'Het is een heel ander boek geworden'

    In april van dit jaar verschijnt de rijkelijk aangevulde en geheel herziene editie van Ook gij behoort bij ons, het boek van Alex Dekker over het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK). En het zal waarschijnlijk zijn laatste werk niet zijn als het om aan de Tweede Wereldoorlog gerelateerde thema’s gaat.

    Alex Dekker komt uit Alkmaar en zal nog een paar weken voor de klas staan. In goed overleg houdt hij daar per 1 februari aanstaande mee op, om echt verder te gaan als schrijver. Maar nu al leven van het schrijverschap, dat zit er niet in. Enorme commerciële successen zijn z’n boeken niet. “Van Mijn opa was een Duitser zijn nu misschien 600 exemplaren verkocht. Nu maakt me dat niet zoveel uit, na 1 februari denk ik daar allicht anders over. Ik zal dan naast mijn schrijverschap ‘gewoon’ moeten werken en dat zal ik ook zeker doen. Of ik er ooit echt van kan leven durf ik niet te zeggen. Het spreekt wel in mijn voordeel dat ik vrij gemakkelijk schrijf, mits een onderwerp mijn belangstelling heeft. Ik laat het maar gewoon een beetje op me afkomen.”

    Inmiddels heeft Dekker drie boeken op zijn naam staan: Ook gij behoort bij ons (eerste twee drukken uitverkocht), Mijn opa was een Duitser en Hitler in begrijpelijke taal. Dat laatste boek verscheen enkele maanden geleden en kwam op onconventionele wijze tot stand. “Ik was op internet aan het zoeken met termen als ‘tekstschrijver gezocht’ en ‘auteur gezocht’, toen die laatste tot mijn grote verbazing nog een resultaat opleverde ook. Men zocht iemand om een soort inleidend boek vol feiten over Hitler te schrijven, in voor iedereen te begrijpen taal. Op die functie heb ik gesolliciteerd en ik ben nog aangenomen ook, met Hitler in begrijpelijke taal als resultaat. Het was meer een kwestie van samenstellen op basis van vele andere boeken want eigen onderzoek kwam er niet aan te pas.”

    Reacties
    Dit in tegenstelling tot Ook gij behoort bij ons. Met deze slogan wierf de NSKK leden in Nederland. Dit paramilitaire onderdeel van de NSDAP deed onder meer dienst als transport- en bevoorradingseenheid van het Duitse leger. Het boek van Dekker over deze organisatie en de Nederlanders die er dienden verscheen in 2005 en werd twee jaar later door een tweede druk gevolgd. In april volgt de derde druk, door ontwikkelingen in de tussenliggende jaren geheel anders dan de eerste en tweede druk. Maar eerst naar de oorsprong van de publicatie.

    “Als leraar liep ik begin deze eeuw echt een beetje tegen die lange zomervakanties op. Om wat te doen te hebben besloot ik maar eens uit te vinden of er voor mij niets te onderzoeken viel, en aangezien ik geschiedenis heb gestudeerd lag een historisch onderwerp voor de hand, meer specifiek dus een aan de oorlog gerelateerd onderwerp. Ik heb toen een reeks onderwerpen op een rij gezet waarvan ik dacht: die zijn interessant maar er is eigenlijk niets over te vinden. Is dat terecht of is er gewoon nog nooit wat met de beschikbare informatie gedaan? Over het NSKK bleek er in de archieven genoeg te vinden om tot een boek te verwerken dat in 2005 verscheen. Achteraf bezien was dat echter meer een soort opzet tot het uiteindelijke boek.”

    Want op die eerste versie kwamen reacties, alsmede via-via-via een “dossier van zo’n vijf centimeter dik met allemaal namenlijsten van Nederlanders die bij het NSKK hadden gezeten. In het kader van mijn boek was dat dossier natuurlijk goud waard”, aldus Dekker, “want op basis daarvan kon ik weer verder onderzoek gaan doen: eerst bij het NIOD, later onder meer bij het Nationaal Archief.” En ook op de tweede editie kwamen reacties, onder meer in de vorm van persoonlijke verhalen en foto’s.

    “Ik heb onder meer mogen spreken met een voormalig NSKK’er die me toestemming gaf zijn verhaal in mijn boek te verwerken”, vertelt Dekker. “Ik kon andere dossiers inzien, en opeens wisten heel veel nabestaanden van Nederlandse NSKK’ers mij te vinden. Met sommigen daarvan had ik al eerder contact gehad maar nu kwam er weer van alles aan voor mij nieuwe informatie los. Dankzij een dochter van een NSKK’er ging ik van een handvol naar een heleboel foto’s. En in tegenstelling tot de eerste druk, die ik zelf verzorgde, kwam er nu vanuit Just Publishers een professionele redacteur aan te pas. Er zijn ook passages uit de oorspronkelijke versie geschrapt, de opzet is veranderd. Al met al is het een heel ander boek geworden, veel completer ook.”

    Goed en fout
    Van het één kwam het ander, dat is wel duidelijk. Dekker vertelt het alsof het hem ook maar zo’n beetje overkomen is. “Niet dat het allemaal vanzelf is gegaan, zeker in aanloop naar de eerste publicatie ben ik de moed ook wel eens verloren. Maar steeds komt uit het ene weer het andere voort. En dan heb je drie boeken geschreven, waarvan één nu aan zijn derde druk toe is. Nu zit ik in een rustige periode, en dan komt dat besef: ik heb er nooit over nagedacht of bij stilgestaan, het was ook niet oorspronkelijk de bedoeling, maar voor mijn gevoel was ik opeens schrijver. Verbazingwekkend.”

    Als schrijver probeert hij zich van oordelen te onthouden; dat laat hij liever aan de lezers over. “Tijdens mijn studie geschiedenis heb ik geleerd alles van zoveel mogelijk kanten te bekijken. Maar het vreemde was: voor de Tweede Wereldoorlog ging die vlieger niet op. Daar had je goed en fout en waren alle Duitsers moffen en dus ook nazi’s. Als een soort hemelbestormer heb ik toen besloten dat ook onderwerpen inzake de oorlog feitelijk moeten worden benaderd, zonder dat de historicus een oordeel velt. Toen ik een paar jaar later begon te schrijven heb ik zo veel mogelijk geprobeerd die denkwijze ook toe te passen. Dat geldt voor al mijn boeken. De lezer moet zelf oordelen.”

    Het hele verhaal
    En dus bleef ook de emotie weg uit Mijn opa was een Duitser. Het boek vertelt het levensverhaal van Dekker’s grootvader Herbert Noah. Curieus genoeg wilde hij dat verhaal eigenlijk helemaal niet schrijven. Maar via Hans van Maar van Just Publishers en het tijdschrift Wereld in oorlog kwam het er uiteindelijk toch van.

    “Hans vroeg mij een stuk te schrijven voor Wereld in Oorlog. Ik had geen onderwerp voorhanden maar was al wel met de geschiedenis van mijn opa bezig. Daar schreef ik een artikel over en dat werd geplaatst, maar ik keek wel uit om ook maar een hint te geven dat die Duitse soldaat mijn eigen opa was. Hans vond het een prima artikel, maar gaf ook aan iets te missen. Na een beetje heen en weer mailen en van mijn kant toch wel wat opspelende emoties gaf ik toe dat het artikel over mijn eigen grootvader ging. Daarop kreeg ik min of meer de instructie voor het volgende nummer het hele verhaal te vertellen, dus inclusief mijn redenen om niet over mijn opa te willen praten.”

    Aangezien Dekker dat echt niet wilde ging hij niet meteen akkoord, maar het artikel kwam er uiteindelijk toch. “Toen was bekend dat ik de kleinzoon van een Duitser was, en was er eigenlijk geen beletsel meer om mijn opa’s hele levensverhaal uit te zoeken en op te schrijven. Dat deed ik, maar dat ging op een opgefokte manier, vol frustratie en emoties, al zijn die emoties dus niet in het boek verwerkt. Ik was daar al volop mee bezig toen Hans van Maar opperde er een boek van te maken. Omdat het hele verhaal voelde als een steentje in mijn schoen dat er hoognodig uit moest is dat schrijven met een week of zes vrij snel gegaan. Het ging in een roes en opeens was dat boek er. Ik was er voor mijn gevoel vanaf, heb het verder ook grotendeels aan mijn redacteur gelaten om er een afgerond geheel van te maken.”

    Spijt
    Na de boekpresentatie en dus het verschijnen van Mijn opa was een Duitser in 2011 ging Alex Dekker door een dal. “Ik kreeg er spijt van dat ik het boek heb geschreven. Vanuit mijn familie en directe omgeving kreeg ik ook de nodige verwijten te verduren. Ik voelde echt zelfmedelijden: waarom moest mij dit overkomen? Behoorlijk puberaal, achteraf bezien, en met een paar maanden was ik al die gevoelens ook wel kwijt. Mijn familie is er nu wel trots op dat ik dit verhaal heb opgeschreven. Ik heb alles een plaats kunnen geven. De reacties van de buitenwacht zijn ook erg positief, vooral van mensen met een soortgelijk verhaal. Zij en ik hoeven elkaar niets wijs te maken, we zijn als het ware op een positieve manier direct uitgepraat.”

    Uitgeschreven is Dekker echter nog niet. Er zijn meerdere onderwerpen waar hij mee aan de slag zou willen. “Wat blijft terugkomen is het idee om een boek te schrijven over de vele mythes die er over de Tweede Wereldoorlog en zijn hoofdrolspelers bestaan. Maar ik speel ook met de gedachte om meer uit te zoeken over de Technische Nothilfe en zijn Nederlandse evenknie, de Technische Noodhulp. En ik zou ook heel graag aan de slag gaan met de dossiers van alle divisies van het Nederlandse leger in mei 1940. En zo zijn er nog wel meer onderwerpen waar een boek aan zou kunnen weiden. Verhalen over de Tweede Wereldoorlog zijn er altijd, helaas te veel voor één mensenleven.”

    Gebruikte bron(nen)

    • Bron: Vincent Krabbendam (STIWOT)
    • Gepubliceerd op: 09-01-2013 18:46:58