TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Campbell, Joseph William

    Geboortedatum:
    8 mei 1921 (Newport)
    Overlijdensdatum:
    8 april 1945
    Begraven op:
    Canadese Oorlogsbegraafplaats Holten
    Nationaliteit:
    Canadese (1931-heden, Constitutionele Monarchie)

    Biografie

    Cpl Joseph Wiliam Campbell gesneuveld op 8 april 1945 bij Bathmen

    De bevrijding van West-Europa begon toen de geallieerde troepen op 6 juni 1944 landden in NormandiŽ, Frankrijk. Joe verliet Engeland een maand later en landde in NormandiŽ op 4 juli. Na een zware veldslag veroverde het Canadese leger de stad Caen op 18 juli.

    Toen NormandiŽ door de geallieerden was bevrijd, trokken ze noordwaarts. Het Canadese leger kreeg de opdracht om de Franse en Belgische kust te bevrijden. Het werd een snelle opmars: begin september 1944 was Dieppe (Fr) vrij en midden september werden Oostende, Brugge en Gent bevrijd. Britse troepen hadden reeds Antwerpen bevrijd, maar omdat de Duitse troepen zich nog langs de Schelde bevonden, kon de Schelde niet als bevoorradingshaven gebruikt worden.

    De slag om de Schelde duurde een maand (oktober) en op 6 november 1944 werd Middelburg, de laatste Duitse stelling, ingenomen. Ook op 6 november liep Joe "in the field" tweede graads brandwonden op, veroorzaakt door een benzinebrandje en werd hij per ambulance naar het 18de Field Hospital gebracht. Het is mogelijk dat hij bij Middelburg gewond werd, maar meer waarschijnlijk bevond het veldhospitaal zich achter de frontlinie, meer richting Antwerpen. Het Canadese leger kreeg nu orders om de frontlinie van Duinkerken tot Nijmegen te verdedigen. Vanwege het winterseizoen waren de volgende 3 maanden relatief rustig.

    Op 12 december 1944 werd Joe, zonder enig spoor van wangedrag weer gewoon soldaat, na korporaal geweest te zijn. Mogelijk op eigen verzoek omdat het gemakkelijker was om zo toe te treden tot een andere eenheid. Op 30 december 1944 trad Joe toe tot The North Nova Scotia Highlanders (NNSH) en vrij snel werd hij bij dat regiment weer bevorderd tot korporaal. Dit regiment was een infanterie regiment dat opgericht was in 1941 met als motto "No retreating footsteps" (we zullen ons nooit terugtrekken).

    Joe was sectie commandant in de C-company van de North Nova Scotia Highlanders (NNSH) uit de 9e Canadian Infantry Brigade. Vanuit Bienen bij Rees (Duitsland) trokken ze de Achterhoek in.
    Bij het bevrijden van de Achterhoekse dorpen zoals Vierakker, Warken en Warnsveld (bij Zutphen) verloor de NNSH acht man.

    Joe sneuvelt in gevecht
    Volgens zijn laatste militaire dossier ging hij op verlof van 22 tot 30 maart 1945, precies een week voordat hij gedood werd in een gevecht bij de Schipbeek. Na zijn verlof was hij begin april actief betrokken bij de bevrijding van Zutphen, maar de deelname van individuele soldaten staat niet vermeld in de militaire dossiers. Om het terugtrekken van het Duitse leger van uit het westen van Nederland naar Duitsland te voorkomen, kreeg de 3rd Canadian Infantry Divisie, samen met de 7th en de 9th Infantry Brigade, de opdracht naar het noorden op te trekken langs de oostelijke oever van de IJssel en zo Harlingen zo snel als mogelijk te bereiken. De 7th Canadian Infantry Division bevrijdde vervolgens Deventer. De 9th Infantry Brigade moest eerst nog wachten, om dan Deventer te passeren en vervolgens naar Zwolle op te trekken.

    Uit the war diary (WD): "De eerste poging om de Schipbeek over te steken werd teniet gedaan door Duits machinegeweervuur en mortieren, die uit boerderijen ter linkerzijde kwamen. De naderende tanks werden te hulp gevraagd om de boerderijen bij de Woertmansweg en omgeving te beschieten. Verschillende boerderijen raakten in brand. Na het schieten werden de mortieren gebruikt om een dik rookgordijn te leggen en vervolgens kon de C company de zwaar beschadigde brug oversteken en de andere kant bereiken. Spoedig daarna bereikten ze de grens van het dorp. Om 6.00 p.m. had de C company de Dorpsstraat bereikt."

    Gedurende deze aanval werd Joe Campbell gedood en dit wordt als volgt in de WD gerapporteerd: Tijdens de aanval van de 9th Canadian Infantry Brigade in het noorden van Nederland om de Duitsers vanuit het westen de pas af te snijden, kreeg de NNSH de opdracht het bruggenhoofd over de Schipbeek bij Bathmen, Nederland, veilig te stellen. De ĎCí company kreeg de opdracht de aanval te openen voor de oversteek. Vanaf het startpunt kwam de company onder zwaar machinegeweer- en mortiervuur. Ze ontdekten bij het naderen ook dat de verwoeste brug zwaar ondermijnd was. Korporaal Campbell leidde zijn mannen resoluut naar de rechterkant van de Schipbeek met volslagen minachting voor zijn eigen veiligheid, hij hield ze op hun positie door van de een naar de ander te gaan om hen aan te moedigen. Toen aan de leidende sectie het sein werd gegeven om over de brug te rennen, leidde korporaal Campbell (met buitengewone koelbloedigheid en moed) zijn mannen over de wrakstukken van de opgeblazen brug. Een rookgordijn verborg hun bewegingen voor de vijand, gepositioneerd op zekere afstand van het kanaal. korporaal Campbell ontdekte snel dat er twee machinegeweerposten ingegraven waren aan de overkant. Ondanks het dodelijk kruisvuur dat plotseling dicht bij hem kwam en daarbij twee van zijn mannen raakte, leidde de korporaal de rest van zijn sectie met een snelle aanval naar de dijk aan de overkant. Met grote doelgerichtheid, door gebruik te maken van zijn stengun, stortte hij zich persoonlijk op de vijandelijke machinegeweerpost. Hij plaatste zijn stengun in positie om zijn mannen te beschermen en leidde zijn schutters in een bajonetaanval op de "Spandau"( een Duitse machinegeweer post). Op het beslissende moment opende de vijand het vuur op hem. Korporaal Campbell werd in een paar seconden gedood in het aanzicht van zijn mannen, die hij door zijn leiderschap had geÔnspireerd door in de vijandelijke greppel te springen en "zijn werk af te maken". De dijk was vrij en de rest van zijn company trok onmiddellijk over de Schipbeek het dorp Bathmen binnen. De uitzonderlijke moed van korporaal Campbell bij deze actie, stelde zijn bataljon in staat snel op te trekken naar het noorden van Nederland zonder de Duitsers uitstel te geven, wat ze hadden gewild. Hij gaf zijn leven op een manier dat boven lof was verheven.

    Het was in Canada de gewoonte de Memorial Bar en de Memorial Cross uit te reiken aan de nabestaanden van de gesneuvelde soldaten. De ouders van Joe kregen deze onderscheidingen op 17 mei 1945. In oktober ontvingen ze uiteindelijk enkele persoonlijke bezittingen van Joe, inclusief een zakhorloge, twee rozenkransen, enkele fotoís en een paar souvenirs. Joe en de andere drie NNSH soldaten, allen gedood tijdens gevechten, werden met een religieuze ceremonie in Warken begraven, aan de weg van Zutphen naar Lochem (nu gemeente Lochem).
    In maart 1946 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar de Canadese Begraafplaats in Holten, waar hij is herbegraven in plot 1, rij H, grafnummer 12.

    Willemsorde
    Voor zijn moedig optreden werd Joe voorgedragen voor de Nederlandse "Willemsorde"(Ridder der 4e klasse der MILITAIRE WILLEMSORDE).
    Het voorstel werd gedaan door Lt.Col. F.A. Sparks, Commandant van de NSSH op 28 september 1945 en door hem en zijn meerderen ondertekend.
    Op 8 december 1945 werd de militaire onderscheiding postuum verleend aan Korporaal Campbell door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina. Deze werd na WO 2 postuum uitgereikt aan zijn familie.

    Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

    Periode:
    Tweede Wereldoorlog (1939-1945)
    Rang:
    Korporaal
    Eenheid:
    Canadian Infantry Corps / North Nova Scotia Highlanders
    Toegekend op:
    8 december 1945
    Tijdes de gevechten ter bevrijding van het bezette Nederlandsche grondgebied zich onderscheiden door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw. Daarbij herhaaldelijk blijk gegeven van buitengewone plichtsbetrachting en groot doorzettingsvemogen en in alle opzichten, door een loffelijk voorbeeld, een inspiratie geweest voor allen in die roemvolle dagen, waarbij hij zelf het leven heeft gelaten.
    K.B.no.2 postuum
    Canada Gazette van 22 dec. 1945
    Ridder vierde klasse der Militaire Willems Orde (MWO.4)

    Bronnen

    • Foto 1: Informatiecentrum Canadese begraafplaats Holten
    • Foto 2: Informatiecentrum Canadese begraafplaats Holten
    • Foto: Huub van Sabben
    • - Monument.
      * Huub van Sabben (monument) * Edwin van der Wolf (tekst) * http://www.onderscheidingen.nl * bron Maaldering p.283

    Foto's