Gezocht: slachtoffers van het bombardement

In 2015 zal op een nader te bepalen locatie in Rotterdam de tentoonstelling ‘De Aanval – Rotterdam onder vuur, 10-14 mei 1940’ te zien zijn. Onderdeel van de expositie zijn de namen, gezichten en verhalen van zoveel mogelijk van de circa 850 mensen die omkwamen bij het bombardement van 14 mei 1940. Namens Museum Rotterdam houdt conservator en projectleider Liesbeth van der Zeeuw zich met het verzamelen van die namen bezig.



“De tentoonstelling zal gaan over de enorme strijd die er in die dagen in mei 1940 is gevoerd in Rotterdam”, vertelt Van der Zeeuw. “Dat er zo zwaar is gevochten is weten een heleboel mensen niet, dus dat verhaal willen we graag vertellen. Onderdeel daarvan is de zoektocht naar de gezichten en verhalen van de slachtoffers van het bombardement.”

Hoe is het idee ontstaan om die namen te gaan achterhalen?

“Als het over het bombardement van Rotterdam gaat, dan gaat het vaak over de stad zelf die kapot ging en weer opgebouwd werd, zodat er een nieuwe stad ontstond. Het ging altijd over het uiterlijk van de stad maar voor het menselijke verhaal is nooit heel veel aandacht geweest. Onze insteek is dat we door op zoek te gaan naar die gezichten achter de cijfers zorgen voor dat menselijke perspectief op het verhaal.”

Het klinkt als een idee waar de afgelopen zeventig jaar vast wel eens iemand op is gekomen. Desondanks zijn jullie de eersten die dit gaan doen?

“Ik heb het idee een paar jaar geleden al eens geopperd en toen werd gezegd dat er geen beginnen aan was. De urgentie of noodzaak om dit te doen werd niet gezien of erkend. Twee jaar geleden is het Stadarchief de overlijdensaktes uit die periode gaan scannen. Dat leverde wel wat reacties op maar vervolgens bleef het liggen. Nu kunnen we het goed combineren met de grote tentoonstelling die 75 jaar na dato wordt gehouden. En ergens is het wel absurd dat er in die 75 jaar nooit eerder werk is uitgezocht wie die slachtoffers eigenlijk waren. Er zijn die dag hele families omgekomen en dat laat toch zijn sporen na.”

Hoe zijn de reacties tot nu toe, hebben jullie al namen en verhalen achterhaald?

“Nadat we op 14 mei jongstleden met dit idee naar buiten waren getreden verwachtte ik dat de telefoon roodgloeiend zou staan. Dat gebeurde echter niet. Maar inmiddels druppelen de reacties binnen. En er hebben zich twee filmmakers gemeld die een plan willen schrijven om de verhalen die we verzamelen in de tentoonstelling te verwerken. Dit krijgt sowieso een plek in de tentoonstelling, en hopelijk wordt het in welke vorm dan ook een blijvend en groeiend monument voor de slachtoffers van het bombardement.”

Wat voor reacties zijn er tot nu toe zoal binnengekomen? En is er sprake van een doelstelling?

“Momenteel hebben we drie of vier concrete verhalen, vaak afkomstig van nabestaanden. Het gaat dan om documenten en foto’s. Natuurlijk hoop ik dat er meer binnenkomt. Maar wat we krijgen gaan we sowieso gebruiken, hoe veel of weinig het ook is. Zo zal het verhaal te zien zijn van een meneer die werkte op vliegveld Waalhaven en als één van de eerste mensen omkwam bij het bombardement. Van hem hebben we de overlijdensakte en diverse foto’s. Als dat zo voor je ligt is dat indrukwekkend en bijzonder, het doet wel iets met me.”

Welke partijen zijn er betrokken bij ‘De aanval’?

“De expositie wordt verzorgd door Museum Rotterdam, het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam, het Stadsarchief Rotterdam en, vrij bijzonder, het Militär Historisches Museum in Berlijn en Dresden. Voor het eerst zullen wij in deze tentoonstelling ook het Duitse perspectief laten zien. De Duitse en Nederlandse curator werken samen en uit beide collecties wordt de tentoonstelling samengesteld. De Duitsers willen ook hun verhaal vertellen: niet om iets goed te praten maar wel om een compleet beeld te schetsen. Bovendien brengen zij de Heinkel in; een exemplaar van het type bommenwerper dat tijdens het bombardement van Rotterdam is gebruikt. Die zal echt onderdeel zijn van de tentoonstelling.”

Duitse partijen betrekken bij herdenken en terugkijken is iets van de laatste jaren. Het leidt geregeld tot controverse. Denkt u dat dat hier ook zal gebeuren?

“Toen we de knoop inzake deze samenwerking hadden doorgehakt is er publiciteit voor gezocht en gevonden. We hebben geen negatieve reacties gekregen. Iedereen was enthousiast terwijl wij hadden verwacht dat het wel wat los zou maken. Het concept om die Heinkel in de tentoonstelling te verwerken wordt vooralsnog als spectaculair en fantastisch gezien. Maar het is wel onze verantwoordelijkheid om alles in de juiste context te plaatsen. Daarom wordt het vliegtuig ook onderdeel van de expositie en zetten we het niet ergens los op een veldje. Het wordt geen traditionele tentoonstelling met vitrines, maar een ervaring die je bij de keel grijpt én informatief is, en waarvan het menselijke perspectief een heel belangrijke factor is.”

Samenvattend: waar bent u naar op zoek, en waarom zouden mensen hier hun medewerking aan verlenen?

“Ik ben op zoek naar namen en foto’s van slachtoffers, en daarnaast naar het verhaal van die personen. Wat deden ze, hoe oud waren ze, waar woonden ze precies, waar en hoe kwamen ze om het leven? We zullen goed met die informatie omgaan en het verwerken in een monument voor de slachtoffers van het bombardement. En dat het een soort eerbetoon en monument wordt aan die mensen, die zo hun plekje in de geschiedenis krijgen, is voor hun nabestaanden hopelijk een motivatie om ons van die informatie te voorzien.”

Meer informatie over de tentoonstelling en het initiatief om de slachtoffers van het bombardement een gezicht te geven staat op www.bombardement1940.nl en www.museumrotterdam.nl. Direct contact kan worden opgenomen via bombardement1940@museumrotterdam.nl.

Gebruikte bron(nen)