Voorbeschouwing

    Inleiding

    Het beleg van Breslau (het huidige Poolse Wroclaw) duurde maar liefst tachtig dagen en werd uitgevochten tussen het Sovjet 6e Leger en het garnizoen van de Festung Breslau. Uiteindelijk zou het Rode Leger er niet in slagen om Breslau daadwerkelijk te veroveren, maar Kommandant der Festung General der Infanterie Hermann Niehoff capituleerde op 6 mei 1945 en droeg de stad aan de Sovjets over. Het beleg van Breslau is de geschiedenis ingegaan als één van de bloedigste slagen uit de Tweede Wereldoorlog, met vele duizenden slachtoffers aan beide zijden. Velen vergelijken de gevechten om en in Breslau met die van Stalingrad.

    Voorbeschouwing

    De stad Breslau werd op 25 juli 1944 door Adolf Hitler tot ‘Festung’ verklaard, en hij gaf hierbij het bevel om deze stad dan ook koste wat het kost te verdedigen. Karl Hanke (de Gauleiter van Neder-Silezië sinds 1941) werd door Hitler benoemd tot de ‘Kampfkommandant’. Op 25 augustus 1944 begon men met de aanleg van fortificaties en veldstellingen ter versterking van de Festung Breslau. De coördinatie van deze voorbereidingen lag in handen van Generalmajor der Artillerie Johannes Krause, die op 25 september 1944 benoemd werd tot eerste commandant van de Festung. Hij werd hierin ondersteund door Hanke.

    Op 15 september 1944 gaf Hanke een toespraak in de Jahrhunderthalle, waarin hij de introductie van een tienuurse werkdag eiste om zodoende de uitbreiding van de Festung Breslau te bevorderen. In oktober 1944 werd Breslau voor het eerst door de Sovjet-luchtmacht gebombardeerd. Begin januari 1945 werd Karl Hanke gevraagd naar de toekomst van Breslau, waarop hij antwoordde:

    “Russen zullen het nooit innemen. Ik zal het nog liever tot de grond afbranden.”

    Definitielijst

    Artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Gauleiter
    Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Gauleiter Karl Hanke in april 1941. Bron: Bundesarchiv.

    Het Vistula-Oderoffensief

    Op 12 januari 1945 lanceerde het Rode Leger haar Vistula-Oderoffensief. Dit offensief werd geleid door het 1e Oekraïnsche Front, onder maarschalk Ivan Konev, dat later versterkt werd met het 1e Wit-Russische Front van maarschalk Georgy Zhukov. De 4.Panzerarmee, onder General der Panzertruppe Fritz-Hubert Gräser, probeerde met man en macht de aanval van het 1e Oekraïnsche Front te stoppen, maar na slechts uren van zware strijd was de Duitse verdedigingslinie op verschillende plaatsen doorbroken en lag de weg naar Breslau open. Op 15 januari was Kielce veroverd door het Rode Leger. Rodomsko en Czestochowa volgden twee dagen later en Piotrkow Trybunalski viel op 18 januari in handen van de Sovjets. Op 19 januari werd de belangrijke stad Krakau (het huidige Poolse Kraków) veroverd op de Duitsers.

    Die dag werden de inwoners van Breslau op bevel van Karl Hanke gedwongen om hun huizen achter te laten en richting Dresden te vertrekken. Begin 1945 zat Breslau namelijk vol met vluchtelingen uit gebieden ten oosten van de stad en dat zorgde voor hinder en chaos. Een groot aantal van hen kwam om in de kou tijdens deze onmogelijke tocht. Anderen die erin slaagden om Dresden veilig te bereiken wachtte een ander horrorscenario, namelijk de geallieerde bombardementen op de stad een paar weken later.

    Generalfeldmarschall Ferdinand Schörner besloot zijn Heeresgruppe “A” richting de Oder terug te trekken. De Duitsers werden echter ernstig gehinderd bij deze terugtocht, waardoor de enige vluchtroute in de richting van Breslau was, tussen Kempen (Kepno), Groß-Wartenberg (Sycòw) en Oels (Olesnica). Het duurde echter niet lang of ook deze vluchtroute werd geblokkeerd, waardoor veel Duitse eenheden in de zogenaamde ‘Sycòw-zak’ vast kwamen te zitten. Oels was voor de Sovjets de laatste grote stad voor Breslau en was daarom voor zowel het Rode Leger als het Duitse leger van tactische waarde. De 269.Volksgrenadierdivision kreeg de taak om deze stad te verdedigen en werd daarbij ondersteund door de 17.Panzer-Division. Op 22 januari werd een grootschalige lucht- en grondbarrage gelanceerd op Oels. De barrage was zo intensief dat de explosies tot in Breslau te horen waren. Op 24 januari werden Oels en het bijhorende vliegveld na twee dagen van zware strijd ingenomen door het Rode Leger.

    De gehavende 269. Volksgrenadier-Division trok zich terug naar de noordoostelijke buitenwijken van Breslau en nam posities in op de linkeroever van de rivier Widawa.

    Vanwege de tactische waarde van Oels werd dit stadje door het Rode Leger uitgekozen als één van de belangrijke doorvoerpunten van medische goederen, transport, munitie en benzine naar eenheden van het 1e Oekraïense Front, dat zich klaar maakte voor de aanval op Breslau. Het veroverde vliegveld werd door de 310e Luchtdivisie gebruikt als basis en veel van de grotere gebouwen in het stadje werden klaargemaakt als veldhospitaal.

    Definitielijst

    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Het Rode Leger rukt op tijdens het Vistula-Oder Offensief. Bron: Wikimedia Commons.

    Voorbereidingen

    Breslau had strategisch gezien een perfecte ligging. Het werd omgeven door natuurlijke kanalen en moerassen, wat gepantserde en gemotoriseerde eenheden kon vertragen. Deze natuurlijke obstakels werden versterkt door verdedigingswerken. De vorming van de Festung Breslau werd versneld door het feit dat de stad al meerdere keren in het verleden als fort was gebruikt. De fortificaties uit vroegere tijden hoefden alleen herbouwd en gemoderniseerd te worden. Op deze manier werden er al in Schwoitsch (nu Swojczyce) zestien forten gebouwd.

    Ook het stadgezicht veranderde dramatisch. Na de gedwongen evacuatie van de bevolking van Breslau, begon de Wehrmacht met behulp van de Volkssturm en dwangarbeiders de stad tot een vesting om te vormen. Zo werden huizen, pleinen en straten veranderd in losstaande steunpunten. Daarnaast werden straten in de lengte gebarricadeerd en op sommige plekken tankversperringen gecreëerd. De meeste gebouwen rond kruispunten werden afgebroken om de schootslijn- en schootshoek te vergroten.

    Het hoofdkwartier van de Festung-commandant werd in de kerkers van de Taschenbastion ingericht . Veldhospitalen werden opgezet onder het Hauptbahnhof en de Stiegauer Platz (nu: Strzegomski plein), evenals opslagplaatsen voor munitie en levensmiddelen. Aan het laatste had de stad geen tekort, daarentegen wel aan munitie. Er was vooral een tekort aan artilleriegranaten.

    Ook in de omgeving van Breslau werden fortificaties gebouwd. Al eind juli en begin augustus 1944 begon men met de aanleg van nieuwe verdedigingslinies. De meest buitengelegen (40 tot 60 kilometer van Breslau verwijderd) verdedigingslinies waren: “Hubertus”, “D-1” en “D-2” en hadden als taak om direct artillerievuur op Breslau te voorkomen. Constructie van een andere verdedigingslinie, “Barthold”, die op 20 tot 25 kilometer afstand van de bruggen over de Oder gelegen was, begon op 2 augustus 1944. “Barthold” bestond uit een anti-tankgracht, loopgraven, mitrailleurnesten en mijnenvelden. Ook in het noorden van Breslau werd een buiten-verdedigingslinie gecreëerd.

    In de zomer van 1944 werd de bevolking van Breslau gedwongen om veel van de werkzaamheden te verrichten. Echter, dit leidde niet tot de gewenste resultaten en er werden al snel dwangarbeiders en krijgsgevangenen ingezet om deze taak te vervullen.

    Tegelijkertijd met de bouw van nieuwe fortificaties begon men ook met de formatie en mobilisatie van vesting-eenheden. Op 17 januari 1945 werden de volgende eenheden gemobiliseerd: het Landesschützen-Bataillon 599 en de Festungs-Batterien 3048, 3049, 3075, 3076, 3081 en 3082. Om het personeel van de Festung te vergroten werden verschillende militaire politieposten gecreëerd, die als taak hadden om elke Duitse militair (ongeacht rang of type eenheid) die door Breslau trok op te pakken. Dit gold ook voor burgers die in staat waren om een wapen te dragen. Deze tactiek bleek erg effectief en binnen korte tijd werd de 609.Division zBv "Sachsenheimer" opgericht, samengesteld uit hen die het ongeluk hadden om in dit vangnet verstrikt te raken. Ook werden deze personen gebruikt om in de strijd gehavende eenheden te versterken, zoals de 269.Volksgrenadier-Division.

    In de nacht van 18 op 19 januari 1945 gaf SA-Obergruppenführer der Volkssturm Otto Herzog het bevel om eenheden van de eerste en tweede categorie gevechtsklaar te maken. Op hetzelfde moment begon de formatie van de onafhankelijke vesting-infanterieregimenten “Mohr”, “Sauer”, SS “Besslein” en “Hanf”. Op 19 januari versterkte het Duitse Leger haar tankverdediging langs de rivier Weide (nu: Widawa) met extra houwitserbatterijen.

    Een Hitler Jugend-regiment en het SS regiment “Besslein” (dat uit veel Nederlandse en Franse vrijwilligers bestond) werden later in januari naar Breslau gestuurd om het garnizoen van de Festung te versterken.

    In de nacht van 30 op 31 januari 1945 werd Breslau voor het eerst onder vuur genomen door Sovjetartillerie. Die nacht vielen granaten in de Kloster Straße (nu Traugutta), de Martha-Straße (Lukasinskiego) en de Blockauer Straße (Swistackiego). Ook het “Bethanien” ziekenhuis werd getroffen die nacht. Deze bombardementen werden in de loop van de maand opgevoerd en zorgden voor veel slachtoffers, voornamelijk omdat Breslau een doorvoerpunt werd voor vluchtelingen. Ondanks dat de inwoners van Breslau al op 19 januari 1945 bevolen was om de stad te verlaten, bevonden zich nog veel van hen in de stad in die laatste dagen van januari. Om de stad volledig te zuiveren van burgers vaardigde de commandant van LVI Panzer Korps, General der Kavallerie Rudolf Koch-Erpach, het volgende bevel uit:

    “Alle kinderen en vrouwen onder de leeftijd van 40 jaar zullen verwijderd worden uit de vesting, in overeenstemming met de Verdedigingscommissaris van het Derde Rijk, beginnend vanaf de ochtend van 1 februari 1945.”

    Sancties werden aangescherpt en executies werden steeds meer onderdeel van het dagelijkse leven in Breslau. Wie niet de juiste papieren in bezit had kon het ergste verwachten bij aanhouding binnen de stadsgrenzen. Zo werd de viceburgemeester van Breslau, Dr. Wolfgang Spielhagen, op bevel van Hanke op 28 januari 1945 geëxecuteerd.

    Ongeveer 700.000 personen vertrokken uit Breslau in januari en februari 1945, waarvan ongeveer 100.000 de barre tocht richting het westen niet overleefden. Toch waren de Duitse autoriteiten er niet in geslaagd om Breslau volledig te zuiveren van burgers. Zo bleven bijna 230.000 burgerpersonen binnen de grenzen van de Festung.

    Definitielijst

    Bataillon
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond meestal uit een aantal Kompanien. In theorie bestond een Bataillon uit 500 - 1.000 man.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Afbeeldingen

    Executiebevel voor Dr. Wolfgang Spielhagen, op 28 januari 1945. Ondertekend door Gauleiter Karl Hanke. Bron: Wikimedia Commons.
    Volkssturm-militanten in hun stellingen.
    Duitse voorbereidingen op de strijd in februari 1945. Bron: Youtube.

    Een nieuwe commandant voor de Festung Breslau

    Gauleiter Karl Hanke beëdigde op 2 februari 1945 nieuwgevormde Volkssturm-eenheden in Breslau. Ondertussen was de Festungskommandant Krause geveld door een longontsteking, waardoor er een onmiddellijke vervanging nodig was. Deze vervanging kwam in de vorm van Generalmajor Hans von Ahlfen. Hij was persoonlijk geselecteerd door de opperbevelhebber van Heeresgruppe “Mitte”, Generaloberst Ferdinand Schörner. Zijn eerste officiële mededeling aan zijn troepen was als volgt:

    “Op 3 februari 1945, om 10 voor half 11 ’s morgens, heb ik de taken van de nieuwe commandant van Festung Breslau overgenomen.”

    Von Ahlfen ging gelijk na zijn benoeming aan de slag en kreeg een korpsstaf toegewezen vanwege het groot aantal eenheden onder hem. Zijn eerste order betrof de versterking en reorganisatie van de eenheden gestationeerd in Breslau en de vorming van eenheden die speciaal getraind werden in stadsgevechten. Als direct resultaat van een inspectie werd het type camouflage voor de eenheden aangepast. Ook werden nieuwe fortificaties ten westen van Breslau aangelegd.

    Von Ahlfen verruilde zijn hoofdkwartier van het VIII militaire district voor de ondergrondse bunker in de Liebichshöhe en gaf vandaar uit de opdracht om 40 van de 66 bruggen in en rondom Breslau op te blazen.

    Op 3 februari verving het Festungs-Infanterie-Regiment “Mohr" de verzwakte 269. Volksgrenadier-Division, dat de noordwestelijke verdedigingssector voor zijn rekening had genomen. Tegelijkertijd werd het Festungs-Infanterie-Regiment “Sauer” ten noorden van de linkervleugel van “Mohr” gestationeerd. Festungs-Infanterie-Regiment “Besslein” werd gestationeerd in de sector Weistritz – Breslau Lissa en Festungs-Infanterie-Regiment “Hanf” (ondersteund door Festungs-Infanterie-Regiment “Wehl”) ten zuiden van “Besslein”. De sector Klettensdorf-Herzogshufen-Brockau-Steine werd verdedigd door de infanterieregimenten “Reinkorber”, “Kersten” en “Schultz”

    Terwijl de mobilisatie in volle gang was, begon men in Breslau te werken aan een gepantserde trein. De werkzaamheden vonden eerst in de FAMO-fabriek plaats en later in de DOLMEL-fabriek. De trein werd bewapend met 88mm (vier), 37mm (één) en vierloops 20mm (één) Flakgeschut en twee zware machinegeweren. De bemanning bestond uit 108 soldaten en civiele spoorarbeiders. De pantsertrein werd tot “Porsel” omgedoopt, naar de opzichter van de bouw ervan.

    Definitielijst

    Gauleiter
    Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Afbeeldingen

    Hans von Ahlfen

    De omsingeling

    De Sovjet-legers die aangewezen werden om Breslau te omsingelen en uiteindelijk te veroveren waren het 6e Leger (onder generaal Vladimir Gluzdovsky), het 5e Gardeleger (onder generaal Aleksei Zhadov) en het 21e Leger (onder luitenant-generaal Konstantin Gusev). Deze aanvalsgroep werd ondersteund door twee jagerkorpsen, één bommenwerperkorps en één aanvalskorps van het 2e Luchtleger van luitenant-generaal Stepan Krasovsky.

    Het 6e Leger kreeg de opdracht om Breslau, met ondersteuning van het 7e Gemechaniseerde Gardekorps, vanuit het oosten aan te vallen. Het 5e Gardeleger vanuit het zuidoosten. Het doelwit voor beide legers was Schweidnitz (Swidnica), 50 kilometer ten zuidwesten van Breslau.

    Tegenover het Sovjet 6e Leger lagen de 17.Infanterie-Division, ondersteund door Volkssturm bataljons en elementen van het CVII Panzerkorps. Tegenover het Sovjet 5e Gardeleger lagen de 269.Volksgrenadier-Division, Kampfgruppe "Asteimann" en aanvalsgroepen gevormd uit militaire studenten. Zij hadden de beschikking over een aantal tanks en tankjagers. De 17.Armee, die verantwoordelijk was voor de verdediging van Breslau, hield de 208.Infanterie-Division en de 311.Sturmbrigade in de reserve. De 17.Armee kon ook rekenen op steun van de Luftwaffe, dat de beschikking had over betere vliegvelden dan de luchtmacht van het Rode Leger.

    Eind januari veroverde het Sovjet 73e Legerkorps het bruggenhoofd over de Oder bij het dorpje Pissarzowitz (Pisarzowice) en het Sovjet 48e Legerkorps stak de bevroren Oder over ten zuidwesten van Breslau op 12 kilometer afstand van de stad. Daarnaast veroverde en versterkte het 1e Oekraïense Front het Steinau-bruggenhoofd, ten noorden van Breslau.

    In de nacht van 3 op 4 februari namen eenheden van het Sovjet 6e Leger posities in op het bruggenhoofd nabij Maltsch an der Oder (Malczyce). Niet veel later begon het weer te verslechteren in het voordeel van de Duitsers. In de nacht van 4 op 5 februari lanceerde Kampfgruppe "Sachsenheimer" een aanval op Dyhernfurth (Brzeg Dolny). Hier was sinds 1939 een productiefabriek van het chemische concern "I.G.Farben" gevestigd, waar sinds 1942 Tabun- en Sarin-strijdgas werd ontwikkeld. De aanval was opgesplitst in twee groepen, waarvan één groep stormboten inzette. Toen de Sovjets de Duitsers in de gaten kregen werd van hun kant een chaotische tegenaanval gelanceerd, die afgeslagen werd door de Duitsers. Terwijl, de infanterie de Sovjets op afstand hield, vernietigden Duitse sappeurs belangrijke fabrieksonderdelen en dumpten zij bovendien de voorraad zenuwgas in de Oder. De aanval werd een succes voor de Duitsers, en de commandant van deze aanvalsgroep, Generalmajor Max Sachsenheimer, werd onderscheiden met het Ritterkreuz mit Eichenlaub und Schwertern (Ridderkruis met eikenloof en zwaarden).

    Op 4 februari vielen het Sovjet 5e Gardeleger en het 21e Leger vanuit de bruggenhoofden Linden (Lipski) en Wünschendorf (Radogoszcz) aan en bereikten op 50 kilometer ten zuidoosten van Breslau de stad Brieg (Brzeg), waar zij een Duits garnizoen van 3.000 soldaten omsingelden. Dat weigerde echter te capituleren en lanceerde de volgende dag een tegenaanval. Diezelfde dag ontmoette het Sovjet 31e Gemechaniseerde Korps het Sovjet 5e Leger elkaar bij Grottkau (Grodkow), 20 kilometer ten zuiden van Brieg. Op 6 februari vond opnieuw een Duitse tegenaanval plaats, deze aanvalsgroep bestaande uit de 45.Volksgrenadier-Division en 8.Panzer-Division rukte op richting Alt Grottkau (Stary Grodkow). Tijdens de daaropvolgende gevechten wisselde dit dorpje meerdere keer van bezetter en werd het uiteindelijk door het Rode Leger veroverd.

    Het Duitse leger lanceerde op 7 februari met gemechaniseerde troepen een grootschalige tegenaanval op het bruggenhoofd van Maltsch, waar het Sovjet 6e Leger haar troepen had geconcentreerd voor de aanval op Breslau. Deze aanval werd tot twee keer toe afgeslagen door de Sovjets, maar de derde Duitse aanval kwam gevaarlijk dicht bij Maltsch. Uiteindelijk stabiliseerde een goed georganiseerde Sovjet-tegenaanval met tanks de situatie.

    Op 8 februari naderde het Sovjet 74e Legerkorps Breslau op 8 tot 10 kilometer afstand. De volgende dag rukte het Sovjet 7e Gemechaniseerde Korps langs de snelweg Breslau-Berlijn op en begon Breslau vanuit het zuiden te omsingelen. Deze opmars werd tijdelijk stopgezet door tegenaanvallen van een Duitse aanvalsgroep bestaande uit de 19.Panzer-Division, de 20.Panzer-Division en een aantal reservebataljons. Tijdens deze Duitse tegenaanval werden de Sovjet 57e en 25e Gemechaniseerde Brigades van het Sovjet 7e Gemechaniseerde Korps afgesneden. Uiteindelijk stabiliseerden Sovjet reserve-eenheden de situatie.

    Op 10 februari naderde Sovjettroepen Breslau en raakten slaags met het onafhankelijke vestinginfanterieregiment "Mohr" in de woonwijk Sakrau (Zakrzow) in het stadsdeel Hundsfeld (Psie Pole). Die dag braken elementen van de Sovjet 295e Jagerdivisie door de Duitse verdedigingslinies en vormden zodoende een bedreiging voor het treinstation van Hundsfeld. Het Duitse infanterieregiment "Mohr" had grote moeite met deze Sovjet-aanvalsgroep, wat de commandant van de Festung deed besluiten om het onafhankelijke vesting-infanterieregiment "Wehl" in te zetten om "Mohr" te ondersteunen. Het Duitse regiment "Wehl" lanceerde op 11 februari een aanval op de Sovjet posities in de sector van "Mohr". De bloedige gevechten die daarop volgden duurden maar liefst vier dagen. Tegelijkertijd vond elders een grote Duitse tegenaanval plaats, uitgevoerd door de 609.Festung-Division, de 269.Volksgrenadier-Division, de 208.Infanterie-Division en 10 Volkssturm bataljons. Beide tegenaanvallen resulteerden in een tijdelijk stopzetten van de Sovjet-opmars

    Het Sovjet 5e Gardeleger en het 6e Leger ontmoetten elkaar bij Gottesberg (Boguszow) op 13 februari. Breslau was nu volledig omcirkeld. Deze situatie bleek echter tijdelijk te zijn, toen twee Sovjet gemechaniseerde korpsen naar het Görlitz-front werden verplaatst. De Duitsers zagen hun kans en sloegen direct toe. De 8., 19. en 20.Panzer-Division vielen vanaf beide kanten van de Zobtenberg (Sleza) aan. De 19.Panzer-Division slaagde er zelfs in om een corridor te openen naar Festung Breslau en deze voor enkele uren te behouden. Hierdoor konden verschillende Duitse fronteenheden uit de stad teruggetrokken worden.

    Op 15 februari trok het Duitse infanterieregiment "Mohr" zich terug achter de Widawarivier. Ook Kampfgruppe "Sachsenheimer" en SS-regiment "Besselein" werden gedwongen tot terugtrekking. Diezelfde dag beval de Festungscommandant Hans von Ahlfen dat alle burgers in Breslau (ongeacht geslacht of leeftijd) de wapens moet oppakken. Ook bracht hij een order naar buiten dat het buitensporig gebruik van benzine tegen moest gaan. In de nacht van 15 op 16 februari vond de eerste bevoorrading vanuit de lucht door de Luftwaffe voor Breslau plaats. Elke nacht zouden tussen 30 en 35 Ju 52/3m of He 111H de stad voorzien van 40 ton aan hulpmiddelen. Tijdens het beleg zou het Rode Leger ongeveer 320 lichte en middelzware luchtafweergeschutsstukken, 150 luchtafweermachinegeweren en 80 zoeklichten rond de Festung positioneren om de Duitsers een luchtblokkade op te leggen. Overdag vonden er luchtgevechten plaats boven de stad.

    Op 16 februari werd de Festung Breslau definitief omsingeld door het 1e Oekraïense Front. Daarnaast vielen Hundsfeld, Sakrau (Gogolin), Pasterwitz (Pasterzyce), Deutsch Lissa (Lesnica), Kanthen en Kraftborn (Siechnice) die dag in handen van het Rode Leger.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Kampfgruppe
    Tijdelijke militaire formatie in het Duitse leger, samengesteld uit verschillende specialismen (pantsereenheden, artillerie, infanterie, anti-tankwapens en soms ook genie) met een speciale opdracht binnen het slagveld. De Kampfgruppen werden meestal genoemd naar de commandant van het verband.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Duitse gemechaniseerde troepen nabij Breslau, 2 februari 1945. Bron: Bundesarchiv.
    Gauleiter Karl Hanke spreekt een nieuw gevormde Volkssturm-bataljon aan in Breslau, februari 1945. Bron: Bundesarchiv.
    Sovje artillerieposities buiten Breslau.

    Het beleg (februari 1945)

    De belegerde Festung Breslau had een troepensterkte van 50,000 manschappen (waarvan 15,000 Volkssturm). De Duitse eenheden waren goed voorbereid, maar misten de ervaring en kampten bovendien met een tekort aan tanks en artillerie. Generaal Vladimi Gluzdovsky (Sovjet 6e Leger) schatte dat er zich ongeveer 65,000 soldaten, 559 artilleriestukken, 534 mortieren, 37 tanks/tankjagers en 9 pantserwagens in de Festung bevonden. Het Sovjet 6e Leger, sterk uitgedund door herplaatsingen en verliezen, had slechts de beschikking over maximaal 48,000 soldaten.

    Het Sovjet 6e Leger dat Breslau belegerde gaf op 16 februari Generalmajor Von Ahlfen vierentwintig uur de tijd om de Festung te laten capituleren. Er kwam geen antwoord. De volgende dag werd het Sovjet 6e Leger versterkt met de 294e Jagerdivisie en de 77e Veldfortificatiesectie. Diezelfde dag werd de eerste directe aanval op Breslau, tussen Neukirch (Nowy Kosciol) en Brockau (Brochow), gelanceerd. Zware gevechten vonden plaats op de spoordijk in het stadsdeel Krietern (Krzyki), achter het radiostation-gebouw van Breslau. Deze sector werd verdedigd door het Duitse onafhankelijke infanterieregiment “Wehl”. Het Sovjet 37e Jagerregiment (218e Jagerdivisie) en elementen van de 309e Jagerdivisie kregen de opdracht om het radiostation-gebouw van Breslau te veroveren. De Sovjets lanceerden meerdere aanvallen, maar deze werden elke keer afgeslagen, met het resultaat dat de aanvallers tijdens deze gevechten een T-34/85 tank en een aantal SU-76M gemechaniseerde geschut verloren. Uiteindelijk werd het gebouw veroverd met behulp van een list. Een verkenningscompagnie van de 307e Jagerdivisie, dat het gebouw aanviel, had zich voorgedaan als Duitsers en droegen zelfs Duitse uniformen.

    Ook de spoordijk werd uiteindelijk veroverd door het Rode Leger, waardoor de gevechten zich verplaatsten naar het noorden van de stad, in de regio van het tramdepot. Daar raakten de Sovjets slaags met de 55. en 56. Volkssturm Battalion (onderdeel van Kampfgruppe “Hirsch”). Het tramdepot verwisselde meerdere malen van eigenaar die dag, maar de Duitse verdedigers waren niet bij machte om stand te houden en moesten uiteindelijk het depot als verloren beschouwen.

    Tegelijkertijd dreven Sovjet-eenheden, die vanuit de richting van de stadsdelen Hoinstein (Wojszyce) en Lamsfeld (Jagodno) aanvielen, het “Reinkorber” regiment van de 609.Division naar het stadsdeel Dürrgoy (Tarnogaj). Daarnaast rukten Sovjeteenheden, die vanuit Hoinstein aanvielen, op langs de Heidaner Grenz Weg (ul. Dzialkowa) en de Heidaner Feld Weg (ul. Jableczna). Op 19 februari trokken de Duitsers zich terug uit Brockau. De Sovjets kwamen echter al snel voor een probleem te staan, hoe meer zij in de stad trokken, hoe dichter de behuizing werd en daarmee ook het aantal obstakels en verzetshaarden.

    Op 20 februari was Breslau onderheven aan zware Sovjet luchtbombardementen en artilleriebarrages. In de dagen die daarop volgden werd er verschrikkelijk hard gevochten om de Strasse der SA (ul. Powstancow Slaskich) en zuidelijk gelegen aangrenzende straten. Op 23 februari veroverde de Sovjet 309e Jagerdivisie de kurassiersbarakken.

    De fanatieke Duitse verdedigers gebruikten alles wat ze in handen kregen. Zo ontwikkelden ze zelfs een methode om U-Boottorpedo’s van treinwagons te lanceren. Op 23 februari gaf Von Ahlfen het bevel tot vernietiging van een geheel district in de omgeving van de Kaiser Straße (nu: Grunwald plein) om daar een alternatieve landingsbaan, van 1300 meter lengte en 300 meter breedte, aan te leggen. Duizenden burgers en dwangarbeiders werden voor dit project ingezet, waarvan velen de dood vonden door de voortdurende artilleriebarrages en bombardementen. Dat zoveel mensen omkwamen voor een landingsbaan die nooit gebruikt zou worden, is moeilijk voor te stellen.

    Op 24 februari zond de Luftwaffe een vertegenwoordiger, kolonel Von Friedeburg van de Generale Staf van General Robert von Greim’s Luftflotte 6, naar de stad om de Luftwaffe-operaties voor Breslau te stroomlijnen. Diezelfde dag bereikten Sovjettroepen het hoofdkwartier van het VIIIe militaire district, waarna ze oprukten richting de spoorlijn die door het stadsdeel Groß Mochbern (Muchobor Wielki) liep. Het Duitse infanterieregiment “Wehl” probeerde deze aanval te stoppen, maar slaagde daar niet in en verloor bovendien veel manschappen tijdens de gevechten. Om een Sovjet-doorbraak door de Duitse verdedigingslinie te voorkomen, kreeg dit regiment hulp van een aantal bataljons van het infanterieregiment “Mohr”. Ook “Mohr” kwam voor een benauwde situatie te staan, toen het bijna meteen na aankomst gebombardeerd werd door Pe-2 bommenwerpers en op de korrel werd genomen door zware artillerie en rakettenwerpers.

    De verliezen aan de kant van de Sovjets begonnen langzamerhand zorgelijke vormen aan te nemen. De Duitse verdedigers zaten goed verborgen en waren zelfs verschanst in ondergrondse tunnels en het rioolsysteem. In gebouwen, die de Sovjets dachten veroverd te hebben, bleken vaak nog Duitse verdedigers te zijn, die vanuit hun benauwde situatie het gebouw probeerden te heroveren. Wanneer bleek dat een gebouw niet te behouden was, werd het doorgaans opgeblazen met explosieven die in de kelder opgeslagen waren. Ook menselijke tankjagers, bewapend met Panzerfausten en Panzerschrecks, schakelden veel Sovjettanks en andere pantserwagens uit in de eerste dagen van het beleg.

    De Sovjets waren echter in staat om zich snel aan te passen aan deze situatie, en vervingen hun tanks door sappeurs, die barricades en steunpunten opbliezen. Daarnaast vormde het Sovjet 6e Leger speciale aanvalseenheden. Deze speciale aanvalseenheden bestonden uit een infanteriebataljon, ondersteund door twee tanks of gemechaniseerd geschut, twee zware artilleriestukken (152mm of 203mm), een lichte artilleriebatterij, een sappeureenheid en een vlammenwerper-peloton.

    Ook de Duitsers verloren veel manschappen in de harde gevechten om Breslau. In de eerste week van het beleg sneuvelden 500 soldaten van het Duitse infanterieregiment “Wehl”. Daarnaast werden in diezelfde week nog eens 5000 soldaten van dit regiment gevangengenomen. Het “Reinkorber” regiment moest zich uit enkele straten terugtrekken als gevolg van grote verliezen. Ook het “Mohr” regiment moest een halve straat opgeven op 26 februari. Op 27 februari passeerden Sovjet-soldaten de Hindenburg-Platz (Plac Powstañców Œl¹skich), wat de generale staf van de Festung deed besluiten om alle burgers uit Goethe Strasse en straten ten zuiden van het Hauptbahnhof te evacueren.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Kampfgruppe
    Tijdelijke militaire formatie in het Duitse leger, samengesteld uit verschillende specialismen (pantsereenheden, artillerie, infanterie, anti-tankwapens en soms ook genie) met een speciale opdracht binnen het slagveld. De Kampfgruppen werden meestal genoemd naar de commandant van het verband.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Straatgevechen in Breslau, februari 1945.
    Duitse troepen in wintercamouflage. Breslau, februari 1945.
    Een Sovjet luchtafweerploeg in de ruïnes van Breslau, februari 1945.

    Het beleg (maart 1945)

    Op 1 maart werden de Duitsers in Dürrgoy, na een mislukte tegenaanval, naar de omgeving van de Gutenberg Straße teruggedrongen. Later die dag lanceerde het XXXIX. en het LVII. Panzerkorps van de 4.Panzerarmee een serie van tegenaanvallen in de richting van Striegau (Strzegom) en Lauban (Luban,ten oosten van Breslau) om de spoorlijn Breslau-Berlin vrij te maken. Ondertussen was het 3e bataljon van de Fallschirmjäger-Regiment 26 in Breslau geland. Op 2 maart werd Lauban door de 4.Panzerarmee heroverd en bracht het grote verliezen toe aan het compleet verraste Sovjet 3e Gardetankleger. Door deze aanval kwam er weer een verbinding tussen Zuid-Duitsland en Opper-Silezië (Oberschlesien) en de Ostrau-Karwin mijnregio in Moravië (Oost-Tsjechië) tot stand. Het voornaamste doel van de 4.Panzerarmee was echter om vandaaruit een andere tegenaanval te lanceren, die het beleg van Breslau moest doorbreken. Het snelle optreden van het Rode Leger stak hier echter een stokje voor, en deze plannen werden nooit uitgevoerd. Tussen 3 en 6 maart landde het 2e bataljon van de Fallschirmjäger-Regiment z.b.V. “Schacht” in Breslau.

    Het feit dat het Sovjet 6e Leger diep in het zuidelijke gedeelte van Breslau was gedrongen, werd bij de generale staf van Armeegruppe “Mitte” opgevat als dramatisch. Generalfeldmarschall Ferdinand Schörner, de opperbevelhebber van Heeresgruppe A en bijgenaamd “blutige Ferdinand”, besloot dat Festung Breslau een krachtiger commandant, die agressiever en effectiever reageerde op de Sovjet acties, nodig had. Daarnaast was Schörner ervan overtuigd dat Generalmajor Hans von Ahlfsen te onderdanig was aan Gauleiter Hanke, en dat hij dus een meer onafhankelijke commandant nodig had, die bovendien meer toegewijd aan hem was. Met dit gegeven in zijn achterhoofd, benoemde Schörner General der Infanterie Hermann Niehoff tot de opvolger van Von Ahlfsen als commandant van Festung Breslau. Op 6 maart landde Niehoff op het vliegveld van Gandau (Gadow) en arriveerde onaangekondigd in het Festung-hoofdkwartier, onder de Liebichshöhe. De verraste Von Ahlfsen droeg het bevel over aan zijn opvolger en schetste voor hem de situatie aan het Breslaufront. Op 8 maart bracht Niehoff officieel naar buiten dat hij de nieuwe aangestelde commandant van Festung Breslau was. Twee dagen later verliet Von Ahlfen Breslau per vliegtuig.

    Vanaf het moment dat Niehoff aangesteld werd als commandant van Festung Breslau, was de periode van snelle terreinwinst voor het Rode Leger voorbij. De Duitsers, die met de dag fanatieker werden, dwongen de Sovjets tot bloedige gevechten om elke huis, straat, barricade en bunker. Vlammenwerpers en zware explosieven bleken weinig effect te hebben en andere pogingen om de belangrijkste verdedigingssectoren te veroveren mislukten.

    Begin maart 1945 werd vooral hard gevochten om de straten Bernhardin, Tarnogajska, Herderstraße, ¯elazna, Sudecka en de St. Karol Boromeusz kerk. Deze kerk werd verdedigd door een garnizoen van 40 manschappen, bewapend met twee zware en vier lichte machinegeweren, alsmede Panzerfausten. Elke poging van het 1e bataljon van het Sovjet 957e Jagerregiment om de kerk te veroveren mislukte. Uiteindelijk werd de kerk met haar Duitse garnizoen in de nacht van 12 op 13 maart opgeblazen door Sovjet-sappeurs. Op 7 maart braken er hevige gevechten uit om verschillende begraafplaatsen in het zuiden van de stad en het tramdepot aan de Steinstraße. Dit tramdepot verwisselde meerdere keren van eigenaar en werd uiteindelijk door het Rode Leger veroverd, die de Duitse verdedigers naar de Steinstraße terugdreven. Die straat werd verdedigd door elementen van het “Kersten” regiment, die als belangrijkste weerstandspunt een betonnen schoolgebouw hadden. Sovjet-soldaten braken uiteindelijk die school binnen met behulp van vlammenwerpers en bittere gevechten om ieder schoollokaal volgden.

    Op 19 maart bereikte het Sovjet 22e Jagerkorps een aantal straten en kruispunten, terwijl het Sovjet 74e Jagerkorps met behulp van de 359e Jagerdivisie het stadsdeel Gräbchen (Grabiszynek) veroverde. Het Sovjet 74e Jagerkorps maakte contact met de linkervleugel van het Sovjet 22e Jagerkorps en veroverde het stadsdeel Herrnprotsch (Pracze Odrzanskie) met de eenheden van de Sovjet 181e Jagerdivisie. Ten noorden van Breslau veroverde de Sovjet 294e Jagerdivisie de dorpen Weide (Widawa), Leipe Petersdorf (Lipa Piotrowska) en Polanowitz (Polanowice).

    Midden maart lanceerde de Duitse verdedigers een tegenoffensief om Sovjet-eenheden te isoleren in het stadsdeel Mochbern (Muchobor) en door te breken naar de Zobtenberg (de Sleza). Dit offensief werd vanaf 20 maart ondersteund door de Duitse pantsertrein “Pörsel”, die zich op het traject Schmiedefeld – Mochbern verplaatste. Diezelfde pantsertrein ondersteunde ook Duitse eenheden tijdens gevechten om het vliegveld bij Gandau. Volgens Duitse bronnen zou de trein na tien dagen van gevechten, tien Sovjettanks en drie vliegtuigen uitgeschakeld hebben. “Pörsel” werd uiteindelijk op 1 april uitgeschakeld door zwaar Sovjet artillerievuur. Het onderstel was zwaar beschadigd en ongeveer 30% van de bemanning was omgekomen. Het wrak werd uit de strijd gehaald voor reparatie en om de verliezen aan te vullen. Na reparatie werd de pantsertrein op het traject Karlowitz-Rosenthal ingezet.

    Op 25 maart viel de Sovjet 218e Jagerdivisie met ondersteuning van pantserwagens en artillerie de “Junker” fabriek (gelegen tussen de Gräbchener Straße en de spoorlijn naar Königszelt/Jaworzyna Slaska) aan. Na vier dagen van zware strijd werd de fabriek op de Duitsers veroverd. Op 29 maart arriveerde het Poolse 2e Leger in Trebnitz (Trzebnica), ongeveer 20 kilometer ten noorden van Breslau, ter voorbereiding van deelname aan de strijd om Festung Breslau. Op 31 maart werden de stadsdelen Maria-Höfchen (Nowy Dwor) en Schmiedefeld (Kuzniki) veroverd door het Rode Leger en werden de Duitse verdedigers uit Groß Masselwitz (Maslice Wielkie) gejaagd, waardoor het vliegveld Gandau in gevaar kwam.

    Definitielijst

    Armeegruppe
    Bestond meestal uit twee of drie aangrenzende Armeen, mogelijk een Duitse en een Geallieerde. 1 Armee-hoofdkwartier (meestal de Duitse) werd tijdelijk de bevelhebbende van de andere Armeen. Een Armeegruppe was altijd ondergeschikt aan een Heeresgruppe. Later in de oorlog varieerde de grootte van een Armeegruppe of een Panzergruppe veel meer. Een Armeegruppe kon vanaf 1943 de grootte van een Armee of zelfs maar van een Korps hebben.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Fallschirmjäger
    Duitse parachutisten van de Luftwaffe.
    Gauleiter
    Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    General der Infanterie Hermann Niehoff. Bron: Wikimedia Common.
    Uitgeschakelde Sovjet zware IS-2 tank in Breslau, maart 1945.

    Het beleg (apriloffensief en Duitse capitulatie)

    Voor het geplande Sovjet-apriloffensief werd het verzwakte Sovjet 6e Leger versterkt met de 112e Jagerdivisie, het 87e Onafhankelijke Garde Zware Tankregiment en het 349e Onafhankelijke Garde Zware Gemechaniseerde Geschut-Artillerieregiment. Het vliegveld van Gandau, dat in de lijn van de aanval lag, werd verdedigd door de Kampfgruppe “Tilgner” en het zelfstandige infanterieregiment “Mohr”, die zich verschanst hadden in haastig gecreëerde verdedigingsposities ten westen van het vliegveld. In de omgeving van het vliegveld zelf waren twee Fallschirmjäger-bataljons (Kampfgruppe “Trotz” en “Skau”), bewapend met een batterij 88mm FLAK en 20mm boordgeschut afkomstig uit beschadigde vliegtuigen. Ook was hier de Duitse 3e Tankjagercompagnie en Kampfgruppe “Wolf” gepositioneerd.

    Op 1 april barstte het tweede offensief tegen Breslau los. Dit offensief werd voorafgegaan door luchtbombardementen op de buitenste verdedigingslinies en het stadscentrum. Daarnaast vond er een artilleriebarrage van 90 minuten lang plaats. Na deze artilleriebarrage vielen Sovjet-infanterie, ondersteund door tankjagers en zware tanks de westelijke verdedigingssector aan. De Sovjet 359e Jagerdivisie en de 294e Jagerdivisie overrompelden de Duitse verdedigers op de spoordijk en in de middag waren ze diep in Gandau en het vliegveld gedrongen. In het zuiden lanceerde het Rode Leger een aanval in de omgeving van de Joodse begraafplaats Kozanow en West Park, waarbij een groot deel van het “Mohr” regiment afgesneden werd van de hoofdmacht. Deze afgesneden soldaten verschansten zich, samen met hun commandant en restanten van Kampfgruppe “Wolf” in het Instituut voor de Blinden. De gevechten om het complex duurden drie dagen, voordat de laatste Duitse verdedigers zich overgaven. Het overgebleven deel van het “Mohr” regiment trok zich terug aan de andere kant van de Oder, bij het dorpje Ransern (Redzin). Tegelijkertijd drong het Sovjet 74e Korps door de Duitse verdedigingslinie, waarna de Sovjet 181e en 112e Jagerdivisie betrokken waren bij zware gevechten om de gebouwen van de Linke-Hofmann Werke en de FAMO- fabriek.

    De doorbraak in de westelijke sector was dramatisch voor de Duitsers. Niet alleen waren zij 3 kilometer teruggedrongen, ook het vliegveld was verloren gegaan, waardoor de gewonden niet meer geëvacueerd konden worden en de Luftwaffe-ondersteuning zwaar gehinderd werd. De Duitse piloten konden nu niets anders dan op goed geluk goederen in de nacht droppen, met het gevaar dat het in Sovjethanden terecht kwam.

    Op 4 april kreeg het Poolse 2e Leger bevel om deel te nemen aan het Berlijnoffensief, waardoor het Sovjet 6e Leger alsnog als enige voor de opgave stond om Festung Breslau te veroveren. In deze periode begonnen de Duitsers zich te reorganiseren en versterkingen werden naar de aangevallen sector gestuurd. De terreinwinst voor het Rode Leger bleek uiteindelijk ook voordelig voor de verdedigers, omdat de dichte behuizing de mogelijkheid bood voor hinderlagen en ook werden Sovjettanks en gemechaniseerd geschut daardoor gehinderd. Zware gevechten vonden vooral plaats om het Debowy-park, dat pas op 12 april werd veroverd.

    In de nacht van 5 op 6 april evalueerde de commandant van Festung Breslau, Hermann Niehoff, de frontsituatie. Zo melde hij onder andere aan opperbevelhebber Ferdinand Schörner dat de Volkssturm zich in staat van paniek bevond en de burgers wanhopig waren. Schörner, op zijn beurt, stuurde Niehoff’s bericht door naar Adolf Hitler. Na het lezen van dit rapport beval Hitler dat de Festung alsnog tot de laatste man stand moest houden. Wel intensiveerde hij de luchtbevoorrading voor de Festung.

    Na de verovering van het Debowy-park, op 12 april, dreven de Sovjets de Duitsers terug achter de spoorlijn en raakten zij slaags met elementen van het Duitse infanterieregiment “Mohr”. Deze Duitse eenheden slaagden erin om de Sovjetaanval tijdelijk te stoppen. Op 15 april werd de Sovjet 135e Jagerdivisie in de strijd geworpen. Na drie dagen van strijd veroverde deze divisie dertien huizenblokken en de 25 meter hoge schuilbunker aan de Striegauer Platz (Plac Strzegomski). Deze bunker huisvestte het IIB Hospital en werd verdedigd door een groep fanatieke Waffen-SS soldaten bewapend met zware machinegeweren, granaten en Panzerfausten. De Sovjets lanceerden meerdere bloedige aanvallen tegen de bunker en veroverden die uiteindelijk na het inzetten van zwaar geschut.

    Op 18 april nam het Rode leger positie aan de Posener Straße (ul. Poznanska). Op 15 april vond er een grootschalige Duitse hergroepering plaats en het Duitse infanterieregiment “Besslein” en de 509.Division werden naar de westelijke sector gehaald. Deze troepenverplaatsing zorgde uiteindelijk voor een stabilisatie aan het front. Het Sovjet 6e Leger staakte haar offensief eind april en nam verdedigingsposities in. De eenheden van dit leger waren te uitgedund en de soldaten te vermoeid om nog verder te kunnen. Daarnaast vocht het 1e Oekraïense Front al in de straten van Berlijn en was het een kwestie van tijd voordat het Duitse leger zou capituleren. De laatste dagen van het beleg werden gekarakteriseerd door artilleriebeschietingen en een propaganda ’offensief’ met pamfletten en luidsprekers. In deze periode begon de oorlogsmoeheid in te treden onder de bevolking van Breslau. Meer en meer verschenen er witte vlaggen. Dit ging gepaard met dagelijkse executies door SS-Sonderkommandos.

    Op 4 mei probeerden vertegenwoordigers van de gereformeerde en rooms-katholieke kerk in Breslau Hermann Niehoff te overtuigen dat verder verzet zinloos was en dat het beste was om te capituleren. De commandant van Festung Breslau wilde hier (nog) niets van horen. Op 5 mei vluchtte Karl Hanke, die op 29 april tot Reichsführer-SS was benoemd door Hitler, uit Breslau en nam een vliegtuig naar Praag. Hij zou een paar maanden later een gewelddadige dood sterven; hij is waarschijnlijk bij een vluchtpoging uit een krijgsgevangenentransport door Tsjechische bewakers doodgeschoten.

    In de nacht van 5 op 6 mei slaagde een Duitse antifascistische sabotage-eenheid, genaamd ‘Comité Vrij Duitsland’, onder leiding van Leutnant Horst Viedt, erin om door de frontlinie te glippen. Deze geheime operatie eindigde in een fiasco en met de dood van 10 saboteurs, waaronder de commandant.

    In de vroege ochtend van 6 mei liet Niehoff aan het Sovjet 6e Leger weten te willen onderhandelen over een mogelijke capitulatie. De vertegenwoordigers van beide partijen ontmoetten elkaar op de kruising tussen Straße der SA (Powstancow Slaskich) en de Viktoria Straße (ul. Lwowska ). De vertegenwoordigers van de Festung waren Hauptmann Von Bruck en Oberst Tiesler (plaatsvervangend commandant). De Sovjet-vertegenwoordigers waren majoor Omar Yakhaev en kolonel V. Chichin van het 22e Korps. In de namiddag arriveerden Sovjet-officieren bij het hoofdkwartier van Niehoff. Op hun verzoek trokken Niehoff en zijn staf de frontlinie over en arriveerden bij villa “Colonia”, het hoofdkwartier van het Sovjet 22e Korps, aan de Kaiser Friedrich Straße 14 (ul. Rapackiego). Daar tekende de commandant van Festung Breslau om twintig over zes de capitulatie van zijn troepen. Om 9 uur ’s avonds arriveerden de eerste Sovjeteenheden in het centrum van Breslau. De slag om Breslau was voorbij.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Fallschirmjäger
    Duitse parachutisten van de Luftwaffe.
    FLAK
    Flieger/ Flugzeug Abwehr Kanone. Duits luchtafweergeschut.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Kampfgruppe
    Tijdelijke militaire formatie in het Duitse leger, samengesteld uit verschillende specialismen (pantsereenheden, artillerie, infanterie, anti-tankwapens en soms ook genie) met een speciale opdracht binnen het slagveld. De Kampfgruppen werden meestal genoemd naar de commandant van het verband.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Een Duitse delegatie onderweg om te onderhandellen met het Rode Leger, 6 mei 1945. Bron: Wikimedia Commons.
    Vila "Colonia". Bron: Wikimedia Commons.
    Overgave-voorwaarden van het Rode Leger aan het garnizoen van Breslau, 6 mei 1945. Bron: Wikimedia Commons.

    Nabeschouwing

    Op 7 mei werden de in Breslau krijgsgevangen gemaakte Duitsers naar een kamp bij Hundsfeld gebracht. Moskou vierde de capitulatie van Breslau met een saluut van 224 kanonnen. De officiële melding van de Sovjet opperbevel luidde als volgt:

    “Breslau is ingenomen. Op 7 mei, na een lang beleg, hebben de eenheden van het 1e Oekraïnsche Front de volledige controle over de stad en de vesting. Het Duitse garnizoen, dat de stad verdedigde, heeft samen met hun commandant, Infanterie-generaal Niehoff en zijn staf het verzet opgegeven, hun wapens neergelegd en gecapituleerd.”

    De generale staf van de 17.Armee zond het volgende radiobericht naar de Festung:

    “Het is met gevoelens van trots en verdriet dat de banieren van Duitsland naar beneden worden gehaald als eerbetoon aan de standvastigheid van het garnizoen en de zelfopoffering van de bevolking van Breslau.”

    Direct na de capitulatie was er niet veel meer over van het eens zo trotse Breslau. Van de 30.000 gebouwen waren er 21.600 verwoest of (zwaar) beschadigd. Ongeveer 60 % van de industrie en 80% van het tramnetwerk en gasvoorziening was vernietigd. Op de dag van de capitulatie was het gebied bedekt met 18 miljoen ton puin.

    Volgens schatting van de Britse historicus Norman Davies kwamen 170.000 Duitse burgers om het leven. Andere schattingen spreken van 20.000 burgerdoden. De Duitse verliezen bedroegen ongeveer 6.000 gesneuvelden en 23,000 gewonden. Daarnaast werden 45.000 Duitsers krijgsgevangen gemaakt. De ‘Luftflotte 6’ verloor 147 vliegtuigen en 61 raakten beschadigd, tussen 15 februari en 25 april 1945. Voor de al verzwakte Luftwaffe was dit een gigantisch verlies. SA-Obergruppenführer Otto Herzog, commandant van de Volkssturm-eenheden in Breslau, pleegde op 6 mei 1945 zelfmoord.

    Volgens Sovjetbronnen zouden de gemechaniseerde geschuts- en tankeenheden van het Sovjet 6e Leger verantwoordelijk zijn voor de uitschakeling van:

    Tanks: 2
    Artilleriestukken van verschillende kalibers: 36
    Mortieren: 22
    Zware machinegeweren 82
    Handwapens 210
    Mitrailleursnesten en bunkers 7
    Soldaten en officieren 3.750
    Veroverd:
    Artilleriestukken: 3
    Mortieren: 6
    Zware machinegeweren: 5
    Motorfietsen: 3
    Fietsen: 52
    Gevangenen: 123

    Hoeveel manschappen het Rode Leger in de strijd om Breslau precies verloren heeft, is op de dag van vandaag niet met zekerheid vast te stellen. Kort na de capitulatie werd er ten zuiden van Breslau een tijdelijke begraafplaats aangelegd voor 6.000 Sovjet-gesneuvelden, maar dit was niet de enige tijdelijke begraafplaats in de omgeving van de stad. Het volgende schema geeft een overzicht van de onherstelbare verliezen van de gemechaniseerde geschuts- en tankeenheden van het Sovjet 6e Leger tijdens het beleg van Breslau:

    T-34IS-2SU-122SU-152 Personeel
    Uitgebrand: 6531-
    Voltreffer: -7-3-
    Mijnen: 4-2--
    Totaal: 101254154

    Naar schatting van Norman Davies sneuvelden in totaal 13.000 Sovjet soldaten en 760 officieren tijdens gevechten om de Festung. Uiteindelijk zouden de Sovjetgevallenen op twee permanente oorlogsbegraafplaatsen in de stad komen te rusten.

    Breslau werd na de oorlog bij Polen ingelijfd en hernoemd tot “Wroclaw”. Het merendeel van de Duitse bevolking werd uit de stad verjaagd of was toen al naar het westen gevlucht.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Gesneuvelde Duitse soldaten in Breslau. Bron: Wikimedia Commons.

    Slagorde Garnizoen van Festung Breslau op 1 februari 1945

    Garnizoen Festung Breslau
    Commandant: Generalmajor der Artillerie Johannes Krause
    - SS-Festungs-Grenadier-Regiment "Besslein" Obersturmbannführer Georg-Robert Besslein
    - Festungs-Grenadier-Regiment "Hanf" Rittmeister Karl Hanf
    - Festungs-Grenadier-Regiment "Mohr" Major Walter-Peter Mohr
    - Festungs-Grenadier-Regiment "Sauer" Oberst Hermann Sauer
    - Festungs-Grenadier-Regiment "Wehl" Oberst Wolfgang Wehl
    - 609.Division zBv "Sachsenheimer" General Siegfried Ruff
    - Artillerie-Regiment "Breslau" Oberst Urbatis
    - Pionier-Regiment "Breslau"Major Hameister
    - Nachrichten-Regiment "Breslau"Oberleutnant Wittenberg
    - Panzerjäger Abteilung "Breslau" Oberleutnant Retter
    - 38 Volkssturm-bataljonsSA-Obergruppenführer Otto Herzog

    Definitielijst

    Abteilung
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond uit een aantal Kompanien. De Abteilung was de kleinste eenheid die individueel kon opereren en zichzelf kon handhaven. In theorie bestond een Abteilung uit 500 - 1.000 man.
    Artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Afbeeldingen

    Duitse 8,8 cm Flak positie in Breslau, februari 1945.

    Het slagveld tegenwoordig

    Wie het voormalige Breslau wil bezoeken komt zeker niet met lege handen thuis. De twee Sovjet-oorlogsbegraafplaatsen zijn zeker de moeite waard om te bezoeken. De eerste bevindt zich aan de ul. Karkonoska en bevat de individuele en gemeenschappelijke graven van 760 Sovjet officieren, waarvan 6 Helden van de Sovjet-Unie. De tweede oorlogsbegraafplaats is aan de ul. Dzialkowa gelegen. Hier rusten maar liefst 7.500 Sovjet soldaten in massagraven. De Duitse gevallenen zijn begraven op een grote oorlogsbegraafplaats ten oosten van Wroclaw, in het dorpje Nadolice Wielkie (het vroegere Groß-Nädlitz).

    De villa "Colonia", waar op 6 mei 1945 de Duitse capitulatie werd getekend, staat er nog. Daarnaast zijn er op verschillende plekken in en buiten de stad nog (schuil)bunkers en gevechtsposities te bezichtigen. Veel van de originele Duitse gebouwen die na de gevechten overeind zijn gebleven dragen bovendien nog duidelijk sporen van de strijd. Een enkele zelfs met Sovjet graffiti.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Sovjet oorlogsbegraafplaats in Wroclaw. Bron: Wikimedia Commons.
    Kogelinslagen in een gebouw aan de Aleja Gen.Józefa Hallera. Bron: Kaj Metz.

    Gerelateerde bezienswaardigheden