Inleiding

De slag om de Dukla-pas (ook bekend als het Dukla-Karpaten Offensief) was een bloedige veldslag die eind 1944 in het zuidoosten van Polen en het noordoosten van Slowakije tussen het Rode Leger en een Duits-Hongaarse troepenmacht plaatsvond. Het Rode Leger lanceerde dit offensief om de Slowaakse Nationale Opstand bij te staan. Zij mislukte hierin, maar wist wel ten koste van grote verliezen het Karpaten-gebied (en de pas) te veroveren en een bruggenhoofd te creëren van waaruit de rest van Slowakije bevrijd kon worden. Toch wordt het Sovjet-offensief gezien als een mislukking, resulterend in een defensieve Duitse overwinning.

Definitielijst

bruggenhoofd
Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
Offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.

Afbeeldingen

Het tankmonument bij Kapisova. Bron: Tracesofwar.nl.

Voorbeschouwing

De Dukla pas (Dukliansky priesmyk) is de makkelijkst toegankelijke noord-zuid route tussen zuid-Polen en oost-Slowakije. De pas werd in 1849 door de Russen gebruikt als toevoerlinie tijdens de Hongaarse Onafhankelijkheidsoorlog en ook is de pas tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar bevochten.

Het Hongaarse leger begon in 1940 met de aanleg van een verdedigingslinie (de Arpad-linie) in de oostelijke Karpaten. In de eerste helft van 1944 werd de bouw van deze verdedigingswerken opgevoerd. De Duitsers bouwden in deze periode zelfstandige steunpunten rond de Poolse dorpen Mszana, Chyrowa, Tylawa, Olchowiec, Ropianka, Wilsznia en Smereczne. De strategisch gelegen Poolse stad Krosno werd daarnaast omgevormd tot een fort voorzien van loopgraaf-linies, mijnenvelden, versperringen en mitrailleursnesten. De strategische locatie van de stad was niet het enige wat de Duitsers wilden behouden. Het Krosno-gebied had namelijk ook olievelden die voor de Duitse economie zeer belangrijk waren.

Op 22 juni 1944 lanceerde het Rode Leger het grootschalig Bagration-offensief, dat resulteerde in de herovering van Wit-Rusland en oost-Polen op 19 augustus 1944. Aangewakkerd door de Sovjetsuccessen aan het Oostfront werd de Slowaakse onafhankelijkheid op 29 augustus 1944 in het door Duitsland bezette land uitgeroepen. Vijf dagen na het begin van deze opstand werd het Sovjet-aanvalsplan gewijzigd in het voordeel van de Slowaakse opstandelingen. Oorspronkelijk was het namelijk de bedoeling dat het Rode Leger alleen richting Berlijn, Boedapest en Wenen zou oprukken. De bevrijding van Slowakije had geen voorrang en het Karpaten-berggebied werd bovendien gezien als moeilijk begaanbaar en tijdrovend als het daar tot vechten zou komen. In het nieuwe plan kreeg het Rode Leger de taak om de opstand te ondersteunen en Slowakije te bevrijden. De verandering van het Sovjet-aanvalsplan had de volgende vier redenen:

  • Het steunen van de opstand.
  • De verwachting dat het 32.000 man sterke fascistische Oost-Slowaakse Legerkorps zou overlopen naar de Geallieerden, waarna het zou deelnemen aan het Dukla-offensief vanuit het zuiden. Ook bevond er zich een groot aantal communistische partizanen in het gebied.
  • De Duitse verdediging tussen Krasno en Dukla werd door de Sovjet-inlichtingendienst als zwak beoordeeld.
  • Als alternatief voor het 4e Oekraďense Front, dat grote moeite ondervond om de Karpaten-gebergte in west-Oekraďne over te steken.

Ondertussen had het Duitse leger een troepenmacht van ongeveer 20.000 manschappen tussen Krosno en de Karpaten samengetrokken. Deze legermacht bestond uit drie infanteriedivisies en twee legerkorpsen van de 1. Panzerarmee. Ook werden in dit gebied drie verdedigingslinies aangelegd: de zogenoemde Karpatenfestung. De Dukla-pas was voor de As-mogendheden van groot strategisch belang en werd daarom ook gefortificeerd. De Duitsers werden bijgestaan door elementen van het 1e Hongaarse leger. Deze Duits-Hongaarse troepenmacht was 100.000 man sterk en bewapend met 2000 artilleriestukken en 350 tanks. Generaloberst Gotthard Heinrici werd op 18 augustus 1944 aangesteld als bevelhebber van deze legergroep: Armeegruppe Heinrici.

Daar tegenover stonden het 1e Oekraďense Front, het 4e Oekraďense Front en het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps. Een troepenmacht die tussen de 120-150.000 Sovjetsoldaten, 16.700 Tsjechoslowaakse soldaten, 1517 artilleriestukken, 1724 mortieren en 1000 tanks telde.

Definitielijst

Armeegruppe
Bestond meestal uit twee of drie aangrenzende Armeen, mogelijk een Duitse en een Geallieerde. 1 Armee-hoofdkwartier (meestal de Duitse) werd tijdelijk de bevelhebbende van de andere Armeen. Een Armeegruppe was altijd ondergeschikt aan een Heeresgruppe. Later in de oorlog varieerde de grootte van een Armeegruppe of een Panzergruppe veel meer. Een Armeegruppe kon vanaf 1943 de grootte van een Armee of zelfs maar van een Korps hebben.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.

Afbeeldingen

Twee vernietigde Panzer IV's aan het Oostfront in juni 1944. Bron: Wikipedia.
Generaloberst Gotthard Heinrici. Bron: Wikipedia.

De slag: tussen Krosno en Dukla

Op 2 september 1944 gaf Stavka (het Sovet-opperbevel) de order aan het Sovjet 38e leger en het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps om een offensief te lanceren en de Dukla-pas te veroveren, een offensief dat niet later dan 8 september 1944 mocht plaatsvinden. Andere Sovjet-eenheden werden in reserve gehouden om later ingezet te worden als de pas eenmaal veroverd was. Het Rode Leger verwachtte dat het Oost-Slowaakse Legerkorps hen binnen 3 of 4 dagen tegemoet zou komen.

Het Sovjet-offensief begon op 8 september 1944 en werd voorafgegaan door een 2 uur en 5 minuten lang durende artilleriebarrage op Duitse posities in het Krosno-gebied. Het volgende schema geeft een overzicht van de materiele sterkte van de Sovjet-aanvalsgroep op 8 september 1944:

25e Tankkorps
Tanks en gemechaniseerd geschut 86
12e Zware Tank-regiment
IS-2 zware tank 12
349e Zware GG Artillerieregiment
ISU-152 10
Totaal 108

De eerste dag wist het Sovjet 38e leger 14 kilometer zonder grote weerstand op te rukken. In de nacht van 9 september begon het Duitse verzet te intensiveren en het Oost-Slowaakse Legerkorps had nog geen contact gemaakt met het Rode Leger. Het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps werd op 9 september 1944 ingezet, maar haar opmars werd die dag sterk gehinderd door logistieke problemen en slecht begaanbare wegen. De Sovjet-aanval was gecentreerd op de Poolse dorpen Mszana en Smerczne, waar de Duitsers bunkers van gewapend beton hadden gebouwd. Het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps bevond zich te ver achter het front om deel te nemen aan de gevechten die dag. Het Sovjet 38e leger kwam zelf ook al snel vast te zitten aan het front bij het Poolse plaatsje Dukla.

Op 10 september 1944 werd het Sovjet 38e Leger versterkt met het 4e Garde-tankkorps en 1244e GG Artillerieregiment. Het onderstaande schema geeft de materiele sterkte van deze twee eenheden op die dag weer:

4e Garde-tankkorps
T-34 middelzware tank 59
SU-85 gemechaniseerd geschut 9
1244e GG Artillerieregiment
SU-76 gemechaniseerd geschut 10
Totaal 78

Het Sovjet 38e Leger bereikte Krosno en brak door de eerste verdedigingslinie, maar werd het al snel opgehouden door een tweede Duitse verdedigingslinie. Op diezelfde dag begonnen de Sovjets de zwaar gefortificeerde hoogte 534 en de berg "Girova" aan te vallen. De Duitsers hadden zware artillerie en observatieposten op deze bergen gepositioneerd en deze bleken al snel een doorn in het oog van het Rode Leger. Zo werd bijvoorbeeld het Sovjet 4e Bataljon gedeeltelijk weggevaagd en bovendien geďsoleerd door Duitse artillerie op één van de twee bergen. Ook het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps (waarvan haar commandant op 10 september vervangen was door generaal Ludvik Svoboda) werd zwaar onder vuur genomen. De gevechten om hoogte 534 waren bijzonder hevig en de berg wisselde meer dan 20 keer van bezit tussen 10 en 20 september 1944. Maarschalk van de Sovjet-Unie Ivan Konev kwam op 10 september 1944 hoogstpersoonlijk een bezoek aan het front brengen om de situatie in ogenschouw te nemen. Hij constateerde tot zijn schrik dat het Slowaakse leger niet richting het noorden oprukte zoals afgesproken. Wat hij niet wist was dat de Armeegruppe Heinrici het Slowaakse leger tussen 30 en 31 augustus 1944 al grotendeels ontmanteld had vanwege verdenkingen van collaboratie met de vijand. Slechts een paar Slowaakse eenheden wisten te ontsnappen, die zich vervolgens bij de partizanen in de bergen voegden.

Al vanaf het begin van het Sovjet-offensief was het Duitse leger bezig met het sturen van versterkingen en materieel en wist binnen een paar dagen de troepenmacht aan de Karpatenfestung bijna te verdubbelen naar zes infanterie- en twee tankdivisies. Het onderstaande schema geeft de materiele sterkte van deze twee tankdivisies in september 1944:

1.Panzer-Division
Panzerkampfwagen IV 20
Panzerkampfwagen V 25 (+20 later bijgevoegd)
Sturmgeschütz III 7
Marder tankjager 13
8.Panzer-Division
Panzerkampfwagen IV 37
Panzerkampfwagen V 37
Totaal 139(159)

Armeegruppe Heinrici had ook drie StuG-brigades, bewapend met in totaal 56 Sturmgeschütze en Sturmhaubitze gemechaniseerde kanonnen.

Het Rode Leger bracht ook versterkingen naar het front in de vorm van de 2e Parachute Brigade (700 manschappen en 104 tonnage aan materieel), het 1e Tsjechoslowaakse Jager-regiment en extra Tsjechoslowaakse gevechtspiloten.

Op 11 september 1944 werd Krosno bevrijd en op 12 september gaf Ivan Konev het bevel aan zijn garde-voerhoede om een doorbraak in de Duitse linies ten westen van Dukla te forceren. Deze aanvalsgroep werd echter al snel omsingeld, maar wist zich ten koste van een groot aantal verliezen (ongeveer 60%) terug naar de Sovjet-linies te vechten.

Op 17 september 1944 verklaarde de minister-president van de Slowaakse Republiek, Štefan Tiso, zonder een parlementaire ratificatie de oorlog aan de Sovjet-Unie. Het Sovjet 38e Leger werd die dag versterkt met het 31e Tankkorps en op 20 september 1944 werden de 127e Jagerdivisie en 12e Mortierbrigade in de strijd geworpen. Diezelfde dag bevrijdde de 128e Garde-jagerdivisie het dorp Kalinov, dat de geschiedenisboeken inging als het eerste Tsjechoslowaakse dorp dat bevrijd werd door het Rode Leger. Op 21 september 1944 werd het Poolse plaatsje Dukla na zware gevechten bevrijd. Het volgende schema geeft een overzicht van de materiele verliezen van het 4e Garde-tankkorps en 31e Tankkorps op 22 september 1944 over een periode van 3-4 dagen:

4e Garde-tankkorps
Tanks en gemechaniseerd geschut 36
31e Tankkorps
Tanks en gemechaniseerd geschut 69
Totaal 105

Op 26 september had het Rode Leger de Duits-Hongaarse Arpad-linie doorbroken. Op 28 september 1944 werd de 24.Panzer-Division in de strijd geworpen. Het onderstaande schema geeft de materiele sterkte van deze divisie op die dag weer:

Panzerkampfwagen III8
Panzerkampfwagen IV 33
Sturmgeschütze & Sturmhaubitze 36
Totaal 77

Tegelijkertijd met het Sovjet-offensief in september 1944 hadden Slowaakse communistische partizanen in het Karpaten-gebergte pogingen ondernomen om de Duitse linies te doorbreken met als doel zich aan te sluiten bij het Rode Leger.

Definitielijst

Armeegruppe
Bestond meestal uit twee of drie aangrenzende Armeen, mogelijk een Duitse en een Geallieerde. 1 Armee-hoofdkwartier (meestal de Duitse) werd tijdelijk de bevelhebbende van de andere Armeen. Een Armeegruppe was altijd ondergeschikt aan een Heeresgruppe. Later in de oorlog varieerde de grootte van een Armeegruppe of een Panzergruppe veel meer. Een Armeegruppe kon vanaf 1943 de grootte van een Armee of zelfs maar van een Korps hebben.
artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
collaboratie
Medewerking vanuit de bevolking aan de bezetters, meer in het algemeen samenwerking verleend aan de vijand door zogeheten collaborateurs.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
ratificatie
Bekrachtiging, goedkeuring door een regering of parlement van een internationale overeenkomst.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Het Rode Leger in de aanval, september 1944. Bron: Publiek domein.
Tsjechoslowaake soldaten in de buurt van de Dukla-pas, september 1944. Bron: Publiek domein.
Katjoesja-raketwerpers in actie tegen Duitse posities bij de Dukla-pas, 1944. Bron: Publiek domein.
Embleem 18. SS-Freiwilligen-Panzergrenadier-Division "Horst Wessel" Bron: Wikimedia Commons.

De slag: de Dukla-pas en de vallei van de dood

Terwijl het weer verslechterde, vervolgden de 67e Jager-divisie en het 31e Tankkorps (elementen van het Sovjet 38e Leger) en het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps hun opmars richting de Dukla-pas eind september 1944. Op 6 oktober 1944 had het Rode Leger de zuidelijke kant van de Dukla-pas veroverd en het eerste Tsjechoslowaakse dorp, Vysny Komarnik, ten zuiden van de pas bevrijd, voordat haar opmars op 8 oktober 1944 uiteindelijk bij dit dorp tot staan werd gebracht door het Duitse leger. Het oversteken van de Tsjechoslowaakse grens ging niet zonder verliezen. Zo werd op 6 oktober 1944 de commandant van de 1e Tsjechoslowaakse Brigade, generaal Jaroslav Vedral, op een afstand van 1 kilometer achter de grens gedood door een Duitse anti-tankmijn.

Op 10 oktober 1944 gaf Ivan Konev het bevel aan zijn vastgelopen legers ten zuiden van de Dukla-pas om een aanval te lanceren op de dorpen Vapenik en Keckovce. De aanval bleek zeer onsuccesvol en het lukte het Rode Leger niet om voorbij deze twee dorpen te komen. Op 16 oktober liep de Hongaarse kolonel-generaal Béla Miklós over naar het Rode Leger en werd hij vervangen door de Hongaarse kolonel-generaal Dezső László als bevelhebber van het 1e Hongaarse Leger. Op 18 oktober 1944 viel het Duitse leger Slowakije binnen om de Slowaakse opstand de kop in te drukken. Op 19 oktober 1944 lanceerde het Rode Leger een aanval op de dorpen Vysna Pisana en Svidnicka en bereikte het naburig gelegen dorp Nizna Pisana op 23 oktober 1944.

Op 25 oktober 1944, om 11:20 uur, opende het Rode Leger een 80 minuten lang durende artilleriebarrage ondersteund door luchtaanvallen, waarna het Sovjet 67e Jagerkorps en de 12e Garde-tankbrigade oprukten. Het volgende schema geeft een overzicht van de materiele sterkte van deze aanvalsgroep:

Artilleriestukken en mortieren (ondersteuning)703
T-34 middelzware tank 20
KV-85 zware tank 4

De smalle vallei bemoeilijkte het Rode Leger om optimaal te manoeuvreren en de sector werd verdedigd door de ingegraven 68. en 357.Infanterie-Division. Toch wist de Sovjet 12e Garde-tankbrigade ondanks zware verliezen het dorp Nizna Pisana te bereiken. Nadat de Sovjets de Duitse verdedigingslinie bij het dorp doorbroken hadden boekte het Rode Leger voor het eerst sinds bijna een maand een serieuze terreinwinst van 1,5 kilometer ten zuiden van Nizna Pisana. Deze opmars werd uiteindelijk staande gehouden door Duitse artillerievuur en de vele landmijnen in het gebied. Het grootste gedeelte van de landmijnen werden in de nacht door Sovjet en Tsjechoslowaakse sappeurs verwijderd, waardoor het Rode Leger verder op kon rukken. Die dag beweerde het 12e Garde-tankbrigade verantwoordelijk te zijn voor de vernietiging van twee Sturmgeschütz-gemechaniseerde kanonnen en een mortierbatterij, alsmede het buit maken van vijf Duitse tanks. Die dag vuurde het Rode Leger 43.000 granaten op Duitse posities.

De volgende ochtend voerde de Sovjet-luchtmacht aanvallen uit op Duitse artillerie- en mijnlegger-bataljons, waarna de Sovjets oprukten. Hun opmars stuitte tussen de dorpen Kapisova en Dobroslava op goed ingegraven Duitse posities, versterkt met 17 artillerie- en 20 mortierbatterijen die onophoudelijk het Rode Leger bestookten. In totaal werden 75.000 granaten op de Sovjets in dat gebied afgevuurd. De barrages waren zo hevig en het artillerievuur zo accuraat dat alle Sovjettanks in de vallei uiteindelijk werden vernietigd. Kort daarna kreeg de vallei de beruchte naam ‘Vallei van de Dood’ (údolie smrti). Het dorp Kapisova werd later op die dag na zware gevechten bevrijd door de 70e Garde-jagerdivisie en het dorp Dobroslava door de 305e Garde-jagerdivisie. Die dag vuurde het Rode Leger 32.000 granaten op Duitse posities en gooide de Sovjet-luchtmacht 163 ton aan bommen verspreid over 530 vluchten.

In de nacht van 26 op 27 oktober 1944 versterkte het Duitse leger de sector met de 168.Infanterie-Division. Op 27 oktober viel het Rode Leger opnieuw aan, maar werd dusdanig sterk gehinderd door artillerievuur en Duitse tegenaanvallen, ondersteund door tanks, dat het feitelijk niets opschoot. Die dag maakte de Sovjet-luchtmacht 303 vluchten. Op 28 oktober 1944 bereikte het Rode leger het stadje Svidnik (19 kilometer ten zuiden van de Dukla-pas) en werd Uzhorod bevrijd. Het Rode Leger had een terreinwinst van slechts zes kilometer geboekt gedurende drie dagen van zware strijd en Stavka besloot daarom om het Sovjet-offensief te staken. Dit betekende niet dat de gevechten in de regio ophielden, integendeel. De Duitse en Hongaarse soldaten zaten overal, maar wel geďsoleerd. Hoogte 532, dat vlak bij de Dukla-pas lag, werd pas op 25 november 1944 door het Rode Leger veroverd.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.

Afbeeldingen

Het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps op de voormalige Tsjechoslowaakse grens, oktober 1944. Bron: Wikipedia.
Generaal Ludvik Svoboda in het bevrijde dorp Vysny Komarnik, oktober 1944. Bron: Wikimedia Commons.
De Hongaarse kolonel-generaal Dezso Laszlo. Bron: Wikipedia.

Nabeschouwing

De slag om de Dukla-pas is wat betreft slachtoffers één van de zwaarste veldslagen uit de Tweede Wereldoorlog en in de ogen van de Sovjet-legerleiding een mislukking. Tussen 8 september en 28 oktober 1944 werden 184.910 slachtoffers geteld. Ongeveer 46.000 Sovjet, Duitse en Tsjechoslowaakse soldaten sneuvelden in de strijd, en 138.910 Sovjet, Duitse en Tsjechoslowaakse soldaten raakten gewond. Het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps verloor 60% van haar oorspronkelijke mankracht. Alleen al in het Slowaakse Snina-regio verloren 250 burgers het leven. Daarnaast raakten 180 burgers ernstig gewond door landmijnen. De onderstaande tabellen geven een overzicht van de verliezen tijdens het offensief:

Rode Leger1e Tsjechoslowaakse LegerkorpsHeeresgruppe Heinrici
Omgekomen/vermist: 26.8431.63017.527
Gewond: 99.3684.06935.473
Totaal: 126.2115.69953.000

Materiele verliezen:

Rode Leger/1e Tsjechoslowaakse LegerkorpsHeeresgruppe Heinrici
Tanks/gemech.geschut: 478?
Artilleriestukken: 962985
Vliegtuigen: 192?

Het offensief resulteerde in de aftocht van Armeegruppe Heinrici, dat zich 200 kilometer naar het westen terugtrok. Het Rode Leger en het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps namen 31.360 Duitse en Hongaarse soldaten krijgsgevangen. Vanaf november 1944 sloten 9000 mannen (waaronder overgelopen Slowaakse soldaten) tussen de 20 en 35 jaar oud zich aan bij het 1e Tsjechoslowaakse Legerkorps.

De materiele schade in het gebied was enorm. Het stadje Svidnik was bijna volledig verwoest door het terugtrekkende Duitse leger en alleen in al in het Slowaakse Snina-regio waren 918 huizen en 55 bruggen vernietigd.

Na het Sovjet-offensief in de Karpaten vervolgde het Rode Leger haar weg door Slowakije en wist Bratislava uiteindelijk op 4 april 1945 te bevrijden.

Definitielijst

Armeegruppe
Bestond meestal uit twee of drie aangrenzende Armeen, mogelijk een Duitse en een Geallieerde. 1 Armee-hoofdkwartier (meestal de Duitse) werd tijdelijk de bevelhebbende van de andere Armeen. Een Armeegruppe was altijd ondergeschikt aan een Heeresgruppe. Later in de oorlog varieerde de grootte van een Armeegruppe of een Panzergruppe veel meer. Een Armeegruppe kon vanaf 1943 de grootte van een Armee of zelfs maar van een Korps hebben.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.

Afbeeldingen

Oorlogsschade in een Tsjechoslowaaks dorpje.
Tsjechoslowaakse oorlogsbegraafplaats in Vysny Komarnik. Bron: Kaj Metz.

Slagordes op 8 september 1944

Rode Leger

1e Wit-Russische FrontMaarschalk Ivan Konev
- 38e Leger Kolonel-generaal Kirill Moskalenko
- Tsjechoslowaakse 1e Legerkorps Generaal Jan Kratochvíl
4e Wit-Russische FrontLeger-generaal Ivan Petrov
- 1e Garde-leger Kolonel-generaal Andrei Grechko

Duitse Leger

Armeegruppe HeinriciGeneraloberst Gotthard Heinrici
- 1. Panzerarmee Generaloberst Gotthard Heinrici
- Elementen 1e Hongaarse Leger Kolonel-generaal Béla Miklós (vervangen op 16 oktober 1944)

Definitielijst

Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.

Afbeeldingen

Maarschalk Ivan Konev Bron: Wikipedia.
Leger-generaal Ivan Petrov Bron: Wikipedia.

Het slagveld tegenwoordig: een beknopte toeristische gids

Wie tegenwoordig het slagveld van de Dukla-pas wil bezoeken heeft de keuze uit vele bezienswaardigheden. Er zijn drie musea die volledig of gedeeltelijk aan het offensief gewijd zijn: het militair-historisch museum in Dukla, het kleine museum in de uitkijktoren van de Dukla-pas en de belangrijkste: het militair-historisch museum van Svidnik.

De vallei (sinds 1944 in volksmond ‘de vallei van de dood’ genoemd) waar in oktober 1944 zware gevechten plaatsvonden, is tegenwoordig één groot openluchtmuseum dat natuurlijk vrij en zonder toegangskosten te bezoeken is. Het gebied staat vol met monumenten, T-34/85 tanks, artilleriestukken en zelfs vliegtuigen. Ook bevindt zich hier het graf van een Tsjechoslowaakse tankcommandant die hier gesneuveld is. Van alle monumenten die in de vallei te bezichtigen zijn, is één het meest boeiend, namelijk het monument dat de tankslag in de vallei herdenkt. Dit monument staat bij het dorp Kapisova en bestaat uit een originele Panzerkampfwagen IV en een T-34/85, die zijn Duitse tegenstander op een symbolische manier verpletterd.

Een andere bezienswaardigheid, die niet onbezocht mag blijven, is het veldhoofdkwartier van de 3e Tsjechoslowaakse Brigade, dat op 2,5 kilometer afstand ten zuiden van de Dukla-pas staat. Naast eerder genoemde bezienswaardigheden is het gebied tussen Krosno en Svidnik rijk aan monumenten, bunkers en verdedigingsposities zoals loopgraven en schuttersputjes.

De slachtoffers van het Sovjet-offensief liggen verspreid over verschillende oorlogsbegraafplaatsen en veldgraven in twee landen. Het volgende schema geeft een overzicht van de belangrijkste oorlogsbegraafplaatsen in het gebied Krosno-Dukla-Svidnik:

PlaatsNationaliteitAantal
Polen - Krosno Sovjet44 (officieren)
Polen - Brzozow Sovjet/Tsjechoslowaaks501
Polen - Dukla Sovjet,Tsjechoslowaaks & pools5.024
Polen - Przemysl Duits6.000
Slowakije - Vysny Komarnik Tsjechoslowaaks1.265
Slowakije - Hunkovce Duits2.648
Slowakije - Zborov Duits1.137
Slowakije - Svidnik Sovjet9.000

Het is belangrijk om hierbij te vermelden dat veel soldaten in het Karpaten-gebied geen geregistreerd graf hebben en in ongemarkeerde massagraven liggen. Elk jaar worden nieuwe stoffelijke overschotten in de bosrijke bergen en heuvels gevonden. Het wordt afgeraden om van de wandelroutes in de bossen af te wijken vanwege de vele onontplofte munitie in het gebied.

Definitielijst

Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.

Afbeeldingen

Het beginpunt van de slag om de 'vallei van de dood'. Bron: Kaj Metz.
Het tankmonument bij Kapisova. Bron: Tracesofwar.nl.
Sovjet oorlogsbegraafplaats in Svidnik. Bron: Tracesofwar.nl.
Oorlogsmuseum in Svidnik. Bron: Tracesofwar.nl.
Duitse oorlogsbegraafplaats Hunkovce Bron: Tracesofwar.nl.

Gerelateerde bezienswaardigheden