De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Vooraf

    Na de Japanse aanval op Pearl Harbor, op 7 december 1941, brak ook in het Verre Oosten de Tweede Wereldoorlog uit. In de eerste maanden van 1942 rukten de Japanners steeds verder op in Azië. De geallieerden konden niet voorkomen dat delen van China en Europese en Amerikaanse koloniën bezet werden door de keizerlijke Japanse troepen die werden ondersteund door hun efficiënte luchtmacht en marine. Eind februari 1942 was de verwachting dat de Japanners binnen een week Java zouden aanvallen. De Japanners wilden Java, net als de rest van Nederlands Oost-Indië, onder controle krijgen omdat zij de aardolie, die in de Nederlandse kolonie gewonnen en verwerkt werd, hard nodig hadden om hun oorlogsmachine draaiende te houden. De verwachting werd bewaarheid toen in de nacht van 27 op 28 februari tijdens de Slag in de Javazee de Koninklijke Marine haar zwaarste verliezen leed en schout-bij-nacht Karel Doorman met zijn eskader ten onder ging. Alle belangrijke Nederlandse oorlogsschepen gingen hierbij verloren waaronder Doormans vlaggenschip Hr. Ms. De Ruyter.

    De commandant Zeemacht in Nederlands Oost-Indië, vice-admiraal Conrad Helfrich, gaf opdracht om met al het materieel dat nog beschikbaar was, inclusief dat van de bondgenoten, met zoveel mogelijk militair personeel, uit te wijken naar het veilige Australië. Van eind februari tot 3 maart vlogen in een periode van veertien dagen 8000 vluchtelingen, met de meest uiteenlopende vliegtuigen, vanuit Java via Broome, west-Australië, naar Perth en Sydney. Hiervoor was een geallieerde shuttledienst gestart tussen Java en Broome met een piekdag van 57 vliegtuigen die brandstof innamen in het havenstadje in de verdere leegte van het noordelijk deel van west-Australië. Dit ontlokte bij luitenant John Rouse, bevoorradingsofficier van het U.S. Army Air Corps, de opmerking: “Broome lijkt wel op La Guardia Field (het vliegveld van New York City) op zijn drukst, het gehele vliegveld is overstroomd met vliegtuigen”.

    Broome werd in 1883 gesticht aan Roebuck Bay in noordwest-Australië als parelvisserstadje omdat er een drietal uitstekende natuurlijke pareloesterbedden aanwezig was. De parelvisserij had hoogtepunten in de jaren 80 en 90 van de negentiende eeuw en de jaren 10 en 20 van de vorige eeuw. Nadat op 8 december 1941 Australië aan Japan de oorlog had verklaard werden alle parelvis-activiteiten gestaakt. Veel van de vissers waren van Japanse afkomst en zij werden allen gevangen genomen en opgesloten in kampen. Hun schepen werden in beslag genomen zodat zij niet ingezet konden worden bij een eventuele Japanse landing. De meeste Australische mannen van het stadje gingen in dienst of werden lid van het plaatselijke Volunteer Defence Corps.

    Het vliegveld van Broome was niet veel meer dan een onverharde airstrip en een baai waar watervliegtuigen konden landen en opstijgen en afmeren op boeien. Maar juist omdat Broome zo`n belangrijk tussenstation was geworden voor de evacuatievluchten had de Royal Australian Air Force (RAAF) er één van hun bases van gemaakt. Zij werden hierin bijgestaan door Amerikaanse militairen en personeel van de Australische luchtvaartmaatschappij Qantas. De landingsstrip werd geschikt gemaakt voor grotere vliegtuigen en een groot benzinedepot werd aangelegd. Al het noodzakelijke personeel, materialen en brandstof om de shuttledienst draaiende te houden werd ingevlogen of per schip aangevoerd.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    kolonie
    Overzees gebiedsdeel.

    Afbeeldingen

    Het wrak van een Nederlandse DC3 Dakota op het vliegveld van Broome, 3 maart 1942. Bron: Australian War Memorial.
    Nederlandse Dornier in Roebuck Bay in 1941. Bron: Australian War Memorial.

    De MLD in Nederlands Oost-Indië

    De Marine Luchtvaartdienst (MLD), een onderdeel van de Koninklijke Marine in de Oost, beschikte in die tijd onder andere over Dornier Do 24 vliegboten van Duitse makelij en over Consolidated PBY Catalina vliegboten die gefabriceerd werden bij Consolidated Aircraft in de Verenigde Staten. De Dorniers werden vooral gebruikt als transportvliegtuigen en voor verkenningsvluchten. De Catalina`s, bijgenaamd Cats, werden echter voor veel meer taken ingezet zoals bombardementen, het afwerpen van magnetische mijnen en luchtdekking geven aan schepen. Hoewel de Cats vrij langzaam waren, waren beide typen toestellen uitstekend geschikt voor langeafstandsvluchten.

    Later in de oorlog namen uitgeweken MLD-personeel en vrijwilligers dienst bij de Royal Air Force en de Fleet Air Arm. Hiervoor werden twee Nederlandse squadrons opgericht. Het nr. 320 (Dutch) Squadron maakte onderdeel uit van de Britse luchtmacht en nr. 860 (Dutch) Squadron was onderdeel van de Britse marineluchtvaartdienst. Het 320 squadron vloog eerst met uit Nederland meegenomen Fokker T-8W`s en enkele Avro Anson toestellen. Later werd de groep uitgerust met Amerikaanse Lockheed Hudson en B25 Mitchell bommenwerpers. Het 860 squadron deed met, uit Groot-Brittannië afkomstige, Fairey Swordfish toestellen dienst op de Nederlandse hulpvliegdekschepen Hr. Ms. Macoma en Gadila.

    Het kleine aantal MLD Catalina vliegboten dat het begin van de Tweede Wereldoorlog had overleefd heeft de rest van de oorlog opdrachten uitgevoerd vanuit Australië en Colombo, op het huidige Sri Lanka.

    Afbeeldingen

    Driemotorige Dornier 24K vliegboot van de MLD. Bron: Wikipedia.
    De Dornier Do 24 X-1 van de MLD in 1938. Bron: Wikipedia.
    Een Consolidated PBY Catalina vliegboot. Bron: Wikipedia.

    Vooraf aan de aanval

    Nadat de Japanners opgerukt waren in het noordelijke deel van de Indonesische archipel werden de meeste vliegboten van de MLD gestationeerd op geheime plaatsen op oost-Java. Van daaruit werden vanaf het einde van februari 1942 vele verkennings- en evacuatievluchten uitgevoerd. In de vroege ochtend van 2 maart 1942 kreeg een aantal vliegboten weer de opdracht vluchtelingen aan boord te nemen en te evacueren naar Australië. Deze evacués waren veelal gezinsleden van marinepersoneel waaronder veel kinderen.

    De vliegtuigen namen zoveel mogelijk vluchtelingen aan boord en gingen volgetankt op weg naar Broome. De afgeladen vliegboten konden met de maximale capaciteit aan brandstof deze haven net bereiken na een lange, uitputtende vlucht (de Catalina`s deden er 14 uur over). Hierbij zaten de evacués opeengepakt, soms wel meer dan 40 vluchtelingen in één toestel, in de verre van comfortabele vliegtuigen. Behalve voor de bemanning waren er geen zitplaatsen en de evacués moesten plaatsnemen op de houten vloer of ergens tegenaan hangen.

    Na de landing op 19 februari 1942 hadden de Japanners Timor bezet en hadden zo de beschikking gekregen over het vliegveldje bij Koepang in het uiterste zuidwesten van het eiland. Hierdoor kwam Broome binnen het vliegbereik van Japanse jachtvliegtuigen. De Japanse marinevliegcommandant op Timor, kolonel Takeo Shibata, had op 2 maart 1942 een Kawanishi H6K verkenningsvliegboot uitgezonden om de situatie rond Broome op te nemen nadat hem toegenomen radioverkeer was gemeld. Dit toestel werd boven het Australische parelstadje waargenomen op een hoogte van 4.000 meter. Op dat moment stonden er acht grote toestellen op het vliegveldje.

    De Roebuck Bay was op dat moment nog leeg. Even later landde US Navy-piloot luitenant J. Lamade met zijn Scout Observation Curtiss (SOC) Seagull watervliegtuig, afkomstig van de kruiser USS Houston in de baai en meerde af langs de pier. De eerste drie Nederlandse Dorniers, X3, X23 en X28, landden pas tegen de schemering van die avond. Bijna tegelijkertijd landden twee Australische Empire Flying Boats waarvan er één in dienst van Qantas was en één toebehoorde aan Royal Australian Air Force. Twee Catalina`s van de US Navy arriveerden `s nachts terwijl de vier Nederlandse Catalina`s, Y59, Y60, Y67 en Y70, tussen half zeven en half negen in de vroege ochtend van 3 maart aankwamen. De twee laatste Dorniers, X1 en X20 arriveerden rond negen uur in de baai bij Broome. Zij waren gedwongen, door het afgaande water, een flink eind buitengaats te wachten op de benzineboot. Diezelfde morgen arriveerde de twee RAF Catalina`s, FV-N en FV-W, die waren vertrokken vanaf Tjilatjap, Java.

    Definitielijst

    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.

    Afbeeldingen

    Dornier Do 24 vliegboten in Roebuck Bay, Broome. Bron: Australian War Memorial.
    Japanse Kawanishi H6K verkenningsvliegboot. Bron: Wikipedia.
    De Australische Empire Flying Boat 'Corinna' van QANTAS. Bron: Strijdbewijs.
    De Lockheed Lodestar LT 918 voor de Tweede Wereldoorlog. Bron: Airwork.

    De aanval

    Zoals gewoonlijk was de ochtend van 3 maart 1942 in Broome het begin van een aangename en een zonnige dag. Terwijl de bemanningen van de vliegboten veelal bezig waren met het regelen van brandstof en mondvoorraad, hadden de meeste vluchtelingen plaatsgenomen op de vleugels van de op boeien afgemeerde toestellen. Na de lange vlucht konden zij zo even op adem komen voordat de toestellen verder zouden vliegen. Ze voelden zich betrekkelijk veilig omdat ze al in Australië aangekomen waren en zich ver buiten het normale operatiegebied van de Japanners waanden.

    Even voor half tien verschenen echter plotseling negen Mitsubishi A6M Zero`s en een Mitsubishi C5M commando- en navigatievliegtuig boven Broome. Met behulp van afwerpbare tanks met 320 liter extra benzine, konden de Japanse jachtvliegtuigen vanuit Timor in tweeëneenhalf uur de Australische havenstad bereiken. Tot zijn grote verbazing zag de commandant van de formatie Zero`s, luitenant Zenziro Miyano, vijftien grote vliegboten in de baai liggen. De vliegboten in Roebuck Bay waren niet gemeld aan Miyano maar hij stuurde er meteen drie van zijn jachtvliegtuigen op af. Drie andere kregen opdracht het vliegveld aan te vallen en de overige drie bleven op grote hoogte rondcirkelen om dekking te geven.

    De vliegboten in de baai werden doorzeefd met 7,7mm en 20mm patronen van de Japanse jagers. De twee grote, Australische Empire Flying Boats kregen de eerste treffers te verwerken. Er brak paniek uit en de meeste bemanningen en vluchtelingen sprongen in het water. Een aantal van hen werd meteen getroffen door Japanse kogels evenals twee Catalina`s die meteen zonken. Een aantal andere vliegboten vloog in brand. De nog overlevenden van die eerste aanval probeerden naar de wal te zwemmen maar door het afgaande water (het werd eb en de baai van Broome is berucht om zijn enorme getijdeverschillen) was er zoveel tegenstroom dat dit bijna onmogelijk was. Doordat de benzine die uit de getroffen vliegtuigen stroomde meteen vlam vatte ontstond zeer snel een brandende vuurzee. In deze hel probeerden overlevenden, inzittenden uit de brandende en snel zinkende vliegboten te redden. Bij de volgende aanvallen van de drie Zero`s doken de drenkelingen onder water waarbij sommigen baby`s en peuters meenamen in een poging aan de kogelregens te ontkomen. De aanvallen hielden ongeveer twintig minuten aan. Daarna waren alle vliegboten gezonken of stonden in brand. De overlevenden werden met bootjes uit het water gered. Velen van hen waren gewond door de kogels of bedekt met brandwonden.

    De drie Zero`s die bescherming aan de aanvallende Japanse jachtvliegtuigen hadden moeten geven tegen eventuele opstijgende geallieerde jachtvliegtuigen gingen, bij het uitblijven van deze tegenstand, eveneens tot de aanval over geleid door luitenant Miyano zelf.

    Eén van de Amerikaanse B24 Liberator bommenwerpers was juist opgestegen vanaf de airstrip en werd boven het strand getroffen door 20mm patronen afkomstig van één van de Zero`s. Het toestel had 33 gewonde en zieke Amerikaanse en Britse militairen aan boord en was onderweg van Java naar Perth. Het Amerikaanse vliegtuig stortte 10 mijl uit de kust van Broome in zee en brak in tweeën waarbij 19 van de gewonden meteen gedood werden. Van degenen die de crash overleefden konden er maar twee zwemmend de kust bereiken. De overigen verdronken toen het wrak van de B24 Liberator zonk.

    De Japanse Zero-piloot die de Liberator neerschoot had eerst de Seagull van luitenant J. Lamade achtervolgd die in de verwarring tijdens de aanval kans had gezien op te stijgen. De Japanner kreeg echter het veel grotere doel in zicht en brak de aanval op het kleine watervliegtuig af zodat dit kon ontsnappen naar Port Hedland.

    De zeven geallieerde vliegtuigen die nog op het vliegveldje stonden werden alle vernietigd. Hieronder bevonden zich twee B17 Flying Fortresses, een B24 Liberator en twee Lockheed Hudson bommenwerpers, een Lockheed Lodestar LT 918 van de Nederlands Oost-Indische luchtmacht en een DC3 Dakota van de Koninklijke Nederlands Indische Luchtvaartmaatschappij (KNILM). Deze vliegtuigen werden allemaal gebruikt om militairen te evacueren. Hierbij vielen echter geen doden omdat alle bemanningen en evacués tijdig een veilig heenkomen hadden gevonden in greppels en in het hoge gras net buiten het vliegveldje. De piloot van het Lockheed Lodestar transportvliegtuig, 1e luitenant-vlieger Gus Winckel, zag de Japanse Zero`s aankomen en nam snel een Colt 7,9mm mitrailleur uit zijn toestel. Hiermee schoot hij op de Zero van luitenant Osamu Kudo. Hij verbrandde hierbij zijn onderarm aan de gloeiend hete loop van zijn wapen maar slaagde erin de Japanner te treffen. Even later stortte de Japanse jager in zee waarbij de piloot omkwam. Winckel werd voor deze uitstekende actie onderscheidden met het Bronzen Kruis met Eervolle Vermelding.

    De acht overgebleven Zero-jachtvliegtuigen vlogen na twintig minuten, met geopende cockpits, langzaam weg. Ze lieten een enorme chaos achter van brandende vliegtuigen en voertuigen en voor hun leven vechtende drenkelingen. Veel van de zwemmende vluchtelingen en bemanningsleden werden het slachtoffer van haaien en de verraderlijke stroom. Het duurde nog uren voordat de laatste overlevenden uit de baai opgepikt konden worden.

    Definitielijst

    mitrailleur
    Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.

    Afbeeldingen

    Japans Mitsubishi A6M Zero jachtvliegtuig. Bron: Centennialofflight.
    Het wrak van een Amerikaanse B24 Liberator na de aanval. Bron: Australian War Memorial.
    Het wrak van de Lockheed Lodestar LT 918. Bron: Airwork.
    Een totaal verwoeste B-17 'Flying Fortress' bommenwerper. Bron: Australian War Memorial.
    Overzicht Japanse luchtaanval op Broome. Bron: Peter Kimenai, Go2War2.nl.

    De Nederlandse Dakota

    Op 3 maart om kwart over één in de nacht vertrok de Nederlandse DC3 Dakota “Pelikaan” van de KNILM vanaf Bandoeng, Java, naar Australië. Voor de gezagvoerder van het vliegtuig, kapitein Ivan Smirnoff, een geboren Rus maar nu een genaturaliseerde Nederlander, was dit de zoveelste evacuatievlucht met Nederlands militair personeel en hun gezinnen. Hij had, buiten zijn verder 3-koppige bemanning, 8 passagiers aan boord waaronder één vrouw met haar 12 maanden oude baby. Ook dit maal zou er een tussenlanding in Broome plaatsvinden om brandstof in te nemen. Het toestel bevond zich nog ongeveer 80 kilometer ten noorden van het parelstadje toen in de verte dikke zwarte rookpluimen waargenomen werden. Even later werd het Nederlandse transportvliegtuig aangevallen door een aantal van de Zero`s dat het vliegveld van Broome en de vliegboten in Roebuck Bay aangevallen had.

    Het toestel werd aangevallen aan de bakboordzijde en Smirnoff werd hierbij gewond. Ook een aantal evacués werd getroffen door Japanse kogels terwijl de bakboordmotor in brand werd geschoten. Toch slaagde de gezagvoerder van de Nederlandse Dakota erin om in een duikvlucht aan de achtervolgende Zero`s te ontkomen alvorens een noodlanding te maken op de waterlijn van de Indische Oceaan, vlak bij Carnot Bay, zo`n 60 kilometer ten noorden van Broome, waarbij de motorbrand geblust werd.

    De gestrande Dakota werd meerdere malen onder vuur genomen door de Japanse jagers voordat zij verdwenen. Hierbij vielen nog meer gewonden. Waarschijnlijk stopten de Japanners met hun aanvallen omdat ze bang waren te weinig brandstof over te houden om Koepang te bereiken. Gezagvoerder Smirnoff stuurde er een aantal militairen op uit om hulp te zoeken. Een aboriginal, die de noodlanding van de Dakota zag, sloeg alarm bij de Beagle Bay Mission, 40 kilometer ten noordoosten van Carnot Bay. Een groep reddingswerkers, die bestond uit twee (Duitse!) missionarissen, een Australische militair en twee aboriginals ging meteen op weg en kwam een paar dagen later de Nederlandse militairen tegen die voor hulp uitgezonden waren door kapitein Smirnoff. Ondertussen hadden de overlevenden met behulp van parachutes een noodverblijf opgezet. Desondanks stierven de komende dagen vier van de gewonden onder wie de vrouw en haar baby. Om drie uur `s nachts op 7 maart bereikten de hulpverleners de plek des onheils en de gehele groep liep de 40 kilometer terug naar Beagle Bay Mission. Van daaruit werden zij met een vrachtwagen naar Broome gebracht.

    Afbeeldingen

    Het wrak van de DC3 Dakota 'Pelikaan'. Bron: Pacific Wrecks.
    De binnenzijde van de 'Pelikaan' na de crash. Bron: Pacific Wrecks.
    Na enkele weken begon het wrak van de Nederlandse Dakota weg te zakken in het zand. Bron: Australian War Memorial.
    Kapitein Ivan Smirnoff. Bron: Pacific Wrecks.

    Tot slot

    In totaal vielen bijna 100 slachtoffers bij de luchtaanval op Broome. Hiervan waren er 48 van Nederlandse afkomst waaronder 32 vrouwen en kinderen. Van 25 van hen zijn nooit stoffelijke resten teruggevonden. Onder de gesneuvelden bevond zich ook de weduwe van de commandant van Hr. Ms. De Ruyter, kapitein-luitenant-ter-zee Lacomblé, L.E. Lacomblé-Silvergieter Hoogstad.

    Een groot aantal van de 19 gewonden is naar Port Hedland en Perth overgebracht met vliegtuigen die meteen na de aanval op Broome aankwamen. De overige overlevenden van de luchtaanval werden twee dagen later, op geconfisqueerde Japanse parelvisserbootjes naar Fremantle, de havenstad van Western Australia, gebracht.

    Voor de Japanners was dit een legitieme aanval op militaire doelen. Zij wisten van te voren niet dat vele van de vliegboten vluchtelingen aan boord hadden, hoewel ze dit wel duidelijk konden waarnemen tijdens de aanval. De piloten hadden ook duidelijk de opdracht gekregen alleen militaire doelen te bestoken en de stad Broome te ontzien.

    Eén van de terugkerende Zero`s kwam vlak voor aankomst in Koepang in de problemen door een tekort aan brandstof en schade die opgelopen was tijdens de luchtaanval. Het toestel stortte in zee bij Roti Eiland, aan de uiterste zuidwestpunt van Timor. De piloot moest twee uur zwemmen voordat hij de kust bereikte.

    Na deze aanval was de omgeving van Broome nog drie maal doelwit van Japanse luchtaanvallen maar nooit meer met een dergelijk aantal slachtoffers en zulke omvangrijke schade. Op 20 maart deden Mitsubishi G4M zware bommenwerpers een aanval op de Royal Australian Airforce Base in Broome en er viel één burgerslachtoffer. De daarop volgende luchtaanval van augustus 1942 had nauwelijks gevolgen. De laatste Japanse aanval vond plaats in augustus 1943 maar de schade bleef tot een minimum beperkt en er vielen geen verdere slachtoffers.

    Resten van de vliegboten in Roebuck Bay en van de Nederlandse Dakota “Pelikaan” zijn nog steeds ter plaatse terug te vinden tijdens extreem laag water.

    Afbeeldingen

    Resten van een vliegboot in Roebuck Bay. Bron: P. Kimenai Go2War2.
    Een met koraal begroeide motor van een vliegboot in Roebuck Bay. Bron: P. Kimenai Go2War2.

    Informatie

    Artikel door:
    Peter Kimenai
    Geplaatst op:
    10-01-2010
    Laatst gewijzigd:
    18-01-2011
    Feedback?
    Stuur het in!

    Gerelateerde boeken

    De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog deel 2