Inleiding

De T-34 is een middelzware Sovjettank uit de Tweede Wereldoorlog. Waarschijnlijk is het één van de meest bekende tanks uit de oorlog, samen met de Amerikaanse M4 Sherman en de Duitse zware 'Tiger'. Zoals de M4 het ‘werkpaard’ van de Verenigde Staten was en de Panzerkampfwagen IV de standaardtank van Hitler-Duitsland, zo was de T-34 de belangrijkste tank van de Sovjet-Unie. De T-34 was een tank die grote mobiliteit, vuurkracht en sterke bepantsering combineerde. De tank wordt ook wel omschreven als een ‘universele tank’ omdat het voertuig voor verschillende doelen ingezet werd. De tank heeft een iconische status omdat het voertuig een grote bijdrage leverde aan de Sovjetoverwinning op Hitler-Duitsland. Twee 'basismodellen' van de T-34 werden geproduceerd: de T-34-76 en de T-34-85. Eerstgenoemd model had een 76.2mm kanon, het tweede model een 85mm kanon.

Het ontwerp van de T-34 inspireerde een hele generatie naoorlogse Sovjet-tankmodellen zoals de T54/T55. De T-34 was tevens de eerste in grote aantallen geproduceerde tank die aan alle kanten schuine bepantsering had (enkele Franse tanks met gedeeltelijk schuin pantser bestonden al). In 1940 was de T-34 een van de beste, zo niet de beste middelzware tank ter wereld. Het is tevens de meest geproduceerde tank van de Tweede Wereldoorlog: tienduizenden T-34 tanks werden gebouwd. De T-34 werd op nagenoeg alle slagvelden van de Tweede Wereldoorlog ingezet en diende na de overwinning op Hitler-Duitsland tot ver in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Zelfs tot in de jaren negentig werd de T-34 (T-34-85) door sommige landen gebruikt. In 1996 hadden zevenentwintig landen de T-34 nog in dienst. De T-34 tank werd onder andere gebouwd in de Sovjetfabriek KhPZ N.183 (voertuigfabriek nr. 183) en in de Tractorfabriek Stalingrad (STZ). De tank werd ontworpen door KMDB in Oekraïne (Ontwerpbureau Morozov) en aanvankelijk in de Kharkov locomotieffabriek geproduceerd. Later werd de tank in ‘Tankograd’ ('Танкоград', ‘tankstad) te Chelyabinsk gefabriceerd. Pas twee jaar na operatie ‘Barbarossa’ (de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941) kwamen Duitse troepen met hun eigen middelzware tankmodel dat kwalitatief beter was dan T-34. Duitse ingenieurs ontwikkelden toen de uitstekende ‘Panther’ tank.

Enkele Duitse hoge officieren omschreven de T-34 als volgt: ‘Zeer verontrustend’ (pantsergeneraal Heinz Guderian), ‘De beste tank ter wereld’ (veldmaarschalk Ewald von Kleist), ‘We hadden niets vergelijkbaars’ (generaal-majoor Friedrich Wilhelm von Mellenthin). Duitse soldaten omschreven de T-34 als een snelle, goed gepantserde en bewapende tank.

Definitielijst

kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

T-34-76-tank in Kharkov. Bron: Publiek domein.
T-34-85 in Berlijn bij de Brandenburger Tor. Bron: Publiek domein.

Ontwerp

De ontwikkeling en productie van de T-34 tank werd mogelijk gemaakt door de industrialisatie van de Sovjet-Unie onder leiding van Joseph V. Stalin (Jozef Stalin) in de jaren dertig. De Sovjet-tankontwikkeling maakte een grote evolutie door tijdens het interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen. Sovjet-ingenieurs hadden al vóór de ontwikkeling van de T-34 een prototype tank ontwikkeld na gevechtservaringen die waren opgedaan tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Het idee van een schuin pantser kwam na de Spaanse Burgeroorlog namelijk op. De ontwikkelde ‘BT-IS’ en de ‘T-46-5 (T-11)’ prototypes waren de eerste twee tanks die schuine staalbepantsering hadden. Mobiliteit, vuurkracht en bepantsering waren drie factoren die de tankontwikkeling voortaan bepaalden. De BT-IS en de T-46-5 (T-11) leverden de ervaring op voor de ‘A-20’ prototype tank die op zijn beurt de aanzet gaf tot de ontwikkeling van de T-34 tank.

De T-34 zou bewapend worden met een 7,6 cm (76.2mm) kanon. Het pantser moest ervoor zorgen dat een afgevuurde 37mm granaat vanaf 1000 meter afketste. Net als de BT snelle tank moest de nieuwe middelzware tank grote snelheden kunnen bereiken. Omdat de Sovjet-Unie het revolutionaire Christie aandrijfsysteem (van ingenieur Walter Christie) gekocht had in de Verenigde Staten, kon een snel voertuig ontwikkeld worden. Eerst werd het prototype ‘A-20’ ontwikkeld dat in mei 1938 aan ‘SNAKE’ (het Volkscommissariaat van Defensie) gepresenteerd werd. Deze tank kon zowel op wielen als op rupsbanden rijden en had vier grote wielen aan elke kant. De A20 was tevens uitgerust met een 45mm kanon en 20mm staalbeplating. De tank combineerde de snelheid en de vuurkracht van de BT tank met zwaardere bepantsering. Omdat de bepantsering van dit prototype niet goed genoeg was, werd een tweede prototype ontwikkeld. Deze versie heette ‘A-30’. Naast deze tank werd de ‘A-32’ (later ‘T-32’ genoemd) ontwikkeld. De A-32 kon niet op wielen zonder rupsbanden rijden, had een groter 76.2mm kanon, woog 19 ton en was gepantserd met 30mm staal. De tank had vijf grote wielen en kon een snelheid van 65 km/u bereiken. In 1938 bemoeiden de Sovjet legerleiding en Stalin zich met de A-20 en A-32. Op 1 september 1939 werden zowel de A-20 als de A-32 samen met de KV zware tank, de T-50 lichte tank en de T-40 amfibietank tentoongesteld tijdens een parade voor het Sovjet militair comité. Besloten werd om de A-32 dikkere bepantsering te geven. Zodoende ontstond de T-34.

De naam ‘T-34’ herinnerde aan het in 1934 uitgevaardigde Sovjet staatsbevel voor de uitbreiding van het leger. Anders dan de KV, vernoemd naar generaal ‘Kliment Y. Voroshilov’, werd de T-34 niet vernoemd naar een Sovjetheld. Op 19 december 1939 werd besloten om de geüpgradede T-32 tank – nu de T-34 –in het Rode Leger op te nemen. De eerste twee T-34 prototypes waren klaar in 1940 en werden getest. De testrit was van Kharkov naar Moskou en in Moskou werd de tank gepresenteerd aan het Rode Leger. Op de straatstenen van het Kremlin werd duidelijk dat de tank zeer manoeuvreerbaar was. De chauffeur van het prototype T-34 tank was Koshkin, een Russische ingenieur van het Ontwerpteam Leningrad dat zware tanks ontwierp. Koshkin overleed op 26 september 1940 aan de gevolgen van een longontsteking die hij tijdens de rit met de T-34 prototypes opliep. Ingenieur Morozov nam het T-34 project over. In januari 1940 werd de vuurkracht van de T-34 getest op veroverde Finse bunkers en later werden in Minsk schiettesten gehouden. De tank kwam te laat om ingezet te worden tijdens de Winteroorlog (1939-1940). In juli 1940 werd T-34 productie in gang gezet en in september van datzelfde jaar rolden de eerste T-34 tanks uit de Locomotieffabriek Kharkov. Het ging om 117 stuks. De productie van de T-34 geschiedde onder strikte geheimhouding. Zelfs Duitse geheime diensten wisten volgens veel bronnen niets van het bestaan van de T-34.

Het productieproces van de T-34 leverde aanvankelijk problemen op. De Sovjets waren niet gewend aan de nieuwe technologie van de tank en het uitrusten van de tankeenheden met de T-34 verliep zeer traag. Naarmate de productie vorderde, nam de ervaring bij ingenieurs, arbeiders en tankbemanningen toe. Men raakte vertrouwd met de techniek van de T-34 tank.

De tank had vijf grote loopwielen per kant. Het grote voordeel van de grote wielen van de T-34 was dat modder en vuil minder snel het aandrijfsysteem konden beschadigen. Omdat geen kleine wielen (toprollers) waren geïnstalleerd en geen gebruik werd gemaakt van elkaar overlappende loopwielen (zoals bij sommige Duitse tanks) werd het gevaar van vastvriezen en blokkeren van de wielen en de rupsbanden grotendeels vermeden. Het tweede en derde wiel stonden relatief ver van elkaar af. De stalen rupsbanden waren 483mm breed en verdeelden het gewicht (ongeveer 26 ton) van de tank evenredig over het grondoppervlak. De rupsbanden oefenden een druk van 0.66 tot 0.75 kg per vierkante centimeter uit. Vergeleken met westerse tanks was dat weinig. De minder brede rupsbanden van westerse tanks oefenden een druk van ongeveer 0.95 tot 1 kg per vierkante centimeter uit. De T-34 had een opbouw die ontworpen was door Nikolai Kucherenko. Die opbouw was voorzien van relatief dikke staalbeplating. Het pantser was een combinatie van gewalst en elektrisch gelast staal. De T-34 had 45mm staal aan de voorkant en 40mm staal aan de achterkant van de romp. Geen enkel ander land ter wereld had een tank met schuine staalbeplating. De schuine bepantsering van T-34 was equivalent aan 60 tot 75mm verticaal staal. Schuine bepantsering maakt het mogelijk dat vijandelijke antitankprojectielen sneller afketsen. In 1940 was de T-34 – op de zware KV na— de sterkst gepantserde tank ter wereld.

De T-34 (T-34-76) had vier bemanningsleden en aanvankelijk een tweemanskoepel. De bemanningsleden hadden een helm (‘Tankovy Shlem’) met oorflappen, koptelefoons en ingebouwde microfoons. De koepel was erg krap en de tank had een laag silhouet met 45mm staalbeplating aan de voorkant, 45mm aan de zijkant en 45mm aan de achterkant. De commandant van de tank moest tevens het kanon afvuren. Het belasten van de commandant met verschillende taken reduceerde de effectiviteit van de tank. De T-34 tank werd in tegenstelling tot andere Sovjettanks zoals T-26 en T-28 voorzien van een dieselmotor. Diesel had als voordeel dat de tank bleef rijden onder extreme omstandigheden en het reduceerde ietwat de kans dat de tank in brand vloog bij een voltreffer. De geïnstalleerde dieselmotor in de T-34 heette ‘V-2-34’ en leverde ongeveer 450 tot 500 pk. De motor was eenvoudig en betrouwbaar. Ook werd deze motor in de Sovjet KV zware tank series geïnstalleerd onder de aanduiding ‘V-2K’ (Duitse aanduiding ‘W-2K’). De eerste T-34 tanks hadden vier versnellingen, latere T-34 modellen vijf.

In 1942 kregen veel T-34 tanks stalen in plaats van rubberen wielen omdat er een tekort aan rubber was. Stalen wielen waren niet erg geliefd omdat die voor veel lawaai en trillingen in de tank zorgden. Ook andere Sovjettanks hadden stalen wielen, bijvoorbeeld de KV-2. In 1943 werden de stalen wielen van de T-34 tanks met rubber voorzien voor betere rijprestaties. Veel T-34 tanks kregen tevens stalen rails die aan koepels werden bevestigd. Zodoende kon infanterie ‘meeliften’ met T-34 tanks.

Definitielijst

infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
interbellum
Het tijdvak tussen WO I en WO II.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
Kremlin
Het Russisch bestuurscentrum in Moskou.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Het enige prototype van de A-20-tank, die aanzet gaf tot de ontwikkeling van de T-34 tank. Bron: Tanks Encyclopedia.
Het eerste prototype van de A-32 met 76 mm kanon. Een volgende stap in het ontstaan van de T-34. Bron: Tanks Encyclopedia.
Evolutie van de T-34. Van links naar rechts: BT-7M, A-20, T-34 model 1940 en T-34 model 1941. Bron: Tanks Encyclopedia.
Een productielijn in de Wagonfabriek Oeral. Bron: Publiek domein.

In actie

Aanvankelijk was het Sovjetleger van plan T-34 tanks bij infanteriedivisies in te delen. Echter, door de snelle Duitse overwinning op Frankrijk in mei 1940 werd duidelijk dat T-34 tanks in gemechaniseerde korpsen ingedeeld moesten worden. T-34 tanks werden dus ingedeeld in grote gemechaniseerde korpsen. 420 T-34 tanks moesten per korps beschikbaar zijn. Op 15 september 1940 waren er slechts drie T-34 tanks afgeleverd en op 1 januari 1941 115 van de 600 geplande T-34 tanks. De T-34 werd in verschillende Sovjet-legereenheden ingezet. Op 22 juni 1941 (operatie Barbarossa), de dag van de Duitse inval, had het Rode Leger 967 T-34 tanks en 508 KV tanks die geconcentreerd waren in negenentwintig korpsen. Het Achtste Gemechaniseerde Korps had eind juli 1941 in totaal ongeveer duizend tanks tot haar beschikking waarvan ook een aantal T-34 tanks. Op 6 augustus 1941 waren daarentegen 13.145 Sovjettanks vernietigd als gevolg van de snelle Duitse Blitzkrieg tegen de Sovjet-Unie. In de eerste helft van 1942 produceerde de Sovjet-Unie echter weer 11.177 tanks. Zware verliezen werden aldus gecompenseerd.

Hitler-Duitsland had Europa in 1940 snel onder de voet gelopen. Alle bestaande Duitse tanks hadden met behulp van de Blitzkrieg-tactiek de vijanden overrompeld. Hitler en de Duitse legertop dachten dat de Sovjet-Unie een ‘achterlijk’ en ‘ongeciviliseerd land’ was, een land dat geen of niet voldoende fabrieken had om geavanceerde tanks te produceren. De tactiek van de Blitzkrieg zou de Wehrmacht in de Sovjet-Unie overdoen. Aanvankelijk verdween het onoverwinnelijkheidsgevoel bij Hitlers leger niet. Nazi-Duitsland viel met ‘slechts’ 3000 tanks de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 binnen. Toen kwamen zij de eerste Sovjettanks tegen. Op 22 juni 1941 had de Sovjet-Unie ongeveer 20.000 tanks, 28.800 inclusief vervangings- en trainingsvoertuigen, in dienst. Vijfenzeventig procent van het Sovjet-tankleger bestond toentertijd uit T-26 en BT snelle tanks. Dit enorme aantal Sovjettanks werd door de Duitsers gereduceerd tot slechts 1503 stuks: een enorme klap voor de Sovjet-Unie. Het grote verlies had te maken met het feit dat de Sovjet-Unie grotendeels lichte tanks in dienst had die onvoldoende gepantserd waren. De Duitse tanks zoals de Panzer IV (vroeg model) konden hen eenvoudig vernietigen. Daarnaast hadden de zuiveringen van Stalin het ‘brein’ van het leger vermoord. Er was dus nagenoeg geen ervaring op het gebied van tankoorlog. De Duitsers hadden eerder veel inzicht verworven hoe tanks te gebruiken: in Polen, Nederland en Frankrijk hadden zij veel ervaring opgedaan. Toch werden de Duitsers onaangenaam verrast na die eerste dag van de inval.

Na de eerste dag van de Duitse inval in de Sovjet-Unie kreeg de Wehrmacht een enorme schok te verwerken. Zij kwam nieuwe Sovjettanks tegen: de T-34 en de KV. Was de Sovjet-Unie werkelijk in staat deze tanks te produceren? Hitler en zijn legerstaf dachten van niet. Duidelijk werd dat de in kleine aantallen aanwezige T-34 tank nagenoeg onverwoestbaar was voor Duits antitankgeschut. Duitse 20mm, 37mm (3.7 cm PaK 36), 50mm (5 cm PaK 38) en 75mm granaten ketsen tegen de schuine beplating van de tanks af. Ook Duitse tanks hadden grote moeite de T-34 te vernietigen. De Duitse Panzers I tot en met IV waren niet in staat de bepantsering van de T-34 tank te doorboren. Alleen de Duitse 75mm ‘HEAT’ (‘HI. Gr 38B’ en ‘HI. Gr 38C’) en de 75mm ‘AP’ (‘K.Gr.rot Pz. APCBC’) granaat van de Panzerkampfwagen IV (vroeg model) en de StuG III (vroeg model) konden de T-34 vanaf de zij- of achterkant uitschakelen. De T-34 kon alleen betrouwbaar met het Duits 88mm FlaK geschut uitgeschakeld worden. Talloze verhalen circuleren over de ervaringen van Duitse troepen toen zij tegenover de T-34 kwamen te staan. In een Duits rapport kan men lezen dat Duitse antitankgranaten afketsten tegen de bepantsering van T-34:

"Veel antitankgranaten vuurden we op de tank (T-34) af en alles ketste af. De tank doorbreekt onze linies als een prehistorisch monster. Luitenant Steup raakte de tank met een 5 cm Panzergranate 40 op een afstand van twintig meter. Zonder resultaat."

Niet alle korpsen hadden overigens T-34 tanks: sommige eenheden waren vooral uitgerust met lichte T-26 en BT tanks. De meeste Sovjeteenheden die met T-34 tanks uitgerust waren verloren die tanks echter binnen enkele weken. Voor elke vernietigde Duitse tank gingen ongeveer zes tot zeven Sovjettanks verloren. Ook na 1941 gingen duizenden T-34 tanks verloren. De oorzaak daarvan lag in Duitse tactieken, communicatiemiddelen (radio), techniek (verbeterde tanks zoals ‘PzKpfw V Panther’ en ‘PzKpfw VI Tiger’) en wapens (7,5 cm KwK 40 L/48, 88mm kanonnen en vliegtuigen); deze droegen alle bij aan grote Sovjetverliezen. Sommige T-34 tanks waren in 1941 alleen met brisantgranaten uitgerust omdat er een tekort was aan pantsergranaten. Brisantgranaten zijn over het algemeen niet geschikt om tanks te vernietigen. Desondanks was de combinatie van het schuine pantser en de relatief krachtige bewapening (76.2mm) revolutionair in 1941.

Niet alleen de T-34 zorgde voor een schok bij Duitse troepen. Ook de zware tanks, de KV-1 en de KV-2, boezemden angst in. Die tanks hadden dikke bepantsering en waren goed bewapend. Duitse troepen werden dus onaangenaam verrast door genoemde Sovjettanks. Had de T-34 alleen voordelen? Neen. De vroege productieversies werden geplaagd door motor- en aandrijfproblemen. Onder de koepel van de T-34 konden Duitse mijnen geplakt worden. Een groot nadeel van de T-34 was bovendien dat sommige tanks tijdens de invasie niet over een radio beschikten. Zij moesten met signaalvlaggen communiceren, iets wat ook bij andere Sovjettanks gebeurde. Pas in 1943 had 75 tot 80 procent van alle Sovjettanks radio. Ook was het zicht vanuit de tank zeer beperkt en was er aanvankelijk geen koepel voor de commandant. Bovendien waren Sovjet-tankbemanningen in het begin matig tot slecht getraind. Zoals eerder genoemd hadden de zuiveringen van de jaren dertig ervoor gezorgd dat veel militair talent was vermoord. Hierdoor leed het Rode Leger verschrikkelijke verliezen tegen Hitler-Duitsland. Duizenden Sovjettanks werden door de goed getrainde Wehrmacht vernietigd. Opvallend is ook dat sommige Sovjet-tankbemanningen al na een zeer korte training in een T-34 naar het front werden gestuurd. Een ander nadeel was dat de Sovjetlegertop T-34 tanks verdeelde over verschillende eenheden en tanks vaak niet concentreerden (sommige bronnen weerleggen dit overigens en stellen dat T-34 tanks geconcentreerd waren in grote eenheden).

De Sovjet-Unie had met de oprukkende Wehrmacht rekening gehouden. Al vóór de opmars van de Wehrmacht naar de Sovjet-tankfabrieken waren de meeste fabrieken naar het Oeralgebergte getransporteerd. Dat was een gigantische onderneming waarbij complete fabrieken ontmanteld werden. Een Sovjetcomité van evacuatie werd op 20 juni 1941 ingesteld. Dat comité had als doel de coördinatie van deze evacuatie te leiden. De industrie zou naar de Oeral, Oost-Siberië en Centraal-Azië getransporteerd worden. Ruim 1.5 miljoen wagons met materiaal werden getransporteerd naar het oosten. Zestien miljoen Sovjets gingen mee om in de fabrieken in het oosten te werken. Tussen juli en december 1941 werden ruim 1523 fabrieken verplaatst. Bij temperaturen van veertig graden onder nul werden deze fabrieken op de plaats van bestemming opgebouwd. Ook de fabriek waar de T-34 geproduceerd werd, werd overgeplaatst. In augustus 1941 werd de Locomotieffabriek Kharkov naar Nizhni Tagil in de Oeral verplaatst. Daar werd de fabriek omgedoopt in ‘Uralwagon fabriek nummer 183’. Samen met de Chelyabinsk tractorfabriek en het materiaal van de Kirov fabriek in Leningrad werd het complex ‘Tankograd’ genoemd. In ‘Tankograd’ konden grote aantallen T-34 tanks geproduceerd worden. In het gigantische complex werkten vrouwen, mannen en kinderen twaalf tot zestien uur per dag aan één stuk door. Zij kregen weinig te eten en de werkomstandigheden in het complex waren zeer slecht. Het was er tevens koud, vies en lawaaierig.

Na hun invasie van 22 juni 1941 ontwikkelden de Duitsers allerlei manieren om de T-34, maar ook de zwaardere KV tanks, uit te schakelen. Artillerie en vliegtuigen werden ingezet om tanks te bombarderen. Ook werden ‘tussenoplossingen’ bedacht. Zo werd de Duitse middelzware (tank) Panzerkampfwagen IV met een lang 75mm kanon bewapend (7,5 cm KwK 40 L/43 of L/48 in plaats van het korte 7,5 cm KwK 37 L/24 kanon). De nieuwe 75mm kanonnen konden de T-34 tot op lange afstand uitschakelen. Echter, de T-34 kon ook de Panzerkampfwagen IV vernietigen. In 1942 en 1943 kwamen de Duitsers met hun definitieve antwoorden op de T-34 en de KV: zij ontwikkelden de uitstekende ‘Tiger’ en ‘Panther’ tanks, zwaarbewapende en goed gepantserde tanks die het Duitse onoverwinnelijkheidsgevoel nieuw leven inbliezen. Beide tanks zorgden ervoor dat de Sovjet-Unie de vernieuwde T-34-85 tank en de zware ‘IS’ (Jozef Stalin tanks) ontwikkelde. Overigens veroverden Duitse troepen T-34 tanks en zette die weer in tegen Sovjettroepen. Dit vanwege een tekort aan materiaal in de oorlog, maar ook vanwege de 'allround' inzetbaarheid van de T-34.

Aanvankelijk verliep T-34 productie moeizaam: Sovjetingenieurs waren nog niet gewend aan de nieuwe techniek. Echter, naarmate de tijd verstreek nam ervaring bij Sovjetingenieurs en arbeiders toe. Daardoor konden steeds meer en sneller tanks geproduceerd worden. Dat maakte het in 1942 bijvoorbeeld mogelijk om gepantserde korpsen met twee tankbrigades en een gemotoriseerde geweerbrigade op richten. Zware gevechten tussen de Wehrmacht en Sovjettroepen in 1941 en 1942 hadden namelijk aangetoond dat het noodzakelijk was om sterke gepantserde brigades op te richten die een beslissende rol konden spelen bij het vernietigen van vijandelijke linies. In april 1942 werd een derde tankbrigade aan elk korps toegevoegd. In september 1942 werden gemechaniseerde korpsen met een tankbrigade, drie gemechaniseerde brigades en ondersteuningstroepen opgericht. In mei 1942 begon de Sovjet-Unie aan de oprichting van het 3de en 4de Leger (gemechaniseerde tanklegers) en in juli 1942 werd het eerste en vierde gepantserde Leger opgericht. De productie van Sovjettanks steeg tijdens de oorlogsjaren: in 1943 werden 24.000 gepantserde voertuigen geproduceerd door Sovjetfabrieken. Daarvan waren 16.500 T-34 en KV tanks. Begin juli 1943, voor de Slag bij Koersk, had het Rode Leger 9580 tanks waarvan 6223 middelzware en zware tanks. Toentertijd werd duidelijk dat de bestaande T-34 tank, de T-34-76, te zwak gepantserd was om nieuwe Duitse tanks te vernietigen. De poging om de T-34-76 te verbeteren resulteerde in de T-34-85. De productie van tanks en oprichting van legeronderdelen ging intussen door. In 1944 had het Rode Leger zes gepantserde legers. Ook waren er onafhankelijke gemechaniseerde korpsen, tank brigades en regimenten. Die korpsen bestonden uit 209 tanks en 49 andere rupsvoertuigen. In 1943 werden zware KV tanks ingeruild voor T-34 tanks omdat de KV tanks te zwaar waren en dezelfde bewapening hadden als de T-34-76 (76mm kanon).

De productiecijfers van de T-34-76 spreken voor zichzelf. In 1944 nam het productieaantal af in verband met de introductie van de T-34-85. In 1940 werden 117 T-34-76 tanks geproduceerd, in 1941 3014, in 1942 12.533, in 1943 15.712 en in 1944 3723 stuks. In totaal waren acht tankfabrieken nodig om die productieaantallen te bereiken: zes daarvan produceerden rompen en koepels en drie fabrieken motoren. De tankfabrieken achter het Oeralgebergte konden duizenden gepantserde voertuigen produceren omdat de fabrieken niet door Duitse troepen bedreigd werden. Voor de Luftwaffe was de afstand tot de fabrieken te groot.

Definitielijst

Artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Blitzkrieg
De Nederlandse betekenis van dit Duitse woord is 'bliksemoorlog'. Zeer snel verlopende veldtocht. In tegenstelling tot een loopgravenoorlog is de Blitzkrieg erg snel en beweeglijk. Lucht- en grondstrijdkrachten werken nauw samen. Voor het eerst toegepast door de Duitsers (september 1939 in Polen)
FlaK
Flieger/ Flugzeug Abwehr Kanone. Duits luchtafweergeschut.
invasie
Gewapende inval.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

T34-85's van het 3e Oekraïense Front niet ver van Odessa met infanteristen aan boord. Bron: Publiek domein.
Duitse militairen inspecteren een tijdens operatie Barbarossa uitgeschakelde T-34-76. Bron: World War Photos.
Brandende T-34 model 1940 bij Kharkov. Bron: World War Photos.
T-34-tanks rollen van de emballagelijn in een fabriek. Bron: Publiek domein.

T-34 tijdens de Slag om Koersk

De Slag om (of bij) Koersk (Unternehmen Zitadelle) was de grootste tankslag aller tijden en een beslissende slag aan het Oostfront in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens gevechten nabij Prochorovka werden duizenden T-34-76 tanks ingezet (bronnen geven verschillende aantallen). Tijdens Koersk zette de Sovjet-Unie duizenden tanks in tegen Duitse troepen: die aantallen gaven uiteindelijk de doorslag bij de Sovjet-overwinning. Sovjettanks moesten Duitse tanks vaak tot dichtbij naderen en gebruikmaken van de relatief zwakke zij- en achterkantbepantsering van Duitse tanks. Maarschalk Katukov schreef dat Sovjet T-34 tanks weinig konden beginnen tegen Duitse Tiger tanks omdat hun 76.2mm kanonnen te zwak waren (het penetratievermogen was te gering). Sommige Sovjetkorpsen verloren tijdens die slag zestig procent van hun voertuigen, met name T-34-76 tanks. Daarom werd besloten een verbeterde T-34 tank te introduceren (T-34-85). Die tank zou een sterker kanon en dikkere bepantsering krijgen.

Verliezen aan Sovjetkant bij Prochorovka werden soms door Sovjetpropaganda genuanceerd. Daarnaast stelden Sovjethistorici dat de Duitsers tweehonderd Tiger (PzKpfw VI Tiger) tanks ingezet hadden bij Prochorovka. Dat was niet het geval: de Duitsers hadden slechts 117 tanks ingezet, waarvan een relatief klein aantal Tiger tanks (tijdens het hele offensief zetten Duitse troepen slechts tweehonderd Tiger tanks in). De Russische generaal Pavel Rotmistrov zette 800 T-34 tanks in om aanvallende Duitse troepen en tanks te vernietigen. Vierhonderd van die tanks reden direct op Duitse tanks en stellingen af. De voorhoede van die tanks reed in een antitankgracht en kwam vast te zitten. Achteropkomende tanks probeerden om te keren, maar werden door Duits antitankvuur vernietigd. Op die dag verloren de Sovjets 235 tanks. Duitse troepen verloren slechts drie tot vijf tanks. Hoge schattingen gaan uit van een verlies van meer dan achthonderd Sovjettanks. Sovjet T-34 tanks reden met hoge snelheid op Duitse tanks af waarbij de laatste zware verliezen toebrachten; het 88mm kanon van Tiger was dodelijk tot op een afstand van drie kilometer. Sovjetinfanterie was soms uitgerust met molotovcocktails om tanks in brand te steken. Het gooien van een cocktail op de luchtroosters en het motorcompartiment van tanks had vaak een vernietigend effect.

Duidelijk is dat Sovjettroepen veel hogere verliezen leden dan in werkelijkheid, zowel tijdens de oorlog als na de oorlog, door sommige Sovjethistorici gepresenteerd werd. Granaten uit de 76mm kanonnen van T-34 tanks konden de nieuwe Duitse tanks, vooral de PzKpfw VI Tiger en de PzKpfw V Panther, ook vaak alleen vanaf de zij- of achterkant doorboren. Alleen met extreem geluk konden die tanks frontaal worden uitgeschakeld, bijvoorbeeld door op kijk- of richtvizieren te schieten. In grote aantallen afstormen op vijandelijke stellingen was dus niet erg effectief. Toch wonnen de Sovjettroepen uiteindelijk, onder andere door hun numerieke overwicht, doorzettingsvermogen en vastberadenheid. Ook de afnemende belangstelling van Hitler voor het Oostfront speelde een grote rol (overplaatsen Duitse troepen naar Italië). De Slag om Koersk was het laatste strategische offensief van Hitler-Duitsland aan het Oostfront.

Definitielijst

kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
Maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

T-34 tanks, gevolgd door infanteristen, vallen aan tijdens de Slag om Koersk. Vermoedelijk een propagandafoto. Bron: Publiek domein.
Een uitgebrande T-34-76 met eraf geblazen geschutskoepel in de saillant van Koersk. Bron: Publiek domein.

Modellen

T-34-76

Tijdens de invasie in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 kwam het Duitse leger aanvankelijk T-34 model 1940 tegen. Dit basismodel werd gedurende de oorlogsjaren voortdurend verbeterd. Ook daalden de productiekosten van de T-34. Onderdelen werden gestandaardiseerd. Periscoop, koepel, bewapening en bepantsering werden verbeterd. Aanvankelijk had de tank een TOD-6 periscoop. Later kreeg de tank een TMFD periscoop. Tevens werd een PT-6 en later een PT-4-7 of PT-5 periscoop geïnstalleerd. De koepel van de tank werd voortdurend verbeterd en kreeg onder andere sterkere staalbeplating. Latere T-34 modellen hadden (T34 model 1942) bijvoorbeeld een gegoten koepel die voorzien was van 52mm staal. V. Buslov en V. Nitsenko ontwikkelden de eerste gegoten koepel. Ook werd het 76mm kanon van T-34 verbeterd.

Het eerste T-34 productiemodel, T-34 model 1940, had een 76.2mm L-11 kanon. Dat kanon vuurde zowel pantserdoorborende (‘AP’) als brisantmunitie (‘HE’) af. De L-11 schoot BR-350A ‘APHEBC’ granaten die een snelheid van 615 meter per seconde (m/s) bereikten. Deze granaten wogen 6.3 kg en penetreerden ongeveer 73 mm staal tot 10 meter, 71 mm staal tot 100 meter, 65 mm staal tot 500 meter, 57 mm staal tot 1000 meter, 51 mm staal tot 1500 meter en 45 mm staal tot twee kilometer. Het 76.2mm L-11 kanon werd ook in andere Sovjettanks gebruikt, bijvoorbeeld in de KV tank (KV-1 model 1939). Het L-11 kanon was voorzien van een I O II-6 richtvizier en een F.-6 panoramisch vizier.

In 1941 werden enkele T-34 modellen bewapend met het 57mm ZiS-4 kanon. Dat wapen was geschikt tegen licht gepantserde voertuigen en had een groter bereik dan het L-11 kanon. Het ZiS-4 kanon penetreerde ongeveer 121 mm staal (met de ‘APHEBC’ BR-243 granaat) tot 100 meter. In de ‘Zavod’ (fabriek) nummer 92 in Gorki werd een nieuw kanon ontwikkeld. Ontwerpers van deze fabriek begonnen in juli 1940 al aan het nieuwe 76.2mm kanon dat werd verbeterd en verlengd. Dit resulteerde in het 76.2mm F-34 kanon. Omdat het F-34 kanon een langere loop had konden BR-350A APHEBC granaten dikker staal penetreren. Afgevuurde granaten bereikten hoge snelheden. Dat F-34 kanon ging in 1941 in productie. T-34 model 1941 was bewapend met het 76.2mm F-34 kanon. Genoemd kanon kon met standaard BR-350A munitie ongeveer 80 mm staal tot 10 meter, 78 mm staal tot 100 meter, 71 mm staal tot 500 meter, 63 mm staal tot 1000 meter, 56 mm staal tot 1500 meter en 50 mm staal tot twee kilometer doorboren. BR-350A granaten wogen 6.3 kilogram en werden met een snelheid van 665 m/s afgevuurd uit het F-34 kanon.

Afgezien van genoemde modellen kregen sommige T-34 tanks extra bepantsering op koepel en romp om Duitse antitankgranaten af te laten ketsen. T-34E tanks hadden die extra bepantsering. Door het extra pantser waren die tanks langzamer dan ‘gewone’ T-34-76 tanks. De kracht van alle T-34-76 modellen lag in het feit dat die tanks aan alle kanten (zowel koepel als romp) schuin pantser hadden. Geen enkele tank ter wereld had aan alle kanten schuine pantserplaten. De relatief dikke staalplaten (40-45mm) waren aan elkaar gelast. Duitse tanks hadden in 1940 en 1941 rechte pantserplaten: kwetsbaarder voor antitankvuur.

T-34-76 model 1940
Gewicht: 25.6 tot 26.5 ton
Afmetingen: 6.19 meter lang, 2.44 meter hoog, ongeveer 3 meter breed
Bepantsering: 45mm staal voorkant koepel, 40 tot 45mm staalbeplating zijkant koepel, 45mm staal achterkant koepel, 45mm staal voorkant romp, 40 tot 45mm staalbeplating zijkant romp en 40mm staalbeplating achterkant romp (dus koepel: 45/45/45 en romp: 45/40-45/40)
Bewapening: 1 x 7.62 cm (76.2 mm) L-11 kanon (76-77 granaten), 1-2 x 7.62mm DT mg
Motor: V-2-34 V12 dieselmotor van 450 tot 500pk
Snelheid: maximaal 50-55 km/u
Productieaantal: in totaal ongeveer 50.000 stuks (sommige bronnen stellen 35.099 tot 35.120 stuks)
Bemanning: 4 man

T-34-85

In 1943 verscheen een nieuw prototype tank, de T-43, gebaseerd op de T-34. Onderdelen (70 procent) waren uitwisselbaar met de T-34-76. Het pantser was dikker en het gewicht steeg naar 34 ton. De T-43 had een driemanskoepel en was met een 76.2mm F-34 kanon bewapend. De ontwikkeling van de T-43 werd echter gestopt omdat het pantser en de bewapening te zwak waren. Ook de snelheid van de tank was ontoereikend. Wel werd de koepel nog aangepast om een lang kanon (85mm) te kunnen dragen. Naarmate de oorlog aan het Oostfront vorderde ontwikkelden de Duitsers betere en sterkere tanks. Zoals eerder vermeld waren twee Duitse tanks, een zware en een middelzware ('PzKpfw VI Tiger' en 'PzKpfw V Panther') te goed gepantserd voor alle bestaande 76.2mm bewapende T-34 modellen (T-34-76). Daarom besloten de Sovjets de bestaande T-34 tank (T-34-76) te verbeteren. De Slag om Koersk leidde tot een bijeenkomst van het Staatsdefensiecomité op 25 augustus 1943 waarbij vertegenwoordigers van de tankindustrie (commissariaat voor de tankindustrie) aanwezig waren.

Op de eerste plaats zou de nieuwe T-34 een driemanskoepel krijgen. Daardoor hoefde de commandant niet meer zelf het kanon te bedienen. Ook kreeg de tank een groter 85mm kanon. Al in de lente van 1943 was die suggestie gedaan door ingenieur V. G. Grabin van Artillerie Fabriek Nummer 92. Het 85mm kanon was gebaseerd op een luchtdoelkanon en heette '85mm D-5T' ('T' staat voor 'tank') en later '85mm ZiS-S-53' (enkele aanpassingen). De werkgroep van Grabin gebruikte een project voor een ander prototype tank, de KV-3. Daarvoor was een 85mm kanon ontwikkeld. Een andere werkgroep onder leiding van generaal F.F. Petrov werkte in 1943 aan twee varianten van een 85mm kanon. Een derde voorstel voor een nieuw 85mm kanon kwam van A. Savin, ontwerper van Artillerie Fabriek Nummer 92 te Gorki. Verschillende ontwerpen liepen echter vertraging op. Uiteindelijk werd gekozen voor het 85mm ontwerp van generaal Petrov (85mm D-5T). Dat kanon werd gezien als een ‘tussenoplossing’ voordat een verbeterd 85mm kanon (ZiS-S-53) werd geïntroduceerd. Opgemerkt dient te worden dat het 85mm D-5T kanon ook gebruikt werd in de Sovjet tankjager SU-85. Door samenwerking tussen het ontwerpbureau van Fabriek Nummer 92 (A. Savin) en het Centraal Ontwerp Bureau van de Artillerie ontstond het 85mm ZiS-S-53 wapen. ‘S’ verwijst naar ontwerper A. Savin. Het 85mm kanon, zowel D-5T als ZiS-S-53, was in staat een 9.2 kilogram wegende granaat met een snelheid van 792 tot 795 meter per seconde (m/s) af te vuren. Het penetratievermogen lag rond 143-145 mm staal tot op een afstand van tien meter en 80 mm tot op een afstand van twee kilometer. Het D-5T kanon had een 4386mm lange loop en de ZiS-S-53 had een 4645mm lange loop. Niet alleen de bewapening van de T-34-85 was verbeterd, ook het pantser.

De T-34-85 werd voorzien van 90mm staal aan de voorkant van de koepel, 75mm aan de zijkant en 52 tot 60mm aan de achterkant van de koepel. De romp had 45mm staal aan alle kanten. Het torendak was voorzien van 20mm staal. Het gewicht van de T-34-85 steeg naar dertig tot vijfendertig ton. In 1943 verscheen de T-34-85 voor het eerst (T-34-85 model 1943 met 85mm D-5T kanon). Het Staatsdefensiecomité van de Sovjet-Unie keurde de T-34-85 namelijk goed op 15 december 1943. De T-34-85 zou geleidelijk de T-34-76 vervangen. De T-34-85 werd toentertijd toegevoegd aan legeronderdelen. In 1944 maakte de T-34-85 vijfenzestig procent uit van de totale tankproductie. Ondanks het verbeterde pantser en kanon was de T-34-85 niet de gelijke van de Duitse 'Tiger' of 'Panther': de bepantsering was over het algemeen minder dik en de bewapening minder krachtig. Zo waren de penetratiewaarden van het 85mm kanon minder hoog (139-143 mm tot honderd meter) dan die van het 75mm KwK 42 L/70 kanon van de Panther (185-190 mm tot honderd meter) en het 88mm KwK 36 L/56 wapen van de Tiger (162 mm tot honderd meter). We gaan uit van de standaardmunitie BR-365A en BR-365K (T-34-85), Panzergranate 39/42 (Panther) en Panzergranate 39 (Tiger). Echter, de T-34-85 tank was sneller en wendbaarder dan beide Duitse tanks.

De T-34-85 tanks hadden vergeleken met de T-34-76 tanks bredere koepelringen (1.60 meter versus 1.425 meter) om het grotere 85mm kanon te dragen. Afgezien van genoemde verbeteringen, had de T-34-85 kwalitatief betere optieken dan T-34-76. Zo was de tank met een Tsch 16 tankrichtvizier uitgerust (16 graden kijkvizier, zoom van vier keer). De tank was ook ruimer (door de koepel) dan de T-34-76 en had vaak een radio (9RS). De T-34-85 tanks werden bij elite tankregimenten ingedeeld, de zogenaamde ‘guard armored regiments’ (beschermingsregimenten), eind 1944.

In 1945, tijdens en voor de Slag om Berlijn, werden enkele T-34-85 tanks voorzien van gaas (3mm) om holle lading wapens tegen te houden (bijvoorbeeld de munitie van de Duitse Panzerfaust). Dat gaas was vaak om de koepel en tegen de romp aangebracht (in de relatief kwetsbare koepel zaten drie van de vijf bemanningsleden). De ‘Volkssturm’ en Hitlerjugend waren een grote bedreiging voor Sovjettanks omdat die eenheden vaak met antitankwapens uitgerust waren (Panzerfaust, Panzerschreck, antitankmijnen, granaten). De T-34-85 tanks werden geregeld met succes tegen Duitse tanks ingezet. De T-34-85 was beter gepantserd en bewapend dan de Duitse middelzware Panzerkampfwagen IV (late modellen). Aanvallen met T-34-85 tanks tegen Duitse zware tanks vanaf de zij- of achterkant waren geregeld succesvol. Duitse troepen kregen tijdens de laatste oorlogsjaren enkele T-34-85 tanks in handen en concludeerden dat de Sovjets een uitstekende, snelle en goed bewapende tank hadden ontworpen.

T-34-85 (model 1943 en 1944)
Gewicht: 30 tot 35 ton
Afmetingen: 8.15 meter lang, 2.6 meter hoog, 3 meter breed
Bepantsering: 90mm staal voorkant koepel, 75mm staalbeplating zijkant koepel, 52mm staal achterkant koepel, 45mm staal voorkant romp, 45mm staalbeplating zijkant romp en 45mm staalbeplating achterkant romp (dus koepel: 90/75/52 en romp: 45/45/45)
Bewapening: 1 x 8.5 cm (85mm) D-5T of 85mm ZiS-S-53 kanon (60 granaten), 2 x 7.62mm DT mg
Motor: V-2-34 V12 dieselmotor van 450 tot 500pk
Snelheid: 40 tot 55 km/u
Productieaantal: ongeveer 48.950 stuks
Bemanning: 5 man

De productieaantallen van de T-34-85 spreken voor zichzelf. Het was de belangrijkste middelzware tank van de Sovjet-Unie vanaf 1943. In 1943 werden 100 T-34-85 tanks geproduceerd, in 1944 11.000 en in 1945 18.330 T-34-85 tanks.

Definitielijst

Artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
invasie
Gewapende inval.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

T-34-76. Bron: ww2photo.se.
T-34-85. Bron: ww2photo.se.
T-34-85-tanks van de 1e Gardetankbrigade in Berlijn. Bron: Stalingradbattle.nl.
T34-85-tanks in Berlijn. Bron: Stalingradbattle.nl.

T-34 versus Tiger I

Talloze populairwetenschappelijke debatten zijn en worden (online) gevoerd over hoe de T-34 (T-34-76 en T-34-85) presteerde tegen de Duitse zware tank Panzerkampfwagen VI Ausf. H/E Tiger I, die in 1942 op het slagveld verscheen. Eigenlijk kunnen genoemde tanks niet met elkaar worden vergeleken omdat de T-34 een middelzware tank, en de Tiger I een zware tank was.

De ‘Tiger’ (Panzerkampfwagen PzKpfw VI Tiger) had een krachtig 88mm KwK 36 L/56 kanon (gebaseerd op de '88' FlaK) dat maximaal ongeveer 165 mm staal en 138-139 mm staal tot 1000 meter met ‘APCBC’ granaten (10 kilogram, 773 m/s) doorboorde. Dat was ruim voldoende om elk T-34 model met één schot te vernietigen. Echter, de T-34 tank was veel wendbaarder en sneller dan de zevenenvijftig ton wegende Tiger. Daarnaast kon de T-34 makkelijker en goedkoper geproduceerd worden. Feit is dat het F-34 kanon van latere T-34 tanks de voorkant van de Tiger met BR-350A 'APHEBC' munitie niet kon penetreren. Alleen de zij- en achterkant van de Tiger konden met het F-34 kanon doorboord worden. Tot 100 meter doorboorde het F-34 kanon met APHEBC munitie 78 tot 80 mm staal, soms net genoeg om de 80mm staalbeplating aan de zij- en achterkant van de Tiger te doorboren (in een hoek van negentig graden). Alleen BR-350P granaten (950 m/s) konden het pantser van de Tiger betrouwbaarder doorboren. Echter, het penetratievermogen van die granaten nam echter zeer snel af bij langere afstanden. Genoemde granaten hadden tevens een veel minder destructief effect dan de APHEBC granaten omdat ze geen explosieve inhoud hadden. Resultaat was dat de T-34 de Tiger tot op korte afstand moest naderen: een riskante onderneming. Feit is dat de verbeterde 85mm T-34 – de T-34-85 – minder moeite had om de Tiger te vernietigen. De T-34-85 kon de Tiger al tot op een afstand van 1000 meter (800-1000 meter) vernietigen omdat het 85mm D-5T of ZiS-5 kanon, met APHEBC munitie, genoeg penetratievermogen had om het pantser van Tiger te doorboren. Wat betreft de kanonnen en munitie van beide tanks was de standaardgranaat van Tiger zwaarder (10 kilogram versus 9.2 kilogram). De granaatsnelheid van het 85mm kanon van T-34-85 was hoger dan de granaatsnelheid van het 88mm kanon van de Tiger (pantsergranaat: 792 meter per seconde versus 773 meter per seconde). Echter, de Duitse tank was vaak in het voordeel vanwege het dikkere pantser, de superieure kwaliteit richtvizieren en de hogere penetratiewaarden van het L/56 kanon.

Definitielijst

FlaK
Flieger/ Flugzeug Abwehr Kanone. Duits luchtafweergeschut.
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.

Afbeeldingen

T-34-85 versus Tiger I. Bron: Publiek domein.

Munitie

De T-34 tank (T-34-76) werd uitgerust met verschillende soorten munitie. Munitie bestond uit BR-350A (MD-5 ontsteking), BR-350B (MD-8 ontsteking), BR-350SP, OF-350M, Sh-354T, BR-350P en BP-350A granaten. De BR-350A en B granaten waren ‘APHEBC’ munitie. Zij hadden een pantserdoorborende ballistische kop met een explosieve vulling. Deze granaten explodeerden na penetratie van het pantser in het interieur van vijandelijke tanks. BR-350SP was ‘APBC’ munitie (‘Armour Piercing Ballistic Capped’, een granaat die dikker staal penetreerde door de ballistische kop). Later in de oorlog werd een nieuw type munitie voor de T-34 ontwikkeld: de staafpenetrator BR-350P ‘APCR’ (‘Armour Piercing Composite Rigid’). Deze granaten hadden een hoog penetratievermogen, maar geen explosieve inhoud zoals de BR-350A. Ook verloren de ‘P’ granaten penetratievermogen over langere afstanden. De granaten waren alleen geschikt tegen de zwaarste en sterkste vijandelijke tanks.

Alle T-34 modellen konden explosieve granaten ‘HE’ (OF-350M) afvuren. Deze 6.2 kg granaten hadden een laag penetratievermogen en waren alleen geschikt tegen licht gepantserde doelen, infanterie of machinegeweernesten. Zij werden in het 76.2mm L-11 kanon met een snelheid van 650m/s afgeschoten en in het F-34 kanon met een snelheid van 680m/s. Dit vanwege de langere loop van het F-34 kanon. De Sh-354T granaten waren shrapnelgranaten. Zij waren alleen geschikt tegen licht gepantserde voertuigen en infanterie, nutteloos tegen de meeste Duitse tanks omdat deze granaten een zeer laag penetratievermogen hadden: ongeveer 35 mm tot 100 meter en 29 mm tot 500 meter. Late T-34 modellen, vanaf mei 1943, kregen ook nog hoog-explosieve-antitank ‘HEAT’ munitie (BP-350A). Deze granaten penetreerden ongeveer 80 mm staal tot 1000 meter. Zij bereikten echter geen hoge snelheden en waren alleen geschikt tegen verticaal staal (rechte pantserplaten).

De munitie van de T-34 tank was verdeeld in de romp opgeslagen. Drie granaten bevonden zich naast de voeten van de lader en zes andere granaten waren tegen de wand aangebracht. De rest van de munitie bevond zich in het onderste deel van de koepel onder een laag van synthetisch rubber (neopreen). Tijdens gevechten ontstond op de vloer één grote chaos van geopende hulzen en resten synthetische rubber. Het latere, verbeterde T-34-85 model had tevens APHEBC, HE en APCR munitie. Dit eerste type T-34-85 munitie staat bekend onder de naam ‘BR-365A’ (type ‘APHEBC’, een pantsergranaat met een explosieve vulling). De T-34-85 maakte vooral gebruik van BR-365A (pantser), BR-365K, BR-365P (staafpenetrator) en O-365K munitie. O-365K was brisantmunitie: niet effectief tegen tanks.

Definitielijst

infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.

Afbeeldingen

Munitie aan boord van een T-34-76-tank. Bron: RAC Tank Museum.

Slot

Betekenis

De T-34 heeft een enorme stempel gedrukt op tankontwikkeling. De middelzware T-44 tank (met 85mm ZiS-S-53 kanon) was de opvolger van de T-34-85 en kwam te laat voor inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. De succesvolle middelzware T-54/55 serie volgde de T-44 op en werd de belangrijkste middelzware tank van de Sovjet-Unie en haar satellietstaten tijdens de Koude Oorlog. De T-54/55 serie had invloed op het ontwerp van de Sovjet T-62 middelzware tank. Het wielsysteem van de T-34, met de kenmerkende grote wielen, zien we tevens terug in moderne Russische tanks. Het schuine pantser van de T-34 heeft er tevens voor gezorgd dat talloze andere landen schuine staalbeplating in hun tanks introduceerden. Zo is de vormgeving van de bepantsering van de Duitse Panther tank gebaseerd op het pantser van de T-34. Vooral aan het begin van de oorlog in 1941, toen de Duitsers nog relatief slecht gepantserde en bewapende tanks hadden, scoorden T-34 tanks veel ‘kills’. Sovjet-tankazen zoals Dmitry Lavrinenko (1914-1941) vernietigden tientallen tanks in hun T-34. Lavrinenko vernietigde tweeënvijftig Duitse voertuigen en is een van de hoogst scorende geallieerde tank ‘azen’ van de Tweede Wereldoorlog. In oktober 1941 vernietigde hij in zijn T-34 zestien Duitse tanks. Hij overleed door een antitankmijn en kreeg in 1990 postuum de titel ‘Held van de Sovjet-Unie’ samen met de ‘Gouden Ster Medaille’. Dat was de hoogste onderscheiding die men in de Sovjet-Unie kon ontvangen. De medaille en titel werden alleen toegekend bij uitzonderlijke daden voor de Sovjet-Unie.

Naoorlogs gebruik

Na de Tweede Wereldoorlog diende de T-34 in de legers van talloze landen. Tijdens de Koude Oorlog deed de T-34 tank dienst in Sovjet-satellietstaten. Tot en met de jaren zestig waren veel Sovjet-satellietstaten uitgerust met T-34 tanks. Gedurende de Koreaoorlog werd de T-34 ingezet onder de naam ‘Type 58’ door Noord-Korea en China. In vele Arabische landen diende de T-34 als aanvalswapen. Tijdens de Vietnamoorlog werd de T-34 ingezet door Noord-Vietnamese troepen. Duizenden T-34 tanks (met name T-34-85) werden verkocht aan Albanië, Bulgarije, Cyprus, Tsjecho-Slowakije, Cuba, Finland, Indonesië, Polen, Joegoslavië, Iran, Laos, Mongolië, Palestina, Pakistan, China, Afrika, Egypte, Mali, Namibië, Sudan en Algerije. Sommige T-34 tanks werden verbeterd, andere modellen niet. Tot en met de jaren zeventig diende de T-34-85 tevens als trainingsvoertuig. De T-34 vocht na de Tweede Wereldoorlog tegen Amerikaanse tanks, bijvoorbeeld tijdens de Koreaoorlog tegen de M4 Sherman, M26 Pershing en later de M46 Patton. De laatste twee genoemde tanks (Pershing en Patton) hadden relatief weinig moeite om de T-34 te vernietigen. De T-34 kon op zijn beurt alle genoemde tanks vanaf de zijkant of achterkant vernietigen (de M4 Sherman tank ook vanaf de voorkant). Bij alle conflicten ging het met name om de T-34-85 tank met het verbeterde 85mm kanon.

Conclusie

De T-34 combineerde pantser, vuurkracht en mobiliteit en was de meest geproduceerde tank van de Sovjet-Unie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tank blonk niet zozeer uit in één categorie, maar was een ‘Jack of all Trades’: een manusje van alles. In totaal werden ongeveer 30.000 tot 35.000 (35.099) T-34/76, en ongeveer 25.000 tot 48.950 T-34-85 tanks geproduceerd (sommige bronnen noemen 80.000 tot 84.070 stuks als totaal productieaantal). Er werden ook allerlei andere voertuigen geproduceerd die gebaseerd waren op de romp van T-34 (bijvoorbeeld OT-34 vlammenwerpers). Ook tankjagers zoals de SU-85 en SU-100 waren gebaseerd op de romp van T-34. Een groot voordeel van de Sovjet-tankontwikkeling was dat standaardisatie en massaproductie de norm werden. Onderdelen van de T-34 zoals kanonnen, wiel- of motoronderdelen konden met andere Sovjettanks, zoals de zware KV series, uitgewisseld worden. De T-34 tank was eenvoudig te produceren en vereiste weinig onderhoud. De tank kon in grote aantallen geproduceerd worden door kinderen, vrouwen en mannen in tankfabrieken. Het was een tank die de Sovjet-mentaliteit weerspiegelde: niet mooi afgewerkt of kwalitatief (interieur, afwerking) zo goed als Duitse tanks, maar opgewassen tegen de zwaarste omstandigheden, snel, goedkoop, mechanisch (relatief) betrouwbaar en eenvoudig te produceren. Mede dankzij deze kwaliteiten is de T-34 wellicht de beste tank van de Tweede Wereldoorlog, vooral gezien productiecriteria. De Tweede Wereldoorlog was een echte productieoorlog en in productieaantallen blonk de T-34 tank uit. De uitspraak van Sovjetleider Joseph V. Stalin dat kwantiteit ook een kwaliteit is spreekt bij de T-34 tank voor zichzelf.

Definitielijst

kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
massaproductie
Het maken van een grote hoeveelheid van hetzelfde produkt.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Een T-34-76 die in gebruik geweest is van het Poolse leger. Tegenwoordig te vinden in het wapenmuseum in Poznañ. Bron: Wikimedia.
Amerikaanse soldaten bij een uitgeschakelde T-34-85-tank van de Noord-Koreaanse strijdkrachten tijdens de Koreaanse Oorlog. Bron: U.S. Army.
Servische T-34-85-tank tijdens operatie Joint Endeavor, 28 februari 1996. Bron: U.S. Army.

Informatie

Artikel door:
Ruben Krutzen
Geplaatst op:
08-11-2016
Laatst gewijzigd:
30-05-2019
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Gerelateerde personen

Gerelateerde boeken

Russian Tanks and armored vehicles 1917 - 1945
Stalin''s Giants: The Kv-I and Kv-II (Military History Series)