TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Levensgrote verschillen in achtergronden van foute vrouwen

In ‘Foute vrouwen’ onderzoekt Paul van de Water de soorten collaboratie waaraan Nederlandse en Vlaamse vrouwen zich tijdens de Tweede Wereldoorlog schuldig maakten. Soms betrof het eenvoudige kantoorbanen bij vaak verschrikkelijke organisaties, soms ging het om actieve Jodenjaagsters. Opvallende geschiedenissen die hij beschrijft zijn die van de Amsterdamse Ans van Dijk, de Vlaamse Irma Laplasse en jeugdboekenschrijfster Tonny Vos-Dahmen von Buchholz. Eerder publiceerde hij ‘In dienst van de nazi's’ over gewone mensen als gewelddadige collaborateurs en ‘Langs de lijn’ over foute sporters in de Tweede Wereldoorlog. Op 7 september 2022 verdedigt hij aan de Universiteit van Amsterdam zijn promotieonderzoek naar gewelddadige collaborateurs (Gewelddadige collaboratie – radicalisering en extremisme tijdens de Duitse bezetting van Nederland). Via e-mail stelden we hem enkele vragen over zijn nieuwste boek.

Vrouwen van de Nationaal-Socialistische Vrouwen-Organisatie tijdens een cursus kindverzorging. Bron: NIOD / Publiek domein


In je boek beschrijf je 51 Nederlandse en Vlaamse vrouwen die elk op hun eigen wijze samenwerkten met de bezetter. Hoe heb je deze vrouwen geselecteerd en aan welke vormen van collaboratie hebben zij zich schuldig gemaakt?

Een goudmijn waren de openbare en op naam gesorteerde gratie- en voorlopige invrijheidstelling dossiers van het Nationaal Archief. De inventarislijsten zijn online toegankelijk en veelal kun je aan de voornaam zien of het om een vrouw gaat. Bovendien bevatten deze dossiers namen van collega’s en zo’n ontdekking leidt dan weer tot vervolgonderzoek. Het grote voordeel is dat je deze dossiers wel mag scannen en kopiëren.

Ook bronnen als Delpher.nl en dekrantvantoen.nl waren bruikbaar als het gaat om het vinden van vrouwen die na de oorlog op grond van collaboratie werden opgepakt en berecht. Een zoekopdracht naar de veroordeling van vrouwen in het tijdvak 1945-1951 leverde een aantal bruikbare resultaten op. Ook boeken en artikelen over de bezetting bevatten vaak namen van vrouwen die in dit boek passen. Tot slot zijn de meeste archivarissen meer dan bereid om hulp te bieden. Zo kreeg ik via de archivaris van het Belgische Rijksarchief, Depot Cuvelier de namen door van Marcella Gombeir en Josina Kempenaers. De eerste werkte als bewaakster in Ravensbrück en Josina Kempenaers werd beschuldigd van het verraden van Joden. Beiden komen in dit boek uitgebreid ter sprake.

Vrouwen hebben zich aan allerlei vormen van collaboratie schuldig gemaakt, maar voor mij is het opvallend dat er in Nederland en Vlaanderen geen vrouwen te vinden zijn die zich schuldig gemaakt hebben aan gewelddadige collaboratie. Natuurlijk zijn er vrouwen die zich als kamp- of als gevangenisbewaakster schuldig maakten aan treiteren, intimideren en hardhandig optreden, maar dat is toch van een andere orde dan systematisch mishandelen, martelen of moorden zoals mannelijke, gewelddadige collaborateurs dat deden. Vrouwen maakten zich vooral schuldig aan economische collaboratie en verraad.

Je concludeert dat ideologie en politiek bij hooguit een kleine minderheid van de vrouwen een rol speelden. Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat een derde van de NSB-leden vrouw was? Welke motivaties om samen te werken met de bezetter, anders dan ideologie en politiek, waren dan zoal leidend?

Ideologische overwegingen speelden wel een bepalende rol bij het kader van de nationaalsocialistische vrouwenorganisaties in Nederland en Vlaanderen. Bij de meeste vrouwen die ik in mijn boek bespreek heeft de keuze voor het nationaalsocialisme inderdaad niets van doen met politieke overtuiging of ideologische bevlogenheid. Het ging doorgaans om andere redenen. Ik noem er een paar. Angst voor het communisme, opportunisme, gezelligheid zoeken bij een vrouwenvereniging van de NSB, gedwongen lidmaatschap ten gunste van de carrière van de echtgenoot of een financieel aantrekkelijke baan, het idee bij een nationaalsocialistische vrouwenvereniging goed werk te kunnen doen, beïnvloeding door de naaste omgeving of door propaganda door middel van publicaties, affiches, radioberichten en lezingen en bij een groot aantal ook de hoop op een beter bestaan. Voor veel mannen en vrouwen was het nationaalsocialisme vooral een leer van kansen en hoop en zeker niet alleen maar een rancuneleer zoals die zo treffend werd beschreven door Menno ter Braak.

Wat betreft het daadwerkelijk diensten verlenen aan de Duitsers speelde bij vrouwen liefde voor een ‘foute’ man vaak een rol, maar ook zakelijk opportunisme, rancune, weg willen komen uit het ouderlijk milieu en dwang.

Waren er grote verschillen tussen de achtergronden van de vrouwen of is er een gemene deler te benoemen?

Er zijn levensgrote verschillen in achtergronden. Wat dat betreft is een vrouw als Julia op ten Noort onvergelijkbaar met Jeanne Valkenburg: prostituee, hoerenmadam, oplichtster en Jodenverraadster. Waar Op ten Noort, voorvrouw van de Nationaal-Socialistische Vrouwenorganisatie, opgroeide in een adellijk en financieel sterk milieu, groeide Jeanne op in een sociaal-cultureel gedepriveerd gezin waar drank, geweld, verwaarlozing en criminaliteit aan de orde van de dag waren. Beiden kozen voor de kant van de Duitsers. Valkenburg uitsluitend omdat het haar voordelen opleverde en Op ten Noort vooral uit overtuiging.

Jeanne Valkenburg. Getekend door Nahidm K. Salman. Bron: G.J. Dijkstra, Geesje Bleeker
Julia op ten Noort in gevangenschap, politiefoto Den Haag. Bron: NIOD


Als er een gemene deler is, dan zou ik die willen omschrijven als een gebrek aan affectieve erkenning en het gevoel sociaal niet gerespecteerd te worden. Dat geldt echter niet voor alle vrouwen die ik portretteer, maar wel voor een groot gedeelte. Verder vind ik het opvallend dat de meeste vrouwen die ik portretteer geen religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond hadden.

In haar boek ‘Hitlers furien’ concludeert Wendy Lower dat vrouwen aan het Oostfront op de hoogte waren van de uitroeiing van de Joden, hieraan bijstand verleenden en hiervan materieel profiteerden. Kun je zoiets ook concluderen ten aanzien van vrouwelijke collaborateurs in Nederland en Vlaanderen ten aanzien van de Jodenvervolging?

Een uitstekend boek dat ik aan iedereen kan aanraden. De conclusie zoals in de vraag geformuleerd, kan ik niet trekken. Wel denk ik dat sommige vrouwen ervan geweten hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Vlaamse kampbewaakster Marcella Gombeir. Ook van de Jodenverraadsters Ans van Dijk en Branca Simons denk ik dat ze het wel wisten, maar ze hebben het altijd ontkend. Dat ze er materieel van profiteerden is een feit. Dat komt ook in mijn boek herhaaldelijk aan bod.

Marcella Gombeir.

Is er een persoonlijk verhaal dat jou in het bijzonder geraakt heeft en zo ja, welk en waarom?

Het verhaal van de na de oorlog spoorloos verdwenen Miep Oranje vind ik fascinerend. Daar zou ik graag een boek over willen schrijven, maar dat doe ik niet. Er is namelijk al een andere historicus mee bezig (Richard Hoving). Zij was actief in het verzet, ging onder dwang voor de Duitsers werken maar er was wellicht ook liefde in het spel, verraadde tientallen verzetsmensen, ging al voor de bevrijding naar Duitsland, werkte daar voor het Duitse Rode Kruis en verdween vervolgens spoorloos. Er zijn verschillende theorieën over haar verdwijning, maar het raadsel is nooit opgelost. Opvallend is dat ze zelfs niet bij verstek is veroordeeld, terwijl dat wel gebruikelijk was bij verdwenen collaborateurs.

Miep Oranje.

Een echt schrijnend verhaal vind ik dat van Willemina van Opijnen, opgegroeid aan de rafelranden van de samenleving. Ze was niet al te snugger en werd op 16-jarige leeftijd opgenomen in een gesticht voor zwakzinnigen. Op haar 21ste mocht ze naar huis, raakte vrij snel zwanger en trouwde met een man die waarschijnlijk niet de vader van haar eerste kind was. Samen kregen ze nog zes kinderen. Haar echtgenoot verwaarloosde haar en hun kinderen, dronk erg veel, maakte zich schuldig aan diefstalletjes, werd door zijn dochter van incest beschuldigd, liet zijn zoontje van twaalf illegale blaadjes rondbrengen en verzuimde om zijn vrouw geld te geven voor de huur en het levensonderhoud van haarzelf en hun kinderen. Ze gaf hem aan bij de Sicherheitsdienst en door medewerkers van deze dienst werd hij vermoord. Na de oorlog werd hij geëerd als verzetsheld, terwijl Willemina zwaar werd gestraft vanwege het verraden van haar man. De rechter negeerde haar ontkenningen, hield geen rekening met zowel haar zeer beperkte verstandelijke vermogen als haar deplorabele leven en de abominabele omstandigheden waarin ze door toedoen van haar man in terecht was gekomen. Echt onthutsend en het laat in ieder geval zien dat de naoorlogse rechtspleging niet altijd evenwichtig was.

Je hebt ook de naoorlogse berechting van vrouwen onderzocht. Zijn er verschillen tussen hoe mannelijke en vrouwelijke collaborateurs na de oorlog werden bestraft voor hun daden?

Jazeker, ik wil hier een opvallend verschil noemen. Vrouwen die berecht werden, werden eerder veroordeeld tot een gedwongen opname in een psychiatrische inrichting. Ik heb de afgelopen jaren bijna honderd mannen onderzocht en het aantal dat gedwongen werd opgenomen is op de vingers van een hand te tellen. In mijn boek bespreek ik 51 vrouwen van wie er uiteindelijk 41 werden berecht. Om het aantal gedwongen opnames te tellen heb je minstens twee handen nodig. Ongeveer 12 procent werd op basis van een gerechtelijke uitspraak in een psychiatrische inrichting geplaatst. Er is meer systematisch onderzoek nodig om met zekerheid te kunnen vaststellen of dit opvallende verschil ook zichtbaar is voorbij de grenzen van mijn onderzoeksgroepen.

Foute vrouwen
Handlangsters van de nazi's in Nederland en Vlaanderen
ISBN: 9789401918558
Meer informatie over dit boek
Bestel nu bij Bol.com
Foute vrouwen

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Paul van de Water / TracesOfWar.nl
  • Gepubliceerd op: 21-04-2022 14:35:36