De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Inleiding
    Veelal wordt de Duitse inval in Polen in september 1939 aangemerkt als het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel dit algemeen wordt geaccepteerd, ligt het begin van de vijandelijkheden veel eerder. Al voor 1939 werd de wereld geteisterd door militaire en politieke gebeurtenissen die een indicatie waren voor de zwarte periode die de wereld tegemoet zou gaan.
    Japan was voor die tijd haar strijd al in China en Mantsjoerije begonnen. Ook Europa werd al eerder geteisterd door een conflict met internationale dimensies: de Spaanse Burgeroorlog.
    Deze oorlog had een gigantische impact op politieke en militaire verhoudingen in de wereld. Door middel van militair ingrijpen werd immers een democratisch gekozen regering afgezet en werd een grote slag toegebracht aan de internationale solidariteit. Het was niet alleen een oorlog tussen een regering en een militaire leiding, het was een oorlog tussen vooruitgang en conservatisme.
    Militair grepen vooral Duitsland, Italië en de Sovjet-Unie het conflict aan om hun wapens en tactieken uit te testen voor het grote conflict dat nog moest komen. Duitsland vooral liet door haar ingrijpen aan de wereld zien waar het toe in staat was en tot hoe ver men bereid was met terreur te gaan.

    Definitielijst

    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Kunstenaars speelden een belangrijke rol in de propaganda (BG A37/53) Bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.
    De Republikeinse vlag Bron: Digger History.
    De Nationalistische vlag Bron: Digger History.

    1931-1936, Een conflict ontstaat

    Een conflict ontstaat
    Het begon allemaal met de gigantische overwinning van de Republikeinse partijen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 12 april 1931. Deze overwinning bracht een golfbeweging teweeg waarbij op diverse plaatsen de republiek werd uitgeroepen. Deze verkiezingen maakten een einde aan een zeven jaar durende dictatuur. De Republikeinse leider Niceto Alcalá Zamora eiste het vertrek van koning Alfonso XIII en de republiek was een feit. De voormalige koning verliet het land op 14 april 1931. Zamora formeerde een linkse regering met politici als Manuel Azaña, Francisco Largo Caballero en Indalecio Prieto. Binnen deze regering kregen de meer radicale elementen de overhand en op 16 oktober 1931 werd de linkse Republikein Manuel Azaña minister-president. Alcalá Zamora werd president en zou dat blijven tot in 1936.

    In de jaren daarna bleven antidemocratische bewegingen zoals de Falange van José Antonio Primo de Rivera echter een belangrijke rol spelen. De regering bleef worstelen met grote politieke en economische tegenstellingen. Links vond de hervormingen nooit ver genoeg gaan, terwijl rechts met heimwee terugkeek naar oude tijden. Ook het vraagstuk van de autonomie in Catalonië en Baskenland bleef een probleem voor de Republiek. Dit zorgde in Catalonië in 1932 zelfs voor een staatsgreep onder leiding van generaal José Sanjurjo. De staatsgreep werd een mislukking, maar de halfslachtige maatregelen die werden genomen en het feit dat de coupplegers al snel gratie kregen zette het nodige kwaad bloed. In 1933 wonnen de conservatieven de verkiezingen. Deze overwinning was vooral te wijten aan het solistische optreden van de socialisten. Het Spaanse kiessysteem was namelijk altijd in het voordeel van partijen die in die verkiezingen coalities aangingen. De socialisten dachten dat ze andere linkse partijen niet nodig hadden. Een pijnlijke misrekening. De grootste partij, de Confederación Española de Derechas Autónomas (CEDA) werd echter buiten de regering gehouden. Dit was vooral omdat de Republikeinse president de CEDA-leider Gil Robles verdacht van fascistische sympathieën.

    De periode hierop volgend tekende zich door economische onlusten. In 1934 mondde dit uit in een algemene staking geleid door de Confederación Nacional del Trabajo (CNT), de Union General de Trabajadores de España (UGT) en de Alianza Obrera. De voornaamste reden van deze staking was het feit dat de CEDA alsnog in de regering werd opgenomen.

    De economische situatie in Spanje bleef echter een struikelblok in de politiek en toen in 1936 het tot Volksfront verenigde linkse blok onder leiding van Azaña en Prieto de verkiezingen won, zagen de arbeiders hun kans schoon. In feite was het land gedompeld in een socialistische revolutie. De regering voerde grote landhervormingen door met onteigeningen van grootgrondbezitters. De politiek rechtse groeperingen als CEDA en de koningsgezinde Carlisten verenigden zich binnen het Nationale Front en werden gesteund door de Falange Espanõla, die later een belangrijke factor zouden worden. Op 12 juli 1936 werd de linkse politieman luitenant José Castillo vermoord door fascisten. De volgende dag werd het koningsgezinde parlementslid Calvo Sotelo als reactie hierop door politieagenten doodgeschoten. Dit werd het startsein voor een aantal ontevreden militaire leiders om over te gaan tot een militaire staatsgreep. Op 14 juli zouden beide mannen op dezelfde begraafplaats worden begraven. Dit liep uit op een vuurgevecht tussen de politie en de fascistische militie. Generaal Francisco Franco Bahamonde had zich ondertussen achter een mogelijke militaire opstand geschaard en werd op 14 juli met een door de koningsgezinde journalist Luis Bolin gehuurd vliegtuig van Las Palmas overgevlogen naar Spaans Marokko. President Alcalá Zamora was door dit alles verrast tijdens een verblijf in het buitenland. Hij werd gedwongen af te treden en werd vervangen door Manuel Azaña.

    Het Spaanse leger
    Bij het begin van de militaire staatsgreep bestond het Spaanse leger uit twee van elkaar te onderscheiden Legers. Op het Spaanse vasteland kende men het Reguliere Leger, bestaande uit ongeveer 8.850 officieren en 112.200 manschappen. Hiervan zou ongeveer de helft van de officieren en 19.000 manschappen overlopen naar het Nationalistische kamp. Het andere leger stond bekend als het Leger van Afrika. Dit was veel beter getraind en uitgerust. Dit leger in Marokko, telde 34000 manschappen en bestond deels uit het reguliere leger en het Spaanse Vreemdelingenlegioen. Naast deze legers telde Spanje nog de paramilitaire Guardia Civil en de Guardia de Assalto, een politie-eenheid vergelijkbaar met de huidige Mobiele Eenheid in Nederland. Van beide stapten het overgrote deel over naar de Nationalisten.

    17 Juli was voor het garnizoen van het Vreemdelingenlegioen in Melilla de maat vol. De eenheid was de eerste die openlijk de wapens opnam tegen de eigen regering. We moeten hier echter bij vermelden dat de moorden niet meer waren dan een aanleiding. De militaire staatsgreep werd al geruime tijd voorbereid en de opstandelingen zaten eigenlijk te wachten op het startsein dat door Franco zou worden gegeven. De vonk sloeg gelijk over naar het vasteland. De bevelhebber van het Afrikaanse Legioen, generaal Manuel Romerales werd bij de opstand zonder pardon vermoord omdat hij achter de Republiek zou staan. Politietroepen van zowel de Guardia Civil als de Guardia de Assalto in Tetuan en Larache bleven eveneens de Republiek trouw, maar moesten uiteindelijk wijken voor de grote overmacht. Laat in de avond was nagenoeg heel Marokko in handen van de opstandelingen.

    Direct na het uitbreken van de opstand in diverse Spaanse garnizoenen was het hele land in rep en roer. De Republikeinse regering trachtte de opstand neer te slaan en slaagde daar gedeeltelijk in. De militaire opstand slaagde in Marokko, Pamplona, Burgos, Valladolid, Cadiz, Cordoba, Jerez en Sevilla (generaal Queipo de Llano). Zij mislukte echter in Madrid, Barcelona, Oviedo, Bilbao, Badajoz en Malaga. Het land was in één klap zowel militair, politiek en geografisch opgedeeld. Madrid en Barcelona waren de twee grootste steden in Spanje met elk meer dan een miljoen inwoners. Het behoud van beide steden voor de Republiek was dan ook vitaal en zeer welkom.

    De situatie die was ontstaan is voor niemand bevredigend. De Republiek zag haar land uiteenvallen en in chaos vervallen. De opstandelingen, vanaf nu Nationalisten genoemd, zaten met een in twee delen gesplitst gebied en een leger dat vastzat in Noord-Afrika. De premier van Spanje, Santiago Casares Quiroga trad af en president Azaña verzocht de gematigde leider Diego Martinez Barrio een regering te vormen. De belangrijkste opdracht was een dialoog te beginnen met de opstandelingen. Met deze opdracht bleek het echter onmogelijk om een kabinet te formeren en de Republikein José Giral werd toen premier van een radicalere regering. Deze regering begon direct met het uitdelen van wapens aan de vele arbeidersmilities die in het land waren ontstaan. De arbeiders hadden nagenoeg spontaan op de militaire opstand gereageerd. In het land vond in feite een spontane socialistische revolutie plaats. De grootste vakbonden, CNT en UGT, steunden de arbeiders openlijk in hun revolutionaire opstelling. Linkse politieke krachten sprongen hier direct op in. Alleen de communisten bleven nog een afwachtende houding aannemen. Pas toen de Sovjet-Unie zich met het conflict ging bemoeien, begonnen ook zij zich te roeren en zouden al snel de belangrijkste kracht in het Republikeinse front worden.

    Op 19 juli had Franco met zijn troepen de stad Tetuán bereikt en had daarmee vrijwel heel Spaans Marokko in handen en daarmee het gehele Afrikaanse Leger.

    Op 20 juli 1936 verzocht Giral de Franse socialistische premier Blum om hulp in de strijd tegen de opstand. De regering Blum was in Frankrijk ook aan de macht gekomen na vele arbeidersonlusten en Giral zag in hem een lotgenoot. Op datzelfde moment nam de militaire leider van de opstand, Franco, contact op met Hitler en Mussolini en vroeg hen om hulp. De dreiging van een nieuw internationaal conflict leek nabij. Franco werd op 20 juli de absolute leider van de opstand nadat generaal José Sanjurjo omkwam bij een vliegtuigongeluk op weg naar Burgos. Ondertussen was op het vasteland de strijd in alle hevigheid losgebarsten. In Madrid hadden arbeiders, linkse activisten en andere burgers de wapens gegrepen en met hulp van loyale milities van de Guardia Civil alle opstandige militairen weten te verdrijven. Vervolgens was men de bergen rond Madrid ingetrokken om aldaar dit optreden nog eens dunnetjes over te doen.

    In Toledo wisten de Nationalistische opstandelingen de Militaire Academie in het Fort Alcazar te bezetten. Falange-aanhangers en leden van de Guardia Civil onder leiding van kolonel Jose Moscardo zouden hier twee maanden lang durende belegering van zich af weten te houden tot ze uiteindelijk door de oprukkende troepen van Franco werden ontzet op 27 september. De marinehaven van El Ferrol zou zich, onder druk van de Nationalisten, op 21 juli overgeven waardoor een aanzienlijk deel van de Spaanse marine in handen van de Nationalisten viel (slagschip Espana, de kruisers Republica en Almirante Cervera, twee in aanbouw zijnde kruisers Baleares en Canarias en de torpedobootjager Velasco). Op 22 juli viel het laatste Republikeinse bolwerk op de Canarische Eilanden, Vallehermoso, in Nationalistische handen. De 22e juli kende nog twee opmerkelijke zaken. Marineofficier Benjamin Balboa trad geheel zelfstandig op door alle marine-eenheden te berichten van de opstand en de manschappen op te roepen het heft in eigen handen te nemen. Op nagenoeg alle schepen namen matrozen het bevel over en behield de Spaanse marine zo grotendeels voor de Republiek. De Spaanse luchtmacht bestond voornamelijk uit aan de Republiek trouwe officieren en koos ook de zijde van de Republiek.

    Franco stond intussen voor een groot probleem. Hoewel hij een aanzienlijk leger had in Marokko controleerde de Republiek het grootste deel van de marine. Hierdoor konden de Nationalistische troepen niet over zee naar het Spaanse vasteland worden vervoerd. Ook het grootste deel van de luchtmacht bleef de Republiek trouw zodat ook nagenoeg geen vliegtuigen voorradig waren. Het enige wapenfeit dat kon worden behaald was de inname door Quiepo de Llano van Sevilla, waardoor een kleine eenheid van het Spaanse Vreemdelingenlegioen met een oude Fokker de stad kon bereiken en deel kon nemen aan een aanval op Triana.

    Wat was nu de situatie na de opstand? De opstandelingen, later Nationalisten genoemd, bezaten Marokko, een klein deel van Andalusië (Huelva, Sevilla en Cadiz) en delen in het noorden van Spanje (Galicië, Leon, Oud-Castilië, Navarra en een deel van Aragon). Een aanzienlijk deel van het leger in Spaans Marokko en een deel in Spanje was overgestapt naar de Nationalistische strijdkrachten. Slechts een klein deel van de marine en nagenoeg niets van de luchtmacht kregen de opstandelingen onder controle. De overige gebieden bleven in handen van de Republiek, evenals een aanzienlijk deel van de Republikeinse strijdkrachten, het grootste deel van de marine en nagenoeg de gehele luchtmacht. Madrid was echter verre van veilig. Een eerste poging van generaal Mola om met gewapende Carlisten en Falangisten de stad te bereiken en aan te vallen vanuit Navarra, via Guadelajara, mislukte. García Escámez wist met zijn troepen de Somosierra-pas ten noorden van Madrid te bereiken, een strategische pas die ze wisten te behouden tot aan het eind van de Spaanse Burgeroorlog, maar vooralsnog wist men niet verder door te dringen naar Madrid. Evenmin lukte het de Nationalisten om Madrid aan te vallen vanuit Valladolid via de Alto del Léon-pas. De Republikeinen wisten overal het front gesloten te houden.

    Internationale betrokkenheid
    Beide kanten in het conflict trachtten om langs internationale weg hulp voor hun zaak te verkrijgen. Als tegenhanger van de Republikeinse regering werd op 23 juli voor het eerst een bijeenkomst gehouden van het Comité van Nationale Verdediging (Het Parlement) van de Nationalisten. Twee dagen later arriveerden de eerste Franse wapenzendingen voor de Republikeinen. Hoewel Frankrijk formeel geen hulp toezegde, kwamen in het geheim eind juli zo'n 70 Franse vliegtuigen de grens over nabij Barcelona. Hierbij zaten onder andere Potez 54 bommenwerpers en Dewoitine 371 jagers. Toen op 26 juli het KOMINTERN op aandringen van Stalin ook hulp toezegde, besloten Hitler en Mussolini om Franco te hulp te komen. De Franse hulp was echter maar van korte duur. Onder druk van de eigen bevolking en landen als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië startte Frankrijk een nieuwe politiek van non-interventie en verbood alle wapenleveranties aan de Republikeinen. Op 24 augustus 1936 arriveerde de nieuwe Sovjet-ambassadeur, M. Rosenberg. Samen met hem kwamen de eerste Sovjetleveringen van materieel en "adviseurs".

    Van Italiaanse zijde werden 12 Savoia-81 bommenwerpers naar Marokko gezonden en stuurde Duitsland 6 Heinkel He 51 jagers en 20 Junkers Ju 52/3m bommenwerpers naar Marokko. De eerste toestellen kwamen hier op 29 juli aan. Op deze dag werd het Duitse Legion Condor opgericht met de Duitse toestellen. Vooral de bommenwerpers waren zeer welkom. Ze stelden Franco eindelijk in staat om zijn Marokkaanse troepen te gaan overbrengen naar Sevilla, waarmee de verhoudingen op het vasteland danig gingen verschuiven. Franco zelf maakte op 6 augustus de oversteek. Dit overbrengen van de Afrikaanse troepen zou een grote verandering in de verhoudingen gaan veroorzaken. De Nationalisten kregen hiermee een goed georganiseerde troepenmacht op het Spaanse vasteland en Franco had hiermee de kracht om zich te vestigen als de leidende militaire figuur bij de Nationalisten.

    De politieke verhoudingen
    Vanaf juli 1936 stonden er dus globaal genomen twee groepen tegenover elkaar. Aan de ene zijde stonden de coupplegers, verenigd in het Nationalistische front. Daartegenover stond een breed front van groeperingen die de Republiek bleven steunen, het Republikeinse front. Door vooral het felle verzet van de vele arbeidersmilities was op veel plaatsen de coup mislukt.

    Binnen het Republikeinse contingent werkten vele uiteenlopende groeperingen samen. Republikeinen, anarchisten, socialisten en communisten werkten zo goed en zo kwaad als zij konden samen aan een eenheidsfront. Op militair vlak lukte dit soms, zeker in de beginperiode, nog redelijk. Op politiek vlak zouden zich echter al snel vele conflictsituaties voordoen, die zeker het verloop van de strijd hebben beïnvloed. Al snel bleek echter wel dat vooral de communisten goed georganiseerd waren. Charismatische militaire leiders als Juan Modesto en Enrique Lister wisten hun mensen te inspireren. Het bleef echter heel moeilijk om de verschillende politieke groeperingen samen te laten werken. Veelal wilde men de eigen politieke identiteit tot op het slagveld doorvoeren. Er werd niets aan orders aangenomen van leiders van een andere politieke militie. Het was vooral het vuur en de gedrevenheid die de rangen toch gesloten wisten te houden. Maar dat dit op den duur problemen zou veroorzaken mag duidelijk zijn.

    Binnen het nationalistische kamp kwamen buiten de militaire coupplegers vooral de fascisten en koningsgezinden samen. Ook hier had men verschil van inzicht. De Nationalisten waren echter bij machte om de geschillen opzij te zetten ten voordele van de strijd. Direct na de opstand werd door hen een militaire leiding opgezet met de generaals Mola, De Llano en Franco.

    In de jaren na het eerste oorlogsjaar zouden de onderlinge politieke geschillen bij de Republikeinen, zowel op politiek gebied als op militair gebied, hun tol gaan eisen. Door de Sovjet-inmenging werd vooral de Partido Communista de España (PCE) een belangrijke machtsfactor. Het gevolg hiervan was dan wel dat organisaties die door de Sovjets als "anti-stalinistisch" werden bestempeld, zoals de Partido Obrero de Unificación Marxista (POUM) en de anarchisten, langzaam maar zeker een positie gingen innemen die meer tegenover de Republiek kwam te staan dan ernaast.

    Ondertussen boekten de Nationalisten enkele belangrijke overwinningen. Op 23 juli namen ze de stad Alto de Leon in en op 25 juli de Somosierra-pas. Op 3 augustus startten de Nationalistische troepen hun offensief in Estremadura. Dit offensief werd mogelijk gemaakt door de eerste aankomst van troepen uit Noord-Afrika. Enkele dagen later kregen de Republikeinen een grote schok te verwerken. De internationale gemeenschap had besloten zich formeel niet in het conflict te mengen middel een politiek van non-Interventie. Het eerste uitvloeisel hiervan was het stopzetten van de hulp door Frankrijk.

    Definitielijst

    dictatuur
    Staatsvorm waarbij de macht in een land in de handen is van één persoon, de dictator. Oorspronkelijk een Romeinse staatsvorm voor tijden van nood, waarbij de totale macht 6 maanden in de handen lag van één persoon om de crisis het hoofd te bieden.
    KOMINTERN
    Internationaal samenwerkingsverband van communistische partijen tussen 1919 en 1943. De Komintern werd vanuit Moskou geleid.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    revolutie
    Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
    slagschip
    Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    staatsgreep
    Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
    torpedobootjager
    (Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.
    Vreemdelingenlegioen
    Frans legeronderdeel waarvan de soldaten en onderofficieren buitenlandse huurlingen zijn. Ook in Spanje behoort een vreemdelingenlegioen tot de landstrijdkrachten.

    Afbeeldingen

    Koning Alfonso XIII Bron: Wilco Vermeer.
    Zamora Bron: Wilco Vermeer.
    Overzicht van de strijd Bron: Primetime, via Wikipedia.
    Francisco Franco Bahamonde Bron: Portal Fuenterrebollo.
    De viering van de verkiezingsoverwinning door het frente Popular in februari 1936 Bron: Onbekend.

    1936, Invasie van Mallorca

    Het begin van de non-interventie politiek
    Op initiatief van de Britse premier Neville Chamberlain begon de internationale wereld langzaam met een politiek van non-interventie. Dit hield in dat geen enkel land één van beide partijen in de burgeroorlog militair mocht steunen. Het eerste slachtoffer werd Frankrijk. Nog voor ook maar welke overeenkomst was afgesloten besloot de Franse regering zich bij het Britse streven aan te sluiten en verbood het iedere verdere wapenzending aan Spanje. Later zou duidelijk worden dat vooral de inzet van Chamberlain het uiteindelijke einde zou betekenen van de democratische Republiek en de Nationalistische overwinning zou inluiden. Op 1 augustus besloten Frankrijk en Groot-Brittannië tot de oprichting van een Non-Interventie Comité. Terwijl beide landen de intentieverklaring ondertekenden, stuurde Benito Mussolini nog meer vliegtuigen met piloten naar de Nationalisten. Op 3 augustus waren de Nationalisten een offensief begonnen in Estremadura. De Franse grens werd uiteindelijk op 8 augustus hermetisch afgesloten. De gehele non-interventie politiek had echter vooral invloed op de kracht van en de politieke verhoudingen binnen het Republikeinse kamp. Duitsland en Italië grepen de non-interventie politiek juist aan om door middel van militair toezicht, iedere hulp aan de Republikeinen te blokkeren en langs een andere weg de Nationalisten militair en financieel te steunen. De Republikeinen waren voor hulp afhankelijk van de Internationale Brigades, die juist vanwege de non-interventie politiek uiteindelijk zouden worden afgebouwd. Steeds sterker werd de Republikeinse regering hierdoor in de armen van de Sovjet-Unie gedreven, wat uiteindelijk binnen het Republikeinse kamp tot steeds grotere tegenstellingen en scheuringen zou leiden. De Republiek werd zodoende langzamerhand van binnen en van buiten uitgeschakeld.

    De Republikeinse invasie van Mallorca
    De Republikeinse regering was niet van plan om zich bij de ontstane situatie neer te leggen. Op 9 augustus 1936 stuurde men een expeditieleger naar Mallorca. Onder leiding van kapitein Manuel Uribarri van de Guardia Civil en kapitein Alberto Bayo van de Republikeinse luchtmacht, landden Catalaanse troepen en troepen uit Valencia op Ibiza, bij Porto Cristo. Het opstandige garnizoen werd al snel verslagen, waarbij de Republikeinen veel hulp kregen van de plaatselijke bevolking, en op 16 augustus landden de Catalanen onder kapitein Bayo op Mallorca zelf. Ze werden hierbij zwaar aangevallen door Italiaanse vliegtuigen. Het garnizoen van Mallorca onder leiding van de Nationalist kolonel Garcia Ruiz, bleek echter een zware tegenstander. Zijn troepen kregen al snel hulp van de Italiaanse luchtmacht en op 3 september kon hij een tegenaanval lanceren. Onder de dekking van het geschut van het Republikeinse slagschip Jaime I moesten de Catalanen zich toen van het eiland terugtrekken. De Nationalisten namen op 19 september weer bezit van Ibiza.

    Slag om Badajos
    Zoals al gemeld, veranderden de verhoudingen op het vasteland door de opmars van de Nationalistische troepen. Direct na aankomst in Sevilla begon Franco aan een offensief in de richting van het westen en het noorden met als doel de inname van Badajoz om zo het Nationalistische gebied in het zuiden te verbinden met dat in het noorden. Eenmaal verbonden zou dan vanuit noordwestelijke richting een aanval op Madrid kunnen worden ondernomen. De tactiek die hij toepaste was er één die later zou worden vervolmaakt door de Duitsers in de vorm van de Blitzkrieg. Terwijl de troepen met vrachtwagens snel werden verplaatst tot bij het front, werden door luchtdekking van de Duitse en Italiaanse bommenwerpers aanvallen uitgevoerd op de vijandelijke stellingen. De snelheid van de veroveringen was enorm. Binnen een week, op 10 augustus, werd de stad Merida bereikt. Bij de inname vestigde het Marokkaanse Leger gelijk haar reputatie als meedogenloos door iedere gevangene simpelweg te vermoorden en door politieke leiders te fusilleren.
    Intussen waren ook de Nationalistische eenheden uit het noorden begonnen met hun opmars naar Badajos.
    Badajos werd het eerste werkelijke treffen tussen beide troepen. Badajos zelf werd bezet door een militie van 6.000 manschappen, ondersteund door artillerie en vliegtuigen.
    Op 14 augustus wisten de Nationalisten na twee pogingen de stad binnen te dringen en ze richtten daar een ware slachting aan. Op commando van Juan Yagüe, de bevelhebber van de Marokkaanse troepen, werden ongeveer 2.000 mensen vermoord op 14 en 15 augustus.

    Na deze slag controleerden Franco's troepen een aaneengesloten gebied vanuit Cadiz in het zuiden tot aan La Coruña in het noorden. Franco verplaatste zijn aandacht naar operaties vanuit Cacares, terwijl de nationalistische generaal Jose Varela het veroverde gebied zeker stelde. Het eerste aanvalsdoel daarna was de plaats Nalvalmoral de la Mata, dat op 23 augustus werd ingenomen. Deze plaats werd de uitvalsbasis voor de volgende fase in de strijd, de opmars naar Madrid. Een eerste obstakel op die route was het sterk verdedigde Talavera de la Reina, dat door een grote troepenmacht werd verdedigd. Ondanks dat werd de stad in slechts één dag ingenomen. Madrid lag nu nog maar 110 kilometer verwijderd en de weg lag open. Tot verbazing van Yagüe moesten de troepen echter afbuigen naar Toledo en niet verder optrekken naar Madrid. Franco had namelijk besloten dat Toledo van grote symbolische waarde was.
    Ten tijde van de opstand was ook het garnizoen aldaar in opstand gekomen, maar dat was bruut neergeslagen door Republikeinsgezinde troepen. Franco wilde nu eerst wraak nemen.

    Op 24 augustus besloten Italië en Duitsland om zich bij het Non-Interventie Comité aan te sluiten. Op deze wijze konden Italiaanse en Duitse schepen deelnemen aan een internationale blokkade van Spanje. Zo kon men geoorloofd deelnemen aan de strijd. Hiermee werd andermaal aangetoond hoe weinig respect de beide landen toonden voor internationale afspraken. Op 28 augustus werd de hoofdstad Madrid voor de eerste keer gebombardeerd door Nationalistische vliegtuigen.

    Op 4 september 1936 werd het premierschap overgenomen door de socialist Francisco Largo Caballero. Dit markeerde gelijk een verlinksing van de Republikeinse overheid. De nieuwe regering werd een coalitie van socialisten, links-Republikeinen en de snel groeiende communisten. Door het vervolg van de strijd kwam het Baskische deel van de Republiek steeds geïsoleerder te staan. De Nationalisten namen op 5 september de stad Irun in. Hierdoor was Baskenland geheel van de buitenwereld afgesneden. De Nationalisten stonden aan de ene kant, de gesloten grens met Frankrijk lag aan de andere en tenslotte werd iedere mogelijkheid tot aanvoer over water afgesneden door een blokkade van schepen van het Non-Interventie Comité. De toch al op autonomie ingestelde Basken vormden een eigen regering met José Antonio Aguirre aan het hoofd. Deze stap zou leiden tot het aannemen van een resolutie in de Republikeinse regering, waarin de autonomie werd verleend per 1 oktober. Aguirre was vanaf dat moment de eerste president van de onafhankelijke Baskische staat: Euzkadi. De internationale ontwikkelingen waren echter niet rooskleurig. In Londen vergaderde op 9 september het Non-Interventie Comité voor de eerste maal, waardoor de kans op meer hulp van andere landen aan de Republikeinen was verkeken. Maar liefst 23 landen namen deel aan deze vergadering en steunden het initiatief. Slechts Mexico wenste de Republiek te blijven steunen en hoewel dit een morele opsteker was, kon Mexico natuurlijk zeer moeilijk werkelijke steun leveren. In september arriveerde ook de Duitse kolonel Walther Warlimont om het commando op zich te nemen van alle Duitse troepen in Spanje. Hiermee werd formeel overgegaan tot de formering van het Condor Legion.

    Intussen waren op 6 september Italiaanse vliegtuigen gearriveerd op Mallorca, van waaruit zij gingen meedoen aan de strijd tegen de Republikeinen. De strijd op het vasteland ging onverminderd door en de Nationalisten bleven successen boeken. San Sebastian in het Baskenland viel op 13 september in hun handen, waardoor de weg vrij lag in de richting van de hoofdstad Bilbao. Op 16 september werd dit gevolgd door de inname van Ronda.

    Op 24 september besloot Francisco Franco de aanval op Madrid uit te stellen om de opstandelingen in Fort Alcazar, Toledo, te hulp te komen, die daar al wekenlang stand hielden.
    In Catalonië werd op 26 september een regionale regering (Generalitad de Catalunya) gevormd, bestaande uit de socialistische POUM en de anarchistische CNT/FAI (Federación Anarquista Ibérica). Deze samenwerking werd met argusogen bekeken door de communisten die liever hadden gezien dat beide organisaties werden uitgeschakeld. Op dezelfde dag openden de Nationalisten (generaal Varela) de aanval op Toledo. In feite waren de Republikeinse troepen zich al aan het terugtrekken in de richting van Madrid, zodat de volgende dag Toledo eenvoudig kon worden ingenomen. De weinige militieleden die de inname trachtten te voorkomen werden allen gedood, zowel tijdens de gevechten als na gevangenneming.

    Op 1 oktober werd door het Republikeinse parlement formeel autonomie verleend aan Baskenland. Drie dagen later vestigde Franco, op 1 oktober uitgeroepen tot opperbevelhebber en staatshoofd, een burgerregering met als doel het legitimeren van de opstand. Het was vooral een symbolische staat aangezien de werkelijke macht in handen van de militaire leiders bleef.

    De hulp die uiteindelijk de Republiek wel bereikte, was van de Sovjet-Unie, die zich vanaf 12 oktober openlijk in de strijd mengde. De Sovjet-Unie had op 6 oktober verklaard hulp aan de Republikeinen te zenden. De Sovjets verklaarden dat zij onder de regels van non-interventie dezelfde hulp mochten bieden die door Duitsland en Italië aan de Nationalisten werd geboden. Deze Sovjethulp werd wel "betaald", door op 25 oktober het grootste deel van Spanje's goudvoorraad naar Moskou te sturen. Eenheden van Sovjettanks (T-26 tank), artillerie en transportwagens werden naar Spanje gezonden evenals door Sovjetpiloten bemande Polikarpov I-15 en Polikarpov I-16 jagers.

    Intussen was er echter ook een ander fenomeen ontstaan dat de Republiek te hulp kwam. Door het KOMINTERN (communistische internationale) werden Internationale Brigades gevormd bestaande uit vrijwilligers, veelal communisten, uit heel Europa die allen strijd tegen het fascisme wilden voeren. De eerste eenheid van 500 man werd op 14 oktober geformeerd in Albacete, ongeveer 240 kilometer ten zuidoosten van Madrid. Een andere ontwikkeling had zich op 9 oktober voorgedaan. De Republikeinen hadden het leger namelijk omgevormd tot een "volksleger", waardoor alle afzonderlijke milities onder één leiding kwamen te staan.

    Op 24 oktober verschenen voor het eerst Duitse en Italiaanse vliegtuigen boven Madrid. Drie dagen later arriveerden Sovjet T-26 tanks in de stad en die werden gelijk in de strijd geworpen. Dit bleek een welkome aanvulling op de verdediging van de stad, waar men tot dan met primitieve wapens de strijd tegen Duitse en Italiaanse tanks had moeten aanbinden.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Blitzkrieg
    De Nederlandse betekenis van dit Duitse woord is 'bliksemoorlog'. Zeer snel verlopende veldtocht. In tegenstelling tot een loopgravenoorlog is de Blitzkrieg erg snel en beweeglijk. Lucht- en grondstrijdkrachten werken nauw samen. Voor het eerst toegepast door de Duitsers (september 1939 in Polen)
    fascisme
    De oorspronkelijke naam van de antidemocratische politieke beweging in Italië onder leiding van de dictator Benito Mussolini. Mussolini was leider van Italië van 1922 tot 1943. Tegenwoordig is fascisme een veelgebruikte term voor antidemocratische politieke stromingen. Ook het Duitse nationaalsocialisme wordt in de geschiedenis wel eens fascisme genoemd.
    KOMINTERN
    Internationaal samenwerkingsverband van communistische partijen tussen 1919 en 1943. De Komintern werd vanuit Moskou geleid.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    slagschip
    Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Neville Chamberlain Bron: Associated Press Photo.
    Largo Caballero Bron: Wilco Vermeer.
    Junkers Ju 52/3m bommenwerper van het Condor Legion Bron: Wilco Vermeer.
    Republikeinse Polikarpov I-15 Bron: Warbird Pictures.

    1936-1937, De strijd om Madrid

    De strijd rond Madrid
    Op 30 oktober 1936 voerden de Nationalisten een bombardement uit op Madrid. Dit bombardement kwam als een grote schok. Geen enkel militair doel werd geraakt, er vielen alleen maar burgerslachtoffers. Ondertussen vocht het Marokkaanse Leger, onder leiding van generaal Emilio Mola, zich een weg door de talloze dorpen in de streek, op weg naar Madrid. Op 2 november waren voor het eerst Sovjetvliegtuigen in het luchtruim van Madrid verschenen. Brunete en Getafe werden respectievelijk op 2 en 4 november door de Nationalisten ingenomen. Op 5 november lukte het de Republikeinse luchtmacht, met hulp van de Sovjet Polikarpov I-15 jagers voor het eerst een Nationalistische bombardementsvlucht te verjagen voordat men het bombardement kon uitvoeren. De situatie rond Madrid was echter zo dreigend dat men verwachtte dat de stad ieder moment in Nationalistische handen zou vallen.

    Op 6 november werd dan ook overgegaan tot verplaatsing van de Republikeinse regeringszetel naar Valencia. Het bevel over de stad werd overgedragen aan generaal José Miaja. Algemeen werd verwacht dat hij de overgave formeel zou gaan regelen. In een overleg tussen Miaja, generaal José Asensio en hun staf werd besloten om een verdediging te organiseren met alle beschikbare middelen. Wonderwel wist men de gehele Madrileense bevolking te mobiliseren om op wat voor manier dan ook een steentje bij te dragen. Al deze verdediging werd opgebouwd rond de goede getrainde militie van de Communistische Partij, het Quinto Regimento (het Vijfde Regiment).
    Nadat de Nationalistische generaal José Varela de aanval had ingezet, wisten zijn troepen tegen enorme verliezen de stad binnen te trekken tot op het universiteitsterrein. Op 8 november leek de situatie uitzichtloos en begon de munitie bij de Republikeinen op te raken. Plotseling werden echter verse Internationale Brigades in de strijd geworpen, onder bevel van de Sovjetgeneraal Emilio Kléber. Voor de verdedigers moet het vreemd zijn overgekomen om ineens 3.000, in militaire uniformen geklede soldaten, op zeer gedisciplineerde wijze de straten te zien binnen marcheren. Het psychologische effect was verbluffend.
    Drie bataljons van de XIe Brigade, de eerste eenheid van de Internationale Brigades, maakten hun opwachting in de hoofdstad, gevolgd door de XIIe Brigade op 13 november. Deze eerste Internationale Brigades waren onder andere opgebouwd uit Britse communisten en leden van de Duitse communistische partij, verenigd in het Thaelmann Batallion. Het effect was verbazingwekkend. Waar eerst het einde van de strijd nabij leek, wisten de Republikeinen het offensief tot staan te brengen.

    Dat niet alleen Nationalisten misdaden begingen, bleek wel uit het feit dat alleen al 1.000 voornamelijk fascistische gevangenen in de gevangenis in Paracuellos del Jarama werden vermoord zodat hun bewakers naar het front konden gaan. Uiteindelijk zouden in Paracuellos el Jarama duizenden, voornamelijk katholieken, worden vermoord. Op 14 november bereikte nogmaals Republikeinse hulp de hoofdstad toen anarchistenleider Buenaventura Durruti, met zijn 3.000 manschappen tellende “Durruti Colonne” Madrid bereikte.
    Ook de Duitse hulp kwam voor het eerst in actie toen het Condor Legion tussen 15 en 17 november haar eerste luchtaanvallen uitvoerde. Bij de Duitsers was generaal Hugo Sperrle aangewezen als commandant van het Condor Legion. Als zijn stafchef trad Wolfram von Richthofen op en Wilhelm Ritter von Thoma kreeg het bevel over de Duitse grondtroepen.

    Ondanks alle bijkomende hulp was de situatie voor de Republikeinen in Madrid verre van rooskleurig. Van de 3.000 manschappen waar Durruti mee aankwam, waren er op 18 november nog zo'n 400 in leven en op 19 november werd Durruti zelf dodelijk getroffen. De kogel was echter afkomstig uit het Republikeinse kamp en tot op de dag van vandaag is onbekend of dit een ongeluk was of opzet. Zelfs in het heetst van de strijd speelden politieke tegenstellingen een rol bij de Republikeinen. Ondanks alles wisten de verdedigers toch stand te houden en op 23 november zag Franco zich gedwongen om de inname van Madrid voorlopig uit te stellen.

    Politieke ontwikkelingen
    Op 4 november lukte het Francisco Largo Caballero eindelijk om de grootste massabeweging in Spanje, de anarchisten, in de regering te krijgen. Vier anarchistische ministers werden benoemd.
    Het einde van 1936 stond in het teken van een aantal gebeurtenissen. Deze werden ingeleid met de erkenning van de Nationalistische regering door Duitsland en Italië op 18 november. De Italiaanse marine startte in november met grootscheepse steun aan de Nationalisten. Vooral de inzet van Italiaanse onderzeeboten zou een belangrijke rol gaan spelen. Deze gebeurtenis werd gevolgd door meningsverschillen binnen het Republikeinse front. Op 20 november overleed de anarchistische leider Durruti aan tijdens de dag daarvoor opgelopen verwondingen. Diezelfde dag werd door de Republikeinse overheid de door hen bij aanvang van de opstand opgepakte Falangeleider José Antonio Primo de Rivera geëxecuteerd. De marxistische POUM werd niet meer vertrouwd en door toedoen van de communisten uit de Catalaanse regering (Generalitat) gezet. Deze partij werd door hen als anti-Stalinistisch bestempeld. Nog voor het einde van het jaar werd de door de CNT geleide Raad van Aragon erkend als overheid en kreeg Aragon een autonome status binnen de Republiek.

    De invloed van Joseph V. Stalin en zijn agenten begon echter gevolgen te krijgen voor de eenheid in het Republikeinse front. Steeds vaker kwamen diverse politieke facties met elkaar in gevecht in plaats van met de Nationalisten. In feite betekende deze manier van Sovjetinmenging het einde voor de Republiek, hoewel de strijd nog jaren zou voortduren.

    De strijd om de Corunna-weg
    Barcelona viel op 6 december ten prooi aan een Nationalistisch luchtbombardement.
    Op 13 december veranderden de Nationalisten hun tactiek door een aanval op de Corunna-weg, ten noorden van Madrid. Dit offensief was een poging om Madrid te isoleren van de rest van het Republikeinse gebied. Een leger van 18.000 man onder leiding van generaal Luis Orgaz werd door de Nationalisten in de strijd geworpen. De strijd was ook hier zeer fel en ook hier werden de Internationale Brigades in de strijd geworpen. Hoewel tussen 3 en 15 januari 1937 de Nationalisten een aanzienlijk deel van de weg in handen hadden, bleek hier geen doorkomen aan. Het Nationalistische offensief werd op 11 januari tot staan gebracht. Madrid was voorlopig gered. De actie had echter wel een aanzienlijke terreinwinst voor de Nationalisten opgeleverd.

    In Aragon werd intussen op 17 december 1936 de door de CNT (Confederacion Nacional de Trabajo) geleide Consejo de Aragon (Raad van Aragon) als zelfstandig orgaan erkend door de Republikeinse regering.

    De val van Malaga
    Op 23 december waren in Cadiz de eerste Italiaanse vrijwilligers aangekomen die aan Nationalistische zijde in de strijd werden gegooid. Deze troepen werden ondergebracht in de Corpo Tropo Volontario (CTV). Met deze groei in slagkracht begon men een offensief gericht tegen de zuidelijke provincies in Spanje.
    Malaga was intussen een onrustige stad geworden. Aanhangers van de CNT en de Communistische Partij stonden elkaar openlijk naar het leven. De verdediging, voor het grootste deel bestaande uit anarchistische milities, was totaal niet georganiseerd. De Republikeinse overheid stelde kolonel Jacinto Humberto Villalba aan om de verdediging te organiseren. Middelen om dit te doen had hij echter niet.
    Van drie kanten werd de aanval op de Republikeinse troepen geopend. De Italianen onder leiding van general Mario Roatta, vielen aan vanuit het Noorden. Vanuit Granada in het noordwesten stoomden troepen richting Malaga onder leiding van kolonel Antonio Munoz. De hoofdaanval kwam vanuit het westen door het Zuidelijke Leger onder generaal Gonzalo Quiepo de Llano. Ondertussen bleef de Spaanse Burgeroorlog vele revolutionairen en links-intellectuelen naar zich toe trekken. Zo nam op 30 december George Orwell dienst bij de milities van de POUM.

    Ondanks groot verzet van de Republikeinse troepen moest men toch toestaan dat de Nationalisten Malaga konden binnentrekken. Op 5 februari naderden negen Italiaanse bataljons de stad vanuit het noorden en kolonel Villalba kon weinig meer doen. De Nationalistische marine en de Nationalistische luchtmacht bombardeerden de toevoerwegen en op 7 februari trokken Nationalistische en Italiaanse troepen de stad binnen. Dat bij die bombardementen voornamelijk burgers het slachtoffer werden liet de aanvallers koud. Een goede 100.000 inwoners van Malaga hadden namelijk getracht de stad te ontvluchten en vooral zij werden nu onder vuur genomen. Vanuit zee werd dit ondersteund door Duitse marineschepen die daar in “opdracht” van het Non-Interventie Comité moesten toezien op de naleving van het verdrag. Er vielen zoveel doden dat nog tot in de jaren 60 van de 20e eeuw stoffelijke overschotten werden teruggevonden.
    Benito Mussolini was er als de kippen bij om publiekelijk te verklaren dat Italiaanse troepen hun eerste overwinning in deze oorlog hadden behaald. Hiermee was het echter nog niet gedaan. Nationalisten gebruikten de zege om af te rekenen met Republikeinen en een bloedbad volgde. De val van Malaga kreeg nog een staartje doordat de Republikeinse staatssecretaris van Oorlog, onder druk van de communisten, door premier Caballero op 21 februari werd ontslagen. Hem werd openlijk de schuld van de val van Malaga in de schoenen geschoven.

    De slag om Jarama
    Gesterkt door de verovering van Malaga richtten de Nationalisten wederom hun aandacht op Madrid. De aanval kwam onder leiding te staan van generaal Luis Orgaz. Hij had de beschikking over 40.000 manschappen van het Vreemdelingenlegioen en de Moorse Troepen, ondersteund door antitankgeschut, twee bataljons zware machinegeweren van het Condor Legion, evenals Duitse tanks en vliegtuigen. Ditmaal rukten de troepen op via de weg van Valencia door de Jarama-vallei. Generaal Orgaz lanceerde zijn aanval op 6 februari en op 11 februari had hij de Republikeinse troepen van generaal Sebastian Pozas teruggedrongen over de rivier de Jarama. De volgende dag gooiden de Republikeinen een grote luchtmacht in de strijd. Splinternieuwe Sovjetvliegtuigen (40 stuks) zorgden voor een luchtoverwicht dat het tij langzaam deed keren. Op 24 februari werd de opmars gestaakt. De Republikeinen wisten door de inzet van vele Republikeinse en Internationale Brigade-soldaten de opmars een halt toe te roepen. Vooral de inzet van de Internationale Brigades was opvallend. Van het Britse bataljon onder leiding van Tom Winteringham was na de slag bijna twee derde uitgeschakeld (dood of gewond). De door de Britten verdedigde hoogte werd door hen hierna “Suicide Hill” genoemd. Het Amerikaanse bataljon, het American Abraham Lincoln Batallion telde 120 doden onder hun 450 man tellende eenheid. Ook het derde Internationale Brigade Bataljon dat werd ingezet, het Dimitrov Bataljon kreeg het zwaar te verduren en moest uiteindelijk de strijd opgeven. Aan beide zijden vielen rond Jarama in totaal 45.000 slachtoffers en ook hier zat het front muurvast.

    Definitielijst

    Brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    Internationale Brigade
    Tijdens de Spaanse Burgeroorlog een uit verschillende nationaliteiten bestaande groep van strijders, die de kant van de Volksfrontregering hadden gekozen.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Vreemdelingenlegioen
    Frans legeronderdeel waarvan de soldaten en onderofficieren buitenlandse huurlingen zijn. Ook in Spanje behoort een vreemdelingenlegioen tot de landstrijdkrachten.

    Afbeeldingen

    Medische zorg aan het Aragon Front (BG A39/733) Bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.
    Canadese Internationale Brigadisten Bron: National Archives of Canada.
    De begrafenis van Durruti (BG A37/566) Bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

    1937, De strijd rond Guadalajara

    De strijd rond Guadalajara
    Vanaf maart 1937 werden de Nationalistische troepen wederom ingezet in een poging om Madrid te omsingelen en af te grendelen. Dit maal werd een poging in noordoostelijke richting gewaagd. Twee hele legers rukten op richting Guadalajara.

    Het Westelijke Leger, onder leiding van generaal José Moscardo, bestaande uit de Soria Divisie (20.000 manschappen inclusief leden van het Vreemdelingenlegioen, Marokkaanse troepen en Carlisten), had weinig moeite met de onervaren Republikeinse troepen die het tegenkwam.
    Het Oostelijke Leger, onder leiding van generaal Mario Roatta Mancini had echter meer moeite. Dit leger, bestaande uit 30.000 Italiaanse vrijwilligers, ondersteund door 250 tanks, 180 stuks artillerie en meer dan 50 vliegtuigen, bleef steken nadat het op 10 maart, geheel volgens de later zo bekend geworden Blitzkrieg-tactiek, Brihuega had ingenomen. Een plotseling opstekende sneeuwstorm veroorzaakte echter grote organisatorische problemen. Toen Roatta zich wilde hergroeperen, ondernamen de Republikeinen een tegenaanval. Onder leiding van kolonel Enrique Jurado, vielen twee divisies (de 12e Divisie en de 14e Divisie), ondersteund door Sovjet- en Republikeinse vliegtuigen en tanks, de Italianen op 18 maart in volle sterkte aan. De Italianen werden volledig uiteen gedreven, waardoor het Noordelijke Leger zich noodgedwongen moest terugtrekken. Brihuega werd wederom heroverd door de Republikeinen. Als detail kan hierbij worden aangegeven dat aan Republikeinse zijde het zogenaamde Garibaldi Bataljon meevocht (met de XIIe Internationale Brigade). Dit was een eenheid Italiaanse vrijwilligers, waardoor hier voor het eerst Italianen tegenover Italianen stonden. Voor Mussolini was dit zeer wrang, zijn Italiaanse troepen waren hier immers door Italiaanse communistische vrijwilligers verslagen.

    Bij de Nationalistische terugtocht werden door de Republikeinen zeer grote hoeveelheden materieel en documentatie in beslag genomen. Hiermee kon men zonder problemen aantonen dat Italië openlijk ingreep in Spanje, iets wat volgens internationale verdragen niet mocht. Het Non-Interventie Comité, ook wel Londen Comité genaamd, wenste echter geen bewijzen aan te nemen die niet door één van haar leden was aangedragen. De Spaanse minister van Buitenlandse zaken Alvarez del Vayo, trok toen met de documenten naar de vergadering van de Volkenbond in Genève. Het mocht echter niet baten, de internationale gemeenschap nam geen enkele stap ten voordele van de Spaanse Republiek.

    Hier mag een andere persoon niet onvermeld blijven. De Amerikaanse verslaggever Ernest Hemingway was in Spanje om de strijd daar te verslaan voor enkele Amerikaanse kranten. Door middel van zijn werk wist hij 40.000 dollar in te zamelen in de Verenigde Staten, waarvoor hij ambulances leverde aan de Spaanse Republiek. Mede door zijn berichtgeving stond de Amerikaanse publieke opinie zeer sympathiek tegenover de Republikeinse troepen. De op dat moment sterk anticommunistische Amerikaanse regering domineerde echter de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. En deze was zeker niet van zin om ook maar iets ten gunste van de strijdende Republiek te ondernemen.

    De strijd om Bilbao
    In het noorden concentreerde de strijd zich ondertussen op Bilbao. Nationalistische troepen onder leiding van generaal Emilio Mola vielen de Baskische troepen aan in Viscaya. De Basken, geleid door generaal Francisco Llano de la Encomienda, waren slecht bewapend en moesten al snel terrein prijsgeven. Met hulp van het Condor Legion wisten de Nationalisten Durango en Guernica in te nemen. Het offensief was op 31 maart begonnen met een bombardement op de stad Durango. Durango was een nagenoeg onverdedigde stad en de 250 slachtoffers die vielen waren dan ook nagenoeg allen burgers. Te hulp gesnelde hulpverleners uit Bilbao, werden vervolgens onderweg naar Durango eveneens met luchtbombardementen aangevallen. Op 26 april was Guernica aan de beurt en hier werd hetzelfde proces gevolgd als bij Durango. Heinkel He 111 en Junkers Ju 52 bommenwerpers, ondersteund door Heinkel He 51 en Messerschmitt Bf 109 jagers, bombardeerden en mitrailleerden de stad. Hier werden voor het eerst ook brandbommen gebruikt. Het centrum van Guernica werd totaal in as gelegd en rond de 1.000 burgers werden hierbij gedood. Durango werd uiteindelijk op 26 april en Guernica op 29 april ingenomen. Ondanks ontkenningen van vooral Francisco Franco werd Guernica wereldberoemd door het schilderij dat Pablo Picasso in 1937 als vorm van aanklacht maakte.
    In april 1937 wisten de Falange en de Carlisten hun geschillen definitief weg te werken en fuseren tot de FET (Falange Española Tradicionalista). Hiermee ontstond aan Nationalistische zijde de belangrijkste politieke stroming die lang de Spaanse politiek zou gaan domineren.
    In Barcelona was ondertussen een situatie ontstaan die iets weg had van een burgeroorlog in een burgeroorlog. Gevechten tussen arbeiders en door de communisten gecontroleerde politie-eenheden hadden de spanning doen oplopen. Op 3 mei trachtten de communisten onder leiding van Rodriguez Salas de door de anarchistische CNT en UGT gecontroleerde telefooncentrale te bezetten. Deze actie deed de vlam in de pan slaan en veroorzaakte in de gehele stad vuurgevechten tussen communisten en anarchisten. Uiteindelijk wist men op 5 mei een soort wapenstilstand te bereiken. Hoewel Salas moest aftreden, was door deze actie de toon gezet. De door de Sovjet-Unie gesteunde communisten begonnen langzaam maar zeker hun politieke vijanden uit de weg te ruimen. Begin mei nam de onderdrukking van andersdenkenden definitieve vormen aan door het in de ban doen van de POUM en het arresteren van haar leiders. De POUM werd door de Sovjet geheime dienst NKVD (Narodnyi Komissariat Vnutrennikh Del) ervan beschuldigd een antistalinistische, pro-Trotskistische ideologie aan te hangen, wat in die tijd een doodzonde was. Haar leider Andres Nin verdween eind juni. Over zijn lot is niets bekend, maar aangenomen wordt dat hij door Sovjet-agenten werd vermoord. Het zou nog tot 11 oktober 1938 duren voordat de overige POUM-leden voor de rechtbank moesten verschijnen.

    Op 15 mei 1937 was de rol van Largo Caballero als premier uitgespeeld en hij moest aftreden. De socialist Juan Negrin nam toen de functie over en hij werd premier van een door de communisten gedomineerd kabinet.
    Een Republikeinse luchtaanval op Nationalistische posities op Ibiza veroorzaakte op 29 mei een internationaal incident. Voor de kust van Ibiza lag het Duitse oorlogsschip Deutschland (later omgedoopt tot Lützow) als onderdeel van de nternationale blokkademacht. Bij de luchtaanval stoomde het schip op om de Republikeinse luchtmacht te imponeren. De twee Republikeinse piloten kapitein Anton Progrorin en luitenant Waccily Schmidt (Sovjetpiloten), bombardeerden nu de Deutschland, waarbij het schip aanzienlijke schade opliep. Bij wijze van represaille bombardeerde de Admiral Scheer vervolgens op 30 mei de Republikeinse stad Almeria en verlieten Duitsland en Italië uit protest het Non-Interventie Comité. Voor het eerst tijdens de Spaanse Burgeroorlog leken de ingrediënten klaar te liggen voor het uitbreken van een wereldoorlog doordat vanaf dat moment de Italiaanse, Duitse en Spaanse marines hun schepen in het Spaanse gebied van de Middellandse Zee samentrokken. Vooral Groot-Brittannië en Frankrijk zagen hier een grote dreiging in.

    De Republikeinen hadden het zwaar te verduren, maar waren geenszins verslagen. Op 31 mei ondernamen drie divisies onder generaal Domingo Moriones een offensief met als doel de inname van Segovia. Nadat ze La Granja hadden ingenomen, werden ze gestopt door inderhaast aangevoerde Nationalistische troepen (generaal José Varela) vanaf het front rond Madrid.

    Op 3 juni nam generaal Fidel Davila het commando van de Baskische troepen op zich. Diezelfde dag kwam de Nationalistische General Emilio Mola op mysterieuze wijze bij een vliegtuigongeluk om het leven. Hiermee leek de weg vrij voor een alleenheerschappij door generaal Francisco Franco, aangezien de populaire Mola de enige serieuze tegenkandidaat was voor het leiderschap bij de Nationalisten.
    Op 11 juni hadden de Basken hun verdediging opgetrokken rond Bilbao, maar onder druk van luchtbombardementen en een nachtelijk offensief op 13 juni moesten ze uiteindelijk wijken. Generaal Mariano Gamir Ulibarri, die ondertussen het commando over de Basken op zich had genomen, verliet met zijn troepen op 18 juni de stad. De volgende dag trokken de Nationalisten binnen.

    De Slag om Brunete
    Na het tot staan brengen van de Nationalisten bij Guadalajara, gingen de Republikeinen zelf in het offensief. Een korps onder leiding van generaal Juan Modesto en één onder leiding van generaal Enrique Jurado vielen naar het zuiden aan richting Brunete. De algehele leiding van deze uit 85.000 man, 300 vliegtuigen en 130 tanks bestaande legermacht viel onder generaal José Miaja. De XIe Divisie onder leiding van generaal Enrique Lister, leidde de aanval op 6 juli en nam als snel Brunete in. Franco zag zich op 8 juli gedwongen om versterkingen naar het front bij Brunete te zenden. Na korte tijd Brunete en enkele omringende dorpen te hebben bezet, werden de Republikeinen echter door troepen onder leiding van generaal José Varela weer teruggedrongen. Franco zond voor deze operatie maar liefst 31 bataljons, 7 artilleriebatterijen en het Condor Legion. De strijd die op 11 juli ontbrandde, zou één van de zwaarste uit de burgeroorlog worden. Verliezen aan beide kanten waren zeer groot. Uit protest tegen de inmenging van Duitsland en Italië in de oorlog stelde Frankrijk voor een aantal dagen haar grenzen open zodat nieuwe voorraden de Republiek konden binnenstromen. De voorraden waren echter nooit toereikend om werkelijk de balans te doen omslaan. Op 18 juli ondernamen de Nationalisten met hulp van het Condor Legion een tegenaanval op Brunete zelf. Vluchtende Republikeinse soldaten vielen ten prooi aan de vliegtuigen van het Condor Legion dat bijna ongemoeid haar operaties kon uitvoeren. Een week later was Brunete weer in Nationalistische handen. Hierbij gingen echter wel zo'n 17.000 Nationalistische manschappen verloren en vielen er aan Republikeinse zijde 20.000 slachtoffers.

    Ondertussen was er op het politieke vlak een ware rel ontstaan. Premier Negrin eiste door de communisten te worden ingelicht waar de POUM-leider Andres Nin werd vastgehouden. Nin was echter in de handen van NKVD-agent kolonel Alexander Orlov tijdens ondervragingen om het leven gekomen. De Republikeinse regering stelde echter een officiële onderzoekscommissie in. De zaak kwam uit en zorgde voor een bekoeling van de relaties met de Sovjet-Unie die indirect meespeelde in het verminderen van de Sovjet militaire hulp. De enige hulp die nog het land binnen leek te komen, kwam uit Frankrijk. Dit land stelde echter alleen zijn grenzen open op momenten dat het leek dat de Republiek aan de verliezende hand was. Zo kon men de posities wel handhaven maar kon nooit voldoende voorraad worden opgebouwd om in de tegenaanval te gaan. Telkens wanneer de Republiek ergens aan het front successen behaalde, sloot Frankrijk weer haar grenzen.

    Op 10 augustus 1937 was het alweer gedaan met de autonomie van de Raad van Aragon, nadat deze op last van de Republiek (premier Juan Negrin) werd ontbonden. Wederom bleek dit een optreden opgezet vanuit de communistische hoek. De leiders van de Raad werden allen gearresteerd en de door de communisten gedomineerde Internationale Brigade onder generaal Enrique Lister opereerde in Aragon als een bezettingsmacht. Om meer controle te krijgen over de verschillende politieke stromingen in de Republikeinse strijdkrachten werd, geheel naar Sovjetvoorbeeld, een politieke politiemacht opgebouwd, de SIM (Servicio Investigacion Militar). Deze door communisten gecontroleerde organisatie had vooral tot doel het uitschakelen van die elementen die de regering mogelijk tijdens en na de strijd in de weg zouden kunnen lopen. Gezegd moet worden dat mede hierdoor de eenheid wel werd bevorderd. Het mag duidelijk zijn dat vele Sovjet geheim agenten van de NKVD als "adviseurs" onderdeel uitmaakten van de SIM.

    De val van Baskenland, Santander
    Het volgende doel van de Nationalisten in Noord Spanje werd Santander. Generaal Videl Davila trok met zijn troepen westwaarts via het Cantabrische gebergte en stuitte daar op de zwakkere eenheden van generaal Mariano Gamir. Ondanks het feit dat de Republikeinen numeriek in de meerderheid waren, werd het gebrek aan training, eenheid, wapens en munitie hen hier fataal. De toestand in het noorden werd zeer zorgelijk. Op 23 augustus moesten de Basken zich overgeven, Santander viel en Baskenland kwam onder controle van de Nationalisten. De troepen gaven zich over aan de Nationalistische generaal Ettore Bastico.

    De slag om Zaragoza en Gijon
    In het oosten waren de Republikeinen op 24 augustus 1937 in het offensief gegaan. Het Republikeinse Leger van het Oosten onder generaal Sebastian Pozas had vanuit Aragon de aanval op Catalonië geopend in een poging om Zaragoza te veroveren. De Nationalistische troepen van generaal Miguel Ponte werden teruggedrongen tot de rivier de Ebro, maar het bleek onmogelijk voor de Republikeinen om Zaragoza in te nemen. Tegen het einde van september ontstond hier een vastgelopen front.

    In het noorden was het enige gebied nog in handen van de Republikeinen de streek rond Gijon. Oprukkend langs de kust vielen de Nationalisten in twee groepen vanaf 1 september aan. De eenheid onder leiding van generaal Antonio Aranda liep al snel vast op de verdedigers. Een eenheid onder leiding van generaal José Solchaga wist langs de andere route echter Infiésto in te nemen, waardoor de verdedigers langs hun flank werden bedreigd. Op 21 oktober moesten de Republikeinen zich overgeven en was de gehele noordkant van Spanje in Nationalistische handen.

    De Spaanse premier Juan Negrin deed ondertussen alles om aan de ene kant de Sovjet-Unie en de communisten tevreden te stellen, maar aan de ander kant wilde hij ook de eenheid in het Republikeinse kamp herstellen. Het effect van deze tweeslachtige politiek was echter dat de communisten steeds meer hun eigen gang gingen en met hulp van de Sovjets de overhand kregen. De volgende stap in de interne onderdrukkingspolitiek door de communisten werd op 1 oktober 1937 de ontzetting van Francisco Largo Caballero uit het leiderschap van de UGT. Tegelijkertijd werden parlementariërs die Caballero steunden uit het Spaanse parlement, de Cortez, gezet. Hiermee werd definitief afscheid genomen van de eenheidsgedachte binnen het Republikeinse front en werd de macht van de PCE definitief gevestigd.

    Op 5 oktober kwam er plots steun uit onverwachte hoek toen de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt, openlijk in een toespraak de inmenging door Duitland en Italië veroordeelde. De diplomatieke relaties tussen de Verenigde Staten aan de ene kant en de Duits-Italiaans-Japanse alliantie aan de andere kant binnen de Volkenbond, werd meer en meer vijandig.
    Uiteindelijk werd Largo Caballero op 17 oktober gearresteerd. De verhoudingen tussen de diverse Republikeinse groepen in Madrid werd steeds grimmiger.
    Eind oktober 1937 was de situatie in het land dusdanig dat de Republiek zich andermaal gedwongen voelde om de regeringszetel te verplaatsen, ditmaal van Valencia naar Barcelona. Het zou de laatste strohalm worden.
    Op internationaal politiek gebied vonden aan het eind van 1937 de nodige verschuivingen plaats en werden verstrekkende conclusies getrokken. In de diplomatieke wereld werd al openlijk gesproken over de val van de Republiek Spanje. De Britse Premier Neville Chamberlain liet duidelijk merken tevreden te zijn met het verlies van de communisten in Spanje. Voor hem was een communistisch Spanje een vele groter gevaar dan een Nationalistisch Spanje onder Franco. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Eden, was hier veel minder van overtuigd. Volgens hem konden democratische naties nooit het ontstaan of het bestaan van totalitaire staten tolereren, noch ter linkerzijde, noch ter rechterzijde. Dit sluimerende conflict zou mede leiden tot de uiteindelijke val van Chamberlain in mei 1940, maar vooralsnog wist Chamberlain zijn politieke lijn door te drukken en liet hij de diplomaat Sir Robert Hodgson op 11 november een verdrag tekenen met de Nationalistische regering van Franco, een verdrag waarmee de Britten nog maar één stap verwijderd waren van een formele erkenning van Franco's heerschappij. Op 29 november kreeg Franco steun uit een geheel andere hoek, omdat Japan op dat moment Franco's kabinet in Burgos erkende als de enige officiële vertegenwoordiger van Spanje.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Blitzkrieg
    De Nederlandse betekenis van dit Duitse woord is 'bliksemoorlog'. Zeer snel verlopende veldtocht. In tegenstelling tot een loopgravenoorlog is de Blitzkrieg erg snel en beweeglijk. Lucht- en grondstrijdkrachten werken nauw samen. Voor het eerst toegepast door de Duitsers (september 1939 in Polen)
    Brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    Divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    ideologie
    Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
    Internationale Brigade
    Tijdens de Spaanse Burgeroorlog een uit verschillende nationaliteiten bestaande groep van strijders, die de kant van de Volksfrontregering hadden gekozen.
    NKVD
    Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Volkenbond
    Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.
    Vreemdelingenlegioen
    Frans legeronderdeel waarvan de soldaten en onderofficieren buitenlandse huurlingen zijn. Ook in Spanje behoort een vreemdelingenlegioen tot de landstrijdkrachten.

    Afbeeldingen

    Amerikaanse vrijwilligers in Barcelona, 1937 Bron: Onbekend.
    15e (Int) Brigade na de Slag om Brunete Bron: Onbekend.
    Admiral Scheer in Gibraltar tijdens de Spaanse Burgeroorlog Bron: US Naval Historical Center.

    1938-1939, De finale

    Tegenaanval bij Tereul
    Om te voorkomen dat de Nationalisten Catalonië zouden binnenvallen startten de Republikeinen op 15 december 1937 een offensief in de richting van Tereul. Twee legers (generaal Hernandez Sarabia en generaal Leopoldo Menendez) wisten op 15 december de stad te omsingelen. Met sterke tank- en infanterie-eenheden vielen zij de stad aan. Op 17 december werd de aanval echter praktisch lamgelegd door een zware sneeuwstorm. Alleen de infanteristen konden de opmars volhouden, vliegtuigen moesten aan de grond blijven en voertuigen liepen vast. Op 21 december trokken de eerste Republikeinse eenheden onder leiding van de generaals Enrique Lister en Juan Modesto de stad binnen. In de stad braken zware straatgevechten uit. De Nationalisten onder leiding van kolonel Rey d'Harcourt wisten stand te houden in een klein deel van de stad. Om hem te hulp te komen had Franco op 29 december opdracht gegeven aan generaal José Varela en generaal Antonio Aranda om een tegenoffensief te beginnen. Voor dit echter goed en wel op gang kwam, was d'Harcourt op 7 januari gedwongen zich over te geven.
    De Republikeinen werden vanaf 17 januari op hun beurt aangevallen bij Tereul door Nationalistische troepen onder leiding van kolonel Antonio Aranda en generaal José Varela met ondersteuning van zware artillerie en veel vliegtuigen. De strijd was zeer hevig en vanaf 22 januari verloren de Republikeinen langzaam terrein.
    Op 7 februari 1938 viel de Nationalistische cavalerie aan in het noorden en op 17 februari waren de Marokkaanse troepen onder leiding van generaal Juan Yague de rivier Alfambra gepasseerd. De Republikeinen moesten nu in de richting van Valencia vluchten om te voorkomen dat ze werden omsingeld. Op 20 februari braken de Nationalisten, gesteund door het Condor Legion, door de Republikeinse verdedigingslinies. Twee dagen later was de strijd voorbij. De laatste Republikeinse eenheid die Teruel verliet was de 101.Brigade van generaal Valentin González (bijgenaamd El Campesino – de boer). Zijn eenheid was aanvankelijk ingesloten in de arena van Tereul, maar wist wonder boven wonder uit te breken en de Republikeinse linies te bereiken. Van de 2.000 man die hij bij aanvang van de strijd in zijn brigade had, waren er nog maar 82 over.
    Franco was zo boos op de bevolking van Tereul, die de binnenkomst van de Republikeinen met gejuich hadden begroet, dat hij na de slag zijn troepen de nog overgebleven bevolking (velen waren al eerder door de Republikeinen geëvacueerd) liet uitmoorden.

    In de internationale politiek kreeg de Spaanse Burgeroorlog ook een slachtoffer te verduren. De Britse Minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden trad op 19 februari af uit protest tegen de toenaderingspolitiek tot Franco door Nevill Chamberlain. Eden steunde Winston Churchill in zijn denkwijze dat de fascistische landen in Europa op korte termijn de veroorzakers zouden worden van een oorlog, waarbij door de Britse politiek tegenover Spanje, de positie van de Britten al bij voorbaat verzwakt zou zijn.

    Opmars naar de Middellandse Zee
    Als direct gevolg van de mislukte operatie bij Tereul konden de Nationalisten een offensief openen in Aragon, richting de Middellandse Zee. Hierdoor zou het Republikeinse grondgebied in twee worden gesplitst. De aanval werd op 9 maart geopend, toen Nationalistische troepen onder leiding van generaal Fidel Davila oprukten. Op 10 maart werd Belchite ingenomen en op 15 maart Alcaniz.
    Tussen 16 en 19 maart werd Barcelona zwaar gebombardeerd door vooral Italiaanse vliegtuigen. Bij de 13 zware aanvallen werd ook op grote schaal gebruik gemaakt van brandbommen en gas gevulde bommen. De aanvallen kostten velen het leven, waaronder de Franse vice-consul. In reactie hierop liet de Franse regeringsleider Leon Blum een deel van het Franse leger mobiliseren en dreigde hij Franco met een Franse invasie van Catalonië. Omdat Adolf Hitler op dat moment zijn handen vrij wilde hebben voor de “Anschluss” van Oostenrijk, gaf Hitler aan Franco de opdracht om Catalonië voorlopig niet aan te vallen. Het offensief naar de Middellandse Zee ging echter wel door. De stad Fraga werd op 26 maart ingenomen en op 29 maart bereikten de troepen van generaal Yague de plaats Barbastro. Op 3 april werd het dorp Vinaroz aan de kust veroverd en nam men Lerida in. De Republiek was in twee gesplitst. Hierop verplaatste Francisco Franco zijn troepen in de richting van Valencia met het doel om Madrid en het Centrale Front te omsingelen. Op 14 juni veroverden de Nationalisten de stad Castellon de la Plana en Valencia leek voor het grijpen. Maar het verzet van de Republikeinen zou nog een keer uitgroeien.

    Ondertussen was op 8 april de Franse premier Leon Blum afgetreden omdat het hem niet lukte om een kabinet van nationale eenheid te formeren. Hij werd opgevolgd door Edouard Daladier, die de dialoog met Hitler zocht en de steun voor de Spaanse Republiek weer totaal afbrak. Op 15 april werd de Frans-Spaanse grens voor de zoveelste keer weer gesloten. Hiermee was definitief de laatste steun weg gevallen. Op 4 mei werd de regering van Franco officieel erkend door het Vaticaan. Het front stabiliseerde zich enigszins en de Nationalisten concentreerden zich vooral op het bombarderen van steden als Barcelona. Vanaf 2 juni werden de hoofddoelen voor Franco de steden Valencia en Barcelona. Het Nationalistische offensief aan het Aragonfront omsingelde twee Republikeinse divisies, de 31ste en de 43ste in de Bielsa vallei. Vooral de 43ste divisie onder bevel van Antonio Beltrán, verzette zich hierbij hevig. Bijna twee weken hield men stand en in de nacht van 14 op 15 mei wisten de Republikeinen hun Nationalistische tegenstanders zelfs in een hinderlaag te lokken. De Nationalisten werden hierbij volledig verslagen. Franco werd hierover furieus en liet het Condor Legion en de Italiaanse luchtmacht de Republikeinse posities zwaar bombarderen om vervolgens verse troepen in de strijd te gooien. Op 16 juni trok de 43ste Divisie zich terug tot over de Franse grens om daar haar wapens over te dragen aan de Fransen. Premier Daladier was zo onder de indruk van de Republikeinse troepen dat hij hen aanbood om in Frankrijk te blijven zonder te worden geïnterneerd. Slechts 411 soldaten namen dit aanbod aan, bijna 7.000 soldaten keerden terug naar Spanje om elders de strijd voort te zetten.

    Het Ebro-offensief
    Juli 1938 begon weer met de nodige bombardementen op Barcelona en Blanet. Op 4 juli trokken de Nationalisten over de rivier de Turia.
    De situatie rond Madrid was intussen voor de Republikeinen zeer nijpend geworden. In een poging om de druk op Madrid te verlichten, ondernam een nieuw gevormd leger, het Republikeinse Leger van de Ebro, een tegenoffensief over de rivier de Ebro. Generaal Juan Modesto werd aan het hoofd gezet van een 80.000 man sterk leger met binnen haar gelederen de 15e Internationale Brigade en het British Bataillon. Op 25 juli staken de eenheden in bootjes de rivier de Ebro over en trok men op tegen Corbera en Gandesa. Franco was ondertussen een offensief begonnen in de richting van Valencia. De eerste dagen verliep dit offensief uitstekend. De steden Albantosa en Sarrion werden veroverd, maar toen stokte de aanval. De oorzaak hiervan was het Ebro-offensief van de Republikeinen. Dit verraste Franco volledig.

    Juan Negrin probeerde intussen de invloed van de PCE nog verder te vergroten door communisten op belangrijke posities te benomen. Tegelijkertijd trachtte hij echter ook het Westen te paaien. Allereerst kondigde hij aan de industrie te decollectiviseren. Op 1 mei 1938 lanceerde hij een 13-punten programma met daarbinnen het herstel van alle private en politieke rechten en de vrijheid van religie. Onder druk van het Non-Interventie Comité en de Volkenbond kondigde Negrin op 21 september tijdens de Algemene Vergadering van de Volkenbond aan dat de Internationale Brigades uit de strijd zouden worden teruggetrokken en de dag daarop werd de daad bij het woord gevoegd.

    Het offensief was ondertussen gewoon verdergegaan. Op 26 juli was de strijd losgebarsten rond Heuvel 481, nabij Gandesa. De Nationalisten hadden hier een ware vesting van gemaakt met bunkers, loopgraven en prikkeldraadversperringen. De Republikeinen leden zware verliezen en waren gedwongen om zich na zes dagen terug te trekken op Heuvel 666 bij Sierra Pandols. Deze positie wist men vast te houden ten koste van grote verliezen. Op 31 juli kwam het offensief nagenoeg tot stilstand en de Republikeinen groeven zich in. De gevechten verhevigden zich in de eerste dagen van augustus. Op 7 augustus moesten de Republikeinse troepen zich weer terugtrekken bij Mequinenza, achter de Ebro en op 9 augustus kwam het offensief bij Balaguer volledig tot stilstand. Langs het gehele front vonden de weken daarna diverse zware gevechten plaats zonder dat één van de partijen werkelijk een doorbraak wist te forceren. Op 14 augustus konden de Nationalisten echter de Republikeinse troepen langzaam maar zeker terugdringen. Op 2 oktober drongen de Nationalisten al ver het gebied van de Republiek binnen. De totale ommekeer werd echter vooral bewerkstelligd door de officiële mededeling van de Republiek dat de Internationale Brigades uit de strijd zouden worden teruggetrokken. Op 28 en 29 oktober vonden er in Barcelona grote afscheidsparades plaats. Dat hierdoor extra gaten vielen in de linies mag duidelijk zijn.
    Op 30 oktober lanceerden de Nationalisten een tegenoffensief bij de Ebro en rond 18 november waren de Republikeinen weer terug bij af. De strijd had de Nationalisten 6.500 doden en meer dan 30.000 gewonden gekost, maar het Republikeinse Leger hier hield nagenoeg op te bestaan. Op 6 november trachtten de Republikeinse troepen wederom het initiatief terug te winnen door een offensief te openen nabij Frega, Rio Segre. Het Republikeinse front langs de Ebro begon echter vanaf 7 november diverse breuken te vertonen. De Nationalisten veroverden Mora de Ebro en op 11 november La Venta de Camposines. Vier dagen later waren de Republikeinen langs het gehele front op de terugtocht.
    Op 15 december behaalden de Republikeinen nog een aardig succes toen de SIM (Servicio de Investigation Militar) een fascistisch spionagenetwerk oprolde in Catalonië.

    De slag om Barcelona
    Over het gehele front in Catalonië werd vanaf 23 december een groots offensief gelanceerd door de Nationalistische troepen. Maar liefst zes legers vielen over de volle breedte van het front aan. Dapper maar moegestreden, konden de Republikeinen deze druk niet meer weerstaan. Op 25 december viel Castelldans en op 28 december lagen de Nationalisten voor Balaguer, waar de Republikeinen het offensief tijdelijk konden tegenhouden. Op 5 januari trachtten de Republikeinse legers in een wanhoopspoging de Nationalisten terug te dringen door een offensief te lanceren in Estremadura. Op 13 januari viel echter de stad Tortosa in Nationalistische handen. Hiermee werd de situatie voor de Republiek nagenoeg hopeloos. Op 14 januari trachtte de Republiek nog om haar legers te versterken door een totale mobilisatie af te kondigen van iedereen tussen 17 en 55 jaar. De meeste burgers hadden echter geen vertrouwen meer in een goede afloop en gaven geen gehoor aan de oproep. Op 15 januari 1939 veroverden de Nationalisten Tarragona, op korte afstand van Barcelona. Op 22 januari werd door de Republikeinse regering de algehele staat van beleg afgekondigd, meer een symbolische daad dan iets wat werkelijk nut had. Rond 24 januari 1939 stonden de Nationalisten voor de poorten van Barcelona. De regering vluchtte naar Gerona en op 26 januari moest het garnizoen zich overgeven. President Manuel Azaña en zijn regering verplaatsten hun zetel eerst naar Perelada, maar de oprukkende Nationalisten dwongen hen al snel om uit te wijken naar Frankrijk.

    De laatste fase
    Op 5 februari 1939 veroverden de Nationalisten Gerona en op 28 februari trad de Republikeinse president af. Een dag ervoor, op 27 februari, had de Britse premier Neville Chamberlain de Nationalistische regering onder leiding van Francisco Franco formeel erkend. In Madrid was het intussen gekomen tot onderlinge gevechten tussen de Republikeinen. De onmacht van de communistische regering van Negrin werd hier pas duidelijk. Men was niet in staat meer om de partijen bij elkaar te brengen. Negrin trachtte nog mensen naar voren te schuiven als Antonio Cordon, Juan Modesto en Enrique Lister, allemaal communisten van de harde lijn. De nationale verdedigingsraad onder leiding van de Republikeinse opperbevelhebber kolonel Sigismundo Casadowas nu overtuigd dat Negrin een communistische coup wilde plegen en op 4 maart 1939 richtte hij met de socialistenleider Julián Besteiro een tegenregering op. Ondertussen sloot José Miaja zich met zijn eenheden aan bij de Nationalisten en arresteerde in Madrid zo veel mogelijk communisten. Dit bracht hem in zwaar gevecht met het Eerste Corps van Luis Barceló die Negrin bleef steunen. De anarchistische troepen van Cipriano Mera echter sloten zich aan bij de gevechten tegen het Eerste Corps en wisten dit te verslaan en Barceló op te pakken en te executeren. De waanzin van verder vechten inziend, trachtte Sigismundo Casado vredesbesprekingen te openen met Franco. Deze laatste eiste echte een onvoorwaardelijke overgave, wat Casado weigerde. Op 27 maart trokken de Nationalisten eindelijk Madrid binnen en een dag later waren de gevechten voorbij.

    Nawoord
    Op 1 april 1939 verklaarde generaal Francisco Franco de burgeroorlog ten einde. De jaren daarna stonden in het teken van onderdrukking. Vele overlevenden van de Republiek werden alsnog geëxecuteerd en het zou nog tot ver na de Tweede Wereldoorlog duren voordat het tijdperk Franco werd afgesloten.

    De strijd tussen Spanjaarden onderling en hun bondgenoten had uiteindelijk naar schatting aan 500.000 mensen het leven gekost. Hiervan zijn rond de 200.000 mensen bij gevechtshandelingen om het leven gekomen, waarvan 110.000 Republikeinen en 90.000 Nationalisten. Dit is een ratio van 10% slachtoffers onder de strijdende partijen. Berekend is dat de Republikeinen 55.000 tegenstanders executeerden tegenover de Nationalisten 75.000. Hierbij zijn meegerekend de slachtoffers van rivaliserende politieke groeperingen. Naar schatting 5.300 buitenlanders kwamen om het leven aan Nationalistische kant (4.000 Italianen, 300 Duitsers en 1.000 overigen). Bij de Internationale Brigades lieten naar schatting 4.900 soldaten het leven aan Republikeinse kant (2.000 Duitsers, 1.000 Fransen, 900 Amerikanen, 500 Britten en 500 overige nationaliteiten). Om en nabij de 10.000 burgers kwamen om door bombardementen waarvan de meeste door aanvallen van het Duitse Condor Legion. De internationale blokkade van de Republiek veroorzaakte voedseltekorten waardoor naar schatting 25.000 mensen om het leven zijn gekomen.
    Na de Burgeroorlog heeft Franco nog naar schatting 100.000 Republikeinen laten executeren en zijn er in de jaren daarna nog zeker 35.000 Republikeinen om het leven gekomen in concentratiekampen die op diverse plaatsen werden ingericht.

    Definitielijst

    Anschluss
    Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Bataillon
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond meestal uit een aantal Kompanien. In theorie bestond een Bataillon uit 500 - 1.000 man.
    Brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Internationale Brigade
    Tijdens de Spaanse Burgeroorlog een uit verschillende nationaliteiten bestaande groep van strijders, die de kant van de Volksfrontregering hadden gekozen.
    invasie
    Gewapende inval.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    staat van beleg
    Toestand waarin alle burgerlijke vrijheden worden opgeschort en het bestuur bij het leger berust.
    Volkenbond
    Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

    Afbeeldingen

    Iedereen werd ingezet in de produktie Bron: Wilco Vermeer.
    Een Republikeinse pantserwagen in Bilbao Bron: Onbekend.
    Na het einde van de strijd kwamen de vluchtelingen Bron: Onbekend.
    Overwinningsverklaring van Franco Bron: Onbekend.

    Bronnen

    - Beattie A.J., Spanish Civil War, London School of economics
    - Beevor A., The Spanish Civil War, Cassell Military Paperbacks, 2001
    - Cardona G., La batalla de Madrid: noviembre 1936-julio 1937, Madrid, 1938
    - Dankaart H., e.a., De oorlog begon in Spanje, Nederlanders in de Spaanse Burgeroorlog, Van Gennep, Amsterdam, 1985
    - Elstob P., Legion Condor, Moewig Documentation, Moewig Verlag, München, 1981
    - Gomes Diaz L. M., El teatro de vanguardia y de agitación popular en Madrid durante la guerra civil, 2 vols. Tesis de la Universidad Complutense de Madrid, 1982
    - Jackson G., The Spanish Republic and the Civil War, 1931-1939, Princeton Paperbacks
    - Lannon F., The Spanish Civil War, Essential Histories, Osprey Publishing, Oxford, 2002
    - Martínez Brande J.M., La lucha en torno a Madrid en el invierno de 1936-1939, Monografías de la Guerra de España nº 2, Madrid, 1984
    - Rosemont F., Spanish Revolution of 1936, article Free Press
    - Brihuega 1937, La Batalla de Guadelajara
    - Spanish Civil war on Spartacus Net
    - Background on the Spanish Revolution and Civil War