TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Het verborgen verhaal van de Utrechtse Joodse Raad

De Joodse Raad, een door de Duitsers gecreëerde vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap in Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog, werd gedwongen in opdracht van de bezetter oproepen te versturen voor deportaties naar de kampen. De landelijke Joodse Raad had in provincies en steden allemaal onderafdelingen. Journalist en onderzoeker Jim Terlingen (57) reconstrueerde de geschiedenis van de Utrechtse afdeling in het boek ‘De Joodse Raad van Utrecht’, dat in 2022 verscheen. De schrijver is daarnaast ook actief rondom de plaatsing van struikelstenen in zijn stad. We stelden hem via e-mail enkele vragen over zijn boek en onderzoek naar het lot van Utrechtse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

'Struikelstenen' voor de familie Perel, allen vermoord door de nazi's in vernietigingskamp Sobibor. Foto: Jim Terlingen


Hoe bent u geïnteresseerd geraakt in de Joodse Raad van Utrecht en wat motiveerde u om hierover een boek te schrijven?

Frits Elzas, ondervoorzitter van de Utrechtse Joodse Raad.
Het begon ermee dat ik in 2016 bij toeval ontdekte dat het Joodse Namenmonument in Utrecht, dat een jaar eerder was geplaatst, een spellingsfout bevatte. Dat was voor mij de trigger meer gegevens te controleren. Ik vind het nogal belangrijk dat bij mensen die zo’n verschrikkelijk lot hebben ondergaan de vermelding op een monument goed is. Zo ontdekte ik vele tientallen fouten, waaronder zelfs namen van Joodse Utrechters die de oorlog overleefd hebben. Nadat dit – pas na flink aandringen van mijn kant – werd opgepakt door de verantwoordelijken ben ik verhalen van Joodse Utrechters blijven opdiepen. Daarin speelde de Joodse Raad van Utrecht vaak een cruciale rol. Toen ik meer wilde weten over deze organisatie vond ik maar bitter weinig informatie, ook in boeken van gearriveerde historici. Op dat moment besloot ik dat ik dan de persoon moest zijn die deze geschiedenis ging opschrijven. Eerst dacht ik aan een artikel, maar toen ik meer en meer informatie vond, kreeg het de vorm van een boek.

Het archief van de Joodse Raad van Utrecht is niet bewaard gebleven en u kreeg geen inzage in niet-publieke delen van het archief van de Nederlands Israëlitische Gemeente Utrecht. Hoe is het u toch gelukt voldoende informatie te verzamelen?

In de jaren tachtig is er een boek verschenen van Cor van Dam, ‘Jodenvervolging in de stad Utrecht’, waarvoor hij wel toegang kreeg tot de niet-openbare delen. Zijn boek leverde me een ‘geraamte’ op waarop ik kon bouwen. Wat hij in dit waardevolle boek echter naliet, is het noemen van namen en het doen van aanvullend onderzoek. Ik stelde mezelf heel veel vragen en heb vele archieven in binnen- en buitenland geraadpleegd om ze te beantwoorden. Vaak vond ik in verslagen van de rechtszaken die na de oorlog zijn gevoerd beschrijvingen van nog niet eerder vertelde gebeurtenissen. Zo kon ik het verhaal uitdiepen van Alex de Haas, de voorzitter van de Utrechtse Joodse Raad, die gedurende de hele oorlog bovengronds is gebleven. Ik speurde ook in overlijdensadvertenties naar nazaten, die ik dan belde. Via deze laatste methode heb ik een heel bijzonder Utrechts dagboek gevonden en ook een foto van de man waarover velen schreven, maar die niemand nog gezien had: Frits Elzas, de ondervoorzitter in Utrecht.

Hoe groot was de Joodse gemeenschap in Utrecht voorafgaand aan de bezetting en hoeveel was hiervan na de oorlog over? En welke precieze rol speelde de Joodse Raad in Utrecht bij de deportatie van de Utrechtse Joden?

Het Maliebaanstation in 1941. Bron: Spoorwegmuseum
De Joodse gemeenschap in Utrecht telde in 1940 naar schatting 1600 mensen. Daarvan zijn er ongeveer 1200 vermoord. Velen melden zich in augustus 1942 op het Maliebaanstation (daar waar nu het Spoorwegmuseum is gevestigd) toen de Utrechtse Joodse Raad in opdracht van de bezetter de oproepen verstuurde. In april 1943 vertrok de laatste grote groep uit de stad.

Ongeveer tegelijkertijd met het verschijnen van uw boek kwam ‘De politiek van het kleinste kwaad’ van Bart van der Boom uit over de geschiedenis van de Joodse Raad voor Amsterdam. Hij concludeert dat tijdens de oorlog velen het bestaan en het beleid van de Joodse Raad beschouwden als de enige mogelijkheid om te redden wat er te redden viel. Geldt volgens u hetzelfde voor de Utrechtse Raad?

De Joodse Raad voor Amsterdam is wat we de landelijke Joodse Raad noemen. De mensen van die landelijke organisatie stonden in direct contact met de hoogste Duitsers in Nederland. Bart van der Boom beschrijft dat zij door hun toedoen enorm in de tang zaten. De leiders van de Joodse Raad probeerden in deze enorm angstige tijd het goede te doen en ze probeerden inderdaad te redden wat er te redden viel. Achteraf kun je zonder twijfel zeggen dat dit op een tragische mislukking is uitgelopen. Wat natuurlijk ook een rol speelde, is dat de organisatie zelf lange tijd een veilige haven was voor de Joodse mensen die er werkten.

Alle afdelingen moesten de lijn van de landelijke organisatie volgen (ze mochten niet oproepen om onder te duiken, bijvoorbeeld), maar konden stiekem natuurlijk wel een andere boodschap afgeven. De Joodse Raad van Enschede staat bekend als een afdeling die velen het leven heeft gered. De afdeling in Utrecht stelde zich vrij volgzaam op.

Tijdens uw onderzoek kwam u ongetwijfeld in aanraking met vele tragische persoonlijke verhalen. Is er een verhaal waardoor u in het bijzonder geraakt werd? En is een wandeling door de stad voor u nog wel mogelijk zonder te denken aan de Joodse Holocaustslachtoffers?

Dat tragische verhaal is er inderdaad. Ik achterhaalde een mislukte onderduikpoging van de Joodse dokter Perel en zijn gezin dat me erg aangreep. Ze meldden zich op verzoek van de onderduikgever, die bang was geworden, alsnog voor deportatie op het station. Ze zijn allen in Sobibor vermoord. Voor hen heb ik toen struikelsteentjes aangevraagd. De zijn afgelopen december geplaatst op de Oudegracht voor het huis waar ze woonden.

De stad waarin ik ben opgegroeid heeft er in mijn leven een diepere laag bijgekregen. Als ik door mijn mooie stad loop geniet ik nog steeds, maar het is wel een minder oppervlakkig genieten geworden. Ik vind dat eigenlijk helemaal niet erg. Levens hebben ook trieste facetten; het is de werkelijkheid.

U begint uw boek met een citaat van de Engelse schrijver D. H. Lawrence (1885-1930): ‘The greatest virtue in life is real courage / that knows how to face facts / and live beyond them’. Welke betekenis heeft dit gedicht voor u in relatie tot uw onderzoek?

Ik hou er erg van om verborgen verhalen te openbaren. Ik probeer altijd zonder oordeel de feiten op te schrijven. Wat is er werkelijk gebeurd? Het liefst achterhaal ik alle details. Maar ik begrijp heel goed dat het voor sommige mensen lastig is om open te staan voor het verhaal van de Joodse Raad als hun voorouder daar deel vanuit heeft gemaakt. Maar ik wens ze, met dit citaat van Lawrence, toe dat ze dit toch doen en dat ze het daarmee een plaats geven. Hetzelfde geldt voor de nazaten van ‘foute’ Nederlanders.

Voormalige synagoge aan de Springweg in Utrecht. Bron: Utrechts Archief
Het boek beschrijft u zelf als “een echt Utrechts boek”. Betekent dit dat het boek voor een landelijk publiek minder interessant is dan voor de Utrechtse lezer?

Ik schreef dat als een soort disclaimer. Voor de algemene verhalen over de landelijke Joodse Raad en over andere afdelingen kan men beter het boek van Van der Boom kopen, want ik kies een Utrechts perspectief. Ik benoem bewust veel namen van mensen en straten om de verhalen invoelbaar te maken voor Utrechtse lezers. Maar ik zeg daarmee niet dat het voor anderen niet interessant is. Sommige verhalen in het boek zijn aanvullend op bekende boeken over de Tweede Wereldoorlog, zoals die van Ad van Liempt.

Op welke wijze bent u betrokken bij de plaatsing van struikelstenen in Utrecht? Hoeveel liggen er inmiddels in de stad en zullen er in de toekomst nog meer geplaatst worden?

We naderen in Utrecht de 150 steentjes en dit aantal gaat gestaag omhoog. We hebben hier een prima groep mensen die de aanvragen coördineert en de gemeente werkt altijd zeer goed mee. Mijn betrokkenheid is er eentje aan de zijlijn. Doordat ik al jaren bezig ben met dit onderwerp, benaderen aanvragers mij dikwijls als ze onderzoeksvragen hebben. En soms besluiten nazaten die ik heb opgespoord om stenen te leggen. Dan vragen ze me om tijdens de plechtigheid iets te vertellen over hun familielid.

De Joodse Raad van Utrecht
ISBN: 9789464488562
Meer informatie over dit boek
Bestel nu bij Bol.com
De Joodse Raad van Utrecht

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Jim Terlingen / TracesOfWar.nl
  • Gepubliceerd op: 01-05-2023 20:43:58