De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

Als er één persoon geassocieerd mag worden met de naziterreur gedurende de bezetting van Nederland dan is dat Hanns Rauter, de Höhere SS- und Polizeiführer en generaalcommissaris voor veiligheid in Nederland. Als vertegenwoordiger van SS-leider Heinrich Himmler was hij hier onder meer verantwoordelijk voor het onderdrukken van het verzet en zag hij toe op de uitvoering van de deportatie van de Joden. Door het Nederlandse volk werd hij alom gevreesd en beschouwd als symbool van onderdrukking en terreur.

In dit artikel wordt het leven van deze prominente persoon binnen de bezettingsmacht in Nederland beschreven. Tegelijkertijd komen de hoofdlijnen van de geschiedenis van de bezetting van Nederland voorbij.

Afbeeldingen

SS-Obergruppenführer Hanns Rauter, Höhere SS- und Polizeiführer en generaalcommissaris voor veiligheid in Nederland

Jeugd, studie en Eerste Wereldoorlog

Hanns Albin Rauter werd op 2 februari 1895 geboren in Klagenfurt, de hoofdstad van de Oostenrijkse deelstaat Karinthië. Hij was de tweede zoon uit een gezin met zeven kinderen. Zijn vader, Josef Rauter, was een vrij welgestelde opperhoutvester die sterk op Duitsland gericht was.

Nadat de jonge Rauter vijf jaar had doorgebracht op de Volksschule in zijn geboorteplaats, zat hij zeven jaar op de Realschule in diezelfde stad en in Graz. Hij slaagde voor zijn examen in 1912. Nadien volgde hij tien semesters van de bouw- en ingenieursopleiding aan de Technische Hogeschool in Graz. Hij wilde bouwkundig ingenieur worden, maar vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 moest hij dat plan voorlopig laten varen. Hij stopte met zijn studie en meldde zich als vrijwilliger in het Oostenrijks-Hongaarse leger.

Rauter werd als officier opgenomen bij het Karintische eerste Gebirgsschützenregiment. Hij vocht aan het Isonzo- en Piavefront en later in Albanië. Gedurende de vier oorlogsjaren deed hij ervaring op als verbindingsofficier, adjudant van de districtscommandant en compagniecommandant. In Albanië was hij verantwoordelijk voor de vorming van een korps van Albanese vrijwilligers. Zijn frontdienst werd in 1915 onderbroken vanwege een zware verwonding; hij had twee machinegeweerschoten in zijn dij. Hij werd verpleegd in Klagenfurt en Graz. Dat hij hierna voor 35% oorlogsinvalide was, was voor hem geen reden om niet vrijwillig naar het front terug te keren. Tegen het einde van de oorlog raakte hij opnieuw gewond door een schouderschot. Toen de oorlog eindigde was Rauter opgeklommen tot Oberleutnant. Voor zijn dapperheid aan het front werd hij onder meer onderscheiden met het Karintische Dapperheidskruis.

Definitielijst

Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.

Freikorpsdienst

Na de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog kwam een einde aan de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Oostenrijk werd een republiek die zou standhouden totdat het land op 12 maart 1938 geannexeerd werd door Duitsland. Net zoals de Weimarrepubliek in Duitsland werd ook de Oostenrijkse republiek geteisterd door politieke onrust. Er heerste veel onvrede over de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog, de Vrede van Versailles en het verdrag van Saint-Germain waarin bepaald werd dat bepaalde gebiedsdelen van Oostenrijk werden overgedragen aan onder meer Tsjechoslowakije, Italië en Roemenië. Het werd Oostenrijk ook niet toegestaan om een politieke of economische unie aan te gaan met Duitsland zonder toestemming van de Volkenbond. Dit tot weerzin van Duits-nationalistische bewegingen in Oostenrijk die pleitten voor de volledige aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland.

Zeker ook bij veteranen heerste er veel onvrede; velen van hen zochten hun heil in ultrarechtse vrijkorpsen. Deze paramilitaire eenheden gingen de strijd aan met onder andere Joden, socialisten en communisten die door de veelal werkloze en gefrustreerde veteranen ervan beschuldigd werden dat ze verantwoordelijk waren voor het verliezen van de oorlog. Ook Rauter sloot zich aan bij een Freikorps. Bij terugkeer in Oostenrijk was hij op het station in Graz door links-revolutionairen ontwapend. Hij was ontstemd door de chaos die hij aantrof. De demobilisatie noemde hij een “ongeorganiseerd uiteenvallen”. “Toen ik me in november 1918 als officier in Graz wilde laten demobiliseren, werd ik uitgelachen”, zo verklaarde hij. “In heel Oostenrijk was er geen compagnie meer te vinden. […] Ik geloofde in de overwinning en het viel me zwaar mijn idealen te moeten opgeven.”

Rauter werd in Graz lid van een studentenvrijkorps en nam als compagnieleider deel aan gevechten met communisten. Hij was actief tijdens de Karintische Vrijheidsstrijd. De Oostenrijkse deelstaat werd geclaimd door de Staat van Slovenen, Kroaten en Serven – het latere Joegoslavië – en werd gedeeltelijk door hen bezet, wat resulteerde in gewapende conflicten met de Oostenrijkers. Een volksraadpleging die resulteerde in het behoud van Karintië binnen Oostenrijk maakte een einde aan deze strijd. Ook bij een soortgelijk grensconflict met de Polen in Opper-Silezië in 1921 was Rauter actief. Hij maakte toen deel uit van het Freikorps Oberland.

Ondertussen was in de Oostenrijkse deelstaat Stiermarken de Steirische Heimatschutz opgericht, een uiterst rechtse paramilitaire organisatie waarvan Rauter een prominent lid werd. “In tegenstelling tot de overige verenigingen was de Steirische Heimatschutz op antisemitische basis geschoeid”, zo beschreef Rauter de beweging. “De regimenten droegen het hakenkruis en de kleuren zwart-wit-rood. Strijd tegen marxisme en burgerlijke democratie, het tot stand brengen van een autoritaire staat en de aansluiting bij het Rijk waren de strijddoelen. […] In november 1922 nam de Obersteierische Heimatschutz voor de eerste maal de wapens op tegen de toentertijd oppermachtige Republikanischer Schutzbund [de paramilitaire organisatie van de sociaaldemocraten]. Voor de eerste keer lukte het om Rood terug te dringen.”

In de herfst van 1921 werd Rauter benoemd tot stafchef van de Steirische Heimatschutz. Dat jaar maakte hij ook voor het eerst kennis met Adolf Hitler, wiens politieke carrière op dat moment nog vrij pril was. Een tweede ontmoeting vond plaats in 1927, waarbij ook Walter Pfrimer, de leider van de Steirische Heimatschutz, aanwezig was. “Vanaf deze dag bestonden er tussen de Rijksduitse NSDAP en de Steirische Heimatschutz goede betrekkingen”, aldus Rauter. In datzelfde jaar was Rauter betrokken bij gevechten met sociaaldemocraten die in Wenen in opstand waren gekomen. Een andere belangrijke gebeurtenis waarbij hij betrokken was, was de mars van de Steirische Heimatschutz naar Wiener-Neustadt in 1928. “De grote Wiener-Neustadt mars, die ik als organisatieleider aanvoerde,” zo schrijft Rauter, “was een teken van de sterkte van de Steirische Heimatschutz.” De confrontatie van de Steirische Heimatschutz en soortgelijke bewegingen uit andere Oostenrijkse deelstaten met de sociaaldemocratische Republikanischer Schutzbund verliep zonder bloedvergieten, mede dankzij de inzet van het leger.

Rauter moet zich in zijn element gevoeld hebben gedurende deze jaren van politieke strijd. Na de mars naar Wiener-Neustadt werd hij benoemd tot stafchef van de samenwerkende Heimatschutzverbände (bewegingen ter bescherming van het vaderland). In 1931 kregen Rauter en zijn medestanders te maken met een tweetal behoorlijke tegenslagen. In september mislukte de staatsgreep onder aanvoering van Walter Pfrimer – de Pfrimer-Putsch – waaraan ook Rauter deelnam. Meerdere deelnemers aan de Putsch werden gearresteerd en aangeklaagd voor hoogverraad. Dit was een zware klap voor de Steirische Heimatschutz. Ook Rauter belandde voor korte tijd in de gevangenis. Een andere tegenslag voor de beweging was dat de samenwerking met de andere Heimatschutzverbände stopgezet werd. De verzwakte organisatie zocht nu toenadering tot de NSDAP die ook in Oostenrijk actief was.

Definitielijst

democratie
Letterlijk: demos (volk) kratein (regeert). Democratie is een bestuursvorm waar de regering door een meerderheid van het volk gekozen wordt en waarbij het volk de leiders op het rechte pad houdt door de mogelijkheid deze regering weg te sturen als een meerderheid van het volk het niet meer eens is met de regering.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Freikorps
Duitse paramilitaire groepen die vlak na de Eerste Wereldoorlog opgericht werden vanuit voormalige frontsoldaten. Deze groepen werden veelal vernoemd naar hun commandant. Freikorpsen vormden de basis voor de latere Sturmabteilung (SA).
hakenkruis
Een door Adolf Hitler ingevoerd symbool voor het nationaal-socialisme. Van oorsprong is het een oud symbool voor vuur en zon.
Putsch
Staatsgreep, vaak gepaard gaand met het gebruik van geweld.
staatsgreep
Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
Volkenbond
Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

NSDAP, vluchtelingenwerk en de overstap naar de SS

Het duurde tot november 1933 voordat de Steirische Heimatschutz volledig opging in de Oostenrijkse NSDAP. In Duitsland was Hitlers partij inmiddels aan de macht en werd er gestreefd naar de aansluiting van Oostenrijk bij het Duitse Rijk. De toenmalige Oostenrijkse regering onder aanvoering van kanselier Engelbert Dollfuss was daar op tegen. Hij deed een poging om de onrust in zijn land te stoppen door de Oostenrijkse NSDAP en de sociaaldemocratische partij te verbieden. Vanaf dat moment opereerde de Oostenrijkse NSDAP illegaal. Oostenrijkse nazi’s pleegden op 25 juli 1934 een staatsgreep. Dollfuss werd vermoord, maar de staatsgreep mislukte. Hij werd opgevolgd door Kurt Schuschnigg die op 11 maart 1938 onder zware druk aftrad. Zijn opvolger was Arthur Seyss-Inquart onder wiens leiding Oostenrijk diezelfde maand nog werd aangesloten bij Duitsland.

In de jaren van het verbod van de NSDAP tot de Anschluss maakte Rauter carrière binnen de Duitse nazibeweging. Hij kreeg de Duitse nationaliteit, terwijl zijn Oostenrijkse nationaliteit hem ontnomen werd door de regering Dolfuss. Hij bleef zich echter inspannen voor de Oostenrijkse nazipartij. Zo voerde hij korte tijd het commando over de Nationalsozialistischer Kampfring der Deutschösterreicher im Reich, de nationaalsocialistische strijdvereniging van Duits-Oostenrijkers in het Rijk. In 1935 werd hij benoemd tot stafleider van het Flüchtlingshilfwerk der NSDAP, het vluchtelingenwerk van de NSDAP. Deze organisatie hield zich onder meer bezig met de ondersteuning van Oostenrijkse nazi’s die na de mislukte staatsgreep van 1934 naar Duitsland gevlucht waren. Ook werd er geld naar Oostenrijk gesmokkeld om de familieleden van gearresteerde nazi’s te ondersteunen.

Rauters carrière binnen de Duitse nazibeweging begon in 1933 binnen de Sturmabteilung (SA). Zijn rang was SA-Standartenführer. Op 20 februari 1935 stapte hij over naar de Schutzstaffel (SS) met als rang SS-Oberführer. Hij was gerekruteerd door Heinrich Himmler, de machtige leider van de SS, en trad toe tot zijn persoonlijke staf. Hier werkte hij van 20 februari 1935 tot april 1936. Vervolgens was hij van april tot juni 1936 toegewezen aan het SS-Hauptamt om daarna tot november 1938 weer terug te keren in Himmlers staf. Van 1 november 1938 tot 1 september 1940 was hij stafleider van het SS-Oberabschnitt “Südost”, het hoofddistrict van de SS in het zuidoosten van het Rijk met als hoofdkwartier Breslau. Hier verwierf hij “bijzondere verdiensten […] bij het vlot uitvoeren van de actie tegen de Joden in de nacht van 9 op 10 november 1938 [oftewel de Kristallnacht].” Op 21 december 1939 werd Rauter gepromoveerd tot SS-Brigadeführer.

Gedurende zijn betrekking als stafleider van het SS-Oberabschnitt “Südost” was Rauter van 1 februari 1940 tot 31 maart 1940 tijdelijk aangesteld bij zowel de Inspekteur der Sicherheitspolizei als de Inspekteur der Ordnungspolizei. In Breslau en Kattowitz deed hij ervaring op binnen de werkterreinen van de verschillende politie- en veiligheidsorganisaties van de SS, namelijk de Sicherheitsdienst, de Gestapo, de Kriminalpolizei en de Ordnungspolizei. Nu hij deze ervaring opgedaan had, was hij klaar voor zijn volgende aanstelling; op 26 juni 1940 werd hij benoemd tot Höhere SS- und Polizeiführer (HSSPF) “Nordwest” en leider van de SS-Oberabschnitt “Nordwest”. Dit noordwestelijke hoofddistrict van de SS was het sinds mei 1940 bezette Nederland.

Definitielijst

Anschluss
Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Oberabschnitt
Aanduiding voor een hoofddistrict van de Schutzstaffel (SS) vanaf november 1933.
staatsgreep
Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.
Sturmabteilung
Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).

HSSPF: functieomschrijving en machtspositie

Het bezette Nederland werd in mei 1940 onderworpen aan een Duits burgerbestuur onder leiding van Reichskommissar für die besetzten Niederlande (rijkscommissaris voor het bezette Nederland) Arthur Seyss-Inquart. Rauter was als HSSPF ondergeschikt aan Himmler, maar tegelijkertijd was hij als Generalkommissar für das Sicherheitswesen (commissaris-generaal voor veiligheid) de ondergeschikte van Seyss-Inquart. Naast Rauter werd Seyss-Inquart bijgestaan door nog drie andere commissarissen-generaal. Fritz Schmidt was als Generalkommissar zur besonderen Verwendung (commissaris-generaal voor bijzondere aangelegenheden) verantwoordelijk voor het aansturen van de publieke opinie en de nazificering van het openbare leven. Als Generalkommissar für Verwaltung und Justiz (commissaris-generaal voor bestuur en justitie) hield Friedrich Wimmer zich bezig met wetgeving en de controle op het binnenlands bestuur. Hij was bij afwezigheid van Seyss-Inquart tevens diens plaatsvervanger. De vierde commissaris-generaal was Hans Fischböck die als Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft verantwoordelijk was voor financiën en economische zaken. In de provincies en in Amsterdam en Rotterdam benoemde Seyss-Inquart Beauftragte, plaatselijke toezichthouders. Militaire aangelegenheden vielen buiten zijn directe bevoegdheid. Hiermee was Wehrmachtsbefehlhaber Friedrich Christiansen belast.

Seyss-Inquart en zijn commissarissen-generaal namen de plaats in van de regering en het parlement. Zij hielden toezicht op en gaven hun bevelen door aan het ambtelijke apparaat dat intact bleef en nu werkte volgens de Duitse richtlijnen. Een belangrijke doelstelling van het bezettingsbestuur was om het Nederlandse volk warm te maken voor het nationaalsocialisme. De Nederlanders werden beschouwd als een broedervolk en er moest gestreefd worden naar een aansluiting van het land bij Groot-Duitsland. Een andere doelstelling was om de Nederlandse economie in dienst te stellen van de Duitse oorlogseconomie. Uiteindelijk zou blijken dat in elk geval de eerste doelstelling faalde. Het Nederlandse volk bleek op een minderheid na niet open te staan voor een vergaande toenadering tot Duitsland.

Rauters machtspositie in Nederland was veelomvattend. Als HSSPF en commissaris-generaal was hij hoofdverantwoordelijk voor alle SS- en politieactiviteiten in Nederland. Niet alleen voerde hij de supervisie over de Duitse SS- en politiediensten, waaronder de Sicherheitspolizei en de Ordnungspolizei, maar ook de Nederlandse politie stond onder zijn toezicht en werd door hem gereorganiseerd. Hij fungeerde als de ogen, oren en spreekbuis van Himmler in Nederland en hield toezicht en coördineerde tal van activiteiten van de SS op politiek, ideologisch, politioneel en militair gebied. De landelijke en regionale bevelhebbers van de Sicherheitsdienst, de Sicherheitspolizei, de Waffen-SS en de Ordnungspolizei waren aan Rauter ondergeschikt en dienden hem op de hoogte te houden van hun activiteiten. Ook bij de werving van Nederlandse vrijwilligers voor de Waffen-SS had hij een rol. Een belangrijke verantwoordelijkheid van de HSSPF was tevens de coördinatie van grote operaties waar meerdere SS- en politie-instanties bij betrokken waren, zoals bijvoorbeeld de onderdrukking van grote stakingen. Bij zijn werkzaamheden stond hij in contact met Himmler, maar ook met de verschillende SS-hoofdbureaus, waaronder het Reichssicherheitshauptamt (RSHA).

Alhoewel Rauter formeel ondergeschikt was aan twee bazen was het Himmler aan wie hij het meest toegewijd was. Al bij zijn eerste ontmoeting met de SS-leider was hij van hem onder de indruk. Zijn brieven aan Himmler ondertekende hij met “Heil Hitler! Uw met grote gehoorzaamheid onderdanige Rauter” en in april 1942 schreef hij aan hem: “ik geloof wel te mogen zeggen dat ik Uw belangen hier behartigd heb op een wijze, zoals een ander het bepaald niet beter had kunnen doen […]”. Himmler was op zijn beurt tevreden met zijn gehoorzame en trouwe ondergeschikte in Nederland. “Beste Rauter”, zo schreef hij in februari 1944, “Voor de in de afgelopen twee jaar uitgevoerde opbouwwerkzaamheden in Nederland, die een duidelijke vooruitgang op de weg naar het Germaanse rijk en de Germaanse gemeenschap vormen, spreek ik mijn volle waardering uit aan u en uw medewerkers.” Bijzondere waardering kreeg hij onder meer voor het concentratiekamp Vught en de opleidingsschool voor de Nederlandsche SS in Avegoor. Rauter werd tot drie keer toe gepromoveerd gedurende zijn aanstelling in Nederland: op 20 april 1941 tot SS-Gruppenführer; op 21 juni 1943 tot SS-Obergruppenführer en op 1 juli 1944 tot General der Waffen-SS und der Polizei.

Himmlers bevelen mogen voorop gestaan hebben, maar evenwel diende Rauter rekening te houden met zijn tweede superieur, Seyss-Inquart. Seyss-Inquart was een strategisch politicus en een intellectueel met een ruime belangstelling voor kunst en cultuur, terwijl Rauter bovenal een militair zonder intellectuele belangstelling was. De verhouding met Seyss-Inquart was minder goed dan die met Himmler, maar desondanks verliep hun werkrelatie over het algemeen zonder grote problemen. Dit was vermoedelijk zo omdat de ruwe, agressieve SS’er niet op kon tegen de intelligentie en het politieke tact van de Reichskommissar. Toch kwam het in elk geval één keer tot een gespannen situatie tussen beide mannen, namelijk begin 1943 vanwege de pogingen van Generalkommisar Schmidt om de rol van NSB-leider Anton Mussert binnen het landsbestuur te vergroten, waar Rauter een fel tegenstander van was. Bijna werd Rauter overgeplaatst naar Polen in het Generalgouvernement om van standplaats te wisselen met SS-Obergruppenführer Friedrich Krüger die daar bij een soortgelijk conflict met Generalgouverneur Hans Frank betrokken was. Het kwam niet tot deze overplaatsing, want Seyss-Inquart en Rauter wisten hun conflict te sussen. Uiteindelijk was de Reichskommissar niet gebaat bij het vertrek van de HSSPF, omdat die zijn werk naar zijn tevredenheid uitvoerde. Rauter zelf zal een vertrek naar Polen waarschijnlijk ook niet hebben zien zitten, omdat Polen een veel onrustiger gebied was dan het op dat moment nog betrekkelijk rustige Nederland.

Definitielijst

Generalgouvernement
Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
Groot-Duitsland
Een Duitsland met zodanige grenzen dat alle Duitssprekenden binnen die grenzen kunnen wonen. Streven van de Nazi-partij.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
rijkscommissaris
Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk

Afbeeldingen

Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart spreekt zojuist beëdigde Landwacht-mannen toe in Weert. Bron: ANP Fotoarchief.
Ook Rauter en Mussert waren aanwezig bij deze beëdigingceremonie. Rauter staat helemaal links en Mussert spreekt. Bron: ANP Fotoarchief.
Duitse propagandaposter voor Groot-Duitsland. Seyss-Inquart en Rauter streefden er aanvankelijk naar om Nederland te laten opgaan in Groot-Duitsland.
Nederlandse wervingsposter voor de Waffen-SS. Ook bij deze werving had Rauter een rol.

Afkeer voor Mussert en de Dietse gedachte

Het streven naar de aansluiting van Nederland bij Groot-Duitsland was een belangrijk doel van Himmler en dus ook voor Rauter. Deze doelstelling werd niet gesteund door Anton Mussert, de leider van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Die streefde juist naar een Groot-Nederlands ideaal, waarbij Nederland en Vlaanderen samengevoegd zouden worden tot een zogenoemd Diets rijk dat onder invloed, maar niet onder het bestuur van Duitsland viel. Rauter had weinig op met Mussert en voelde al helemaal niks voor zijn Dietse ideeën. Voortdurend waakte Rauter ervoor dat de macht van de NSB-leider beperkt bleef. Een voorbeeld daarvan is het bevel van Rauter tot het opheffen van de CID. Dit was de Centrale Inlichtingendienst van de NSB die zich bezighield met het verschaffen van inlichtingen over NSB-leden, maar ook over politieke onderwerpen binnen de Nederlandse samenleving. Vooral dat laatste was tot groot misgenoegen van de hogere SS- en politieleider, want politieke inlichtingen vormden het werkterrein van de inlichtingendienst van de SS, de Sicherheitsdienst (SD). Ook verdacht hij de leider van de CID ervan een agent van de Britse geheime dienst te zijn. Nadat de CID door Rauter opgeheven werd, resteerde alleen nog de afdeling die zich bezighield met het vergaren van informatie over (aspirant)-leden, het Algemeen Toezicht Leden.

Hoe er vanuit de SS tegen Mussert aangekeken werd, blijkt uit het weekblad Storm van de Nederlandsche SS van 7 maart 1944. Ter gelegenheid van de verjaardag van de NSB-leider was er een fotopagina aan hem gewijd. De jarige voelde zich echter niet vereerd, want met opzet waren enkele foto’s geplaatst die hem belachelijk maakten. Zo was op één foto te zien hoe hij als een klein kind bij de arm genomen wordt door Himmler en stond hij op een andere foto met personen die eerder door hem uit de partij gezet waren. Overigens kwam het door de invloed van zijn eigen partijgenoten, Rost van Tonningen en Henk Feldmeijer, dat dit weekblad in toenemende mate kritiek uitte op zijn leiderschap. Beide mannen vertegenwoordigen de meer radicale tak van de NSB die niet streefden naar de totstandkoming van een Diets rijk, maar naar de aansluiting van Nederland bij Duitsland. Zij konden dus wel op de waardering van Rauter en de SS rekenen.

Het al genoemde conflict van Rauter met Seyss-Inquart vanwege de inspanningen van Generalkommissar Schmidt om Mussert een belangrijke rol in het landsbestuur te geven, toont Rauters afkeer voor de NSB-leider en de Dietse gedachte ook aan. Dit conflict speelde zich af in het begin van 1943, maar vindt zijn oorsprong al eerder. In augustus 1942 was namelijk door Martin Bormann een partij-instructie van Hitler uitgevaardigd waarin bevolen werd dat Himmlers SS toezicht diende te houden op Nederlanders die gewillig stonden ten opzichte van de Duitse bezetter. Dit betekende dat Rauter, als vertegenwoordiger van Himmler in Nederland, een grotere politieke rol kreeg en invloed kon uitoefenen op het werkterrein dat voorheen hoofdzakelijk had toebehoord aan Schmidt. Die was verantwoordelijk voor het aansturen van de publieke opinie en de nazificering van het openbare leven. Zijn pogingen om zijn machtspositie tegenover de SS te verdedigen waren tevergeefs. Hij overleed op 27 juni 1943, waarschijnlijk door zelfmoord, alhoewel onder andere Mussert en de ondergrondse bladen indertijd geloofden dat hij door de SS vermoord was. Om alle twijfels de kop in te drukken, gaf Himmler Rauter de opdracht om bij de herdenkingsplechtigheid aanwezig te zijn. Rauter zal echter geen moment in rouw zijn geweest om de dood van Schmidt, want een belangrijke sta-in-de-weg was nu van het toneel verdwenen.

Definitielijst

Groot-Duitsland
Een Duitsland met zodanige grenzen dat alle Duitssprekenden binnen die grenzen kunnen wonen. Streven van de Nazi-partij.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.

Afbeeldingen

Anton Mussert, de leider van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Bron: STIWOT Archief.
Anton Mussert feliciteert een zojuist benoemde Nederlandse Obersturmführer. Rauter staat rechts. Bron: ANP Fotoarchief.

Symbool van onderdrukking en terreur

Gedurende de bezettingsjaren groeide Rauter voor het Nederlandse volk uit tot het symbool van onderdrukking en de nationaalsocialistische terreur. Het was Rauter die via zijn Bekanntmachungen (aankondigingen) de Nederlanders op de hoogte stelde van allerlei dwangmaatregelen die genomen werden in het kader van de veiligheid, zoals de afkondiging van het politiestandrecht op 1 mei 1943 na de April/Mei-stakingen en de fusillade van verzetsstrijders. Zijn naam werd genoemd in de kranten en hij was te zien in propagandafilmpjes in de bioscopen wanneer er verslag werd gedaan van zijn openbare optredens, vaak in gezelschap van Arthur Seyss-Inquart of Anton Mussert. Hij verscheen bijvoorbeeld bij het uitwuiven van Nederlandse Waffen-SS vrijwilligers die naar het Oostfront vetrokken en bij eedafleggingen en inspecties van de Landwacht, een hulppolitie die vooral bestond uit leden van de NSB. Op foto’s en filmbeelden viel Rauter op door zijn lange postuur en militaire voorkomen. De littekens in zijn gezicht die hij had overgehouden aan schermduels tijdens zijn studietijd gaven hem een gewelddadige uitstraling. Geschiedschrijver Loe de Jong stelt dat Nederlanders bang voor Rauter waren. “Er zijn veel grappen op Seyss-Inquart gemaakt, maar niet één op Rauter”, zo merkt hij op.

Niet alleen op papier, in beeld en in de algemene opinie, maar bovenal in de praktijk was Rauter een prominente vertegenwoordiger van de bezettingsmacht. Hij was intensief betrokken bij allerlei belangrijke maatregelen die genomen werden om het Nederlandse volk en het verzet te onderdrukken. Tot 1944 waren het onder andere het onderdrukken van de Februaristaking en de April/Mei-stakingen en de organisatie van de Silbertannemoorden waarbij hij een invloedrijke rol speelde. Ook had hij in die tijd hoofdzakelijk een toezichthoudende rol bij de uitvoering van de deportatie van de Joden in Nederland naar concentratie- en vernietigingskampen in het oosten.

De Februaristaking vond plaats op 25 en 26 februari 1941. Hieraan voorafgaand was het vooral in de grote steden sinds eind 1940 meermaals tot vechtpartijen gekomen tussen Nederlanders en leden van zowel de Weerafdeling (WA), de paramilitaire organisatie van de NSB, als de Nationale Jeugdstorm, een Nederlandse jeugdorganisatie naar het voorbeeld van de Duitse Hitler-Jugend. Deze met de Duitsers sympathiserende bewegingen provoceerden andere Nederlanders door massaal de straat op te gaan om hun macht en massaliteit te tonen, net zoals de Sturmabteilung (SA) had gedaan in Duitsland rond de machtsovername. Hun provocatie was in Amsterdam hoofdzakelijk gericht op de omvangrijke Joodse bevolking van de hoofdstad. Vooral in de omgeving van het Waterlooplein drongen ze huizen en cafés van Joden binnen en vernielden ze de inventaris. Begin 1941 nam de straatterreur in hevigheid toe, waartegen de Joden, gesteund door niet-Joodse Amsterdammers, zich fel verdedigden. Op 11 februari raakte de Amsterdamse NSB’er Hendrik Koot bij gevechten zodanig gewond dat hij enkele dagen later overleed en op 19 februari liep een patrouille van de Ordnungspolizei in een hinderlaag in IJssalon Koco die eigenlijk bedoeld was voor NSB’ers. Een agent had ammoniakgas in zijn gezicht gespoten gekregen uit een fles die één van de eigenaars van de ijssalon had opengezet voordat hij het pand verlaten had. Rauter rapporteerde beide voorvallen bij Himmler, waarbij hij de feiten behoorlijk aandikte. “Toen de beambten de ruimte binnentraden, werd hen meteen ammoniak in het gezicht gegooid en werden ze beschoten”, zo verklaarde hij over het incident in IJssalon Koco. Over de dood van Koot beweerde hij het volgende: “Een Jood was van achteren op hem gesprongen, had hem de slagader doorgebeten en zijn bloed uitgezogen.”

Als gevolg van deze en andere incidenten besloten Himmler, Rauter en Seyss-Inquart tot een keiharde aanpak; de eerste razzia werd op 22 en 23 februari een feit. Om een voorbeeld te stellen werden in totaal 427 Joodse mannen van tussen de twintig en vijfendertig afgevoerd naar kamp Schoorl. Uit woede hierover, maar zonder meer ook vanwege de al lang aanwezige onvrede binnen de arbeidersgemeenschap, riep de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) op tot een grootscheepse staking op 25 en 26 februari waaraan massaal gehoor werd gegeven, zowel in Amsterdam als in andere Nederlandse steden. Nog niet eerder was het gekomen tot een dergelijk massaal protest tegen de Duitse bezetter. Die greep dan ook hard in; veel stakers werden gearresteerd en er werd zelfs op hen geschoten waardoor er doden vielen. Op de tweede stakingsdag werd de orde hersteld. De impact van de gebeurtenis was behoorlijk groot, want nu de bezettingsmacht met dergelijke weerstand was geconfronteerd werd hun beleid harder in vergelijking met de eerste maanden van bezetting die betrekkelijk rustig waren verlopen. Toen Rauter op 6 maart terecht een nieuwe staking verwachtte, deed hij een oproep aan de Amsterdamse bevolking waarin hij onder meer het volgende verklaarde: “Zij, die in woord of geschrift tot ongeregeldheden of staking opruien, […] worden voor den Krijgsraad van het Luftgaukommando gebracht; zij spelen met hun leven.” Rauter hield die dag SS-troepen achter de hand om in te kunnen grijpen, maar het bleef overal rustig.

Op 29 en 30 april 1943 braken er opnieuw op veel plaatsen in Nederland stakingen uit. Dit keer was de aanleiding de bekendmaking van Wehrmachtsbefehlshaber Friedrich Christiansen dat alle voormalige soldaten van het Nederlandse leger zich alsnog onmiddellijk in krijgsgevangenschap moesten begeven. Het doel was om deze militairen in Duitsland aan het werk te zetten in de Arbeitseinsatz en tegelijkertijd Nederland te ontdoen van weerbare mannen die zich zouden kunnen aansluiten bij de geallieerden bij een mogelijke invasie. De aankondiging veroorzaakte veel onvrede en de staking die in een machinefabriek in Hengelo was uitgebroken, sloeg over naar vrijwel overal in Nederland, alhoewel het in Amsterdam betrekkelijk rustig bleef omdat de onderdrukking van de Februaristaking grote indruk had gemaakt. Nu trad de bezettingsmacht echter nog harder op dan in februari 1941 om te voorkomen dat de stakingen zouden overslaan naar andere bezette landen.

Rauter kondigde op 1 mei het politiestandrecht af. “De aan mij ondergeschikte SS- en politie-eenheden schieten onverwijld zonder waarschuwing, wanneer samenscholingen van welken aard ook plaats vinden of wanneer meer dan vijf personen op openbare wegen of pleinen samenkomen […]”, zo waarschuwde hij de Nederlandse bevolking. Ook werd het verboden “zich tusschen 20 en 6 uur in de open lucht op te houden.” De keiharde onderdrukking van de stakingen had het nodige effect. De stakingen werden met schietpartijen, arrestaties van willekeurige stakers en standrechterlijke executies neergeslagen en op 3 mei waren de meeste stakers alweer aan het werk. In totaal waren bijna 140 Nederlanders omgekomen. De April/Mei-stakingen vormden een definitieve ommekeer in de geschiedenis van de Duitse bezetting van Nederland. De Duitsers hadden ondervonden dat het Nederlandse volk zich niet makkelijk liet inlijven en grepen in steeds grotere mate terug op intimidatie en geweld om het Nederlandse volk te onderdrukken. Tegelijkertijd werd de bereidheid van de Nederlanders om verzet te plegen groter. De Duitse nederlaag bij de Slag om Stalingrad in februari 1943 en de hoop op een geallieerde invasie gaven hen nieuwe moed, terwijl dit voor de Duitsers tegelijkertijd weer redenen waren om het Nederlandse volk vijandiger te behandelen en de oorlogsinspanningen voorrang te geven boven de annexatie van Nederland bij Duitsland.

Inmiddels greep ook het Nederlandse verzet terug op hardere acties. In 1943 pleegden verzetsleden aanslagen op verschillende collaborateurs, waaronder generaal Hendrik Seyffardt, de oprichter van het Vrijwilligerslegioen Nederland. Hij overleed op 6 februari 1943 aan zijn verwondingen. Zowel Mussert als Seyss-Inquart hadden overwogen om de aanslagen te wreken met het doodschieten van anti-Duitse Nederlanders, maar allebei waren ze bang dat dit enkel nog meer verzet zou opleveren. Toen in de loop van dat jaar het aantal gewapende verzetsacties tegen collaborateurs toenam, was het Rauter die aanstuurde op een onverbiddelijke tegenreactie. Alhoewel hij na de oorlog beweerde dat het de NSB’er Henk Feldmeijers idee was, was hij de aansturende kracht achter het plan om elke aanslag door het verzet te wreken met de moord op drie anti-Duitse Nederlanders. De operatie kwam bekend te staan onder de codenaam Silbertanne (zilverden) en werd uitgevoerd door Nederlandse SS’ers van het Sonderkommando Feldmeijer, ondersteund door de Sicherheitsdienst die zorgde voor auto’s met valse nummerborden en valse identiteitsbewijzen omdat het voor iedereen een raadsel moest blijven wie de acties uitvoerde. In totaal werden meer dan 50 Nederlanders omgebracht in het kader van deze Aktion.

Naast het onderdrukken van de Nederlandse bevolking en het verzet was Rauter ook betrokken bij de Jodenvervolging. Op 30 juni 1942 werd er door hem in een verordening ter isolatie van Nederlandse Joden een heel pakket aan maatregelen aangekondigd die de Joden in Nederland moesten uitsluiten van het maatschappelijk leven. Vanaf dat moment moesten Joden zich onder andere “van 20 uur tot 6 uur binnen hun woning ophouden” en werd het hen verboden om “zich op te houden in woningen, tuinen, alsmede in andere voor herstel of ontspanning dienende particuliere inrichtingen, van niet-Joden […]”. Ook “het betreden van spoorwegemplacementen en het gebruikmaken van alle openbare en particuliere vervoermiddelen” was Joden niet langer toegestaan. Kort hierna begonnen de deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen in het oosten die merendeels verliepen via het doorgangskamp Westerbork. In totaal werden circa 107.000 Joden vanuit Nederland afgevoerd, waarvan er circa 102.000 zijn vermoord.

De deportaties werden uitgevoerd door het Referat IV B 4 in Den Haag onder het commando van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD. Tussen juli 1940 en september 1943 vervulde SS-Gruppenführer Dr. Wilhelm Harster deze functie. De opdrachten in het kader van de deportaties naar het oosten kwamen niet van Rauter, maar vanuit het gelijknamige bureau in Berlijn dat onder leiding stond van Adolf Eichmann. De Nederlandse afdeling van het Referat IV B 4 gaf op haar beurt instructies aan het Zentralstelle für jüdische Auswanderung (centrale bureau voor Joodse emigratie) waar SS-Hauptsturmführer Ferdinand Aus der Fünten de dagelijkse leiding voerde. Zowel het Referat IV B 4 als het Zentralstelle maakten onderdeel uit van de SS in Nederland en stonden dus onder supervisie van Rauter. Hij hield toezicht op de deportaties en rapporteerde hierover aan Himmler. Over het nut van de deportaties kende hij geen twijfel; hij was een hartgrondig antisemiet en was ervan overtuigd dat het “verwijderen” van de Joden noodzakelijk was.

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
invasie
Gewapende inval.
Jodenvervolging
Een door de nazi’s opgelegde actie om Joden het leven moeilijk te maken, actief te vervolgen en zelfs uit te roeien.
Krijgsraad
Militair gerechtshof.
Landwacht
Tijdens de bezetting gewapende NSB-ers met politiebevoegheden.
Nationale Jeugdstorm
Nederlandse jeugdorganisatie van de NSB voor Nederlandse jongens en meisjes van 10 tot 18 jaar. Sport was een belangrijk onderdeel binnen deze organisatie.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
razzia
Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.
Sturmabteilung
Semi-militaire afdeling van de NSDAP. Opgericht in 1922 ter beveiliging van bijeenkomsten en leiders van de NSDAP. Hun toenemende macht werd gebroken tijdens de "Nacht van de Lange messen" (29-30 juni 1934).
WA
Afkorting van Weerafdeling, de knokploegen van de NSB.

Afbeeldingen

Oproep van Rauter aan Amsterdamse bevolking na de Februaristaking. Bron: Verzetsmuseum Amsterdam.
Vertrek van het eerste contingent Nederlandse vrijwilligers naar Rusland op 26 juli 1941. Rauter en Luitenant-generaal Hendrik Seyffardt inspecteren de manschappen in de grote zaal van de Haagse dierentuin. Bron: ANP Fotoarchief.
Afscheid van Nederlandse vrijwilligers die naar het Oostfront vertrekken, 3 maart 1942. Rauter en Mussert zijn aanwezig. Bron: ANP Fotoarchief.
Rauter en Mussert tijdens een inspectie van de Landwacht op het Maliveld in Den Haag, 13 juli 1943. Bron: ANP Fotoarchief.
Joden op het laadperron in kamp Westerbork. In totaal werden circa 107.000 Joden vanuit Nederland gedeporteerd. Bron: USHMM.

Dolle Dinsdag, totale terreur en de aanslag

Na de geallieerde landing in Normandië op 6 juni 1944 en de bevrijding van Parijs eind augustus verliep de geallieerde opmars voorspoedig. Nadat Antwerpen op 4 september in geallieerde handen viel, brak er paniek uit onder de Duitse bezettingsmacht en hun collaborateurs; ze vreesden dat Nederland ook spoedig bevrijd zou worden door de geallieerden. Seyss-Inquart en Rauter kondigden de uitzonderingstoestand af. Rauter verklaarde “dat het verboden is, zich tusschen 20 en 4 uur in de open lucht te bevinden. Samenscholingen van meer dan vijf personen, van welken aard ook, worden door patrouilles der Weermacht, der SS en Politie beschoten. De Weermacht en de Politie schieten verder op elkeen, die in den tijd, waarin het verboden is, zich in de open lucht te bevinden niet op het eerste bevel blijft staan.” Deze noodmaatregel zaaide onder collaborateurs alleen maar meer paniek; op 5 september sloegen ze massaal op de vlucht, terwijl andere Nederlands zich klaarmaakten om hun bevrijders in feeststemming te begroeten. Op 12 september zetten Amerikaanse troepen weliswaar voet op Nederlandse bodem in Zuid-Limburg en op 13 en 14 september werd Maastricht als eerste stad in Nederland bevrijd, maar de bevrijding liet in het overgrote deel van Nederland nog maanden op zich wachten. Van 17 tot 25 september deden de geallieerden met operatie Market Garden een poging om vanaf de Nederlandse zuidgrens door te stoten naar Arnhem om vervolgens Duitsland binnen te vallen, maar dit faalde. Rauter was inmiddels benoemd tot General der Waffen-SS und Polizei en voerde tijdens de slag om Arnhem het commando over de Kampfgruppe Rauter die werd ingezet bij operaties op de Veluwe en de IJsselbruggen.

Na de afkondiging van de uitzonderingstoestand werd de invloed van de Wehrmacht op het bezettingsbestuur groter. Vooral in de grotere steden werden Nederlandse mannen door het Duitse leger opgepakt om ingezet te worden bij werkzaamheden aan onder meer verdedigingslinies. Daarbij werden zij gesteund door een mededeling van Rauter van 16 september waarin hij mededeelde dat “De Duitsche SS- en politieformaties met inbegrip van den Arbeitskontrolldienst en de geheele Nederlandsche politie […] opdracht [hebben] gekregen in steden en dorpen, op straten en pleinen 16- tot 50-jarige Nederlanders, die daar rondhangen, die kennelijk niets om handen hebben en hun tijd zoek brengen met lanterfanten en lummelen, onverwijld te arresteren en naar het tewerkstellingskamp te Amersfoort over te brengen. Van daar zullen zij ter beschikking worden gesteld van de arbeidsbureaux in Duitschland.” In het westen van Nederland en in de Noordoostpolder werden minstens 120.000 mannen opgepakt om tewerk gesteld te worden.

Onder invloed van de geallieerde vorderingen en het toegenomen verzet onder de Nederlanders werd het bezettingsbeleid alsmaar grimmiger: Rauter greep terug op totale terreur. In de zomer van 1944 was door Hitler het Niedermachungsbefehl uitgevaardigd waarin vastgesteld werd dat gearresteerde verzetsmensen niet langer het recht hadden op een strafproces: verzetsmensen die bij hun arrestatie bewapend waren, mochten ter plaatse worden geëxecuteerd of overgedragen aan de Sicherheitspolizei. Die organisatie kon zelf uitmaken welke arrestanten gefusilleerd zouden worden. Fusillades vonden vanaf de herfst van 1944 over het algemeen niet langer plaats op afgelegen plaatsen, maar in het openbaar, langs wegen en op pleinen. De lijken bleven vaak één of meerdere dagen liggen om voorbijgangers te intimideren. Een ander intimidatiemiddel was het dreigen met het executeren van onschuldige gijzelaars.

Er werden nu keiharde represailles genomen op verzetsacties, waarbij onschuldigen bestraft werden. Zo werden op 1 oktober in Putten als vergelding van een aanslag op een Duitse legerauto enkele mannen geëxecuteerd; nog eens ongeveer 600 mannen werden naar concentratiekamp Neuengamme overgebracht waaruit slechts enkelen na de oorlog levend zouden terugkeren. De opdracht tot de razzia op Putten was niet gegeven door Rauter, maar door Wehrmachtsbefehlshaber Friedrich Christiansen, maar vermoedelijk was het wel Rauters idee om de complete Puttense mannelijke bevolking tussen de achttien en vijftig jaar af te voeren naar een concentratiekamp. Een paar maanden later vond een andere afschuwelijke represaille plaats. Rauter was ook hiervan niet de opdrachtgever, maar speelde wel een belangrijke rol in deze geschiedenis.

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 was Rauter zwaar gewond geraakt bij een aanslag [zie: onbedoelde aanslag op Rauter]. Met de auto onderweg vanuit zijn hoofdkwartier in Didam naar Apeldoorn was hij, vlakbij Woeste Hoeve, door verzetslieden onder vuur genomen. Het was een onbedoelde aanslag op zijn leven, want eigenlijk hadden de verzetsleden een vrachtwagen van de Wehrmacht willen tegenhouden. Met die vrachtwagen wilden ze drieduizend kilo vlees ophalen dat voor de Duitsers klaar lag bij een slachterij in Epe. Bij het onverwachtse treffen werden de chauffeur van Rauter en een andere officier op slag gedood. Rauter werd geraakt door meerdere kogels en voor dood achtergelaten. Pas de volgende dag werd hij gevonden en naar een Duits militair ziekenhuis afgevoerd waar hij twee bloedtransfusies kreeg. Als represaille voor deze onbedoelde aanslag werden 274 Nederlanders geëxecuteerd op bevel van SS-Brigadeführer Eberhard Schöngarth, de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD in Nederland sinds 1 juni 1944.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
Kampfgruppe
Tijdelijke militaire formatie in het Duitse leger, samengesteld uit verschillende specialismen (pantsereenheden, artillerie, infanterie, anti-tankwapens en soms ook genie) met een speciale opdracht binnen het slagveld. De Kampfgruppen werden meestal genoemd naar de commandant van het verband.
operatie Market Garden
Codenaam voor gecombineerde land- en luchtaanvallen van de geallieerden in de regio Eindhoven, Arnhem en Nijmegen van 17 tot 26 september 1944.

Afbeeldingen

Rauters vervoermiddel, een open BMW, na de aanslag in de nacht van 6 op 7 maart 1945. Bron: ANP Fotoarchief.
Reconstructie van de aanslag op Rauter. Bron: ANP Fotoarchief.
Monument vlakbij de plaats waar 117 Nederlanders als represaille voor de aanslag op Rauter Bron: René ten Dam.

Arrestatie en bestraffing

Nog voordat Rauter genezen was van de verwondingen die hij had opgelopen tijdens de aanslag werd hij op 11 mei 1945 door Britse troepen in een hospitaal in Duitsland gearresteerd. Op 6 februari 1946 werd hij aan de Nederlandse regering uitgeleverd om wegens het plegen van oorlogsmisdaden terecht te staan. Van februari tot en met oktober 1946 zat hij gedetineerd in de gevangenis in Scheveningen en in november en december in Rotterdam. Hij stond op dat moment nog ter beschikking van het Bureau Nationale Veiligheid en het Bureau Opsporing Oorlogsmisdaden, maar in december 1946 werd hij overgedragen aan de procureurfiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof te Den Haag. Gedurende de eerste maanden van 1947 verbleef Rauter in de Arnhemse gevangenis voor het afleggen van getuigenverklaringen in de zaak tegen Wehrmachtsbefehlshaber Friedrich Christiansen die tot 12 jaar celstraf veroordeeld werd, maar uiteindelijk al in 1951 vrij zou komen.

Tijdens zijn eigen proces zat Rauter in de gevangenissen in Rotterdam en Scheveningen. Op 5 februari 1947 werd K. van Rijckevorsel als advocaat aan hem toegewezen, nadat zijn eerdere verdediger al na twee weken van zijn taak ontheven was. Het proces tegen de voormalige Höhere SS- und Polizeiführer begon op 1 april 1948. De president van de rechtszaak was Jhr. Mr. P.G.M. van Meeuwen en het Openbaar Ministerie werd vertegenwoordigd door procureurfiscaal Mr. J. Zaaijer. Omdat hij diezelfde rol had gehad bij eerdere processen tegen Anton Mussert en nazipropagandist Max Blokzijl genoot Zaaijer landelijke bekendheid. Zowel Mussert als Blokzijl waren ter dood veroordeeld. Eigenlijk was van tevoren ook al bekend dat Rauter die straf zou krijgen; hij was de personificatie van de misdaden van het bezettingsbestuur en zijn verantwoordelijkheid voor onder andere terreurmaatregelen tegen onschuldige gijzelaars en zijn toezichthoudende rol bij de Jodenvervolging kon op geen enkele manier ontkend worden. De zaak tegen Rauter werd door Zaaijer dan ook getypeerd als een showzaak. Het proces stond onder grote belangstelling van de Nederlandse pers die in hun artikelen Rauter onder andere aanduiden als Jodenverdelger, een tweede Alva, opperbeul en gier uit de Alpen. Zelfs de historicus Loe de Jong zou later soortgelijke benamingen gebruiken in zijn publicaties. Zo duidde hij Rauter onder andere aan als bendehoofd, vogelverschrikker en roverhoofdman.

De aanklacht tegen Rauter werd door Zaaijer samengevat in zeven hoofdpunten: de vervolgingspolitiek tegen de Joden, het wegvoeren van arbeidskrachten naar Duitsland, de systematische beroving van de Nederlandse bevolking, het verbeurd verklaren van radiotoestellen, arrestatie en deportatie van Nederlandse studenten, dwangmaatregelen tegen familieleden van ondergedoken politieambtenaren en de represaillemaatregelen tegen Nederlandse burgers, waaronder de Silbertannemoorden. Als getuigen werden onder andere Joseph Schreieder, de voormalige chef van de afdeling Amt IV E van de Sicherheitsdienst in Den Haag, en de NSB’er Cornelis van Geelkerken opgeroepen.

Tijdens het proces bagatelliseerde Rauter zijn betrokkenheid bij de Jodenvervolging. Hij hield vol dat hij niks wist van het lot dat de Joden in het oosten wachtte. Hij nam wel de eindverantwoordelijkheid voor het fusilleren van gijzelaars en verzetsstrijders, maar verklaarde niet verantwoordelijk geweest te zijn voor het andere werk van de Sipo en SD. "Ik deed enkel wat me bevolen was", zo beweerde hij tijdens het proces. "Ik voel me niet schuldig. Ik ben geen oorlogsmisdadiger."

Op 4 mei 1948 werd de doodstraf uitgesproken tegen Rauter. Daartegen werd op 12 mei 1948 in cassatie gegaan. De behandeling van de zaak voor de Bijzondere Raad van Cassatie vond plaats op 20 en 22 oktober 1948 in het gebouw van de Hoge Raad der Nederlanden. Hier werd op 12 januari 1949 de doodstraf bevestigd. Rauters raadsman diende vervolgens op 14 februari een verzoek tot revisie in bij de Bijzondere Raad van Cassatie, maar dat werd in maart 1949 in afwijzende zin beschikt. Bij Koninklijk Besluit werden ook de ingediende gratieverzoeken afgewezen. Niks kon voorkomen dat Rauter in de ochtend van 25 maart 1949 in de duinen bij Scheveningen geëxecuteerd werd door een vuurpeloton. Er ontstond in de media nog enige commotie over de manier waarop dit plaatsvond. Door De Gooi- en Eemlander was geschreven dat Rauter voor de executie knielde en een kort gebed uitsprak. "Daarna deed hij zijn handschoenen aan, zette zijn pet op en commandeerde met onbewogen stem het vuurpeloton: Feuer." Een commentator van De Tijd reageerde enkele dagen later furieus. Hij was "verbijsterd" over deze "misvorming van eer", dit "verlof tot zelfmoord", die "geheel in lijn" was "met de nationaal-socialistische ideologie." Rauters lichaam werd naamloos begraven op een Duitse soldatenbegraafplaats.

Definitielijst

ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
Jodenvervolging
Een door de nazi’s opgelegde actie om Joden het leven moeilijk te maken, actief te vervolgen en zelfs uit te roeien.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
Sipo
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei

Afbeeldingen

Rauter tijdens zijn proces. Bron: USHMM.
Opnieuw Rauter tijdens zijn proces. Bron: USHMM.
Na afloop van de zitting wordt Rauter afgevoerd. Bron: USHMM.