"Eerherstel voor Dirk Frans Pont is niet aan de orde"

Jan de Roos (Hilvarenbeek, 1950) studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij zijn vrouw Thea van Rooden leerde kennen. Samen zaten ze in de redactie van het historische tijdschrift Groniek. Vanaf 1978 werkte De Roos als redacteur binnen- en buitenland bij het Haarlems Dagblad en vanaf 1990 bij het Centrum voor Lokaal Bestuur (CLB), belast met de eindredactie van Lokaal Bestuur, het maandblad voor gemeente- en provinciebestuurders. In datzelfde jaar werd Thea de Roos - van Rooden benoemd tot burgemeester van de Gelderse gemeente Millingen aan de Rijn. Een baan die ze in 1997 verruilde voor die van dijkgraaf in Noord-Holland; in de jaren 2003-2007 was ze burgemeester van de gemeente Gaasterlân-Sleat (ZW-Friesland) en vanaf 2009 bestuurder van het Hoogheemraadschap Rijnland.

Jan de Roos en Thea de Roos - van Rooden delen een fascinatie voor geschiedenis en openbaar bestuur. Vooral Jan de Roos heeft de afgelopen vijfentwintig jaar een groot aantal boeken en artikelen geproduceerd, waarvan velen zich afspelen op het terrein van regionale en lokale geschiedenis (zie verder: janderoos.punt.nl). Onlangs verscheen van het echtpaar het boek "Moed en Overmoed. Een biografie van burgemeester Dirk Frans Pont (1893-1963)". Het boek is recentelijk op de site gerecenseerd. De recensent had naar aanleiding van het boek en de recensie een telefonisch interview met een van beide auteurs, Jan de Roos.

Waarom een biografie van Dirk Jan Pont? Wat maakt deze onbekende burgemeester zo interessant om er jarenlang onderzoek naar te doen en een biografie over te schrijven? Informatie over jullie beweegredenen komt in de Inleiding in het boek onvoldoende aan de orde.

We zijn beiden historici met een grote belangstelling voor bestuursgeschiedenis. Mijn echtgenote is ook al lang als bestuurder in het openbaar bestuur actief en zelf heb ik als journalist en redacteur ook altijd gewerkt binnen het terrein van de lokale en provinciale politiek. Zo publiceerde ik twee boeken over gemeentebestuurders en een boek over gemeentehuizen in Gelderland. Verder schreven we samen artikelen en boeken die gerelateerd zijn aan de plaatsen waar we hebben gewoond en gewerkt: Heemskerk, Haarlem, Millingen aan de Rijn, Nijemirdum. In de periode dat ik voor het Haarlems dagblad werkte, heb ik samen met mijn collega Arthur Maandag een artikelenreeks geschreven over de Nederlandse dubbelspion Christiaan Lindemans, beter bekend onder zijn bijnaam King Kong. Deze publicaties in de maanden januari en februari 1986 leverden veel reacties op en om een eind te maken aan allerlei geruchten werd het stoffelijk overschot van Lindemans op de begraafplaats in Rotterdam opgegraven. Een van de zaken waar we in de loop der jaren op stuitten was het ontslag in 1937 van burgemeester Pont van de gemeente Hillegom. Er was wel bekend dat hij was ontslagen omdat hij lid was geworden van de NSB, maar daar hield de kennis wel op. We wilden daar graag meer over weten, zeker omdat het thema ´hoe als bestuurder om te gaan met dramatische wijzigingen´ natuurlijk van alle tijden is.

Dat verklaart nog steeds niet erg goed de specifieke belangstelling voor Pont. Wat maakt nu juist deze persoon zo aantrekkelijk voor een case-study naar NSB-burgemeesters?

Pont was een interessante figuur, iemand met enorme kwaliteiten, maar ook iemand met erg tegenstrijdige karaktereigenschappen. Peter Romijn heeft een aantal jaren geleden een interessant boek geschreven over 'burgemeesters in oorlogstijd' , waarin hij een algemeen kader schept over alle burgemeesters die in oorlogstijd probeerden te redden wat er te redden valt. Onderzoek naar de manier waarop de bijna 400 NSB-burgemeesters zich hebben gedragen en hoe ze later zijn bestraft, is eigenlijk nooit gedaan. Het roept ook veel emoties op. In Apeldoorn leidde het bericht dat we bezig waren met een onderzoek naar de persoon die van eind 1942 tot april 1945 burgemeester van de stad was, tot enige commotie. Hoewel er eigenlijk nog maar weinig mensen zijn die Pont daadwerkelijk als burgemeester hebben meegemaakt en er ook nog maar weinigen zijn die de oorlog echt hebben meegemaakt, blijven dit soort zaken erg emotioneel liggen. In Apeldoorn gold en geldt nog steeds dat Pont in de oorlog fout was. Hij is jarenlang afgeschilderd als iemand die erger dan een botte NSB'er was en één van de grootste antisemieten. Een nuancering van dat beeld werd aanvankelijk niet erg op prijs gesteld.

Nu wordt in het boek wel overtuigend aangetoond dat Pont een goed bestuurder was, weliswaar zeer autoritair en eigenwijs, en ook onderbouwd dat hij zeker geen antisemiet was, blijft toch het feit dat hij als burgemeester de eindverantwoordelijke was en dus fout.

Pont was zeker een autoritair en eigenwijs man. Ook iemand met uitgesproken meningen en niet bang die ook te uiten. Ook bij de Duitsers. Hij was erg nationalistisch en Oranjegezind, voor de gemiddelde NSB'er een erg ongewone combinatie. Aan het begin van de oorlog weigerde hij een benoeming tot burgemeester van Amsterdam of Den Haag. Voor een ambitieus politicus als hij was, moet het een geweldige opgave zijn geweest het burgemeesterschap van deze twee grote steden te weigeren. Hij deed dat omdat hij niet door de Duitse bezetters benoemd wilden worden. Als hij een anderhalf jaar later door dezelfde Duitsers wordt gevraagd het ambt in Apeldoorn te bekleden accepteert hij het verzoek wel. In Apeldoorn wordt hij pal na zijn benoeming geconfronteerd met de ontruiming van Het Apeldoornsche Bos, een instelling voor Joodse psychiatrische patiënten. Met die ontruiming had hij geen bemoeienis, dat was volledig een Duitse aangelegenheid. Pont kun je die ontruiming niet in de schoenen schuiven.

Er is behalve de daadwerkelijke schuld aan de besluitvorming en uitvoering ook nog zoiets als de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Pont ging deze functie bekleden in de wetenschap dat dergelijke razzia's zouden plaatsvinden. Hij was dus bereid daar de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor te dragen. Door na de ontruiming te blijven zitten in plaats van ontslag te nemen, heeft hij kenbaar gemaakt de bestuurlijke verantwoordelijkheid op zich te nemen. Hij kan zich niet achter de Duitse uitvoerders verschuilen.

Pont had inderdaad ontslag moeten nemen om aan te geven dat hij geen verantwoordelijkheid wilde dragen voor dit soort vervolgingen. Dat heeft hij niet gedaan en dat maakt hem dan ook schuldig. Het is echter wel goed dat er enige nuancering is ontstaan over de persoon Dirk Frans Pont en zijn handelswijzen. In het algemeen is het beeld over Pont in zijn voordeel bijgesteld nu alle feiten eens goed op een rijtje zijn gezet. Wat niet betekent dat deze nuancering moet uitmonden in enig eerherstel voor Pont, nu niet en wat ons betreft ook later niet. De keuzes die hij heeft gemaakt zijn verwerpelijk en het lijkt ons dat daar over honderd jaar door anderen nog net zo over gedacht zal worden. We moeten ons tegelijkertijd wel realiseren dat de speelruimte voor burgemeesters in oorlogstijd bijzonder klein was. Dat geldt voor zowel NSB’ers als voor niet-NSB’ers. Niet de burgemeester maar de bezettende macht bepaalde wat er moest gebeuren. Wie weigerde zich te schikken, werd ontslagen.

Hoe is zijn aanmelding in april 1940 voor het Nationaal Front te verklaren? Dat was een partij die erg radicaal en vooral erg antisemitisch was. Pont lijkt daar helemaal niet bij te passen.

Pont was bij de oprichting van die partij een van de eersten om zich aan te melden. Dat antisemitische karakter paste zeker niet bij hem, het pleidooi voor een erg autoritaire nieuwe orde sprak hem echter heel erg aan. Het Nationaal Front was om nog steeds niet helemaal heldere redenen erg populair bij de katholieken. Pont kwam uit een zeer katholieke familie en was zelf ook praktiserend katholiek. Daarnaast was Arnold Meijer met zijn Nationaal Front in een heftige concurrentiestrijd verwikkeld met Anton Mussert en de NSB. Met die laatste had Pont nog een appeltje te schillen. Wat propaganda van zijn goede vriend Ds. Gerrit van Duyl deed de rest. Deze Van Duyl was tegelijkertijd met Pont in 1937 uit de NSB gestapt en had ook met Pont gemeen dat hij een hekel had aan Mussert die ze een halfslachtige en besluiteloze houding verweten. Eind 1941 werd het Nationaal Front door de Duitsers verboden. Juist op dat moment zocht Pont een geschikte mogelijkheid om weg te komen uit Rusland, waar hij aan het Oostfront meestreed in het Vrijwilligerslegioen Nederland. Hij sloot zich weer aan bij de NSB. Waarbij het niet onbelangrijk was dat hij via deze partij zijn ambities om opnieuw burgemeester te worden kon realiseren. Hij moet die benoeming toch hebben gezien als een eerherstel voor zijn smadelijke vertrek als burgemeester van Hillegom.

Met de biografie van Dirk Frans Pont hebben jullie een eerste studie geschreven over NSB-burgemeesters. Komt er een vervolg, bijvoorbeeld over een of meer andere NSB-burgemeesters?

We hebben in de media, maar zeker ook bij de twee presentaties van het boek in Hillegom en Apeldoorn, vele positieve reacties ontvangen. Er wordt dan ook wel gedacht aan een vervolg, maar momenteel is het nog onzeker hoe en wanneer dat moet plaatsvinden.

Moed en overmoed
Een biografie van burgemeester Dirk Frans Pont (1893-1963)
ISBN: 9789087041847
Meer informatie over dit boek
Bestel nu bij Bol.com
Moed en overmoed

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Frans van den Muijsenberg / Go2War2.nl
  • Gepubliceerd op: 14-12-2010 14:56:41