TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Collaborerende sporters verloren na de oorlog al hun populariteit

Paul van de Water onderzoekt in ‘Langs de lijn’ de rol van ‘foute’ sporters onder het nationaalsocialisme. Het boek bevat portretten van 36 bekende Nederlandse en Vlaamse sporters die tijdens de bezetting lid waren van organisaties als de NSB en de SS. We stelden de auteur, die ook recensent is voor deze website, via e-mail enkele vragen over zijn boek.

Gejus van der Meulen kan het schot niet stoppen. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam / Vervaardiger: Internationaal Persfoto Bureau N.V.


In je boek portretteer je 36 bekende Nederlandse en Vlaamse sporters die tijdens de bezetting collaboreerden met de nazi’s. Wat deed je besluiten om over hen een boek te schrijven en waarom juist over deze 36 personen? Waren hun namen jou voorafgaand aan je onderzoek al bekend?

Tijdens mijn promotieonderzoek stuitte ik op de familie Olij, bekende boksers en uiterst gewelddadige handlangers van de nazi’s. Die familie paste niet in mijn proefschrift, maar ik vond Olij en zonen interessant genoeg om het verder uit te zoeken. Van daaruit vroeg ik mij af hoe het eigenlijk met andere sporters zit wat betreft collaboratie. Voor TracesOfWar schreef ik een recensie over een prima boek van Jurryt van de Vooren, ‘Door Wilskracht Zegevieren’. Wat mij opviel is dat Jurryt erg weinig aandacht besteedt aan collaborerende sporters. Je kunt mijn boek dus ook zien als een aanvulling op zijn boek.

Sommige sporters waren mij bekend. De meeste namen heb ik uit krantenberichten gehaald, sportverslagen van wedstrijden tijdens de bezetting en gesprekken met sportjournalisten als Frits Barend en natuurlijk ook Jurryt van de Vooren.

Wat waren je belangrijkste bronnen en welke vraag of vragen heb je vooral willen beantwoorden over de nationaalsocialistische sporters? Je bent historicus, maar voelde je je nu ook een beetje een sportjournalist? Ben je een sportliefhebber?

Kort en goed zoek ik antwoord op vraag: “wat hebben zij gedaan, waarom en hoe ging het na de oorlog verder met hen?” Ook zoek ik antwoord op de vraag of bij sporters andere motieven om te collaboreren een rol speelden dan bij niet-sporters. Verder wil ik weten wat de rechtsgang van collaborerende sporters zegt over de kwaliteit van de Bijzondere Rechtspleging.

Mijn belangrijkste bronnen? Archieven in Nederland en België, kranten- en tijdschriftartikelen en gesprekken met mensen die de sporters gekend hebben. Zo heb ik de worstelaar Piet Eillebrecht niet kunnen spreken maar wel een paar mensen die hem goed gekend hebben. Daarnaast zijn de sportzuiveringsdossiers bij het Nationaal Archief erg belangrijk.

Zeker, ben ik een sportliefhebber, zowel actief als passief. Op dit moment is hardlopen nog de enige sport die ik beoefen. Een sportjournalist wil ik mijzelf absoluut niet noemen. Ik ben trouwens ook geen historicus, maar neerlandicus en onderwijskundige met een grote belangstelling voor geschiedenis. Ik zou mij dus geen historicus willen noemen, wellicht wel als ik mijn proefschrift heb afgerond.

Welke rol speelde sport binnen de bezettingspolitiek in Vlaanderen en Nederland? Werden de door jou behandelde sporters ingezet voor propagandadoeleinden?

Sport werd als zeer belangrijk gezien. Seyss-Inquart zei eens: “Wer Sport treibt, sündigt nicht”. Het was sowieso een middel om het volk rustig te houden. Daarnaast was sport natuurlijk een uitstekend propagandamiddel. Door middel van sportmanifestaties konden de verworvenheden van het nationaalsocialisme zichtbaar worden gemaakt. Sporters als Cor Wals, Tinus Osendarp en Tod Hughan werden maximaal ingezet voor propagandadoeleinden en daar leenden zij zich ook bijzonder graag voor. De boksende familie Olij speelde zelfs de hoofdrol in een wervingsfilmpje voor de Waffen-SS. De voormalige keeper van het Nederlands Elftal, Gejus van der Meulen, deed dat ook en sprak ook regelmatig op bijeenkomsten van de Nationale Jeugdstorm. Een van die toespraken is bewaard gebleven. De inhoud laat aan duidelijkheid niets te wensen over, maar je kunt ook horen dat hij geen begenadigd spreker was. Tot slot was sport ook het middel bij uitstek om het volk weerbaar te maken en te houden en om jongeren voor te bereiden op hun toekomstige rol in de nationaalsocialistische samenleving.

De broers Jan en Kees Olij met hun vader Sam. Bron: Beeldbank WO2, collectie NIOD


Waren er ook takken van de sport die juist grotendeels of helemaal door de nazi’s werden genegeerd?

Voor zover ik weet werd een sport als cricket niet gepromoot. Duivensport was verboden. Postduiven konden immers ingezet worden voor het transport van berichten. In Amsterdam was bij de politie zelfs een duivenbrigade actief met als opdracht om duivenmelkers op te sporen en om duiven te vangen. Sporten waarmee de weerbaarheid werd vergroot, werden gestimuleerd en ruimhartig gefaciliteerd. Denk aan judo, jiujitsu, boksen en worstelen, maar ook atletiek en gymnastiek.

Je vorige boek, ‘In dienst van de nazi's’, ging over gewone mensen als gewelddadige collaborateurs. Zaten er onder de sporters die jij beschreven hebt ook oorlogsmisdadigers? Was hun verhaal te vergelijken met dat van de collaborateurs uit je vorige boek?

Het begrip oorlogsmisdadiger vind ik lastig. In de volksmond heeft een man als Sam Olij (bokskampioen) oorlogsmisdaden gepleegd, maar daar is hij niet voor veroordeeld. Hij werd wel veroordeeld voor het oppakken, mishandelen en beroven van Joden, maar strikt genomen is dat geen oorlogsmisdaad. Hij was trouwens wel een uitermate gewelddadige dader die zich schuldig heeft gemaakt aan zware misdaden en daar ook voor is gestraft, zij het relatief licht.

Het verhaal van de sporters is zeker te vergelijken met de collaborateurs in mijn vorige boek. Je ziet namelijk dezelfde factoren die bepalend zijn voor hun keuze voor het nationaalsocialisme: opportunisme, ambitie, avonturisme, escapisme, machtszucht, financiële motieven en bij sommigen ook ideologische gedrevenheid. Bij Vlaamse sporters speelde ook het Vlaams nationalisme een rol.

Sam Olij, bokskampioen en een gewelddadige collaborateur. Bron: Beeldbank WO2, collectie NIOD


Hoe verging het deze sporters na de oorlog; was hun sportcarrière toen meteen voorbij?

Een aantal stopte al voor, dan wel tijdens de oorlog met hun sport. Gejus van der Meulen was voor de bezetting al gestopt en de wielrenner Cor Wals stopte tijdens de bezetting. Beiden gingen voor de Waffen-SS werken en waren actief aan het oostfront. Voor vrijwel alle collaborerende sporters geldt dat na de oorlog hun sportcarrière voorbij was en dat ze al hun populariteit kwijt waren. Het naoorlogse leven van de beroemde Belgische voetballer Raymond Braine laat zich met één woord kenschetsen: deplorabel. Niet veel toonaangevende sporters hadden na de oorlog een gelukkig leven. De meesten werden door een tribunaal of gerechtshof gestraft. Bovendien kregen de meesten ook nog een straf opgelegd door een zuiveringscommissie. Zo mocht de tennisser Tod Hughan een aantal jaren niet meer tennissen en ook de worstelaar Piet Eillebrecht kreeg een schorsing van vele jaren opgelegd.

Wat fascineert jou precies aan het fenomeen collaboratie? Ben je na ‘In dienst van de nazi’s’ en ‘Langs de lijn’ voorlopig klaar met dit onderwerp of kunnen we nog meer werk van jou hierover verwachten?

Ik ben bijzonder geïnteresseerd in de vraag waarom mensen keuzes maken waar anderen de dupe van worden en die op korte termijn voor hen profijtelijk maar op langere termijn uitermate schadelijk voor henzelf blijken uit te pakken. Ik wil weten waarom en hoe ‘gewone’ mensen vervallen in bijzonder slecht gedrag. De bezetting is dan natuurlijk bij uitstek een periode waarin mensen keuzes maakten en waarin sommige ‘gewone’ mensen zich schuldig maakten aan handelingen die na de oorlog als misdrijven gekwalificeerd en bestraft werden. Overigens wil ik benadrukken dat mensen in bijzondere omstandigheden tot bijzondere dingen in staat zijn, maar dat die omstandigheden vrijwel nooit een afdoende verklaring geven voor hun gedrag. Er zijn tal van voorbeelden van mensen in gelijke omstandigheden waarbij de een koos voor collaboratie, de ander voor verzet en de derde voor pragmatische aanpassing. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat bijvoorbeeld armoe een bepalende rol speelde bij de keuze voor collaboratie. Doe je dat wel, dan laat je dus in het midden waarom andere mensen in armoedige omstandigheden niet voor collaboratie kozen. Je moet ook naar andere factoren kijken.

Mijn volgende boek gaat over Nederlandse en Vlaamse vrouwen die weloverwogen kozen voor collaboratie. Waarom deden ze dat, wat hebben ze gedaan en hoe liep het met hen af? Ik ben al lang op zoek naar Nederlandse gewelddadige vrouwen die hun gewelddaden pleegden onder de vlag van de nazi’s. Ik heb er tot op heden geen een kunnen vinden die zich schuldig maakte aan zware mishandeling, marteling of moord. Bij vrouwen zie je wel allerlei vormen van verraad en ook lichte mishandelingen, maar niet het gedrag dat je bij mannen ziet. Dan is de onvermijdelijke vraag waarom mannen zich daar wel schuldig aan maakten en vrouwen niet. Het is te makkelijk om te zeggen dat dat het gevolg is van de positie van de vrouw in de toenmalige samenleving. In Duitsland, Frankrijk en België waren er toentertijd wel gewelddadige vrouwen aan de kant van de collaborateurs. Overigens zie je bij het Nederlandse verzet wel vrouwen die bereid en in staat waren moorden te plegen. Waarom daar dan wel? Kortom, daar gaat mijn volgende boek over. Natuurlijk portretteer ik een aantal collaborerende vrouwen en besteed ik ruim aandacht aan de positie van de vrouw in de nationaalsocialistische samenleving.

Langs de lijn
Foute sporters in de Tweede Wereldoorlog
ISBN: 9789401917476
Meer informatie over dit boek
Bestel nu bij Bol.com
Langs de lijn

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: TracesOfWar.nl / Paul van de Water
  • Gepubliceerd op: 03-05-2021 19:07:24