Oorlogsfilm waarin geen schot wordt gelost

    Stefan Rops is in het kader van zijn afstuderen aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht scenarist en regisseur van de film 'Mei 1940’, die zich afspeelt aan de Grebbelinie gedurende de dagen dat Nederland door Duitsland werd aangevallen. Momenteel probeert Rops door middel van online crowdfunding aanvullende financiële middelen te werven, met als einddoel een film die er goed uitziet en mensen prikkelt om na te denken over wat er eigenlijk is gebeurd in die vijf dagen in mei 1940.



    Hoe ben je op het idee voor deze film gekomen?
    “Ik had al een studie geschiedenis aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam afgerond toen ik besloot, ook vanuit een voorliefde voor films en het maken ervan, verder te gaan studeren aan de HKU. In mijn tweede studiejaar kwam ik in aanraking met re-enactment. De groep die mij het meeste aansprak was er één die het Nederlandse leger anno 1940 uitbeeldde, omdat dit een thema is waar ik mijzelf ook veel mee bezig houd. Dat voor mij zeer interessante onderwerp wordt door Nederland Paraat uitgebeeld en daar ben ik zelf enige jaren geleden aan mee gaan doen. Dus toen het moment kwam dat ik een onderwerp moest kiezen om op af te studeren lagen de meidagen van 1940 erg voor de hand.”

    Wat is het verhaal van de film?
    “Ook vanwege het feit dat de film maar vijftien minuten mag duren moet je natuurlijk keuzes maken. De Grebbelinie liep eigenlijk van oevers van het IJsselmeer tot aan Rhenen. Op de Grebbeberg is het meeste gevochten maar er waren ook flinke delen van de linie waar dat juist niet gebeurde. De verwachte aanval over een breed front in de beste traditie van de Eerste Wereldoorlog bleef immers uit. Onvermijdelijk zijn er dus troepen geweest die dagen in spanning zaten maar uiteindelijk niets meemaakten in de vorm van gevechtshandelingen. Omdat ik dat een interessant uitgangspunt vind wil ik daar een film over maken. Ik wil mensen immers iets over de meidagen van 1940 vertellen en hun belangstelling daar voor wekken. Met vijftien minuten oorlogsgeweld bereik je dat doel waarschijnlijk niet. Daarom heb ik uiteindelijk een verhaal geschreven dat gaat over twee centrale figuren, een soldaat en een luitenant ergens in een loopgraaf langs de Grebbelinie, die het niet goed met elkaar kunnen vinden. Door de spanning van het uitblijven van gevechten loopt de spanning tussen die twee figuren steeds verder op.”

    Dan zijn thema en locatie dus vooral een kapstok om een intermenselijk verhaal aan op te hangen?
    “In zekere zin wel. Ik maak er geen geheim van dat er in de film geen schot wordt gelost maar die wetenschap staat een spannende film niet in de weg. Neem nu de film ‘Valkyrie’ over de aanslag op Hitler: iedereen weet dat die aanslag is mislukt maar toch zit je als kijker op het puntje van je stoel.”

    In dat licht bezien was het niet noodzakelijk om voor het decor van de meidagen te kiezen. Waarom is daar dan toch voor gekozen?
    “Dat heeft ook te maken met mijn productiegevoeligheid als regisseur. Ik ga uit van wat er is en bekijk wat ik daar mee kan. In dit geval is dat een enthousiaste groep re-enacters van Nederland Paraat. Mensen die ik ken omdat ik zelf tot die groep behoor, en dat maakt het leuk om ze er bij te betrekken. Met één van hen heb ik ook uitgebreid gespard over het scenario. Bij historische producties heb je altijd weer dat spanningsveld tussen geschiedkundig accuraat en dramatisch interessant. Soms moet je jezelf als regisseur begeven op het vlak van dingen die waarschijnlijk niet of in elk geval niet op die manier zijn gebeurd om het dramatisch gezien interessant te houden.”

    Kun je daar een concreet voorbeeld van geven?
    “In de film komt op zeker moment een deserteur van de Grebbeberg de loopgraaf van onze hoofdpersonen binnenvallen. Gezien de flinke afstand van de loopgraaf tot de Grebbeberg is dat niet heel waarschijnlijk. Vervolgens wordt die deserteur door de marechaussee gearresteerd. Ook dat is op dat moment in die omstandigheden vermoedelijk niet gebeurd: op een later moment uitleveren is veel logischer. Maar door het zo te doen wordt de scene wel veel beter. Aan de andere kant leek het idee van een Duitse parachutist die op de Grebbelinie landt me enorm vet, maar dat is simpelweg nooit gebeurd en het zit dus ook niet in ‘Mei 1940’. De film is in grote lijnen historisch accuraat maar op kleine onderdelen zet ik de waarheid een beetje naar mijn hand ten behoeve van het eindresultaat.”

    Door re-enacters bij het project te betrekken heb je meteen een flink deel van de cast te pakken, bovendien in vol ornaat. Anderzijds is dat een groep mensen die het onderwerp heel serieus neemt. Kan dat niet botsen met de dichterlijke vrijheden die jij je als regisseur permitteert?
    “Voor de volledigheid: de re-enacters doen inderdaad mee als figurant, de hoofdrollen worden door echte acteurs gespeeld. Zoals aangegeven heb ik flink gespard met één van de groepsleden. Hij merkte wel op dat sommige details misschien niet helemaal kloppen maar gaf tegelijk aan te begrijpen dat de film om die aanpassingen vraagt. Wat dan overblijft zijn potentiële botsingen op de set en het is de truc om die voor te zijn. Zo is door sommige re-enacters het bezwaar geuit dat zij met 60 of meer levensjaren toch wel erg oud zijn om een frontsoldaat te spelen. Door de wat oudere mensen in de achtergrond te plaatsen los ik dat filmisch wel op en behoud ik die volledige sectie die ik graag wil hebben. Zelf heb ik met Nederland Paraat wel eens meegedaan aan filmpjes voor bijvoorbeeld Gelegerd in Gelderland, en van de discussies die toen op de set werden gevoerd heb ik geleerd wat belangrijke onderwerpen zijn die je vooraf al moet bespreken. Daarmee, en met de research die je doet, geef je als regisseur eigenlijk een cadeautje aan de re-enacters waar je een beroep op doet.”

    Wanneer wordt de film opgenomen?
    “We gaan in april filmen, van de 11de tot en met de 15de. Eerder hebben we al twee zogenaamde teasers gemaakt, met vooral sfeerbeelden die een idee geven hoe de film er uit komt te zien. Het is zowel om praktische redenen als voor de beleving van de acteurs goed om de film in vijf aaneengesloten dagen te schieten.”

    Dat kost natuurlijk geld. Hoe wordt de film gefinancierd?
    “De financiering is tweeledig. Enerzijds hebben we gemeente Amersfoort bereid gevonden dit project te steunen. Zij zijn met andere gemeentes bezig met een project getiteld ‘Grebbelinie boven water’. Omdat de situatie in mijn film heel erg lijkt op de situatie aan de Grebbelinie bij Amersfoort in mei 1940 betalen zij mee aan de film. In de tweede plaats gaan we in de maand voorafgaand aan de opnamen crowdfunden via de website Cinecrowd.nl. Je stelt een bepaald streefbedrag, in ons geval 3.000 euro, en dan kunnen mensen via die site dertig dagen lang een doneren. Alle bedragen zijn welkom, en voor elke bijdrage staat een bepaalde beloning zoals je naam op de aftiteling, de DVD van de film of een kijkje nemen op de set. Uiteraard kunnen we met het geld van de gemeente Amersfoort al aan de slag maar aanvullende financiering is zeker welkom.”

    Waar is dat extra geld dan voor nodig? En wat gebeurt er als je dat streefbedrag niet haalt?
    “Het filmen en monteren, daar hebben we geld voor. Met aanvullende financiering kunnen we ook zaken als promotiemateriaal bekostigen. Lukt dat niet langs de weg van crowdfunding dan bestaan er nog andere optie. Het is vooral de vraag hoe mooi ik de film wil hebben. Zo heeft de cameraman van dit project een uitstekende camera, maar er zijn nog betere camera’s: klein en wendbaar in de loopgraaf terwijl ze toch mooie beelden opleveren en filmtechnisch brengen wat ik graag wil. Dat zijn kleine verschillen waarmee je het maximale uit een project haalt. Daar is dat extra geld ook voor bedoeld.
    Die film komt er zo ook wel, maar met meer geld kunnen we simpelweg een betere en mooiere film maken. Niet alleen als visitekaartje, ook omdat ik mensen wil prikkelen met betrekking tot de meidagen van 1940.”

    Waarom moet dat in jouw ogen gebeuren?
    “De kennis over het militaire verzet tegen de Duitse invasie is in mijn beleving vrij gering. Het is niet erg bekend, er is weinig aandacht voor en het wordt zelfs vaak een beetje belachelijk gemaakt: Nederland was onvoorbereid, de soldaten kwamen op de fiets en vijf dagen later was het voorbij. Maar die mannen op de Grebbelinie vingen wel de eerste klappen op. Zij hebben gevochten voor hun land en een deel van hen heeft dat niet overleefd. In mijn film wordt niet gevochten maar de hoofdpersonen komen aan het einde wel op de Grebbeberg waar zijn de lijken van hun gevallen kameraden moeten ruimen. Mijn film draait niet om gevechtshandelingen maar maakt het publiek wel degelijk duidelijk dat er hard en zwaar is gevochten. Het is geen geschiedenisles en ook geen allesomvattende documentaire, maar ik hoop met ‘Mei 1940’ het publiek wel warm te laten lopen voor deze periode in onze geschiedenis. En misschien dat mensen zich er dan wat meer in gaan verdiepen en ook met wat meer respect over die tijd en die mensen die hebben gevochten en zijn gesneuveld gaan denken. Ergens begrijp ik namelijk wel dat het een beetje belachelijk wordt gemaakt, maar het is zeker niet terecht.”

    Gebruikte bron(nen)

    • Bron: Vincent Krabbendam (STIWOT)
    • Gepubliceerd op: 08-03-2013 11:25:37