TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, BelgiŽ en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Oorlogsgraven als krachtig middel om het verhaal van de oorlog te vertellen

    Funerair erfgoed, de herinnering aan de dood. Welke gebeurtenissen in de geschiedenis zijn belangrijk geweest in onze omgang met het sterven van de mens? En welke sporen zien we daarvan terug in onze omgeving? De recent uitgebrachte ĎCanon van het Nederlands Funerair Erfgoedí geeft kort en bondig inzicht in hoe Nederlanders door de eeuwen heen hun doden hebben begraven. In 32 vensters schreven verschillende auteurs op verzoek van stichting Dodenakkers.nl een funerair perspectief op ons verleden. De canon bevat twee vensters over de Eerste Wereldoorlog, drie vensters over de Tweede Wereldoorlog en daarnaast nog een venster over de strijd in IndonesiŽ. We stelden samenstellers Leon Bok en Renť ten Dam enkele vragen over het boek.

    Monument fusilladeplaats Waaldorpervlakte. Foto: Renť ten Dam


    In de canon staan twee vensters in het teken van de Eerste Wereldoorlog. Nederland was echter neutraal tijdens dit militaire conflict. Wat is er op funerair gebied toch belangrijk genoeg om te bespreken met betrekking tot deze strijd?

    Tijdens en in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog verbleven ruim 1,25 miljoen vluchtelingen en buitenlandse militairen kortstondig of langdurig op Nederlandse bodem. De burgers werden opgevangen in vluchtelingenkampen, verspreid over het land, de militairen in interneringskampen. Ruim 6.000 van al die vluchtelingen en militairen verloren het leven door uitputting of door ziekte, zoals de Spaanse griep of doorstane ontberingen. Ook spoelden tientallen zeelui aan als gevolg van de strijd op zee. Hun graven vinden we onder andere in Noordwijk en Ďs Gravenzande. Terwijl in de beleving van veel mensen Nederland niets van doen had met de oorlog en dus verschoond bleef van het oorlogsgeweld dat buurland BelgiŽ teisterde, was de realiteit anders. Op verschillende begraafplaatsen vinden we daarvan de sporen. Zo liggen in Nunspeet enkele honderden Belgische vluchtelingen begraven en in Soesterberg en Weert tientallen Franse vluchtelingen en militairen. Voor een beter begrip van de Eerste Wereldoorlog in Nederland is het belangrijk dat de grafmonumenten die ons aan die periode herinneren bewaard blijven, ook omdat helaas al veel is verdwenen, zoals grafmonumenten van slachtoffers van de elektrische grensbewaking met BelgiŽ. Op zich vormen de grafmonumenten uit deze periode een uniek onderdeel binnen het Nederlands funerair erfgoed.

    Graftombe voor Duitse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog in Weert. Foto: Renť ten Dam
    Grafmonument voor Franse vluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog in Weert. Foto: Renť ten Dam


    De Tweede Wereldoorlog wordt besproken in drie vensters, waarvan de eerste gaat over de Meidagen van 1940. Hoe werd er met de Nederlandse militairen die in die tijd sneuvelden omgegaan? Hoe stond de Duitse bezetter tegenover het laatste eerbewijs dat getoond werd aan deze mannen?

    Op een aantal plekken werd tijdens de meidagen van 1940 zwaar strijd geleverd, waaronder rond de Grebbeberg. Toen Nederland had gecapituleerd begonnen de Duitsers met het inrichten van een begraafplaats op de Grebbeberg waar ruim 600 soldaten waren. Die begraafplaats was niet alleen bedoeld voor de Duitse slachtoffers, maar ook voor de Nederlandse soldaten. Alles geheel conform de Derde Conventie van GenŤve. De begraafplaats op de Grebbeberg is het eerste ereveld in Nederland en is dus aangelegd door de Duitse bezetter. De Nederlanders kregen overigens alle ruimte om eer te bewijzen aan de militairen die in de meidagen zijn gesneuveld. Vaak ook brachten Duitse militairen bij herbegravingen van slachtoffers van de meidagen een militair eresaluut. Dat geldt niet voor latere doden.

    Nationaal legermonument bij het ereveld op de Grebbeberg. Foto: Renť ten Dam


    In Nederland zijn ook geallieerde en Duitse militairen begraven. Komt dit in de canon ook naar voren? Zijn er grote verschillen tussen hoe we zijn omgegaan met de doden van vriend en van vijand?

    In de vensters ĎBezetting van Nederlandí en ĎBevrijding van Nederlandí is ruim aandacht voor de geallieerde en Duitse graven. Tijdens de oorlog werden geallieerden Ė vliegtuigbemanningen en drenkelingen Ė door de Duitsers in de meeste gevallen met militaire eer begraven op burgerlijke begraafplaatsen. Duitsers zelf werden ook op de lokale begraafplaatsen begraven, in sommige gevallen op een eigen grafveld, zoals op Crooswijk in Rotterdam het geval was. Na de oorlog werden bijna alle Duitse graven geconcentreerd in het Limburgse Ysselsteyn. Met gedode verzetslieden of represailleslachtoffers werd door de Duitse bezetter heel anders omgegaan, daar werd zeker geen eer betoond, maar werden lichamen soms ernstig verminkt en kregen de doden in veel gevallen zelfs geen officieel graf.

    In twee vensters Ė bezetting en bevrijding Ė wordt de rest van de Tweede Wereldoorlog behandeld. Welke onderwerpen komen daarbij aan bod?

    In het venster over de bezetting gaan we in op de verschillende Nederlandse oorlogsdoden en wat er aan funerair erfgoed rest. De grootste groep slachtoffers betreft natuurlijk de Joden waarvan de meesten in kampen in Duitsland en Polen om het leven zijn gebracht en eindigden in een massagraf of een crematorium. We staan daarbij ook kort stil bij de mensen die in de aanloop naar de oorlog en in die bange meidagen van 1940 zelfmoord pleegden. Op Joodse begraafplaatsen in Nederland zien we tal van verwijzingen op grafmonumenten, vooral Ďvoor hen die niet terugkeerdení. Daarnaast wordt er stilgestaan bij de vele burgerslachtoffers zoals die van bombardementen en de hongerwinter, voor zover nog tastbaar. Maar we staan ook stil bij de vele burgers die bij de bevrijding van Nederland als gevolg van gevechtshandelingen zijn omgekomen. Officieel worden de burgerdoden door de Oorlogsgravenstichting niet gezien als oorlogsslachtoffers, met als gevolg dat veel graven in de loop der tijd verdwenen zijn. Daar waar ze bewaard zijn gebleven, vormen ze een stille en waardevolle getuigenis van het leed dat heeft plaatsgevonden tijdens de oorlog.

    Heeft de Tweede Wereldoorlog geleid tot veranderingen of ontwikkelingen op funerair gebied? Voor die tijd kenden we grote erevelden vol oorlogsslachtoffers in Nederland nog niet, toch?

    De erevelden en erebegraafplaatsen in Nederland zijn een direct gevolg van de Tweede Wereldoorlog. In het toenmalige Nederlands-IndiŽ werd eind negentiende eeuw een ereveld aangelegd voor de militaire doden die vielen tijdens de Atjeh-oorlog, dat was feitelijk de eerste Nederlandse oorlogsbegraafplaats. Na de onafhankelijkheid van IndonesiŽ werd door Nederland afstand gedaan van deze begraafplaats. Dankzij de inzet van de plaatselijke bevolking bestaat deze begraafplaats echter nog steeds. Maar in Nederland kenden we het begrip oorlogsbegraafplaats helemaal niet. Ook de eregraven op lokale begraafplaatsen waren een relatief nieuw verschijnsel. We moeten eigenlijk terug naar 1830-1832, de onafhankelijkheidsstrijd van BelgiŽ, om vergelijkbare graven aan te treffen. Veel graven van burgerslachtoffers zijn echter niet herkenbaar als oorlogsgraf en ook plaatselijk zijn ze niet altijd meer bekend. Willen we het verhaal van de Tweede Wereldoorlog niet alleen vertellen aan de hand van boeken, fotoís en films, dan het is belangrijk om het funerair erfgoed dat rest te bewaren. Zeker nu er steeds minder mensen zijn die de oorlog daadwerkelijk hebben meegemaakt.

    Canadian War Cemetery in Bergen op Zoom. Foto: Renť ten Dam


    Een venster behandelt ook de naoorlogse onafhankelijkheidsstrijd in IndonesiŽ. Welke funeraire sporen liet dit conflict na in ons eigen land?

    Het venster over IndonesiŽ beslaat eigenlijk de hele periode vanaf de Japanse bezetting. We hebben het venster enerzijds opgenomen vanwege de zeven erevelden die er nog in IndonesiŽ zijn, zowel voor slachtoffers van de Japanse bezetting als van de onafhankelijkheidsstrijd. Tegelijkertijd wilden we ook de miljoenen slachtoffers benoemen die aan Indonesische kant vielen, direct of indirect als gevolg van de oorlogen die het land teisterden. Je kunt de Nederlandse erevelden namelijk niet benoemen zonder de context van de Indonesische slachtoffers. In Nederland zelf zien we vooral herdenkingsmonumenten op begraafplaatsen die verwijzen naar IndonesiŽ. Ook liggen her en der in Nederland nog grafvelden van uit IndonesiŽ gerepatrieerde Molukkers of KNIL-militairen met hun gezinnen.


    Wanneer je oorlogsgeschiedenis bekijkt vanuit funerair perspectief, geeft dat andere of diepere inzichten dan wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar politieke of militaire aspecten?

    Vanuit funerair perspectief komt de geschiedenis van de oorlog heel dichtbij. Dat is anders dan wanneer je je verdiept in de politieke achtergronden of militaire aspecten. Een oorlogsgraf confronteert je heel erg met het persoonlijke leed, het kleine verhaal. Als je in Hoofddorp aan het graf staat van een Joodse familie die in de meidagen van 1940 een einde maakte aan hun leven, gaat er iets door je heen. Of als je op de Grebbeberg aan het graf staat van een jongen van amper twintig, of in Horst bij een gezin met vijf kinderen, omgekomen bij een geallieerd bombardement vlak voor de bevrijding. Het zijn slachtoffers die het gevolg zijn van politieke of militaire beslissingen. Oorlogsgraven zijn daarom ook zoín krachtig middel om het verhaal van de oorlog te vertellen en ook om ons te waarschuwen. Het gaat allemaal om mensen die te vroeg zijn overleden en niet de vrijheid hebben gekend waar wij in leven.

    Bestel het boek op Dodenakkers.nl

    Gebruikte bron(nen)

    • Bron: TracesOfWar.nl / Leon Bok en Renť ten Dam
    • Gepubliceerd op: 20-02-2020 20:27:45