Kamp Vught (Konzentrationslager Herzogenbusch)

Kamp Vught was tijdens de Tweede Wereldoorlog het enige SS-concentratiekamp buiten Duitsland en het door Duitsland geannexeerde gebied. De SS had behoefte aan ruimte omdat de doorgangskampen in Amersfoort en Westerbork de toenemende stroom gevangenen niet meer konden verwerken. In tegenstelling tot andere ‘buitenlandse’ kampen werd kamp Vught opgezet naar het model van andere kampen in nazi-Duitsland. Het kamp viel ook rechtstreeks onder commando van het SS-hoofdkantoor in Berlijn.

In 1942 werd begonnen met de bouw van Konzentrationslager Herzogenbusch, zoals Kamp Vught officieel heette. Toen de eerste uitgehongerde en afgebeulde gevangenen in januari 1943 uit Amersfoort aankwamen, was het kamp nog niet af. Dat mochten de gevangenen zelf afbouwen. De miserabele omstandigheden kostten in de eerste maanden al enige honderden mensen het leven.

In totaal werden ruim 31.000 mensen tussen januari 1943 en september 1944 korte of langere tijd opgesloten in het kamp. Naast 12.000 joden zaten in Vught onder meer politieke gevangenen, verzetsstrijders, Sinti en Roma ('zigeuners'), Jehova's Getuigen, homoseksuelen, zwervers, zwarthandelaren, criminelen en gijzelaars. Van hen vonden zeker 749 kinderen, vrouwen en mannen in het kamp de dood door honger, ziekte en mishandeling. Van hen werden 329 gevangen geëxecuteerd op de fusieladeplaats even buiten het kamp.

Bunkerdrama
Het 'bunkerdrama' is een voorbeeld van de wreedheden in het kamp. Toen een van de vrouwen uit barak 23B in de kampgevangenis (de 'bunker') werd opgesloten, protesteerde een aantal vrouwen daartegen. Kampcommandant Grünewald liet als vergelding zoveel mogelijk vrouwen in één cel bij elkaar opsluiten. In cel 115 zaten uiteindelijk 74 vrouwen op elkaar geperst op een oppervlakte van negen m2, met nauwelijks ventilatie. Zondagmorgen 16 januari 1944 gaat na 14 uur de deur van de cel open. Tien vrouwen hebben de nacht niet overleefd.

Kindertransporten
Veel gevangenen werden vanuit Vught naar vernietigingskampen op transport gezet. Dat gold met name voor de joodse gevangenen. Berucht zijn bijvoorbeeld de twee 'kindertransporten’. Op zaterdag 5 juni 1943 wordt bekend gemaakt dat alle joodse kinderen weg moeten uit het kamp. Op 6 juni vertrekken de kinderen van 0 tot 3 met hun moeder. De volgende dag de oudere kinderen van 4 tot 16 met hun vader of moeder.

Er wordt gezegd dat de kinderen naar een speciaal kinderkamp in de buurt zullen gaan. Maar de treinen gaan naar het doorgangskamp Westerbork. In totaal 1269 joodse kinderen uit kamp Vught werden via Westerbork gedeporteerd naar Sobibor in Polen. Daar zijn ze vrijwel direct na aankomst om het leven gebracht.

Op het terrein van Nationaal Monument Kamp Vught herinnert het Kindergedenkteken aan deze transporten. De transporten worden jaarlijks in juni herdacht.

Na de oorlog
In september 1944 werd het kamp ontruimd. Na de aankomst van de geallieerden kreeg het terrein vrijwel direct een nieuwe bestemming. Het leger nam delen van het complex in gebruik. Daarnaast werden delen van het kamp in gebruik genomen voor de internering van duizenden van collaboratie verdachte Nederlanders. Zij kregen spoedig gezelschap van nog eens duizenden uit het grensgebied geëvacueerde Duitsers.

Tegenwoordig bevinden zich op het voormalige kampterrein - met een totale oppervlakte van 350.000 m2 - een gevangenis, het Molukse woonoord Lunetten, twee kazernes en Nationaal Monument Kamp Vught.

Voor de actuele bezoekersinformatie, kunt u terecht op de website van het museum.

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)

Gerelateerde boeken

Encyclopedie van de Holocaust
Een rechter in Auschwitz
Ondergang
Dansen om te overleven
Nederland en de Tweede Wereldoorlog
De Waard in oorlogstijd 2

22apr

Herdenking en Bevrijdingsdag in Nationaal Monument Kamp Vught

Op het buitenterrein van Nationaal Monument Kamp Vught is op zaterdag 4 mei vanaf 14.00 uur de jaarlijkse openbare dodenherdenking. Na een welkomstwoord door directeur Jeroen van den Eijnde is het woord aan oud-gevangene Ernst Verduin (1927). Hij was in de oorlog gevangen in de kampen van Vught, Westerbork, Auschwitz en Buchenwald. Na zijn pensioen gaf hij honderden gastlessen aan scholieren en schreef het boek ‘Over leven’ over de oorlogsgeschiedenis van zijn familie. Hij verloor vele familieleden, onder wie zijn zusje Wanda die met de beruchte kindertransporten vanuit Kamp Vught naar Sobibor werd gedeporteerd.

Lees meer

13apr

Nieuw lesmateriaal over de Tweede Wereldoorlog voor het mbo

Op 29 maart is in het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch en in en Nationaal Monument Kamp Vught het educatieve programma 'Plekken met een verhaal: WO2 en burgerschap' gepresenteerd voor mbo-docenten in het kader van het vak burgerschap. De conferentie werd georganiseerd in samenwerking met docenten en studenten van het Koning Willem I College. Eerder bezochten ruim veertig groepen van het KWIC het herinneringscentrum. Tijdens de workshops gingen docenten en medewerkers van musea uit het hele land aan de slag en met elkaar in gesprek over hoe je in het mbo kritische denkvaardigheden kunt ontwikkelen in educatieve programma’s over de Tweede Wereldoorlog – zowel in de klas als op een historische plek.

Lees meer

Lees meer (1)