Inleiding

Inleiding.
In 1934 ontwierp de Bristol Aeroplane Company een revolutionair, geheel metalen, verkeersvliegtuig met een capaciteit van 6 tot 8 passagiers en twee bemanningsleden. Het door F.Barnwell ontworpen toestel kon in december van dat jaar op de Parijse luchtvaartshow worden gepresenteerd als Type 135. Dit exemplaar was echter nog maar een model op ware grootte en doordat het interessant genoeg gevonden werd door Lord Rothermere, een krantenuitgever, werd een versie ontwikkeld dat geheel aan zijn wensen voldeed, Type 142. Er werd slechts ťťn toestel gebouwd, speciaal voor de Lord. Hij noemde het "Britain First".

Het toestel werd voortgestuwd door twee Bristol Mercury VI motoren met elk een vermogen van 640 pk en vloog voor het eerst op 12 april 1935. Het bleek een uitstekend toestel te zijn dat al snel de aandacht trok van het Britse Luchtvaartministerie. Het bleek namelijk met zo'n 494 km/u een stuk sneller te zijn dan de zojuist in productie genomen Gloster Gladiator. De defensiestaf vroeg aan Lord Rothermere of zij het toestel mochten uittesten en de vrijgevige Lord gaf het vliegtuig aan de RAF cadeau.

Ondertussen was ook bij Bristol de militaire belangstelling niet ontgaan en ontwerper F.Barnwell ontwikkelde de Type 142M, een militaire versie. Waar de 142 nog een laagdekker was, had men bij de militaire versie gekozen voor een middendekker om zodoende ruimte te maken voor een intern bommenruim. Uiteindelijk vaardigde het luchtvaartministerie specificatie 28/35 uit voor het toestel.

Het militaire prototype vloog op 25 juni 1936 voor het eerst en was gelijk het eerste productiemodel.

Afbeeldingen

"Britain First"

Blenheim Mk I

Bristol Blenheim Mk I/IF
Van de eerste versie werden in 1935 totaal 150 exemplaren besteld. Een opmerkelijk gegeven, wanneer we weten dat het prototype pas op 25 juni 1936 haar eerste vlucht ondernam. Deze eerste 150 toestellen werden dus rechtstreeks van de tekentafel door het Britse luchtvaartministerie besteld. Men was duidelijk onder de indruk van het vliegtuigtype. Het eerste productietoestel zou hierdoor gelijk als prototype dienen.

Doordat naast de Bristol fabriek ook de fabrieken van A.V.Roe en Rootes werden ingeschakeld, kon men in 1937 al zo'n 24 toestellen per maand gaan afleveren.

De Blenheim Mk I zoals deze versie later zou worden genoemd, werd aangedreven door twee Bristol Mercury VIII motoren met elk een vermogen van 840 pk. Voor de eigen verdediging had de driehoofdige bemanning de beschikking over een 7,7 mm Browning mitrailleur in de linkervleugel en een 7,7 mm Vickers K mitrailleur in de rugkoepel. Als offensieve bewapening kon het toestel 454 kg aan bomlading meedragen. Het was een geheel metalen vliegtuig. Kenmerkend voor de Blenheim Mk I was de stompe glazen neus.

RAF Squadron No 114 kreeg op Wyton in 1937 de eer om als eerste te worden uitgerust met de Blenheim. Het toestel werd echter al snel als verouderd bestempeld en een nieuwe versie werd noodzakelijk.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939, was bij de RAF de Blenheim Mk I al voor een groot deel vervangen door de Blenheim Mk IV. Een groot aantal Mk I toestellen werd toen omgebouwd tot nachtjagerversie als Blenheim Mk IF. Hiertoe werd onder de romp een houder aangebracht met in totaal vier 7,7 mm Browning mitrailleurs. Vanaf 1938 werden zo'n 200 toestellen verbouwd tot nachtjager. Een aantal van deze toestellen is uitgerust geweest met de A.I. MkIII luchtradar. Door de hoge snelheid van het toestel dacht men het in eerste instantie als dagjager te kunnen inzetten. De Blenheim was echter in deze vorm geen partij voor de snelle Duitse jagers. Meer succes had het bij de inzet als nachtjager, waarbij voor het eerst een nieuwe radarversie voor vliegtuigen werd gebruikt. De eerste eenheid die werd uitgerust met de Blenheim Mk IF werd No 600 Squadron te Hendon in september 1938. Vanaf 1939 tot circa 1941 vormde deze toestellen in zo'n 24 RAF-squadrons het overgrote deel van de nachtjagerinzet van de RAF.

Totaal werden voor trainingsdoeleinden 16 Mk I toestellen overgedragen aan de Fleet Air Arm (FAA) van de Royal Navy. De eerste hiervan kwam in januari 1941 in dienst bij No 771 squadron. De laatste Blenheim verliet de FAA in november 1944.

Technische gegevens:

Model:Bristol Blenheim Mk I (type142M) / IF
Taak:Lichte Bommenwerper
Bemanning:3
Afmetingen:Spanwijdte: 17,17 m
Vleugeloppervlak: 43,60 m2
Lengte: 12,12 m
Hoogte: 3,91 m
Gewicht:Leeggewicht: 3682 kg / 4100 kg
Max. Gewicht: 5682 kg / 5534 kg
Prestaties:Max. snelheid: 459 km/u / 423 km/u
Kruissnelheid: 322 km/u / 346 km/u
Plafond: 8315 m / 7498 m
Bereik: 1811 km / 1690 km
Motor:Twee Bristol Mercury VIII met een vermogen van 840 pk elk
Bewapening:Een 7,7 mm Browning machinegeweer in de linkervleugel, een 7,7 mm Vickers K mitrailleur in de rugkoepel en een bomlading van 454 kg. De Mk IF droeg geen bommenlast, maar had op het bommenluik een houder met vier 7,7 mm Browning mitrailleurs.
Productie:1427

Ook andere luchtmachten hebben de Blenheim Mk I in gebruik genomen. De Finse luchtmacht kocht 18 exemplaren en bouwde er 55 in licentie. JoegoslaviŽ kocht er twee en nam een optie op 50 licentietoestellen. Bij de Duitse inval in 1941 waren er hiervan 16 klaar en had men nog eens 20 toestellen overgenomen van de RAF. Griekenland had 6 overtollige RAF-toestellen aangeschaft, Turkije 40 en RoemeniŽ 13. Ook KroatiŽ heeft van dit type gebruik gemaakt.

Finland kocht haar eerste serie (Serie I) van 18 Blenheim Mk I toestellen al in 1936. Ze werden in de jaren 1937 en 1938 geleverd en in dienst gesteld met de registraties BL-104 t/m BL-121. In april 1939 bestelde de Finse luchtmacht een tweede serie (Serie II) Mk I's bij de Finse Staatsfabriek (registraties BL-146 t/m BL-160) die de toestellen in licentie ging bouwen. Door het uitbreken van de Winteroorlog in 1939 had men echter hard vliegtuigen nodig en een serie Mk IV(zie aldaar) en nogmaals een serie van 12 Mk I's (Serie IV) werden overgenomen van de RAF. De serie IV werd hierdoor eerder (evenals de Serie III van 12 Mk IV's) eerder in dienst genomen dan de licentietoestellen van Serie II. Serie IV kreeg de registraties BL-134 t/m BL-145.

Na de Winteroorlog kwamen de productietoestellen uit de Finse fabrieken. Serie II werd in 1941 en 1942 afgeleverd onder de registratie BL-146 t/m BL-160. In 1943 werden nogmaals 30 Mk I's (Serie V) afgeleverd uit eigen fabriek (registratie BL-161 t/m BL190). De bewapening was nagenoeg gelijk aan de Britse RAF-toestellen, alhoewel het type machinegeweer nog wel eens verschilde. De Series I en IV konden in de vleugel wel eens een Vickers in plaats van de Browning huisvesten, terwijl dit in de koepel wel andersom voorkwam. De Series II en V hadden twee 7,7mm Browning machinegeweren in de vleugel in plaats van de gebruikelijke enkele. Serie V kreeg Bristol Mercury XV motoren met een vermogen van 920 pk. Deze motoren (evenals de Mercury VIII motoren) konden overigens ook in licentie gebouwde Tampella motoren zijn.

De Joegoslavische luchtmacht bezat vier bommenwerper regimenten, waarvan er twee volledig waren uitgerust met Blenheim Mk I toestellen. Deze zijn bij de Duitse invasie volop in actie geweest, maar moesten ook hier het onderspit delven tegenover de veel modernere Luftwaffe.

RoemeniŽ voorzag dat haar Blenheims verouderd zouden zijn voor de inzet aan het Oostfront in de oorlog met de Sovjetunie. De toestellen bleken echter nog zeer goed bruikbaar voor verkenningsdoeleinden. De Roemeense luchtmacht heeft ze daarvoor nog tot voorjaar 1943 ingezet.

De inzet
In de beginperiode van de oorlog bleek het, ondanks de veroudering, een bruikbaar toestel. Vooral in de woestijnoorlog werd haar bruikbaarheid bewezen. Zware verliezen werden echter geleden bij de inzet in Frankrijk in mei 1940 en de uitbraak van de oorlog in december 1941 in Malakka. Het grootste voordeel dat de Blenheim als jager had was het grote bereik, waardoor de toestellen tot ver boven vijandelijk gebied konden opereren. Het was echter al lang niet meer het snelste vliegtuig en door de zwakke verdediging, was het geen partij voor de vijandelijke jagers. Als nachtjager was het echter wel een succesvol type. Hierdoor zou het ten tijde van de Slag om Engeland de ruggegraat gaan vormen van de nachtjagers binnen RAF Fighter Command.

Tijdens de Duitse invasie van Nederland, BelgiŽ, Luxemburg en Frankrijk in Mei 1940, zijn de Blenheims noodgedwongen ingezet (zowel de Mk I als de Mk IV). Naast de intensieve steun van de Fransen in Zeeland was de inzet van de RAF de voornaamste geallieerde steun aan Nederland. Op 10 mei al vielen Blenheim Mk IF jagers en Blenheim Mk I bommenwerpers onder andere de vliegvelden Waalhaven en Ypenburg aan bij de ondersteuning van de Nederlandse troepen om deze vliegvelden te heroveren (wat bij beide Ypenburg uiteindelijk ook is gelukt). De bommenwerperrol was echter in het begin van de oorlog nog niet uitgespeeld. Voordat de Duitse Luftwaffe zich ging mengen in de oorlog in Noord-Afrika en het Middellandse Zeegebied, had de RAF voornamelijk te maken met de Italiaanse luchtmacht. De Italiaanse jagers in dit gebied waren in die periode verre van modern en alhier kon de Blenheim toch nog met enig succes worden ingezet, alhoewel hier ook deze rol voornamelijk door de nieuwere Blenheim Mk IV werd ondernomen.

Bij het uitbreken van de oorlog in het Verre Oosten was de Blenheim Mk I nog steeds de voornaamste Blenheim-versie in dienst bij de RAF. Ook hier bleken de toestellen totaal niet opgewassen tegen de Japanse vliegtuigen.

De Finse toestellen zijn intensief ingezet tijdens de Winteroorlog en de daarop volgende Vervolgoorlog tegen de Sovjetunie. Ook nadat Finland zich tegen Duitsland keerde aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, zijn de overgebleven Blenheims sporadisch ingezet. De laatste Finse Blenheims gingen overigens pas in 1958 buiten dienst.

Definitielijst

invasie
Gewapende inval.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
mitrailleur
Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.

Afbeeldingen

Bristol Blenheim Mk I
Bristol Blenheim Mk IF
Turkse Mk I's

Bolingbroke/Blenheim Mk IV

In een poging de Mk I te verbeteren, werd een Blenheim Mk I omgebouwd tot verkenner, met een verhoogde brandstofcapaciteit en een versterkte romp. Van deze Blenheim Mk II, werd maar ťťn exemplaar gebouwd. Ondertussen was men het ontwerp al aan het verbeteren.

Fairchild Bolingbroke/ Blenheim Mk IV / IVF
In 1937 werd een Blenheim Mk I verbouwd door de neus met een meter te verlengen. Dit toestel maakte op 24 september 1937 haar eerste vlucht. Het doel was om een beter zicht voor de bemanning te creŽren. Een produktieversie zou de aanduiding Blenheim Mk III gaan voeren, maar tot produktie is het nooit gekomen. Voordat het verbouwde toestel vloog had men al besloten de cockpit weer naar achter te verplaatsen en de neus voor de cockpit verlaagd uit te voeren. Dit zou de Blenheim Mk IV worden, de voornaamste produktie versie.
Naast een verhoging van het aantal mitrailleurs voor de zelfverdediging, was het voornaamste verschil met de Mk I, de eveneens karakteristieke asymmetrische neus, waarmee men trachtte de piloot een beter zicht te verschaffen.

De Canadese Fairchild Aircraft Ltd nam deze versie in produktie als de Bristol Bolingbroke. Het was, met zijn goede uitzicht en grote actieradius een uitstekend vliegtuig voor de door de Canadese luchtmacht gewenste patrouille doeleinden. De Canadese Bolingbrokes waren in staat om ski's in plaats van wielen mee te dragen en waren standaard uitgerust met een rubberen opblaas dinghy-boot.

De eerste versie van de Fairchild Bolingbroke, de Bolingbroke Mk I, was in feite een Blenheim Mk IV. Er werden 18 toestellen gebouwd van bij Bristol geproduceerde onderdelen.
Als proef werd een Bolingbroke Mk I omgebouwd met Amerikaanse uitrusting en instrumenten. Van deze Bolingbroke Mk II bleef het bij dit ene exemplaar. Eveneens ťťn Bolingbroke Mk I werd voorzien van drijvers en gepresenteerd als Bolingbroke Mk III. Deze toepassing bleek geen succes en het toestel werd later weer omgebouwd tot landbommenwerper.
De belangrijkste Canadese produktieversie, werd de Bolingbroke Mk IV. Als standaard werd gekozen voor de ombouw van de Mk II. Hiervan werden totaal 151 exemplaren gebouwd, die allen in staat waren om wielen of ski's te dragen als landingstel en waarvan de vleugels waren voorzien van een ont-ijs systeem. Toen bleek dat Bristol geen motoren meer kon leveren, werd overgestapt op Amerikaanse motoren. In totaal 15 Mk IV's werden voorzien van Pratt & Whitney Twin Wasp SB4G motoren en aangeduid als Bolingbroke Mk IV-W. Om te trachten de prestaties te verbeteren werd een Mk IV toestel uitgerust met Wright Cyclone G3B motoren. Dit toestel kreeg de aanduiding Bolingbroke Mk IV-C. Tot produktie kwam het echter niet. De volgende, en tevens laatste, versie werd de Bolingbroke IV-T. Er werden totaal 457 exemplaren van deze navigatie en geschutstrainer geproduceert, welke waren uitgerust met Bristol Mercury XV of XX motoren.

De Canadese Bolingbroke werd in Groot BrittanniŽ zelf in produktie genomen als Blenheim Mk IV. Het Britse luchtvaartministerie had hiervoor specificatie 11/36 uitgevaardigd.
Ook de FAA van de Royal Navy vloog met de Blenheim Mk IV. Totaal werden 55 exemplaren ontvangen.

In een poging de zwakke punten van de Mk I te verbeteren, werd laterin de rugkoepel een tweede mitrailleur aangebracht. Toen het toestel in 1939 in dienst kwam, was het de snelste bommenwerper ter wereld. Ook hier bleek echter al snel dat het vliegtuig verouderde. Gaandeweg de oorlog werd verschijdene malen getracht de slagkracht te verbeteren door toevoeging van extra mitrailleurs onder andere in een koepel onder de neus, de verliezen bleven echter aan de hoge kant.

De Blenheim Mk IVF werd de nachtjager versie van de Mk IV. De wijziging die werd aangebracht, was gelijk als bij de Mk I. Aan het bommenluik, werd een gondel aangebracht met vier 7,7 mm Browning machinegeweren of twee 20 mm Hispano kanonnen. Het is onbekend hoeveel er hiervan zijn verbouwd. Wel is bekend dat er totaal 1375 gondels zijn geproduceerd.

Technische gegevens:

Model: Bristol Blenheim Mk IV (Type 149) / Bolingbroke IV
Taak: Lichte Bommenwerper / Partouille vliegtuig
Bemanning: 3
Afmetingen: Spanwijdte: 17,17 m
Vleugeloppervlak: 43,60 m2
Lengte: 13,03 m
Hoogte: 3,91 m
Gewicht: Leeggewicht: 4465 kg / 4470 kg
Max. Gewicht: 6818 kg / 6591 kg
Prestaties: Max. snelheid: 428 km/u / 464 km/u
Plafond: 9601 m
Bereik: 2351 km / 2995 km
Motor: Twee Bristol Mercury XV met een vermogen van 905 pk elk
Bewapening: Een 7,7 mm Browning machinegeweer in de linkervleugel, twee 7,7 mm Vickers K mitrailleurs in de rugkoepel en een bomlading van 436 kg. De Mk IVF droeg geen bommenlast, maar had op het bommenluik een houder met vier 7,7 mm Browning mitrailleurs of twee 20 mm Hispano kanonnen.
Productie: 3307 / 151

Ook de Mk IV heeft bij andere luchtmachten dienstgedaan. Finland nam er 24 over van de RAF en bouwde er 15 in licentie. Griekenland had er 12 aangeschaft en Portugal 15.
Finland ontving in 1940 een zending (Serie III) van 12 Mk IV's met registratie BL-122 t/m BL-133, gevolgd door een tweede groep van 10 Mk IV's werd in licentie gebouwd (Serie VI, registratie BL-196 t/m BL-205) en geleverd in 1944. Een vervolgorder van vijf Mk IV's werd in 1944 geschrapt vanwege de wapenstilstand met de Sovjet-Unie. De laatste Blenheim ging bij de Finse luchtmacht pas in 1958 buiten dienst.

De Blenheim Mk IV is voor vele doeleinden ingezet. We kennen inzet als bommenwerper, jager, nachtjager, verkenner en grondondersteuningsjager. Ondanks de veelzijdige inzet was de Mk IV net zoals de Mk I niet opgewassen tegen vijandelijke jagers. De verdedigingsmiddelen waren ontoereikend. De meeste Blenheims in Engeland waren rond augustus 1942 vervangen door Bristol Beaufighters, Douglas Bostons of de Havilland Mosquito's. In totaal zijn zo'n 70 RAF squadrons uitgerust geweest met de Mk IV. Alhoewel de Mk IV in de squadrons in Engeland rond 1942 in de meeste gevallen al waren vervangen, bleef het toestel in het Midden Oosten en Verre Oosten tot aan het einde van de oorlog in dienst.

De Inzet
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had de Mk IV bij de meeste squadrons de Mk I vervangen.
De Blenheim Mk IV heeft de eer om de eerste gevechtsvlucht boven Duits grondgebied te maken. Op 3 september 1939 maakte RAF No 139 squadron een fotovlucht over een deel van de Duitse vloot.
Ook de Mk IV heeft volop dienst gedaan in de oorlog in Nederland, BelgiŽ, Luxemburg en Frankrijk in Mei/Juni 1940. Onder andere zijn Mk IV toestellen ingezet bij een bombardement op Duitse transportvliegtuigen op het strand bij Scheveningen. Deze Junkers hadden moeten uitwijken naar het strand omdat het bij Den Haag gelegen vliegveld Ypenburg, mede na een bombardement door Blenheim Mk I bommenwerpers, weer in Nederlandse handen was gevallen.

De RCAF Bolingbrokes zijn voor het eerst in aktie geweest, samen met USAAF vliegtuigen, bij de Japanse invasie van de Aleoeten. De RCAF gebruikt het toestel voor kustpatrouilles aan de Oost en Westkusten.

Definitielijst

invasie
Gewapende inval.
mitrailleur
Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Een eskader Mk IV'en
Bristol Blenheim Mk IV
Een Finse Mk IV

Bisley/Blenheim Mk V

Bristol Blenheim Mk V
De Blenheim Mk V werd ontwikkeld in 1940 als Type 160 en zou eigenlijk de benaming Bisley krijgen. Het zou de laatste produktieversie worden.

De rol als bommenwerper was uitgespeeld en in een poging de Blenheim voor andere doelen te gebruiken, werd een aanvalsvliegtuig ontwikkeld. Het toestel had een dichte neus waarin vier 7,6 mm mitrailleurs waren aangebracht. Voor de motoren viel de keuze op de Bristol Mercury XXX met een vermogen van 950 pk. In feite was het een verbeterde versie van de Blenheim Mk IVF. Naast de mogelijkheid om de dichte neus te vervangen door een navigatiepositie, was het toestel extra versterkt en uitgevoerd met verzwaarde bepantsering voor de bemanning.

Technische gegevens:

Model: Bristol Blenheim Mk V (type160)
Taak: Aanvalsvliegtuig
Bemanning: 3
Afmetingen: Spanwijdte: 17,09 m
Vleugeloppervlak: 43,60 m2
Lengte: 13,39 m
Hoogte: 3,91 m
Gewicht: Leeggewicht: 5000 kg
Max. Gewicht: 7727 kg
Prestaties: Max. snelheid: 419 km/u
Plafond: 9449 m
Bereik: 2576 km
Motor: Twee Bristol Mercury XXV of XXX met een vermogen van 950 pk elk
Bewapening: vijf 7,7 mm machinegeweren (1 in de rugkoepel en vier in de neus) en 454 kg aan bommenlast.
Productie: 942

De Blenheim Mk V heeft maar korte tijd dienst gedaan en is voornamelijk ingezet in het Verre Oosten en het Middelandse Zee gebied. De Portugese luchmacht heeft verscheidene toestellen van dit type gebruikt, die gedwongen waren om op Portugees grondgevbied te landen na schending van de neutraliteit.

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
13-02-2003
Laatst gewijzigd:
12-12-2009
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Nieuws

21mei

Gedenksteen ter ere van bemanning neergehaalde Britse bommenwerper

In de nacht van 11 op 12 mei 1940, nu bijna 80 jaar geleden, werd boven Kanne een Britse bommenwerper, een Bristol Blenheim, neergehaald door Duits afweergeschut. Aan boord zat naast de piloot ook een schutter en een observant. Ze overleefden het vijandelijk geschut niet. Het toestel stortte neer Op de Pruis, meer bepaald in een weiland achter het kerkhof van Kanne bij Riemst.

Lees meer

Gerelateerde personen

Bronnen

- David D., The Complete Encyclopedia Of World Aircraft, Brown Packaging Books Ltd., London, 1997
- Gunston B. ea., Jane's Fighting Aircraft of World War II, Random House Group Ltd, 2001
- Wilson S., Aircraft of WWII, Airospace Publications Pty Ltd, Australia, 1998
- Wings, Midway to Hiroshima, CD-Rom, Discovery/Maris multimedia, 1995