Het kamp in en na de oorlog

Vandaag wordt in Nationaal Monument Kamp Vught de laatst overgebleven authentieke barak officieel geopend. Barak 1B herbergt een tentoonstelling over alle gebruikersgroepen die het gebouw heeft gekend. Dat waren niet alleen gevangenen van de Duitse bezetters in 1943 en 1944, maar later ook Duitse evacués, NSB’ers en (vermeende) collaborateurs. Vanaf 1951 deden 1B en alle andere barakken dienst als Moluks woonoord. De verhalen van deze groepen worden in Barak 1B verteld.

Kamp Vught, door de Duitse bezetter Konzentrationslager Herzogenbusch genaamd, was één van de drie Duitse concentratiekampen in het van 1940 tot 1945 bezette Nederland. De andere twee stonden in Amersfoort en Westerbork. Van die drie stond Kamp Vught als enige onder beheer van de SS. Als concentratiekamp was het betrekkelijk kort in gebruik: van januari 1943 tot de bevrijding eind oktober 1944. Daarmee was het verhaal van dit kamp echter nog lang niet afgelopen en dat is wat Barak 1B laat zien.

Jeroen van den Eijnde is directeur van Nationaal Monument Kamp Vught. Hij vertelt hoe Barak 1 in 1992, toen alle andere barakken werden gesloopt, als enig authentiek exemplaar bleef bestaan, zij het als bouwval. “Omdat deze barak als kerk en publieke ruimte dienst deed ontsprong hij de dans. De Molukse Kerk Voogdij Raad had als eigenaar geld vrijgemaakt om de barak te renoveren. Dat gebeurde met 1A, die nog steeds dienst doet als kerk, maar toen men aan 1B wilde beginnen was het geld op. Het verval trad in sterke mate in. In 2007 zijn er met diverse partijen alsnog plannen gemaakt om te gaan restaureren, waarvoor de in restauratie gespecialiseerde architect Miel Wijnen in de arm werd genomen.”

Van den Eijnde geeft aan dat er heel veel nodig was om de barak te kunnen restaureren, “waaronder geld. Zo’n 900.000 euro. Dat bedrag is verkregen via de diverse overheden die ons ook normaliter permanent ondersteunen: gemeente Vught, provincie Noord-Brabant en het ministerie van VWS. Daarnaast kwam een aanzienlijk deel van dat geld via het vfonds en soortgelijke bronnen binnen. Via dat loket komen loterijgelden bij instellingen als de onze terecht en het vfonds heeft bij zowel de restauratie als later de inrichting van de tentoonstelling en workshopruimtes een enorm belangrijke rol gespeeld.”

Want inderdaad: gaandeweg de restauratie groeide het besef dat het gebouw ook een bestemming moest krijgen. Dat NM Kamp Vught dat met zijn infrastructuur en netwerk van vrijwilligers zou gaan exploiteren lag voor de hand. Men wilde de barak ook dezelfde functie als Nationaal Monument geven: informerend en educatief. Besloten werd een expositie te ontwerpen die het verhaal vertelt van het gebouw en de mensen die er verbleven. Aanvullend zijn er twee workshopruimtes in het pand ondergebracht, waar met scholieren bepaalde aspecten van wat zij in de tentoonstelling zagen kunnen worden uitgediept. De ruimtes worden overigens in een wat later stadium in gebruik genomen.

“Eigenlijk stond van meet af aan dat we in de tentoonstelling ook iets wilden doen met de naoorlogse geschiedenis van het kamp”, legt Van den Eijnde uit. “Daar kregen we ook geregeld vragen over van bezoekers, waaronder ook familieleden van mensen die hier na de oorlog hebben zaten. De functies van de barak in oorlogstijd komen zeker aan bod. Hij deed dienst als onder meer postbarak en kantine en was in die zin een soort venster op de wereld voor de kampbewoners: het enige gebouw dat enigszins in verbinding stond met de buitenwereld.”


Duitse evacués arriveren in Kamp Vught (foto: NMKV).

Na de bevrijding van het zuiden van Nederland en Kamp Vught werden er in 1944 en 1945 Duitse burgerevacués in het kamp ondergebracht. Van 1944 boden de barakken bovendien gedwongen onderdak aan NSB’ers en al dan niet terecht van collaboratie verdachte Nederlanders. In 1949 werd de gehele inboedel van het kamp aan de hoogste bieders verkocht en stonden de gebouwen enige tijd leeg. Vanaf 1951 deden de barakken dienst als Moluks woonoord. Direct naast barak 1B staat nog altijd een Molukse woonwijk waar zo’n 200 mensen wonen. Deze wijk stamt uit 1992, toen alle andere barakken permanent verdwenen.

“Al deze groepen zijn door de oorlog, door de plek en hun gedwongen verblijf alhier met elkaar verbonden zijn. Ondanks alle verschillen in achtergrond hebben ze veel met elkaar gemeen: de geestelijke weerbaarheid die je als gevangene ontwikkelt, het blijven geloven in een toekomst en in vrijheid. Die overeenkomsten zijn het uitgangspunt van de tentoonstelling”, aldus Jeroen van den Eijnde. De persoonlijke verhalen van mensen uit verschillende bewonersgroepen spelen een belangrijke rol, en de vier groepen hebben ongeveer evenveel ruimte en aandacht gekregen. “Vanuit de Molukse gemeenschap waren er verhoudingsgewijs ontzettend veel verhalen en voorwerpen dus we moesten zorgen dat dit niet de overhand ging krijgen.”

De tentoonstelling wil ook de eerdergenoemde verwevenheid van verschillende periodes en bewonersgroepen laten zien. “Uiteindelijk heeft alles wat we hier vertellen zijn basis in de Tweede Wereldoorlog. We hebben ook gezocht naar hoe verhalen en periodes in elkaar overvloeien. Denk aan Roosje Glaser, die een reeks concentratiekampen overleefde en hier in de jaren ’50 terugkeerde en met Molukse bewoners op de foto ging.” Het resultaat is een expositie die deels chronologisch is ingedeeld, en deels naar thema’s als aankomst, in- en uitsluiting, weerbaarheid, religie en thuiskomst.


Molukse kinderen spelen in het woonoord (foto: NMKV).

Al met al vindt Jeroen van den Eijnde het logisch dat deze tentoonstelling nu een feit is. “De belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog is in mijn beleving absoluut niet tanende. Maar je moet wel altijd proberen je relevant te blijven verdiepen en verbreden. Ons soort instellingen biedt toch een soort eerstelijns contact met die Tweede Wereldoorlog. Tegelijk zie je dat de interesse voor wat daarna gebeurde aan het groeien is. Dat merken we hier en in de algemene sfeer. En daar hebben wij als beheerder van ‘schuldig landschap’ een taak in: om ook de wellicht wat onderbelichte verhalen te vertellen die uit die oorlog zijn voortgevloeid en die wel degelijk een nadere beschouwing verdienen. Met Barak 1B hebben we mogelijkheid gekregen om dat te scheiden van wat we al hadden en wat in feite de laatste rustplaats is van de mensen die het kamp niet overleefden. Tegelijk kunnen we die verhalen wel vertellen in de sfeer en context van datgene waaruit ze zijn voortgevloeid.”

Barak 1B is vanaf 30 november voor het publiek geopend. Men kan er op woensdagen, zaterdagen en zondagen van 12.00 tot 17.00 uur terecht. Voor meer informatie en de openingstijden van Nationaal Monument Kamp Vught zie nmkampvught.nl.

Gebruikte bron(nen)