TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Het begin van de SAS. Who dares wins?

De Special Air Service oftewel SAS werd in de eerste helft van 1941 tijdens de Tweede Wereldoorlog in Noord-Afrika opgericht door Lieutenant David Stirling. De officiële naam van de eenheid was: L Detachment: Special Air Service Brigade. Dit was om de Duitsers te laten denken dat er ook een A tot en met K Detachment bestond, wat echter niet het geval was. L Detachment werd opgericht met de restanten van Layforce, een experimentele commando-eenheid onder leiding van Lieutenant-Colonel Robert Laycock. Na een eerste training in Schotland werd de eenheid een mooie missie in Noord-Afrika beloofd, waarbij ze voornamelijk de aanvoerlijnen van Rommels Afrikakorps zouden aanvallen. De situatie was tussen februari en april 1941 echter behoorlijk snel verslechterd. Bovendien stonden ook Griekenland en Kreta onder druk van de Duitse Wehrmacht. Daarom werd Layforce verspreid ingezet en werden de missies helemaal niet zo mooi als beloofd. Een groot deel van de troepen moest het terugtrekken van de Britten op Kreta dekken en de rest kwam in reserve in Caïro. Stirling was onderdeel van de reserve in de Egyptische stad en hij verveelde zich mateloos. Bovendien was de inzet van Layforce hopeloos mislukt, want van de achthonderd manschappen die bij Kreta werden ingezet kwamen er slechts tweehonderd levend terug.


Portret van Sir David Stirling. Bron: Imperial War Museum

Stirling was op een dag van verveling in de officiersmess en kwam daar in gesprek met Lieutenant Jock Lewes, die ook tot de Layforce-eenheid behoorde. Er ontstond een samenwerking toen Lewes vertelde dat hij enkele tientallen parachutes op de kop had weten te tikken. Die waren verkeerd afgeleverd en eigenlijk bedoeld voor India. Toen Lewes de partij in handen kreeg, gaf Laycock toestemming om in de woestijn te gaan testen met parachutespringen. Stirling wilde mee en daar ging Lewes mee akkoord. Beide mannen waren actiegericht en vonden dat de commando-eenheid maar slecht werd gebruikt. Nadat Stirling beide benen had gebroken toen een van de parachutes niet opende, duurde het acht weken voordat hij weer kon lopen. Gedurende die tijd hielden Lewes en Stirling contact en ontvouwde laatstgenoemde zijn plannen aan Lewes. Zijn visie was om een eenheid met kleine operationele onderdelen op te richten die daarmee achter het front de vijand zou teisteren.

Stirling, een Schot, was een man van actie en dat is precies hoe hij zijn plan aan de hoge heren van Middle East Headquarters presenteerde. Hij ging naar het hoofdkwartier op krukken, wat geloofwaardig was met zijn gebroken benen van een paar maanden terug, en zette het op een lopen zodra hij de wacht gepasseerd was. Hij snelde richting de kamer van Deputy Chief of Staff General Sir Neil Ritchie en gaf een papier af met de hoofdpunten van zijn plan. De generaal liet zijn ogen over het papier glijden en raakte gefascineerd. De generaal gaf orders om Stirling alle steun te geven die hij verdiende en bovendien nodigde hij hem uit voor een tweede gesprek, maar dit keer met de Commander in Chief General Claude Auchinleck. Daarbij dient opgemerkt te worden dat ook Auchinleck een Schot was en de twee families bevriend waren. In die tijd was dat een belangrijk gegeven, omdat verbondenheid met bepaalde families deuren kon openen.

Auchinleck en Ritchie gaven groen licht aan Stirling om een experiment met zes officieren en zestig manschappen te starten. Deze mensen mocht hij rekruteren uit de restanten van Layforce. Van alle rekruten was Jock Lewes de belangrijkste, omdat hij samen met Stirling de drijvende kracht was achter de SAS. Daarnaast bracht Lewes enkele mannen mee met wie hij eerder kleinschalige aanvallen achter de vijandelijke linies had uitgevoerd. Deze rekruten vormden de basis van de SAS gedurende de hele Tweede Wereldoorlog en daarna. Ieder van hen kwam namelijk uiteindelijk op sleutelposities terecht en hield zo de standaard van de SAS hoog. Het is daarom goed om enkele van hen kort voor te stellen.

Definitielijst

Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.

De belangrijkste rekruten van de SAS

Sergeant Pat Riley was een geboren Amerikaan die in de jaren twintig naar Engeland vertrok. Hij bleef Amerikaans staatsburger, waardoor hij in de Tweede Wereldoorlog opgeroepen werd voor het Amerikaanse leger. Hij vervalste echter zijn geboortecertificaat zodat hij met een nep Brits staatsburgerschap tot het Britse leger kon toetreden. Riley kwam via omwegen bij Layforce terecht waar hij geliefd was vanwege zijn charismatische houding. Dat zorgde ervoor dat er ook anderen bij SAS kwamen, samen met Riley. Hij nam Sergeant Jim Almonds mee, die eerder samen met Lewes bij Tobroek was ingezet. Daar was Jim opgevallen, omdat hij een gewonde soldaat in het heetst van de strijd in veiligheid had gebracht. Met Pat en Jim waren er twee senior onderofficieren aangetrokken waarop Stirling en Lewes konden bouwen.

Ook Stirling rekruteerde een aantal belangrijke namen. Hij liet vaak weinig los over het doel van de nieuwe groep, behalve dat deze achter de vijandelijke linies gedropt zou worden. Hij interviewde alle kandidaten hoogstpersoonlijk, omdat hij wist wat voor type mensen hij nodig had. Hij zocht echte avonturiers, mannen die onafhankelijk dachten en deden, die bereid waren om van dichtbij iemand om het leven te brengen indien nodig. Private Johnny Cooper was de jongste rekruut die Stirling inlijfde. Cooper was bijzonder stug, ondanks zijn leeftijd van negentien jaar en hij klaagde nooit over slechte omstandigheden. Precies wat Stirling zocht. Daarnaast stuitte hij ook op Reg Seekings, een fors gebouwde man met een verhit temperament. Reg was enorm loyaal aan de mannen in zijn eenheid en was daarnaast bereid veel verder te gaan in het oorlog voeren dan menig ander. Hij vond dat elke discussie met zijn vuisten moest worden opgelost, iets wat hij goed kon als amateur-bokskampioen.

Naast Lewes had Stirling nog vijf officieren nodig. Lieutenant Bill Fraser was de eerste. Hij had zijn sporen verdiend bij het helpen verdedigen van grondgebied van Vichy-Frankrijk. Daarbij werd hij in zijn gezicht geschoten, maar de kogel ketste af op de gesp van zijn helm die om zijn kin zat. Fraser had goede leiderschapskwaliteiten en kon die met zijn ervaring ook benutten. Lieutenant Eoin McGonigal was de volgende officier die werd aangetrokken. Hij was al in dienst bij de commando’s. Daarna volgden Lieutenant Peter Thomas en Lieutenant Charles Bonington. De laatste officier is ook meteen de kleurrijkste: Lieutenant Robert (Paddy) Mayne. Paddy was op het eerste gezicht verlegen, maar hij had een enorm temperament dat zich vooral zeer gewelddadig manifesteerde als hij dronken was. Hij had echter goede ervaring opgedaan in Vichy-Frankrijk en werd daar geroemd vanwege zijn uitstekende leiderschapskwaliteiten, het behalen van alle doelen en het nemen van grote groepen krijgsgevangenen. Mayne had geen hoge pet op van mensen uit hogere klassen, dus Stirling moest eerst zijn vertrouwen winnen. Paddy was een gecompliceerde man, maar Stirling zag in hem een groot leider en durfde daarom de gok te wagen.

Al deze mannen moeten genoemd worden, niet alleen omdat zij aan de wieg staan van de SAS, maar ook omdat ze in de jaren na 1941 een onuitwisbare indruk hadden achtergelaten in wat ze voor de eenheid betekenden. Ook deze mannen ging een groepsproces door en zeker vanwege het temperament van bijvoorbeeld Mayne en Seekings, was dat zeker niet altijd gemakkelijk. Echter, zodra er iets van de mannen gevraagd werd, stonden ze voor elkaar klaar en verdwenen de persoonlijke verschillen naar de achtergrond. Uiteindelijk ontstond er een heel hecht team van onafhankelijke, creatieve en zeer moedige soldaten die het de Duitsers behoorlijk lastig kon maken. Stirling wist zijn rol als natuurlijk leider te behouden door in alle oefeningen als eerste de taken uit te voeren, zoals parachutespringen terwijl het vliegtuig laag overvloog.

Bij de nieuw gevormde SAS volgde iedereen ongeacht rang dezelfde opleiding, iets wat in die tijd verre van normaal was. Op 21 oktober 1941 maakten de mannen van de SAS de eerste parachutesprongen ter voorbereiding op komende missies. Stirling had geleerd van zijn ongeluk een viertal maanden eerder, en koos een ander vliegtuig, de Bristol Bombay, om de sprongen veiliger te kunnen maken. Dat parachutespringen nog steeds gevaarlijk was, werd meteen duidelijk toen bij Ken Warburton en Joe Duffy de parachute niet opende en zij ter aarde stortten. Dat was een schok voor alle rekruten en de officieren, maar ze moesten door. Daarom liet Jock Lewes een uitvaart organiseren en verklaarde aan de groep dat de twee waren gestorven door een fout in hun parachutekoorden, waardoor de parachutes niet opengingen. De fout was verholpen en iedereen werd gesommeerd de volgende ochtend weer te springen. Niemand trok zich terug en alle mannen, van hoog tot laag, waagden de sprong de volgende ochtend. Stirling kwam als eerste uit het vliegtuig en daarna volgden alle anderen; iedereen bleef ongedeerd. Naast het parachutespringen gaf Jock Lewes vorm aan een opleiding met zeer hoge standaarden. Lewes tolereerde geen fouten en van iedere rekruut eiste hij het maximale. Dat resulteerde in behoorlijke uitval, maar door de mythische status die de eenheid nu al had gekregen, werd het steeds makkelijker om nieuwe, goede rekruten te vinden.


Oefenen met parachutespringen bij Kabrit. Bron: Imperial War Museum

De lijfspreuk, het embleem, een uniek explosief en de eerste proefmissie

Stirling had de mannen ook gevraagd om na te denken over een logo en een slogan. De slogan werd uiteindelijk "who dares wins" en het logo werd bepaald door Bob Tait, een Sergeant binnen de SAS. Hij tekende Excalibur, het brandende zwaard van koning Arthur. Dit logo werd later vaak verkeerd geïnterpreteerd als een gevleugelde dolk. Hoe dan ook, het logo kwam op een beige baret, een eigen unieke kleur. Eerder was de baret wit, maar dat zorgde voor verwarring met andere Britse eenheden (onduidelijk is waarom). Ten slotte had de SAS nog een eigen parachutistenwing nodig. Die kon dan met trots gedragen worden als de parachute-opleiding behaald was. De wing werd bedacht door Jock Lewes en had de traditionele parachute in het midden, maar de vleugels waren die van een bladsprietkever. Tot op heden wordt deze unieke wing gebruikt, die tevens dient als herinnering aan Jock Lewes. Enkele geslaagde operaties later voelde Stirling dat het bestaansrecht verzekerd was en dat de insignes gestandaardiseerd en ingevoerd konden worden.


Het oorspronkelijke logo van de SAS. Bron: Wikimedia Commons

De nieuwe eenheid kreeg een proefmissie doordat Stirling een weddenschap met een Britse luchtmachtkapitein aanging. De kapitein geloofde namelijk niet dat een Brits vliegveld ongezien geïnfiltreerd kon worden en Stirling wist zeker dat het zijn mannen zou lukken. In vijf kleine groepen ging zo de eerste proefmissie van start om het vliegveld van Heliopolis ongezien te infiltreren. Ze slaagden erin ongezien door de omheining te sluipen en enkele tientallen stickers op vliegtuigen te plakken. Daarna wisten alle mannen ongezien weg te komen. Saillant detail in deze proefmissie was dat de bewakers van het vliegveld niet waren ingelicht. De mannen van de SAS hadden dus dodelijk beschoten kunnen worden indien ze waren ontdekt. Dat gebeurde gelukkig niet en Stirling won de weddenschap.

De SAS, die initieel vooral op vijandelijke vliegvelden missies zou gaan uitvoeren, had nog geen geschikt explosief om vliegtuigen op te blazen. De gebruikelijke tijdbommen waren te zwaar en daarom kwam Jock Lewes met een nieuwe uitvinding: de Lewes-bomb. Dit was een klevende tijdbom die veel lichter was dan de normale tijdbom en bovendien niet opviel als deze eenmaal op een vliegtuig was geplakt. Bijkomend voordeel was dat het explosief heel gericht geplaatst kon worden, waardoor het een vernietigende werking had als het bij brandstoftanks of explosieven geplaatst werd. De Lewes-bomb werd heel belangrijk in het verdere verloop van de Tweede Wereldoorlog voor de SAS.

De eerste missie

De eerste missie van de SAS was op 18 november 1941, toen General Sir Claude Auchinleck operatie Crusader lanceerde. Stirling en de mannen van het L Detachment: SAS Brigade kregen de opdracht om de nacht voordat de aanval begon met vliegtuigen naar de landingszone te vliegen. De piloten konden de landingszone herkennen aan vuurhaarden die gesticht zouden worden met een voorbereidend bombardement op nabijgelegen vliegvelden. De vijfenvijftig mannen van Stirling werden in vijf teams van elf mannen verdeeld. Hun opdracht was om na de landing hun weg te vinden naar vijf vooruitgeschoven vijandelijke luchtmachtbases in de buurt van Gazala. Eenmaal op die bases aangekomen dienden ze met de Lewes-bomb zo veel mogelijk van de driehonderd vijandelijke vliegtuigen te vernietigen. Als de missie volbracht was, moesten de vijfenvijftig mannen elk ongeveer 50 landmijlen (80 kilometer) landinwaarts marcheren waarna de beroemde Long Range Desert Group (LRDG) ze op een aangegeven punt zou oppikken. De LRDG zou drie dagen wachten en daarna vertrekken. Elke man die na die drie dagen zou arriveren, moest het zelfstandig in de woestijn proberen te redden.

Deze eerste missie was belangrijk omdat Stirling zijn eenheid wilde bewijzen aan de Britse generaals. Hij vreesde nog steeds dat de riskante missie werd gezien als een soort cynische methode om de eenheid op te heffen. Echter, dit was precies het soort operaties die Stirling al die tijd voor ogen had gehad. Hij wilde diep achter het front binnendringen om daar chaos te creëren bij de vijand met kleine groepen kundige militairen.

De vijf groepen werden geleid door Stirling, Mayne, Lewes, McGonigal en Bonington. Helaas had de missie een erg beroerde start. De groep van Stirling landde allesbehalve soepel in de landingszone. Hij verloor twee mannen door respectievelijk een gebroken rug en twee gebroken enkels. Mannen die niet meer konden lopen, werden namelijk achtergelaten. Een derde verdween en was waarschijnlijk ter aarde gestort. Daarnaast waren ook de tonnen met de explosieven, eten en drinken en de machinegeweren verdwenen. De mannen van Stirling hadden daardoor slechts wat granaten en revolvers. Ook Mayne had weinig geluk. Ook hij verloor twee mannen met verwondingen waardoor ze niet konden lopen en verloor ook de meeste bevoorradingstonnen. Toch had Mayne ten minste nog twee tonnen en daarmee in elk geval iets. Lewes en zijn mannen wisten van de vijf groepen de minste averij op te lopen en konden door met de missie. De groep van Charles Bonington kwam onder vuur in het vliegtuig dat daarbij beschadigd raakte en een noodlanding moest maken. Alle mensen uit de groep, inclusief Bonington zelf, kwamen in krijgsgevangenschap terecht. De groep van Eoin McGonigal had evenmin geluk bij de landing. McGonigal brak zijn nek en stierf, waarna zijn groep rondzwierf en ook in krijgsgevangenschap terechtkwam.

De groepen van Mayne en Lewes moesten uiteindelijk ook hun missie afbreken, omdat het zo hard regende dat de Lewes-bombs onbruikbaar waren geworden. Ze konden daarom geen vliegtuigen meer opblazen. Eenmaal terug op het rendez-vouspunt werd duidelijk dat er veel mannen krijgsgevangen waren gemaakt. Na de eerdere twee groepen was ook een groot deel van de groep van Stirling in Duitse gevangenschap terechtgekomen. Stirling wist echter wel terug te keren, samen met Sergeant Tait. De mannen van L Detachment werden opgewacht door de LRDG, die hen weer in veiligheid zou brengen. Operatie Squatter was desastreus verlopen. Zonder een enkel schot te lossen, keerden slecht 21 van de 52 mannen terug. De anderen raakten in krijgsgevangenschap, werden vermist of waren dood of gewond.

Definitielijst

Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.

Met de LRDG als vehikel op de doelen af

Na de mislukking van de eerste missie was Stirling, geheel terecht, bang dat de SAS opgeheven zou worden, maar vanwege operatie Crusader hadden de hoge heren van de Eighth Army wel wat anders aan hun hoofd. Stirling begon het idee om de operaties met vliegtuigen uit te voeren tijdelijk los te laten. De samenwerking met de LRDG verliep buitengewoon goed en kon daardoor waarschijnlijk ook meer succes brengen bij de start van de missies. De volgende operatie werd gepland en deze moest slagen om het opheffen van de SAS te voorkomen (2e operatie op de overzichtskaart onderaan dit artikel). Het nieuwe plan startte op 14 december 1941 en omvatte een aanval op de vliegvelden van Sirte, El Agheila en Agedabia door drie verschillende groepen onder leiding van Stirling, Lewes en Fraser. Dit keer werden de groepen niet naar het doel gevlogen, maar gereden door de LRDG.


David Stirling poserend voor enkele jeeps met zijn mannen. Bron: Imperial War Museum

De reis naar het doel duurde maar liefst zes dagen en was bepaald niet comfortabel. Slapen was lastig en de trucks van de LRDG hadden met enige regelmaat een lekke band of andere pech. Bovendien konden sommige van de mannen die bij elkaar in een groep zaten elkaar niet uitstaan, zoals Reg Seekings en Johnny Cooper in de groep van Stirling. Anderen voorkwamen voor het vertrek dat de twee elkaars hersens insloegen, maar de spanning was om te snijden tijdens de hele reis. Bij de LRDG stuitte de SAS op nog een man die van betekenis zou gaan worden in de geschiedenis van het regiment: Mike Sadler. Hij was navigator bij de LRDG en had ontzettend veel talent. De mannen van de LRDG konden zonder lichten in het donker rijden dankzij het kompas en richtingsgevoel van Sadler, wat hen aanzienlijk minder kwetsbaar maakte voor aanvallen vanuit de lucht.

Eenmaal binnen een straal van vier landmijlen van de luchthaven van Sirte aangekomen, splitste Stirling zijn groep in tweeën: één onder zijn eigen leiding en één onder leiding van Paddy Mayne. Stirling zou Sirte aanvallen en Mayne zou met zijn groep Tamet, een iets westelijker gelegen luchthaven, aanvallen. Bij de luchthaven van Sirte zag de groep dat er veel Italiaanse vliegtuigen geparkeerd stonden, maar gedurende de dag bleven er slechts enkele over. Door een aanval die de LRDG onderweg te verduren kreeg, moet de luchthaven zijn gewaarschuwd dat er een actie aanstaande was. Stirling en zijn mannen keerden onverrichter zake terug naar het rendez-vouspunt, waar de LRDG ze weer zou oppikken. Intussen had Paddy Mayne meer succes. Hij wist met zijn groep ongezien Tamet op te komen waar enkele tientallen vliegtuigen geparkeerd stonden. Ook hoorden zij een groep Duitsers en Italianen feestvieren. Dat besloten ze te verstoren door op typisch Britse wijze binnen te vallen met "good evening", om vervolgens alle aanwezigen neer te schieten. Daarna vernietigden ze van tien vliegtuigen de dashboards met geweervuur en wisten ze op veertien vliegtuigen Lewes-bombs te plaatsen. Aanvullend wisten ze deze inventieve bommen ook te plaatsen op een munitiedepot, een telefoonpaal en een brandstofdepot. De missie was een groot succes voor Paddy Mayne en hij kon met zijn groep terugkeren naar het rendez-vouspunt.

De aanvalsgroep onder Lewes zette koers richting een luchthaven bij El Agheila, waar ze tot hun ontzetting geen enkel vliegtuig aantroffen. Lewes gaf niet op en blies alle telefoonpalen op en vond daarnaast twee vrachtwagens, die ze ook opbliezen. Vervolgens stuitten ze op een groep inheemse soldaten die gelieerd was aan het Italiaanse leger, maar de groep gaf zich meteen over. Daarna bedacht Lewes een sluw plan met een van de buitgemaakte Italiaanse Lancia-trucks uit het LRDG-konvooi waarmee ze werden afgezet. Hij wist op basis van intelligencerapporten dat er in Mersa Brega een grote parkeerplaats voor militaire voertuigen was, inclusief een kantine die vaak door hoge Duitse en Italiaanse officieren werd bezocht. Ze wisten op de weg naar Mersa Brega maar liefst 47 vijandelijke voertuigen te passeren zonder ontdekt te worden. De groep van Lewes kwam op de parkeerplaats en telde 27 voertuigen. Ze werden aangesproken door een Italiaanse militair, die ze hardhandig vastbonden en in een van de Britse voertuigen gooiden. Daarna ging de groep aan de slag met het plaatsen van Lewes-bombs op alle voertuigen en brak er al snel een hevig vuurgevecht uit. De Duitsers en Italianen schoten echter uit pure paniek en hadden eigenlijk geen idee wat er aan de hand was. Nadat het vuurgevecht twintig minuten had geduurd, begaf de groep zich weer naar de Britse vrachtwagens om naar het rendez-vouspunt terug te keren.

De aanvalsgroep van Bill Fraser had de luchthaven bij Agedabia als doel en was de laatste die de aanval zou gaan uitvoeren. De LRDG zette hen zestien landmijlen van de luchthaven af, waarna ze richting de luchthaven marcheerden. De groep van Fraser bestond uit slechts 5 mannen en zij telden vanuit een observatiepunt 39 vliegtuigen. Ze wisten ongezien binnen te dringen en plaatsten op 37 toestellen en een munitiedepot Lewes-bombs. De vijf mannen van de groep van Fraser waren al op weg naar het rendez-vouspunt toen de bommen ontploften en de vliegtuigen en het munitiedepot in lichterlaaie stonden. Fraser bewees dat hij met een heel kleine groep mannen een complete militaire luchthaven kon ontregelen.

Het succes van deze missie was niet alleen belangrijk voor de SAS, maar ook voor de band tussen Reg Seekings en Johnny Cooper. Door de succesvolle aanval op Tamet leerden de twee elkaar blindelings vertrouwen en kregen ze veel respect voor elkaar. Na deze missie hebben de twee overal zij aan zij gestaan. De zeer risicovolle missies resulteerden in een heel hechte groep mannen die, hoe verschillend ook, echt voor elkaar door het vuur zouden gaan. De aanvallen op Tamet, Sirte en Agedabia waren alle bovendien geslaagd zonder één man te verliezen. L Detachment bewees met deze missie dat zij in staat waren om met kleine groepen enorm veel schade aan te richten. Niet alleen bewezen ze daarmee een dienst aan de Britse oorlogsmachine in Noord-Afrika, maar rechtvaardigden daarmee ook hun eigen bestaansrecht.


SAS-militairen in hun jeep. Bron: Imperial War Museum

Definitielijst

regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Succes in een nieuwe missie en een aderlating

Veel tijd om uit te rusten hadden de mannen van SAS niet, want Stirling had zijn volgende doelen al bepaald. Ze zouden aanvallen in dezelfde drie groepen als de vorige keer, geleid door Lewes, Fraser, en Stirling en Mayne (3e operatie op de overzichtskaart onderaan dit artikel). Fraser moest een vliegveld aanvallen in de buurt van de Arco dei Fileni (of Marble Arch, zoals de Britten de poort noemden), een grote stenen poort die in opdracht van de Italiaanse dictator Mussolini was gebouwd om de grens tussen Tripolitanië en Cyrenaica te markeren. Lewes zou het vliegveld van Nofalia aanvallen, dat iets verder van de Arco dei Fileni lag. Stirling en Mayne besloten nogmaals de vliegvelden van Tamet en Sirte aan te vallen, omdat de vijand daar verrast zou worden door de snelle tweede aanvalsgolf.

Stirling had echter opnieuw pech, omdat hij op het moment van aanvallen geen rekening gehouden had met een volledige Duitse pantserdivisie die zich naar het front zou verplaatsen, precies over de weg die hij nodig had om bij het vliegveld van Sirte te komen. Hij moest zijn aanval opnieuw afblazen en besloot op de terugweg nog enkele Duitse vrachtwagens met voorraden op te blazen. Desalniettemin had Stirling de twijfelachtige eer de enige officier te zijn die geen serieuze schade aan Duits of Italiaans oorlogsmaterieel had toegebracht. Mayne had meer succes en wist opnieuw het vliegveld van Tamet in lichterlaaie te zetten. Lewes arriveerde met zijn team bij Nofalia en telde daar 43 gloednieuwe Stuka’s, de beruchte Duitse duikbommenwerpers van het type Junkers Ju 87. Ze zouden de aanval bij nacht inzetten en moesten dus wachten totdat het donker was. Toen de groep eenmaal op de luchthaven bezig was, realiseerden ze zich dat er nog maar twee Stuka’s stonden en alle andere toestellen vertrokken waren. Teleurgesteld droop de groep af naar het rendez-vouspunt.


Arco dei Fileni (Marble Arch). Bron: Imperial War Museum

De terugtocht van Lewes’ groep verliep verre van rustig, want onderweg werden ze ontdekt door een Messerschmitt BF 110, een Duitse jachtbommenwerper. Uitgerust met vier machinegeweren en twee 22 mm-kanonnen begon het vliegtuig op het konvooi van Lewes te schieten. Even later verdween de Messerschmitt, maar kwamen er drie Stuka’s voor in de plaats die het konvooi urenlang teisterden. Daarna verscheen er een verkenningsvliegtuig dat de schade kwam opnemen. De mannen hielden zich muisstil, waarna het vliegtuig verdween en de aanval voorbij was. Hoewel Jim Almonds met een Brengun-machinegeweer alle vliegtuigen beschoten had en ook aan Duitse zijde slachtoffers had gemaakt, had de groep zelf ook zwaar verlies geleden. Jock Lewes werd bij de aanval fataal geraakt in zijn rug en in zijn dijbeen waardoor hij binnen enkele minuten doodbloedde. Hij werd begraven in een ondiep graf waarop een geweer met zijn naam en zijn helm werden geplaatst. Het graf van Lewes is nooit meer teruggevonden.

Almonds nam na de luchtaanval de leiding in Lewes’ groep en dankzij wat geluk kregen ze een van de voertuigen van de LRDG weer aan de praat, waarna ze terugreden naar het rendez-vouspunt. Eenmaal aangekomen was iedereen behoorlijk aangeslagen door het verlies van Lewes. Dat gold ook voor Stirling omdat Lewes samen met hem aan de wieg van de SAS had gestaan. Hij riep bij terugkomst in het kamp de eenheid bijeen en hield een korte ceremonie ter ere van Lewes, in wiens tent een brief lag van zijn vriendin die inging op zijn huwelijksaanzoek.

Fraser had weinig geluk met zijn aanval, omdat de landingsbaan bij Arco dei Fileni enorm goed verdedigd werd. Er waren hekken en een groep zeer scherp ogende bewakers. Fraser zag daardoor geen kans binnen te dringen. Hij wist bovendien niets af van de gebeurtenissen in de groep van Lewes. Doordat de voertuigen niet aanwezig waren op het afgesproken punt zat er voor Fraser en zijn mannen niets anders op dan een lange terugtocht te voet. Ze hadden weinig voorraad voor die terugtocht, ze dronken uiteindelijk urine en aten slakken of hagedissen. Na een lange terugtocht waarbij de groep een Duits voertuig had geconfisqueerd, kwamen ze na tien dagen weer op Brits terrein. Daarna vloog de groep terug naar Kabrit, waar het hoofdkwartier van de SAS was gevestigd. Aldaar werden ze blij ontvangen, omdat iedereen dacht dat de groep gevangen genomen was of dat iedereen dood was. Ze waren daarvan zozeer overtuigd dat een nieuwe officier, de Schotse Lieutenant Fitzroy Maclean, de tent van Fraser al wilde bezetten. Maar toen hij de tent binnenliep, stuitte hij op een bebaarde Fraser die net teruggekeerd was van zijn lange overlevingstocht.

De operatie was een groot succes, ondanks de dood van Lewes. De mannen van Stirling hadden ruim negentig vijandelijke vliegtuigen vernietigd, een aantal dat de impact van een aanval kon veranderen. Dat erkende Auchinleck ook, als hoogste baas aan het Britse front. Vanwege de bovenstaande cijfers had hij veel lof voor de acties van L Detachment en gaf Stirling toestemming om nog eens zes officieren en veertig mannen te rekruteren. Bovendien werd hijzelf bevorderd tot Major en zijn kompaan Mayne tot Captain. Beide heren werden ook voorgedragen voor een Distinguished Service Order (DSO) en Bill Fraser voor het Military Cross. Dat betekende eindelijk erkenning voor de mannen van de SAS. Door de zeer risicovolle operaties waren ze nu een belangrijke schakel geworden in de Britse oorlogsmachine in Noord-Afrika.

De raid op Bouerat

Na de grote doorbraak werd het tijd om de volgende operatie te plannen en Stirling wilde dit keer de eerste amfibische operatie voor de SAS uitvoeren. Dit werd overigens op Stirlings unieke wijze gepland, want hij deed dat het liefst met veel mensen en drank om zich heen. De scene had zo op een feest kunnen lijken. De operatie kreeg als doel Bouerat , een havenstad die belangrijk was voor de bevoorrading van Rommels Panzerarmee (4e operatie op de overzichtskaart onderaan dit artikel). In de haven zouden ze met mijnen zo veel mogelijk schade aanrichten. De operatie in de haven van Bouerat werd uiteindelijk een matig succes. Dit kwam omdat het konvooi van de SAS op de heenreis gespot werd door een Italiaans verkenningsvliegtuig. Daarna werden ze door zes jachtvliegtuigen beschoten, gelukkig zonder slachtoffers, maar de communicatietruck raakte daardoor wel onherstelbaar beschadigd. Ondanks dat er geen communicatie meer mogelijk was, ging de operatie door. Eenmaal aan de rand van Bouerat aangekomen, gingen de mannen in drie groepen uiteen. De stad leek onverdedigd en leeg, maar het was belangrijk dat de mannen niet ontdekt werden, omdat ze nu vijfhonderd kilometer achter het front opereerden. Eén foutje zou fataal zijn. In de haven ontdekten ze alleen maar vissersboten en niet de gehoopte brandstoftankers. Echter in de warenhuizen van de haven lagen verscheidene reserveonderdelen en stonden enkele tientallen trucks met brandstof. Bovendien was er een draadloos communicatiestation. De mannen van de SAS brachten overal explosieven aan en verdwenen snel weer uit de stad, waarvan de haven na twintig minuten in lichterlaaie stond.

Ondanks de succesvolle aanval op de haven van Bouerat had Stirling vanwege het ontbreken van zijn communicatietruck geen idee dat Erwin Rommel in de tussentijd veel terreinwinst op de Britten had geboekt. Bouerat was daardoor minder van belang, omdat de oostelijker gelegen haven van Benghazi nu veel belangrijker was voor Rommel. Het duurde twee weken voordat het hele konvooi weer terug was in Kabrit, in het basiskamp.

De SAS kreeg rond deze tijd ook versterking van 52 parachutisten van het Vrije Franse Leger. Paddy Mayne kreeg de taak de nieuwelingen te trainen in alles wat destijds belangrijk werd gevonden: woestijnoorlogvoering, overleven, parachutespringen enzovoort. De relatie tussen de Fransen en Britten was op zijn minst gespannen en werd nog verder verziekt door de taalbarrière, maar de twee groepen hadden dezelfde vijand. Ze spraken af dat Fransen en Britten afzonderlijk in groepen zouden opereren onder Stirlings commando.

De raid op Benghazi

Benghazi werd het nieuwe belangrijke aanvalsdoel voor de SAS, omdat de havenstad in wezen de levensader van Rommels Panzerarmee was (5e operatie op de overzichtskaart onderaan dit artikel). Het voordeel voor de Special Forces was dat in de stad enorm veel soldaten van allerlei nationaliteiten aanwezig waren. Daardoor viel een mogelijke operatie in de stad veel minder op. Vanwege de recente opmars van Rommel in het begin van 1942 kon Auchinleck wel wat succes gebruiken. Churchill werd ongeduldig en daarom kreeg Stirling groen licht om Benghazi aan te vallen en zo veel mogelijk chaos en verwoesting in de stad te veroorzaken. Er werd een krachtige legertruck gebruikt waarmee Stirling in hoogst eigen persoon de stad in zou rijden. Geschilderd in de typerende grijze kleur van de Wehrmacht leek het van boven op een Duitse stafauto. Zelfs de Duitse signalen op de motorkap hadden ze overgenomen (ter voorkoming van luchtaanvallen van eigen vliegtuigen). Het startpunt van de aanval was een gebergte, veertig landmijlen ten zuiden van Benghazi. Door het natte klimaat aldaar waren er veel struiken waar de operatie in het geheim voorbereid kon worden. De eerste aanval vanuit het gebergte liep op niets uit. Alleen de groep van Paddy Mayne wist vijftien vliegtuigen te vernietigen. Echter, deze eerste aanval leverde wel veel goede informatie op waardoor deze meer als verkenningsmissie gezien kan worden. Stirling beraamde een nieuwe aanval, waarbij hij gebruikmaakte van de ontdekking dat de Duitsers en Italianen totaal onvoorbereid waren op een aanval zoals de SAS deze graag uitvoerde. Daarom besloot hij om simpelweg de stad in te rijden en zo veel mogelijk chaos te veroorzaken.

Zo kwam het dat er twaalf mannen van de SAS op 21 mei 1942 in een buitgemaakte Duitse wagen richting Benghazi reden. Ze kwamen aan bij een Italiaanse controlepost die enigszins argwanend keek naar de auto, maar de mannen van Stirling mochten door, met de waarschuwing dat ze hun koplampen moesten dimmen. Het doorrijden ging niet van een leien dakje, omdat de wiellagers van de auto behoorlijk versleten waren, waardoor het voertuig enorm hard piepte als het in beweging was. Van heimelijk de stad in komen was daardoor geen sprake meer. Bovendien werden ze vlak bij Benghazi achtervolgd door twee Duitse voertuigen die waren omgekeerd toen de Britten hen voorbij reden. Er volgde een kat-en-muisspel door Benghazi, waarbij de mannen van de SAS er uiteindelijk in slaagden de Duitsers af te schudden. Ze haalden een opblaasbare boot uit de auto en sleepten deze naar de rand van de haven om hem daar op te blazen. De boot was echter lek en ook een tweede boot bleek lek. De activiteit met de boten aan de kade was opgevallen en daarom kwam er een havenwacht poolshoogte nemen. Fitzroy Maclean was de enige die Italiaans sprak en die blufte zich uit de situatie door tegen de man te schreeuwen. Het werd weer licht en de mannen vonden een verlaten appartement om wat slaap te pakken. De volgende dag probeerden de mannen alsnog bommen te plaatsen, maar de haven was beter bewaakt. Er zat niets anders op dan om te keren en richting het rendez-vouspunt te rijden.


SAS-militairen in hun jeeps. Bron: Imperial War Museum

Hoewel de missie was mislukt, had deze wel een belangrijk staartje. Op de terugweg moest Stirling zelf rijden, omdat de LRDG al vertrokken was (de mannen waren immers 24 uur te laat). Stirling kon echter slecht rijden en reed vaak veel te hard en ook nu was dat geen uitzondering. Hij veroorzaakte een ongeluk, waaraan alle manschappen ten minste zware verwondingen overhielden (gebroken pols, gebroken wervels etc.). Bovendien stierf ook één persoon aan zijn verwondingen. Het was een naar staartje aan een missie die in principe weinig had opgeleverd, of toch wel? Churchills zoon Randolph was onderdeel van de groep. Hij schreef in een brief aan zijn vader over de missie en daardoor kwam de SAS ook op de radar van de hoogste Britse politieke leider. Dit zorgde precies voor het soort steun op hoog niveau waarnaar Stirling al zo lang op zoek was.

Definitielijst

radar
Engelse afkorting met als betekenis: Radio Detection And Ranging. Systeem voor het met elektromagnetische golven vaststellen van de aanwezigheid, afstand, snelheid en richting van voorwerpen als schepen, vliegtuigen, enz.

Aanvallen van doelen langs de noordoostelijke Libische kust

De volgende missie liet niet lang op zich wachten, omdat Auchinleck de mannen van L Detachment nodig had om zijn troepen in de tegenaanval te ondersteunen. Het voorbereidende werk voor de aanval werd gedaan door Cooper en Seekings, die allebei tot Sergeant gepromoveerd waren. Het doel was om zes vliegvelden in de regio Benghazi aan te vallen en een zevende op Kreta, het vliegveld Heraklion. In de tussentijd plande Mike Sadler de route en regelde de benodigde brandstof om de verschillende doelen te bereiken. Op de overzichtskaart onderaan dit artikel is deze grote operatie aangeduid als 6e operatie.

Tot op dit moment hadden de mannen van de SAS nog geen beschikking over een medische officier, die nodig was omdat enkele manschappen verwondingen hadden die niet genazen. Daarom zette Stirling de vraag uit naar een medische officier in de SAS en hierop reageerde Malcolm Pleydell. Hij had geen idee waar hij in terecht zou komen aan het begin van juni 1942. Het enige wat hij wist was dat de mannen weinig informatie deelden met andere eenheden en kortdurende operaties uitvoerden. Hij verwachtte daarom een eenheid aan te treffen die erg rigide was, maar niets was minder waar. Hij trof Stirling die meteen amicaal met hem begon te praten. Pleydell voelde zich daardoor snel thuis en was snel overtuigd om te blijven. De medische officier was ook een fanatiek dagboekschrijver, waardoor de verhalen van de SAS na zijn komst vrij goed gedocumenteerd zijn. Pleydell arriveerde precies op het moment dat Stirling de doelen van de nieuwe aanval aan het bepalen was.


Robert Paddy Mayne. Bron: Wikimedia Commons

Mayne zou het satellietvliegveld van Berka aanvallen dat hij in een eerdere actie al succesvol schade had weten toe te brengen. Stirling ging zelf, in samenwerking met Cooper en Seekings, het vliegveld van Benina aanvallen, waarvan ze vermoedden dat dit de belangrijkste herstelwerkplaats voor de Duitse Luftwaffe was. Daarnaast zouden verschillende Franse eenheden de vliegvelden van Barce, Derna, Martuba en de grootste hangar van Berka aanvallen. Een vijfde Franse eenheid, onder leiding van Georges Bergé, de parachutistencommandant, zou het vliegveld Heraklion op Kreta aanvallen.

Hoewel de operatie van 13 juni 1942 erg complex was (zeven eenheden zouden zeven verschillende doelen aanvallen), was het doel eenvoudig: vernietig zo veel mogelijk vijandelijk materieel. De Franse eenheden die de vliegvelden van Derna en Martuba zouden aanvallen, hadden aanvullende vermomming en camouflage nodig, omdat ze door gebied zouden komen dat vergeven was van vijandelijke militairen. Een vloeiend Duits sprekende Herbert Buck, Captain van rang en ontsnapt uit Duitse krijgsgevangenschap, bracht uitkomst. Hij stelde voor een kleine eenheid van Duitssprekende militairen samen te stellen die ongezien diep achter de linies kon opereren. Deze eenheid was in principe onafhankelijk van de SAS, maar voor deze specifieke operatie had Stirling de mannen ingeschakeld om de Franse eenheden te helpen hun doel te bereiken.

De eenheid van Stirling was erg succesvol in Benina en wist in drie verschillende hangars veel Duits (reserve)materieel te vernietigen. Bovendien ontdekten ze een huisje met daarin ongeveer twintig Duitse militairen en ze gooiden daar een granaat naar binnen. Onduidelijk is hoeveel slachtoffers daarbij vielen, maar zeker is dat Stirling en de mannen ongezien weg konden komen. De Franse eenheid die het vliegveld van Barce als aanvalsdoel had, wist verschillende brandstofopslagplaatsen op te blazen. De Franse eenheid die naar Berka gedirigeerd werd, wist zes vliegtuigen op te blazen en werd vroegtijdig ontdekt door de Duitse bewakers. Desondanks wisten ze ongedeerd te ontsnappen.

De eenheid van Georges Bergé wist Kreta succesvol te bereiken en op Heraklion alle Junkers-bommenwerpers van Lewes-bombs te voorzien. Daarna ontkwamen ze na een kleine schermutseling met de Duitse bezetter. Helaas werden ze 24 uur later alsnog ontdekt, maar 2 mannen wisten te ontkomen. De andere leden van de eenheid Bergé geraakten in Duitse krijgsgevangenschap. Bovendien voerden de Duitsers de volgende dag represailles uit omdat ze vermoedden dat het verzet van Kreta bij de aanval betrokken was. Hoewel dit niet het geval was, werden vijftig willekeurige burgers van Heraklion gefusilleerd.

De Franse eenheid die het vliegveld van Derna zou aanvallen, reed samen met de groep van Herbert Buck richting doel. Eenmaal aangekomen bij Derna, zou er een eenheid Derna aanvallen en een kleinere eenheid het nabij gelegen vliegveld van Martuba. Echter een van de Franse militairen was een voormalig lid van het Franse vreemdelingenlegioen en later als militair van het Duitse Afrika Korps krijgsgevangen gemaakt. Daar beweerde hij een antinazi te zijn en te willen strijden tegen zijn voormalige broodheren. Deze man, Herbert Brückner, attendeerde de wacht van vliegveld Derna op het naderende gevaar met de mededeling dat hij zo snel mogelijk met veel soldaten dit konvooi gevangen moest nemen. Dat gebeurde dan ook, waardoor de operaties bij Derna en Martuba volledig mislukt waren door een overloper. Brückner bleek toch niet zo rebels als gedacht en werd later geëerd met het Deutsche Kreuz.

Paddy Mayne had ditmaal ook niet het geluk aan zijn zijde. Hij kwam iets later dan de Franse eenheid op het vliegveld van Berka, waardoor zijn operatie gedoemd was te mislukken. Desondanks wisten ze nog wel een brandstofopslagplaats op te blazen, waarna er een achtervolging plaatsvond. Die zorgde ervoor dat de troepen van Mayne verspreid raakten. Uiteindelijk raakte een van zijn mannen vermist, maar iedereen wist terug te keren naar de basis.

Er was continu een gezonde rivaliteit tussen Mayne en Stirling, en dit keer trok laatstgenoemde aan het langste eind. Ook trokken Stirling en Mayne soms samen ten strijde, waarbij de roekeloosheid van beide mannen echt naar bovenkwam. Zo gingen de twee op een levensgevaarlijke vernietigingstocht vlak na de operaties op de vliegvelden. Daarbij waren ook Cooper, Seekings, Lilly en Kahane aanwezig. Laatstgenoemde was onderdeel van de eenheid van Herbert Buck en sprak vloeiend Duits. Met veel bombarie probeerden ze een eerste roadblock te omzeilen, maar de Duitse wacht bleef de groep in de auto maar verdacht vinden. Ze hadden een verhaal opgehangen dat ze al zeventig uur onafgebroken aan het vechten waren met de Britten en een auto hadden buitgemaakt. Ze wilden rust en daarom doorrijden. Toen de Duitse wacht hen niet doorliet, zette Mayne zijn pistool op scherp met een luide klik. De Duitser hoorde dit ook, telde zijn zegeningen en liet de groep door omdat hij wist dat hij anders als eerste zou sneuvelen. Daarna reed de groep door een Italiaans roadblock, dat door de Duitsers was gealarmeerd. Uiteindelijk slaagden ze erin verschillende trucks, een brandstofopslagplaats en een kantine voor soldaten op te blazen en vervolgens om te keren. Daarbij werden ze achtervolgd door een Duits gepantserd voertuig. Uiteindelijk wisten ze het voertuig af te schudden en naar het rendez-vous-punt terug te keren. Voordat ze aankwamen, was de ontsteking van een van de bommen gaan branden, Lilly ontdekte dit net op tijd waardoor alle inzittenden tijdig konden uitstappen.

Achteraf gezien was de missie van de SAS geen onverdeeld succes. Sommige groepen wisten behoorlijk veel schade aan de Duits-Italiaanse materialen toe te brengen, maar er waren ook groepen die door omstandigheden niets of vrijwel niets konden vernietigen. Desondanks was de strategische betekenis van de missie groot. De SAS werd meer en meer opgemerkt door de As-mogendheden en boezemde angst in. Bovendien gingen er kostbare voorraden in rook op en werden er troepen ingezet om de mannen te pakken te krijgen. Die troepen konden dan weer niet aan het front worden ingezet.

In het midden van 1942 was het tij gevaarlijk in Rommels voordeel aan het keren. Hij stond vlak bij de belangrijkste stad Alexandrië, maar dat had ook een belangrijk nadeel in zich: zijn aanvoerlijnen werden enorm lang. De SAS werd vanaf juni 1942 zelfstandiger, omdat de eenheid de beschikking kreeg over twaalf splinternieuwe Amerikaanse legerjeeps, elk voorzien van Vickers-machinegeweren. Dat betekende dat de diensten van de Long Range Desert Group niet meer nodig waren. Wel werd Mike Sadler overtuigd om zich bij de SAS aan te sluiten, waardoor Stirling een uitstekende navigator ter beschikking had. Alle belangrijke luchtmachtbases van de vijand waren in elk geval één keer aangevallen en Stirling wilde de SAS nu inzetten in een nog onafhankelijker rol. De strategische situatie hielp om deze rol te pakken. Zoals Stirling het noemde: "From this point we really started to exercise our muscularity".

Definitielijst

Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
vreemdelingenlegioen
Frans legeronderdeel waarvan de soldaten en onderofficieren buitenlandse huurlingen zijn. Ook in Spanje behoort een vreemdelingenlegioen tot de landstrijdkrachten.

De raids tussen Tobroek en El Alamein

De volgende doelen waren twee vliegvelden in de buurt van Fuka, vlak bij Alexandrië, en het vliegveld van Bagush, enkele tientallen mijlen oostwaarts van Fuka. De vliegvelden van Fuka werden door de Fransen aangevallen en door een kleine eenheid onder leiding van Bill Fraser. Het vliegveld van Bagush werd door een relatief grote eenheid aangevallen onder leiding van Mayne en Stirling. De leider van de SAS wist met zijn groep liefst 37 vliegtuigen op te blazen en enorm veel schade toe te brengen. Ondanks dat de Lewes-bombs niet altijd afgingen, besloot Stirling terug te rijden en alles ook nog met de Vickers-machinegeweren te beschieten. Dat stuitte op weinig tegenstand, omdat de Duitsers niet hadden verwacht dat de tegenstander nog een tweede keer zou aanvallen. De partijen bij Fuka hadden iets minder succes. De eenheid van Fraser wist geen schade toe te brengen, maar de Franse eenheid slaagde erin nog een achttal bommenwerpers op te blazen.


Overzicht van de verschillende raids op de vliegvelden nabij de Libische kust in juni en juli 1942. Bron: Marcel Kuster, TracesOfWar

Dit soort raids van de SAS bleef continu doorgaan in juni en juli van 1942 (alle raids zijn aangegeven als 7e operatie op de kaart onderaan dit artikel). De uitvalsbasis was tot midden juni 1942 Qaret Tartura en vanaf midden juni 1942 Bir el Quseir. Het verschuiven van de uitvalsbasis was een manier om niet ontdekt te worden door de Duitsers of Italianen. Fuka werd nog eens aangevallen door de Franse SAS-leden en zij wisten daarbij wederom acht bommenwerpers op te blazen. Mayne had succes op een ander vliegveld, Al Daba, en wist daar veertien vliegtuigen op te blazen. Een kenmerkende raid vond plaats bij Sidi Haneish, waar een partij van het SAS L Detachment precies aankwam op het moment dat er een Duitse bommenwerper landde. De mannen van Stirling gingen in een zogenoemde pijlpuntformatie dwars over het vliegveld, waarbij de jeeps in twee colonnes reden. De jeeps op rechts vuurden op alles rechts van hen en de jeeps op links op alles links van hen. Het werd een oorverdovende herrie, waarbij de Duitsers en Italianen terug wisten te vechten. Uiteindelijk wisten alle manschappen te ontkomen, maar had Stirling wel iemand verloren. Hij werd met de nodige ceremonie begraven. Overigens ging de terugreis in verschillende kleine groepjes, om te voorkomen dat ze massaal in de val zouden worden gelokt door Duitse of Italiaanse jachtvliegtuigen. De orders waren om de jeeps op daarvoor geschikte locaties te verstoppen en in het donker van de nacht te ontsnappen. Helaas was de Franse partij met drie jeeps niet gelukkig en werd doelwit van negen aanvallen van jachtvliegtuigen. Alle jeeps werden doorboord, maar bovendien hadden ze nog hun leider verloren die door kogels was doorzeefd. Er werden op het vliegveld van Sidi Haneish 37 bommenwerpers en jachtvliegtuigen vernietigd.

De manier van opereren op Sidi Haneish was typerend voor de mannen van SAS, die tot het einde van de Tweede Wereldoorlog op verschillende locaties werd gebruikt. Dankzij de aanwezigheid van Randolph Churchill in eerdere operaties van L Detachment was Winston Churchill op de hoogte van de nieuwe eenheid. Toen Auchinleck Churchill vroeg om meer geduld, werd hij ontslagen en nadat zijn opvolger General Harold Alexander werd aangesteld in het Midden-Oosten, wist Stirling een ontmoeting met Churchill te regelen in Caïro. Daar wist de leider van de SAS Churchill te overtuigen met zijn avontuurlijke verhalen en Churchill mocht Stirling meteen. Hoewel Stirling formeel niets voor elkaar kreeg, liet hij Churchill, Alexander en Field Marshall Jan Smuts (lid van Churchills oorlogskabinet en minister-president van Zuid-Afrika) een papier ondertekenen als "souvenir" voor de ontmoeting met Churchill. Later typte Stirling het papiertje vol met zogenaamd geheime informatie, waarbij hij alle zeggenschap kreeg over alle Special Forces in Noord-Afrika. Boven de handtekening plaatste hij de opmerking: "Geeft u de drager van dit schrijven alle mogelijk ondersteuning alstublieft!". Hoewel het document vervalst was, leverde dit Cooper en Seekings, die de logistiek van de SAS regelden, enorm voordeel op bij het leveren van voorraden. Plotseling konden ze spullen snel krijgen waarop ze normaliter veel langer moesten wachten, zoals voertuigen, wapens en munitie.

Definitielijst

raid
Snelle militaire overval in vijandelijk gebied.

Meer operaties en het verkrijgen van de regimentsstatus


Overzicht van de routes van de SAS-troepen richting Benghazi tot de verstopplaats in de Jebel Mountain Range Bron: Marcel Kuster, Traces of War

Nu begon de volgende missie, terwijl Alexander net het commando in het Midden-Oosten had overgenomen van Auchinleck (de 8e operatie op de overzichtskaart onderaan dit artikel). Het doel was Benghazi: Stirling zou met een groep van tweehonderd militairen de stad aanvallen en alles vernietigen wat op zijn pad kwam. Die tweehonderd mannen had Stirling nog niet, dus hij moest veel militairen meenemen die nog geen enkele ervaring hadden of specifieke opleiding hadden gevolgd. De missie zou plaatsvinden op de westkant van de Jebel Mountain Range, een groen en heuvelachtig landschap waar de troepen goed konden schuilen. Soepel verliep de reis daarheen niet. Twee van de lichte tanks die Stirling kreeg toegewezen, vielen uit met een defect en ook rolde een van de jeeps omver toen deze over een bult reed, waarbij de bestuurder een been brak. De Italianen hadden de grens van de Jebel inmiddels van mijnen voorzien en een van de Britse jeeps in het konvooi werd hierdoor in lichterlaaie gezet. Daarbij verloor een officier met ernstige brandwonden het leven en een ander moest een been laten amputeren. Dokter Pleydell kon niets meer voor de officier betekenen.

Intussen kreeg Stirling contact met een Belgische spion die informatie voor de SAS verzamelde in de Jebel. Zijn naam was Robert Melot en hij was een expert in undercover leven. Zijn rapport voor deze missie was weinig florissant, want zijn informanten meldden hem dat de missie ontdekt was. Stirling kreeg echter van het Britse hoofdkwartier in het Midden-Oosten de mededeling dat hij deze onwaarheden niet moest geloven. De operatie moest doorgaan en dat bericht werd met gemengde gevoelens ontvangen. Op 13 september 1942 startte een verkenning van de eerste groep onder leiding van spion Melot en Chris Bailey (een nieuwe rekruut bij de SAS). Zij wisten succesvol een Italiaanse wachtpost te overvallen, maar raakten daarbij wel gewond. De rest van de troepen wist zich verder naar Benghazi te begeven, begeleid door de Arabische informant van Melot. Ze kwamen echter een obstakel tegen onderweg dat daar nog niet eerder had gelegen. Het was een val en het konvooi werd binnen enkele ogenblikken van alle kanten beschoten met machinegeweren en mortieren. De eerste jeep week uit en soldaten in de tweede jeep met de Vickers-machinegeweren openden het vuur in alle richtingen. Dat werkte, maar Stirling realiseerde zich goed dat de verdediging van Benghazi gealarmeerd zou zijn, dus de verrassing was weg. Daarop besloot de leider van L Detachment de aanval af te breken en het op een later moment opnieuw te proberen. Tijdens de terugtocht werd de jeep van Jim Almonds geraakt en vloog in brand. Almonds wist net op tijd uit de jeep te springen, maar raakte wel in krijgsgevangenschap. Uiteindelijk werd hij naar Italië verscheept om daar vastgezet te worden, maar dat duurde niet lang.

De eerste poging om Benghazi aan te vallen was ook de Luftwaffe niet ontgaan en zij wisten het kampement bij het rendez-vouspunt te lokaliseren en namen de troepen van de SAS onder vuur. Na de aanval, waarbij vele gewonden vielen, reed het konvooi terug naar een kampement in de Jebel. Daar werden ze de volgende dag opnieuw bestookt door vliegtuigen van Duitse en Italiaanse komaf. Omdat het kampement opnieuw was ontdekt, moesten de troepen zich binnen twee uur verplaatsen van Stirling, maar er was niet genoeg plaats voor alle gewonden. Dat was het resultaat van kapotgeschoten voertuigen door de luchtaanvallen van de afgelopen dagen. Dokter Pleydell kreeg de moeilijke taak om te kiezen welke gewonden hij zou meenemen. Het was enorm schrijnend en hard, maar het was de enig mogelijke beslissing, omdat de levens van alle anderen ook op het spel stonden. Er werd besloten één medische officier achter te laten bij de gewonden en hen zich over te laten geven aan de vijand zodat zij medische behandeling zouden kunnen krijgen. De groep achterblijvers overleefde de oorlog niet, inclusief Ritchie, de medische officier die achterbleef. Hij stierf door onbekende oorzaak in een krijgsgevangenkamp. Operatie Bigami zoals de operatie op Benghazi heette, was een mislukking van jewelste. Ze hadden nauwelijks vijandelijke doelen weten uit te schakelen, maar hadden wel een kwart van de tweehonderd soldaten verloren en de helft van alle voertuigen. Desondanks, geholpen door het momentum in de oorlog, kreeg de SAS haar officiële status als regiment op 21 september 1942.

Na het verkrijgen van deze status kreeg Stirling orders om uit te breiden naar een troepenmacht van 572 manschappen en 29 officieren. De eenheid zou in zijn nieuwe vorm in vier squadrons worden verdeeld: het A-squadron onder leiding van Paddy Mayne, het B-squadron onder leiding van Stirling, het C-squadron onder leiding van de Vrije Fransen en het D-squadron onder leiding van George Jellicoe. En dat squadron werd ook het eerste SBS of Special Boat Squadron voor maritieme en amfibische operaties. Hoewel Stirling enorm trots was dat hij het voor elkaar gekregen had om een regiment op te richten, werd dat enthousiasme snel wat gedempt door de komst van een nieuwe commandant in het Midden-Oosten: General Bernard Montgomery (Eighth Army). De eerste ontmoeting tussen Stirling en Montgomery verliep ontzettend stroef, want de nieuwe commandant van de Eighth Army was wars van informeel gepraat en wilde meteen weten wat Stirling van hem wilde. De leider van de SAS trok dat niet zo goed. Het probleem was vooral dat Montgomery niet wilde luisteren in het gesprek dat volgde en vooral enorm vol van zichzelf was, waardoor er geen enkele ruimte was voor de charmes van Stirling. Montgomery wilde geen van zijn mannen aan Stirling beschikbaar stellen, ervan overtuigd dat hij ze beter kon inzetten.

Dit betekende dat Stirling zijn nieuwe regiment van de grond af moest opbouwen met nieuwe rekruten. Een proces dat veel meer tijd kostte dan het overnemen van ervaren militairen die al in de woestijn hadden gevochten. Wat Stirling niet wist, was dat Montgomery in het gesprek erg bot en narcistisch overkwam, maar dat de generaal wel degelijk onder de indruk was van Stirling. Hij was blij met de durf en de energie die Stirling en zijn troepen lieten zien en liet ook in gesprekken met anderen blijken dat hij daarvan de waarde inzag. Ondanks de slechte eerste ervaring van Stirling kon hij van bovenaf toch rekenen op steun van de Britse generaal, ook al wist hij dat niet.

Nu de SAS jeeps bezat en er met Montgomery’s komst een kentering kwam in de Britse overwinningskansen in Noord-Afrika, werd de echte kracht van de SAS duidelijk. Waar normale legers hun operaties uitgebreid plannen en voorbereiden, viel de SAS onophoudelijk ad hoc doelen aan zonder bijna iets te plannen. Dat zegt iets over de moed van de mannen van het regiment, maar ook over de onvoorspelbaarheid en zeker ook de chaos die met hun operaties gepaard ging. Vanaf de aanstelling van Montgomery lag de focus van de SAS meer en meer op de enorm lange aanvoerlijnen van de Duits-Italiaanse tegenstander (aangeduid als de 9e operatie op de overzichtskaart onderaan dit artikel). Zo bliezen ze zo vaak de spoorweg tussen Tobroek en El Alamein op, dat ze, toen het tij in Brits voordeel gekeerd was, eraan herinnerd moesten worden dat ze niet de bevoorrading van de eigen troepen overhoop moesten gooien. Dat was het nadeel van de manier van opereren van Stirling en zijn mannen: hij had weinig op met communicatie en anderen vertellen waar SAS-troepen mee bezig waren en dat leidde soms tot ongemakkelijke situaties, zoals het opblazen van een spoorlijn terwijl het grondgebied inmiddels in Britse handen was gekomen.

Toen op 23 oktober 1942 de Tweede Slag bij El Alamein startte, begon het tij van de oorlog definitief in Brits voordeel te keren. Ze werden geholpen door een Amerikaans-Britse amfibische aanval in Marokko, genaamd operatie Torch. Montgomery boekte snel progressie en hij liet optekenen dat hij de disruptieve operaties van de SAS essentieel vond in deze overwinning. De chaos en destructie die de SAS teweegbracht in de Duits-Italiaanse aanvoerlijnen was groot, om nog maar te zwijgen over het negatieve effect ervan op het moreel bij de tegenstander.

Definitielijst

El Alamein
Stad in Noord-Afrika. De Slag bij El Alamein van oktober tot november 1942, vormde een keerpunt in de oorlog. De Duits/Italiaanse opmars in Noord-Afrika werd definitief gestopt door geallieerden.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
operatie Torch
Geallieerde amfibische landingen in Marokko en Algerije op 8 November 1942. Voorgaande namen van Torch zijn (zie) Gymnast en Super-Gymnast.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Een tweede regiment, steeds westelijker operaties en afbouwen in Noord-Afrika

De raids van de SAS gingen door in november en december, steeds verder westwaarts, omdat de troepen van Montgomery terreinwinst boekten. Bij die raids bleef het A squadron van Paddy Mayne relatief ongehavend, maar het B squadron onder leiding van Stirling kreeg veel verliezen te verduren. Enerzijds is dat te wijten aan de ongetrainde status van veel manschappen (Mayne had in zijn squadron de meest ervaren SAS-veteranen), maar ook vanwege de aanwezigheid van een Brit die spioneerde voor de Italianen: Captain John Richards. Richards was een Brit, maar ook een overtuigd fascist. Door zijn nationaliteit en zijn ideologie kon hij aan beide zijden van het front ongezien zijn werk doen. Toen mannen van het B squadron in krijgsgevangenschap raakten, werd Richards erop af gestuurd om hen af te luisteren, waarbij hij zich voordeed als een krijgsgevangen Britse officier. In werkelijkheid wist hij op deze wijze gevoelige operationele informatie door te spelen aan de Italiaanse legerleiding. Die informatie kwam uiteindelijk bij Rommel terecht, die daarop gericht actie ondernam. Desalniettemin waren de raids van de SAS zeer succesvol en was de nieuwe manier van opereren ingebed in de geallieerde manier van opereren.

Eind 1942 volgde een nieuwe beloning voor het succes van de SAS: de oprichting van een tweede regiment, eenvoudig 2SAS genoemd. Het oorspronkelijke regiment werd vanaf dat moment aangeduid met 1SAS. 2SAS kwam onder leiding van Bill Stirling, de oudere broer van David van 1SAS. Het nieuwe regiment werd aan de First Army in Algerije toegevoegd en verwierf manschappen in diezelfde omgeving.

Ondertussen ontvouwde David Stirling bij 1SAS de plannen voor het Noord-Afrikaanse slotakkoord voor de operaties van SAS (in de overzichtskaart onderaan dit artikel terug te vinden als het slotakkoord). Rommel zou zijn laatste verdediging opwerpen bij de Mareth Linie, een lijn van fortificaties op de Algerijns-Libische grens. Een groep onder leiding van Lieutenant Harry Poat zou richting Tripoli trekken om daar de vernietiging van de havens te voorkomen. De tweede groep onder leiding van de Fransman Augustin Jourdan zou in het gebied tussen Sfax en Gabès voortdurend raids uitvoeren, vooral op de spoorlijn. Een derde groep onder leiding van veteraan Paddy Mayne zou voortdurend raids uitvoeren rondom de Mareth Linie. De vierde groep kwam onder leiding van David Stirling en had het meest ambitieuze doel: hij wilde dwars door de terugtrekkende Duitsers en Italianen contact maken met de voorwaartse troepen van de First Army. Als dit lukte, zo redeneerde Stirling, dan zou de SAS nog verder kunnen groeien, maar bovendien kon op die manier enorm veel waardevolle informatie ingewonnen worden over het gebied en de staat van de tegenstander.

De uitvalsbasis voor de operaties was Bir Soltan in Algerije. Stirling moest verkennen of Rommel inderdaad bij de Mareth Linie zijn verdediging wilde opzetten. Die informatie moest hij doorgeven aan de voorwaartse troepen van Montgomery, de 7th Armoured Division. Daarna moest Stirling via een natuurlijk obstakel zijn weg vervolgen, de zogenoemde Gabès-Gap. Dit stukje land was de enige mogelijkheid om vanuit Bir Soltan naar Algerije te komen, maar was nog in Duits-Italiaanse handen. Ze slaagden erin om met enorme durf een kamp van een Duitse pantserdivisie te passeren die net aan het ontwaken was. De groep reed door en zocht een plaats om na de tocht van 36 uur te rusten. Echter veel rust kregen ze niet, want ze werden ontdekt door een eenheid van de Duitse Luftwaffe. Sadler, Cooper en Taxis (een nieuwe Fransman bij de SAS) wisten hierbij te ontkomen, maar David Stirling werd als krijgsgevangene afgevoerd. De drie mannen die ontsnapten wisten uit handen van de Duitsers te blijven. Uiteindelijk, na dagenlang rondgezworven te hebben, wisten ze bij toeval de Vrije Fransen van de First Army te bereiken.

Intussen probeerde Stirling te ontsnappen, maar zonder resultaat. De lokale bewoners waren nog steeds op handen van de Italianen en dat maakte ontsnapping vrijwel onmogelijk. Hij werd naar Sicilië gevlogen en ondervraagd door zowel Duitsers als Italianen. Daarna werd hij naar Rome overgeplaatst waar hij in een krijgsgevangenkamp terechtkwam. Hij verveelde zich enorm, terwijl de Italianen apetrots waren dat ze Stirling gevangen hadden genomen. Rommel liet optekenen: "The British lost the very able and adaptable commander of the desert group which caused us more damage than any other British unit of equal size." In krijgsgevangenschap werd Stirling niet geheel toevallig de buurman van ene John Richards, de spion van eerder. Richards kreeg de taak om zo veel mogelijk informatie uit Stirling te krijgen. Wat er precies gedeeld is, werd nooit helemaal duidelijk. Stirling en Richards spraken elkaar na de oorlog namelijk tegen. Wat we wel zeker weten is dat de Duitsers heel snel wisten dat Paddy Mayne de nieuwe leider van de SAS zou worden. Stirling werd vlak voor de onrust in Italië overgeplaatst naar Colditz, een berucht Duits krijgsgevangenkamp. Daar werd hij herenigd met enkele andere SAS-leden die eerder krijgsgevangen waren genomen.

De oorlog in Noord-Afrika zat erop voor de SAS. De eenheid was enorm gegroeid in Noord-Afrika en had een nieuwe manier van oorlog voeren geïntroduceerd. De operaties zouden nu in Italië plaatsvinden en opnieuw zou de SAS anders gaan opereren onder leiding van de nieuwe commandant Paddy Mayne.


Overzicht van SAS-operatie in Noord-Afrika. Bron: Marcel Kuster, Traces of War

Definitielijst

ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.