De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Ontwikkeling

Naast de Messerschmitt Bf 109 behoort de Focke Wulf Fw 190 Würger tot de belangrijkste jachtvliegtuigen van de Luftwaffe gedurende de oorlogsjaren 1939- 1945. Toen de Fw 190 haar intrede in 1941 deed kon het met recht bogen op de titel van beste jachtvliegtuig ter wereld. De prestaties waren stukken beter dan de op dat moment beste geallieerde jager, de Supermarine Spitfire Mk.V. Pas ruim een jaar later zou een nieuwe generatie van de Spitfire, de Mk. IX, zich met de Fw 190 kunnen meten. Ook na die tijd kon deze jager zich, door de uitstekende aanpassingsmogelijkheden, met gemak meten met de beste geallieerde jagers.

De oorsprong voor dit toestel dateert uit de herfst van 1937, toen het Duitse Luchtvaartministerie het niet langer verantwoord vond om voor haar jager luchtvloot afhankelijk te zijn van slechts één type.

Onder de supervisie van ingenieur Kurt Tank presenteerde Focke Wulf zich met twee jagers van hetzelfde type, maar elk gebaseerd op een andere motor, en wel de Daimler-Benz DB601 en de BMW 139. De BMW motor kreeg uiteindelijk de voorkeur. Eén van de belangrijkste redenen hiervoor was dat de productielijn voor de Daimler-Benz motoren al behoorlijk overbelast werd. Dit waren namelijk de meest gebruikte motoren in Duitsland. In de zomer van 1938 kon het definitieve ontwerp worden gepresenteerd. De Fw 190 was een compacte agressief uitziende jager geworden, geheel opgebouwd uit metaal. Het eerste prototype, de Fw 190V-1, vloog in juni 1939 voor het eerst en werd aangedreven door een BMW 139 motor met een vermogen van 1550 pk. Alhoewel de vliegeigenschappen uitstekend bleken te zijn, deden zich al snel problemen voor door oververhitting. In oktober 1939 volgde het tweede prototype, de Fw 190V-2, met een zelfde motor maar voor het eerst bewapend met twee 7,92 mm mitrailleurs op de neus en twee 13 mm mitrailleurs in de vleugels, dicht tegen de romp. Deze plaatsing van wapens werd standaard, alhoewel het kaliber in de loop der tijd zou wijzigen. Het probleem van oververhitting van de motor was echter nog steeds niet verholpen.

Voor de oplossing van deze problemen bleek een nieuwe motor nodig en de op stapel staande V-3 en V-4 werden geschrapt. De nieuwe motor werd uiteindelijk de BMW 801C-0, waardoor het ontwerp van het vliegtuig iets moest worden aangepast. Voor tests werden twee prototypen gebouwd, de Fw 190V-5k (k=klein, kortere vleugel) en de Fw 190V-5g (g=groß, langere vleugel). De k kreeg een spanwijdte van 9,40 m, met een vleugeloppervlak van 15 m2. De g een vleugeloppervlak van 18,30 m2 met een spanwijdte van 10,50 m. Deze laatste versie zou later de standaardvleugel worden. In totaal zijn er van de Fw 190 maar liefst 54 prototypes gebouwd. Voor bijna iedere versie van de Fw 190 is wel een prototype gefabriceerd alvorens tot productie over te gaan.

Definitielijst

kaliber
De inwendige diameter van de loop van een stuk geschut, gemeten bij de monding. De lengte van de loop wordt vaak aangegeven in het aantal kalibers. Zo is bv de loop van het kanon 15/24 24 ×15 cm lang.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.

Afbeeldingen

Fw 190A

Fw 190A
Na de tests met beide laatste prototypen werd een order geplaatst voor 40 toestellen van de Fw 190A-0 voorserie met de BMW 801C-1 motor en vier 7,92 mm MG machinegeweren. Uiteindelijk werden er maar 28 afgebouwd. De eerste zeven toestellen werden met de kortere vleugels geleverd, maar de algehele prestaties van de langere vleugel waren zodanig dat de overige 21 exemplaren met deze langere vleugel werden uitgevoerd.

<>

Fw 190A-1
Nadat de eerste operationele tests naar behoren waren verlopen werden 120 exemplaren van de vervolgserie besteld, de Fw 190A-1. De A-1 leek in alle opzichten op het Fw 190V-5g prototype, werd voortgedreven door een BMW 801C-1 motor en was bewapend met vier 7,92 mm Rheinmetall-Borsig MG 17 mitrailleurs. Twee waren hiervan bovenop in de neus aangebracht en twee in de aanleg van iedere vleugel Alle wapens waren gesynchroniseerd om door de propeller te kunnen schieten. De eerste vijf toestellen werden bestemd als testvliegtuigen en kregen daarvoor de aanduiding Fw 190V-7 t/m V-11.

De eerste operationele toestellen gingen naar het II Staffel van Jagdgeschwader Jg 26, gestationeerd in Noord-Frankrijk. Dit Jg. was één van de slechts twee overgebleven Jg's aan het westfront, aangezien alle overigen naar het oostfront waren gezonden. De eerste toestellen werden operationeel in augustus 1941.Voor de productie van al deze toestellen werden de fabrieken van Focke-Wulf, AGO en Arado ingeschakeld. Uiteindelijk zijn er van de A-1 serie 102 toestellen gebouwd.

Al snel bleek dat de A-1 serie nogal wat gebrek aan vuurkracht bezat. Men had ondertussen tests gedaan met twee 20 mm MG FF/M kanonnen van Ikaria in de vleugels. De vuurkracht werd hierdoor wel verbeterd alhoewel onvoldoende ammunitie kon worden meegevoerd. Aangedreven door een nieuwere BMW 801 C-2 motor waardoor het gewicht iets toenam (maximaal 3500 kg), steeg de snelheid tot maximaal 625 km/u. Met deze motor en de nieuwe bewapening van twee MG 17 mitrailleurs en twee MG 151/20 kanonnen ontstond de Fw 190A-2, waarvan er 426 werden gebouwd. De eerste exemplaren gingen weer naar Jg 26, welke de eersten in november 1941 ontving. In april 1942 waren alle drie de Gruppen van Jg 26 op dit nieuwe type overgeschakeld.

Tegen die tijd had de fabriek de Fw 190A-3 ontwikkeld, welke het eerste echte productiemodel kan worden genoemd. Hiervan werden maar liefst 509 exemplaren gebouwd. De A-3 was nagenoeg gelijk aan de A-2, maar werd aangedreven door een BMW 120 D-2 motor met een vermogen van 1700 pk. Daarnaast had men betere bepantsering aangebracht en kon in geval van nood de cockpitkap worden weggeschoten.

In maart 1942 gingen de eerste toestellen wederom naar Noord-Frankrijk, weer naar Jg 26. Echter, dit keer kreeg ook het andere Jg, het Jagdgeschwader Jg 1 haar eerste Fw 190's. De Fw 190A-3 is ook de eerste en enige versie die is geëxporteerd. Turkije ontving in de jaren 1942 en 1943 maar liefst 72 exemplaren in een iets gewijzigde uitvoering (Fw 190Aa-3). De Fw 190A-3 is ook de eerste versie waarop meerdere subversies zijn toegepast. Er werden jachtbommenwerperversies gebouwd, de Fw 190A-3/U1, /U3 en /U7, die met behulp van de Umrüst-Bausatz ETC 501 konden worden bewapend met een 500 kg SC-500 bom. Om gewicht te besparen waren de vleugelkanonnen verwijderd. Een andere subversie werd de Fw 190A-3/U4 verkenner, die kon worden uitgerust met één of twee Rb 12,5/7 camera's. De verkennerversie van de Fw 190A-3 was tevens de eerste Fw 190 welke in 1942 boven de Sovjet-Unie werd ingezet. Van de /U1 versie is overigens maar één exemplaar gebouwd, dat als prototype voor de A-5 is gaan fungeren. Ook is de A-3 getest met een onder de vleugel geplaatste geleide raket (RZ-65 73 mm) met als aanduiding /U2.

Tabel 1: De technische kenmerken van de FW-190 A1:

Type: Focke-Wulf Fw 190 A-3
Gebruik: Jager
Motor: BMW 120D-2 motor met een vermogen van 1700 pk
Spanwijdte: 10,50 m
Vleugeloppervlak: 18,30 m²
Lengte: 8,80 m
Hoogte: 3,95 m
Leeggewicht: 2900 kg
Max. Gewicht: 3800 kg
Max. snelheid: 615 km/u
Kruissnelheid: 447 km/u
Plafond: 10600 m
Bereik: 800 km
Bewapening: twee 7,92 mm MG 17 mitrailleurs de neus en twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de aanleg van de vleugels
Bemanning: 1
Productie: 509

Fw 190A-4
Om meer Umrüst-Bausätze te kunnen toepassen werd in de zomer van 1942 de Fw 190A-4 uitgebracht. Dit was in feite een A-3 met een andere radio en een BMW 801D-2 motor die was opgevoerd tot een vermogen van 2100 pk, waardoor de maximumsnelheid steeg naar 670 km/u. Van de 894 tot in 1943 gebouwde exemplaren zijn de volgende subversies bekend:

A-4/U1: jachtbommenwerper, twee 20mm MG 151/20 kanonnen en onder de romp een ETC-501 rek voor een 500 kg SC-500 bom.

A-4/U3: jachtbommenwerper, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen, twee 7,92 mm MG 17 mitrailleurs en onder de romp één ETC-501 rek voor een 500 kg SC-500 bom (30 stuks).

A-4/U4: verkenner met één of twee Rb 12,5/7 camera's. Geen exemplaren gebouwd.

A-4/U8: jachtbommenwerper, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen, onder de romp één ETC-501 rek voor een 500 kg SC-500 bom en twee ETC-501 rekken onder de vleugels met twee 300 liter afwerpbare brandstoftanks.

A-4/Trop: jachtbommenwerper voor Noord-Afrika met zand-/stoffilters, overlevingspakket en een ETC-250 rek onder de romp voor een 250 kg SC-250 bom.

A-4/R6: twee 21 cm WGr.21 raketten onder de vleugels voor aanvallen op bommenwerpers.

Fw 190A-5
Om de behoefte aan toepassing van meer Umrüst-Bausätze mogelijk te maken, werd het standaard Fw 190A-4 frame aangepast door een BMW 801D-2 motor 15 centimeter meer naar voren te plaatsen. Het 8,95 meter lang geworden toestel kreeg zo een beter evenwichtspunt en werd de versie Fw 190A-5. De vanaf begin 1943 geproduceerde 723 exemplaren van deze versie kenden zeer vele variaties. De meest gebruikte was de A-5/R6: twee 21 cm WGr.21 raketten onder de vleugels voor aanvallen op bommenwerpers. Verder zijn toegepast:

A-5/U1: jachtbommenwerper, twee 20mm MG 151/20 kanonnen en onder de vleugels twee ETC-501 rekken voor 500 kg SC-500 bommen.

A-5/U2: nachtjager/jachtbommenwerper met vlamdempers op de uitlaten, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen, één ETC 501 bommenrek onder de romp met 500 kg SC-500 bom en twee 300 l. afwerpbare brandstoftanks onder de vleugels.

A-5/U3: twee 20 mm MG 151/20 kanonnen, twee 7,92 mm MG 17 mitrailleurs en een ETC-501 bommenrek met een 500 kg SC-500 bom.

A-5/U4: verkenner met één of twee Rb 12,5/7 camera's.

A-5/U8: jachtbommenwerper, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen, onder de romp één ETC-501 rek voor een 500 kg SC-500 bom en twee ETC-501 rekken onder de vleugels met twee 300 liter afwerpbare brandstoftanks.

A-5/U9: bommenwerperjager met twee 20 mm MG 151/20 kanonnen en twee 13 mm MG 131 mitrailleurs bovenop in de neus.

A-5/U10: jager met twee 7,92 mm MG 17 mitrailleurs bovenop in de neus en vier 20 mm MG 151/20 kanonnen in de vleugels.

A-5/U11: jager met twee 7,92 mm mitrailleurs bovenop in de neus, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de basis van de vleugels en twee 30 mm MK 103 kanonnen in gondels onder de vleugels.

A-5/U12: bommenwerperjager met twee 7,92 mm MG 17 mitrailleurs bovenop in de neus, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de basis van de vleugels en vier 20 mm MG 151/20 kanonnen in twee duocontainers (twee wapens per container) onder de vleugels.

A-5/U13: lange afstandjachtbommenwerper met twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de basis van de vleugels, één ETC-501 bommenrek onder de romp met een 500 kg SC-500 bom en twee ETC-250 rekken onder de vleugels met 250 kg SC-250 bommen of 300 liter afwerpbare brandstoftanks.

A-5/U14: torpedobommenwerper met twee 20 mm MG 151/20 kanonnen en een LTF5b torpedo.

A-5/U15: torpedobommenwerper met twee 20 mm MG 151/20 kanonnen en een 950 kg LT-950 torpedo.

A-5/U16: grondondersteuningsjager met twee 7,92 mm MG 17 mitrailleurs bovenop de neus, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de basis van de vleugels en twee 30 mm MK 108 kanonnen midden in de vleugel.

A-5/U17: grondondersteuningsjager met twee 7,92 mm MG 17 mitrailleurs boven op de neus, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de basis van de vleugels en vier 50 kg SC-50 bommen in vier ETC-50 bomrekken, twee per vleugel.

A-5/Trop: jachtbommenwerper met een ETC-250 rek onder de romp voor een 250 kg SC-250 bom en uitgevoerd met zandfilters en overlevingspakket voor gebruik in Noord-Afrika.

Japan kreeg ter evaluatie en voor de ontwikkeling van de eigen industrie één Fw 190A-5 van Duitsland.

Fw 190A-6
De Fw 190A-5/U10 kreeg een standaardopvolger in de Fw 190A-6. Het vliegtuig werd met een iets lichtere vleugelconstructie uitgevoerd en kreeg zo een maximumgewicht van 3900 kg. De standaardbewapening werd gevormd door vier 20 mm MG 151/20 kanonnen aangebracht in de vleugels en twee 7,92 mm MG 17 mitrailleurs bovenin de neus. De 596 geproduceerde toestellen kenden de volgende variaties:

A-6/U3: naast standaard bewapening een ETC-501 rek onder de romp voor een 500 kg SC-500 bom en twee ETC-250 rekken onder de vleugels voor 250 kg SC-250 bommen of 300 liter afwerpbare brandstoftanks.

A-6/R1: bommenwerperjager met naast de standaardbewapening vier 20 mm MG 151/20 kanonnen in twee WB151A containers (twee wapens per container).

A-6/R2: bommenwerperjager met naast de standaardbewapening twee 30 mm MK 108 kanonnen midden in de vleugels.

A-6/R3: bommenwerperjager met naast de standaardbewapening twee 30 mm MK 103 kanonnen in gondels onder de vleugels.

A-6/R4: alleen een prototype, de Fw 190V-45 met een opgevoerde BMW 801D-2 motor.

A-6/R6: bommenwerperjager met naast de standaardbewapening twee 21 cm WGr.21 raketwerpers.

Fw 190A-7
In december 1943 werd de Fw 190A-7, afgeleid van de Fw 190A-5/U9, in productie genomen. Om meer vuurkracht te verkrijgen waren de neusmitrailleurs vervangen door twee 13 mm MG 131 mitrailleurs. Van de 80 geproduceerde exemplaren waren de meeste in de uitvoering voor aanvallen op vijandelijke bommenwerpers, de A-7/R1: deze uitvoering was standaard uitgerust met twee kanonnen van 20 mm (MG 151/20) en twee 13 mm MG 131 mitrailleurs. Dit arsenaal kon worden uitgebreid door onder de vleugels twee WB 151A containers te hangen. Beide containers bevatten twee 20 mm MG 151/20 kanonnen. Overige geproduceerde versies zijn:

A-7/R2: naast de standaardbewapening twee 30 mm MK 108 kanonnen in de vleugels.

A-7/R3: naast de standaardbewapening twee 30 mm MK 103 kanonnen in gondels onder de vleugels.

A-7/R6: naast standaardbewapening twee 21 cm WGr. 21 raketwerpers.

Fw 190A-8
Eveneens in december 1943 werd de volgende versie van de A-serie uitgebracht. Kenmerkend voor de Fw 190A-8 was dat het bevestigingspunt voor het ETC-501 uitbreidingsrek, verder naar voren onder de romp was verplaatst. Deze serie heeft ook vele versies gekend. De meest toegepaste zijn:

A-8/U1: drie exemplaren uitgevoerd met duocockpit als voorloper voor de niet geproduceerde Fw 190S-8 trainingsversie.

A-8/U3: het bovenste deel van de, samen met de Focke-Wulf Ta 154 Moskito nachtjager, gevormde "Mistel" combinatie. Bij de Mistel werd een met explosieven volgeladen, onbemande bommenwerper, door een jager naar het doel gevlogen en daar gedropt.

A-8/U11: bommenwerper met een 1000 kg SC-1000 bom of een 700 kg BT-700 torpedo op een ETC-501 rek.

A-8/R1: de A-8 standaardbewapening van twee 13 mm MG 131 mitrailleurs in de neus en twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de basis van de vleugels, aangevuld met vier 20 mm MG 151/20 kanonnen in twee WB151A containers (twee wapens per container).

A-8/R2: naast de standaardbewapening twee 30 mm MK 108 kanonnen in de vleugels.

A-8/R3: naast de standaardbewapening twee 30 mm MK 103 kanonnen in gondels onder de vleugels.

A-8/R6: naast standaardbewapening twee 21 cm WGr. 21 raketwerpers.

A-8/R7: speciaal aanvalsvliegtuig voor nieuw gevormde Sturmgruppen (Sg.), voorzien van een extra gepantserde cockpit en bewapend met twee 13 mm MG 131 mitrailleurs en vier 20 mm MG 151/20 kanonnen.

A-8/R8: gelijk aan de A-8/R2.

A-8/R11: speciaal voor elk weertype, uitgevoerd met een PKS 12 navigatiesysteem, verwarmde cockpitramen en een BMW 801 TU motor met een vermogen van 2000 pk. De bewapening was gelijk aan de A-8/R7.

A-8/R12: gelijk aan de A-8/R11, echter twee 20 mm kanonnen vervangen door 30 mm MK 108 kanonnen.

Tabel 2 : De technische kenmerken van de FW-190 A-8

Type: Focke-Wulf Fw 190A-8
Gebruik: jager/jachtbommenwerper
Motor: BMW 801D-2 14 cilinder stermotor met een vermogen van 1700 pk
Spanwijdte: 10,50 m
Vleugeloppervlak: 18,30 m²
Lengte: 8,84 m
Hoogte: 3,96 m
Leeggewicht: 3170 kg
Max. Gewicht: 4900 kg
Max. snelheid: 654 km/u
Kruissnelheid: 480 km/u
Plafond: 11400 m
Bereik: 805 km
Bewapening: standaard twee 13 mm MG 131 mitrailleurs in de neus en twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de vleugels
Bemanning: 1
Productie: 1334

De allerlaatste A-versie productie was de Fw 190A-9, die gelijktijdig met de A-8 is geproduceerd. Het toestel werd aangedreven door een 200 pk BMW 801S motor. Het voornaamste technische verschil met de A-8 was de grotere cockpitkap. Er waren dezelfde aanpassingen aan de bewapening mogelijk als bij de A-8 waardoor door veel auteurs vaak wordt bestreden dat het hier om een apart type gaat. Veelal worden de toestellen tot de A-8 productie gerekend.

Definitielijst

raket
Een door naar achter gerichte reeks ontploffingen voortbewogen projectiel.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
torpedo
Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

Afbeeldingen

Fw 190A-3
Fw 190A-4/R6
FW 190A-5/U11
Fw 190A-5/U14
Fw 190A-8 Jagdgeschwader 1

Fw 190D

In de herfst van 1942 bleek dat Groot-Brittannië haar achterstand, door de introductie van de nieuwe Spitfire Mk IX, had ingelopen en er ontstond behoefte aan nieuwe jagers. Het bleek dat de Me 109 en Fw 190 jagers van dat moment vooral in het nadeel waren op grote hoogten. Om dit te verbeteren besloot men de Fw 190 te gaan verbeteren door vergroting van de spanwijdte, toepassen van een snellere motor en gebruik van een drukcabine. De eerste poging hiertoe was de Fw 190V-12. Deze had als eerste een drukcabine, maar was nog steeds uitgerust met de oudere A-vleugel en motor.

Door de nieuwe eisen werd het Fw 190B programma beëindigd bij het zesde productiemodel uit de Fw 190B-1 serie. Het gebruik van een nieuwe motor, de Daimler-Benz DB 603, maakte dat de Fw 190C 66 cm langer werd. Het eerste prototype hiervan was de Fw 190V-13, welke werd uitgerust met een Daimler-Benz DB 603A motor met een vermogen van 1750 pk. De V-15 en V-16 waren gelijk, maar bij de Fw 190V-16 was een nieuwe Daimler-Benz DB 603E motor met een vermogen van 1800 pk toegepast. De snelheid werd hiermee opgevoerd naar 725 km/u. Het volgende prototype kreeg een drukcabine, een vergroot horizontaal staartoppervlak en een door een Daimler-Benz DB 603G aangedreven vierbladige propeller.

Tussen 1943 en begin 1944 werden deze en vijf andere prototypen uitvoerig getest. Deze tests leidden tot twee productiemodellen, de Fw 190C-1, zonder drukcabine, en de Fw 190C-2, met drukcabine. De toestellen hadden een spanwijdte van 12,30 m gekregen bij een oppervlak van 20,20 m2. De bewapening bestond uit twee 13 mm MG 131 mitrailleurs op de neus, vier 20 mm MG 151/20 kanonnen in de vleugels en één 20 mm MG 151/20 kanon in de holle schroefas. In de C-serie werden totaal 9 exemplaren gebouwd. Men bleef echter problemen ondervinden met de drukcabines en het C-programma werd geschrapt.

Ondertussen was echter de D-serie in productie genomen. Dit type bleek uitstekend te voldoen. De ontwikkeling van de Fw 190D vond plaats naast de ontwikkeling van de B- en C-serie. Het eerste prototype, de Fw 190V-17, was een Fw 190A-0, uitgerust met een Junkers Jumo 213-1001-S motor met een vermogen van 1750 pk, een drukcabine en een spanwijdte van 12,30m. Uitgerust met een Jumo 213A-1 motor werd het toestel de Fw 190V-17/U1 met een 60 cm langere romp aan de voorzijde en 50 cm aan de achterzijde (voor betere stabiliteit).

Het toestel vloog voor het eerst in mei 1944 en beviel uitstekend. Diverse prototypen volgden met verschillende bewapening, tot uiteindelijk in augustus 1944 de eerste voorserie van tien Fw 190D-0 konden worden geproduceerd. Omdat de D-serie gebaseerd was op de FW 190A-8 werd besloten de nummering opvolgend aan deze serie te maken en de eerste productieversie werd dan ook de Fw 190D-9. De D-9 werd gebaseerd op het frame van de A-8 met een Junkers Jumo 213 motor met een vermogen van 2240 pk. De standaarduitrusting bestond uit twee 13 mm MG 131 mitrailleurs op de neus, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de vleugel en onder de romp een ETC-504 rek voor een 250 kg SC-250 bom of een 300 l afwerpbare brandstoftank. De eerste exemplaren kwamen in de herfst van 1944 in dienst bij het III/Jg.54, dat was belast met de verdediging van de testbasis van de nieuwe Messerschmitt Me-262 straaljagers. In oktober 1944 volgde de I/Jg.26. De enig geproduceerde subvariant was de Fw 190D-9/R11 jager voor alle weertypen, waartoe deze was uitgerust met een PKS 12 navigatiesysteem. De D-10 is niet gebouwd en van de D-11 zijn alleen zeven prototypen gebouwd. Hierdoor is de eerstvolgende versie de Fw 190D-12 grondaanvalsjager. Deze in februari/maart 1945 geproduceerde versie kreeg een Junkers Jumo 213F motor met een vermogen van 1750 pk. Door het einde van de oorlog zijn hier maar enkele exemplaren van gebouwd.

Net als van de andere Fw 190 typen, zijn geen exportorders van deze toestellen geweest. Van de Fw 190D is echter wel bekend dat bij de inval van de Sovjettroepen in Oost-Pruisen, diverse van deze toestellen zijn buitgemaakt. De toestellen zijn daarna in gebruik genomen door de Sovjetluchtmacht. In ieder geval is bekend dat er minstens één regiment is gevormd met deze vliegtuigen, binnen de luchtmacht van de Oostzeevloot.

Tabel 3: De technische kenmerken van de FW 190 D-9

Type: Focke-Wulf Fw 190D-9
Gebruik: jager/jachtbommenwerper
Motor: Junkers Jumo 213A-1 12 cilinder motor met een vermogen van 1770 pk
Spanwijdte: 10,50 m
Vleugeloppervlak: 18,30 m²
Lengte: 10,19 m
Hoogte: 3,36 m
Leeggewicht: 3180 kg
Max. Gewicht: 4850 kg
Max. snelheid: 686 km/u
Plafond: 10000 m
Bereik: 837 km
Bewapening: twee 13 mm MG 131 mitrailleurs, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen en maximaal 250 kg bommen.
Bemanning: 1
Productie: 674

Definitielijst

kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Afbeeldingen

Fw 190D-1
Fw 190D-9

Fw 190F

Al snel was gebleken dat het concept van de Focke-Wulf Fw 190 zich uitstekend leende voor meerdere doeleinden dan die van jachtvliegtuig alleen. Specifiek gericht op één bepaald doel ontstonden zo de Fw 190F grondondersteuningsjager en Fw 190G jachtbommenwerper. Beide versies waren eigenlijk hierdoor meer aanvalsvliegtuigen dan jagers. De Fw 190F is ontwikkeld uit de Fw 190A-5/U3, waarbij het landingsgestel werd versterkt en een standaarduitbreiding met een ETC-501 rek onder de romp en vier ETC-50 rekken onder de vleugels. Om bij de uitvoering van hun taak beter te zijn beschermd werden de toestellen voorzien van een betere bepantsering voor piloot, motor en brandstof, geconcentreerd aan de onderzijde.

Van het eerste model, de Fw 190F-1, zijn een kleine 25 à 30 toestellen geproduceerd, vooral voor training en testdoeleinden. Deze versie was gebaseerd op het frame van de Fw 190A-4. Het eerste echte productiemodel, gebaseerd op het frame van de Fw 190A-5, was de Fw 190F-2 waarvan 271 exemplaren zijn geproduceerd. Deze versie was gelijk aan de F-1, op de cockpitkap na, welke een beter uitzicht bood. Aan het ETC-501 rek kon een ER-4 rek worden vastgemaakt waarmee 450 kg aan SC-50 bommen (à 50 kg) konden worden bevestigd. Een aantal van deze toestellen werd uitgevoerd als Fw 190F-2/Trop voor gebruik in Tunesië en Zuid-Italië.

Bij Arado werden ca. 250 toestellen gebouwd op basis van een Fw 190A-6 frame, de Fw 190F-3. Het enige verschil met de Fw 190A-2 was dat onder de vleugels in plaats van de vier ETC-50 rekken, twee ETC-250 rekken waren aangebracht. Op deze manier konden twee 250 kg SC-250 bommen of twee afwerpbare brandstoftanks van 300 l worden meegevoerd. Er zijn twee varianten van deze versie bekend:

F-3/R1: uitgevoerd met een eenvoudiger bommenwerpinstallatie.

F-3/R3: 30 exemplaren uitgevoerd als speciale tankvernietiger, met twee 30 mm Mk 103 kanonnen in gondels onder de vleugels.

De volgende nummering in de versie-reeks ontbreekt, niet omdat deze niet gebouwd zijn, maar omdat men besloot de nummering meer parallel te laten lopen aan het typeframe waar het model op was gebaseerd. Hiertoe vervielen de F-4, F-5 en F-6. Op basis van een A-7 frame is geen toestel gebouwd waardoor de volgende op rij de Fw 190F-8 is geworden op basis van een Fw 190A-8 frame. Vanaf maart/april 1944 zijn maar liefst 385 exemplaren van dit type geleverd. Dit lijkt redelijk, maar als we in rekenschap nemen dat dit toestel in zeer veel varianten is afgeleverd verandert het beeld enig.

F-8/U1: besteld als tweepersoonstrainers, het waren verbouwde Fw 190 toestellen waarvan er enkelen zijn geleverd.

F-8/U2: uitgerust met een 400 kg BT-400 of 700 kg BT-700 torpedo.

F-8/U3: uitgerust met een 1400 kg BT-1400 torpedo.

F-8/U14: uitgerust met een LT F5b torpedo.

F-8/U15: uitgerust met een 950 kg LT-900 torpedo.

F-8/R1: bewapend met twee 13 mm MG 131 mitrailleurs in de neus, vier 20 mm MG 151/20 kanonnen in de vleugels en vier ETC 71 bommenrekken onder de vleugels.

F-8/R2: bewapend met twee 13 mm MG 131 mitrailleurs in de neus, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de vleugels en twee 30 mm MK 108 kanonnen in gondels onder de vleugels.

F-8/R3: bewapend met twee 13 mm MG 131 mitrailleurs in de neus, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen in de vleugels en twee 30 mm MK 108 kanonnen voor tankvernietiging.

F-8/R5: niet gebouwde lange afstandsversie van de F-8/R3.

F-8/R13: nachtjager/grondondersteuningsjager voorzien van extra navigatieapparatuur, twee 13 mm MG 131 mitrailleurs in de neus en maximaal 1500 kg bommen op een ETC-501 bommenrek en twee ETC-503 bommenrekken.

F-8/R14: torpedobommenwerper met een BMW 801 TU motor, PKS12 navigatiesysteem, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen en een LT F5b torpedo op een ETC-502 rek.

F-8/R15: torpedobommenwerper op basis van de F-8/R14 met een BMW 801D-2 motor en een 1400 kg LT-1400 torpedo.

F-8/R16: torpedobommenwerper op basis van de F-8/R15 met een 700 kg LT-700 torpedo.

Verder zijn er beperkt nog toestellen geleverd met vierentwintig 55 mm R4/M raketten, veertien 100 kg RBS.B/F21 raketten, twee clusters van drie 280 mm WGr.28 raketten enzovoorts. Parallel aan de productie van de FW-190F-8 is de productie geweest van de Fw 190F-9, met een nog betere bepantsering en een BMW 601TS/TH motor met een vermogen van 2000 pk. Er zijn echter uiteindelijk maar weinig exemplaren van gebouwd. Gepland was verder nog de bouw van de Fw 190F-10 t/m F-17. Door het einde van de oorlog is hier echter niets meer van terechtgekomen.

Tabel 4: De technische gegevens van de FW 190-F-3

Type: Focke-Wulf Fw 190F-3
Gebruik: grondondersteuningsjager
Motor: BMW 801D-2 met een vermogen van 1700 pk
Spanwijdte: 10,50 m
Vleugeloppervlak: 18,30 m²
Lengte: 8,95 m
Hoogte: 3,95m
Max. snelheid: 635 km/u
Plafond: 10600 m
Bereik: 750 km
Bewapening: twee 13 mm MG 131 mitrailleurs, twee 20 mm MG 151/20 kanonnen en maximaal 100 kg aan bommen
Bemanning: 1
Productie: ongeveer 250

Definitielijst

torpedo
Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

Afbeeldingen

Fw 190F-3
Fw 190F-8

Fw 190G

Fw 190G-1

Door de veel eenvoudiger constructie is de Fw 190G eerder in productie genomen dan de Fw 190F. Het toestel is gebaseerd op de Fw 190A-4/U8 en de Fw 190A-5/U3, waarbij de mitrailleurs in de neus zijn weggelaten om gewicht te besparen. Voor de eigen verdediging waren alleen twee 20 mm MG 151/20 kanonnen overgebleven.

Van de voorserie, de Fw 190G-0 zijn slechts enkele exemplaren gebouwd. Ze waren voorzien van een ETC-501 rek onder de romp, dat geschikt was gemaakt voor een 500 kg SC-500 of een 1000 kg SC-1000 bom. Het eerste productiemodel, de Fw 190G-1, waarvan 49 exemplaren zijn gebouwd, was gebaseerd op de Fw 190A-4. Het toestel was gelijk aan de Fw 190G-0. Het landingsgestel was echter dusdanig versterkt dat het een 1800 kg SC-1800 bom kon vervoeren. Onder de vleugels waren standaard twee afwerpbare tanks van 300 l aangebracht. De BMW 801D-2 motor met een vermogen van 1700 pk was kort ingebouwd waardoor de lengte 8,80 meter bedroeg.

De eerste eenheid die het toestel kreeg, werd voorzien van de enige variant, nl de Fw 190G-1/Trop. Dit was namelijk het II/Schlachtgeschwader 2 in Noord-Afrika. De levering vond plaats tussen februari 1943 en mei 1943. Een aantal van de G-1's is later in Italië gebruikt door Schlachtgeschwader (SG) 4. De meeste toestellen zijn echter naar het oostfront gegaan waar ze het eerst gebruikt zijn door I en II/SG 1 tijdens de Slag bij Kursk in juli 1943. Voorts heeft deze versie dienstgedaan aan het oostfront bij de SG 2, 4, 5 en 10.

Tabel 5: De technische kenmerken van de FW-190-G-1

Type: Focke-Wulf Fw 190G-1
Gebruik: jachtbommenwerper
Motor: BMW 801D-2 met een vermogen van 1700 pk
Spanwijdte: 10,50 m
Vleugeloppervlak: 18,30 m²
Lengte: 8,80 m
Hoogte: 3,95 m
Max. snelheid: 565 km/u
Kruissnelheid: 465km/u
Plafond: m
Bereik: 1050 km met twee afwerpbare tanks van 300 liter
Bewapening: twee 20 mm MG 151/20 kanonnen en een bommenlast tot 1800 kg.
Bemanning: 1
Productie: 49

Fw-190-G-2
Op basis van een Fw 190A-5 frame werden 468 Fw 190G-2 toestellen geproduceerd. De neus was weer wat langer, waardoor de lengte van 8,95 m werd bereikt. Door gebruik van Messerschmitt-rekken onder de vleugels voorzien van brandstoftanks konden de toestellen 1550 km ver vliegen. Een aantal van deze toestellen is uitgevoerd als Fw 190G-2/Trop voor gebruik in Noord-Afrika, Italië en het zuiden van de Sovjet Unie.

Vanaf oktober 1943 is een onbekend aantal Fw 190G-3 toestellen geproduceerd. Het was in feite een G-2, met PKS 11 autopiloot en bomrekken van Focke-Wulf. Enkele exemplaren zijn uitgevoerd als G-3/Trop en de enig bekende subvariant is de Fw 190G-3/R5 met totaal vier ETC-50 rekken voor 50 kg SC-50 bommen. Uit deze G-3 is een onbekend aantal Fw 190G-4 toestellen geproduceerd, uitgerust met drie ETC-503 bomrekken. De G-5 en G-6 zijn niet gebouwd en de de Fw 190G-7 is alleen een testtoestel bekend voor het testen van een 900 liter torpedovormige brandstoftank. Het laatste productiemodel werd de Fw 190G-8. Gebaseerd op een Fw 190A-8 frame is een onbekend aantal toestellen geproduceerd tussen september 1943 en februari 1945. Bekend zijn een variant (Fw 190G-8/R4) met een GM-1 opvoering van de BMW 801D-2 motor en een versie met een BMW 801TV motor van 2000 pk en vier ETC-50 bomrekken, naast de al aanwezige ETC-501 (de Fw 190G-8/R5).

Tabel 6: De technische kenmerken van de Fw-190G-3

Type: Focke-Wulf Fw 190G-3
Gebruik: jachtbommenwerper
Motor: BMW 801D-2 met een vermogen van 1700 pk
Spanwijdte: 10,50 m
Vleugeloppervlak: 18,30 m²
Lengte: 8,95 m
Hoogte: 3,95 m
Max. snelheid: 625 km/u
Kruissnelheid: 422 km/u
Plafond: m
Bereik: 1050 km met extra brandstoftanks en 640 km zonder
Bewapening: twee 20 mm MG 151/20 kanonnen en maximaal 1800 kg bommen
Bemanning: 1
Productie: onbekend

Na de oorlog heeft de Franse industrie nog enige jaren een eigen versie van de FW 190 gebouwd en geleverd aan de Franse luchtmacht, de SNCAC NC.900, waarvan er 64 zijn geleverd.

Afbeeldingen

Fw 190G-3
Fw 190G-3

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
19-02-2003
Laatst gewijzigd:
24-11-2009
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Gerelateerde personen

Bronnen

- David D., The Complete Encyclopedia Of World Aircraft, Brown Packaging Books Ltd., London, 1997
- Gunston B. ea., Hitler's Luftwaffe, Salamander Books Ltd., London, 1977
- Gunston B. ea., Jane's Fighting Aircraft of World War II, Random House Group Ltd, 2001
- Wilson S., Aircraft of WWII, Airospace Publications Pty Ltd, Australia, 1998
- Wings, Midway to Hiroshima, CD-Rom, Discovery/Maris multimedia, 1995