Inleiding

    Hij was één van de weinige Franse militairen die na de capitulatie van Frankrijk de moed niet opgaf. Hij besloot aanvankelijk met slechts een paar volgelingen de strijd voort te zetten vanuit Engeland. Hij kreeg later echter meer steun en als leider van de Vrije Fransen wist hij het koloniale rijk te bevrijden van het Vichy-regime en positioneerde hij Frankrijk als één van de grote(re) geallieerde mogendheden.

    Na de oorlog werd hij president van Frankrijk en slaagde hij erin om een bijna-burgeroorlog te voorkomen. Er werden meerdere aanslagen op zijn leven gepleegd. Hij stierf in 1970 echter een natuurlijke dood. Hij werd door het Franse volk verkozen tot grootste Fransman aller tijden. Zijn naam: Charles de Gaulle.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.

    Afbeeldingen

    Charles de Gaulle als leider van de Vrije Fransen, omstreeks 1942.

    Voor de Tweede Wereldoorlog

    Jeugdjaren

    Charles André Joseph Marie de Gaulle werd op 22 november 1890 geboren in de Noord-Franse industriestad Lille. Hij was het derde kind van Henri de Gaulle en zijn vrouw Jeanne Maillo. Zijn vader werkte als leraar klassieke talen op een Jezuïetencollege. Zijn ouders waren katholiek. De Gaulle groeide op in een rechts-conservatief milieu. Hij bezocht de lagere school van de broeders. Zijn middelbare scholing ontving hij van de Jezuïeten. Hij bezocht tevens het college Stanislas in Parijs, nadat zijn ouders in 1901 waren verhuisd naar deze stad.

    Charles de Gaulle las veel en had een goed geheugen. Het schrijven zat de familie De Gaulle in het bloed. Dit gold ook voor de jonge Charles, die gedichten en enkele toneelstukken schreef. Hij was een groot fan van auteurs als Charles Maurras en Maurice Barrès. Het werk van deze nationalistische schrijvers kenmerkte zich door een militaristische toon en sterke revanchegevoelens ten opzichte van Duitsland, dat Frankrijk in 1871 verpletterend had verslagen. De Gaulle zou sterk beïnvloed worden door deze auteurs. Vooral Maurras stond echter ook bekend om zijn antisemitisme, hij hing de gedachte aan dat alle vreemde elementen (Joden, protestanten, en vrijmetselaars) uit de Franse samenleving zouden moeten worden verwijderd. Zijn biografen zijn het er echter over eens dat Charles deze opvattingen niet deelde. In de andere standpunten van deze auteurs kon De Gaulle zich echter wel vinden. In zijn eigen werken zou hij onder meer door het gebruik van citaten dikwijls naar hen verwijzen.

    Al van jongs af aan droomde De Gaulle van een glansrijke militaire carrière. Op zijn achttiende schreef hij de volgende regels: "Als ik moet sterven, laat het dan zijn op het slagveld." Op 7 oktober 1909 trad Charles De Gaulle in militaire dienst. Op 16 april 1910 werd hij bevorderd tot caporal (korporaal) en op 27 september tot sergent (sergeant). Op 14 oktober 1910 werd hij toegelaten tot de École Spéciale Militaire de Saint-Cyr, een militaire academie voor kandidaat-officieren. Hij was een goede en toegewijde leerling. In zijn eindexamenklas eindigde hij als dertiende van de in totaal 210 leerlingen. Na de militaire academie met succes te hebben afgerond trad hij als tweede luitenant in dienst bij het 33e régiment d'infanterie de ligne (33ste infanterie regiment), dat werd gecommandeerd door colonel Philippe Pétain (welke naam we nog vaker zullen tegenkomen in dit artikel). Op 1 oktober 1913 werd De Gaulle bevorderd tot lieutenant (luitenant).

    De Gaulle en de Eerste Wereldoorlog

    De moord op de Oostenrijkse troonpretendent Frans Ferdinand door de Servische nationalist Gavrilo Princip in Sarajevo op 28 juni 1914 groeide door een systeem van bondgenootschappen uit tot de Eerste Wereldoorlog. Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië (de Entente) namen het hierin op tegen een alliantie van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. De Gaulle zal de Eerste Wereldoorlog vast hebben verwelkomd. Het bood hem de kans om verder te bouwen aan zijn militaire carrière en er kon eindelijk wraak worden genomen op Duitsland.

    De oorlog verliep voor De Gaulle echter niet zoals gewenst. Op 15 augustus 1914 raakte hij gewond aan zijn knie door een geweerkogel. Hij werd hiervoor behandeld in Parijs en Lyon en keerde pas in oktober 1914 terug naar het front. In januari 1915 ontving hij een schriftelijke onderscheiding, omdat hij het niemandsland tussen de vijandelijke linies was overgestoken en de gesprekken in de vijandelijke loopgraven had afgeluisterd, wat zeer nuttige informatie had opgeleverd. Op 15 maart 1915 raakte hij echter weer gewond, deze keer liep hij door een ontploffende mijn een wond op aan zijn linkerhand. In juni keerde hij weer terug aan het front. Later dat jaar (30 oktober) werd hij bevorderd tot capitaine (kapitein).

    Op 2 maart 1916 kwam er voor De Gaulle echter een einde aan de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de slag om Verdun leidde hij bij Douaumont een charge om een vijandelijke omsingeling te doorbreken. Hij liep hierbij een bajonetwond op aan zijn linkerbil en werd bewusteloos geslagen door een granaatexplosie. Toen hij bijkwam, kwam hij erachter dat hij gevangen was genomen door de Duitsers. Hij zou de rest van de oorlog in krijgsgevangenschap doorbrengen.

    De Gaulle was zeer verbolgen over zijn gevangenschap. Terwijl zijn medeofficieren de kans kregen om eerbewijzen te behalen en promotie te maken, zat hij weg te kwijnen in een interneringskamp in de buurt van Ingolstadt. Op 12 mei 1916 schreef hij aan zijn zus: "Je begrijpt mijn verdriet, dat ik op deze manier de strijd heb moeten verlaten." De Gaulle deed verschillende ontsnappingspogingen, maar hij werd telkens weer opgepakt door de Duitsers. Hierbij speelde zijn opvallende lengte van 1,94 meter hem parten, hij was hierdoor namelijk zeer herkenbaar. De Gaulle zou pas na de capitulatie van Duitsland in 1918 vrijkomen uit gevangenschap.

    Hierna vocht hij in de Russisch-Poolse oorlog (1919-1921). Deze oorlog ontstond toen de pas opgerichte Poolse staat trachtte haar grenzen naar het oosten uit te breiden. De Polen ontvingen hierbij militaire ondersteuning van het Franse leger. De Gaulle werkte als instructeur voor het Poolse leger en voerde later een infanteriebataljon aan in de strijd en kon zo toch nog wat oorlogservaring op doen. Vanwege zijn moedige gedrag in de strijd ontving hij een Poolse militaire onderscheiding, de Order Wojenny Virtuti Militari - Krzyz Srebrny, (oorlogsorde Virtuti Militari - Zilveren Kruis). In januari 1921 keerde hij terug naar Frankrijk. Op 18 maart 1921 kwam door de Vrede van Riga een einde aan de oorlog. Beide partijen claimden dat zij de ander hadden verslagen (tegenwoordig is de algemene opvatting dat de Polen de oorlog hebben gewonnen). Nadat de oorlog was beëindigd keerde De Gaulle terug naar Frankrijk.

    Interbellum

    Op 7 april 1921 trouwde Charles de Gaulle met Yvonne Vendrou (1900-1979). Yvonne was van rijke komaf, haar familie bezat onder meer een beschuit- en biscuitfabriek in Calais. Samen zouden zij drie kinderen krijgen: Philippe (1921), die waarschijnlijk is vernoemd naar de Gaulle's leermeester Philippe Pétain, Élisabeth (1924) en Anne (1928-1948), die werd geboren met het syndroom van Down.

    Al tijdens zijn krijgsgevangenschap was De Gaulle begonnen met het geven van lessen over militaire strategie en tactiek aan zijn medegevangenen. Hij ontdekte dat hij hiervoor talent had en ging hier bij terugkomst in Frankrijk mee verder. Hij gaf les aan de École Spéciale Militaire de Saint-Cyr. De Gaulle volgde zelf ook nog de opleiding hogere krijgsvorming voor hoofdofficieren van de generale staf aan de École Supérieure de Guerre. Zijn eindbeoordeling viel hier echter lager uit dan dat hij had verwacht. Dit werd voornamelijk veroorzaakt doordat hij een conflict kreeg met de directeur van het instituut over wat de beste te volgen strategie was. Zijn afwijkende mening over strategie zou hem vaker in de problemen brengen.

    Na de Eerste Wereldoorlog hanteerde Frankrijk een strategie die voornamelijk op de verdediging gericht was met als beste voorbeeld de zwaar gefortificeerde Maginotlinie. De Gaulle wilde echter een aanvallende strategie hanteren. Hij droomde van moderne gemotoriseerde legers, die ondersteund door zelfstandige tankregimenten en zware artillerie snelle overwinningen zouden realiseren. Deze visie bracht hij ook naar voren in de boeken die hij vanaf 1924 schreef en in de lezingen die hij gaf. In Frankrijk vond hij echter weinig gehoor en werden zijn ideeën bestempeld als vaag, onuitvoerbaar en te fantasierijk. Zijn tegendraadse mening deed zijn militaire carrière ook weinig goed. Alleen door de hulp van Pétain wist hij hogerop te komen. Op Pétains aandringen werd De Gaulle in 1925 ingedeeld bij zijn persoonlijke staf. Op 25 september 1927 werd De Gaulle bevorderd tot commandant (majoor). In deze hoedanigheid maakte hij van 1927 tot 1929 als commandant van een infanteriebataljon deel uit van de bezettingsmacht van het Rijnland. Hierna werd hij voor twee jaar gedetacheerd in Beiroet, dat toen onderdeel uitmaakte van het Franse mandaatgebied Libanon. Na zijn terugkeer in Frankrijk in 1931 werd hij stafofficier bij het secretariaat van de nationale defensieraad. Hij werd tevens geïntroduceerd bij de rechtse politicus Paul Reynaud, de latere premier van Frankrijk.

    Op 13 juli 1937 werd hij bevorderd tot colonel (kolonel) en benoemd tot commandant van het 507e régiment de chars de combat (het 507de tankregiment) in Metz, dit regiment was onderdeel van het 5ième armée française (het 5e leger). Hij ging hier enthousiast aan de slag met het in de praktijk brengen van zijn theorieën. Hij liet het regiment dermate veel oefenen, dat de materiaalafdeling zelfs klaagde dat de voertuigen te veel sleten. In deze tijd schreef hij ook een boek over de militaire geschiedenis van Frankrijk. Hij gebruikte hiervoor een voorstudie die hij had gemaakt toen hij werkzaam was in de persoonlijke staf van Pétain. Pétain was daarom van oordeel dat hij de rechten had op het boek en vroeg De Gaulle om het niet te publiceren. De Gaulle deed dit echter wel. Het daaropvolgende conflict betekende de definitieve breuk tussen Charles de Gaulle en Philippe Pétain. Opvallend is dat dit boek het enige vooroorlogse werk van De Gaulle zou worden dat een succes werd: er werden meer dan 7.000 exemplaren van verkocht.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Maginotlinie
    Franse verdedigingslinie aan de Frans-Duitse grens.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rijnland
    Duitstalig na WO I gedemilitariseerd gebied aan de rechteroever van de Rijn dat door Hitler bezet werd in 1936.

    Afbeeldingen

    Het geboortehuis van Charles de Gaulle in Lille. Tegenwoordig een museum. Bron: Remi Jouan.
    Philippe Pétain, generaal tijdens de Eerste Wereldoorlog en de leermeester van De Gaulle.
    Franse soldaten tijdens de Slag om Verdun in 1916. Tijdens deze slag leidde De Gaulle bij Douaumont een charge om een vijandelijke omsingeling te doorbreken.
    Boek van De Gaulle over de geschiedenis van het Franse leger uit 1938. Bron: Assemblée nationale.

    Frankrijk wordt bezet

    Duitse inval

    Op 3 september 1939 verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk naar aanleiding van de Duitse inval in Polen de oorlog aan het Derde Rijk. De daaropvolgende maanden gebeurde er echter weinig. Beide partijen wachtten af. Men sprak daarom ook wel van de schemeroorlog (de Phony War). Het Franse leger maakte geen gebruik van deze periode om de soldaten de nodige training te geven. Doordat zij niets te doen hadden, verslechterde het moreel snel. Een van de soldaten schreef: "We liggen uitgestrekt op het stro te gapen, en raken zelfs gewend aan nietsdoen. We wassen ons steeds minder, we nemen de moeite niet meer ons te scheren, we kunnen het niet opbrengen om de slaapruimte te vegen of de tafel na het eten af te ruimen. De basis wordt behalve door verveling ook beheerst door vuil." De Gaulle ergerde zich erg aan deze inactiviteit. Hij merkte woedend op: "Wie niets doet wordt verslagen."

    Op 20 maart 1940 viel in Frankrijk de linksgeoriënteerde regering van Édouard Daladier. Hij werd als premier opgevolgd door Paul Reynaud. Daladier werd Minister van Oorlog. Reynaud bood De Gaulle de post van staatssecretaris van defensie aan. De Gaulle weigerde, omdat hij niet onder Daladier wilde dienen.

    Op 10 mei koos Duitsland het offensief. Onder de codenaam Fall Gelb voerden de Duitse strijdkrachten een gecoördineerde aanval uit op België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk. De eerste aanval vond plaats vanuit het noorden, dit betrof echter een afleidingsmanoeuvre. Het daadwerkelijke offensief vond plaats in de Ardennen. De Franse militaire leiding had het niet mogelijk geacht dat grote gemotoriseerde eenheden zich door de Ardennen zouden kunnen verplaatsen (vanwege de dichte wouden, het heuvelachtige gebied en de slechte wegen) en men dacht dat het bijeen brengen van een Duitse concentratie aan de Maas ten westen van de Ardennen minstens vijf tot zeven dagen zou kosten. De Duitse pantsertroepen rukten echter snel op door de Ardennen. Hierbij geholpen door het feit dat de Franse opperbevelhebber (Maurice Gamelin) het gevaar nog steeds niet onderkende en weigerde versterkingen naar het gebied te sturen. Op 13 mei staken tanks van Generalmajor Erwin Rommel bij Dinant en Houx de Maas over. Dezelfde dag deden de tanks van General der Panzertruppe Heinz Guderian bij Sedan hetzelfde. Het Franse leger werd totaal overrompeld en was niet in staat om enige tegenstand van formaat te bieden. De strijdkrachten werden ernstig gehinderd door de slechte verbindingen tussen de troepen onderling en het hoofdkwartier en een gebrek aan uitrusting en luchtsteun. Een illustratief voorbeeld van de gang van zaken binnen het Franse leger was dat de artillerie in de Sedansector het bevel kreeg om het vuren te beperken om munitie te sparen. Het idee bestond dat de daadwerkelijke Duitse hoofdaanval een paar dagen later pas zou plaatsvinden.

    De Gaulle kreeg op 11 mei het commando over de 4ième Division cuirassée de réserve (de 4e reserve-pantserdivisie). Deze divisie behorde, in tegenstelling tot wat andere bronnen weleens beweren, tot de beste eenheden van het Franse leger. Zij had de beschikking over onder andere 52 zware B1 tanks, 30 zware D2 tanks en 39 Somua S-35 middelzware tanks die goed opgewassen waren tegen de Duitse pantservoertuigen. De divisie had echter vrijwel geen artillerie en kon slechts beschikken over enkele infanteriebataljons. Desondanks gaf géneral Alphonse Georges de opdracht aan de divisie om aan te vallen: "Ga door, De Gaulle! Jij, die al zo lang de ideeën aanhing die de vijand in de praktijk brengt, hebt nu de kans om wat te laten zien." Op 17 mei 1940 lanceerde De Gaulle met zijn divisie bij Montcornet een tegenaanval, die redelijk succesvol was. Hij slaagde erin om de Duitse infanterie tijdelijk terug te drijven. In het grote geheel stelde deze actie echter weinig voor, ze behoorde tot één van de weinige Franse offensieven die succesvol waren. De Gaulle was, vanwege de sterkere weerstand en door een aanval van de Luftwaffe, later bovendien gedwongen om terug te keren naar de uitgangspositie.

    Op 18 mei vond er een kabinetswijziging plaats: Pétain werd benoemd tot vicepresident en Daladier werd ontslagen. Op 24 mei 1940 werd De Gaulle bevorderd tot général de brigade (brigadegeneraal), de rang die hij voor de rest van zijn leven zou behouden. De Duitsers bleven in een razend tempo oprukken, op 26 mei veroverden zij Boulogne en stonden ze aan Het Kanaal. Het Belgische leger was op 28 mei genoodzaakt om zich over te geven. Nu lag Frankrijk grotendeels open voor het Duitse leger, er volgde een aanval over bijna de gehele lengte van de Franse grens (Fall Rot). De Gaulle voerde op deze dag ook een aanval uit bij Abbéville, om te proberen de geallieerde troepen bij Duinkerken te ontzetten. Ook deze aanval was tijdelijk succesvol, maar hij moest worden afgebroken vanwege een gebrek aan steun van andere eenheden.

    Op 6 juni 1940 werd De Gaulle benoemd tot staatssecretaris van oorlog en nationale verdediging. Zijn taak bestond er hoofdzakelijk uit dat hij contact moest houden met de Britse regering. Hij vroeg aan Groot-Brittannië om inzet van de volledige RAF om de Franse strijdkrachten te helpen. Winston Churchill weigerde echter, omdat de Britse luchtmacht nodig was voor de bescherming van het moederland. Op 10 juni verliet De Gaulle als één van de laatste leden van de regering Parijs, vier dagen later zou de stad worden veroverd door de Duitsers. Op 11 juni vond er overleg plaats tussen de Britse en de Franse regering. De Gaulle stelde voor om de regering te evacueren naar de Franse kolonies in Noord-Afrika om vanuit daar de strijd voort te zetten. Hieraan werd vooralsnog echter geen gehoor gegeven.

    Op 13 juni 1940 vond er opnieuw overleg plaats. De Franse regering verkondigde dat verder vechten geen zin meer had en dat een wapenstilstand noodzakelijk was. De Gaulle was geschokt en wilde aanvankelijk ontslag nemen, maar kwam hier later op terug. Reynaud wilde de strijd voortzetten vanuit Algerije. Voor de evacuatie van de Franse troepen had men echter wel de hulp nodig van de Britse vloot. De Gaulle werd daarom voor overleg naar Londen gestuurd. Winston Churchill deed De Gaulle, op initiatief van de Franse ambassadeur in Londen, een tegenvoorstel. Dit voorstel was gebaseerd op de ideeën van Jean Monnet en hield in dat Groot-Brittannië en Frankrijk zouden fuseren tot een Anglo-Franse unie. Dit hield in dat zij een gezamenlijke regering zouden krijgen en dat zij hun legers zouden verenigen. De Gaulle bracht het voorstel op 16 juni vanuit Londen via de telefoon over aan Reynaud. Deze legde het voor aan het Franse kabinet, maar die verwierp het voorstel. Eén van de argumenten die werd aangevoerd was dat Frankrijk geen Brits dominion mocht worden. Reynaud trad hierop af en hij werd opgevolgd door Philippe Pétain. Pétain informeerde de volgende dag (17 juni 1940), via de Spaanse ambassadeur naar de voorwaarden voor een wapenstilstand. Toen De Gaulle, die net was teruggekeerd in Frankrijk, dit hoorde, reed hij direct terug naar het vliegveld en vloog hij 's avonds terug naar Londen. Zijn gevolg bestond uit zijn adjudant en één liaisonofficier. Verder had hij de beschikking over 100.000 Franse francs. Dit vormde het bescheiden beginkapitaal van La France combattante (de Vrije Fransen).

    Leider van de Vrije Fransen

    Op 18 juni 1940 hield De Gaulle vanuit Londen zijn eerste radiotoespraak voor het bezette Frankrijk. De wapenstilstand zou officieel op 22 juni 1940 ingaan. In zijn Appel du 18 Juin verkondigde De Gaulle dat Frankrijk was overweldigd, maar dat deze nederlaag niet definitief was. De strijd kon met hulp van het Britse rijk worden voortgezet. Hij gaf voorts aan dat de vlam van het Franse verzet niet mocht doven. De Gaulle maakte tevens de oprichting van de Vrije Fransen bekend en hij riep de Franse militairen die zich in Engeland bevonden op om zich bij hem te voegen. Hoeveel indruk de toespraak maakte, is niet geheel duidelijk: later onderzoek heeft aangetoond dat weinig Fransen er naar luisterden. Daar kwam nog bij dat De Gaulle nog niet kon optreden als de leider van het Franse volk. De democratische regeringen van de bezette landen die waren uitgeweken naar Londen, bijvoorbeeld die van Nederland, konden stellen dat zij het volk vertegenwoordigden. Voor De Gaulle lag dit echter anders, omdat de wettelijke regering nog gewoon in Frankrijk zetelde. Pétain had in Vichy een regering gevormd die het niet-bezette deel van Frankrijk bestuurde en die collaboreerde met de Duitsers.

    De Gaulle kon zich er dus niet op beroepen dat hij Frankrijk vertegenwoordigde. De Vichy-regering veroordeelde De Gaulle later zelfs bij verstek ter dood wegens desertie en verraad. De Gaulle had echter een grenzeloos zelfvertrouwen en erg veel ambitie. Frankrijk moest en zou weer deel gaan nemen aan de Tweede Wereldoorlog. Hiervoor moest De Gaulle wel eerst erkend worden as legitiem leider van de Fransen en moest hij tevens een territoriale basis in handen krijgen. De erkenning door de geallieerden van De Gaulle als leider van de Vrije Fransen volgde na de overgave van Frankrijk op 22 juni 1940. Churchill erkende De Gaulle op 28 juni 1940. Ook sloten zich meer personen bij de Gaulle aan. In juli 1940 bestond de groep uit ongeveer 7000 personen.

    De Gaulle zou het liefst de Franse kolonies (waaronder Algerije, Marokko, en Tunesië) in Noord-Afrika in handen krijgen. Dit was echter niet mogelijk. De koloniale autoriteiten in Algiers stonden onder sterke Vichy-Franse invloed. Bovendien heerste in Frans Noord-Afrika (en overigens ook in andere Franse gebieden) een sterke antipathie ten opzichte van de geallieerden, nadat deze op 3 juli 1940 de Franse vloot in Mers-El-Kébir (Algerije) hadden vernietigd tijdens operatie Catapult. De Gaulle wilde bovendien liever geen geweld gebruiken. Hij hoopte de gebieden door overreding onder zijn gezag te brengen. Hij richtte zich daarom in eerste instantie op Frans Equatoriaal-Afrika, dat bestond uit Frans-Congo, Tsjaad en Kameroen. Tsjaad sloot zich op 26 augustus 1940 als eerste aan bij de Vrije Fransen. Dit gebied kende in de persoon van Félix Éboué een zwarte gouverneur, die niets moest hebben van de rassenideeën van Adolf Hitler.

    Kameroen was een voormalig Duitse kolonie die na de Eerste Wereldoorlog deels een Frans mandaatgebied was geworden. De angst voor een terugkeer van een Duits regime was hier zo groot dat een klein groepje officieren, onder leiding van Jacques-Philippe Leclerc, Kameroen snel kon overhalen om zich aan te sluiten bij de Vrije Fransen. Frans-Congo (het huidige Congo-Brazzaville) volgde snel het voorbeeld. De Gaulle had nu de beschikking over grondgebied en kon zijn strijdkrachten uitbreiden met militairen en andere personen uit de kolonies. Strategisch gezien stelden deze bezittingen echter niet zo veel voor. In het conflict met de As-mogendheden hadden zij weinig waarde. De Gaulle richtte zich nu op Frans-West-Afrika, dat bestond uit Senegal, Ivoorkust en Frans-Soedan (het huidige Mali). Frans-West-Afrika had een strategische ligging. Vooral Dakar was belangrijk: deze stad had de beste natuurlijke haven van de zuidelijke Atlantische Oceaan. Als de As-mogendheden hierover zouden kunnen beschikken, zou dit grote gevolgen kunnen hebben voor de geallieerde scheepvaart. De Britten waren het daarom eens met De Gaulle dat het beter zou zijn wanneer Dakar onder gezag van de Vrije Fransen zou staan.

    Er werd een operatie gepland. De Gaulle wilde voorkomen dat er strijd zou komen tussen Fransen onderling en hij hoopte daarom ook deze keer door middel van overreding zijn zin te krijgen. Op 23 september 1940 verscheen een geallieerde vloot, bestaande uit twee slagschepen, een vliegdekschip en een aantal transportschepen met in totaal 8.000 militairen voor Dakar. De geallieerden hoopten dat de stad, zich geconfronteerd ziende met deze troepenmacht, zich zou overgeven. Dit gebeurde echter niet en er braken schermutselingen uit tussen de geallieerde schepen en de verdedigers van de stad. De Gaulle had het aantal medestanders in Dakar schromelijk overschat. Op 25 september gaf De Gaulle opdracht om de actie te beëindigen, omdat hij meer strijd tussen Fransen onderling wilde voorkomen. De operatie was mislukt. De materiële gevolgen vielen mee, hoewel het Britse Revenge-class slagschip HMS Resolution behoorlijk beschadigd was door de kustartillerie van de haven van Dakar en de Vichy-Fransen twee onderzeeboten hadden verloren. Maar vooral politiek gezien was het een gevoelige nederlaag voor De Gaulle, die er in resulteerde dat West-Afrika nog lang Vichy-Frans zou blijven.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    kolonie
    Overzees gebiedsdeel.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    slagschip
    Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.

    Afbeeldingen

    Premier Paul Reynaud en de leden van zijn regering op 6 juni 1940. De Gaulle is de man in uniform rechtsachter. Bron: Assemblée nationale.
    Philippe Pétain, de leider van Vichy-Frankrijk, ontmoet Adolf Hitler, oktober 1940. Bron: Bundesarchiv.
    Pamflet waarin De Gaulle aan het Franse volk verkondigt dat de strijd nog niet opgegeven is. Bron: Assemblée nationale.
    Charles de Gaulle ontmoet Félix Éboué, de gouverneur van Tjaad. Hij sloot zich op 26 augustus 1940 aan bij de Vrije Fransen. Bron: United States Library of Congress.
    De Britse generaal Edward Spears en Charles de Gaulle zijn onderweg naar Dakar aan boord van het Nederlandse schip Westernland in september 1940. Bron: Imperial War Museum.

    Strijd om de Franse koloniën

    Conflict met Churchill

    In het Midden-Oosten bezat Frankrijk voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog twee mandaatgebieden: Syrië en Libanon. De Gaulle kende deze regio goed, omdat hij er twee jaar gestationeerd was geweest. De Gaulle hoopte deze gebieden onder controle van de Vrije Fransen te kunnen brengen. Hij probeerde dit eerst met onderhandelingen, maar de koloniale autoriteiten bleken niet bereid zich los te maken van Vichy-Frankrijk.

    Op 2 mei 1941 brak er in het Britse mandaatgebied Irak een gewapende opstand uit, die werd gesteund door nazi-Duitsland. De Vichy-regering gaf de Duitsers toestemming om gebruik te maken van een Syrische vliegbasis. De Gaulle had nu een goede reden om te pleiten voor de verovering van Syrië en buurland Libanon. Hij kreeg hiervoor nu ook militaire steun van de Britten. Op 8 juni 1941 startte de operatie: 20.000 geallieerde militairen, waaronder 7.000 Vrije Fransen, namen het op tegen 30.000 Vichy-Fransen. De Gaulle koesterde de hoop dat de Vichy-militairen zich snel zouden overgeven. Dit gebeurde echter niet en er ontspon zich een felle strijd, de Britten waren zelfs genoodzaakt om versterkingen aan te rukken. Nu was het offensief wel succesvol en op 21 juni 1941 werd Damascus veroverd en op 14 juli 1941 sloten de Britten en de Vichy-autoriteiten een wapenstilstand. De Gaulle werd buiten de onderhandelingen gehouden en de Vichy-Franse militairen werd bijna geen mogelijkheid geboden om zich bij de Vrije Fransen aan te sluiten. Ook verklaarde Churchill dat er vrije verkiezingen zouden moeten komen in de mandaatgebieden. De Gaulle was hier erg verbolgen over en liet dit ook duidelijk merken. Hij deed enkele anti-Britse uitspraken. Zo merkte hij op dat de Britten in Egypte ook geen vrije verkiezingen organiseerden en dat er andere belangrijkere zaken waren die meer prioriteit vergden, bijvoorbeeld het tegengaan van de opmars van Erwin Rommel in Afrika. Ook dreigde hij het bondgenootschap tussen de Vrije Fransen en Groot-Brittannië te verbreken. De Gaulle wekte met deze uitspraken de woede van Churchill op.

    De relatie tussen De Gaulle en Churchill was altijd al moeilijk geweest. In het begin van de oorlog had De Gaulle tegen een van de adviseurs van Churchill gezegd: "U denkt dat ik het belangrijk vind dat Engeland de oorlog wint. Dat vind ik niet. Ik ben alleen geïnteresseerd in de Franse overwinning." De Gaulle werd door tijdgenoten getypeerd als een onaangenaam mens: hij was kil, hooghartig, gereserveerd en bij tijd en wijle onbeschoft. Bij de terugkeer in Engeland van De Gaulle na de expeditie in het Midden-Oosten gaf Churchill de opdracht dat niemand De Gaulle mocht ontmoeten en dat hij gemeden moest worden. Op 12 september 1941 vond er desondanks toch een ontmoeting tussen Churchill en De Gaulle plaats. Deze verliep in het begin wat stroef, maar kende toch een positief einde. De Gaulle bood zijn excuses aan voor zijn gedrag en de kou was voorlopig uit de lucht.

    Op 24 september 1941 richtte De Gaulle tevens het Comité National Français (CNF) op. Dit comité opereerde als de Franse regering in ballingschap en had wetgevende bevoegdheid. Het werd echter niet als zodanig erkend door alle andere geallieerde mogendheden. Een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten, zou het Vichy-regime nog lang blijven beschouwen als de wettige regering van Frankrijk en zij spraken over het CNF als het Nationaal Vrije Comité.

    Strijd in Noord-Afrika

    Op 10 juni 1940 had Italië de oorlog verklaard aan Groot-Brittannië. Op 6 augustus was het Italiaanse leger Brits Somaliland binnengevallen en op 13 september 1940 volgde er een Italiaanse aanval op Egypte. De Italianen werden echter teruggedrongen door de Britten en zij waren genoodzaakt om hulp te vragen aan de Duitse bondgenoot. In maart 1941 landde daarop het Deutsches Afrikakorps (DAK) onder bevel van Erwin Rommel. Er ontspon zich een heen- en weer golvende strijd, waarin vooral in het begin Rommel grote vorderingen maakte. De Gaulle kon inmiddels beschikken over in totaal 70.000 Vrije Fransen, hoewel moet worden opgemerkt dat slechts de helft strijdvaardig was.

    In Noord-Afrika zou de eerste militaire triomf van de Vrije Fransen plaatsvinden. De 1ière brigade (eerste brigade) van de Vrije Fransen wist hier samen met een bataljon Joodse vrijwilligers (in totaal ongeveer 4000 man) onder leiding van de Franse général Marie-Pierre Kœnig bij het Libische Bir Hakeim tien dagen stand te houden tegen het leger van Rommel. Tijdens deze gevechten werden de Duitse en Italiaanse troepen zware verliezen toegebracht. Op 10 juni 1942 waren de Vrije Fransen weliswaar genoodzaakt om de stelling te verlaten, maar tweederde deel van hen wist de Britse linies te bereiken. De Franse militaire eer was bovendien gered. Toen De Gaulle hoorde over de gevechten bij Bir Hakeim was hij uitgelaten. In zijn memoires schreef hij: "O, het hart dat bonst van emotie, snikken van trots, tranen van vreugde." De vertraging van Rommel zorgde er bovendien voor dat de geallieerden een troepenconcentratie konden opbouwen bij El Alamein, waar het Afrikakorps in november 1942 een zware nederlaag zou lijden.

    Conflict tussen De Gaulle en Giraud

    Op 8 november 1942 voerden de geallieerden een landingsoperatie uit in Noord-Afrika. Tijdens deze operatie Torch werden meer dan 100.000 geallieerde troepen ontscheept op de kusten van Marokko en Algerije. De Gaulle was, waarschijnlijk op instigatie van de Amerikanen, buiten de invasieplannen gehouden en hoorde er pas van toen de landingen een feit waren. Naar verluidt was hij razend: "Ik hoop dat de Vichymensen hen terug in zee gooien," tierde hij. "Je krijgt Frankrijk niet door diefstal!" Dit gebeurde echter niet en Churchill slaagde er tijdens een persoonlijk gesprek in om De Gaulle te kalmeren.

    Er werd een aantal dagen strijd geleverd tussen de geallieerden en de Vichy-Fransen. Op 11 november 1942 gaf amiral (admiraal) François Darlan, de opperbevelhebber van de Vichy-Franse troepen, na onderhandelingen met de geallieerden, de opdracht dat de Vichy-getrouwen in Noord-Afrika de strijd moesten staken. Dit bevel werd opgevolgd door de meeste troepen. Alhoewel het niet lukte om de Franse vloot in handen te krijgen, zoals Churchill had gehoopt. Deze werd namelijk in opdracht van contre-amiral Jean de Laborde, toen Duitse troepen dreigden de schepen te veroveren, in de haven van Toulon tot zinken gebracht. De geallieerden verloren 2.225 man, van wie ongeveer de helft de dood had gevonden. De Vichy-Fransen hadden ongeveer 3.000 slachtoffers te betreuren. Op 14 november werd Darlan door de Amerikaanse generaal Dwight Eisenhower, de geallieerde opperbevelhebber van de troepen in Noord-Afrika, benoemd tot hoge commissaris van Frankrijk voor Noord- en West-Afrika. Dit werd voornamelijk gedaan om te voorkomen dat de Vichy-Fransen in opstand zouden komen en vanwege de snelle manier waarop Darlan de wapenstilstand in Afrika had bewerkstelligd.

    De Gaulle was echter woedend over deze beslissing: hij wilde dat de gebieden in Noord-Afrika in handen van de Vrije Fransen zouden komen en niet in die van een collaborateur. Darlan werd op 24 december 1942, waarschijnlijk vanwege zijn eerdere collaboratie met het Vichy-regime, in Algiers doodgeschoten door Fernand Bonnier de La Chapelle, een 20-jarige verzetsstrijder en monarchist. Darlan werd opgevolgd door Henri Giraud, die eveneens onder het Vichy-regime had gediend, maar die voor operatie Torch ook contact had gehad met de geallieerden en die het commando voerde over meer troepen dan De Gaulle. Vooral de Amerikanen hadden meer vertrouwen in Giraud dan in De Gaulle. De Gaulle aanvaardde voorlopig het leiderschap in Noord-Afrika van Giraud, maar de twee leefden op zeer gespannen voet.

    Tijdens de conferentie van Casablanca van 14 tot 24 januari 1943 dwongen Winston Churchill en Franklin Roosevelt De Gaulle en Giraud tot onderhandelingen om de geschillen op te lossen. Tot definitieve afspraken kwam men echter niet. De Gaulle weigerde onder Giraud te dienen. Hij verweet Giraud zijn aanvankelijke steun aan Pétain, zoals hij het zelf zei: "Er zijn geen goede Fransen, die mij niet gevolgd zijn." De beroemde foto die van de twee werd gemaakt en waarop ze elkaar de hand schudden, kwam tot stand onder druk van Churchill en Roosevelt.

    Tijdens deze conferentie had De Gaulle ook een onderhoud met de president van de Verenigde Staten. De Gaulle hoopte de president zo ver te krijgen dat hij het CNF zou erkennen als de voorlopige regering van Frankrijk. Roosevelt had De Gaulle altijd gewantrouwd vanwege zijn eigenzinnige optreden, ook vermoedde hij dat De Gaulle niet volmondig werd gesteund door de publieke opinie in Frankrijk. Roosevelt beargumenteerde dat hij het comité van De Gaulle niet kon erkennen, omdat dit niet op een democratische wijze was samengesteld. De Gaulle antwoordde daarop dat Jeanne d'Arc ook niet op een democratische wijze was verkozen. Toen Roosevelt later verzuchtte dat De Gaulle zichzelf wel heel sterk identificeerde met deze middeleeuwse heldin, die de Franse legers gedurende de Honderdjarige oorlog (1337-1453) met goddelijke hulp zou hebben bijgestaan, schijnt Churchill te hebben opgemerkt: "Ja, maar helaas staat mijn kerk het niet toe dat ik de maagd laat verbranden."

    Op 30 mei 1943 kwam De Gaulle aan in Algiers. Hij verplaatste de zetel van het CNF vanuit Londen naar deze Noord-Afrikaanse stad. Hij veranderde tevens de naam, voortaan heette het Comité Français de la Liberation (CFLN). Het was de bedoeling dat De Gaulle en Giraud het comité gezamenlijk zouden leiden. Dit bleek in de praktijk echter niet te werken. De Gaulle was een stuk populairder dan Giraud: hij had de steun van een groot deel van het verzet in Frankrijk. Een week nadat het CFLN was ingesteld, nam De Gaulle ontslag met het argument dat hij niet kon samenwerken met de Vichy-getrouwen in het comité. Giraud stemde hierop onder druk van de publieke opinie schoorvoetend in met een sterke toename van vertrouwelingen van De Gaulle in het comité om hem zodoende over te halen om terug te keren. De generaal wist Giraud door deze en andere politieke machinaties langzaam op een zijspoor te dwingen; hierbij geholpen door het feit dat Giraud politiek zeer onbedreven was en een aantal blunders maakte. Hij voerde bijvoorbeeld geen overleg met het CFLN, voordat hij op 11 september 1943 een invasie liet uitvoeren op Corsica (deze operatie was op voorhand overigens wel goedgekeurd door de Verenigde Staten). Op 2 oktober 1943 trad Giraud officieel af als vice-president. Toen de geallieerden er achter kwamen dat Giraud er nog een eigen spionagedienst op na hield, dwong De Gaulle hem bovendien om af te treden als opperbevelhebber van de Franse strijdkrachten.

    Definitielijst

    brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    collaboratie
    Medewerking vanuit de bevolking aan de bezetters, meer in het algemeen samenwerking verleend aan de vijand door zogeheten collaborateurs.
    El Alamein
    Stad in Noord-Afrika. De Slag bij El Alamein van oktober tot november 1942, vormde een keerpunt in de oorlog. De Duits/Italiaanse opmars in Noord-Afrika werd definitief gestopt door geallieerden.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    invasie
    Gewapende inval.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    operatie Torch
    Geallieerde amfibische landingen in Marokko en Algerije op 8 November 1942. Voorgaande namen van Torch zijn (zie) Gymnast en Super-Gymnast.

    Afbeeldingen

    Charles de Gaulle met de Britse premier Winston Churchill. De twee stonden op gespannen voet met elkaar. Deze foto werd op 13 januari 1944 genomen in Marrakesh, Marokko. Bron: The National Archives UK.
    Général Marie-Pierre Kœnig, zijn brigade van de Vrije Fransen wist bij het Libische Bir Hakeim tien dagen stand te houden tegen het Afrikakorps van Rommel.
    De geallieerde opperbevelhebber Dwight Eisenhower (links) met naast hem François Darlan, de opperbevelhebber van de Vichy-Franse troepen. Bron: U.S. National Archives.
    De Gaulle en Henri Giraud schudden elkaar met tegenzin de hand tijdens de conferentie van Casablanca in januari 1943. Achter hen zitten Churchill en Roosevelt. Bron: U.S. National Archives.
    Charles de Gaulle met zijn collega Charles Mast in Tuniseië, juni 1943.

    Bevrijding van West-Europa

    Italiaanse campagne

    Op 10 juli 1943 begon met de landing op Sicilië de geallieerde campagne in Italië. Op 14 juli werden de eerste onderdelen van de Franse strijdkrachten ingezet. Het ging hier voornamelijk om Goums, Marokkaanse hulptroepen die afkomstig waren uit het Chaouia-gebied in Centraal-Marokko. Voor de oorlog werden zij ingezet voor politiedoeleinde in het Atlasgebergte. Deze militairen konden daardoor goed opereren in bergachtig gebied en zij stonden bovendien bekend om hun uithoudingsvermogen en hun schietvaardigheid. In de Siciliaanse campagne zouden de Goums zich in positieve zin onderscheiden door hun vechtlust en doordat zij goed om konden gaan met de moeilijke terreinomstandigheden.

    Op 9 september 1943 begon met de geallieerde landingen bij Salerno de aanval op het Italiaanse vasteland. De invasie verliep in het begin moeizaam en de geallieerden dreigden zelfs te worden teruggedreven door de Duitsers. De geallieerden handhaafden zich echter en wisten later vooruitgang te boeken. Op 1 oktober 1943 werd Napels veroverd, maar hierna stokte de geallieerde opmars voor de Gustav-linie. Deze stelling (135 km ten zuiden van Rome) liep door bergachtig gebied, was sterk gefortificeerd en mede door de invallende winter vormde zij een vooralsnog onoverkomelijke hindernis.

    De Gaulle pleitte ervoor dat Franse troepen zouden worden ingezet in de Italiaanse campagne en dit werd toegestaan door Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Op 25 november 1943 landde een Frans expeditieleger onder bevel van général de brigade Alphonse Juin. Het Corps Expéditionaire Français (CEF), dat onderdeel zou gaan uitmaken van het Amerikaanse Fifth Army, dat gecommandeerd werd door Lieutenant General Mark Wayne Clark, zou een uiteindelijke sterkte krijgen van 65.000 militairen. Clark had gepleit voor het inzetten van de Fransen troepen en dan vooral de Noord-Afrikaanse eenheden. Deze konden goed overweg in het onherbergzame gebied, waarin gemechaniseerde oorlogvoering onmogelijk was en zij hadden zich op Sicilië reeds bewezen als goede soldaten. Het CEF werd gestationeerd op de rechter flank van het Fifth Army.

    Op 24 januari 1944 voerden de geallieerden een grootschalige aanval uit op de Gustav-linie. De Fransen wisten de rivier de Rapido over te steken en ten koste van duizenden doden en gewonden enkele kilometers terreinwinst te boeken. De Amerikanen konden echter geen doorbraak forceren. Midden februari 1944 moest de aanval worden gestaakt wegens de zware verliezen en omdat de troepen de uitputting nabij waren. De legers werden gereorganiseerd en er werden versterkingen aangevoerd. Het CEF werd voorlopig rust gegund. De rust duurde echter niet al te lang. Het Franse expeditiekorps werd overgeplaatst naar een nieuwe frontsector, ten zuiden van het Liri-dal. Op 11 mei ging zij opnieuw in het offensief. Deze aanval was onderdeel van een grootschalige operatie, waarbij behalve Franse, ook Amerikaanse, Britse en Poolse (het 2e Poolse Korps) eenheden bij betrokken waren. De operatie was succesvol en de Duitse verdedigingslinie werd eindelijk doorbroken. De geallieerde opmars verliep nu vrij goed en op 4 juni 1944 werd Rome bevrijd.

    Voorbereidingen op D-Day

    Roosevelt verordonneerde dat De Gaulle niet mocht worden betrokken bij de voorbereidingen van D-Day. Een factor die hier een rol bij speelde was dat de Vrije Fransen met een verouderd codesysteem werkten dat gekraakt was door de Duitse inlichtingendienst. Churchill pleitte er toch voor dat hij vlak voor de invasie in Normandië werd ingelicht. Dit gebeurde ook, maar De Gaulle werd wel duidelijk gemaakt dat de veroverde Franse gebieden voorlopig nog niet onder zijn gezag zouden komen. Tot er verkiezingen zouden kunnen worden gehouden, zouden alle bevrijde gebieden worden geleid door een voorlopig militair bestuur. De Gaulle was hier zeer ontstemd over: "Verbeeld u zich dat ik mijn kandidatuur voor het gezag in Frankrijk bij Roosevelt of bij u (Churchill) moet indienen. De Franse regering bestaat. Politiek en bestuur zijn onze zaken."

    Een week na de invasie werd het De Gaulle desondanks toegestaan dat hij een bezoek bracht aan Bayeux, één van de eerste Franse steden die was bevrijd. In weerwil van de Amerikanen installeerde hij hier een aan hem gehoorzamend voorlopig bestuur onder leiding van een plaatselijke verzetsstrijder. De Britten en Amerikanen beseften nu pas goed hoe populair De Gaulle was onder de Franse bevolking. Het gehele Franse verzet steunde de generaal en de Amerikanen konden niet anders toestaan dan dat de voorlopige Franse regering, onder leiding van De Gaulle, de macht kreeg in de bevrijde Franse gebieden. Op 15 augustus 1944 vond in Zuid-Frankrijk tussen Toulon en Cannes, een tweede geallieerde landing plaats (operatie Anvil). Aan deze operatie namen ook troepen van de Vrije Fransen deel, namelijk het 1ière armée onder commando van generaal Jean de Lattre de Tassigny. De operatie werd een succes, Toulon en Marseille werden bevrijd.

    Na de geallieerde uitbraak uit Normandië eind juli 1944 verliep de opmars zeer voorspoedig. De Vrije Fransen konden inmiddels beschikken over een troepenmacht van in totaal een half miljoen manschappen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat deze troepenmacht geheel door de Amerikanen was uitgerust. De Gaulle erkende dat de Franse troepen volledig afhankelijk waren van de welwillendheid van de Verenigde Staten. Helaas waren de Amerikanen volgens hem echter niet altijd zo welwillend, waardoor de Franse troepen zich moesten bedienen van allerlei kunstgrepen waaronder fraude en diefstal om de nodige bevoorrading te verkrijgen.

    De Gaulle had geëist dat Franse troepen Parijs mochten bevrijden en omdat de militaire waarde van de stad gering was, stemde Eisenhower hiermee in. Nadat het Parijse verzet eind augustus 1944 in opstand was gekomen, kreeg de 2ième division blindée van Jacques-Philippe Leclerc de opdracht om de stad te bevrijden. Er volgden felle gevechten, maar op 25 augustus gaven de Duitse troepen zich over.

    Op 26 augustus 1944 hield De Gaulle een triomfantelijke intocht in de stad, hoewel er nog Duitse sluipschutters actief waren. Er volgde een overwinningsmis in de Notre-Dame en De Gaulle hield een later beroemd geworden toespraak: "Paris outragé, Paris brisé, Paris martyrisé, mais Paris libéré" (Parijs is onteerd, Parijs is gebroken, Parijs is gemarteld, maar Parijs is bevrijd). De voorlopige regering verhuisde van Algiers naar Parijs. Op 9 september 1944 presenteerde De Gaulle zijn nieuwe regering, met daarin veel verzetslieden, maar ook een aantal Vichy-bestuurders, die op het laatste moment waren overgelopen naar de Vrije Fransen. Op 21 oktober 1944 werd deze regering officieel erkend door de Verenigde Staten. De Gaulle reageerde hier vrij nuchter op: "De Franse regering constateert tevreden dat zij thans bij haar naam word genoemd."

    Verder verloop van de strijd

    Na de verovering van Parijs waren de problemen voor Frankrijk nog lang niet voorbij. De infrastructuur van het land was zwaar beschadigd, de voedselvoorziening was problematisch, er was een groot gebrek aan grondstoffen en de hoge inflatie zorgde voor grote problemen. Door een loonsverhoging door te voeren van maar liefst 40 % en de circulatie van papiergeld te beperken, trachtte de regering onder leiding van De Gaulle de economie te stabiliseren en de geldontwaarding te stoppen. Ook schreef de regering een grote staatslening uit waar Franse burgers op konden intekenen. Dit gebeurde massaal. In zijn memoires spreekt De Gaulle over een opbrengst van 165 miljard Francs. Hierdoor verkreeg de Franse overheid de benodigde financiële middelen.

    Ondertussen werd er nog steeds strijd geleverd op Frans grondgebied, zoals in de Vogezen en in de Elzas. De oorlog leek reeds gewonnen, maar de Duitsers boden nog steeds hevige weerstand. De Gaulle vond dit zelf overigens niet erg. In zijn memoires schreef hij: "De tijd die nog zou verlopen tot het einde van de vijandelijkheden, zou ons in staat stellen om tijdig het ons toekomende te verkrijgen." Op 23 november 1944 veroverde Leclerc met zijn 2ième division blindée Straatsburg, de hoofdstad van de Elzas.

    Na het Ardennenoffensief en een Duitse tegenaanval in de Elzas (operatie Nordwind) wilde Eisenhower zijn troepen echter hergroeperen en hij gaf de opdracht dat de 6th Army Group van Lieutenant General Jacob Devers zich terug moest trekken in de Vogezen. Dit zou echter betekenen dat Straatsburg weer ontruimd zou moeten worden. De Gaulle weigerde dit te aanvaarden en hij gaf daarop de opdracht aan de Franse troepen dat de order van Eisenhower genegeerd moest worden. Dit resulteerde in een hoogoplopend conflict tussen De Gaulle en Eisenhower. Eisenhower dreigde dat hij het Franse leger niet meer zou laten bevoorraden, als niet aan zijn orders gehoor werd gegeven. De Gaulle gaf daarop aan dat in dat geval de Amerikanen en Britten geen toegang meer zouden krijgen tot de Franse spoorwegen en het communicatienetwerk. Churchill moest worden overgevlogen uit Engeland om te bemiddelen tussen de twee kemphanen. De Britse premier besefte wat voor symbolische waarde de stad Straatsburg voor de Fransen had en pleitte voor het standpunt van De Gaulle. Daar kwam nog bij dat begin januari 1945 het front gestabiliseerd was en dat de ontruiming van Straatsburg daardoor niet meer noodzakelijk was.

    Op 9 februari 1945 viel Colmar, hiermee begon de laatste fase van de strijd op Frans grondgebied. Eind maart 1945 staken de Franse legers de Rijn over en betraden hiermee voor het eerst Duits grondgebied. De Duitse steden Karlsruhe, Stuttgart, Freudenstadt en Ulm werden nog bezet, voordat Duitsland op 8 mei 1945 zou capituleren.

    Definitielijst

    brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    D-Day
    De dag dat de invasie van West-Europa plaatsvond op 6 juni 1944. Na een lange misleidingsoperatie vielen de geallieerden op vijf plaatsen op de Normandische kust de stranden binnen om zo hun opmars naar Nazi-Duitsland te beginnen. Hoewel D-Day vaak als Decision Day wordt gezien, is dit niet geheel correct. De D staat in dit geval gewoon voor Day, in het militaire jargon wordt namelijk gesproken van een operatie op Dag D, beginnend op Uur U.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    inflatie
    Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
    invasie
    Gewapende inval.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    operatie Anvil
    Geplande Geallieerde amfibischelanding op de Franse Middellandse zeekust, tegelijk met de D-Day landing in Normandië. Werd uitgesteld vanwege een tekort aan landingsboten. De codenaam Anvil werd op 27 juli 1944 veranderd in Dragoon.

    Afbeeldingen

    Alphonse Juin, op 25 november 1943 landde in Italië een expeditieleger van de Vrije Fransen onder zijn bevel.
    Charles de Gaulle spreekt op 20 augustus 1944 vanaf het balkon van het gemeentehuis van Cherbourg in Normandië het volk toe. Bron: U.S. National Archives.
    Charles de Gaulle en zijn entourage vieren op de Champs Elysees de bevrijding van Parijs, 26 augustus 1944. Bron: Imperial War Museum.
    Jacques-Philippe Leclerc de Hautecloque, de commandant van 2ème division blindée, onder andere verantwoordelijk voor de verovering van Straatsburg.

    Politieke carrière in naoorlogs Frankrijk

    Positie van Frankrijk na de oorlog

    De Gaulle droomde ervan om de positie van Frankrijk als grote mogendheid weer in ere te herstellen. Door de strijd was dit echter niet mogelijk, Frankrijk kon slechts tien divisies leveren aan de geallieerde strijdmacht en dat was niet veel meer dan een schijntje. Toch hoopte De Gaulle dat Frankrijk zou worden aangemerkt als één van de grote geallieerde mogendheden. Op 12 september 1944 verklaarde hij tijdens een vergadering: "Wij geloven dat het een grote vergissing zou zijn om iets te beslissen over Europa, zonder ons. Elk menselijk bouwplan zou willekeurig en vergankelijk zijn, wanneer La France haar zegel er niet aan zou hebben gehecht."

    Dit bleek ijdele hoop. Voor Franklin Roosevelt had Frankrijk in 1940 al afgedaan als grote mogendheid toen het land zo snel gecapituleerd had voor de Duitse troepen. Joseph V. Stalin verklaarde dat hij een land dat minder dan vijf miljoen soldaten had geleverd niet serieus nam. Alleen Winston Churchill had iets met Frankrijk. Churchill geloofde dat het belangrijk was dat er op het Europese continent een goed machtsevenwicht (balance of power) moest zijn. Frankrijk speelde hierin volgens hem een grote rol. Ook zag hij in het sterke leiderschap van De Gaulle een goede garantie dat het land niet in communistische handen zou vallen. De kans hierop was namelijk reëel, de communisten waren in het naoorlogse Frankrijk sterk vertegenwoordigd.

    Op de conferenties van Jalta (februari 1945) en Potsdam (juli-augustus 1945) werd De Gaulle echter niet uitgenodigd. Op deze conferenties werd de naoorlogse verdeling van Europa besproken. De Gaulle sprak later honend over ontmoetingen tussen een verlamde (Roosevelt), een alcoholist (Churchill) en een paranoïcus (Stalin). De Gaulle was duidelijk gekrenkt dat hij niet in Jalta was uitgenodigd. Toen Roosevelt De Gaulle vroeg om hem na de conferentie te ontmoeten in Algiers, weigerde De Gaulle dit botweg. "Als Roosevelt De Gaulle met goede bedoelingen had willen ontmoeten, waarom had hij hem dan niet uitgenodigd om naar De Krim te komen?", vroeg hij zich af in zijn memoires. Een andere reden die hij gaf voor zijn afwijzing was dat de Franse president niet kon worden uitgenodigd door de Amerikaanse president om hem in Frankrijk te ontmoeten (Algerije was destijds nog een deel van Frankrijk).

    Toch mocht De Gaulle niet ontevreden zijn over de uitkomsten van deze conferentie. Er werd afgesproken dat Frankrijk betrokken zou zijn bij de vredesonderhandelingen met nazi-Duitsland en Frankrijk kreeg ook een bezettingszone in Duitsland en Oostenrijk toebedeeld. Ook werd het land één van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die in 1945 werd opgericht. Frankrijk mocht zich (samen met Groot-Brittannië, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten) tot de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog rekenen en werd dus toch aangemerkt als één van de grotere geallieerde mogendheden. Deze verdiensten waren voornamelijk te danken aan het werk van Charles De Gaulle.

    De Gaulle als premier van Frankrijk (1944-1946)

    Na de oorlog was De Gaulle de vrijwel onbetwiste leider van de Fransen. Hij werd op 13 november 1945 premier van de eerste naoorlogse regering, waar nu ook de communisten deel van uitmaakten. Deze partij had tijdens de verkiezingen van 21 oktober 1945 namelijk de meeste zetels gehaald. De Gaulle wilde de door hem zo verfoeide Derde Franse Republiek, met haar constante politieke twisten, vervangen door een staatsvorm waarbij de uitvoerende macht versterkt zou worden en de president een belangrijkere positie zou krijgen. Toen bleek dat het parlement dergelijke veranderingen niet wilde doorvoeren in de nieuw te schrijven grondwet trad De Gaulle in januari 1946 terug uit de politiek. Zelf zei hij hierover: "De alleenheerschappij der partijen is herleeft. Ik keur dit af, maar tenzij door de gewelddadige instelling van een dictatuur, die ik niet wens en die ongetwijfeld tot verderf zou leiden, beschik ik niet over de middelen om dit experiment te beletten. Ik moet dus heen gaan. Vandaag nog richt ik tot de president van de nationale vergadering een brief waarin ik hem mededeling doe van het ontslag van de regering."

    1946-1958

    Naar eigen zeggen hield de Gaulle zich de volgende twaalf jaren (1946-1958) afzijdig van de politiek. Dit klopt echter niet. In 1947 richtte de Gaulle de Rassemblement du Peuple Française (RPF) op. Deze politieke partij vertegenwoordigde de Gaullistische ideologie en verzette zich tegen de nieuwe grondwet van de Vierde Franse Republiek. Ondanks dat de partij in 1951 bij de parlementsverkiezingen meer dan 20% van de stemmen verkreeg, kreeg de beweging nooit een echte machtspositie. In 1954 verliet De Gaulle daarop de partij. In de komende vier jaar (1954-1958) trok De Gaulle zich, naar zijn zegge in bittere berusting, terug in zijn buitenhuis in Colombey-les-Deux-Églises in de Champagnestreek, waar hij zich bezighield met het schrijven van zijn memoires.

    Definitielijst

    dictatuur
    Staatsvorm waarbij de macht in een land in de handen is van één persoon, de dictator. Oorspronkelijk een Romeinse staatsvorm voor tijden van nood, waarbij de totale macht 6 maanden in de handen lag van één persoon om de crisis het hoofd te bieden.
    ideologie
    Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
    Krim
    Schiereiland in Oekraïne, aan de noordkust van de Zwarte Zee, in het noorden met het vasteland verbonden door de 4 km brede Landengte van Perekop, in het oosten grenzend aan de Zee van Azov en de Straat van Kertsj.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    De Gaulle met de Amerikaanse president Harry Truman in de tuin van het Witte Huis in Washington, 22 augustus 1945. Bron: U.S. National Archives.
    Verkiezingsposter van De Gaulle als leider van de Rassemblement du Peuple Française (RPF). Bron: Assemblée nationale.
    In 1954 trok De Gaulle zich terug in dit buitenhuis in Colombey-les-Deux-Églises in de Champagnestreek, waar hij zich bezighield met het schrijven van zijn memoires. Bron: Wikimedia Commons.

    Terugkeer in de politiek

    De terugkeer van De Gaulle

    1954 was ook het jaar dat in Algerije een opstand uitbrak tegen het Franse koloniale gezag. De Franse troepen hadden zich eerder dat jaar na de verloren slag bij Dien Bien Phu moeten terugtrekken uit Frans Indochina. Een dergelijke smadelijke nederlaag wilden zij niet nogmaals lijden en zeker niet in Algerije. Algerije werd namelijk niet gezien als een kolonie, maar als een integraal onderdeel van Frankrijk, mede omdat er meer dan een miljoen personen van Franse origine woonachtig waren. Het was daarom ondenkbaar dat er afstand van zou worden gedaan. De oorlog escaleerde al snel in een spiraal van geweld tussen de opstandelingen en de Franse troepen. Er vielen tienduizenden doden en hoewel de slag om Algiers in maart 1957 werd gewonnen door het Franse gezag, slaagden zij er niet in om de opstand te onderdrukken.

    In mei 1958 kwamen de Franse militairen in Algerije in opstand tegen de regering, die volgens hen niet krachtdadig genoeg optrad. Naar verluidt werd deze revolte aangewakkerd door vertrouwelingen van De Gaulle. Zij deden een beroep op de generaal en vroegen of hij de macht wilde overnemen. Op dit moment was het uitbreken van een burgeroorlog in Frankrijk zeker niet ondenkbeeldig. De opstandige Franse troepen hadden al plannen klaarliggen voor een aanval op Parijs. Op 29 mei 1958 deed het Franse parlement eveneens een beroep op De Gaulle. De Gaulle verklaarde dat hij de macht wilde overnemen, maar dan wilde hij wel de beschikking krijgen over speciale volmachten, zes maanden zonder parlement regeren en een nieuwe grondwet opstellen. Tegen de beschuldigingen dat zijn voorstellen semifascistisch aandeden, bracht hij het volgende in: "Ik heb de Republiek in 1944 hersteld. Denkt u dat ik op mijn zevenenzestigste een carrière als dictator ga beginnen?"

    Op 1 juni 1958 werd De Gaulle door het Franse volk verkozen tot president. Vier maanden later (28 september 1958) stemde het Franse volk in met de grondwetswijziging, die het begin vormde van de Franse Vijfde Republiek, die tot op de dag van vandaag bestaat en gekenmerkt wordt door een president met veel uitvoerende macht en een bescheiden rol voor het parlement.

    Einde van de oorlog in Algerije

    De opstandige militairen en kolonisten in Algerije dachten dat De Gaulle de problemen in het land definitief zou oplossen. Op 4 juni 1958 bezocht De Gaulle Algiers en sprak hij de beroemde woorden: "Je vous ai compris" (ik heb u begrepen). De kolonisten gingen ervan uit dat dit betekende dat Algerije Frans zou blijven. Bij De Gaulle drong echter langzaam het besef door dat het kolonialisme had afgedaan en dat de oorlog in Algerije niet gewonnen kon worden. Ook verdeelde de Algerijnse oorlog het land in voor- en tegenstanders en riep het bloedige conflict internationaal steeds meer kritiek op. De Gaulle riep de opstandige militairen tot de orde en plaatste er een aantal over. Een jaar later maakte hij bekend dat de bevolking zich middels een referendum mocht uitspreken over de toekomstige situatie, onafhankelijkheid of niet. De Algerijnen kozen voor zelfstandigheid en op 3 juli 1962 werd het land onafhankelijk verklaard. De beëindiging van de oorlog in Algerije wordt door historici als een van de grootste prestaties van De Gaulle gezien.

    Een groot deel van de Franse bevolking was het eens met de Algerijnse onafhankelijkheid. De voormalige Franse kolonisten en militairen die in Algerije hadden gevochten, waren dit echter niet. De onafhankelijkheid betekende immers dat zij jarenlang voor niets hadden gevochten en geleden. Een aantal hoge Franse officieren richtte daarom de Organisation de l'Armée Secrète (OAS) op, de organisatie van het geheime leger. Deze terreurorganisatie probeerde door middel van bomaanslagen en moorden op prominenten te bewerkstelligen dat de strijd in Algerije zou worden voortgezet. Ook wilde zij wraak op degenen die hadden meegewerkt aan de onafhankelijkheid van het land. De OAS telde meer dan 3.000 leden en bestond voornamelijk uit (oud)-militairen. Door deze ervaring opereerde de organisatie zeer doeltreffend. Men schat dat tussen 1961 en 1962 als gevolg van acties door het OAS tussen de 3.000 en 12.000 personen zijn omgekomen.

    De Gaulle vormde als initiator van de Algerijnse onafhankelijkheid één van de hoofddoelwitten van de OAS. Hij ontsnapte ternauwernood aan meerdere aanslagen. Op 8 september 1961 ontplofte een bermbom op het moment dat de auto van De Gaulle voorbijreed, maar deze bom maakte geen slachtoffers. Op 22 augustus 1962 werd de auto van De Gaulle onder vuur genomen, toen De Gaulle terugkeerde van een kabinetsvergadering. Er werden maar liefst 187 kogels afgevuurd, maar de auto werd slechts 14 keer geraakt en er vielen geen slachtoffers. De laconieke reactie van De Gaulle was dan ook: "Zij kunnen echt slecht schieten." Nadat een aantal topfiguren van de OAS was opgepakt, waaronder de leider, de oud-legerofficier Raoul Salan, viel de organisatie vrij snel uit elkaar.

    De Gaulle als president

    De Gaulle hoopte nog steeds dat hij Frankrijk de grandeur kon teruggeven die het in vroegere eeuwen had gehad. Hij hoopte dit onder meer te bereiken door een sterk continentale Europese samenwerking te bewerkstelligen, waarin Frankrijk de leiding zou hebben (de EEG) en waarin geen plaats was voor Groot-Brittannië . De EEG (Europese Economische Gemeenschap) was opgericht op 25 maart 1957 en bestond oorspronkelijk uit zes landen: België, Luxemburg, Nederland, Frankrijk, Italië en West-Duitsland. Het doel van de organisatie was door onderlinge economische samenwerking de welvaart te vergroten en de kans op conflicten te verkleinen. De Gaulle weigerde een deel van de nationale soevereiniteit over te dragen aan de supranationale instellingen van de organisatie, zoals de Europese Commissie. Hij hoopte de EEG om te kunnen vormen tot een statenbond, die onafhankelijk van de VS zou opereren. De politici van de andere EEG-lidstaten verzetten zich hier echter tegen, waardoor hier niets van terecht kwam. Groot-Brittannië werd door De Gaulle gezien als een verlengstuk van de Verenigde Staten en hij wilde de invloed van dat land op Europa juist terugdringen. Daarom stond hij niet toe dat Groot-Brittannië lid werd van de EEG. Ook zou het land volgens hem politiek en economisch te veel verschillen van de andere Europese lidstaten. In 1963 en 1967 sprak hij daarom zijn veto uit over een Brits toetreden tot de EEG. De Gaulle wilde ook dat Frankrijk de beschikking zou krijgen over eigen atoomwapens, zodat men niet meer afhankelijk zou zijn van bescherming door de VS bij een mogelijke oorlog met de Sovjet-Unie. Hij probeerde er ook voor te zorgen dat Frankrijk in de NAVO evenveel te zeggen zou krijgen als de VS. Toen dat niet bleek te gaan, reageerde De Gaulle hierop door in maart 1966 uit het militaire commando van de NAVO te stappen en alle Amerikaanse militairen het land uit te zetten. Dean Rusk, de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, vroeg cynisch of dit ook gold voor de in de Eerste en Tweede Wereldoorlog gesneuvelde Amerikaanse militairen die in Frankrijk begraven lagen. De Gaulle gaf hierop geen antwoord. Later werd duidelijk dat De Gaulle niet van plan was om de NAVO definitief te verlaten. Frankrijk bleef lid van de politieke tak van de organisatie. In 1967 werd bovendien afgesproken dat het land bij een eventuele aanval door de Sovjet-Unie zou optreden als volledig lid van de NAVO.

    Definitielijst

    kolonie
    Overzees gebiedsdeel.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Charles de Gaulle in zijn rol als 18e president van de Franse Republiek.
    President De Gaulle ontmoet Bondskanselier Konrad Adenauer, 18 juli 1961. Bron: Bundesarchiv.
    De Gaulle (in het kenmerkende uniform met de kepi) is aanwezig bij de begrafenis van de Amerikaanse president John F. Kennedy, 25 november 1963. Bron: JFK Library.
    De Gaulle in 1969 tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse president Nixon in het Witte Huis. Bron: U.S. National Archives.

    Een groot staatsman

    Aftreden en overlijden van De Gaulle

    De Gaulle bleef bijna 10 jaar aan de macht. In mei 1968 braken er echter grootschalige studentendemonstraties uit in Parijs. De studenten eisten vernieuwing van het in hun ogen verroeste bestel. De protesten verspreidden zich snel en mondden uit in massale stakingen. De Gaulle was dusdanig geschokt dat hij een bezoek bracht aan de in West-Duitsland gelegerde Franse troepen om zich van hun loyaliteit te overtuigen. De Gaulle schreef een referendum uit over een grondwetsherziening, die gericht was op sociale en economische vernieuwingen. Hij stelde de kiezers voor de volgende keuze: zij konden instemmen met het voorstel of hij trad af. De kiezers verwierpen de grondwetsherziening en Charles de Gaulle deed wat hij beloofd had. Op 27 april 1969 trad hij af als president.

    De Gaulle trok zich terug in zijn huis in Colomby-les-Deux-Églises. Hier overleed hij onverwachts op 9 november 1970 aan een gebroken slagader. Op zijn eigen verzoek werd hij begraven op het plaatselijke kerkhof, naast zijn dochter Anne (die reeds in 1948 was overleden).

    Nawoord

    Charles de Gaulle is zonder twijfel de persoon die het meest bepalend is geweest voor Frankrijk gedurende de 20e eeuw. Door zijn onverzettelijke houding en eigenzinnige optreden, streek hij vele mensen tegen de haren in. Het verhaal gaat dat Churchill na de oorlog zou hebben opgemerkt: "Ik heb tijdens de oorlog veel kruizen te dragen gehad, maar het zwaarste kruis was het kruis van Lotharingen." (Het kruis van Lotharingen was het symbool van de Vrije Fransen.) Boris Johnson toont in zijn boek De Churchill factor aan dat deze uitspraak niet door Churchill zelf werd gedaan, maar door major general Edward Spears, een speciale gezant van Churchill in Frankrijk.

    Charles de Gaulle wist Frankrijk echter twee keer te redden van de ondergang. In 1940 voorkwam hij de totale overgave van het land door de strijd vanuit Londen voort te zetten en wist hij Frankrijk uiteindelijk te positioneren als één van de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog. In 1958 behoedde hij het land voor een burgeroorlog en wist hij de Algerijnse kwestie op te lossen.

    Toen de bevolking duidelijk maakte dat zijn regime niet meer gewenst was, trad hij zonder morren af. Hij werd echter niet vergeten. Zijn naam leeft voort in het grootste vliegveld van Frankrijk (Aéroport de Roissy Charles De Gaulle) en in één van de bekendste pleinen van Parijs (Place Charles de Gaulle). Bij Colomby-les-Deux-Églises is een monument geplaatst in de vorm van een ruim 44 meter hoog kruis van Lotharingen. Er zijn meer dan 3000 straten in Frankrijk naar hem vernoemd en er zijn meerdere musea aan hem gewijd. Op 4 april 2005 werd Charles de Gaulle verkozen tot grootste Fransman aller tijden.

    Afbeeldingen

    Het graf van Charles de Gaulle op het plaatselijke kerkhof van Colombey-les-Deux-Églises. Bron: Wikimedia Commons.
    Het ruim 44 meter hoge kruis van Lotharingen bij Colombey-les-Deux-Églises ter herinnering aan Charles de Gaulle. Bron: Wikimedia Commons.

    Bronnen

    Onderscheidingen

    Gaulle, Charles de* 22 november 1890
    † 9 november 1970

    meer

    Gerelateerde bezienswaardigheden