TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Loopgraven in de achtertuin

‘Graven in de vuurlinie’ onderzoekt de geschiedenis van het spergebied langs de Rijn in Gelderland in de periode 1944-1945. Direct na de Slag om Arnhem moeten ruim 200.000 bewoners hiervandaan vertrekken. Toch is het frontgebied daarna niet compleet verlaten. Duizenden Nederlanders leggen hier onder Duitse dwang de Panther-Stellung aan. Deze verdedigingslinie volgt de rivier van de Duitse grens tot de Grebbeberg. De mannen komen uit de regio en uit steden als Rotterdam, Utrecht, Apeldoorn en Groningen. Zij graven letterlijk in de vuurlinie van de geallieerden. Historisch onderzoekster Karin van Veen doet onderzoek naar deze verdedigingslinie. Recent verscheen van haar het eerste deel van de trilogie die ze over dit onderwerp publiceert. We stelden haar hierover via e-mail enkele vragen.

Veel Nederlanders zullen niet of nauwelijks bekend zijn met de geschiedenis van de Panther-Stellung. Hoe kwam u met dit onderwerp in aanraking en wat deed u besluiten om hiernaar onderzoek te gaan verrichten?

De geschiedenis van de Panther-Stellung is inderdaad vrij onbekend, evenals die van de gebeurtenissen in het spergebied waarin deze Duitse linie is aangelegd. Ik ben per toeval op dit verhaal uit de Tweede Wereldoorlog gestuit en volkomen blanco aan dit onderzoek begonnen.

Sinds 2015 woon ik in Oosterbeek, waar een groot deel van de Slag om Arnhem uitgevochten werd. Ik vroeg mij af wat er in onze straat was gebeurd. Mijn buren vertelden dat er deuren uit huizen waren gehaald om wanden van loopgraven mee te stutten. Verder wisten zij niets, want na de Slag om Arnhem stond het dorp acht maanden leeg. Dit raadsel liet mij niet meer los.

Vijf jaar later vond ik een oude luchtfoto van onze buurt in de beeldbank van het Gelders Archief. Toen ik sterk inzoomde, kwamen de loopgraven tevoorschijn. Dit was het eerste tastbare bewijs dat er loopgraven in de achtertuinen waren geweest. Die luchtfoto was het begin van een draad, waar een uitgebreid verhaal aan vast zat.

De luchtfoto van haar buurt die de schrijfster vond in de beeldbank van het Gelders Archief. Bron: Gelders Archief


Kunt u kort toelichten wanneer, hoe en waarom de Panther-Stellung aangelegd werd? Is deze ook voltooid en heeft deze enig nut gehad?

De Panther-Stellung is een van de verlengstukken van de Westwall die tussen begin september 1944 en de bevrijding in 1945 werden aangelegd. Hitler gaf op 30 augustus 1944 opdracht tot de bouw van deze stelling, dus nog voordat de Slag om Arnhem plaatsvond.

Na de landingen bij Normandië in juni 1944 maakten de geallieerden een succesvolle opmars richting het noordoosten. Langs de westgrens van Duitsland lag de Westwall (ook Siegfiedlinie genoemd). Dit uitgebreide stelsel van verdedigingswerken liep vanaf de Zwitserse grens slechts tot aan Kleef. Met onder meer de Panther-Stellung moest ook Duitsland ten noorden van Kleef worden beschermd. Dit verlengstuk liep van Kleef langs de noordoever van de Rijn naar de Grebbeberg, waar de linie noordwaarts verder ging richting het IJsselmeer. Haaks op de Panther-Stellung kwamen nog meer linies tot aan de Waddenzee.

Het traject van de Panther-Stellung langs de Rijn vormt een leidraad bij mijn onderzoek. Mijn focus ligt op de leef- en werkomstandigheden van dwangarbeiders en (ondanks alle gevaren) in het spergebied gebleven bewoners.

Duizenden Nederlandse mannen uit de regio en van elders werden opgepakt en naar het spergebied gebracht. Deze dwangarbeiders moesten vooral graaf- en sjouwwerk verrichtten. Zij legden kilometerslange verbindingsloopgraven en anti-tankgrachten aan en groeven talloze schuttersputjes en geschutsopstellingen uit. Verder moesten ze barricades bouwen met boomstammen, planken en ijzerdraad.

De aanleg van de linie gebeurde met eenvoudig gereedschap, zoals scheppen en handzagen. Op het traject langs de Rijn zijn wat kleine Kochbunkertjes gebouwd. Eind 1944 had Duitsland echter zo’n gebrek aan middelen, mankracht, bouwmaterialen en machines, dat er geen sprake meer was van imposante bunkerbouw.

Voor zover bekend, werd het deel langs de Rijn in februari/maart 1945 voltooid. Op een gegeven moment worden groepen dwangarbeiders naar locaties in de Achterhoek overgeplaatst.

Voor de verdediging van Duitsland heeft deze linie weinig nut gehad. Duitse militairen kregen liever tanks. De anti-tankgrachten waren een achterhaald concept, omdat de geallieerden inmiddels over geavanceerde tanks beschikten waarmee ze de grachten konden overbruggen.

Wel had de linie bij de frontbewaking een bescheiden rol. Uiteindelijk vielen de geallieerden met een omweg vanuit Duitsland het spergebied in de Liemers binnen. De linie was op een aanval vanuit het zuidwesten ingericht.

Detail luchtfoto Oosterbeek-Hoog, Gelders Archief 1560 – 1080, fotograaf onbekend, Public Domain Mark 1.0 licentie.


U verwerkt uw onderzoek in drie boeken. Had u dan zoveel informatie beschikbaar dat het niet in één boek paste? Waarover gaat het eerste deel?

Na de vondst van die luchtfoto zocht ik tevergeefs naar literatuur over Oosterbeek in de tijd van het spergebied. Met de desolate toestand van het ontruimde slagveld in gedachten, kwam een tweede vraag naar voren. Want wanneer je als dwangarbeider naar zo’n post-apocalyptisch gebied wordt gebracht, vallen alle zekerheden van een normaal functionerende maatschappij weg. Hoe hou je je dan staande? Ik ben in de archieven gedoken en heb alles verzameld wat met dit onderwerp te maken heeft.

Het spergebied bleek groter dan gedacht en het verdedigingsstelsel bleek uitgebreider dan verwacht. Daarbij vond ik het fascinerend dat er een periode uit een regionale geschiedenis bestond, die nog niet integraal was beschreven. Na anderhalf jaar lag er een stapel van 700 pagina’s aan ruw materiaal.

Het veertig kilometer brede spergebied omvat de zuidelijke Veluwezoom, bijna heel Arnhem en een deel van de Liemers. In elk van deze drie ‘gebieden’ verschilt de situatie enigszins en ik heb genoeg materiaal. Vandaar de verdeling. Het eerste deel gaat over het spergebied in de Liemers.

Alle delen bevatten informatie over de arbeidsinzet, de opzet en inrichting van de linie, de betrokken Duitse organisaties en over de verschillende verblijfskampen. Verder beschrijf ik per kamp en bouwlocatie de dagelijkse gang van zaken. Dat zijn echt uit het frontleven gegrepen verhalen, want de geallieerden namen het gebied regelmatig onder vuur.

Wanneer verschijnen deel twee en drie en waarover gaan deze?

Deel II gaat over Arnhem en verschijnt rond oktober 2023. Deel III over de zuidelijke Veluwezoom volgt naar verwachting in september 2024.

Waaruit bestond uw onderzoek en verliep dit altijd voorspoedig? Waren bijvoorbeeld archiefstukken makkelijk terug te vinden en kon u nog getuigen vinden om te interviewen?

Het onderzoek bestond uit archief-, literatuur-, internet- en veldonderzoek. Ik heb heel wat uurtjes op trefwoorden zoekend in beeldbanken en archiefinventarissen doorgebracht. Maar ik ken de weg in archieven en dit onderzoek verliep behoorlijk vlot. Het kostte meer tijd om er een samenhangend geheel van te maken.

Graven in de vuurlinie is gebaseerd op oorspronkelijk bronmateriaal, zoals dagboeken en loonlijsten, plus literatuur met ooggetuigenverslagen van tijdens of vlak na de oorlog. Zo komen ook de contacten met de Duitsers aan bod. Verder heb ik gesproken met enkele nabestaanden van betrokkenen.

Uw boek lijkt over een heel militair-technisch onderwerp te gaan, namelijk een verdedigingslinie. Toch lijkt uw invalshoek een heel menselijke, want u richt zich vooral op hoe het leven van mensen werd beïnvloed door de bouw van deze linie. Klopt deze constatering?

Dat klopt. Bij wijze van inleiding beschrijf ik de technische opzet en inrichting van de verdedigingslinie. Ook verduidelijken teksten uit inlichtingenrapporten en militaire kaarten welke onderdelen waar werden aangelegd. Toch onthullen vooral de verhalen van arbeiders en bewoners over hun belevenissen bij de linie wat er in het spergebied is gebeurd.

De evacuatieperiode en de bij thuiskomst aangetroffen ravage waren heel ingrijpend voor de bevolking. De aanleg van de linie (inclusief mijnenvelden) heeft ook veel schade aangericht. Ik ga uitvoerig in op de nasleep voor zowel de dwangarbeiders als de streekbewoners.

In de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog in Nederland spelen dader- en slachtofferschap een grote rol, evenals de discussie omtrent ‘goed en fout’. Speelt dit beide in uw studie ook een rol?

Absoluut. Er zit veel nuance tussen zwart en wit. Met tekstfragmenten uit brieven en dagboeken geef ik lezers de ruimte om zich een beeld te vormen van het gedrag van mensen en de keuzes die zij maken in veelal lastige omstandigheden. Dit betreft zowel Nederlanders als Duitsers.

Overigens: de oorlog is een serieus onderwerp, maar het frontleven is soms ronduit hilarisch. Dat laat ik ook zien.

Wie hoopt u dat uw boek gaan lezen? Is het behalve voor een lokaal en regionaal publiek ook interessant voor lezers van buiten de directe omgeving van de linie?

Dit boek is interessant voor diverse groepen, merk ik. De onbekende verhalen uit het spergebied bevatten aanvullende informatie voor wie over de Tweede Wereldoorlog wil lezen. Nabestaanden van dwangarbeiders willen weten wat hun vaders hebben meegemaakt. Deze mannen zwegen meestal. Behalve een streekgeschiedenis, is dit ook een sociaaleconomische geschiedenis die voor onderzoekers relevant is. Tot besluit bevat dit boek enkele niet eerder gepubliceerde fragmenten over de militaire situatie tijdens en na de Slag om Arnhem.

Wat gebeurde er na de oorlog met de linie? Zijn er nog restanten die de moeite van het bezoeken waard zijn?

Na de bevrijding wilden terugkerende bewoners en landeigenaren snel verder met hun leven. Het land moest worden ingezaaid en de koeien moesten naar de wei. Dus werd de hele boel gauw weer dichtgegooid. In de Liemers bleven weinig restanten bewaard, behalve enkele betonnen pilaren bij Aerdt. Enkele delen van een tankgracht gaan als brede sloten in het landschap op. Wie een drone bezit, kan in perioden van droogte zoeken naar sporen van loopgraven bij de Westervoortse spoorbrug. De omgewoelde grond zorgt bijna 80 jaar na dato nog voor verkleuringen.

Resten van pilaren tussen Pannerden en Aerdt, verbinding Sehnenstellung f. Foto: Karin van Veen


Heeft u nog meer plannen met uw onderzoek, behalve de publicatie van de boeken? Een televisiedocumentaire, expositie, lezingen of excursies bijvoorbeeld.

Binnenkort komen er vertelmomenten in de Zevenaarse Cultuurfabriek. Dan vertel ik over de gebeurtenissen in het spergebied en kunnen belangstellenden hun verhalen en herinneringen delen. Informatie verschijnt op de website www.gridvl.nl.

Momenteel werk ik aan het boek over Arnhem. Zodra dat af is, wil ik ook wandelexcursies organiseren. Foto-exposities zijn eveneens mogelijk en deze geschiedenis biedt genoeg materiaal voor een film. Belangstellenden kunnen contact opnemen.

Graven in de vuurlinie. Gelderland 1944-1945. Leven in het spergebied langs de Rijn. Deel I De Liemers. Dit fraai geïllustreerde boek telt 336 pagina’s op stevig papier, 130 zwart-wit afbeeldingen plus 10 plattegronden en militaire kaarten in kleur. Groot formaat, soft cover, ISBN 978 90 833 14341, prijs € 34,95. Hier te bestellen.

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Karin van Veen / TracesOfWar.nl
  • Gepubliceerd op: 16-04-2023 20:00:46