De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

Operation Dynamo
De situatie in België, na de Duitse doorbraak in de richting van Het Kanaal, was zo ernstig, dat Lord Gort al op 19 mei een waarschuwing zond aan het Britse War Office, dat in zijn ogen een evacuatie van de British Expeditionary Forces (BEF) overwogen moest worden. De reactie van Winston Churchill was formeel dat hij deze reactie nogal overdreven vond. Hij liet echter wel vanaf dat moment gesprekken plaatsvinden tussen de War Office en de Britse Admiralty om een eventuele evacuatie voor te bereiden.
Deze gesprekken zouden uiteindelijk uitmonden in “Operation Dynamo”, de evacuatie van de BEF en zoveel mogelijk andere geallieerde troepen vanuit Duinkerken.

Afbeeldingen

De situatie in het westen op 24 mei 1940 Bron: WW2 Day by Day.

Terugtocht naar Duinkerken

Laatste Britse offensief
In de vroege ochtend van 20 mei 1940 bezocht de Chief of the Imperial General Staff, General Sir Edmund Ironside, Lord Gort om hem instructies te overhandigen die direct afkomstig waren van het War Cabinet. Het BEF kreeg hierin de opdracht om naar het zuiden, in de richting van Arras, uit te breken en zo het verband met de Franse troepen in het zuiden te herstellen. Lord Gort gaf hem met te kennen dat hij een dergelijk offensief onmogelijk achtte. Ruim negen van zijn divisies waren immers elders in België verwikkeld in gevechten met de vijand en vormden daar een onmisbaar onderdeel van de verdedigingslinie.
Wel zegde Lord Gort toe om een beperkte aanval in de richting van Arras te willen ondernemen op 21 mei. Hiervoor had hij echter de medewerking en ondersteuning nodig van de Fransen. Lord Gort had echter al acht dagen niets van zijn Franse collega général Gaston Billotte. General Ironside toog hierop naar Billotte's hoofdkwartier om daar zowel Billotte als général Georges Blanchard totaal ontredderd aan te treffen. Hij wist de Fransen uiteindelijk te overtuigen om met twee divisies aan het Britse offensief deel te nemen. De uiteindelijke coördinatie was echter hopeloos, zodat uiteindelijk twee groepen deelnamen aan het offensief die beide bestonden uit slechts een tankbataljon, een infanteriebataljon, een batterij veldgeschut en een batterij antitankgeschut.

De rechterflank wist snel Duisans te bereiken, maar zag haar sterkte uitgedund omdat troepen ter bescherming moesten worden achtergelaten. Bij Wailly liep de opmars vast op de SS-"Totenkopf" Division en was men gedwongen zich weer terug te trekken. De linkerflank rukte ook gestaag op en de Britse tanks gaven goed partij aan Erwin Rommel's panzers. Door het gebrek aan ondersteunende grondtroepen kon de Britse druk echter onvoldoende worden uitgebuit. Het tekort aan ondersteunende troepen om de flanken te beschermen, dwong de Britten uiteindelijk om hun aanval af te breken.
De schrik zat er echter bij Generalmajor Erwin Rommel's 7.Panzer-Division dusdanig in dat hij zich gedwongen voelde om een gewaagde flankaanval, ten noordwesten van Arras uit te voeren. Door deze dreiging was de Britse aanval in feite mislukt. Lord Gort was nu meer dan eens overtuigd van het feit dat hij zijn BEF via Duinkerken moest terugtrekken.

Het Weygand-plan
Op 21 mei had général Maxime Weygand, de Franse opperbevelhebber, besloten om zelf naar het noorden af te reizen voor topoverleg met général Gaston Billotte, Lord Gort en de Belgische koning Leopold III, om hen zijn eigen operatieplan voor te leggen. Weygand probeerde de Belgen ertoe te brengen om zich terug te trekken achter de rivier de IJzer, waardoor de frontlinie werd ingekort en de Britten hun zuidelijke aanval konden voortzetten. Zijn Franse legers zouden dan vanuit het zuiden een aanval openen in de richting van de Britse troepen. Het overleg ging niet goed. Lord Gort was niet op tijd aanwezig en koning Leopold III wilde niets beslissen zonder de Britten erbij. Lord Gort kon echter geen nieuwe troepen vrijmaken voor 26 mei. Général Gaston Billotte had een verkeersongeval in de nacht van 21 op 22 mei en overleed enkele uren later. Hij was op dat moment in het noorden de enige die volledig op de hoogte was van Weygand's plan. De doorbraak van de Duitse pantsertroepen en de inname van Abbeville, Boulogne en Calais betekende echter het einde van het Weygand-plan, nog voordat het ten uitvoer kon worden gebracht.
Op 22 mei zond Lord Gort een telegram naar het Britse Secretary of State for War, waarin hij zijn beklag deed over het gebrek aan coördinatie tussen de Britse, Belgische en Franse troepen. Op 23 mei trok hij zijn naar het zuiden uitvallende troepen geheel terug. Voor Lord Gort was nu één ding zeker. Het Franse leger was in zijn ogen al verslagen en er restte hem nog maar één taak, het redden van de BEF.

"Halt-Befehl"
Op 24 mei 1940, stonden de Duitse panzers op het punt om uit te breken uit hun bruggenhoofd over het Aa-kanaal, in de richting van Duinkerken. Op dat moment kwam van Adolf Hitler de Weisung für die Kriegsführung Nr 13, die uiteindelijk zou leiden tot het direct tot stilstand brengen van alle offensieve bewegingen van alle Panzer-Divisionen om zich voor te gaan bereiden op de volgende fase van de strijd tegen Frankrijk, Fall Rot. Duikerken werd overgelaten aan Hermann Göring's Luftwaffe, ondersteund door enkele Infanterie-Divisionen. Het zou maar liefst drie dagen duren voordat Adolf Hitler zich bedacht. Op dat moment was de Britse evacuatie bij Duinkerken echter al in volle gang.

Besluit tot evacuatie
Op 26 mei ontving Lord Gort een telegram van de Secretary of State for War, Anthony Eden, met de formele toestemming om over te gaan tot evacuatie van de BEF.
Lord Gort diende in overleg met het Franse en Belgische leger over te gaan tot terugtrekking van de BEF naar de kust. De Fransen zagen weliswaar in dat de situatie voor de BEF verre van rooskleurig was, maar hadden weinig zin om aan het Britse plan mee te werken. Het Belgische leger had zelf iedere hoop al opgegeven.
De Fransen waren om twee redenen niet blij met het Britse plan. Ten eerste vond men in Franse militaire kringen dat alles gedaan moest worden om te trachten in het noorden terrein te behouden. Zij zagen echter weinig hoop op succes voor een evacuatie en wilden dat de troepen tot het einde toe bleven strijden. Om een tweede belangrijker reden was het van belang dat de strijd in het noorden zo lang mogelijk doorging. Indien de gevechten daar zouden ophouden, zou dat immers betekenen dat de Duitsers al hun troepen konden concentreren voor een beslissende aanval op de rest van Frankrijk.

De Britten hadden volgens hun eigen zeggen hun Franse medestrijders direct op de hoogte gebracht van hun voornemen. Toch werd het besluit om tot evacuatie over te gaan niet duidelijk genoeg overgebracht. Pas toen de evacuatie lang en breed onderweg was, realiseerden de Fransen pas echt wat er gaande was. Het mag duidelijk zijn dat de Fransen hier zeer verbitterd op reageerden. Al ruim voor het bericht aan Lord Gort, hadden Winston Churchill en Anthony Eden besloten dat Calais tot het uiterste moest worden verdedigd om zodoende de Duitse opmars te vertragen en de BEF meer tijd te gunnen zich terug te trekken. Dit betekende dat weloverwogen was besloten om ruim 3000 man op te offeren. Hieronder bevonden zich ook de manschappen van Anthony Eden's vroegere eigen regiment, het King's Royal Rifle Corps. Het was echter niet Calais dat de BEF voldoende tijd schonk. Generalmajor Erwin Rommel vond Calais van ondergeschikt belang en liet zijn belangrijkste eenheden de stad simpelweg passeren. Het was het beroemde "Haltbefehl" op 24 mei dat de Britten meer tijd gunde.

Al op 20 mei was de plannenmakerij bij de Britten van start gegaan. Op die dag hield Vice-Admiral Sir Bertram Ramsey een eerste bijeenkomst. Even daarvoor was hij aangesteld om een eventuele evacuatie te plannen en te leiden.
In drie dagen tijd kon hij aan zijn meerderen doorgeven dat indien tot evacuatie besloten werd, dit kon worden uitgevoerd onder de codenaam "Dynamo". Vanaf 21 mei werd al begonnen met het evacueren van al diegenen die niet bij de strijd nodig waren en tegen middernacht 26 op 27 mei, waren al 27.936 manschappen geëvacueerd via de havens Boulogne, Calais, Duinkerken en Oostende. Het lag in de bedoeling om dezelfde havensteden te gebruiken bij de evacuatie van de strijdende troepen, maar omdat rond 26 mei 1940 de havens van Boulogne en Calais al in Duitse handen waren en Oostende door de situatie van het Belgische leger geen optie meer was, bleef alleen Duinkerken over. Duinkerken lag toen al onder zwaar vuur van de Luftwaffe.

Rond 19.00 uur op 26 mei werd door de Admiralty het sein gegeven dat met Operation Dynamo diende te worden aangevangen. Nog geen twee uur later voer het schip Mona's Isle uit, als eerste op weg naar Duinkerken.

Door het Duitse bevel om de Panzerdivisionen te laten stoppen, kregen de verdedigers de kans om hun posities te versterken. De volledige Franse68ième Division d'Infanterie werd volledig in het gebied rond Gravelines ingezet. Rond Duinkerken werd een systeem opgebouwd van linies en verdedigingspunten, zogenaamde "strongpoints". Het enige doel van deze verdedigingen was om de vijandelijke opmars zo lang mogelijk te vertragen en zodoende tijd te winnen. Naast de inzet van de vele schepen voor de evacuatie en het heldhaftige verzet van de RAF, waren het deze "strongpoints" die mede tekenden voor het succes van Operation Dynamo.
Eén van de belangrijkste verdedigingspunten in de opmarsroute van de Duitse Panzers zou Cassel worden. Cassel lag (en ligt) op een kruispunt van vele belangrijke wegen. De heuvel waar het plaatsje op ligt was een zeer strategische verhoging in het omringende, overwegend vlakke, landschap. Voor de verdediging werden aangewezen de manschappen van het 4th Battalion/ Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry Regiment en het 2nd Battalion/ Gloucestershire Regiment. Met hulp van enkele andere kleine eenheden en Franse artillerie werd een verdediging opgebouwd die Cassel kost wat kost moest behouden.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
bruggenhoofd
Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Totenkopf
Letterlijk: doodshoofd. Symbool dat door de SS werd gevoerd. Ook de naam van een SS divisie.

Afbeeldingen

De doorbraak van het 4.Armee naar Het Kanaal Bron: WW2 Day by Day.
De Franse tanks waren geen partij voor de Duitse Panzertruppen Bron: Wilco Vermeer.
Het "Halt Befehl" bracht de Duitse Panzers tot stoppen Bron: Wilco Vermeer.

Verdedigingslinies rond Duinkerken

Overleg tussen de Geallieerden
Op aandringen van général Maxime Weygand werd op 27 mei een bijeenkomst belegd tussen de Fransen en Britten in Cassel. Lord Gort liet zich daar vertegenwoordigen door lieutenant-general Sir Ronald Adam, Weygand door général Marie-Louis Koeltz. Daarnaast waren aanwezig général Georges Blanchard, de Franse commandant van Duinkerken amiral Jean Abrial en général Marie-Bertrand Falgade, commandant van het XVIième Corps d'Armée. Adam en Falgade hadden een plan geopperd voor de verdediging van het gebied rond Duinkerken. De Fransen zouden hierbij het gebied ten westen van Duinkerken voor hun rekening nemen terwijl de Britten verantwoordelijk werden voor het gebied tussen Duinkerken en Nieuwpoort.

Gevechten gaan door
Door het "Halt-Befehl" hadden de Duitsers een deel van het initiatief verloren. Desondanks gingen de gevechten in alle hevigheid door, waarbij het gebied rond Duinkerken van alle kanten werd aangevallen. De verdediging was echter dusdanig op orde dat de Duitse troepen het niet gemakkelijk kregen.

Op 27 mei gooide Adolf Hitler zijn Panzers weer in de strijd. De 1.Panzer-Division wist gedurende de nacht Gravelines te veroveren op de 62ième Division d'Infanterie. In het zuiden tussen Berguez en het Lyz-kanaal werden de 44th en 48th Infantry Division aangevallen door Panzerguppe Von Kleist, maar de Britten gaven geen enkel terrein gewonnen. Verder naar het zuiden, kwam de 2nd Infantry Division onder zware druk te staan door een aanval van het XV.Armeekorps op de linie tussen Saint-Venant en La Bassée. Uiteindelijk wist hier de 7.Panzer-Division een bruggenhoofd te slaan tegenover het 7th Worcestershire Regiment en het 1st Queen's Own Cameron Highlanders Regiment. Met hulp van het Royal Tank Regiment konden de meeste Britse infanteristen ontsnappen, maar het moest terugvallen op Laventie.

Le Paradis
Samen met Rommel's 7.Panzer-Division rukte op 27 mei ook de SS-Totenkopf-Division op. Ten westen van Béthune had deze divisie de Britse linie weten terug te dringen en wist Le Cornet Malo op het Royal Norfolk Regiment te veroveren. Hierna trok men verder in de richting van Le Paradis, waar het hoofdkwartier van het Royal Norfolk Regiment was gevestigd. De Britten besloten zich daar in te graven en de aanval af te wachten. Deze werd ondernomen door het SS-Infanterie-Regiment 2. De strijd was hevig, waarbij het SS-regiment zware verliezen leed. De Britten leden ook verliezen en kregen munitiegebrek. Bij meerderheid van stemmen werd laat in de middag besloten de strijd te staken. Een eerste poging de witte vlag omhoog te steken werd beantwoord met mitrailleurvuur. Een tweede poging enkele minuten later resulteerde in een bestorming door de 3.Kompanie van het SS-regiment. De 99 overlevenden van het Royal Norfolk Regiment werden gevangen genomen en afgevoerd naar een omsloten weiland om te worden gefouilleerd. De SS-leden hielden echter gelijk een soort krijgsraad waarbij de Britten werden beschuldigd van het gebruik van zogenaamde "dum-dum" kogels, wat volgens het oorlogsrecht was verboden. Vervolgens werden de Britten afgemarcheerd over de Rue du Paradis naar het binnenhof van de boerderij van Creton. Op het moment dat de laatste Britten op het binnenhof waren, openden twee opgestelde mitrailleurs het vuur. Hierna werden de lichamen onderzocht en ieder levende alsnog doodgeschoten. Wonderwel overleefden twee Britten het drama. De soldaten Bill O'Callaghan en Bert Pooley werden later door reguliere Duitse troepen naar een hospitaal afgevoerd in het geloof dat de Britten gewond waren geraakt bij gevechten. Voordat de reguliere Duitse troepen echter een onderzoek konden instellen naar de doodsoorzaak van de andere slachtoffers, had een medische SS-compagnie de lichamen al begraven. Van een diepgaand onderzoek is het verder nooit gekomen, hoewel al op 28 mei major Rieder van de staf van het XIV.Armeekorps de executie had gemeld. Na de oorlog getuigden de twee overlevenden van het drama. Door hun getuigenis werd de commandant van de 3.Kompagnie, SS-Hauptsturmführer Fritz Knöchlein berecht en ter dood veroordeeld. Hij werd op 28 januari 1949 geëxecuteerd.

Het einde van het Franse 1ière Armée
Gedurende de nacht van 26 op 27 mei en in de vroege ochtend, hadden de Britse divisies op de oostflank, de 1st Infantry Division, de 3rd Infantry Division (welke onder leiding stond van Major General Bernard Montgomery), de 4th Infantry Division en de 42nd Infantry Division zich heel ordelijk weten terug te trekken achter de rivier de Lys. Het Franse 1ère Armée was echter achterop geraakt door gevechten met de 4.Armee en de 6.Armee. De 1ière Armée werd zo vanuit het oosten bedreigd met omsingeling door het XXVII. Armeekorps, maar ook vanuit het westen door het XV.Armeekorps.

In de avond van 28 mei waren de voorhoedes van de 7.Panzer-Division bijna tot Lille opgerukt. De 4.Panzer-Division stond nagenoeg voor de poorten van Armentières. De SS-Totenkopf-Division had Estaires bereikt en de 3.Panzer-Division was de Lys bij Merville overgestoken. Deze werden gevolgd door de 6.Panzer-Division, de 8.Panzer-Division en de SS-Verfügungs-Division. Om 11.00 uur had Lord Gort de terugtrekking met de Fransen besproken. Daar weigerden de Fransen iedere vorm van terugtrekking. Op dat moment kwam het bericht binnen dat général René Prioux geen mogelijkheid meer zag om zijn 1ière Armée verder terug te trekken en dat hij wilde standhouden bij de rivier de Lys. Lord Gort bleef aandringen op een verdere terugtrekking en gaf aan dat ongeacht de Franse positie, zijn BEF zou worden teruggetrokken.

Général René Prioux stelde zijn IVième Corps d'Armée op langs de rivier. Het Corps de Cavalerie en het IIIième Corps d'Armée zouden noordwaarts moeten terugtrekken. Door de terugtrekking van de BEF werd de gehele flank bij Lille vrijgegeven aan de Duitsers. Het Corps de Cavalerie had zich tijdig kunnen terugtrekken, maar het IVième Corps d'Armée en het Vième Corps d'Armée zaten vast ten Zuiden van Lille. Diverse onderdelen en het volledige IIIième Corps d'Armée hadden zich wel op Duinkerken kunnen terugtrekken.
Bij Lille was de situatie echter hopeloos geworden. Prioux werd met zijn staf op 29 mei te Steenwerck gevangen genomen. De restanten van de 1ière Armée zaten nu ten zuiden en ten westen van Lille en waren volledig omsingeld. Deze troepen werden zo goed en kwaad als het kon tot een eenheid samengevoegd. De algemene leiding kreeg général Jean Molinié, de bevelhebber van de 25ième Division d'Infanterie Motoriseé2ième Division d'Infanterie Nord-Africaine, de 5ième Division d'Infanterie Nord-Africaine en de 25ième Division d'Infanterie Motorisée onder bevel van général Jean Molinié zelf, de 15ième Division d'Infanterie Motorisée en enkele onderdelen van de 1ière Division d'Infanterie Motorisée onder général Alphonse Juin en de rest van de 1ière Division d'Infanterie Motorisée en onderdelen van de 25ième Division d'Infanterie Motorisée onder bevel van général Albert Mellier.
Deze troepen wisten twee dagen lang iedere Duitse aanval te weerstaan. Uiteindelijk verslechterde de situatie ernstig door munitiegebrek. De Duitsers moesten maar liefst twee Panzer-Divisionen en vijf Infanterie-Divisionen inzetten. Op 30 mei kreeg het XXVI.Armeekorps, welke was versterkt met de 11.Infanterie-Division en de 267.Infanterie-Division, de opdracht om de situatie rond Lille volledig onder Duitse controle te brengen. Tot 07.30 uur op 31 mei kregen de Franse troepen de gelegenheid om zich over te geven. Direct daarna begon een zwaar artilleriebombardement. Toen de Duitse troepen oprukten ontstonden in de diverse voorsteden van Lille zware huis-aan-huis gevechten. Laat in de avond besloot général Jean Molinié dat iedere verdere weerstand pure zelfmoord zou zijn en kwam overeen om over een overgave te onderhandelen. Om 01.00 uur tekende hij de overgave van alle troepen in de omgeving van Lille.

Britse linies onder druk
Tot 27 mei was het rond Cassel redelijk rustig gebleven. De troepen hadden zowaar enige rust kunnen krijgen. In de vroege ochtend van 27 mei, werden de troepen uit hun betrekkelijke rust verstoord door een zwaar mortier- en luchtbombardement. Vanuit het zuiden en het zuidoosten vielen de Duitse troepen in volle kracht aan. C en D Company van de Glosters' en 4/Oxf and Bux kregen de volle laag. Ondanks zware verliezen, wisten de Britten aanval na aanval af te slaan. Alleen bij Bavinchove werd een Company van de Oxf and Bux onder de voet gelopen. Hierdoor was brigadier Sommerset genoodzaakt om A Company in Zuytpene terug te trekken. Het bevel zou haar bevelhebber, major Percy Hardman echter nooit bereiken. Tegen 18.00 uur was alleen nog het Company HQ tot verdediging in staat. Volledig omsingeld wist het handjevol manschappen nog een Duitse aanval te weerstaan. Toen de aanvallers nagenoeg op de deurmat stonden besloot Percy Hardman dat ieder verder verzet zinloos was.
Ten noorden van Cassel wisten manschappen in een bunker aanval na aanval af te slaan. Onder bevel van lieutenant Cresswell had men vanuit deze strategische bunker (langs de D916 tegenover het kruispunt bij Peckel) dagenlang de Duitse aanvallen weten te weerstaan. Pas toen op 30 mei zwaardere wapens werden aangerukt door de Duitse aanvallers en Duitse infanteristen zelfs via het dak trachtten de verdedigers uit te roken besloot Cresswell zich over te geven. Vier dagen lang hadden ze de vijand weten tegen te houden, maar uiteindelijk werd de overmacht te groot.
Zowel Hardman als Cresswell zouden voor hun acties het Military Cross verwerven.

In Cassel werd de verdediging met even veel fanatisme volgehouden als in het gebied rond de stad. De eenheden waren samengevoegd onder de naam "Somerforce. Na de zware aanvallen op 27 mei, was het betrekkelijk rustig geworden. De enige Duitse activiteiten waren de artilleriebombardementen. De rustperiode werd door de verdedigers ten volle gebruikt om hun verdediging te versterken. Op 29 mei werd de dag rond 09.00 uur ingeluid met een zwaar artilleriebombardement, gevolgd door aanvallen vanuit drie richtingen. Desondanks wisten de Britten de Duitser aanvallen keer op keer af te slaan. De verbazing was dan ook groot toen onverwacht een ordonnans door de omsingeling heen was weten te komen met het bericht dat "Somerforce" zich terug diende te trekken op Duinkerken. De reden hiervoor was dat de Duitse troepen Cassel gepasseerd waren en Cassel volledig dreigde te worden afgesloten.
Desondanks werden plannen opgesteld om uit te breken in de richting van Duinkerken. Met alleen hun persoonlijke bepakking werden de manschappen in gereedheid gebracht. Alle overige uitrusting werd onbruikbaar gemaakt. De gewonden werden bijeengebracht op één plaats, het was onmogelijk om hen te evacueren. Het vertrek werd gepland om 21.30 uur. De 400 overgebleven manschappen van 4/Oxf and Bucks vertrokken als eerste. Tot hun grote verbazing werd geen enkele Duitse tegenstand ondervonden. Drie uur lang kon men goed opschieten, maar toen liep men vast op Duitse troepen. Niet in staat om zich al vechtend door de omsingeling te slaan, keerde men terug. Rond 03.30 uur op 30 mei liep de troep wederom vast. Weer trachtte men een andere richting te vinden, maar nu bleek dat de Duitse troepen hen door hadden. Zware vuurgevechten waren het resultaat.
Ondertussen waren de Glosters ook uit Cassel vertrokken. Major Gilmore leidde deze troep. Ook hier verliep de vlucht aanvankelijk heel voorspoedig, tot ook deze groep rond 04.00 uur vastliep op Duitse tegenstand. Al vechtend trok men zich terug in het Bois Saint-Acaire. Onder zwaar vuur wisten de meeste manschappen het gedurende de dag in het bos vol te houden. Een uitbraakpoging in de avond liep gelijk vast op een hinderlaag.

De meeste manschappen van beide regimenten werden gedood of gewond in het gevecht of raakten krijgsgevangen. Toch wisten diverse kleine groepjes nog Duinkerken te bereiken.

Een ander steunpunt dat zwaar werd verdedigd was Wormhoudt nabij Esquelbecq, ten noorden van Cassel. De plaats werd twee dagen lang uitstekend verdedigd door het 2nd Battalion Royal Warwickshire Regiment, versterkt met manschappen van het Cheshire Regiment en de Royal Artillery. Deze groep werd aangevallen door het II Batallion SS-Leibstandarte "Adolf Hitler". Uiteindelijk was het puur de Duitse overmacht die de Britten deed wankelen. De ochtend van 28 mei was ook hier relatief rustig begonnen. Een welkome rust na de zware gevechten van de dagen ervoor. In de middag begon de Duitse aanval. Met groot fanatisme wist de SS-Leibstandarte de Britten te overweldigen. De gevangengenomen manschappen werden geïntimideerd en mishandeld volgens getuigenverslagen. Uiteindelijk werden de gevangen Britse soldaten opgesteld en afgemarcheerd vanuit Wormhoudt in de richting van Esquebelcq. Halverwege de twee plaatsjes werden de 80 tot 100 Britten bijeengedreven in een boerenschuur. Eenmaal binnen, werden door SS-soldaten granaten naar binnen gegooid. De gevolgen waren uiteraard vreselijk. Na hun actie werden de overlevenden door de Duitsers gedwongen in groepen van vijf uit de schuur te komen. Per vijf werden deze mannen vervolgens doodgeschoten. Vervolgens werden er nogmaals granaten in de schuur gegooid en werd met mitrailleurvuur op de lichamen geschoten. Uiteindelijk vertrokken de SS'ers. Wonder boven wonder wisten enkele Britse militairen, weliswaar gewond, de slachting te overleven. Na enkele dagen werden de gewonden gevonden door Wehrmachtsoldaten en na hun ziekbed kwamen allen in krijgsgevangenkampen terecht. Enkele van de zwaargewonden werden in 1943 uitgeruild tegen gewonde Duitse militairen. Na de oorlog kon niemand voor het gerecht worden gebracht omdat geen van de overlevenden in staat was om de daders te identificeren.

Eerlijkheid gebiedt aan te geven dat niet alleen SS'ers zich inlieten met wandaden zoals hierboven beschreven. In het Belgische Vinkt werden door Wehrmachtsoldaten 86 burgers doodgeschoten. Echter ook door geallieerde soldaten werden wandaden gepleegd. Zo werd op 18 mei door Britse en Franse militairen nabij Vimy de bemanning van een Heinkel He 111 vermoord toen zij zich na hun noodlanding wilden overgeven.

De strijd om de andere "strongpoints"
Ook bij de diverse andere "strongpoints" werd zwaar gevochten en wisten de Britten tijd te winnen om de terugtocht op Duinkerken te dekken. Festubert, Hazebrouck, Merville en La Bassée, zijn enkele voorbeelden. In bijna alle gevallen was het gevolg dat deze troepen werden opgeofferd om andere te redden. Slechts mondjesmaat wisten manschappen uit de "strongpoints" uiteindelijk zelf ook Duinkerken te bereiken.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
bruggenhoofd
Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
Cavalerie
In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Kompanie
Maakte meestal deel uit van een Bataillon of een Abteilung en bestond uit een aantal Züge. In theorie bestond een Kompanie uit 100 - 200 man.
krijgsraad
Militair gerechtshof.
mortier
Kanon dat zijn granaten op korte afstand (via een zeer kromme baan) kan doen neerkomen.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Totenkopf
Letterlijk: doodshoofd. Symbool dat door de SS werd gevoerd. Ook de naam van een SS divisie.

Afbeeldingen

Veel materieel werd rond Duinkerken achtergelaten Bron: Tim de Craene.
Frontverloop rond Duinkerken 30-5 en 1-6 1940 Bron: WW2 Day by Day.

De evacuatie

Zoals eerder gememoreerd, was de Mona's Isle het eerste schip dat Duinkerken aandeed tijdens Operation Dynamo. Het schip moest evacuées aan boord nemen tijdens een luchtaanval, maar wist uiteindelijk de haven van Dover te bereiken op 27 mei met aan boord 1420 manschappen. Mona's Isle had de zogenaamde route Z gebruikt van en naar Duinkerken. Al snel bleek deze route te gevaarlijk omdat vanuit Calais het scheepvaartverkeer met geschut onder vuur kon worden genomen. Er waren twee andere routes mogelijk, route X en route Y. Route X werd echter geblokkeerd door een Frans mijnenveld. De veel langere route Y bleek de best haalbare optie. Echter ook hier zou men snel onder Duits vuur kunnen komen te liggen zodat werd besloten om zo snel mogelijk een route vrij te maken door het Franse mijnenveld, zodat later route X kon worden gebruikt.

Op de eerste evacuatiedag, 27 mei, werd per abuis gemeld dat Duinkerken al in vijandelijke handen was gevallen, waardoor al weer diverse schepen leeg terugkeerden. Hierdoor werden op deze eerste dag slechts 7.669 manschappen uiteindelijk geëvacueerd.

Tegen de 300 vliegtuigen werden door de Luftwaffe ingezet om te trachten de evacuatie tegen te gaan. Zij slaagden er in om diverse schepen tot zinken te brengen. General Adam, die was aangesteld door Lord Gort om de evacuatie te organiseren, organiseerde op 27 mei een overleg met de Britse en Franse bevelhebbers. In de loop van de ochtend was een algemeen verdedigingsplan gereed. De Fransen zouden het westelijk deel rond Duinkerken en de Britten het oostelijk deel voor hun rekening nemen. De totale verdedigingslinie kwam onder bevel te staan van brigadier E.F. Lawson. Binnen 24 uur wist hij vanuit zijn uitgeputte manschappen een stevige verdedigingslinie te formeren.

Bij de verdediging van de corridor rond Duinkerken, kreeg de 5th Infantry Division het meeste te verduren van de aanvallen door het IV.Armeekorps rond Ieper. Om deze oostelijke flank te versterken werd door II Corps in de loop van de gevechten steeds meer infanterie en artillerie aangevoerd. Op de westflank, welke werd bezet door III Corps, waren de eenheden van de 44th en de 48th Infantry Division over een groot gebied verspreid. De toestand hier dreigde zeer kritiek te worden. Uiteindelijk wist men het overgrote deel van de 48th Infantry Division terug te trekken achter de IJzer en van de 44th Infantry Division naar de Monts des Cats in de buurt van Steenvoorde.

Op 28 mei trok Lord Gort zijn hoofdkwartier terug tot De Panne. Hiervandaan vaardigde hij die dag de marsorders uit voor de verdere evacuatie. III Corps zou als eerste worden geëvacueerd, gevolgd door II Corps en I Corps. De Fransen echter hadden op dat moment nog steeds niet geheel door dat men bezig was de gehele BEF te evacueren. Op zich verliep de evacuatie volgens plan, maar doordat ook het Franse IIIième Corps d'Armée in het gebied arriveerde, dreigde het verkeer behoorlijk vast te lopen. Doordat er tegenstrijdige orders werden afgegeven aan de Britten en de Fransen, ontstonden er vreemde situaties. De Britten moesten al hun uitrusting, wapens en dergelijke, zo veel mogelijk achterlaten. De Fransen echter dienden de verdediging over te nemen en dus zo veel mogelijk hun wapens te behouden. Veel Britse controleposten dachten echter dat alle troepen op weg naar de haven van Duinkerken hun uitrusting dienden achter te laten, waardoor ook veel Fransen zonder kwamen te zitten op plaatsen waar ze hard nodig waren voor de verdediging. Waar in de haven de evacuatie redelijk geordend verliep, was het op de stranden vaak een chaos. Over de wijze van evacueren waren weinig orders afgegeven en de meeste troepen hadden geen ervaring in het aan boord gaan van schepen en bootjes vanaf het strand en door de branding.
De evacuatie verliep over het algemeen redelijk. Naast de vele transportschepen namen ook de torpedobootjagers van de Royal Navy (HMS Mackay, HMS Montrose, HMS Vimy, HMS Worcester, HMS Sabre en HMS Anthony), troepen aan boord. Hoewel ook nu diverse schepen door luchtaanvallen tot zinken werden gebracht of werden beschadigd, konden op 28 mei een totaal van 17.804 manschappen naar Engeland worden overgebracht. Admiral Ramsey was in Dover echter bezorgd over het lage aantal dat werd geëvacueerd. Hij riep de hulp in van captain E.G. Tennant, die met een groep van 12 officieren en 160 manschappen de evacuatie op de stranden zelf ging coördineren. Langzaam maar zeker werd het vertrek via de stranden steeds georganiseerder.

De nacht van 28 op 29 mei werd gebruikt om de corridor nog verder in te krimpen zodat met minder troepen de verdediging toch kon worden voortgezet. De 5th en de 42nd Infantry Division waren aan de IJzer gelegen, terwijl de 3rd en 50th Infantry Division de linie Poperinge-Lizerne bezet hielden. De 44th Infantry Division moest onder zware druk en luchtbombardementen door Junkers Ju 87 Stuka duikbommenwerpers haar positie op de Monts des Cats om 10.00 uur opgeven. Onder zwaar vuur wist men uiteindelijk ook de perimeter rond Duinkerken te bereiken.

Pas in de middag van 29 mei gaf général Maxime Weygand aan Général Georges Blanchard de orders door om met alle tot zijn beschikking staande troepen een bruggenhoofd te formeren ten zuiden van Duinkerken-Nieuwpoort en zodoende zorg te dragen voor een snelle en veilige evacuatie. Hiermee was echter nog niet duidelijk op welke wijze de evacuatie het beste kon worden uitgevoerd. Lord Gort was namelijk formeel ondergeschikt aan de commandant van Duinkerken, amiral Jean Abrial. Hij wist echter niet of hij op diens orders zo lang mogelijk stand moest houden in Duinkerken, of dat hij zorg moest dragen voor een zo snel en goed mogelijke evacuatie van de BEF.

Ondertussen werd de organisatie van de evacuatie steeds beter gecoördineerd. Op deze derde dag waren totaal 47.310 manschappen geëvacueerd. De verliezen waren echter ook aanzienlijk. Diverse oorlogsbodems, passagierschepen en transportschepen werden tot zinken gebracht of zwaar beschadigd.

Op 30 mei werd de evacuatie anders aangepakt. Vroeg in de ochtend arriveerde rear-admiral W.F. Wake-Walker in Duinkerken. Hij had de opdracht om de evacuatie vanaf de stranden te coördineren door gebruik te maken van vele kleine vaartuigen die vanuit Groot-Brittannië naar Duinkerken waren overgevaren. Vaak bemand door burgers die vrijwillig hun eigen scheepjes en bootjes overvoeren. Op de stranden bij Bray-Dunes en De Panne werden pieren gemaakt van voertuigen die het water in werden gereden en waar doormiddel van planken een kunstmatige kade werd gefabriceerd.

De Duitse troepen rukten ondertussen steeds dichter naar Duinkerken op. Gebrek aan goede coördinatie van het Duitse opperbevel resulteerde echter in vertraging, waarbij de 4.Armee en de 6.Armee elk van elkaar verwachtten dat zij de laatste aanval zouden inzetten, maar ondertussen niets deden. Tussen de diverse Duitse bevelhebbers ontstonden meningsverschillen of de Panzer-Divisionen nu wel of niet konden worden ingezet. Op 29 mei was het XIX.Armeekorps afgelost door het XIV.Armeekorps. Op 30 mei kreeg General Ewald von Kleist het bevel Duinkerken aan te vallen, hoewel zijn stafchef had aangegeven dat het terrein ongeschikt was voor een aanval met tanks. Al deze besluiteloosheid werkte in het voordeel van de evacuatie. Uiteindelijk besloot men alle operaties tegen Duinkerken op te dragen aan de 18.Armee, waartoe het zeven infanterie divisies, twee gemotoriseerde brigades, het Infanterie-Regiment "Gross Deutschland", de 20.Infanterie-Division (mot.) en de Leibstandarte SS-"Adolf Hitler" tot haar beschikking kreeg. De overdracht van bevel zou plaatsvinden op 31 mei 1940 om 02.00 uur. Het gevolg hiervan was wel dat alle pantsertroepen werden teruggetrokken uit het gebied rond Duinkerken om zich op te maken voor Fall Rot.

Op 30 mei kreeg Lord Gort eindelijk van de War Office te horen wat zijn definitieve orders waren. Hij diende de evacuatie onvertraagd voort te zetten, maar ondertussen een plaatsvervanger te zoeken onder zijn korpscommandanten. Zodra de BEF was geslonken tot drie divisies, diende Lord Gort het bevel over de resterende troepen over te geven en zichzelf te evacueren naar Groot-Brittannië. Ondertussen arriveerden steeds meer Franse troepen in Duinkerken en op de stranden met de hoop ook te worden geëvacueerd. Veel Franse schepen voor de evacuatie van Franse troepen waren er niet. Officieel was het Britse beleid dat Franse en Britse troepen in gelijke aantallen zouden worden geëvacueerd, maar de praktijk was anders. Slechts twee schepen werden door Lord Gort aangewezen om specifiek Franse troepen te evacueren. Duidelijk mag zijn dat dit beleid tot spanningen leidde tussen de troepen op de stranden en in de haven van Duinkerken.
Op 30 mei kwamen maar weinig schepen in de haven van Duinkerken zelf. Uiteindelijk zouden er op deze dag meer mensen vanaf de stranden worden geëvacueerd dan vanuit de haven. Totaal werden nu 53.823 manschappen overgebracht naar de andere kant van Het Kanaal. Het aantal verliezen aan schepen was die dag aanmerkelijk lager dan op andere dagen.

31 mei begon met topoverleg tussen Lord Gort en amiral Jean Abrial. Lord Gort deelde hem hierbij mede dat zijn I Corps zo lang mogelijk in Duinkerken zou blijven om aan de zijde van de Fransen te strijden. Daarnaast deelde Lord Gort mede dat hij die dag zou vertrekken naar Groot-Brittannië. Zijn bevel zou worden overgenomen door Major-General H. R. L. G. Alexander, de bevelhebber van de 1st Infantry Division. Alexander had het bevel gekregen het werk van Lord Gort voort te zetten en samen met de Fransen een complete evacuatie te bewerkstelligen. Hij had tevens het mandaat gekregen om, zodra hij inzag dat verder vechten zinloos was, capitulatiegesprekken aan te knopen met de Duitsers.
De situatie bij De Panne was intussen bijna onhoudbaar geworden. Duitse artillerie was zodanig dicht genaderd dat het strand onder direct vuur kwam te liggen. De op het strand aanwezige troepen, voornamelijk van de 4th Infantry Division, kregen het bevel om over het strand naar Duinkerken zelf te vertrekken. Uiteindelijk zouden er die dag nog 68.014 manschappen worden afgevoerd. Tegen die tijd waren slechts 15.000 Fransen geëvacueerd van de 165.000 die stonden te wachten. Général Maxime Weygand drong er bij Winston Churchill zelf op aan dat deze cijfers zouden worden rechtgetrokken. Het gevolg hiervan was dat Major-General Alexander het bevel kreeg om vanaf dan de troepen te evacueren in gelijke hoeveelheden, 50% Britse en 50% Franse troepen. De operatie zou moeten worden afgerond in de nacht van 1 op 2 juni.

Bij dageraad op 1 juni bevonden zich nog ruim 150.000 troepen van diverse nationaliteiten in de perimeter van Duinkerken. Hiervan waren 50.000 Fransen betrokken bij de verdediging. De rest stond te wachten op de stranden, in de duinen of zwierf in groepjes door het gebied. De situatie van de Groupe d'Armée no 1 was ondertussen zo hopeloos dat général Georges Blanchard het bevel kreeg om zelf te vertrekken. De evacuatie van de troepen verliep die dag uitstekend, maar aanvallen van de Luftwaffe en de steeds dichter naderende Duitse artillerie maakte vele slachtoffers onder de schepen. Gelukkig waren er vele schepen in de buurt zodat het overgrote deel van de schipbreukelingen door andere schepen aan boord kon worden genomen. Toen de dag ten einde liep waren nog eens 64.429 manschappen geëvacueerd.

Tot in de ochtend liep de evacuatie door I Corps werd nagenoeg geheel overgebracht. Op 2 juni schortte Vice-Admiral Sir Bertram H. Ramsey alle evacuaties tijdens daglicht op. Dit om verdere verliezen aan schepen te beperken. Om 17.00 uur werd begonnen met het evacueren van de laatste Franse troepen. De coördinatie verliep zo slecht dat diverse schepen op andere plaatsen aanmeerden dan de Franse troepen stonden te wachten. Major-General H. R. L. G. Alexander en zijn Senior Naval Officer in Duinkerken, captain W.G. Tennant, maakten een laatste ronde door het gebied om te controleren of de gehele BEF vertrokken was. Hiermee was voor de Britten Operation Dynamo voorbij. Amiral Jean Abrial hoopte echter nog vele Fransen te kunnen evacueren. Van de 22.000 werden er slechts 16.000 weggehaald.
Op 3 juni was de evacuatie formeel voorbij, maar de Franse verdedigers die nog achter waren gebleven in Duinkerken vochten verbitterd door. Felle straatgevechten waren het gevolg. In overleg met général Marie-Bertrand Falgade en général Benoit de la Laurencie, besloot amiral Abrial dat in de nacht van 3 op 4 juni een einde zou komen aan de gevechten. Men zou nog trachten zoveel mogelijk troepen weg te halen. Totaal werden 50 schepen bijeengebracht voor deze operatie. Commander H.R. Troup coördineerde het vertrek in de haven. De laatste schepen vertrokken rond 02.30 uur op 4 juni, vele manschappen achterlaten op de pieren van Duinkerken. De haven werd nog geblokkeerd met drie blokkadeschepen onder begeleiding van de Britse torpedobootjager HMS Shikari, die zelf nog 383 man vanaf de pieren meenam. Dit was het laatste schip dat Duinkerken verliet, waarmee op 3 en 4 juni nog totaal 52.921 man was geëvacueerd.

Om 08.00 uur op 4 juni begonnen général Maurice Beaufrère, de bevelhebber van de 68ième Division d'Infanterie, en général Gustave Teisseire, 60ième Division d'Infanterie, de capitulatiebesprekingen met de Duitse bevelhebbers. De laatste Franse troepen in Duinkerken capituleerden later in de ochtend. Diezelfde ochtend werd aan de evacuatie schepen het bevel gegeven om alle terug te keren naar Groot-Brittannië en om 14.23 uur was Operation Dynamo officieel voorbij.
Totaal waren toen 338.226 man geëvacueerd, waarvan 198.315 Britse en 139.911 overigen, waarvan de meesten Frans. Totaal waren van de grote schepen 228 schepen verloren gegaan en 45 zwaar beschadigt, naast vele kleinere boten. Een groot deel van de Franse troepen, 98.000, werd gelijk weer teruggebracht naar Frankrijk om verder deel te nemen aan de gevechten meer naar het zuiden. De meeste Fransen die achterbleven in Groot-Brittannië, waren in meerdere of mindere mate gewond. Verscheidene hiervan zouden zich later aansluiten bij de Vrije Fransen van Charles de Gaulle, velen werden echter na behandeling van hun wonden eveneens terug naar Frankrijk verscheept.

Militair had Duitsland de strijd bij Duinkerken gewonnen, maar tactisch had men eigenlijk verloren. Een aanzienlijk deel van de BEF was ontkomen en kon later weer worden ingezet. Voor de Britten en de Fransen was de evacuatie evenmin een overwinning. De Britse trots was gekrenkt, men had de Duitse opmars niet kunnen stoppen. De Fransen waren volledig gedesillusioneerd. Het vertrouwen in de Britse bondgenoot was diep gedaald en hoewel in het zuiden nog een totale Britse infanteriedivisie en een tankdivisie meevocht, voelde het voor de Fransen alsof ze er alleen voor stonden. Dit gevoel zou er later mede de oorzaak van zijn dat een deel van Frankrijk een verbond met de Duitse vijand sloot en Vichy-Frankrijk zou ontstaan.
Tijd om hun wonden te likken hadden de Fransen niet. Toen op 4 juni de evacuatie ten einde kwam, begon een dag later, op 5 juni, de Duitse aanval op Frankrijk zelf, Fall Rot.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
bruggenhoofd
Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

Afbeeldingen

Beide foto's: Met voertuigen werden pieren gemaakt in het water Bron: Wilco Vermeer.
Vernielingen in de haven van Duinkerken Bron: Tim De Craene.
Achtergerlaten materieel en gestrande schepen na de strijd Bron: Tim De Craene.

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
05-06-2005
Laatst gewijzigd:
12-07-2017
Feedback?
Stuur het in!

Nieuws

4jun

WW2 Youtube Serie - 1 juni 1940 - Brexit bij Duinkerken

Nieuw op Youtube, van de makers en bedenkers van Youtube-kanaal 'The Great War', de Tweede Wereldoorlog week voor week, 6 jaar lang.

Lees meer

Gerelateerde bezienswaardigheden

Gerelateerde boeken

Gerelateerde bezienswaardigheden