De kranten berichtten over de beurscrash van Wall Street, oktober 1929. Bron: Publiek Domein.
    Gigantische inflatie in Duitsland: je kan met je geld je haard langer doen branden dan met het hout dat je ervoor kon kopen. Bron: AdsD der Friedrich-Ebert-Stiftung.
    Tijdens de grote crisis van begin jaren '30 weet Hitler steeds meer te profileren als de redder, april 1932 Bron: Bundesarchiv, Bild 102-14271B / CC-BY-SA 3.0.

    De weg naar de macht

    Ondanks de klinkende overwinning kon Hitler die nog niet verzilveren. De gematigde politieke krachten besloten elkaar op te zoeken. Zo steunde de sociaaldemocratische SPD uit vrees voor een nieuwe nazi-overwinning de regering van de katholiek-conservatieve kanselier Heinrich Brüning. De vrees voor nieuwe verkiezingen én het gevaar op een nieuwe nazi-overwinning was groter dan de bedenkingen die de partij had bij het kabinet- Brüning. Voor Hitler en zijn partij zat er niets anders op dan harde oppositie voeren. Dat namen ze zeer letterlijk. Door de beraadslagingen te verstoren met onzinnige moties en interpellaties probeerde ze het werk van de Rijksdag lam te leggen, terwijl op de straat er vaak oproer en relletjes werden georganiseerd. Hitler distantieerde zich wel van dit straatgeweld, maar dit was slechts uit tactische overwegingen. Hitler liet intern vaak genoeg opmerken dat de keuze voor de legaliteit enkel een tactische zet was en dat men, "wanneer de omstandigheden dat toelieten" - dat wil zeggen na de machtsovername - de rechtsstaat zou opheffen. De Beierse SPD-afgevaardigde Wilhelm Hoegner zag het goed: "Wij geloven niet dat de verscheurende wolven van gisteren vandaag ineens zijn veranderd in lammeren die door vreedzame herders worden geweid."

    Daarnaast werden de NSDAP én Hitler zelf geconfronteerd met enkele stevige tegenvallers. Zo was de SA helemaal niet tevreden met de hen toebedeelde rol: ze voelden zich financieel achtergesteld en wilden meer autonomie. Daarnaast waren ze weinig enthousiast over de parlementaire weg die Hitler had gekozen. Onder leiding van Walter Stennes, de SA-leider voor de oostelijke delen van Duitsland, kwam het tot een heuse opstand waarbij onder meer een aanval op de SS niet werd geschuwd. Hitler was geschokt door deze gebeurtenissen. Joseph Goebbels kreeg alle volmachten om de Berlijnse afdeling van de partij te zuiveren van "subversieve elementen", terwijl Hermann Göring gemachtigd werd om de orde te herstellen in de gebieden van de afgezette Stennes. Ernst Röhm, die een tijd op een zijspoor stond, werd aangesteld als de stafchef van de SA. Onder zijn leiding werd de SA geherstructureerd tot een strak georganiseerde paramilitaire formatie.

    Deze episode toonde aan dat de NSDAP niet zo sterk stond als vaak gedacht. Dat heeft deels te maken met de persoonlijkheid van Hitler. Uit meerdere getuigenissen van mensen die Hitler goed kenden, kwamen telkens dezelfde bedenkingen naar voren: de nazi-leider was dan wel een indrukwekkende persoonlijkheid, maar zou hij het wel kunnen maken als staatsman? Gregor Strasser omschreef Hitler als een man met de bijna profetische gave om grote politieke problemen juist in te schatten, maar hij vond dat eerder een zaak van instinct dan van een vermogen om ideeën te ordenen. Hitler was nog steeds, net als in zijn Weense jaren, weinig georganiseerd, afstandelijk en weinig evenwichtig. Hij was quasi onbereikbaar voor de partijfunctionarissen, handelde zaken niet of oppervlakkig af en ging moeilijke beslissingen gewoon uit de weg. Geregeld zegde hij vergaderingen op het laatste moment af of verdwenen de agendapunten van tafel omdat Hitler verviel in zijn typische ellenlange monologen. Daarin weidde hij uit over thema’s die hem interesseerden en dat waren vaak niet de zaken die moesten besproken worden. Enerzijds was de nazi-leider een sterke, overheersende persoonlijkheid, anderzijds ook een zeer onzeker en weinig besluitvaardig iemand. Toch kwam hij tegelijkertijd nooit terug op een genomen beslissing. Dat maakte Hitler onbetrouwbaar en onberekenbaar. Hitler zelf had dan ook weinig verdienste aan het dagelijkse bestuur van de nazi-beweging die intussen meer dan 800 000 leden telde. Andere mensen zoals Martin Bormann of Joseph Goebbels speelden hierin een veel belangrijkere rol.

    Ook in het privéleven van Hitler liep niet alles op rolletjes. In 1929 was zijn nichtje Angela (Geli) Raubal bij hem ingetrokken. Wat precies de aard van hun relatie was, is moeilijk te achterhalen, maar dat ze een zeer hechte relatie hadden, staat buiten twijfel. Meer zelfs, Hitler toonde zich extreem jaloers en bezitterig, terwijl de de 23-jarige Raubal geen gebrek aan bewonderaars had. Hoe meer zij zich uit zijn greep trachtte los te worstelen, hoe meer hij haar onder druk zette. Op 19 september 1931 werd Geli dood teruggevonden, neergeschoten met Hitlers pistool. De precieze omstandigheden zijn nooit uitgeklaard – zelfmoord is de meest aannemelijke hypothese -, maar de impact ervan op Hitler was enorm. Hij raakte in een diepe depressie: sommigen vreesden dat hij zou stoppen met politiek of zelfs uit het leven zou stappen. Opvallend genoeg duurde die persoonlijke crisis maar korte tijd: na een bezoek aan Raubals graf was zijn depressie ineens voorbij. Kort nadien leerde hij Eva Braun kennen. Zij zou bij hem blijven tot zijn dood in april 1945.

    Ondanks deze problemen ging de groei van de partij onverminderd voort en de nazi’s konden steeds minder genegeerd worden. Hitler en Göring werden in oktober 1931 zelfs ontvangen bij de rijkspresident Paul von Hindenburg, evenwel zonder dat concrete resultaten opleverde.

    1932 werd een beslissend jaar. Het was voor Hitler één lange verkiezingsstrijd. Toch belangrijk om op te merken is dat Hitlers weg naar de macht geen onstuitbare, triomfantelijke zegetocht was maar een alles-of-niets partij die ook anders had kunnen eindigen.

    Het overheersende thema in de eerste maanden van 1932 waren de komende presidentsverkiezingen. Onderhandelingen tussen de NSDAP en kanselier Heinrich Brüning om Hindenburg via een grondwetswijziging (en dus zonder verkiezingen) aan een bijkomende termijn te helpen, draaiden op niets uit. Dat bracht Hitler in een lastig parket: hij kon niet anders dan zichzelf ook kandidaat stellen, want zijn miljoenen aanhangers zouden het niet pikken dat hij deze uitdaging uit de weg ging. Anderzijds maakte Hitler weinig kans tegen Hindenburg, de held van de slag bij Tannenberg tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een nederlaag betekende echter een deuk in het aureool van onaantastbaarheid en onfeilbaarheid dat zo zorgvuldig was opgebouwd. Ondanks een nooit eerder geziene propagandacampagne gebeurde het onvermijdelijke: Hindenburg werd herkozen met 53%; Hitler strandde op 37%. Toch mochten de nazi’s niet echt ontgoocheld zijn. De derde kandidaat, de communist Ernst Thälmann, haalde amper 10% en ruim 13 miljoen mensen stemden op Hitler. De Führercultus was duidelijk aangeslagen in grote delen van Duitsland.

    De deelstaatverkiezingen die in de maanden nadien volgen, bevestigden het resultaat: overal haalde de NSDAP vlot de drempel van 30%. Zelfs een verbod op de SA en de SS kon de groei niet stoppen. Bij de rijksdagverkiezingen van juli 1932 groeide de nazipartij opnieuw en werd met 230 zetels (37,3%) de grootste partij. De NSDAP verkreeg echter geen meerderheid in de nieuwe Rijksdag. De regering Brüning was vervangen door een regering onder leiding van Franz von Papen. Hitler verklaarde zich bereid tot "vruchtbare samenwerking" met een door de rijkspresident geleide rechtse regering onder Franz von Papen, maar verbond daar wel de twee voorwaarden aan: de zo snel mogelijke ontbinding van de Rijksdag en intrekking van het verbod op de SA. Beide werden hem toegezegd. Dat laatste leidde quasi onmiddellijk tot een sterke toename van het politiek geweld.

    Dit leek echter geen negatieve impact te hebben op de populariteit van de NSDAP. Bij de rijksdagverkiezingen van juli 1932 haalde de partij 37,3% en 230 zetels. Deze indrukwekkende cijfers gaven echter een vertekend beeld: de groei van de partij was de laatste maanden gestagneerd, ondanks de onverdroten inzet van Hitler en de zijnen. Zijn derde Duitslandvlucht waarbij hij meer dan 50 steden in minder dan een maand bezocht, zorgde niet voor de verwachte overwinning. De partij had erop gerekend om na deze verkiezingen zo sterk te staan dat von Hindenburg Hitler niet kon negeren, maar dat viel dus tegen. Joseph Goebbels verwoordde de ontgoocheling in zijn dagboek: "Zo halen we de absolute meerderheid niet. Dus een andere weg inslaan. Nu moeten we de macht hebben en het marxisme uitroeien. Hoe dan ook! Er moet iets gebeuren. De tijd van de oppositie is ten einde. Nu daden!"

    Hitler knoopte gesprekken aan met Kurt von Schleicher, de sterke man binnen de Reichswehr en belangrijk adviseur van Von Hindenburg, in de hoop om zo een door de nazi’s gedomineerde regering te vormen. Hindenburg die zijn afkeer van de nazi-leider nauwelijks onder stoelen of banken kon steken, wilde Hitler niet aanstellen als kanselier. De bestaande regering-Von Papen bleef de touwtjes in handen houden, maar daarmee waren de problemen van de Weimarrepubliek natuurlijk niet van de baan. Von Papen besefte dit ook: hij wilde drastisch ingrijpen door een reeks noodverordeningen in te voeren en door, met Hindenburgs goedkeuring, de Rijksdag te ontbinden zonder onmiddellijk nieuwe verkiezingen te houden.

    De nazi’s en de communisten schaarden zich echter achter een motie van wantrouwen tegen het kabinet-von Papen. De kanselier leed nu gigantisch gezichtsverlies en kon niet anders dan nieuwe rijksdagverkiezingen uit te schrijven. Deze vonden plaats op 6 november 1932. Voor de nationaalsocialisten draaiden deze verkiezingen uit op een regelrechte ramp: ze verloren meer dan twee miljoen stemmen (-4,2%, naar 33,1%) en 34 zetels (van 228 naar 196). Heel wat mensen hadden hun vertrouwen in Hitler verloren. Bovendien haakten de meer burgerlijke kiezers af door de gewelddadige acties van de SA én het onverbloemde antisemitische taalgebruik dat Hitler in zijn streven naar respectabiliteit in burgerlijke kringen achterwege had gelaten bij de voorgaande verkiezingen.

    Deze verkiezingsuitslag maakte de vorming van een regering zo mogelijk nog complexer. Hitler hield vast aan zijn voornemen om niet in een regering te stappen zonder het kanselierschap op te eisen. De partijen die de regering steunden, vormden nog steeds de minderheid. Von Papen had dus niet de steun van de Rijksdag, maar ook niet meer binnen de eigen regering. President von Hindenburg schoof dan Kurt von Schleicher naar voren als de nieuwe kanselier, een post waar Schleicher al langer naar zat te hengelen. De NSDAP haar rol leek uitgespeeld: het ledenaantal daalde, binnen de partij waren er mensen zoals Gregor Strasser, die de door Hitler uitgestippelde weg niet langer wilde volgen. Ook binnen de rangen van de SA geraakte het geduld op. In de pers werd de Hitler-beweging zelfs al afgedaan als een historische episode: "Overal ter wereld had men het over [...] hoe luidde ook alweer zijn voornaam: Adalbert Hitler? Later? Spoorloos verdwenen!" Dat was echter voorbarig. Velen waren teleurgesteld in Hitler, omdat hij blijkbaar geen regeringsverantwoordelijkheid wilde opnemen. Dit betekende echter niet dat er geen voedingsbodem meer was voor de nazi- ideeën: de economische crisis, de angst voor het communisme en het antisemitisme waren niet verdwenen uit de Duitse maatschappij.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    communisme
    Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Reichswehr
    Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
    Rijksdag
    Duitse regeringsgebouw in Berlijn.

    Afbeeldingen

    Heinrich Brüning wordt de nieuwe kanselier in 1931 en voorkomt zo dat de NSDAP mee aan de macht komt. Bron: GHDI.
    Joseph Goebbels speelde een steeds belangrijkere rol in de organisatie van de nazi-partij. Bron: GHDI.
    Hitler met zijn nichtjes Angelika "Geli" Raubal en Elfriede "Friedi" Raubal. Bron: World War II in Pictures.
    HItler bezoekt meer dan 50 steden op een maand tijd tijdens de verkiezingscampagne van 1932.
    Paul von HIndenburg verslaat Hitler en blijft aan als president van Duitsland, 1932. Bron: Wikipedia.

    Eindelijk rijkskanselier!

    In januari 1933 ontwikkelde zich een scenario dat weinigen hadden kunnen voorspellen. Kurt von Schröder, een Keulse bankier en nazi-sympathisant, bracht Adolf Hitler en Franz Von Papen terug bij elkaar. Von Papen was uit op revanche en wilde Schleicher opzij schuiven, terwijl Hitler via een samenwerking met Von Papen zijn partij uit dat lastige parket waarin het was verzeild geraakt, kon krijgen. Meerdere geheime gesprekken tussen de drie mannen konden de grote geschilpunten overwinnen. President Paul Von Hindenburg had zijn vertrouwen in Schleicher verloren en ook binnen de gedoogmeerderheid in de Rijksdag verdween de steun voor de kanselier. Von Hindenburg zag de toenadering dus wel zitten, zeker toen Hitler bereid leek te zijn om niet alle macht naar zijn partij toe te trekken. Het kanselierschap eiste hij wel nog op en dat lag nog steeds moeilijk.

    28 januari 1933 was een cruciale dag: Schleicher gaf zijn ontslag en Von Papen slaagde erin Hindenburgs verzet tegen het kanselierschap van Hitler te breken. Twee dagen later was het kabinet-Hitler een feit. Naast Hitler zaten er maar twee nationaalsocialisten in deze regering: Wilhelm Frick als minister van Binnenlandse Zaken en Hermann Göring als rijksminister zonder portefeuille. Von Papen werd vice-kanselier, terwijl de andere ministerposten werden ingevuld door partijloze conservatieven en leden van de conservatieve Duitse Nationale Volkspartij (DNVP) onder leiding van Alfred Hugenberg. Waarschuwingen voor het risico dat hier werd genomen vielen in dovemansoren. Aan een kennis die hem waarschuwde voor Hitler machtswellust, antwoordde Von Papen:"U vergist zich, wij hebben hem voor onze wagen gespannen." Een schromelijke misrekening.

    Binnen de NSDAP werd er euforisch gereageerd op de aanstelling van Hitler, maar de rest van de wereld reageerde veeleer onverschillig. Het was reeds de derde regering binnen enkele maanden tijd. Zowel de buitenlandse waarnemers, als de linkse partijen en het gros van de bevolking beoordeelden niet alleen de ambities van Hitler verkeerd, maar ook de ernst van het gevaar dat hij vormde. Onder leiding van Hitler brak een periode aan van grote veranderingen in Duitsland. Die veranderingen waren echter niet de uitvoering van een vastgelegd, grootscheeps plan, maar veeleer het resultaat van een reeks geïmproviseerde beslissingen als reactie op onvoorziene situaties die de NSDAP in haar voordeel wist te benutten. Een rode draad doorheen alle veranderingen was dat deze zonder veel verzet konden opgelegd worden.

    Het eerste wat Hitler wilde, waren nieuwe verkiezingen. Zo kon hij door de nieuwe Rijksdagmeerderheid die hij verwachtte, een machtigingswet laten goedkeuren. Deze verkiezingen moesten de laatste worden, want een terugkeer naar een parlementair stelsel moest uitgesloten worden. Deze stelling kwam van Von Papen, maar werd uiteraard graag overgenomen door Hitler. Er werd een enorme propagandacampagne op poten gesteld, waarbij Hitler dankbaar gebruik maakte van zijn toegang tot de nationale media en vooral de radio. Tegelijkertijd werden de SA en de SS "losgelaten" op politieke tegenstanders, met de sociaaldemocraten en vooral de communisten als voornaamste doelwit. Na de brand in de Rijksdag in februari 1933 werd die aanpak zelfs nog harder: de schuld voor deze aanslag werd volledig bij de KPD gelegd, ook al is dat nooit bewezen. De nazi’s maakten handig gebruik van deze gebeurtenis om de KPD uit te schakelen: binnen enkele dagen werden haar voornaamste vertegenwoordigers opgepakt en werd haar pers verboden.

    Dat de kanselier en zijn partijgenoten in de aanpak van de linkse partijen de wetgeving en de rechtsstaat aan hun laars lapten, werd hen duidelijk niet kwalijk genomen. De NSDAP steeg bij de Rijksdagverkiezingen van 5 maart 1933 naar 43,9%, een winst van 92 zetels. Dat betekende echter dat de partij er niet was in geslaagd om de verhoopte gehoopte absolute meerderheid te halen. Bovendien haalden de socialisten en communisten samen nog ongeveer één derde van de stemmen.

    Samen met het Strijdfront Zwart-Wit-Rood, een groepering waartoe de DNVP hoorde, die 8% van de stemmen haalde, kwamen de nazi’s toch aan de vereiste meerderheid. Op 23 maart 1933 werd de machtigingswet goedgekeurd. De wet werd echter (eigenlijk illegaal) afgedwongen door aanwezigheid van gewapende SA-ers die de volksvertegenwoordigers intimideerden. Het resultaat was dat met de goedkeuring van deze wet het parlement haar macht aan de regering had afgegeven en zichzelf zo buitenspel had gezet. Het principe van de scheiding van de machten was afgeschaft. De weg naar een echte nationaalsocialistische maatschappij en dictatuur en lag open. De eersten die dat zouden ondervinden, waren de Joden. Het aantal antisemitische gewelddadigheden nam sterk toe vanaf januari 1933 en begin april voerde Hitler een boycot in tegen Joodse winkels, advocaten- en dokterspraktijken. Al gauw volgden nog meer discriminerende wetten die de Joden steeds meer uit de Duitse samenleving zouden verwijderen.

    Daarnaast werd de Duitse maatschappij aan een hoog tempo genazificeerd of gelijkgeschakeld. Heel Duitsland conformeerde zich aan het nazi-regime. Geen enkele beweging ontsnapte eraan: het onderwijs, de rechtspraak, de jeugdbewegingen, de vakbonden, en zo verder. De verschillende politieke partijen en hun leiders vluchtten weg of ontbonden hun eigen partij. Opvallend daarbij was de weinige moeite die Hitler moest doen om deze Gleichschaltung door te voeren: vele bewegingen zochten uit vrije wil toenadering tot de nationaalsocialisten. Dit toont eens te meer aan dat, zoals in de inleiding gesteld, de macht en invloed van Hitler en zijn NSDAP voor een niet onbelangrijk deel te danken was aan een maatschappij die graag tegemoet kwam aan de wil van haar Führer. Minister van Propaganda Joseph Goebbels liet er geen twijfel over bestaan: "We zullen pas tevreden zijn als we weten dat het hele volk ons begrijpt en in ons zijn belangrijkste pleitbezorger herkent." Waar dat op uit zou draaien, zei hij zoals altijd onverbloemd: "Dat er in Duitsland slechts één mening, één partij, één overtuiging is."

    Slechts vijf maanden had Hitler nodig gehad om zijn macht te vestigen. "Alles wat in Duitsland buiten de nationaalsocialistische partij had bestaan, was ‘vernietigd, verstrooid, ontbonden, ingelijfd of opgezogen", zo stelde de Franse ambassadeur in Duitsland François-Poncet begin juli 1933. Een (deel van de) verklaring voor de snelheid waarmee dit alles gebeurde, lag ongetwijfeld bij de verheerlijking van de rijkskanselier die ongeziene proporties had aangenomen. Dit uitte zich in straten, pleinen en zelfs dorpen die werden herdoopt en een hele merchandising (kaartjes, borden, messen, etc.) met Hitlers beeltenis op. Omdat deze hele commercialisering de spuigaten uitliep, werd het verboden om Hitler nog af te beelden op dit soort commerciële producten. Hitler zelf liet die adoratie zich allemaal welgevallen, hoewel hij zich weinig in het openbaar toonde. Weinig mensen kregen echte toegang tot hem. Zijn nauwste medewerkers (adjudanten en chauffeurs) schermden hem af, zelfs voor zijn eigen ministers, en omringden hem dagelijks met vleierijen die Hitler elke band met de realiteit deden verliezen. Hitler voelde zich steeds meer onfeilbaar en zijn bijna goddelijke karakter zorgde ervoor dat er steeds vaker maatregelen werden genomen die werden uitgevoerd zonder zijn uitdrukkelijke toestemming, maar waarvan men uitging dat ze in overeenstemming waren met Hitlers ideeën en doelstellingen.

    Zo mogelijk nog belangrijker dan de gelijkschakeling was de aanpak van de enorm economische crisis waarmee Duitsland nog steeds werd geconfronteerd. De massale werkloosheid moest worden aangepakt en Hitler besefte dat dit moest gebeuren met meer dan alleen politieke retoriek. Er werd in de loop van 1933 een heel arsenaal aan maatregelen ingevoerd: steun aan de landbouw, investeringen in de bouwsector, de aanleg van autowegen – al heeft het belang hiervan zwaar overdreven mythische proporties gekregen – en vooral de herbewapening van het land. Tussen januari 1933 en januari 1934 daalde het aantal werklozen van 6 miljoen naar bijna 3,8 miljoen. Cijfers die de realiteit weliswaar te rooskleurig voorstelden, maar die wel aantoonden dat het het regime menens was in de aanpak van deze problematiek. In de daaropvolgende jaren werd zelfs de volledige werkgelegenheid bereikt, vooral dankzij de door de bewapening aangedreven conjunctuur. Dat hierdoor een enorme staatsschuld werd gecreëerd, werd pas later duidelijk.

    Definitielijst

    dictatuur
    Staatsvorm waarbij de macht in een land in de handen is van één persoon, de dictator. Oorspronkelijk een Romeinse staatsvorm voor tijden van nood, waarbij de totale macht 6 maanden in de handen lag van één persoon om de crisis het hoofd te bieden.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    Gleichschaltung
    Letterlijk: gelijkschakeling. Streven van de nazi-partij om alle maatschappelijke en culturele organisaties te modelleren naar de nationaal-socialistische geest.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    Rijksdag
    Duitse regeringsgebouw in Berlijn.
    rijkskanselier
    Benaming voor het Duitse staatshoofd, vanaf 1933 tot 1945 was Hitler Rijkskanselier van Duitsland

    Afbeeldingen

    Hitler ontmoet Hindenburg na zijn aanstelling tot kanselier. Bron: Alpha History.
    Eindelijk aan de macht: Hitler vormt een regering, gesteund door Franz von Papen Bron: Bundesarchiv, Bild 183-H28422 / CC-BY-SA 3.0.
    De Reichstag staat in brand! Bron: Wikipedia.
    Het NSDAP-resultaat na de verkiezingen van maart 1933 Bron: Wikipedia.
    De gelijkschakeling in de praktijk: alles wat niet in de nazi-maatschappij past, werd vernietigd. Eerst boeken, later mensen... Bron: Berichten uit het verleden.

    Verdere uitbouw van de macht (1934 - 1939)

    Ondanks de indrukwekkende veranderingen op alle domeinen van de maatschappij was Adolf Hitler niet de enige machtsfactor van het land. Paul von Hindenburg was nog steeds de rijkspresident, de Reichswehr stond nog niet onder de controle van de nationaalsocialisten, maar bovendien had Hitler binnen zijn eigen beweging ook nog rekening te houden met de machtige SA.

    De relatie met de SA onder leiding van Ernst Röhm, was al in de jaren ’20 ingewikkeld, omdat deze massabeweging zich niet gemakkelijk onder de leiding van de politieke vleugel liet plaatsen. Röhm eiste voor zijn beweging (en dus voor zichzelf) een zelfstandige machtspositie op. Bovendien zorgde de macht van de SA ook voor grote ongerustheid bij het Duitse leger. Hitler kon zich deze tweespalt niet veroorloven. Indien Hitler de oude Hindenburg wilde opvolgen als rijkspresident moest hij zich verzekeren van de steun van het leger. De rijkspresident stond namelijk ook aan het hoofd van datzelfde leger. Toen Röhm in februari 1934 de taak van de landsverdediging voor de SA opeiste, was dat niet minder dan een openlijke oorlogsverklaring aan de Reichswehr. Adolf Hitler kon nu niet anders dan positie innemen en dat deed hij. Hij verwierp de plannen van Röhm en bereidde de uitschakeling van de SA voor. Dat gebeurde tijdens de Nacht van de Lange Messen, toen van 30 juni tot 2 juli de top van de SA en meerdere politieke opponenten door de SS vermoord werden.

    Met deze actie versterkte Hitler zijn populariteit bij de bevolking: de man in de straat was de willekeurige geweldplegingen van de SA beu en reageerde opgelucht toen de bruinhemden aan banden werden gelegd. Dat dit in feite een geregisseerde massamoord was, namen de mensen erbij. De rechtsstaat was definitief begraven, onder luid gejuich van de bevolking. De loyale SS onder leiding van de trouwe Heinrich Himmler kon nu uitgroeien tot de plaatsvervanger van de SA. Wanneer diezelfde Himmler ook nog de volledige controle kreeg over de verschillende politiediensten, verenigd in de Sicherheidspolizei, was er een instrument gecreëerd dat in staat was om Hitlers wereldbeschouwing te realiseren. Zij hadden geen concrete aanwijzingen van Hitler nodig om "vijanden van de staat" op te sporen en aan te pakken.

    Ook het Duitse leger voelde zich nu meer verbonden met de rijkskanselier. De leidinggevende officieren dachten dat haar wensen in vervulling waren gegaan. Rivaal Röhm was uit de weg geruimd en het leger was uitdrukkelijk erkend als enige "wapendrager van de natie", maar ze beseften niet dat ze zichzelf meer ondergeschikt aan Hitler hadden gemaakt. Dat werd enkele weken later duidelijk.

    Wanneer Hindenburg op 2 augustus 1934 stierf, aarzelde Hitler niet om nu echt alle macht naar zich toe te trekken. Het ambt van rijkspresident en van rijkskanselier werden verenigd en de bevoegdheden van de eerste werden overgedragen op de "Führer en rijkskanselier", zoals Hitler zich nu officieel noemde. Hitler was als rijkspresident automatisch de opperbevelhebber van het leger. De soldaten van de Wehrmacht moesten meteen een onvoorwaardelijke eed van trouw aan de persoon van Hitler afleggen: "Ik zweer bij God deze heilige eed dat ik de Führer van het Duitse Rijk en het Duitse volk Adolf Hitler, de opperbevelhebber van de Wehrmacht, onvoorwaardelijk zal gehoorzamen en als dapper soldaat bereid zal zijn voor deze eed mijn leven te allen tijde in te zetten."

    Nu zijn absolute macht zich definitief had gevestigd, trok Hitler zich nog meer terug uit de binnenlandse politiek. Hij bleef buiten elke politieke discussie. Zijn imago als onbetwist leider mocht op geen enkel moment in verlegenheid gebracht worden en bovendien beperkte de binnenlandse politiek in het gelijkgeschakelde Duitsland zich tot de vorming van een verenigde en gesloten Volksgemeinschaft. Dit werd zo breed en algemeen ingevuld dat vooral het nemen van politieke initiatieven om dit doel dichterbij brachten werd aangemoedigd. Omdat het voor Hitler onmogelijk was om al deze initiatieven te overzien en te controleren, hield hij zich er juist ver vanaf.

    Dit is dan ook de paradox in het Duitse bestuur van de jaren ’30: Hitler was de spil waaromheen alles draaide, maar tegelijkertijd had hij nog nauwelijks iets te maken met het regeringsapparaat. Dat leidde tot chaos en sterke concurrentie tussen al die uitvoerders van initiatieven die met elkaar wedijverden voor Hitlers aandacht. Werner Willikens, staatssecretaris in het Pruisische Ministerie van Landbouw verwoordde het treffend: "Iedereen die in de gelegenheid is om het op te merken, weet dat de Führer nu eenmaal moeilijk van bovenaf alles kan bevelen wat hij vroeg of laat wil uitvoeren. Integendeel, tot op heden heeft iedereen in het nieuwe Duitsland het beste gewerkt wanneer hij op zijn eigen plaats, om het zo te zeggen, de Führer tegemoet werkt." Hitler had geen voordeel bij een goedgeorganiseerde staatsapparaat of partij: zo’n organisatiestructuur zou een bedreiging voor zijn eigen macht kunnen betekenen. Bovendien interesseerden structuren hem sowieso niet: het ging hem enkel om het effect en het resultaat.

    In de buitenlandse politiek van Duitsland bepaalde Adolf Hitler wel duidelijk de richting en het tempo. Duitsland stelde zich zeer voorzichtig op in zijn buitenlandse betrekkingen. Hoofddoel was de volledige annulering van het Verdrag van Versailles. In de eerste fase moest Duitsland zich concentreren op herbewapening en het herstel van zijn economische kracht, waarbij men voorzichtig te werk moest gaan om de buurlanden Frankrijk en Polen niet te verleiden tot een preventieve aanval. In een latere fase kon dan de stap gezet worden naar een herstel van de grenzen van 1914. Ook de inlijving van Oostenrijk en het veroveren van nieuwe koloniën behoorden tot Hitlers doelen. Gezien Duitsland niet klaar was voor een militaire confrontatie moesten de andere mogendheden zo lang mogelijk in het ongewisse gehouden worden over de Duitse plannen. Het langetermijnplan dat door de Duitse diplomaten naar voren werd geschoven, kon dan ook rekenen op Hitlers goedkeuring. Hitler slaagde erin via enkele speeches en contacten met buitenlandse leiders zich in die eerste maanden te profileren als een vredelievend staatsman. Hij sloot zelfs een niet-aanvalsverdrag met Polen af. Het stelde Duitsland in staat de Volkenbond te verlaten zonder grote gevolgen. Dit was de eerste belangrijke stap in het herstel van Duitsland tot een echte grootmacht, een ontwikkeling die alleen maar mogelijk was als gevolg van het lef dat Hitler op cruciale momenten toonde en de afwachtende houding van de buitenlandse mogendheden, ingegeven door de zogenaamde appeasementpolitiek.

    Hoewel hij de eerste maanden een zekere routine aanhield, verviel Hitler in de loop van 1935 in zijn dagelijks leven weer in de oppervlakkige levensstijl die hem als jongeling al kenmerkten. Vaak sliep hij tot een stuk in de dag. Daarna volgde een lunch en besprekingen met zijn voornaamste adviseurs over buitenlandse of militaire aangelegenheden. Het liefste echter besprak hij met Albert Speer de monumentale bouwplannen voor het Duitsland van de toekomst. Wandelingen en avondfilms maakten zijn dag volledig. Het enige dat hij echt zelf deed en waaraan hij soms dagen kon werken, waren zijn speeches. Zijn publieke imago was alles voor Hitler.

    Vanaf 1935 schoot de antisemitische aanpak in een hogere versnelling. Heel wat radicale nazi’s waren ontgoocheld dat van het centrale thema uit het partijprogramma nog maar weinig was gerealiseerd. Het straatgeweld tegen Joden nam weer toe en de politie had zijn handen vol om de orde te handhaven. Er klonk vanuit verschillende hoeken een luide roep om een strengere wetgeving tegen de Joden. De Neurenbergerwetten, waarmee de rassenscheiding tussen Duitsers en Joden werd ingevoerd, moesten hieraan tegemoet komen. Hitler die zich lange tijd afzijdig had gehouden in deze hele kwestie, gaf groen licht. Met deze wetten kon het straatgeweld en de economische schade die hiermee werd aangericht ingeperkt worden en kregen de radicalen toch de impliciete goedkeuring van de Führer voor hun strijd tegen het Jodendom.

    De strijd om een zuivere volksgemeenschap ging verder dan de aanpak van het Jodendom. Iedereen die niet paste in het nationaalsocialistische rassenideologische ideaal moest uit die gemeenschap verwijderd worden: Joden en politieke tegenstanders waren de meest voor de hand liggende slachtoffers, maar ook zigeuners, gehandicapten, homo’s en andere minderheden zouden aangepakt worden. Deze mensen waren volgens de nationaalsocialistische rassenideologie erfelijk belast en voor hen was er dus geen plaats in het Derde Rijk. Om het ras zuiver te houden moest er dus in eerste instantie voor gezorgd worden dat zij zich niet konden voortplanten. Al in 1934 werd een wet van kracht die het mogelijk maakte om op basis van rassenhygiënische gronden sterilisaties uit te voeren, een voorloper van het latere T4-programma.

    De radicalisering werd op binnenlands en buitenlands vlak verder ingezet en kon alleen maar uitmonden in een nieuw wereldconflict.

    Definitielijst

    bruinhemden
    Bijnaam voor de leden van de Sturm Abteilung (SA), de para-militaire knokploegen van de NSDAP, vanwege de bruine kleur van de uniformhemden.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    Nacht van de Lange Messen
    Nacht van 30 juni op 1 juli 1933 waarin Hitler op bloedige wijze afrekende met de veeleisende leiders van de SA, waaronder Ernst Röhm.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Reichswehr
    Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
    rijkskanselier
    Benaming voor het Duitse staatshoofd, vanaf 1933 tot 1945 was Hitler Rijkskanselier van Duitsland
    Volkenbond
    Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

    Afbeeldingen

    Ernst Röhm, hoofd van de SA, was te machtig gworden en werd tijdens de Nacht van de Lange Messen uitgeschakeld. Bron: Bild 102-15282A / CC-BY-SA 3.0.
    De SS van deze Heinrich Himmler werd de steunpilaar van Hitlers beleid. Bron: Bundesarchiv, Bild 183-R99621 / CC-BY-SA 3.0.
    Met de dood van Hindenburg verdween de laatste beperking op de macht van Hitler Bron: Bundesarchiv, Bild 183-2006-0429-502 / CC-BY-SA 3.0.
    Snel nadat Hitler de volledige macht had in Duitsland ondervonden de Joden als eersten de gevolgen. Bron: U.S. National Archives).
    Dachau, het eerste concentratiekamp, werd al in maart 1933 geopend. Bron: Publiek Domein.

    De Tweede Wereldoorlog

    Adolf Hitler heeft van zijn bedoelingen nooit een geheim gemaakt. Om het buitenland te misleiden was hij soms voorzichtiger in in zijn aanpak en bewoordingen, maar steeds was het zijn bedoeling de vernedering van de Eerste Wereldoorlog en het daaropvolgend Verdrag van Versailles uit te wissen. Duitsland moest in al zijn grootsheid hersteld worden. De heropbouw van de militaire kracht en de vorming van het Groot-Duitse Rijk, met onder meer de Oostenrijkse Anschluss en de annexatie van het Sudetenland via het verdrag van Munchen, pasten in dat kader, maar waren niet voldoende. Het Duitse Rijk moest worden uitgebreid met Lebensraum, zodat het land een echte economische grootmacht kon worden, een zelfvoorzienende grootmacht die niet afhankelijk was van de wereldeconomie.

    Die Lebensraum moest in het oosten gezocht worden. Polen en de Sovjetunie zouden hiervan het voornaamste slachtoffer zijn. Met deze gebieden voor ogen kon Hitler twee doelen bereiken: zorgen voor voldoende economische draagkracht (grondstoffen, landbouwgebieden) en het uitschakelen van de ideologische vijanden (het communisme, de Joden). De Poolse crisis van 1939, waarbij Polen de weigerde mee te werken aan een corridor tussen Danzig en het Duitse moederland, bracht alles in een stroomversnelling, ook al was dat niet de bedoeling van de nazi’s. Op één september 1939, enkele dagen na het afsluiten van het Molotov-Ribbentroppact, viel Duitsland Polen binnen, zogenaamd naar aanleiding van een Poolse aanslag op een Duits radiostation in Gleiwitz. Groot-Brittannië en Frankrijk, die zich garant hadden gesteld voor Polen, verklaarden Duitsland de oorlog. Dat was een serieuze tegenvaller voor Hitler, die had gehoopt om een algemene Europese oorlog nog enige jaren uit te stellen. Bovendien was hij nu in strijd met Groot-Brittannië, het land dat hij steeds als de ideale bondgenoot beschouwd had.

    Opvallend was dat ook bij dit soort ingrijpende beslissingen Adolf Hitler de enige was die de beslissingen nam. Er was dan wel overleg met verschillende mensen, maar buiten Hitler was er geen regering die iets besliste. Het kabinet kwam niet samen, andere leidende figuren waaronder Joseph Goebbels waren niet betrokken, zelfs de Wehrmacht was niet van alle plannen en ontwikkelingen op de hoogte. Dit alles toont nogmaals aan hoe nazi-Duitsland een echte Führerdictatuur was geworden. Hitlers macht was absoluut en werd simpelweg door niemand meer betwist. Dat betekende echter ook per definitie een verward en weinig consistent beleid. Hitler improviseerde, nam snel beslissingen (of juist niet), om die dan weer in te trekken en soms toch weer in te voeren. Ernst von Weizsäcker, staatssecretaris bij Buitenlandse Zaken, getuigde: "Hij was geen man van logica of rede." Zo lag er bijvoorbeeld helemaal geen concreet plan klaar om Polen na de verovering te besturen.

    Bovendien was Hitler zich meer en meer bewust van zijn eigen sterfelijkheid. Op zijn 50ste besefte hij dat zijn tijd niet eindeloos was en dat hij dus in zo kort mogelijke tijd zijn ambities moest verwezenlijken. Dat besef was nog versterkt na de mislukte bomaanslag door Georg Elser op 8 november 1939. "Ik ben nu vijftig jaar oud, nog in het volle bezit van mijn kracht. De problemen moeten door mij worden opgelost, en ik kan niet langer wachten. Over enkele jaren ben ik daar lichamelijk en misschien ook geestelijk niet meer toe in staat." Daarenboven had de jarenlange invloed van de Führer-cultus tot gevolg dat Hitler elk besef van zijn eigen beperkingen verloren: hij overschatte voortdurend zijn eigen capaciteiten. Dit leidde ertoe dat de nazi-leider bereid was grote risico’s te nemen, advies tot voorzichtigheid consequent naast zich neerlegde en elke vorm van compromis weigerde. Dat zou duidelijk tot uiting komen in de komende jaren.

    Aanvankelijk liep de oorlog heel vlot: Polen werd in september 1939 overrompeld. Ook de West-Europese landen wisten geen antwoord op de Duitse Blitzkrieg. De operaties Weserübung, Fall Gelb en Fall Rot in het voorjaar van 1940 bezegelden het lot van onder meer Noorwegen, België, Nederland en Frankrijk. Onder deze successen zaten echter grote problemen verborgen: het Duitse leger was niet klaar voor een langdurige oorlog. Bovendien bleek Hitler weinig verstand te hebben van militaire bevelvoering: de coördinatie en de communicatie tussen de verschillende legeronderdelen liep mank; bevelen werden gegeven en weer ingetrokken. De leider reageerde ook erg onzeker en paniekerig op moeilijke momenten tijdens de offensieven. In deze eerste maanden waren de militaire crisissen steeds beperkt van duur, maar toen de successen uitbleven, zouden deze tekortkomingen een ernstig probleem vormen.

    Daarnaast maakte Hitler de kapitale blunder om in de zomer van 1941 de Sovjetunie aan te vallen (Operatie Barbarossa), terwijl op dat moment de strijd in het Westen nog niet was beslecht. De Britten bleven onder leiding van Winston Churchill namelijk hardnekkig de strijd verder zetten, ook al een verkeerde inschatting van de Führer. Zowel bij Hitler als zijn generaals was het geloof in het eigen kunnen desondanks groot: ze waren ervan overtuigd dat de Sovjetunie in vijf maanden verslagen kon worden. Nadien zouden de Britten geen andere keuze hebben dan de vredesvoorstellen van Duitsland te aanvaarden. De beslising om de communisten aan te vallen was een alles-of-niets-keuze. Ofwel was er de overwinnng, ofwel de totale ondergang. In Hitlers manier van denken was er geen andere optie mogelijk. De inschattingen die zowel Hitler als zijn generale staf maakten, waren een schromelijke onderschatting van de militaire kracht van de Sovjets. Eind 1941, toen de Duitse opmars tot stilstand kwam voor de poorten van Moskou, bleek al dat de eindoverwinning onmogelijk was: toch overwoog Hitler op geen enkel ogenblik een andere strategie. Hij weigerde zijn eigen feilbaarheid in te zien en tekende daarmee het doodsvonnis van zijn Derde Rijk.

    In eigen land kreeg de rassenpolitiek intussen een eigen dynamiek. Hitler zelf was weinig met de materie bezig, gezien de oorlogsstrategie zijn aandacht opeiste. Er zijn geen aanwijzingen dat Hitler zelf concrete plannen had. Anderen waren er actiever mee bezig. Allerlei plannen werden gelanceerd (en verdwenen weer even snel), waaronder het bekende Madagaskarplan waarbij de Joden naar deze Franse kolonie zouden verscheept worden. De radicalisering in de aanpak van de Joden die in Polen al genocidale kenmerken begon te krijgen, was vooral het werk van de SS en de SD. De aanval op de Sovjetunie opende de weg naar een echte vernietigingsoorlog. "De komende veldtocht is meer dan een gewapend conflict; hij zal ook leiden tot een confrontatie tussen twee verschillende ideologieën. [...] De Joods-bolsjewistische intelligentsia, de onderdrukker van het volk tot nog toe, moet geëlimineerd worden." De Einsatzgruppen executeerden honderdduizenden "ongewensten", terwijl vele anderen bij elkaar werden gedreven in getto’s en concentratiekampen.

    Vanaf september 1941 gaf Hitler ook zijn toestemming om Duitse Joden te deporteren naar de kampen in het oosten, iets waar Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich al langer op aandrongen. In de maanden daarop volgden de (uit)bouw van vernietigingskampen Belzec, Treblinka en Auschwitz, waar Joden en Roma en Sinti in gaskamers systematisch omgebracht zouden worden. De Wannsee-conferentie van januari 1942 vormde de laatste stap naar de Endlösung, ook al presenteerde Heydrich hier geen afgewerkt plan. Hitler zelf was hierbij niet rechtstreeks betrokken. Dat hoefde ook niet: de laatste maanden had hij zich, zowel privé als publiekelijk, scherp uitgelaten over de Joden. Daarbij liet hij geen twijfel bestaan over hun uiteindelijke lot: "Wij zijn ervan overtuigd dat de oorlog alleen kan eindigen met hetzij de vernietiging van de arische volkeren, hetzij het verdwijnen van het Jodendom uit Europa. Reeds op 1 september 1939 heb ik in de Duitse Rijksdag verklaard [...] dat de oorlog niet zal eindigen zoals de Joden denken, namelijk met de uitroeiing van de Europees-Arische volkeren, maar dat de uitkomst van de oorlog de vernietiging van het Jodendom zal zijn." Over de verantwoordelijkheid van Hitler, die door Heinrich Himmler nauwkeurig op de hoogte werd gehouden van de "vorderingen", voor de genocide op de Joden kan dan ook geen twijfel bestaan.

    Het grootste deel van de oorlog bracht de Führer door in de Wolfsschanze in Oost-Pruisen. Hij verloor er langzaam meer maar zeker zijn greep op de werkelijkheid. Ondanks de nederlaag van de Slag om Stalingrad in februari 1943, het onontkoombare feit dat de opmars aan het Oostfront was omgeslagen in een terugtocht en de genadeloze bombardementen op Duitsland geloofde hij nog altijd rotsvast in de eindoverwinning, ook al botste hij steeds meer met zijn generaals. Capabele en trouwe mannen zoals Heinz Guderian en Fedor von Bock werden ontslagen als zij kritiek uitoefenden op de militaire plannen van Hitler of diens onrealistische doelstellingen niet haalden. Ook de band met zijn eigen bevolking ging meer en meer verloren: de nazi-leider was een onzichtbare krijgsheer geworden voor zijn volk. Hitlers populariteit ging er zienderogen op achteruit, vooral na de nederlaag in Stalingrad. Hier en daar dook er ook verzet op: die Weiße Rose van Hans en Sophie Scholl verspreidde kritische pamfletten. Ook een kleine groep hooggeplaatste militairen maakte plannen om Hitler ten val te brengen.

    Naarmate de oorlog vorderde en de nederlagen zich opstapelden, gedroeg Hitler zich almaar prikkelbaarder. Woede-uitbarstingen werden dagelijkse kost en voortdurend zocht hij naar zondebokken die zijn plannen zogezegd saboteerden. In de toespraken die hij nog gaf, negeerde hij de onaangename feiten. De kloof tussen de realiteit en Hitlers retoriek werd groter en groter. Dat deed zijn geloofwaardigheid geen goed: teveel mensen beseften dat de oorlog helemaal niet de goeie kant uitging. Zelfs Joseph Goebbels, één van Hitlers trouwste steunpilaren, klaagde dat Hitler zich van de massa had vervreemd, terwijl het gezag van de Führer juist berustte op de steun van diezelfde massa.

    Definitielijst

    Anschluss
    Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
    Blitzkrieg
    De Nederlandse betekenis van dit Duitse woord is 'bliksemoorlog'. Zeer snel verlopende veldtocht. In tegenstelling tot een loopgravenoorlog is de Blitzkrieg erg snel en beweeglijk. Lucht- en grondstrijdkrachten werken nauw samen. Voor het eerst toegepast door de Duitsers (september 1939 in Polen)
    communisme
    Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    Endlösung
    Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    getto
    Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
    ideologie
    Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
    kolonie
    Overzees gebiedsdeel.
    Lebensraum
    Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Rijksdag
    Duitse regeringsgebouw in Berlijn.

    Afbeeldingen

    Hitler houdt een toespraak op de Heldenplatz in Wenen, vlak na de Oostenrijkse Anschluss. Bron: Bildesarchiv Preussischer Kulturbesitz.
    De vorming van het Groot-Duitse Rijk. Bron: Wikipedia.
    Molotov en Ribbentrop ondertekenen het Duits-Russische niet-aanvalsverdrag onder het goedkeurende oog van Stalin. Bron: National Archives & Records Administration.
    Ondanks het niet-aanvalsverdrag valt Duitsland in juni 1941 toch de Sovjetunie aan. Bron: STIWOT.
    Het ravijn Babi Jar na één van de zovele massamoorden van de Einsatzgruppen. Bron: Deathcamps.org.

    De ondergang

    De nederlagen stapelden zich op in Noord-Afrika, aan het Oostfront en Europa zelf werd door de westerse geallieerden via Italië (september 1943) aangevallen. Dat betekende niet dat Hitler zijn aanpak veranderde. Hij bleef alle macht naar zich toetrekken, ook op militair vlak, zelfs al had hij daarbij verschillende blunders begaan. Niets was volgens hem echter zijn verantwoordelijkheid: alle nederlagen en tegenslagen waren een gevolg van verraad, onbekwaamheid en zwakheid van zijn generaals en andere medewerkers. Ook al was de toestand hopeloos, een capitulatie en een herhaling van 1918 waren gewoonweg ondenkbaar. Steeds weer stelde de Führer zijn hoop op nieuwe wapens (zoals de V2), nieuwe offensieven. Een gigantische vorm van zelfbedrog. Hitler leefde meer en meer in een wereld van illusies.

    Ondanks zijn innerlijke overtuiging was het echter onmiskenbaar dat de oorlog en de vele tegenslagen aan Hitler begonnen te vreten. Hij zag er oud en moe uit, liep gebogen en kon zijn trillende linkerhand steeds minder onder controle houden. Hij had last van maag- en darmproblemen, zijn hartkwaal was erger geworden en hij leed waarschijnlijk aan de ziekte van Parkinson. Ondanks de vele medicijnen die hij dagelijks slikte, die hem veelal voorgeschreven werden door zijn lijfarts Theodor Morell, ging de fysieke conditie van Hitler er met de dag op achteruit. Bovendien werd hij overweldigd door onophoudelijke stroom van militaire problemen en tegenslagen die op hem afkwamen. Gezien hij de spil was in het hele nazisysteem en hij op geen enkel vlak aan macht wilde inboeten, was hij degene die op alle domeinen de beslissingen moest nemen. Dat deed hij steeds willekeuriger of gewoonweg niet.

    Intussen was het Duitse volk, dat ooit zo zijn vertrouwen in Adolf Hitler had gesteld, de oorlog doodmoe. Vooral na de D-day, de geallieerde aanval in Normandië op 6 juni 1944, verloor de propagandamachine zijn impact. Hitlers zeldzame speeches bereikten, behalve de fanatieke loyalisten, niemand meer. Een mogelijkheid om iets aan hun lot te veranderen hadden de mensen echter niet. Dat konden enkel zij die die zich dicht bij de nazi-leider bevonden. Een groep officieren en hoge ambtenaren die de hopeloosheid van de hele oorlog inzagen, wilden Hitler uit de weg ruimen en zo Duitsland behoeden voor de complete vernietiging. De aanslag en staatsgreep van 20 juni 1944 mislukten echter. De mislukte coup versterkte zijn wantrouwen in de generale staf én zijn messiaans idee dat hij de verlosser van Duitsland was.

    De realiteit was echter een stuk minder rooskleurig. Er waren de voortdurende bombardementen op Duitse steden en de opmars van de geallieerden, zowel op het West-, als het Oostfront was niet te stuiten. Hitler weigerde echter in te gaan op elke suggestie om vredesgesprekken aan te knopen. Integendeel, hij zag het als zijn historische taak om te vechten tot het bittere einde, ook als dat de totale vernietiging van zijn land en volk betekende. Als we Albert Speer mogen geloven, liet de Führer zelfs de suggestie vallen dat het Duitse volk te zwak was, hem niet waard was en daarom misschien wel de vernietiging verdiende.

    Elke nieuwe actie die werd ondernomen (zoals het oprichten van de Volkssturm en het Ardennenoffensief in de winter van 1944-1945) waren de laatste stuiptrekkingen van een stervend regime dat enkel het lijden van het eigen volk rekte. Hitlers gezag bleef zelfs in deze dagen intact, maar tegelijkertijd trachtten sommige van zijn naaste medewerkers zich een weg uit het wespennest te banen. Zo probeerde zelfs Heinrich Himmler, wiens bijnaam niet voor niets trouwe Heinrich was, contact te leggen met de geallieerden om zijn eigen vel te redden.

    Het bleek allemaal tevergeefs. Eén voor één vielen de bondgenoten van Duitsland: Benito Mussolini werd afgezet en vermoord (april 1945), Bulgarije (september 1944) en Roemenië (augustus 1944) werden veroverd en Finland tekende een wapenstilstand met de Sovjetunie. Het enige dat zowat onverminderd bleef doorgaan, was de Endlösung. Zelfs al werden vele concentratie- en vernietigingskampen gesloten omwille van de oprukkende troepen van het Rode Leger, er kwam geen einde aan hun lijden. Honderdduizenden gevangenen uit concentratiekampen werden in de zogenaamde dodenmarsen naar het westen gedreven: ongeveer eenderde zou deze laatste tocht niet overleven.Tussen vijf en zes miljoen mensen (overwegend Joden, maar ook getuigen van Jehova, zigeuners en andere "ongewensten" vonden de dood als gevolg van de Endlösung.

    In 1945 verslechterde de gezondheid van Hitler aanzienlijk: hoge bloeddruk, aderverkalking, acute maagkrampen en geelzucht hielden hem geregeld dagenlang in bed. Hij was zich intussen ook duidelijk bewust van de onvermijdelijke nederlaag en sprak erover om zelfmoord te plegen, maar een overgave was geen optie: "Ik weet dat de we de oorlog verloren hebben. De overmacht is te groot. Ik ben verraden. [...] Ik zou me het liefst een kogel door het hoofd jagen. [...] We geven ons niet over. Nooit. We kunnen ten onder gaan. Maar we nemen een wereld met ons mee." Het typeert de logica van Hitler: een herhaling van 1918 en een nieuwe vernedering in de vorm van een Diktat was uitgesloten. De nazi-leider was ervan overtuigd dat de wil van een volk elk obstakel kon overwinnen. Indien het Duitse volk hiertoe niet in staat was, was de vernietiging in zijn ogen niet meer dan een logisch en onvermijdbaar gevolg.

    In deze periode had Hitler zich teruggetrokken in zijn ondergrondse bunker onder de Rijkskanselarij in Berlijn, waar hij de laatste maanden van zijn leven zou doorbrengen. De Sovjets stonden aan de poorten van de hoofdstad, maar toch geloofde hij nog dat niet alles was verloren. Zo hoopte Hitler dat de alliantie tussen de Sovjets en het Westen geen stand zou houden en dat Duitsland van deze tweespalt zou kunnen profiteren. Het bleek allemaal tevergeefs.

    In april 1945 stond het Duitse westelijke front op instorten en het Rode Leger versterkte zijn greep op de Duitse hoofdstad. De nederlaag was onafwendbaar: daar kon zelfs de dood van de Amerikaanse president Franklin Roosevelt op 12 april 1945 niets aan verhelpen. In deze totaal uitzichtloze situatie werd toch nog tijd gevonden om de 56ste verjaardag van de Führer te "vieren". De sfeer in de bunker was echter deprimerend. Hitler, uitgeput en lusteloos, was nauwelijks in staat de felicitaties in ontvangst te nemen. Het merendeel van de nazi-leiders, waaronder Hermann Göring en Heinrich Himmler, vertrok en zocht veiligere oorden op. Adolf Hitler stond er zo goed als alleen voor. Enkel zijn allertrouwste en fanatiekste aanhangers, zoals Martin Bormann en Joseph Goebbels, bleven bij hem.

    Op 22 april gaf Hitler voor het eerst openlijk toe dat de oorlog verloren was. Hijzelf zou in Berlijn blijven "om de verdediging van de stad op zich te nemen" en gaf aan dat hij op het laatste moment zelfmoord zou plegen. De rest kon gaan waarheen ze wilden.

    Enkele dagen later trouwde hij met Eva Braun, de vrouw die hem tot het laatste moment was blijven bijstaan, ook al had ze nooit een plaats op de voorgrond gekregen. Met dit huwelijk beloonde Hitler haar voor haar trouw. Hij dicteerde zijn secretaresse Traudl Junge een politiek testament, waarin hij vooral verviel in zijn klassieke retoriek en zichzelf trachtte te rechtvaardigen. Hij benoemde nog een nieuwe regering onder leiding van grootadmiraal Karl Dönitz en droeg hem op om een nationaalsocialistische staat uit te bouwen.

    In de ochtend van 30 april maakte een stafbespreking met Wilhelm Keitel duidelijk dat er geen ontzettingsleger moest verwacht worden en dat het slechts een kwestie van uren was voor de Sovjettroepen de bunker zouden bereiken. Adolf Hitler nam afscheid van zijn personeel. Omstreeks 15u30 trok hij zich samen met Eva terug in zijn studeerkamer. Goebbels, Bormann en de overblijvenden van het bunkerpersoneel bleven in de gang wachten. Na enige minuten ging SS-officier Heinz Linge naar binnen: Braun en Hitler zaten naast elkaar op de sofa. Zij had zichzelf vergiftigd met cyaankali, terwijl hij zich een kogel door het hoofd had geschoten. De eens zo bejubelde en gevreesde nazi-leider was niet meer. Hun lichamen werden op het terrein van de rijkskanselarij verbrand en later door de Sovjets als as verstrooid in een rivier.

    Een week later aanvaardde Duitslands nieuwe leider Karl Dönitz de onvoorwaardelijke overgave van het Duitse leger.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    D-day
    De dag dat de invasie van West-Europa plaatsvond op 6 juni 1944. Na een lange misleidingsoperatie vielen de geallieerden op vijf plaatsen op de Normandische kust de stranden binnen om zo hun opmars naar Nazi-Duitsland te beginnen. Hoewel D-Day vaak als Decision Day wordt gezien, is dit niet geheel correct. De D staat in dit geval gewoon voor Day, in het militaire jargon wordt namelijk gesproken van een operatie op Dag D, beginnend op Uur U.
    Endlösung
    Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    staatsgreep
    Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.

    Afbeeldingen

    Hitler, begin 1945, omringd door zijn generaals. Bron: The History Factor.
    Een duidelijk verouderde Adolf Hitler in 1945. Bron: The History Factor.
    Hitler ontmoet in april 1945 enkele leden van Hitlerjugend die meehielpen bij de verdediging van Berlijn. Bron: Publiek Domein.
    Het roemloze einde van één van Hitlers bondgenoten, Benito Mussolini Bron: Publiek Domein.
    Karl Dönitz, de opvolger van Adolf Hitler Bron: Bundesarchiv, Bild 146-1976-127-06A / CC-BY-SA 3.0.

    Nabeschouwing

    De impact van Adolf Hitler kan moeilijk overschat worden. Hij en niemand anders was de dominerende en doorslaggevende factor in de ontwikkeling van het nationaalsocialisme tot één van de meest radicale en dodelijkste ideologieën die de geschiedenis ooit heeft gezien. Hij slaagde erin om een hele maatschappij zo te domineren en te doordringen dat deze bereid was om "naar hem toe te werken", zelfs in de meest radicale ideeën.

    Hitler had een ingewikkelde persoonlijkheid die tot vandaag de dag aanleiding geeft tot vele discussies. Alleszins mogen we niet de fout maken hem te zien als iemand met een vastgelegd plan, dat hij tot het uiterste in de praktijk trachtte te zetten. Daarvoor was hij zelf teveel een wisselvallige chaoot die zich vaak verloor in eindeloze monologen waarin het moeilijk was een rode draad te vinden. Zo vaak hij een voorbeeld was van een tomeloze werkkracht en onvermoeibare inzet, zo even vaak was hij passief, afwachtend en liet hij de zaken op zijn beloop. Zijn extreme stemmingswisselingen (euforie, apathie, depressiviteit) kwamen geregeld bovendrijven. Vooral bij tegenslagen (bv. bij de mislukte poging tot staatsgreep in 1923) kondigde hij meer dan eens aan dat hij zelfmoord zou plegen. Deze latente bereidheid zichzelf van kant te maken, zou zijn hele politieke carrière blijven terugkomen. Die alles of niets-factor was zo kenmerkend voor de risico's, zowel politiek als militair, die hij zo vaak zou nemen.

    Zijn wispelturigheid en zijn schijnbaar dubbele persoonlijkheid maakten hem onberekenbaar en moeilijk in te schatten, zelfs voor degenen die het dichtst bij hem stonden. Zo zei Albert Speer: "Ik zou kunnen zeggen dat hij wreed, onbillijk, onbenaderbaar, kil, onbeheerst, overgevoelig en ordinair was en dat alles was hij inderdaad ook. Tegelijkertijd echter was hij van dit alles ook het volstrekte tegendeel. Hij kon een zorgzame huisvader, een attente meerdere, beminnelijk, beheerst zijn en warmlopen voor alles wat mooi en groots is."

    Op het eerste gezicht was Hitler een weinig opvallende figuur die weinig indruk maakte op de mensen. Desondanks geraakten zovelen van hem in de ban. Dat was in niet geringe mate te danken aan zijn innerlijke overtuigingskracht en zijn demagogische talent. Het belang van dat retorische talent kan niet onderschat worden: Hitler wist precies die snaar, die gevoeligheden op zodanige manier te raken dat miljoenen hem blindelings wilden volgen. De Amerikaanse journalist Hubert R. Knickerbocker stond versteld toen hij de nazi-leider meemaakte tijdens een optreden in Zirkus Krone: "Hij was een evangelist die een menigte toespreekt, de Billy Sunday [Een Amerikaanse evangelist] van de Duitse politiek. Zijn bekeerlingen gingen met hem mee, lachten met hem mee, voelden met hem mee. Samen met hem bespotten ze de Fransen. Samen met hem floten ze de republiek uit. De achtduizend aanwezigen vormden een instrument waarop Hitler een symfonie van de nationale hartstocht speelde." Hitlerbiograaf Volker Ullrich concludeerde hieruit: "In de communicatie tussen spreker en publiek, in de uitwisseling van individuele en collectieve gevoeligheden en neurosen, herkende de Amerikaan terecht het geheim van Hitlers succes."

    Toch was Adolf Hitler meer dan alleen een uitmuntend demagoog: hij was ook een getalenteerd toneelspeler die de kunst bezat om steeds een ander masker op te zetten en wisselende rollen te spelen, waarmee Hitler zowel aanhangers als tegenstanders steeds weer wist te misleiden omtrent zijn bedoelingen. Die wisselende rol betekende echter geen wisselende ideeën: in de loop van de jaren '20 was zijn wereldbeschouwing geleidelijk aan tot een geheel gegroeid. De twee belangrijkste elementen van deze wereldvisie waren zijn raciaal onderbouwde antisemitisme en de verovering van Lebensraum im Osten, onvervangbare strijdpunten waaraan Hitler zich onwrikbaar zou blijven vastklampen.

    De uitvoering van die ideeën en Hitlers dominantie van Duitsland was alleen maar mogelijk omdat hij omringd was door een cirkel van medewerkers (Joseph Goebbels, Martin Bormann, Alfred Rosenberg en anderen) die onvoorwaardelijk in hem geloofden en hem zelfs zagen als een verlosser. Een idee dat hij trouwens zelf ook steeds meer ging cultiveren. Het zijn die trouwe medewerkers en daaronder een grote groep van gewone mensen uit alle lagen van de bevolking die Hitlers ideeën in de praktijk brachten. Door hen tegen elkaar op te zetten creëerde Hitler een onderlinge concurrentie, waarbij de verschillende bestuursonderdelen van de Führerstaat meegingen in een opbod om Hitlers goedkeuring en lof.

    Het is die complexe cocktail (Hitlers minderwaardigheidscomplex en antisemitische paranoia, de gekrenkte eer en trots van het Duitse volk, de miserabele economische context, de zoektocht naar een makkelijke zondebok, de hang naar een sterke, charismatische figuur en de bereidheid om zo iemand te volgen, enzovoort) die de moeilijke verklaring vormt voor het succes en de daden van Hitler en zijn NSDAP.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    ideologie
    Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
    Lebensraum
    Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    staatsgreep
    Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.

    Afbeeldingen

    Hitler, gefotografeerd op 20 april 1937. Bron: Bundesarchiv, Bild 183-S33882 / CC-BY-SA 3.0.
    Het belang van Hitlers retorische talent kan niet onderschat worden. Bron: Publiek Domein.
    Enthousiaste aanhangers van Hitler op de Olympische Spelen van 1936. Bron: USHMM.
    Hitler en Mussolini in 1937 in Berlijn. Bron: Publiek Domein.
    Massagraf in Bergen-Belsen. Het resultaat van de NSDAP-waanzin. Bron: USHMM.