Voorwoord

    Na een snelle opmars door Frankrijk werd op 4 september 1944 op Radio Oranje vol vreugde omgeroepen dat de Liberators in Breda zouden zijn. Minister-president Pieter Gerbrandy maakte een fout bij het lezen van een inlichtingenrapport geschreven door een Britse tankcommandant. Deze omschreef een straat genaamd 'Bredasebaan' en een cafť genaamd 'Cafť Breda', waardoor Gerbrandy dacht dat de Britse troepen de Nederlandse grens hadden overgestoken.[1] Op dinsdag 5 september, een dag nadat dit 'nieuws' bekend werd gemaakt raakte het Nederlandse volk in een feeststemming terwijl de Duitsers en hun sympathisanten in paniek wegvluchtten. De festiviteiten waren echter tevergeefs. In werkelijkheid waren de geallieerden gestopt voor de Nederlandse grens zonder te weten wat de volgende stap zou zijn.


    Willebrordusplein in Rotterdam tijdens Dolle Dinsdag. Bron: Wikipedia/Liskwartier

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    Radio Oranje
    Radiozender die gedurende WO II vanuit Londen uitzond. Speciaal gericht op het bezette Nederland.

    Zuid-Nederland bevrijd

    De bevrijding van Nederland had geen prioriteit voor de geallieerden omdat deze bij Duitsland lag. Hierdoor verliep de opmars in Nederland langzaam met op 12 september de bevrijding van de dorpjes Mesch en Noordbeek. Op 14 september werd Maastricht ingenomen, nadat Duitse troepen de nacht ervoor de stad waren ontvlucht.[2] Begin september kwam de vraag op in het geallieerde kamp waar men heen moest. Bernard Montgomery, bevelhebber van het Britse Tweede Leger, wilde via Nederland omtrekken om zo de Westwall te omzeilen en Duitsland binnen te vallen vanuit het westen. Op deze manier hadden de geallieerden Nederlandse havens als aanvoerpunt voor voorraden. Dwight Eisenhouwer, de Amerikaanse bevelhebber, wilde juist een breed front creŽren. Een compromis tussen beiden werd gesloten: een breed front met het zwaartepunt bij Montgomery's legereenheid.[3] Deze beslissing leidde op 17 september tot operatie Market Garden. De operatie had als doel door middel van luchtlandingstroepen de bruggen bij Son, Veghel, Grave, Nijmegen en Arnhem in te nemen. Tegelijkertijd zou een Brits legerkorps Nederland binnen trekken om via de veroverde bruggen door te stoten naar het IJsselmeer en de Duitsers in West-Nederland in te sluiten. Daarnaast was het van belang dat V-1 en V-2 lanceerinstallaties, Hitlers wonderwapens die het oorlogstij moesten keren, ten noorden van de grote rivieren onschadelijk werden gemaakt.

    De opmars in het zuiden van Nederland liep echter vast bij Arnhem. Er was onverwacht veel tegenstand van Duitse eenheden, een factor waar geen rekening mee gehouden werd. Op 3 september hadden twee ervaren Duitse tankdivisies namelijk het bevel gekregen naar Arnhem te vertrekken om daar aangesterkt te worden door veteranen afkomstig van het Oostfront. Bovendien was er in de omgeving Arnhem sprake van een uitrustingswissel tussen twee andere Duitse tankdivisies waardoor veel zwaar materiaal achterbleef. Door het onverwacht felle verzet van ervaren en goed uitgeruste eenheden moest het offensief halt houden bij Nijmegen.[4]


    101st Airborne soldate in overleg met leden van het Nederlandse verzet tijdens operatie Marget Garden. Bron: Wikipedia/CIA

    Troepen en een Scoutcar in een gehavend Arnhem. Bron: Wikipedia/IWM Collections

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    operatie Market Garden
    Codenaam voor gecombineerde land- en luchtaanvallen van de geallieerden in de regio Eindhoven, Arnhem en Nijmegen van 17 tot 26 september 1944.
    Westwall
    Wordt ook wel Siegfriedlinie genoemd, de Duitse verdedingingslinie aan de Frans-Duitse grens.

    Honger in het noorden

    Doordat Market Garden mislukte kwam het noorden van Nederland terecht in een bijzondere episode binnen de Nederlandse geschiedenis, de Hongerwinter. Terwijl de gevechten in het zuiden op gang kwamen, riep de overheid vanuit Londen op tot een spoorwegstaking. Dit moest ervoor zorgen dat Duitse troepen en materiaal hinder zouden ondervinden in hun verplaatsing naar het zuiden. Hierdoor viel ook de toevoer van andere producten naar het westen stil. De spoorwegstaking had uiteindelijk weinig effect op Duitse troepenverplaatsingen. De Duitse autoriteiten lieten treinbestuurders over komen om het werk van de Nederlandse Spoorwegen over te nemen. Daarnaast stelde Arthur Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris van Nederland, een embargo in voor al het transport van voedsel en andere goederen naar het westen als straf voor de spoorwegstaking. Dit embargo viel precies in de periode dat de voorraden van de westelijke steden voor de winter aangevuld zouden worden, wat leidde tot een voedselinname van slechts 340 calorieŽn in februari 1945.[5]

    Hans Hirschfeld, Secretaris-generaal van de handel, nijverheid en scheepvaart wist met succes dit embargo te stoppen, maar het was al te laat. De tekorten waren te groot. De strenge vorst en een benzinetekort zorgden er tevens voor dat schepen het voedsel niet langer naar het westen konden verplaatsen waardoor een hongersnood ontstond. Doordat Zuid-Nederland bevrijd was viel ook de kolentoevoer vanuit Limburg stil met een tekort aan warmtebronnen als gevolg.[6] Onderzoek van de historicus G. Trienekens heeft ons gewezen op een vierde reden voor het leed van het Nederlandse volk tijdens de Hongerwinter, namelijk het politieke spel tussen Engeland, de Nederlandse regering en Duitsland. Het duurde tot bijna de laatste dagen van de oorlog alvorens de geallieerden Nederland te hulp schoten.[7] In Leiden was de situatie vanaf september al bijzonder slecht door de stopzetting van gas en elektriciteit. Den Haag volgde niet veel later op respectievelijk 20 november en 13 oktober. Veel huishoudens moesten gebruik maken van de Tielman & Dros centrale keuken aan de Langegracht. Door de toenemende drukte waren aan het eind van de oorlog 26 uitdeelposten actief in Leiden.[8]

    Naast de problemen rondom voedseltekorten en een gebrek aan warmtebronnen kampte het westen met een grote leegroof door Duitsland. In de eerste plaats werden de havens van Rotterdam en Amsterdam vernietigd en alle fabrieken die niets met het produceren van voedsel te maken hadden leeggeroofd. In de tweede plaats werden systematisch paarden, koeien, varkens en ander vee gevorderd. Voor de paardenvorderingen verscheen in de herfst een speciaal commando uit Duitsland, welke in de periode van september tot april meer dan 46.000 paarden en 180.000 stuks vee vorderde. Ten derde werden systematisch textielvoorraden gevorderd. Elk gezin moest 72,50 gulden aan textielwaarde inleveren.[9] Verder kampte Den Haag met steeds meer bombardementen vanwege de V-1 en V-2 lanceerinstallaties die hier gelokaliseerd waren. De geallieerden trachtten de installaties in het Haagse Bos tot zwijgen te brengen met een grootschalig bombardement. De bommen misten echter hun doel en kwamen terecht op het Bezuidenhout. Meer dan 3.300 gebouwen waren vernietigd of beschadigd, 520 mensen verloren hun leven en 12.000 mensen raakten dakloos door het Bezuidenhout bombardement.[10] Tenslotte nam vanaf eind november het aantal razzia's toe om alle mannen tussen zeventien en veertig mee te nemen. Deze mannen moesten werken aan verdedigingslinies bij de IJssel of in Duitse fabrieken. Duitsland kampte namelijk met een personeelstekort.


    Twee deelnemers aan de hongertochten tijdens de Hongerwinter. Bron: Wikipedia/Nationaal Archief

    Kinderen halen de houtjes tussen het tramrails vandaan als gevolg van de brandstofcrisis van 1945. Bron: Wikipedia/Nationaal Archief

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    Hongerwinter
    Benaming voor de winter van 1944Ė1945 in Nederland. Noord Nederland was nog niet bevrijd van de Duitse bezetting en werd geteisterd door een stagnerende energievoorziening, voedseltekorten en een zeer koude winter.
    razzia
    Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.
    Rijkscommissaris
    Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
    spoorwegstaking
    Deze werd op 17 september 1944 via de radio afgekondigd en ingewilligd door het Nederlandse spoorwegpersoneel. De spoorwegstaking diende ter ondersteuning van het geallieerde plan Market Garden. Nadat de geallieerde luchtlandingsactie mislukt was hielden de arbeiders de staking vol tot aan de bevrijding.

    De bevrijding van Noord- en West-Nederland

    Nadat de aanval op het zuiden mislukt was kwam het Nederlandse front stil te liggen. Er werd nog enige strijd geleverd in Zeeland met als doel de Scheldemonding veilig te stellen zodat de Antwerpse haven gebruikt kon worden. Eind oktober gaf het Duitse garnizoen in Middelburg zich over en was Zeeland bevrijd.[11] Hierna volgden langere tijd geen militaire acties aan het Nederlandse front. Dit was allereerst te wijten aan de geallieerde focus die op het oosten bij Duitsland lag met als belangrijkste doel Duitsland te ontzetten. Daarnaast heerste grote angst voor zware verliezen die geleden zouden worden bij een eventuele inname van West-Nederland door inundaties.[12] Pas op 30 maart overschreden Canadese troepen de Duits-Nederlandse grens in de Achterhoek, waarmee de bevrijding van Noord- en Oost-Nederland kon beginnen. Het doel was de Duitse troepen in Nederland van Duitsland te scheiden en een bevoorradingslinie aan te leggen tussen Arnhem en Zutphen. Een aanval op West-Nederland vond nog altijd niet plaats door inundaties en onderhandelingen met Seyss-Inquart.[13]

    De geallieerde zorgen waren terecht, Vesting Holland zou zich niet zonder slag of stoot overgeven. Albert Speer, minister van bewapening, en Seyss-Inquart hadden in maart 1945 overleg over Hitlers bevel om in Nederland de tactiek van de verschroeiende aarde toe te passen. Zowel Speer als Seyss-Inquart negeerde deze strategie van Hitler. Seyss-Inquart vertrok snel naar Nederland om op 12 april gesprekken met de geallieerden op te starten. Hij stond hulp toe mits ze niet verder dan de Grebbelinie zouden optrekken. Dit was een van de laatste pogingen om zijn goede intenties te tonen om eventuele vervolgingen van zijn oorlogsmisdaden te ontlopen. De volgende dag organiseerde Seyss-Inquart besprekingen met Hirschfeld en Johannes Blaskowitz, commandant van de Duitse troepen in Festung Holland. Hij legde beide uit wat zijn plan was voor Nederland en dat hij Hitlers bevelen zou negeren. Blaskowitz had hier aanvankelijk als militair problemen mee, maar stemde uiteindelijk toch in met het plan. Wel zou hij Vesting Holland blijven verdedigen.[14]

    Terwijl de Canadese aanval bij Arnhem werd ingezet, begonnen Seyss-Inquart en Britse vertegenwoordigers gestaag aan onderhandelingen over het staken van oorlogshandelingen richting West-Nederland. Seyss-Inquart was de eerste die met dit verzoek kwam op 15 april. Indien de Britten instemden met het stoppen van hun oorlogshandelingen zou Duitsland geen verdere vernielingen en inundaties uitvoeren. Terwijl West-Nederland honger bleef lijden, staakten de geallieerden de opmars naar het westen ter hoogte van de Grebbeberg. De opmars naar het noorden bleef gestaag doorgaan.[15] Tegelijkertijd werd er gesproken over de bevoorrading van de steden Rotterdam, Den Haag, Leiden en Amsterdam. Na vier weken onderhandelen werd besloten dat vanaf 29 april West-Nederland vanuit de lucht bevoorraad kon worden.[16]

    Wat toen volgde waren onderhandelingen tussen de Canadese generaal Charles Foulkes, de Duitse generaal Blaskowitz en prins Bernhard over de overgave van Festung Holland. Seyss-Inquart was Nederland inmiddels per boot ontvlucht. De eerder afgesproken wapenstilstand zou op 5 mei overgaan in een algehele capitulatie. Deze zou in Wageningen getekend worden, in hotel De Wereld. Uiteindelijk werd deze ťťn dag later getekend in een landbouwhogeschool in Wageningen. Blaskowitz kon niet op tijd aan alle eisen voldoen. Zo wilde hij zeker weten dat hij en zijn troepen niet in Russisch gevangenschap terecht zouden komen. Ondanks dat de officiŽle capitulatie op 6 mei getekend werd, achtte West-Nederland zich op 5 mei omstreeks acht uur al vrij. De 120.000 Duitse soldaten die nog aanwezig waren in het westen van Nederland werden geleidelijk ontwapend.[17] Op 8 mei trokken, na bijna vijf jaar bezet te zijn, geweest de Canadezen Den Haag, Leiden, Haarlem en Delft binnen.


    Optocht van voertuigen tijdens de Bevrijdingsfestiviteiten in den haag. Bron: Wikipedia/NIOD

    Bevrijdingsfeest in Den Haag met enthousiaste burgers rondom een Canadese brencarrier. Bron: Wikipedia/Nationaal Archief

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    oorlogsmisdaden
    Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.

    Oorlogsvoering in dagboeken

    Het nadrukkelijk volgen van het front en hopen op een snelle bevrijding was iets wat sinds het uitbreken van de oorlog plaatsvond in dagboeken. In 'We leven nog' De stemming in bezet Nederland, een boek geschreven door Bart van der Boom, wordt de stemming tijdens de oorlogsjaren in Nederland aan de hand van een aantal thema's weergegeven. …ťn van deze thema's is het oorlogsverloop. Van der Boom concludeert dat vanaf de Nederlandse nederlaag in 1940 al door dagboekschrijvers vertrouwen was op een snelle bevrijding. Elke overwinning en nederlaag van de Duitse Weermacht leidde tot discussie en speculatie onder de Nederlanders. De meeste Nederlanders hadden vertrouwen in een snel einde van de bezetting. Duitse successen werden weggeredeneerd of ontkend.[18] In 1942 ontstond er echter een dip in het vertrouwen vanwege oorlogsmoeheid, een koude winter, Duitse overwinningen in Afrika en Rusland en door Japanse overwinningen in AziŽ. Men kreeg het idee dat de oorlog nergens heen ging. Ook Bartstra merkte deze omgeslagen stemming op. Pas wanneer de Weermacht vastliep bij Stalingrad en El Alamein nam 'de juichkreet' onder de Nederlanders weer toe. Men geloofde weer in de bevrijding. Wachten bleef volgens de dagboekschrijvers de belangrijkste bezigheid, terwijl het nieuws optimistisch werd gevolgd.[19] Toch bleven momenten van onzekerheid voorkomen: "Bij de bevolking in bezet gebied versterkten de berichten over het Ardennenoffensief de toch al bestaande gevoelens van teleurstelling."[20] De Jong constateert dat het laatste tegenoffensief van Duitsland in december 1944 bij dagboekschrijvers onzekerheid veroorzaakte. Daarnaast bleek ondanks de aanwezigheid van voldoende voedsel in de eerste oorlogsjaren, dat mensen ook toen al bang waren voor ondervoeding en eenzijdig eten. Men zag mensen magerder worden maar verhongerde zelf niet.[21]

    Definitielijst

    El Alamein
    Stad in Noord-Afrika. De Slag bij El Alamein van oktober tot november 1942, vormde een keerpunt in de oorlog. De Duits/Italiaanse opmars in Noord-Afrika werd definitief gestopt door geallieerden.

    Conclusie

    Al met al kan geconcludeerd worden dat de bevrijding van Nederland erg haperde. Nederland heeft veel moeten doorstaan om uiteindelijk bevrijd te worden van haar Duitse overheersers. Waarom Duitsland zo standvastig was om Nederland te behouden had onder andere te maken met strategische redenen. Allereerst werden de westelijke provinciŽn gebruikt om de Engelse steden te bombarderen met de V-1 en V-2, nadat Frans gebied verloren was. Daarnaast bezaten de steden Amsterdam en Rotterdam belangrijke havens die de geallieerden konden gebruiken in hun opmars naar Berlijn. Tenslotte was Nederland een 'vruchtbaar land' tijdens de oorlog waaruit veel voedsel, mannen, kledij, dieren, machines enzovoort. werden gestolen, om in te zetten voor de oorlogsindustrie. Om die reden werd Arnhem fel verdedigd en duurde het lang voordat de Westerschelde monding weer geopend kon worden. Het noorden van het land werd pas in april 1945 binnengevallen en met vier weken geheel veroverd. Het westen bleef tot 6 mei bezet. Pas met de officiŽle capitulatie van de Duitse troepen op 6 mei konden ook hier de festiviteiten beginnen.

    Lees ook:

    Of download het volledige onderzoek als PDF-bestand:

    Noten

    1. Ad van Liempt, Na de bevrijding - De loodzware jaren 1945-1950 (Steenwijk 2014) 7.
    2. Ad van Liempt, Na de bevrijding - De loodzware jaren 1945-1950 (Steenwijk 2014) 10/11.
    3. Christ Klep en Ben Schoenmaker, De bevrijding van Nederland 1944-1945: Oorlog op de flank ('s-Gravenhage 1995) 52.
    4. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlogdeel Xa ('s-Gravenhage 1981) 334-335.
    5. Bart van der Boom, Den Haag en de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage 1995) 240.
    6. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlogdeel Xb ('s-Gravenhage 1981) 160.
    7. G. Trienekens, Voedsel en honger in oorlogstijd 1940-1945. Misleiding, mythe en werkelijkheid (Utrecht 1995) 78.
    8. Alphons Siebelt, Gids voor Leiden in de Tweede Wereldoorlog beschreven in 650 adressen (Leiden 2011) 45.
    9. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlogdeel Xb ('s-Gravenhage 1981) 73.
    10. Bart van der Boom, Den Haag en de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage 1995) 235.
    11. Christ Klep en Ben Schoenmaker, De bevrijding van Nederland 1944-1945: Oorlog op de flank ('s-Gravenhage 1995) 202.
    12. J. Dankers en J. Verheul, Bezet Gebied Dag In Dag Uit - Nederland en Nederlands-IndiŽ in de Tweede Wereldoorlog Een chronologisch overzicht (Haarlem 1985) 145.
    13. J. Dankers en J. Verheul, Bezet Gebied Dag In Dag Uit - Nederland en Nederlands-IndiŽ in de Tweede Wereldoorlog Een chronologisch overzicht (Haarlem 1985) 146.
    14. Hendrik van der Zee, De Hongerwinter - Van Dolle Dinsdag tot Bevrijding (Amsterdam 1979), 200-201.
    15. Christ Klep en Ben Schoenmaker, De bevrijding van Nederland 1944-1945: Oorlog op de flank ('s-Gravenhage 1995) 310.
    16. Hendrik van der Zee, De Hongerwinter - Van Dolle Dinsdag tot Bevrijding (Amsterdam 1979), 208
    17. Paul Arnoldussen en Albert de Lange, Finale mei: het einde van de oorlog in Nederland (Amsterdam 1995) 13.
    18. Bart van der Boom, 'We leven nog' De stemming in bezet Nederland (Amsterdam 2003) 100-104.
    19. Bart van der Boom, 'We leven nog' De stemming in bezet Nederland (Amsterdam 2003) 108-111.
    20. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog Xb ('s-Gravenhage 1981) 791.
    21. Bart van der Boom, 'We leven nog' De stemming in bezet Nederland (Amsterdam 2003) 70-73

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    Hongerwinter
    Benaming voor de winter van 1944Ė1945 in Nederland. Noord Nederland was nog niet bevrijd van de Duitse bezetting en werd geteisterd door een stagnerende energievoorziening, voedseltekorten en een zeer koude winter.